U bent hier

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Maandag las ik De Morgen, en op de voorpagina las ik eigenlijk niets nieuws. Er stond namelijk dat Bart Somers een probleem had. Dat wisten we natuurlijk allemaal. Goed als we zijn, nodigde ik alle 124 collega’s uit om collega Somers te helpen met zijn probleem. Naast mij, hebben er nog 2 parlementsleden aanvaard om hem te helpen.

Ik vind zijn probleem ernstig. Wij hanteren op het Vlaamse niveau een principe dat essentieel is voor het vertrouwen van burgers in de overheid en de politiek: het principe van de rechtszekerheid. Vorige legislatuur werd hier een decreet goedgekeurd dat het mogelijk maakt voor lokale besturen om bij bepaalde projecten te zeggen dat het project van dien aard is dat het niet nodig is om een grondig en uitgebreid onderzoek te doen naar de milieu-effecten en dat men zich kan beperken tot een eenvoudige milieuscreening. De heer Somers verwijst naar de wijk Spreeuwenhoek die ze daar willen realiseren. Een RUP werd vernietigd omdat volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen ons Vlaamse decreet strijdig zou zijn met Europese richtlijnen of regelgevingen. Enerzijds de bezorgdheid voor deze wijk in de stad van de heren Somers en Hendrickx en anderzijds de bezorgdheid voor mogelijke andere projecten zetten mij ertoe aan om hier vandaag te staan en u, minister, te vragen hoe u omgaat met dat probleem. Kan dat probleem effectief  leiden tot een doos van Pandora in ons mooie Vlaanderen?

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik reageer niet alleen op de vraag van de heer Ronse maar ook op de noodkreet van de heer Somers in De Morgen. Ik heb het arrest eens ter hand genomen. Daarin las ik dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich baseert op het feit dat er destijds een plan-MER had moeten worden opgesteld, en niet een plan-MER-screening. De stad Mechelen heeft die plan-MER-screening laten maken omdat men niet verwachtte dat er project-MER-plichtige projecten uit zouden voortkomen. In 2011 stelde het Europese Hof van Justitie: ‘Tuttuttut, die drempelwaarde en die selectiecriteria in verband met grootte zijn in strijd met artikel 4 van de Europese regelgeving over de project-MER. Je moet kijken naar het project zelf.’ Op basis daarvan is in 2013 bijlage 3 er gekomen, waardoor stadsontwikkelingsprojecten sowieso minstens project-MER-screeningsplichtig zouden zijn. In dat geval zou de stad Mechelen ook een plan-MER opgemaakt hebben. Het probleem is dat het dossier van daarvoor dateert.

Ik laat hier mijn uitweiding over het dossier van Mechelen achterwege. Dat is een zaak voor de gemeenteraad van Mechelen. Maar, mijnheer Somers, ik stel wel mijn verontruste vraag, die verwijst naar tientallen andere Vlaamse projecten die daarmee de kans lopen te worden vernietigd. Minister, hoe groot is de omvang van dit probleem?

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Aan diegenen die zich misschien vragen stellen bij mijn speciale outfit vandaag, kan ik maar één advies geven: leg nooit een bangkirai-terrasvloer aan. (Ingrid Pira draagt de linkerarm in een mitella)

Dat is zeer glad, zeker bij een temperatuur van rond de nul graden. (Opmerkingen)

Het was een huisje in de Ardennen, vlak bij de stad. (Gelach. Opmerkingen)

Minister, ik stel een vraag over een op het eerste gezicht Mechels dossier omdat het blootlegt wat er volgens mij misgaat met de Vlaamse regelgeving. Burgemeester Bart Somers, hier aanwezig, heeft in de krant gewezen op de verregaande gevolgen. Door de uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen zouden wel eens tientallen Vlaamse projecten op de helling kunnen komen te staan.

Minister, wat gaat u nu doen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik zal in de zes minuten die ik heb proberen de essentie weer te geven. Het gaat hier over een juridische discussie.

