U bent hier

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, collega’s, op dit moment zitten er overal in Vlaanderen tienduizenden mensen te werken, te ondernemen, en die mensen zitten op hun tandvlees. Het is vandaag absoluut geen evidentie om extra mensen te vinden. Mensen plooien zich dubbel om orders, deadlines en noem maar op te kunnen realiseren.

Op Vlaams niveau hebben we al het een en ander gedaan om aan die problematiek tegemoet te komen. Knelpuntopleidingen hebben we veel efficiënter gemaakt. We zorgen ervoor dat mensen beroepen kunnen uitoefenen die moeilijk te vinden zijn. De uitstroom daar is met 5 procent verbeterd. Sinds wij bevoegd zijn, zijn er duizend sancties meer gegeven aan mensen die niet willen werken. We hebben een maatregel erdoor gekregen om Noord-Fransen via een IBO-systeem (individuele beroepsopleiding) naar Vlaanderen te krijgen. We zijn bezig met het versoepelen van arbeidsmigratie voor landen van buiten Europa.

Op ons Vlaamse niveau zitten we eigenlijk zelf bijna op ons tandvlees qua bevoegdheden. En ik heb soms de indruk, minister, dat u de ‘Spartacusrunner’ van de Vlaamse Regering bent. Een Spartacusrun is een run vol obstakels, en ik voel toch heel wat obstakels die ons in de weg staan om het doel te bereiken, namelijk meer vacatures te kunnen laten invullen. Ik denk aan obstakels als mensen die zeggen: ik heb minder drive om te gaan werken, want ik heb een uitkering die onbeperkt is in de tijd, of ik ben op brugpensioen gestuurd en moet niet meer actief gaan zoeken. Dat zijn obstakels die aan de overkant van de straat kunnen en moeten worden opgelost.

Maar we zijn hier op dit moment niet aan de overkant van de straat, minister, en ik vraag mij af wat wij, gelet op onze beperkte bevoegdheden, nog extra kunnen doen om die problematiek op te lossen.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik maak me zorgen. Ik maak me zorgen over onze arbeidsmarkt en de krapte op die arbeidsmarkt. Ik ben niet alleen op dat vlak. Het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) heeft maandag nog een noodkreet geslaakt, en vandaag de automobielsector. Men zoekt goede, geschikte mensen om de vele vacatures die er – gelukkig – zijn, in te vullen. Dat is een grote uitdaging. Er worden al heel wat inspanningen geleverd door het federale niveau en het Vlaamse niveau om op dat vlak maatregelen te nemen. Maar ik maak mij ook zorgen om u, minister. Want uw fractie zegt dat u op uw tandvlees zit, dat u uw limieten bereikt hebt, dat het Vlaamse arbeidsmarktbeleid zijn limieten bereikt heeft, dat we niets extra meer kunnen doen dan wat we vandaag doen. Dat was alleszins de boodschap van collega Ronse. Hij verwacht alle heil van het federale niveau.

Minister, onze fractie gelooft in u en in deze Vlaamse Regering, die effectief maatregelen kan nemen om de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen en om er antwoorden op te bieden. Het duaal leren moet worden uitgerold, in het knelpuntberoepenbeleid van VDAB kunt u een tandje bij steken – dat hebt u zelf ook gezegd, er komt een versnellingsplan –, Voka vraagt een verdubbeling van het aantal individuele beroepsopleidingen en ziet ook veel meer mogelijkheden voor een arbeidsmobiliteit tussen Wallonië en Vlaanderen. Voka verwacht bijkomende initiatieven van u. Wij verwachten bijkomende initiatieven van u. Ik ben ook blij dat collega Ronse ondertussen ook bijkomende initiatieven van u verwacht.

Ik vond het opgeven van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid een kemel van formaat. Ik weet dat uw partijvoorzitter het liever met dromedarissen doet, collega Diependaele, maar dergelijke kemels kunnen we missen. We hebben een sterk Vlaams arbeidsmarktbeleid nodig. Minister, ik luister graag naar u. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Bothuyne, wij voeren een sterk arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen. Daar mag u zeker van zijn. Ik zal de vijf Voka-voorstellen samen met u even overlopen. Het eerste gaat over de flexibiliteit van de arbeidswetgeving. Dat is een volledig federale materie. Het tweede is de arbeidsmobiliteit. Voka zegt ook dat VDAB, de Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle (Forem) en Actiris vandaag al heel goed met elkaar samenwerken, maar vraagt zich af of er een tandje bij kan worden gestoken.

