U bent hier

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, deze vraag heeft een actuele aanleiding, maar is eigenlijk een oud zeer. In de jeugdzorg is er al vele jaren een probleem van te weinig plaats voor jongeren en te weinig personeel om hen op een goede manier op te vangen.

Bovenop dat probleem dat u al lang kent en waar veel te weinig aan gebeurt, is er nog iets extra gebeurd. U hebt beslist om 20 plaatsen voor jongens te schrappen en in de plaats 18 meisjes een plek te geven in Mol. U hebt de directie daarvan ingelicht twee dagen voor u die beslissing nam. U hebt hen niet au sérieux genomen en u hebt hun niet gevraagd wat ze ervan dachten en wat er nodig was om dit te doen slagen. U hebt het hun simpelweg meegedeeld.

Het is dan ook niet te verbazen dat het personeel algauw heeft laten merken dat het water hun aan de lippen stond. Het lukte hen niet om met de middelen die ze hebben gekregen en de gebrekkige tijd die ze hebben gehad, zich voor te bereiden om die meisjes goed op te vangen. Twee maanden geleden hebben zij u een eerste signaal gegeven, een duidelijk signaal waarop u niet hebt gereageerd. Opnieuw, voor de tweede keer hebt u hen niet serieus genomen. Ja, de administratie heeft een delegatie uit Mol ontvangen, heeft gezegd dat ze het probleem begrijpt, dat ze het zou voorleggen aan de minister en dat ze zijn antwoord nog zou overmaken. Maar er kwam geen antwoord.

Nu, twee maanden later, is er een nieuwe actie waarbij diezelfde mensen tegenover u dezelfde noodkreet slaken en opnieuw vragen om hen alstublieft de middelen en de mensen te geven om te doen wat ze moeten doen. Ze willen het graag doen. Ze willen dag en nacht werken voor die jongeren, maar vraag van hen niet het onmogelijke.

Zult u hen deze derde keer wel serieus nemen? Zult u werkelijk overleggen en echt met een antwoord komen? (Applaus bij sp.a)

De heer Parys heeft het woord.

Minister, we staan achter de beslissing om achttien plaatsen te creëren voor meisjes in Antwerpen. Het is belangrijk dat meisjes die worden opgesloten in een gemeenschapsinstelling niet van Limburg naar Beernem moeten gaan. Dat is goed.

Maar, minister, de manier waarop dit is aangepakt, roept hele grote vragen op. Ik citeer uit de open brief die het voltallige personeel van de gemeenschapsinstelling u stuurde: “De realiteit is, mijnheer de minister, dat u meer problemen hebt gecreëerd dan u er hebt opgelost.”

Wat zijn de feiten? Een jaar na de beslissing is er nog steeds geen prikkelarme ruimte voor meisjes. Straffer nog, ze zijn van zes naar vier gegaan. Een jaar na de beslissing zijn er nog steeds geen gescheiden douches voor jongens en meisjes in de onderwijsinstelling. Er is niet in veiligheidsdeuren geïnvesteerd. En slachtoffers van tienerpooiers zitten samen in één instelling met tienerpooiers. Kunt u de kat nog dichter bij de melk zetten?

Het resultaat is dat het aantal agressie-incidenten is toegenomen. De voorbije 2 maanden tekenden de meisjes voor de helft van de incidenten, terwijl ze maar 18 van de 56 residenten uitmaken. Het ziekteverzuim piekt. Er is personeel dat afhaakt en er zijn werkonderbrekingen. Terwijl de regionale spreiding voor de meisjes is verbeterd, is die voor de jongens daardoor verslechterd.

Hoe is dit in godsnaam zover kunnen komen?

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

De theorie is goed: meisjes uit Antwerpen of Limburg die naar een gemeenschapsinstelling moeten, moeten voortaan niet helemaal naar West-Vlaanderen om opvang te hebben.

In de praktijk worden in de Kempen geen bijkomende plaatsen gecreëerd, maar gaan de plaatsen voor meisjes ten koste van de plaatsen voor jongens. Het gevolg is dat er te weinig plaats is voor de jongens. Die plaatsen zaten al vol. De jongens moeten dan naar Everberg, waar het ook vol zit. Het probleem wordt gewoon verschoven.

Het effect is dat de jongens die nog wel blijven en die vroeger in functie van hun noden in verschillende opvangsystemen zaten, nu noodgedwongen moeten samenzitten. Volgens het personeel gaat dat niet. We zetten nu jongens samen die niet in één groep horen te zitten.