Ik ga even terug in de geschiedenis. Mijnheer Ronse, u maakte een kleine denkfout. Het is geen initiatief van de vorige legislatuur. Het is al twee regeringen geleden. Het gaat over mei 2009. Toen werd een wetgevend initiatief genomen om de Europese milieu-effectenrichtlijn in Vlaanderen om te zetten. Dat is gebeurd. Ondertussen is er een uitspraak gekomen van het Europees Hof.

Het Europees Hof heeft jaren later gezegd: ‘Die omzetting in 2009 was eigenlijk niet correct, want daar staat in dat je voor een aantal projecten een screening kunt doen en dat dat volstaat. Dat klopt niet. Je moet eigenlijk voor alles een hele milieueffectenrapportage doorlopen. Er zijn slechts een paar uitzonderingen waar je wel een screening kunt doen, namelijk als het echt van heel lokaal belang is en als het maar om een kleine wijziging gaat.’ Dat is wat het Europees Hof zegt.

Wat hebben wij nu gedaan? Dat betekent dat de regelgeving van 2009 eigenlijk niet goed is, dat die niet goed is toegepast. Wetgevend is alles al opgelost. We hebben in 2016 hier en ook in de regering beslist om een integratie te doen van het MER en het plan zelf. Wetgevend is alles dus eigenlijk van de baan.

Maar de vraag die zich nu natuurlijk stelt, is: wat met de ruimtelijke uitvoeringsplannen die gemaakt zijn op basis van die regelgeving in 2009? De bestaande ruimtelijke uitvoeringsplannen, op lokaal of op Vlaams niveau, die definitief zijn, kunnen niet meer worden aangevochten. Zij zijn dus niet nietig of kunnen ook niet sneuvelen ‘en cours de route’. Maar als er op basis van zo'n ruimtelijk uitvoeringsplan een concrete vergunning wordt aangevraagd, kan, als iemand daartegen in beroep gaat, de Raad voor Vergunningsbetwistingen, op welk niveau dat ook is, zeggen: ‘Ja, maar dat is gebaseerd op een ruimtelijk uitvoeringsplan dat eigenlijk met een gebrek is behept. Dat kan dus nietig worden verklaard.’

Hoe breed of hoe wijd gaat dat nu? Mijn diensten zeggen dat dat op Vlaams niveau  eigenlijk geen probleem mag stellen. Vlaanderen heeft die screening alleen toegepast bij de AGNAS-processen (afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur). Dat zijn de buitengebiedafbakeningen. Waar is landbouwgebied? Waar is bosgebied? Daar worden eigenlijk bijna geen vergunningen op basis van die RUP’s afgeleverd.

We hebben geen totaaloverzicht van welke ruimtelijke uitvoeringsplannen er op lokaal niveau met die screenings verlopen zijn. Wij verwachten dat dat beperkt is. En als zich dat zou voordoen, als iemand tegen een concrete vergunning naar de Raad voor Vergunningenbetwistingen gaat, dan zal die raad ook een afweging moeten maken. Dan zullen zij moeten bekijken of het over een grote wijziging gaat of het een kleine wijziging is van lokaal belang, die inderdaad onder die screening kan vallen. Het is dus niet omdat een RUP een screening heeft gekregen, dat alle RUP’s of vergunningen die daarop worden verleend, nietig kunnen worden verklaard.

Er stelt zich in dit geval inderdaad een probleem voor een heel concreet RUP dat ook zal worden hernomen. Wat dat betreft, hebben we rond de tafel gezeten. Onze diensten zullen daar uiteraard aan meewerken, samen met de stad, om dat zo goed en zo snel mogelijk op te lossen.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik geef een eerste reactie, want dit is nieuw voor mij. Het is uiteraard positief dat de RUP’s die op basis van screening zijn ontstaan, kunnen blijven standhouden. Maar ik vind het wel een beetje bizar. Ik noem dat dan eigenlijk een soort van ‘zieke’ RUP’s. Want als je een vergunning moet aanvragen op een zone waar zo'n zieke RUP aan vastzit, dan heb je wel nog altijd een risico dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen – en die oordeelt soms pas na een jaar of anderhalf jaar – ook al is het niet schorsend, uw vergunning wel afkeurt. Dat kan voor sommige mensen dus wel serieus zijn.