Dat vond ik ook. Een paar maand geleden heb ik aan VDAB gezegd: overleg met Actiris en met Forem om na te gaan of we niet naar een vernieuwing van de samenwerking kunnen komen. In de loop van het voorjaar zal ik met mijn Waalse collega Jeholet contact opnemen, en gaan we een nieuwe overeenkomst maken om meer arbeidsmobiliteit te realiseren.

Het derde punt dat Voka vraagt, is het verbeteren van de leercultuur. Op ons Gulden Sporenakkoord over opleiding hebben we met de sociale partners afgesproken dat we die leercultuur samen zullen verbeteren. Dat akkoord wordt nu uitgerold. Het is fundamenteel dat we dat doen met de sociale partners, want wie kan beter dan de werkgever en de werknemer zelf de werknemers en werkgevers overtuigen om een leercultuur in hun bedrijf te krijgen. Bij de leercultuur vraagt Voka dat voor wie weigert een opleiding te volgen, de opzeggingsvergoeding wordt verlaagd, maar dat is federale materie.

Het vierde punt dat Voka vraagt, is de activering van de werklozen. Het vraagt de vereenvoudiging van de IBO. Na een maandenlange discussie heeft de raad van bestuur van VDAB deze morgen beslist om de procedures van de IBO fundamenteel te vereenvoudigen. Dankzij de beslissing van deze morgen, waar ook mijn kabinet maanden aan heeft gewerkt, kunnen we de nodige wetgeving maken om die vereenvoudiging door te voeren.

Het vijfde en laatste punt dat Voka vraagt, is dat we langer aan de slag blijven. Het vraagt vooral een wijziging van de wetgeving voor de terbeschikkingstelling, maar ook dat is federale materie.

Met die vijf punten van Voka heb ik duidelijk gemaakt dat ik de zaken waarop de Vlaamse Regering en ikzelf kunnen inspelen, ofwel al heb gerealiseerd, zoals de beslissing over de IBO die nu eindelijk is genomen en die we in wetgeving kunnen uitrollen, ofwel er initiatieven voor heb genomen, zoals de samenwerking over arbeidsmobiliteit.

Maar daar doen we nog iets bovenop. We hebben de versnelling van VDAB, waarin we zullen zorgen voor meer knelpuntopleidingen. We gaan dat aantal verhogen dankzij een derdebetalersysteem bij VDAB voor de werkzoekenden, of de mobiele opleiding. Met zo'n opleiding gaan we bijna tot bij de werkzoekende om ervoor te zorgen dat die de opleiding kan volgen.

Ik kan u nog een primeur geven. Ik heb met Voka en met UNIZO afgesproken dat we gaan voor een pact tegen krapte. In dat pact tegen krapte gaan we vier punten realiseren. Ten eerste gaan we zorgen voor een betere en snellere screening van de werklozen. Ten tweede gaan we beter competentiegericht matchen. Ten derde gaan we na de vereenvoudiging van de IBO er samen voor zorgen dat op termijn het aantal IBO’s verdubbelt. Ten vierde zullen we afspraken maken voor het stimuleren van feedback door de werkgevers.

Ik denk dat we daarmee een schitterend pakket hebben, een pact tegen de krapte waarmee we die toekomst aankunnen binnen mijn eigen bevoegdheden.

Voegen we daar ten slotte nog één element aan toe, met name het advies van mijn Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) over economische migratie. In de commissie waren er al een aantal verbeteringen aan heel dat statuut voor mensen van buiten Europa die nodig zijn op onze arbeidsmarkt. Voegen we dat daaraan toe, dan denk ik dat we een totaalpakket hebben waarmee ik binnen mijn bevoegdheden bezig ben of initiatieven extra neem om ervoor te zorgen dat wat wij kunnen doen, in elk geval gebeurt. (Applaus bij de N-VA)

Minister, dank u wel. Om even bij de metafoor van de vierpotigen te blijven, ik weet niet of een dromedaris of een kemel oogkleppen heeft, maar een paard heeft die wel. Collega Bothuyne, ik zou zeggen, doe die oogkleppen af. (Applaus bij de N-VA)

Wat hebt u immers eigenlijk nog meer nodig om in te zien dat, als wij dat activeringsbeleid willen doen werken, er federaal aan de knoppen moet worden gedraaid? We zitten verdorie met meer dan 4000 mensen die in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zitten. Op anderhalf jaar tijd hebben we er maar 92 kunnen activeren. Je moet eigenlijk bijna ziende blind zijn om niet te beseffen dat die financiële drive die daar federaal wordt gegeven, dat blokkeert. Minister, ik ben heel blij dat u het maximale uit uw Vlaamse bevoegdheden haalt. De zaken die u hebt afgesproken met de werkgevers, zijn van cruciaal belang. Ik wil alleen nog vragen of u iets dieper kunt ingaan op dat competentieverhaal en die sollicitatiefeedback die u net hebt vernoemd.

Minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw enthousiasme. De aankondigingen van de initiatieven die u aanhaalt, zijn heel positief en ook bijzonder belangrijk. Het toont ook aan dat Vlaanderen daadwerkelijk het verschil kan maken. Dankzij de zesde staathervorming hebben we meer bevoegdheden dan ooit om die krapte op onze arbeidsmarkt aan te pakken. U doet dat ook. U maakt gebruik van die nieuwe bevoegdheden. Dankzij een beslissing op federaal niveau kunt u ook competentiegericht matchen, kunt u ook de beschikbaarheid op een competentiegerichte manier gaan beoordelen, en eventueel sanctioneren, wanneer dat nodig is. We kijken dus niet alleen maar diploma’s, maar ook naar de competenties van werkzoekenden. Dat zijn allemaal positieve voorbeelden van hoe Vlaanderen en de federale overheid samen de krapte op de arbeidsmarkt te lijf moeten gaan.

Er zijn echter nog andere zaken die u kunt doen. Inzake taal en integratie hebben we nog een gigantische achterstand. Ook inzake het activeren van langdurig zieken is er nog ruimte voor verbetering. We zullen u daar graag in steunen, dus ook daaromtrent graag initiatief.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, minister, de krapte op de arbeidsmarkt komt uiteraard niet uit de lucht gevallen. Er is immers een gigantische mismatch op de Vlaamse arbeidsmarkt, met 200.000 werkzoekenden en vacatures die almaar moeilijker ingevuld geraken. Dan moet ik vandaag weer horen, en het is elke keer dezelfde plaat die dan wordt afgedraaid, dat men opnieuw de werkzoekende gaat viseren. Men gaat hun uitkering afpakken en dan zullen ze wel gemakkelijker aan het werk gaan. Dat is niet alleen geen oplossing, want dat is het probleem gewoon doorschuiven naar het OCMW, het is weerom werkzoekenden culpabiliseren en bestempelen als profiteurs. Minister, we zeggen u al jaren dat Vlaanderen, en ook de Vlaamse bevoegdheid, het slecht doet op het vlak van opleiding. We bengelen onderaan de Europese ladder, helemaal onderaan. Het aantal werkzoekenden in opleiding daalt. Wat de IBO’s betreft, het Voka zegt die IBO’s beter te willen inzetten, maar laaggeschoolden zijn daar ondervertegenwoordigd en het aantal laaggeschoolden in een IBO daalt.

Minister, daarom mijn vraag: schuif de verantwoordelijkheid niet af op de werkzoekende. Neem uw eigen verantwoordelijkheid en zorg ervoor dat er op het vlak van opleiding echt een stap vooruit wordt gezet. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil de collega’s eerst en vooral bedanken voor hun lessen uit het dierenrijk, maar meer voor de vragen die ze hebben gesteld. Het is een relevante vraag. Minister, ik kan uw antwoord voor een heel groot stuk volgen, maar ik zou een opmerking willen maken over twee van de punten die Voka naar voren heeft geschoven. Eerst en vooral, zorg ervoor dat mensen langer aan de slag blijven. Dat klopt. Dat zeggen wij ook al langer. Wat u echter ook nog extra kunt doen als minister, en dat hoor ik hier niet, is ervoor zorgen dat die mensen fluitend naar het werk gaan, zoals u het zelf hebt gezegd, en langer aan de slag kunnen blijven. Dan heb je natuurlijk de kwestie van werkbaar werk. Daar moet wat mij betreft nog veel meer op worden ingezet.