Ook met betrekking tot de meisjes is er een probleem. Die heel kwetsbare meisjes hebben een specifiek profiel. Ze komen uit zeer verontrustende situaties. Soms zijn ze uit een netwerk van tienerpooiers geplukt. Nu komen ze terecht in een setting waarop het personeel niet is voorzien. Het personeel heeft zelf verklaard niet de opleiding te hebben gekregen of de expertise te hebben om hiermee aan de slag te gaan.

Minister, u hebt een open brief gekregen. Ik wil daar even naar verwijzen. De realiteit is dat u door een probleem op te lossen meer problemen hebt gecreëerd. Tot twee dagen voor de beslissing was de directie niet eens op de hoogte van de omvorming. Ze wisten daar op het terrein niets van, laat staan dat ze inbreng hebben gehad. Ze hebben signalen gegeven: “Er was een spoedoverleg in november, maar sindsdien hebben we niets meer vernomen.”

Dit is geen goed beleid. In de praktijk geven we die heel kwetsbare jongeren niet de zorg die ze nodig hebben. Mijn vraag is dan ook zeer eenvoudig. Wat zult u doen om de omvorming van de gemeenschapsinstelling tot een succes te maken voor het personeel, maar zeker ook voor de kwetsbare jongeren?

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit me aan bij de sprekers die het een goede zaak vinden dat meisjes in de gemeenschapsinstelling in Mol terechtkunnen. Zoals al eerder is gesteld, zijn er al eerder problemen in die gemeenschapsinstelling geweest. Een van die problemen is de moeilijke uitstroom naar de gewone instellingen in de bijzondere jeugdzorg. Er zaten op dat ogenblik ook veel meisjes en jongens. Er komen veel slachtoffers met complexe problematieken terecht. Het personeel is daar niet altijd voor opgeleid.

Nu komt daar nog een bijkomend probleem bij. Het is niet ondenkbaar dat er meisjes terechtkomen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel grensoverschrijdend gedrag en die misschien in prostitutienetwerken hebben gezeten. Zij kunnen daar eigenlijk in aanraking komen met jongens die zelf daders zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat is natuurlijk geen gemakkelijke zaak.

Minister, welke concrete maatregelen hebt u genomen om te vermijden dat die daders en die slachtoffers met elkaar in aanraking komen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, ik zal misschien een paar zaken op een rijtje zetten. Het klopt uiteraard dat de open brief is toegekomen. We hebben vorige week de afspraak gemaakt om hier morgen overleg over te plegen. De signalen en de bezorgdheden moeten uiteraard bespreekbaar zijn. We zullen morgen trachten hierover goede afspraken te maken. We zullen zeer pragmatisch en praktisch punt per punt bekijken welke zaken de mensen naar voren brengen.

Ik wil toch iets nuanceren. Volgens mij zijn een aantal zaken die hier zijn vermeld niet helemaal correct. We gaan al een tijdje na hoe we de capaciteit van onze gemeenschapsinstellingen kunnen vergroten. Wat de doelgroep betreft, gaat het dan zowel om jongens als om meisjes. Tussen 2007 en 2017 is de capaciteit van de gemeenschapsinstellingen ten gevolge van opeenvolgende investeringen met iets minder dan honderd plaatsen vergroot. Wat de capaciteitsuitbreiding betreft, hebben we een belangrijke oefening gemaakt.

We hebben echter ook vastgesteld dat er meer nood is aan een gesloten setting voor de doelgroep van de meisjes. Bijgevolg is hier tijdens de vergroting van de capaciteit aandacht aan besteed. Het is juist dat een gedeelte van de capaciteit is omgebouwd om aan die stijgende nood aan gesloten opvangmogelijkheden voor meisjes te kunnen tegemoetkomen. Tegelijkertijd is het ook belangrijk, zoals daarnet is vermeld, dat we zorgen voor een betere aanpak van de afstanden. Het is echt geen goede zaak 150 kilometer te moeten rijden om een meisje uit Limburg in een gemeenschapsinstelling te plaatsen. Dus er was ook absoluut vraag om ook een inspanning te doen voor de capaciteit in de regio Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant.

