U bent hier

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, we hebben voor het eerst een officiële evaluatie van het M-decreet door uw eigen administratie, het departement Onderwijs. Die officiële evaluatie bevestigt de noodkreten die wij, minister, maar die u ongetwijfeld ook in grote getallen in uw mailbox krijgt, de signalen die u krijgt van het veld, namelijk dat het met het nieuwe ondersteuningsmodel absoluut niet zo goed gaat.

Wat zegt het rapport? Het ondersteuningsmodel is met een rotvaart ingevoerd. In juni werd het decreet goedgekeurd, in september moesten ondersteuningsnetwerken opgestart zijn, moesten ondersteuners aangeworven zijn, moesten zorgnoden in kaart gebracht zijn. Dat was een onmenselijke opdracht voor het onderwijsveld, voor scholen, voor directies en leerkrachten. Nu zien we het resultaat. Er is chaos op het veld en het rapport stelt zwart op wit dat er heel wat meer ondersteuningsvragen zijn en dat die niet kunnen worden beantwoord. Dat betekent dat kinderen zonder ondersteuning worden teruggestuurd naar het buitengewoon onderwijs, dat andere kinderen die beter zouden gedijen in het buitengewoon onderwijs, in het gewoon onderwijs blijven zitten. Dus niet elk kind heeft recht op de ondersteuning waar het nood aan heeft.

Bovendien is de opdracht voor leerkrachten loodzwaar en onduidelijk. Ook dat staat in het rapport. De functie voor ondersteuners is niet duidelijk. Mogen ze kinderen nog individueel ondersteunen of moeten ze alleen klasondersteunend werken? Er zijn geen middelen gepland voor materiaal. Heel wat ondersteuners kopen hun materiaal zelf.

Minister, het officiële rapport van uw administratie, het eerste evaluatierapport zegt dus dat er heel wat problemen zijn. Welke conclusies zult u trekken uit dat rapport? Wat bent u van plan te doen om aan die pijnpunten te remediëren?

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, de context is geschetst door mevrouw Meuleman. Het is echt belangrijk dat we in dit dossier niet polariseren, maar kijken naar de noden in ons onderwijs. Het M-decreet heeft een kamerbreed draagvlak: we willen meer evolueren naar inclusief onderwijs. Dat betekent voor de sp.a-fractie dat we maximaal kinderen ondersteunen in het gewoon onderwijs waar dat kan, en dat kinderen die daar niet worden ondersteund, een plek vinden in het buitengewoon onderwijs.

We hebben dan ook heel lang gediscussieerd over hoe we dat nu het best zouden implementeren. Collega Meuleman heeft gelijk als ze zegt dat we dit op 1 september holderdebolder hebben ingevoerd. Heel veel mensen, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, hebben gewaarschuwd dat dit niet de juiste methodiek was. Dat gebeurt vandaag, vijf maanden na de invoering, maar dat gebeurde ook al twee maanden na de invoering en ook al in september, toen ik u interpelleerde dat de noden zeer groot zijn.

Niet elk kind in het gewoon onderwijs krijgt vandaag de ondersteuning op maat waar hij of zij recht op heeft. Leerkrachten die zich vandaag in de ondersteuningsteams hebben geëngageerd, hebben ook niet altijd de competenties om leerkrachten in het gewoon onderwijs te ondersteunen. Vandaag moeten we inderdaad vaststellen dat die zorgondersteuningsnetwerken waar deze regering voor koos, zorg moesten bieden voor leerlingen, en leerkrachten moesten begeleiden, maar dat er twee zaken niet gebeuren: zorg voor leerkrachten en ondersteuning voor leerlingen.

Minister, hoe gaat u dat verbeteren? De noodkreet is terecht en ook zeer luid, en bij momenten zeer emotioneel. Dat moet u aan het hart gaan. (Applaus bij sp.a)

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, nieuwjaar ligt nog maar vlak achter ons en traditioneel, toch in mijn familie, wordt er al eens over onderwijs gesproken. Op zo'n nieuwjaarsfeestje wil dat meestal zeggen dat op een bepaald moment de wegen van onderwijsmensen en niet-onderwijsmensen scheiden, behalve als het over één onderwerp gaat – ik denk dat ieder van jullie daarmee geconfronteerd is geworden –, namelijk het M-decreet.