Natuurlijk is het nu nog altijd een beetje blind werken, omdat we niet weten over hoeveel van die zieke RUP’s het gaat. In ieder geval denk ik wel dat collega Somers nog altijd met een probleem zit. Zijn RUP is niet vernietigd, maar is wel een ziek RUP. Dat betekent dat, als men daar een bouwvergunnings- of een omgevingsvergunningaanvraag stelt, dat wel onderhevig is aan een procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, waar het zou kunnen worden vernietigd.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, in eerste instantie ben ik blij te horen dat het voor de Vlaamse RUP’s vrij beperkt is. Ten tweede denk ik dat we ook tevreden moeten zijn dat ondertussen op wetgevend vlak de nodige remediëring is gebeurd. Maar het RUP dat hier als voorbeeld wordt aangehaald, het RUP uit Mechelen, is een lokaal RUP. Mochten de heer Somers en zijn schepen Schroons in 2011 hebben geweten dat het deze consequenties zou hebben, zouden ze het RUP in 2012 wellicht nog niet hebben goedgekeurd, maar ‘en cours de route’ nog hebben geremedieerd. Dat gaat over de lokale RUP’s.

Minister, ik weet niet of u onmiddellijk kunt antwoorden op de volgende vraag: zijn er in 2011 – want dat was natuurlijk het kantelmoment, de uitspraak van het Europees Hof – initiatieven genomen om alle gemeentebesturen op de hoogte te brengen van het mogelijk sluipende gevaar? 

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik heb u daarjuist gevraagd wat u zult doen. Ik heb u niet horen zeggen: ‘Ik ga in het vervolg rekening houden met internationale rechtsregels. Ik zal die goed omzetten.’

Voor mij is de kern van de zaak – dat legt dit dossier bloot – dat onze regelgeving schort op bepaalde vlakken. In dit concrete geval moeten we een Europese richtlijn omzetten. We doen dat niet goed en lopen er een beetje de kantjes af. We maken wat uitzonderingen. We worden verwittigd en gewaarschuwd door proffen en deskundigen dat ons decreet niet goed in elkaar zit. We wachten tot een veroordeling door het Hof van Justitie en dan zitten we met de gebakken peren want intussen hebben we al heel veel RUP’s moeten aanpassen.

Anderhalve maand geleden stond ik hier in het kader van de Codextrein en heb ik u gezegd dat we iets zouden goedkeuren dat met verwittiging van de Raad van State tegen Europese en internationale rechtsregels inging. Het is goedgekeurd door alle partijen van de meerderheid. Dezelfde avond zijn acht milieuorganisaties naar het Grondwettelijk Hof getrokken.

Minister, zult u in het vervolg bij de opmaak van Vlaamse regelgeving rekening houden met Europese rechtsregels?

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Bart Somers (Open Vld)

Ik wil eerst en vooral alle collega's danken voor een grote betrokkenheid bij en bezorgdheid voor Mechelen. Ik zal dat zeker verkondigen aan de Mechelaars.

De problematiek is goed geschetst door de minister. Het probleem is eigenlijk nog een beetje complexer. Het RUP bestaat nog, maar is ten gronde onwettig. Als morgen iemand een bouwaanvraag doet bij het stadsbestuur, dan dreigt het stadsbestuur zich bij het geven van die bouwvergunning in de problemen te brengen. Er wordt immers een bouwvergunning gegeven op een RUP waarvan geweten is dat het eigenlijk niet meer geldig is. Indien het stadsbestuur geen bouwvergunning geeft, heeft het ook een probleem met een nog wettig RUP. Een stadsbestuur zit op dat moment in een juridisch erg hybride situatie.