Al die zaken zijn op de tafel gekomen. Het is uiteraard niet zo dat ik beslis op een blauwe maandag wat ik zal doen. Dat is allemaal uitvoerig bestudeerd en bekeken door het agentschap. Toen eind februari 2017 duidelijk was dat we die optie konden nemen, is het overleg gestart en kon men ter plaatse beginnen met de voorbereidingen. Er is in de loop van de maand maart over gecommuniceerd, het is op de website gekomen, er is een transitieplan gemaakt en er zijn een aantal schikkingen getroffen. Zo is het aantal personeelsleden tijdelijk verhoogd met 2,5 voltijdse equivalenten om die transitie mogelijk te maken. Al die zaken moesten helpen voor de implementatie in de praktijk.

Voetnoot: er is in Mol al een time-outafdeling voor meisjes. Het is dus niet zo dat er nog geen meisjes op de campus verblijven, maar dit is natuurlijk wel een ander type setting. Voor de time-outcapaciteit is er ook in Mol een voorziening.

We gaan uiteraard luisteren naar de signalen van het personeel op het terrein, en die ernstig nemen. Naast de problematiek van de organisatie in Mol zelf zie ik echter in de brief en in een aantal van de vragen een aantal andere bezorgdheden die ik zelf onderschrijf. Een van de grote kwesties voor ons is dat de doorstroming uit onze gemeenschapsinstellingen nog moet kunnen verbeteren. We hebben daar al heel wat werk in gestoken, er is ook al heel wat verbeterd, maar we nemen toch nog extra initiatieven op dat vlak. Naar aanleiding van de problematiek van de slachtoffers van de tienerpooiers is er intussen ook in het private aanbod voor meisjes opnieuw een capaciteit gecreëerd. Ook dat vraagt heel wat middelen. We hebben ook een zeventigtal trajecten gefinancierd, ook voor meisjes, om die uitstroom uit onze gemeenschapsinstellingen sneller te kunnen realiseren. Ook dat zal tijdens de volgende maanden operationeel zijn. Dat is belangrijk omdat het helpt de druk op onze gemeenschapsinstellingen op te vangen en omdat het kwaliteit en continuïteit in de opvolging levert.

Ik neem aan dat u ook weet dat de vraag naar meer mogelijkheden om ook vanuit de gemeenschapsinstellingen jongeren met complexe zorgvragen kwaliteitsvol te kunnen laten doorstromen naar een aangepaste opvang – wij noemen dat de opvang voor jongeren met een gedrags- en emotionele stoornis (GES) – wordt beantwoord. Wij gaan de capaciteit in de loop van dit jaar drastisch opvoeren. Het zal gaan over een verhoging met bijna vijftig plaatsen: dat is een capaciteitsverhoging met 70 procent voor deze GES+-jongeren. Ook dat moet helpen om een antwoord te bieden op de vragen van onze medewerkers in de gemeenschapsinstellingen naar meer perspectief voor die jongeren die daar met heel complexe problemen verblijven maar die beter zouden terechtkomen in een aangepaste setting.

Tot slot gaan we met een nieuwe capaciteit van start wanneer het gaat over jongvolwassenen. Het gaat dan over een extra capaciteitsondersteuning in het beschut wonen voor jongvolwassenen met psychische problemen maar ook over extra woongelegenheden om ervoor te zorgen dat de doorstroom van die jongvolwassenen die een plek moeten zoeken, beter verloopt. Dat moet goed zijn voor een capaciteitsuitbreiding van zeventig plaatsen in Vlaanderen.

Kortom, er zal de volgende maanden een enorm pakket aan uitbreidingsmaatregelen voelbaar zijn op het terrein, en dat is een goede zaak. Wij zullen uiteraard met de medewerkers en met de verantwoordelijken van het agentschap bekijken welke problemen zich nog voordoen op de campus en ervoor zorgen dat die omschakeling, die eigenlijk een heel goede zaak is, zo goed mogelijk verloopt. (Applaus bij CD&V)

Minister, u zegt dat er deze keer echt overleg komt, en ik ben blij om dat te horen, maar ik krijg toch opnieuw het gevoel, en dat is een gevoel dat ook heel sterk heerst in de sector, dat u op papier de dingen wel wilt proberen te doen kloppen, maar dat het heel moeilijk is voor u om te weten hoe het er op de werkvloer echt aan toe gaat. En dus zou het goed zijn indien u en een aantal mensen uit uw administratie bereid zouden zijn om eens een week mee te draaien.