Zowel leerkrachten als ouders van kinderen met een leerprobleem, met extra leerbehoeften, met extra onderwijsbehoeften, maar ook de ouders van de andere kinderen in die klas, worstelen met het M-decreet, en stellen zich vragen: hoe kunnen we er nu voor zorgen dat zowel de leerkrachten als de leerlingen die ondersteuning nodig hebben, als die andere leerlingen, want dat zijn ook niet allemaal de topprimussen waar het allemaal vlotjes gaat, dat dat overeind blijft? Hoe kunnen we daarvoor zorgen?

Bij de invoering van het M-decreet was er niet zoiets als een ondersteuningsnetwerk. Dat was er niet. Er was een M-decreet, maar er was geen ondersteuningsnetwerk. Met deze meerderheid hebben we inderdaad het ondersteuningsnetwerk in het leven geroepen. Daar is heel veel overleg aan vooraf gegaan, voor het ingevoerd werd.

Vanuit onze fractie hebben we ook geregeld kritische vragen gesteld: gaat dit nu de oplossing zijn? Gaat dit nu bieden wat wij als N-VA altijd naar voren hebben geschoven, namelijk gewoon onderwijs als het kan, met de nodige ondersteuning, en buitengewoon onderwijs als het nodig is?

We hebben in het verleden een aantal signalen daarover ontvangen, maar nu is er ook een rapport vanuit uw administratie en uw kabinet, waarin een aantal heel concrete problemen naar voren komen, problemen die verbonden zijn aan de regio. Afhankelijk van de regio waarin je woont, heb je meer kans op ondersteuning dan in andere regio’s. Of de expertise van degene die je komt ondersteunen, sluit niet aan bij de nood die het kind heeft.

Minister, hoe gaat u op korte termijn ingrijpen om een aantal van die vaststellingen rond ondersteuningsnetwerken weg te werken, zodat het optimaal kan werken voor leerling, leerkracht en medeleerling?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Bedankt voor deze vragen, collega’s. Het is zoals collega Daniëls daarnet gesteld heeft: we hebben een paar jaar geleden de keuze gemaakt over hoe we in ons onderwijs met inclusie zullen omgaan. De keuze die we gemaakt hebben, collega Gennez, kunnen we vandaag in vraag stellen, en ik ben zeker bereid om daar niet rond te polariseren, want geen enkel kind, geen enkele ondersteuner en geen enkele leerkracht verdient dat. De keuze die we daarin gemaakt hebben, is een zeer duidelijke. Ons buitengewoon onderwijs, collega’s, blijft bestaan, samen met het gewone onderwijs. Het is de bedoeling dat die kinderen voor wie het buitengewoon onderwijs de beste oplossing is, ernaartoe kunnen gaan. We hebben zelfs een nieuw type in het leven geroepen, het type 9, voor kinderen met autismespectrumstoornissen. We hebben ook gezegd dat kinderen die school kunnen lopen in het gewone onderwijs, ook al hebben ze een ondersteuningsnood, ondersteuning moeten krijgen.

Maar inderdaad, op het ogenblik dat het M-decreet werd ingevoerd, bestond er nog niets. We moesten gaan kijken hoe we dat zouden aanpakken. Gedurende twee jaar, collega’s, hebben we gewerkt met waarborgteams. Dat betekende dat sommige scholen in Vlaanderen wel ondersteuners hadden en andere scholen niet – een zeer unfaire situatie. Die waarborgteams hadden ook tot gevolg dat bepaalde jongeren niets kregen aan ondersteuning, bijvoorbeeld kleuters met het syndroom van Down. Dat is een hele rel geweest in de media. Bijvoorbeeld ook kinderen met gedragsstoornissen: die lopen school in het gewone onderwijs, nul euro ondersteuning.

We hebben samen met het veld de keuze gemaakt om te werken met een nieuw model, een nieuw type, namelijk ondersteuningsteams die naar scholen gaan, gestuurd vanuit het buitengewoon onderwijs, omdat daar de grootste expertise zit, maar bevolkt door leerkrachten die meestal ervaring hebben in het buitengewoon onderwijs – zo’n 95 procent – en ook extra budgetten om extra leerkrachten aan te werven. Het heeft ertoe geleid dat in dit schooljaar, sinds september, 400 extra leerkrachten kinderen ondersteunen op de klasvloer. Dat heeft ertoe geleid – ik heb dat nog niemand horen zeggen – dat het aantal kinderen dat begeleiding of ondersteuning krijgt, dit schooljaar nu al gestegen is met 7000: van 16.000 naar 22.000. Er is dus sowieso een effect.