De minister is met de stad Mechelen op een open manier onmiddellijk met de administratie en het kabinet rond de tafel gaan zitten om te kijken hoe groot het probleem was en op welke manier het zo goed mogelijk kon worden opgelost. De huidige situatie is wettelijk in orde. De Vlaamse Regering heeft in 2013 de regelgeving weer geaccordeerd op het Europese vlak. Het is heel belangrijk dat lokale besturen mee begeleid en geholpen worden door de Vlaamse administratie om te remediëren waar nodig.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil dat laatste zeker mee onderschrijven, en niet alleen het belang van de Mechelaars. Minister, ik zou voorstellen dat er wordt geprobeerd om een inventarisatie te maken van waar er problemen zijn, dat gemeentebesturen daar actief van op de hoogte worden gebracht en dat er wordt gezocht naar oplossingen.

Zelfs al is dit in 2009 met de beste bedoelingen gebeurd – het zou raar zijn mocht ik dat tegenspreken –, het is een voorbeeld van waar we in Vlaanderen proberen met de nodige voorzichtigheid en zonder onszelf te veel pijn te doen, regels om te zetten, daar waar we ze beter op een strakke en duidelijke manier zouden omzetten. Op deze manier maken we het ons achteraf moeilijker, voornamelijk voor de betrokken burgers. Laat ons daar alstublieft mee stoppen. Dat is een les die we zouden moeten hebben geleerd. Voor alle duidelijkheid, ik heb ze mee geleerd.

Ik heb tot slot een korte informatieve vraag namens de heer Rzoska aan mevrouw Pira. Was dat FSC, dat bangkirai? Want anders moet ik er u op wijzen dat er ook inlands hout beschikbaar is om een terras aan te leggen en ik zou u dat zeer aanbevelen. (Applaus. Gelach.)

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, wilt u acteren dat de heer Tobback gepleit heeft om inlands hout te gebruiken om terrassen aan te leggen, waarvoor bossen moeten worden gekapt. (Applaus. Gelach.)

Ik kan natuurlijk niet zomaar terugkijken naar wat in mei 2009 is gebeurd. Ik zat toen wel in het parlement, maar het was niet de bedoeling om Europese regelgeving te omzeilen. Neen, men heeft dat in die zin geïnterpreteerd en omgezet met de beste bedoelingen om het vlot en goed te doen werken. Jaren nadien blijkt dan dat door een actie het Europees Hof zegt dat het eigenlijk in een andere richting moest worden geïnterpreteerd. We moeten het eerder in dat daglicht zien zonder de intentie om zaken te ontwijken of anders te doen dan Europa oplegt.

Wat de draagwijdte betreft, maken wij ons op Vlaams niveau geen zorgen. Lokaal hebben wij absoluut geen overzicht van alle ruimtelijke uitvoeringsplannen die met screenings zijn gebeurd, wij hebben niet zoiets als een databank. Het enige wat we zouden kunnen doen – en ik zal informeren of dat mogelijk is – is aan de onafhankelijke MER-cel die beslist of die screening moet gebeuren, vragen of zij een overzicht hebben met de jaren van alle toelatingen of akkoorden van screenings die zijn gebeurd op basis van lokale RUP’s. Ik zal hun vragen of zij een dergelijk overzicht uit hun bestanden kunnen trekken van alle beslissingen die zij hebben genomen.