Minister, een tweede punt betreft de activering van de werkzoekenden. Op dat vlak moeten we de werkgevers activeren. Er zijn heel wat werkzoekenden. U hebt zelf al naar de IBO’s verwezen. Mijn fractie heeft in het verleden al voorstellen gelanceerd, zoals de ‘teachable fit’. We moeten werkgevers stimuleren om mensen de kans te bieden om bij hen ervaring op te doen en om niet zo maar op zoek te gaan naar een bepaald profiel dat onmiddellijk op de arbeidsmarkt kan worden ingezet.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Ik dank de vraagstellers voor hun actuele vragen. Het is een terechte vraagstelling die we in de commissie al meermaals hebben besproken. Het is natuurlijk een dubbel gevoel. Enerzijds is er de heropleving van de economie. Er is een toevloed van vacatures en een daling van de werkloosheidsgraad. Anderzijds is er de vaststelling dat de invulling van die vacatures geen een-op-een-relatie blijkt te zijn.

Dit mag ons uiteraard niet ontmoedigen. Integendeel, er is nog heel wat potentieel. Ik denk onder meer aan de kansengroepen, aan de langdurig werklozen en zeker ook aan de heractivering van de langdurig zieken. We mogen ook niet vergeten dat de werkzaamheidsgraad van de spitsuurgeneratie in Vlaanderen een pak hoger ligt dan het Europees gemiddelde. We moeten wat hen betreft inspanningen leveren om hen aan ook langer het werk te houden. Werkbaar werk is een belangrijke sleutel daartoe.

Minister, mijn vraag en aanbeveling is dan ook om in uw aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt de focus te leggen op de activering maar zeker ook op werkbaar werk.

Mijnheer Ronse, ik ben blij met de bijkomende vraagstelling en ik wil met u beginnen. Wat de competentiegerichte matching betreft, weet u dat we de zesde staatshervorming niet nodig hadden. VDAB brengt de competenties van de werkzoekenden in beeld, maar veel werkgevers gaan nog steeds uit van de curricula die ze van sollicitanten ontvangen en van een jobbeschrijving op basis van diploma’s in plaats van competenties. Indien we ertoe kunnen komen dat de werkgevers de jobs meer op basis van competenties beschrijven, zullen we de werkzoekenden en de vacatures beter kunnen matchen. Dat is wat we willen bereiken met het pact tegen de krapte. De werkgevers zullen dan op een gerichtere wijze mensen kunnen vinden.

Een tweede punt betreft de sollicitatiefeedback. Voor mij is dit een zeer belangrijke zaak. Indien een sollicitant bij een werkgever heeft gesolliciteerd en de job niet krijgt, is het ongelooflijk belangrijk dat VDAB feedback krijgt. VDAB kan die persoon dan gerichter begeleiden, opleiden en vormen. Zo kan hij zijn mankement of gebrek tegen de volgende vacature wegwerken. Dat is zeer essentieel.

Het is tevens essentieel dat controle en sanctionering kunnen volgen indien blijkt dat een sollicitant het niet ernstig meent. Dat is wel dankzij de zesde staatshervorming. Die feedback is voor mij een zeer essentieel geheel. Momenteel gebeurt dat nog te weinig. Ik ben ervan overtuigd dat hiermee een win-winsituatie voor werkgevers en werkzoekenden kan worden gerealiseerd. Dit is een belangrijk aspect dat we effectief in het pact kunnen inschrijven.

Mijnheer Bothuyne, u hebt het over taal en integratie gehad. We hebben die aanpak veranderd. We pakken niet langer eerst het ene en dan het andere aan. De taal- en vakopleiding lopen nu samen. Dit omvat een aantal aspecten.

Wat het re-integratietraject voor langdurig zieken betreft, weet u dat de Federale Regering maatregelen heeft genomen naar het voorbeeld van wat in Vlaanderen voordien al gebeurde. We hebben een overeenkomst met het Rijksinstituut voor de Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). We begeleiden 4000 werkzoekenden in een re-integratietraject naar een job. We kijken niet langer naar wat een persoon niet kan, we kijken naar wat een persoon wel kan. Dat is een belangrijk element en een duidelijke werkwijze.

Mevrouw Talpe, ik ben het met u eens dat het om een dubbel gevoel gaat. Eigenlijk is het positief. Indien we merken dat er een krapte is, betekent dit dat veel mensen tegenwoordig werk vinden. Dat zien we elke maand in de werkloosheidscijfers. Ik ben het daar absoluut mee eens.

Mijnheer Annouri, mevrouw Talpe, wat werkbaar werk betreft, ben ik zeer tevreden dat de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) een advies heeft uitgebracht waarin 32 maatregelen worden voorgesteld. Morgen zullen we het daarover hebben in de commissie, waar jullie meestal aanwezig zijn. We gaan duidelijk in dialoog met de sociale partners om na te gaan op welke wijze we die maatregelen kunnen uitvoeren.