Ik was een beetje verrast door de communicatie in de kranten. Er werd gezegd dat er een rapport is van de administratie. Collega Meuleman, collega Gennez, dat is manifest onjuist. Mijn kabinet heeft in opvolging van een decretale bepaling een stuurgroep opgericht, waar alle partners van op het terrein in zitten, en ook de kabinetten van de ministers uit de meerderheid. Elke week komen we samen, en elk signaal dat u of andere collega’s in dit halfrond mij gegeven hebben rond zaken die niet goed werkten bij de opstart, is daarin verwerkt. Dit rapport is een eerlijke schets van de manier waarop de netwerken gestart zijn. Het gaat over een periode van zes weken.

Dit ligt mij toch wel een beetje op de maag, collega’s: vandaag spreken over ‘een C-attest voor het ondersteuningsnetwerk’, vind ik oneer aandoen aan de tweeduizend ondersteuners die dag in, dag uit bezig zijn om kinderen te begeleiden. Wij mogen dat niet toelaten, collega’s. (Applaus bij CD&V en van Jo De Ro)

Zijn er een aantal zaken die uit dit verslag komen die we kunnen verbeteren? Ja, natuurlijk. Daarom heb ik ook gevraagd dat dit verslag zou worden gemaakt. U zou het mij kwalijk genomen hebben, mochten er dingen niet in staan. Ik zal u een paar remediërende maatregelen geven. Er is een klacht rond de werkingsmiddelen. Wel, collega’s, er is al beslist dat 5,7 miljoen euro werkingsmiddelen vervroegd naar de netwerken gaan, plus 1 miljoen euro extra middelen. Ten tweede zien we dat er bij kinderen met gedragsstoornissen een probleem is, dat centra voor leerlingenbegeleiding niet goed weten hoe ze daarmee moeten omgaan. Moet daar heel snel sturing in komen? Ja, we zullen dat doen.

Tegelijk denk ik ook dat het nodig is om ons buitengewoon onderwijs, zeker type 3 waar kinderen schoollopen die gedragsproblemen hebben, te versterken. We kunnen dit nu doen.

Maar evengoed zijn er de reacties van directies – ik heb er ook vandaag een aantal ontvangen – dat het aanvankelijk heel slecht was maar dat ze zich nu goed hebben georganiseerd en zien dat het hele schoolteam er baat bij heeft om iets beter met inclusie om te gaan.

Collega’s, de weg naar inclusie in ons onderwijs is nog heel lang. Ik ben het me u eens dat we er nog niet zijn maar zeggen dat de netwerken zoals ze nu zijn opgericht een verkeerde keuze zijn, dat aanvaard ik niet. We kunnen netoverschrijdend nog beter samenwerken, we moeten inderdaad ook nog inzetten op extra versterkingen maar we moeten, en dat is me gisteren gevraagd toen ik de onderwijsverstrekkers zag, vandaag op de ondersteuningsgroep en morgen wellicht door de vakbonden, het veld een beetje rust geven om met heel veel ernst het ondersteuningsmodel en de netwerken verder en dieper uit te werken. Ik hoop dat ik dat met uw vertrouwen kan doen. U mag me altijd tips geven om het nog beter te maken, de mensen doen dat ook op het terrein.

We willen over twee jaar, wanneer de wetenschappelijke evaluatie er komt, kunnen vaststellen dat dit een goed model is waardoor we ons onderwijs meer zuurstof hebben gegeven en waardoor we vooral veel meer kinderen dan vroeger het geval was, de nodige ondersteuning hebben kunnen bieden. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, weet u wat oneer aandoen is en wie oneer aandoet aan al die ondersteuners, aan al die leerkrachten die hun best doen op hun scholen? Dat is niet de oppositie die terechte problemen aankaart in de krant, dat is het beleid, de Vlaamse Regering die zwart op wit ziet dat het aantal kinderen met ondersteuningsvragen met 50 procent is toegenomen en die niet voorziet in de nodige middelen om al die vragen te honoreren. Het budget is met nauwelijks 10 procent gestegen terwijl de aanvragen met 50 procent zijn gestegen. Dat is het veld oneer aandoen, dat is de ondersteuners oneer aandoen. Dat is zeggen dat ze hun plan moeten trekken, ze af en toe schouderklopjes geven maar er niet voor zorgen dat de noodzakelijke versterking er komt op het terrein. Daar zit het echte probleem en niet bij het feit dat wij op die nagel blijven kloppen dat leerkrachten beter verdienen, dat kinderen beter verdienen. Er zullen noodzakelijke bijsturingen moeten komen en dat zal geen gemorrel in de marge mogen zijn, want daarmee komen we er niet.