Daar is uiteraard actief over gecommuniceerd, ook door de heer Ceyssens. Onze diensten verwachten niet dat er heel veel RUP’s geaffecteerd zijn. Wanneer bepaalde RUP’s worden genomen en dat heeft een redelijke impact, dan is er meestal ook een MER gebeurd. Het gebeurt uitzonderlijk dat men tot een screening is overgegaan. Wij denken dan ook dat de problematiek beperkt is. Wat we in dergelijke gevallen kunnen doen, is zo snel mogelijk een nieuw RUP laten maken door diegene die het RUP heeft gemaakt. Maar we moeten inderdaad samen met onze diensten kijken hoe dat zo vlot mogelijk kan gebeuren zodat alle betrokkenen zo snel mogelijk rechtszekerheid hebben. Want daar gaat het natuurlijk om: mensen die daardoor zijn getroffen, zitten in een soort vacuüm en kunnen geen rechtszekerheid krijgen over vergunningen die zij moeten hebben.

Dat is de stand van zaken. Ik zal een dergelijke oplijsting vragen en uiteraard staan onze diensten ter beschikking om verdere toelichting en uitleg te geven aan de lokale besturen wanneer een RUP daarmee behept is en vergunningen daardoor eventueel op de helling zouden komen te staan. Het gaat over verschillende stappen die moeten worden gezet. Er moet al een vergunning worden gevraagd op basis van een dergelijk RUP, en dan moet er ook nog iemand tegen die vergunning ageren vooraleer dat een probleem kan opleveren. Wij denken dan ook niet dat het zo’n vaart zal lopen, maar uiteraard staan wij ter beschikking indien dit in de praktijk zou gebeuren. Ik zal ook nagaan of ik een overzicht kan krijgen en de lokale besturen actief benaderen met de vraag of zij nog problemen verwachten.

Minister, u hebt al positief geantwoord op mijn vraag of wij in de commissie een overzicht kunnen krijgen van de zieke RUP’s en van de aanpak om daaraan te remediëren.

Verder denk ik dat we ons jargon inzake ruimtelijke uitvoering of ordening misschien een beetje moeten aanpassen. Straks denken de mensen nog dat er zieke rupsen zijn in Vlaanderen, wat natuurlijk niet het geval.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik wilde daarnet een opmerking maken aan mevrouw Pira over FSC-gelabeld hout maar ik durfde het niet, waarvoor dank, mijnheer Tobback.

Ik denk niet dat we de minister hier op de schietstoel moeten plaatsen over een omzetting van MER die is gebeurd in 2009. Ik denk dat vandaag het nodige wordt gedaan voor die zieke RUP’s. We zijn intussen zeven jaar verder dan 2011, de les die we dan ook moeten trekken, is dat wanneer er dergelijke uitspraken zijn van het Hof van Justitie, de reflex moet zijn om lokale besturen die niet zijn bevolkt met een massa juristen, op dat moment te informeren over de gevaren die een aantal beslissingen met zich mee kunnen brengen om op die manier onheil te voorkomen.

Ingrid Pira (Groen)

Wat dat hout betreft, kan ik alleen maar zeggen dat het zich heeft voorgedaan in een huisje in de Ardennen. Ik ben er echt niet van op de hoogte. Dat was ook een van de uitsluitingsvoorwaarden. (Rumoer)

Minister, het is goed dat er een lijst komt met zieke RUP’s. Er is ook sprake van remediëring, allemaal goed en wel, maar de grond van de zaak blijft voor mij de Vlaamse regelgeving die op bepaalde punten, en daar hebben we anderhalve maand geleden nog eens een voorbeeld van gezien, te weinig rekening houdt met Europese of internationale rechtsregels. In 2009, het was toen niet uw bevoegdheid maar die van minister Muyters, waren er professoren en ik noem de heer Schoukens van de UGent, die waarschuwden dat die Europese richtlijn niet goed was omgezet in een Vlaams decreet. Daar zit voor mij de fond.

Toen ik hier anderhalve maand geleden stond en zei dat we iets verkeerd aan het beslissen waren – dat ging dan over de toegang tot het beroep die moeilijker wordt gemaakt, in tegenstrijd met het Verdrag van Aarhus – bleef u doof en blind. Minister, zolang u dat niet doet, zolang u op dat vlak niet doorwerkt, zullen we problemen blijven hebben.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.