U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 24 januari 2018, 14.02u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, u weet het, ik heb niet op tropisch hout gelopen. Maar het is wel januari, receptiemaand en dan komen wij op tientallen recepties en krijgen wij honderden handdrukken. En sommigen nijpen heel hard door en voilà: na een tijd begeeft uw hand het.

Alle gekheid op een stokje. Ik ben nu wel bij de welzijnssector, minister. De Federale Regering heeft in het Zomerakkoord een aantal maatregelen genomen, onder andere het jaarlijks 6000 euro onbelast bijverdienen, die een effect hebben op gemeenschapsbevoegdheden. Ik heb daarover al een vraag gesteld aan minister Muyters, in verband met de impact op de sportsector. Maar het heeft ook een impact op de welzijnssector. Zo was er een zekere bekommernis over mogelijk kwaliteitsverlies bij de oppasdiensten, de woonzorgvoorzieningen of de kinderopvang.

Nu het federale parlement dit akkoord effectief in de praktijk aan het omzetten is en de Kamercommissie hierover gestemd heeft, wilde ik u vragen, minister, welke acties u ondernomen hebt. Wat is de impact van dit federale Zomerakkoord op de welzijnssector?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb hier een tijdje geleden in de commissie al een inschatting van gegeven. Ik kan bevestigen dat we door de federale overheid op verschillende vergaderingen zijn uitgenodigd, waarop vertegenwoordigers van andere collega’s aanwezig waren, maar waarop ook de andere gemeenschappen aanwezig waren.

Wat in de teksten, zoals ze nu aan het einde van de laatste commissievergadering in het federaal parlement tot stand zijn gekomen, een goede evolutie is, is dat voor een aantal sectoren de inwerkingtreding van de bepalingen verschoven is in de tijd. Dat zal ons zeker in staat stellen om, zoals afgesproken, een impactanalyse te doen en te kijken hoe we onze eigen regelgeving moeten bijsturen en hoe we het handhavingsbeleid zullen organiseren. Dat maakt het voor ons mogelijk om een aantal zaken grondig te bekijken en, indien nodig, daar met een aantal sectoren overleg over te plegen. Een tweede wijziging die ik gezien heb in de laatste rechte lijn, en wat volgens ons een goede evolutie was, is dat voor wat in de regelgeving stond over het verenigingswerk en over de occasionele diensten nu ook een wettelijke basis is gelegd, om aan te geven dat de gemeenschapsregels ter zake van toepassing zijn op de diensten die via de deelplatformen worden geleverd. Dat is namelijk een oudere wetgeving. Er was daarover een debat ontstaan en men heeft via amendementen een aantal zaken aan de tekst toegevoegd. We vinden dat een goede zaak.

Waar ik, als we het over de zorg in de enge betekenis van het woord hebben, het meest bezorgd over ben is dat de regels die in de gemeenschappen bestaan, en dat is in de Franse Gemeenschap niet anders dan bij ons, aangeven dat als je dat doet op een professionele manier, daar toch een aantal kwalificaties voor vereist zijn. Iets anders is het als je dat doet als mantelzorger. We kunnen daar geen onduidelijkheid over hebben dat die regels gerespecteerd moeten worden, ook als het occasionele activiteiten zijn of activiteiten die passen in de regels en de toepassing van de wet over verenigingswerk en de werking van de deelplatformen. Dat is voor ons belangrijk. In de tekst staan op dat vlak gelukkig al een aantal goede verduidelijkingen. Door deze nieuwe categorie sociaalrechtelijk en fiscaal in te voeren, zou er discussie kunnen zijn over de vraag of het iets is dat je moet beschouwen als een professionele activiteit dan wel als vrijwilligerswerk. Ook daarover was de tekst, toen hij in de commissie werd besproken naar aanleiding van de laatste beslissing van de Federale Regering, al behoorlijk bijgestuurd.

