U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

De heer Bertels, verslaggever, heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Goedemorgen, collega’s. Het zal gebald zijn. Ik heb de eer om u volgens de traditie een beknopte samenvatting te geven van het verslag van de begrotingsbesprekingen, mede in naam van mijn collega-verslaggevers.

Voorzitter, collega’s, dames en heren ministers, in de commissievergaderingen van 6, 14, 21 en 27 november en 5 december 2017 besprak de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting de begrotingsontwerpen voor het jaar 2018. Bij de bespreking op 6 november gaf minister Tommelein eerst een toelichting bij het ambtelijk monitoringrapport van oktober 2017. De minister benadrukte dat het voorspelde resultaat om een indicatieve raming gaat, met enkele onzekerheden, maar dat er een positieve afwijking van 56,1 miljoen euro is ten overstaan van de begrotingsaanpassing 2017, onder andere door enkele meerontvangsten en ESR-correcties.

Daarna lichtte de minister de begroting 2018 toe. Die is volgens hem structureel in evenwicht, en in tegenstelling tot in 2017 waren daar geen bijkomende inspanningen meer voor nodig. Hoewel structureel gezond vertoont de begroting 2018 een nominaal tekort van ongeveer 1,2 miljard euro. Dat is grotendeels te wijten aan de negatieve afrekening met betrekking tot de middelen uit de Bijzondere Financieringswet. Bij ongewijzigd beleid zou het nominaal vorderingensaldo min 811,3 miljoen euro bedragen. Daarin wordt echter geen rekening gehouden met de uitgaven die buiten de doelstelling worden gehouden: de negatieve afrekening met betrekking tot de middelen uit de Bijzondere Financieringswet voor afgerond 1 miljard euro, de bouwuitgaven voor Oosterweel in 2018, geraamd op 76,4 miljoen euro, de ziekenhuisinvesteringen A1/A3, die blijvend worden ingeschat op 40 miljoen euro, en de schuldovername van de gemeenten voor 96,7 miljoen euro naar aanleiding van de vrijwillige fusies.

Als men abstractie maakt van de uitgaven buiten begrotingsdoelstelling, is er een netto beleidsruimte van 406 miljoen euro, die door de vernieuwde energieheffing met 72,7 miljoen euro wordt verhoogd. Daarnaast nemen de beleidskredieten met 140 miljoen en de betaalkredieten met 21 miljoen euro toe, ten gevolge van eerder afgesproken beleid. Finaal bedraagt de netto beleidsruimte voor 2018 373,8 miljoen euro.

De regering verwacht ook een netto schuldtoename van 1,78 miljard euro, die het resultaat is van een totale financieringsbehoefte van 2,54 miljard euro, met een voorziene aflossing van 759 miljoen euro.

Daarnaast gaf de minister ook toelichting bij zijn beleidsbrief. Hierin kwamen vier grote thema’s aan bod: het begrotingsbeleid, het financieel beheer, controle- en risicomanagement, fiscaliteit en als laatste beleidsdomeinoverschrijdende doelstellingen.

Tijdens de bespreking van 14 november gaf minister Tommelein antwoord op de vragen van de heren Rzoska en Bertels, onder meer over de evolutie van het netto-actief. De minister bezorgde het parlement Exceldocumenten voor de jaren 2015 en 2016. Voor 2017 worden er geen fundamentele wijzigingen verwacht van het netto-actief. In 2018 wordt het nominaal tekort veroorzaakt door de herrekening van de autonomiefactor, de schuldovername van de fuserende gemeenten, eventuele niet-aangevraagde provisionele bedragen voor ziekenhuisinfrastructuur en de bouwuitgaven voor Oosterweel. Voor 2019 en de volgende jaren zijn er, mits het behoud van een structureel evenwicht, geen nieuwe elementen die een fundamenteel afwijkende impact kunnen hebben.