Misschien moet u daar gewoon eens een week naartoe gaan. Misschien moet u eens met die hulpverleners ter plaatse doen wat zij doen, om te kijken en te leren, en aan den lijve te ondervinden welke regels, welke inspanningen die wij en u ons hier vanuit Brussel getroosten, werken en welke niet. Ik heb immers heel sterk het gevoel dat zij denken dat u echt niet weet hoe het er in de praktijk aan toegaat. Ik hoop dat u een inspanning wilt doen om dat zelf ook eens mee te maken, om dat met hen te gaan doen. (Applaus bij sp.a)

Minister, ik moet eerlijk zeggen dat ik niet helemaal volg wat uw antwoord betreft. U zegt dat u een heel aantal dingen aan het doen bent, dat u wel overleg hebt gepleegd en dat u al lang bezig bent met het omvormen van die plaatsen naar plaatsen voor meisjes. Ik heb u in juni 2015 hier gevraagd hoe dat zat. U hebt toen gezegd dat er een masterplan voor de gemeenschapsinstellingen zou komen. U hebt in juli 2015 een beslissing laten goedkeuren door de Vlaamse Regering. Er zou onder andere een architectuurstudie komen, om ervoor te zorgen dat die meisjesplaatsen waarover we het nu hebben, daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd.

Vandaag, drie jaar later, staan wij hier en is mijn vraag aan u: waarom was daar niet in een prikkelarme ruimte voorzien voor die meisjes? Wanneer komt die er nu? Waarom zijn er nu minder ruimtes dan voordien om jongeren af te zonderen wanneer ze het moeilijk hebben? Waarom zijn er nog altijd geen gescheiden douches? Waarom was er geen budget om een extra onderwijsinrichting in te richten? Minister, wanneer gaan we die verandering echt kunnen zien? Is er eigenlijk wel zo’n plan, zoals u hebt beloofd, en als dat er is, mag dit parlement daar dan inzage in hebben? (Applaus bij de N-VA)

Dit is uitvoerig besproken, zegt u. Er is overleg geweest. Dat is wat ik u hoor zeggen. Wat ik op het terrein hoor, is dan men twee dagen op voorhand is verwittigd van de beslissing en dat men geen reactie heeft gekregen na het spoedoverleg dat er is geweest.

U zegt dat er morgen een overleg is gepland. Dat is waar, maar dat overleg ging oorspronkelijk niet hierover. Dat ging over consulenten, maar dat terzijde, het is goed dat er morgen een overleg is. De vraag is echter vooral wat u daar gaat antwoorden. Er liggen immers 21 vragen op tafel, 21 heel concrete vragen. Op een van die vragen bent u net ingegaan: hoe gaan we de doorstroming kunnen doen, hoe gaan we ervoor kunnen zorgen dat de jongeren sneller kunnen uitstromen? U maakt zich sterk – zoals u zich hier al vaak sterk hebt gemaakt, maar dat niet uit de praktijk is gebleken – dat er nieuwe plaatsen zullen komen, dat het allemaal goed komt. Er zijn andere vragen, bijvoorbeeld of er een samenwerking zal komen met de psychiatrie, wat ze ook al heel lang vragen, of er een betere omkadering zal komen, zodat ze betere zorg kunnen geven, of er een aanpassing van hun capaciteit komt. Een belangrijke vraag is of er eindelijk een aparte, volwaardige campus komt voor meisjes in de Kempen. Dat laatste is immers een vraag die al sinds 2007 meegaat. Iedereen ging ervan uit dat het niet de vraag was of die campus er zou komen, maar wanneer en waar die er komt. Minister, wat gaat u morgen antwoorden? (Applaus bij Groen)

Minister, ik denk dat wij inderdaad moeten zeggen dat deze regering investeert en in budgetten voorziet. U hebt verwezen naar de GES+-jongeren, de jongeren die met complexe, moeilijke problematieken worden geconfronteerd. Daar wordt inderdaad geld voor vrijgemaakt. Hier zitten we echter toch met een heel concrete situatie van meisjes die soms in een prostitutienetwerk hebben gezeten, die slachtoffer zijn geweest van tienerpooiers en die nu, omdat ze in een setting terechtkomen, in aanraking komen met daders. Misschien zijn dat niet meteen de tienerpooiers, maar dikwijls ook wel daders die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen.

Minister, daarom herhaal ik mijn concrete vraag: welke maatregelen worden genomen om te vermijden dat die slachtoffers in aanraking komen met de daders van grensoverschrijdend seksueel gedrag, om te vermijden dat die slachtoffers nog verder in de miserie, in de problemen komen in plaats van te worden geholpen?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, in het rapport Binnen(ste)buiten van het Kinderrechtencommissariaat werd er enkele jaren geleden al op gewezen dat het nodig is dat een jongere, wanneer hij wordt geplaatst, zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats wordt geplaatst. Dat is onder meer van belang voor bezoekregelingen, maar ook voor de re-integratie nadien. In dat kader rees dan dadelijk de nood aan plaatsen voor meisjes, voor jongeren uit onder meer Limburg en Antwerpen.