Op dit moment moeten we wachten tot we de definitieve teksten kennen. Er is nu een procedure gestart wegens belangenconflict. Ik sluit niet uit dat op federaal niveau nog zal beslist worden om die tekst aan te vullen, daar beslissen wij niet over. Wij kunnen nu wel, met wat al op tafel ligt, kijken hoe we dat in Vlaanderen zien als een kans, een opportuniteit. We mogen niet blind zijn voor de risico’s die daaraan verbonden zijn, maar ik heb het gevoel dat we, wetende welke zorgvragen op ons af komen in Vlaanderen, gebruik moeten maken van die mogelijkheden en dat onze taak er ook in zal bestaan kwaliteit te waarborgen, zeker als het gaat over dienstverlening aan heel kwetsbare mensen.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, en ik ben blij dat de federale collega’s rekening gehouden hebben met onze bekommernissen. Ik stel vast dat door dat overleg de kwaliteit van de zorg niet enkel gewaarborgd kan worden, maar ook uitgebreid kan worden naar onder andere die deelplatforminitiatieven. Mijn vraag was of nog mogelijke bijkomende wijzigingen te verwachten zijn binnen de welzijnssector door de maatregel over het onbelast bijverdienen tot 500 euro.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, mijnheer Poschet, wij zijn evenzeer bezorgd, maar we willen iets meer actie dan u voorstelt. We moeten de mogelijkheden en opportuniteiten bekijken, maar niet blind, want dat is wat er nu gebeurt.

We zijn in Vlaanderen bevoegd voor de kwaliteit van de dienstverlening. We moeten daar de regels voor vastleggen. Die kwaliteit van de dienstverlening is zeer belangrijk. Ik hoop dat we dat allemaal onderschrijven. We mogen dus niet blind meegaan in een verhaal dat op het federale niveau wordt geschreven, zonder Vlaanderen daarin te betrekken.

Minister, u geeft nu aan dat we iets meer tijd hebben, maar tot voor kort werden we daar als het ware niet bij betrokken en wachtten we af wat er op het federale niveau werd beslist, om dan te bekijken of we onze dienstverlening kwaliteitsvol konden handhaven. Dat is onze bevoegdheid, daar zijn wij ook voor aangesteld.

Het bijklussen in de welzijnssector moet aan professionele kwaliteitscriteria beantwoorden. Minister, dat zegt u ook. Maar, mijnheer Poschet, er is niemand, noch werkgevers noch werknemers nog zorgbehoevenden noch de minister, die momenteel weet hoe we dat zullen waarborgen. Niemand weet hoe we de borg van de zorg zullen doen. Vóór de beslissing moeten we overleg plegen en een kader afbakenen, niet na de beslissing. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Dit is, om het zacht uit te drukken, slordig werk. Nog op het moment zelf dat het werd bekendgemaakt, kwam er op Twitter – op Twitter begot – een reactie: ‘Wat met mantelzorgers voor mensen met een handicap?’ De federale minister antwoordde op Twitter: ‘We zetten die mee op de lijst.’ Dat is de manier waarop dit beleidsonderdeel wordt gemaakt. Nu dreigen er in de zorg een aantal heel belangrijke aspecten verloren te gaan want tegelijkertijd zitten er ook een aantal zaken in die echt nodig zijn. Bijvoorbeeld de sportcoaches waren hiervoor vragende partij. Nu krijgen we een situatie waarin alles op een hoopje wordt gegooid en waarin alles fout komt.

Minister, we hebben symmetrische regeringen: dezelfde partijen zitten in de Vlaamse en in de Federale Regering. Ga samen rond de tafel zitten. Maak samen een voorstel dat steekhoudt en onderbouwd is, waarmee we aan de slag kunnen. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Ik wil graag eens de nadruk leggen op de mogelijkheden van het onbelast bijklussen. In de sector van mensen met een beperking zien we dat heel wat mensen een beroep doen op een persoonlijke assistent. En door dat onbelast bijklussen zijn er toch een aantal jobs die mensen kunnen uitvoeren. We denken dan bijvoorbeeld aan de ondersteuning bij het gaan zwemmen, bij het op uitstap gaan, bij verplaatsingen die worden gemaakt. Dat kan een win-winsituatie zijn, zowel voor de persoon die kan bijklussen en netto bijverdient, als voor de mensen met een beperking, want zij kunnen met hun zorgbudget veel meer zorg inkopen.