Minister, de ondersteuners zeggen eigenlijk letterlijk dat ze op dit moment bruggen bouwen, maar dat ze er eigenlijk al moesten over lopen als ze de kinderen zouden moeten helpen. Die bruggen zijn nu nog in aanbouw omdat deze Vlaamse Regering ervoor heeft gekozen, tegen een advies in van de Vlaamse Onderwijsraad, van de oppositie en zelfs schoorvoetend van sommige collega’s uit de meerderheid, om dat holderdebolder in te voeren.

U weet net zo goed als ik dat onderwijs mensenwerk en maatwerk is. Je kunt alleen maar mensenwerk honoreren als je dat doet met respect voor de mensen die het op het terrein moeten doen. Hen onvoldoende ondersteunen en in grote structuren onderbrengen terwijl de zorg op maat voor dat kind in de klas zo nabij en zo bijzonder is, dat is tot nu toe de grootste gemiste kans in het Vlaamse onderwijsbeleid van deze legislatuur.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij dat u nog eens benadrukt wat de N-VA ook zegt, namelijk dat we het buitengewoon onderwijs nodig zullen blijven hebben wat ook de idee over inclusie is. Men kan in het gewoon onderwijs met ondersteuning veel bereiken, maar niet alles. En daar knelt het schoentje. Er zijn een aantal leerlingen, leerkrachten en ouders die smeken om een kind, in het belang van het kind zelf maar ook in het belang van de ouders, leerkrachten en medeleerlingen, buitengewoon onderwijs te laten volgen, maar ze geraken er niet.

Ik wil nog iets zeggen over de ondersteuningsnetwerken, en dat is cruciaal. Het zijn niet alleen de ondersteuningsnetwerken, bij de evaluatie moeten we ook eens kritisch kijken naar het M-decreet en daar een aantal aanpassingen doen in verband met leerlingen met gedragsproblemen, in verband met leerlingen met emotionele problemen, in verband met leerlingen met een zeer laag IQ, want dat zijn zaken waarvan men in het gewoon onderwijs niet weet hoe men daarmee verder moet. 

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Minister, het gaat hier over een ontzettend belangrijke hervorming die we doorvoeren. Het vraagt een totaal andere manier om te kijken naar de zorg binnen ons onderwijs. Dat vraagt tijd en een grondige wijziging van mentaliteit.

Ik wil benadrukken dat er de voorbije maanden heel hard is gewerkt. De leerkrachten, de directies, de mensen van de teams hebben alles gedaan wat ze konden om een hervorming te realiseren. Als ik een belangrijke conclusie trekt, dan is dat vooral dat we tijdens de vorige legislatuur hadden moeten uitvoeren wat we nu hebben gedaan. Daar zit het probleem. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

Mevrouw Gennez, u zegt dat de fundamenten voor de bruggen worden gebouwd. Ik had ze liever reeds tijdens de vorige legislatuur gebouwd. Dat vraagt dat de minister nu ontzettend hard moet werken om te remediëren wat we tijdens de vorige legislatuur niet hebben uitgevoerd.

Minister, ik vraag dat u het even goed blijft opvolgen als tijdens de voorbije maanden en dat u bekijkt of een betere spreiding van ons buitengewoon onderwijs voor een aantal types, bijvoorbeeld type 3, nodig is en om verder werk te maken van de professionalisering.

De heer De Ro heeft het woord.

De holderdebolder is aangeklaagd door de oppositie. De oppositie in de vorige meerderheid heeft inderdaad aangeklaagd dat het M-decreet zonder een goed fundament in Vlaanderen is ingevoerd.

Mevrouw Meuleman, u zegt dat er te weinig middelen zijn bijgekomen tijdens dit budgetjaar, maar u moet vergelijken met het M-decreet. Er is eerst een prewaarborg gekomen met extra middelen. Er is dan een waarborg gekomen met het jaar nadien extra middelen. Nu komen er nog eens vierhonderd mensen extra en wordt er 15 miljoen euro bijgepompt.