Wij zijn alleszins tevreden dat er heel wat uitbreidingen zijn gekomen de voorbije jaren, in totaal bijna honderd extra plaatsen, waaronder ook heel wat voor meisjes.

Vanzelfsprekend is bij die omvorming en die uitbreiding aandacht nodig voor de manier waarop die uitbreiding wordt geïmplementeerd. Ik denk dat er al heel wat is geïnvesteerd – de minister heeft er ook al naar verwezen –, maar dat moet natuurlijk worden voortgezet.

Minister, mijn vraag aan u is om verder te overleggen met directie en vakbonden zodat die uitbreiding in goede banen wordt geleid, zowel ten voordele van de jongeren als van de medewerkers die er elke dag met grote inzet werken, om nadien dan ook te monitoren of die implementatie goed verloopt en of die nieuwe plaatsen hun doel bereiken.

Minister Jo Vandeurzen

Zoals gezegd, denk ik dat het evident is dat we morgen ook luisteren en ook de zeer concrete vragen beluisteren. U zult het mij niet kwalijk nemen, maar het is natuurlijk ook belangrijk dat het agentschap en de directies daarin ook hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Het is niet de bedoeling dat alle overleg over de hele praktische implementatie op het niveau van het kabinet moet gebeuren, integendeel. Het is net de bedoeling dat wij iedereen ertoe aanzetten om heel constructief en op een open manier samen te werken, inderdaad mevrouw Van den Bossche, vanuit de concrete ervaringen en mogelijkheden op het terrein.

Mijnheer Parys, we hebben al maatregelen genomen – trouwens op uw vraag – voor leefgroepen waar jongeren met een complexe problematiek verblijven. We hebben de personeelsomkadering aangepast. We laten minder jongeren naar die leefgroepen toestromen, met behoud van de omkadering, zodat er meer draagkracht kan worden georganiseerd. Er zijn wel degelijk dingen gebeurd. Het gevoel van ‘er wordt vergaderd maar er worden geen afspraken uitgevoerd’ moet ik echt wel betwisten. We proberen echt concreet uit te voeren wat we naar aanleiding van zo'n overleg hebben afgesproken.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik het transitieplan heb gezien. Ik zeg niet dat dat het meest perfecte plan is, maar zeggen dat het twee dagen op voorhand plotseling realiteit is geworden, is niet juist. Ik heb het communicatieplan en -traject hier voor me liggen. 14 maart: communicatie van de directie aan alle personeelsleden met uitleg en link naar alle info en presentatie. 31 maart: infovergadering voor de leidinggevenden. 28 april: mailopstart, uitleg over personeelsbevraging rond voorkeur en interesse voor toekomstige leefgroepen. 15 mei: mail aan alle personeelsleden over de stand van zaken en uitnodiging voor een drietal infomomenten. Ik zie dat men die concertaties toch wel degelijk heeft georganiseerd.

Ik ga uiteraard niet beweren dat het allemaal zomaar loopt. Uiteraard zijn er afspraken over wie wanneer op een plein buiten is en hoe de looptrajecten zijn zodat men confrontaties daardoor niet organiseert of minstens zo weinig mogelijk organiseert. Ik ga morgen luisteren naar de mensen die die bezorgdheid aanbrengen. We zullen dan afspraken maken over hoe we die punten dan stelselmatig aanpakken. Het zal natuurlijk de taak van het agentschap en de directie zijn om na te gaan hoe we de dingen die naar voren worden gebracht, ook praktisch kunnen oplossen.    

Minister, u zegt dat er overleg is geweest, maar het overleg kwam er na de beslissing. Mensen serieus nemen, betekent dat je voor je de beslissing neemt, met hen praat over de omstandigheden die nodig zijn opdat die beslissing kan slagen. Wij vragen als overheid heel veel van hulpverleners. Ik vind niet dat wij als overheid doen wat wij zouden moeten doen om hun een werkelijke kans te geven hun job naar behoren uit te oefenen. Wat zij vragen, is overleg vooraleer iets wordt beslist, zodat u hen kunt horen, zodat u kunt meenemen wat men op het terrein aanvoelt wat nodig is.