Mevrouw Kherbache, u zegt dat ik weer op de werklozen kap. Ik heb gesproken over de arbeidsmobiliteit. Ik heb gezegd dat we gaan proberen om meer arbeidsmobiliteit tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel te hebben. Ik zie niet in dat dat op de kap van de werklozen is. We hebben het gehad over leercultuur, over hoe we ervoor gaan zorgen dat de filosofie van opleiding bij werkgevers en werknemers op een betere manier gebeurt. Ik zie niet in dat dat op de kap van de werkzoekenden is. We hebben het gehad over de individuele beroepsopleiding, waarbij we ervoor gaan zorgen dat werkgevers meer plaatsen gaan hebben – meer, niet minder. Dat gaan we in een pact schrijven. We gaan dat verdubbelen op termijn. Ik zie aan uw lichaamstaal dat u daar heel tevreden mee bent, want u vindt dat dat nu te weinig is. Dat zijn we aan het doen. Dat is niet op de kap van de werkzoekenden. We hebben het gehad over een snellere screening en zo de werklozen rapper te helpen. Dat is niet op de kap van de werklozen. We hebben het gehad over beter competentiegericht matchen. Dat is niet op de kap van de werklozen. Dan zegt u: ik hoor u alleen maar zeggen dat u het gaat doen op de kap van de werklozen. Dan breekt mijn klomp. Maar ja, ik vind wel dat als we al die maatregelen nemen, er naast rechten ook plichten zijn, en als iemand zijn plichten niet nakomt, gesanctioneerd moet worden. We zijn nog altijd het enige land in Europa waar de werkloosheidsuitkering onbeperkt is in tijd. Voor mij hoeft dat niet. Maar om alles te doen om die mensen naar werk te begeleiden, daarvoor vindt u in mij wel iemand die daar honderd procent voor gaat. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Ik sluit ook af met een dubbel gevoel: enerzijds een minister die eigenlijk mijn stoutste dromen overtreft inzake wat hij voor activering doet met onze Vlaamse middelen, en anderzijds toch nog een groot deel van het parlement, van onze Vlaamse meerderheid die blind blijft voor waar het echte probleem ligt, namelijk het feit dat mensen, als ze hetzelfde hebben als uitkering dan wanneer ze zouden werken, moeilijk te activeren zijn. In periodes van hoogconjunctuur zoals vandaag, waar 57.000 minder werkzoekenden zijn dan er vacatures zijn, is het gewoon crimineel om die taboes koste wat het kost te blijven in stand houden. Overigens, ik heb een klein beetje hoop, want heel het parlement heeft bij het decreet van minister Muyters rond ING, waarbij ING mensen afdankte en wilde doorbetalen en een doelgroepenkorting kreeg, gezegd dat ze die doelgroepenkorting niet moeten hebben. Wel, wat is brugpensioen? Dat is ook een stuk werkloosheidsuitkering die men kan vergelijken met een doelgroepenkorting en met het loon dat ING betaalt. Dus alsjeblieft, gebruik het verstand dat u toen had, ook hier aan de overkant van de straat. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dank u voor uw bijkomende antwoorden. We hebben allemaal bijgeleerd. We hebben geleerd dat we vanuit Vlaanderen heel wat hefbomen, heel wat bevoegdheden hebben om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken en dat er heel wat actie wordt ondernomen op Vlaams niveau om dat te doen. We hebben helaas ook geleerd dat een kameel een bijzonder kort geheugen heeft. Want, mijnheer Ronse, deze Federale Regering heeft het brugpensioen en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) afgebouwd. Het staat nog op een heel laag pitje en uiteindelijk zal het uitdoven. Deze Federale Regering heeft de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen versterkt, waardoor uitkeringsgerechtigde werkzoekenden op termijn een uitkering krijgen die nauwelijks hoger ligt dan het leefloon. Wat wilt u nog meer? We hebben zelf de bevoegdheden in handen. We zitten samen in de federale en de Vlaamse meerderheid. Polarisatie zal niet helpen om de problemen op onze arbeidsmarkt op te lossen, en profileringsdrang ook al niet. (Rumoer bij de N-VA)

Collega’s, werk samen, werk hard verder. Mijnheer de minister, wij steunen u in uw beleid. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.