Als we dat vergelijken met de beeldspraak van de brug: we hebben het hout moeten zoeken terwijl er eigenlijk al een tekening was gelegd van waar die brug moest komen.

We kunnen altijd zeggen dat er te weinig geld is, maar we moeten ons de vraag stellen of dit het meest efficiënte model is, officieel onderwijs/vrij onderwijs, om het geld te besteden. Het antwoord voor onze fractie is heel duidelijk neen. In de toekomst zou dit één systeem moeten zijn waarbij elk kind op een gelijke manier wordt bekeken.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, u zei daarnet dat we nu bruggen aan het bouwen zijn. Ik vind het eigenlijk schitterend dat onze ondersteuners nu bruggen aan het bouwen zijn. Eindelijk zijn ze bruggen aan het bouwen. Laat ze ons alstublieft niet terug opblazen. Laat ons die bruggen die ze bouwen, verstevigen.

Mevrouw Meuleman, u zegt dat het aantal aanvragen is gestegen. Weet u hoe dat komt? Omdat we eindelijk zijn afgestapt van de verplichting om naar de psychiater te gaan of allerhande medische diagnoses te moeten laten stellen vooraleer kinderen ondersteuning kunnen krijgen. Als u eerlijk bent, moet u dat toegeven.

Inderdaad, de aanvragen zijn zwaar gestegen. Sommige aanvragen zijn ondersteuningsaanvragen die niet gehonoreerd kunnen worden omdat ze tot het basiszorgbeleid van de school behoren. Andere aanvragen zijn aanvragen waar kinderen vroeger geen recht op ondersteuning voor hadden en nu wel. Vandaar de stijging met zevenduizend kinderen die ondersteuning krijgen.

Ik hoorde op de radio vanmorgen een aantal voorbeelden van onder meer een kindje met autisme dat vroeger 1 uur ondersteuning kreeg, waardoor de wereld perfect was. Nu krijgt het dat niet meer en de wereld is plots ingestort. Vroeger werd er twee uur gedurende twee jaar ondersteuning gegeven en daarna was het gedaan, terwijl het kind toch nog dezelfde zorgnood had, maar er was niets meer. Was dat de ideale situatie? Vindt u echt dat dit systeem goed was? Ik vind het vreselijk. Als we gaan naar ondersteuning op maat van kinderen, dan moet je samen met de leerkracht, samen met het schoolteam en samen met het CLB kijken of een kind aparte ondersteuning nodig heeft of extra begeleiding of niet.

Zullen we in de toekomst nog extra budgetten nodig hebben? Ongetwijfeld wel. Eerst moeten we ervoor zorgen dat de middelen die er zijn efficiënt en optimaal worden ingezet.

Ik hoor verhalen van ondersteuners die vele kilometers moeten rijden. Laat ons over de grenzen van de netwerken kijken of we die expertise niet dichter kunnen brengen.

Mijnheer De Ro, u kunt zeggen dat ze verplicht moeten samenwerken. U zou ook kunnen zeggen, zoals het vroeger ook wel kon gebeuren, dat men over het muurtje moet kijken en die expertise moet halen bij de buurman. Dit zal volgend schooljaar al beter worden. We zullen nu immers veel vroeger en sneller dan vorig jaar, omdat het inderdaad snel moest worden ingevoerd, met steun van het veld trouwens, weten wie hoeveel omkadering krijgt. Dat zal ertoe leiden dat al die onevenwichten veel minder sterk aanwezig zullen zijn. Dus, met wat goede wil op het veld en vanuit een maximaal belang voor de kinderen moet het mogelijk zijn om de bestaande budgetten ook beter te gaan inzetten.

Mevrouw Helsen, u zegt dat we misschien het type 3 wat moeten versterken. Ik denk dat u daar een punt hebt. Er zijn ook extra aanvragen gedaan voor type 3. Ik wil zeer graag dat we een aanbod hebben dat Vlaanderen beter dekt. We zullen nu echter uiteraard de dossiers bekijken die zijn binnengekomen.