Nogmaals, ga zelf eens op het terrein staan, ondervindt het aan den lijve. Maar je kunt maar één van die twee doen: ofwel gelooft u hen, neemt u hen serieus en betrekt u hen bij uw beleid, ofwel gaat u het zelf doen en ziet u wat er nodig is. Maar u kunt niet van op die afstand en met zo'n houding denken een juiste beslissing te nemen voor die sector. Op die manier gaat het niet lukken, minister Vandeurzen. Ik roep u op om een andere aanpak te hanteren. (Applaus bij sp.a)

Minister, ik heb een dochter van drie. Soms zegt ze tegen mij: ‘Maar papa, dat dúúrt veel te lang.’ En eerlijk gezegd, minister, dat is ook een beetje het gevoel waarmee ik hier vandaag staat. We zeggen dat we iets zullen doen aan die GES+-jongeren. Maar vandaag moet ik, als ik met het personeel spreek, concluderen dat er jongeren met een gedrags- en emotionele stoornis geplaatst zijn in een gemeenschapsinstelling, in principe voor drie maanden, en dat ze daar anderhalf jaar moeten zitten vooraleer ze kunnen doorstromen naar een plaats in de gehandicaptenzorg.

Hetzelfde geldt voor de vervolghulp. Dat is een heel mooi idee, dat, als je volwassen, jongvolwassen wordt, de leeftijd van 18 jaar bereikt, er continuïteit van hulpverlening is. Vandaag zit er iemand thuis die geweld heeft gepleegd op zijn jongere zusje en op zijn moeder. Hij moest uit de gemeenschapsinstelling worden ontslagen omdat hij 18 jaar was. Er was geen andere plek of andere hulpverlening voor hem. Er zijn twee andere jongens die in de gemeenschapsinstelling zitten, binnenkort 18 jaar worden en waarvoor er ook geen vervolg is. Minister, kunt u sneller werk maken van al die maatregelen die u voorstelt? (Applaus bij de N-VA)

Ik hoop dat de mensen die zeggen dat het te traag gaat – een mening die ik deel – de volgende keer niet zullen tegenstemmen als we een budgetverhoging vragen voor deze sector. Want, collega's, hoe vaak moeten we hier nog staan? Hoeveel alarmkreten zijn er nog nodig? Hoe vaak moeten kranten uitpakken met schrijnende verhalen voor het grondig verandert? Want, of het nu gaat over meisjes die in de cel overnachten omdat er geen plaats is in de psychiatrie, of het nu gaat over jongeren die voor hun kerstvakantie van de ene kant van het land naar de andere kant van het land worden gebracht om zo toch maar onderdak te krijgen, of het nu gaat over pleegouders of vrijwilligers die soms gedurende maanden jongeren opvangen omdat ze niet kunnen aanzien dat ze eventueel op straat zouden belanden, altijd komen we bij hetzelfde probleem terecht: er is plaats tekort, alles zit stamp-, stampvol.

En als we daar iets aan willen doen, dan moet u meer plaatsen maken. Wij hebben super goede, super gemotiveerde werkers op het terrein. Het zijn mensen die aan de slag willen gaan. Minister, zorg ervoor dat zij hun werk kunnen doen. Zorg ervoor dat zij niet bezig zijn met kinderen noodgedwongen een dak boven het hoofd te geven, maar dat zij echt te gronde kunnen werken. Beloof geen plaatsen bij iedere brand, maar creëer die plaatsen en zorg ervoor dat we op het terrein het verschil merken. (Applaus bij Groen)

Minister, ik hoop inderdaad dat tijdens het overleg van morgen die hulpkreten van het personeel ernstig worden genomen. Ik ben er ook van overtuigd dat dat zal gebeuren.

Maar als ik in de media lees dat daders en slachtoffers, vaak heel zwaar getraumatiseerde meisjes, samen aan de afwas staan, dan denk ik dat er een probleem is en dat daar ook aandacht voor moet zijn tijdens het overleg dat u morgen zult voeren. Inderdaad, het personeel moet een hart onder de riem worden gestoken, die mensen moeten met concrete maatregelen eindelijk eens weten wat er zal gebeuren opdat ze op een goede manier kunnen werken. Maar vooral, minister, vraag ik graag aandacht voor de getraumatiseerde slachtoffers, zodat zij toch niet moeten worden geconfronteerd met daders van seksueel grensoverschrijdend geweld, waardoor de problematiek alleen maar langer aansleept.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.