Minister, gaat u de taken die ik net heb opgenoemd, mee betrekken bij het onbelast bijklussen, zodat die mensen die taken kunnen gaan uitvoeren?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik kan u volledig bijtreden. U hebt al in de commissie gezegd dat er heel wat opportuniteiten zijn met dit systeem. We hebben het de afgelopen weken ook al over de eenzaamheid in de woonzorgcentra gehad. Dan heb ik het nog niet over de ouderen in een thuissituatie. Ook daar doet zich een opportuniteit voor. Als mensen denken dat psychologen en psychiaters dat allemaal in hun eentje zullen oplossen, dan dwalen ze. We moeten hier vooral focussen op de opportuniteiten die zich in dit systeem aandienen. Minister, welke opportuniteiten werden al in kaart gebracht?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb al in de commissie gezegd dat we aan het bekijken zijn wat de impact is en hoe we dit met onze bestaande regelgeving moeten toetsen. Tot welke conclusies leidt dat? Men moet mij niet kwalijk nemen dat ik mij hoed voor al te formele uitspraken. Ik moet er eerst zeker van zijn dat de regelgeving, zoals ze zich nu voordoet, definitief is. We kunnen natuurlijk heel wat zaken in beweging zetten, maar als blijkt dat er in de tekst nog zaken bewegen, moet je daar met een zekere voorzichtigheid over spreken.

Ik heb u mijn benadering wel al gegeven. De federale tekst bevat uitdrukkelijke verwijzingen naar de gemeenschapsbevoegdheden. Voor de zorg wordt ook duidelijk aangegeven dat de specifieke taken die daar worden benoemd, onderhevig zijn aan de kwaliteitsvereisten die er zouden zijn als ze door professionelen zouden worden uitgevoerd. Er is een verschuiving in de tijd. Dat geeft ons wat meer ruimte om dat te bekijken en om met de sectoren de effecten te bespreken.

Collega’s, ik ben niet blind voor een aantal risico’s, maar er zitten uiteraard ook opportuniteiten in. Op een ogenblik dat we in Vlaanderen staan voor een enorme toevloed van nieuwe zorgvragen, wij de vermaatschappelijking van de zorg prediken, en persoonsvolgende financieringssystemen invoeren, is het toch de boodschap, denk ik, dat je dat probeert te bekijken binnen een kader dat op een ander niveau tot stand komt en waarvan ik alleen maar kan zeggen dat ik bevestig dat we bij herhaling werden uitgenodigd om daarover te overleggen, onze vragen te stellen en onze suggesties te geven.

Dan is het op zo’n moment boodschap om daar op zo’n manier naar te kijken dat we daar het beste van kunnen maken. Dat wil niet zeggen: blind voor de risico’s of de bezorgdheden, integendeel. Maar ernaar staan te kijken en het maar laten gebeuren en er niet zelf mee de dialoog rond voeren met de sectoren, lijkt mij zeker geen goede houding. Ik ben van plan om die impactanalyse met de administratie te finaliseren op het ogenblik dat we zeker zijn waarover we spreken en dat de teksten definitief zijn, of minstens verondersteld kunnen worden definitief te zijn. En dan zullen wij uiteraard ook met alle sectoren overleggen en zullen we ook aan onze regering onze visie geven op de vraag wat de toepassing van de huidige regelgeving betekent en waar zo nodig bijgestuurd moet worden.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Het akkoord rond de zogenaamde 500 euro onbelast bijverdienen biedt een aantal kansen en brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Die kansen bestaan erin de levenskwaliteit van de Vlamingen en de Brusselaars te verbeteren. Wat betreft de uitdagingen, ben ik blij dat u samen met de federale collega’s aan tafel zit, en dat die ook niet alles meteen in steen gebeiteld hebben, maar openstaan voor bezorgdheden van de gemeenschappen, die voor een hele set aan voorschriften en kwaliteitsnormen bevoegd zijn. In die zin ben ik heel blij dat die voorschriften van kwaliteit letterlijk zullen worden opgenomen in de federale wetgeving. Ik denk dat dit ook niet het einde is van het verhaal en dat we nog wel een aantal vragen over dit thema kunnen verwachten. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.