Geachte leden, ik neem dit verslag, dat trouwens, ik herhaal het nog eens, onder het voorzitterschap van mijn eigen kabinet tot stand is gekomen, bijzonder ernstig. We hebben het laten opmaken met als doel te kunnen ingrijpen waar dat nodig is. Je kunt daar echter een grote, grote polemiek over voeren of je kunt samen bekijken hoe we leerkrachten, directies en ouders kunnen versterken. Ik zal daar nu de komende weken werk van maken. U mag van mij ook een aantal maatregelen verwachten. Ik heb er ook al een aantal aangekondigd, maar de belangrijkste maatregelen die ik zal nemen, is vertrouwen geven aan de sector, wekelijks verder overleggen en bekijken hoe we optimaal zo veel mogelijk kinderen die dat nodig hebben, steun kunnen geven in het gewoon onderwijs, of goed onderwijs in het buitengewoon en het gewoon onderwijs zonder dat er extra ondersteuning nodig is. (Applaus bij CD&V)

Minister, ik denk dat we inderdaad aan polemiek en polarisatie geen boodschap hebben. Waar we wel boodschap aan hebben, is een echte ‘sense of urgency’. De signalen, de noodkreten zijn talrijk. We hebben ze allemaal moeten ontvangen. Dat komt door een te snelle invoering, door een invoering van het ondersteuningsnetwerk met een gebrek aan ondersteuning en een gebrek aan middelen. De gevolgen zijn dat een cohorte kinderen een soort proefkonijnen zijn, experimenten in een nieuw systeem. Die gaan daar niet goed uitkomen. We zijn het draagvlak voor inclusief onderwijs aan het laten wegdeemsteren. Dat hoor je nu al. Minister, ik vind dat een bijzonder spijtige zaak. Als er geen extra middelen en extra ondersteuning komen, dan komt dit niet goed. Ik hoop dus dat we de komende weken van u een heel duidelijk signaal op dat vlak mogen verwachten.

Collega’s, voor de duidelijkheid, het M-decreet is goedgekeurd in 2014. Onze minister van Onderwijs zat toen in de Vlaamse Regering. Het M-decreet is ingevoerd in 2015, onder deze Vlaamse Regering, en het nieuwe zorgondersteuningsmodel is uitgevonden en ingevoerd op 1 september 2017. Vandaag is het 17 januari 2018 en staat het nog altijd niet op poten. Wij reiken de hand om oplossingen te formuleren. Wij zijn hier de spreekbuis, niet alleen van die vele kinderen die van zorg verstoken blijven, maar ook, voor één keer, en soms valt dat voor, van Lieven Boeve, die zegt ‘geef ons alsjeblieft die extra middelen, wij kunnen niet zonder’. We zijn ook de spreekbuis van Marianne Coopman van het Christelijk Onderwijzersverbond (COV), die zegt dat het basisonderwijs op ontploffen staat, dat het een vulkaan is. Collega’s, alstublieft, neem die noodkreten ter harte, maak middelen vrij, bespaar niet verder op ons onderwijs, want inclusief onderwijs in een besparingscontext kan nooit werken. (Applaus bij sp.a)

Collega’s, wat de vraag betreft wie hier namens wie spreekt: ik stel voor dat iedereen namens zichzelf spreekt. Ik zal namens de N-VA-fractie spreken, en ook vanuit de vele signalen die we krijgen vanuit het veld.

Minister, toch een aantal suggesties. Netoverstijgende netwerken lijken ons echt cruciaal. Collega Krekels heeft daar een aantal keren voor gepleit: de tijd moet niet gaan naar overleg, maar naar inzet op het veld.

Ook moeten de middelen in de klas terechtkomen. We hebben geen nood aan grote coördinaties. We hebben geen nood aan allerlei begeleiders die in structuren zitten. We hebben nood aan hulp en ondersteuning op het werkveld.

We hebben het M-decreet in het verleden ingevoerd omdat de slinger doorsloeg, omdat er te veel kinderen naar het buitengewoon onderwijs werden gestuurd. Het is complex, maar onze fractie meent dat de slinger qua inclusie nu te veel is doorgeslagen, naar de gedachte dat alles altijd en overal in het gewoon onderwijs kan.

Aansluitend, collega’s, met opleidingen voor de gewone leerkracht zullen we er niet komen, we moeten er blijven voor gaan: buitengewoon onderwijs als het kan met ondersteuning, gewoon onderwijs met ondersteuning als het kan en buitengewoon onderwijs als het nodig is. We moeten mogelijk maken dat er nog naar buitengewoon onderwijs kan worden gegaan.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.