Op vraag van de heer Bertels over de raming van de ontvangsten uit de fiscale regularisatie stelt de minister dat er kort na de volledige inwerkingtreding van deze regularisatieronde al 40 regularisatiedossiers waren ingediend. Voor 37 van deze dossiers wordt een terugbetaling verwacht van 11,2 miljoen euro. Dit leidt ertoe dat de minister gelooft dat samen met een toename van het aantal dossiers naar het einde van het jaar een bedrag van 25 miljoen euro voor 2017 haalbaar is.

Na het antwoord op de vragen werd de toelichting van het Rekenhof bij het rapport over de begrotingsontwerpen 2018 gegeven door raadsheer Jan Debucquoy. In zijn algemene beschouwingen merkte het Rekenhof een gunstige conjunctuur en een positieve evolutie van de Vlaamse begroting, die voor 2016, 2017 en 2018 structureel in evenwicht is. Er is een tempering van de schuldtoename, en de kwaliteit van de begrotingsdocumenten gaat erop vooruit. Wel maakt het Rekenhof een bedenking bij de Vlaamse schuldnorm. Het Rekenhof dringt aan op een akkoord over een afdwingbare verdeling van de begrotingsdoelstellingen tussen de overheden.

Het Rekenhof blijft ook bij zijn standpunt dat de financiering van Oosterweel binnen de begrotingsdoelstellingen moet worden gehouden zolang Europa niet de toelating geeft om daarvan af te wijken of zolang er geen afspraken zijn binnen het Belgische niveau. Daarnaast vindt het Rekenhof dat het nut van sommige begrotingsfondsen geëvalueerd zou moeten worden, dat er nood is aan een globaal overzicht van de verschuldigde beschikbaarheidsvergoedingen voor de pps-constructies en hun impact op de beschikbare budgettaire ruimte, en houdt het hof een pleidooi om de meerjarenraming samen met de begroting in te dienen. Tevens vraagt het hof extra monitoring voor de schuldovername van de lokale overheden en over de afbouw van het overschot aan groenestroomcertificaten. Het hof stelt dat de ambitieuze doelstellingen inzake de certificaten tegen 2020 immers afhangen van heel wat randvoorwaarden. Het Rekenhof maakt ook enkele kanttekeningen bij de uitgavenkredieten en vraagt zich af of er op bepaalde begrotingsposten wel in voldoende kredieten is voorzien.

Minister Tommelein dankte in zijn repliek het Rekenhof voor de toelichting en stelt dat de Vlaamse Regering beseft dat ze Oosterweel niet zomaar uit de begroting kan houden, maar dat ze een andere manier zoekt om dit te realiseren en daarvoor in dialoog gaat met de Europese Commissie. Hij ziet in de analyse van het Rekenhof bevestiging dat de rekening van de nieuwe energieheffing klopt. Inzake de doelstellingen voor hernieuwbare energie zullen bijkomende inspanningen echter nodig blijven en is het belangrijk burgers zelf te doen investeren. Volgens de minister zal het Energiefonds in 2020 en 2021 niet leeg zijn en hij zou graag derdepartijfinanciering mogelijk zien worden.

De heer Rzoska kon in zijn betoog veel van de algemene opmerkingen van het Rekenhof bij de begroting onderschrijven. Hij vraagt wanneer de impasse rond het Stabiliteitsprogramma doorbroken zal worden. Ook vraagt het lid goede monitoring van de effecten van de schuldovername bij de fusies van gemeenten. Hij vraagt ook duiding bij de redenering achter het buiten begroting houden van de 100 miljoen euro adviseurskosten voor Oosterweel. Over de waarde van de vermarktbare activa inzake de schuldnormering en de berekeningswijze van de groenestroomcertificaten wenst de heer Rzoska meer duidelijkheid. Over de begrotingsfondsen wenst hij ook te weten of de minister zijn collega’s afremt om middelen uit het Verkeersveiligheidsfonds of uit het Klimaatfonds uit te geven.

Tot slot stelt de heer Rzoska dat inzake de alternatieve financiering stappen in de richting van meer transparantie zijn gezet. Er is echter nog veel werk aan de winkel.

De heer Vandenbroucke wijst op de stelling van het Rekenhof dat bepaalde uitgaven niet zo maar uit de begrotingsdoelstellingen kunnen worden gehaald. De Europese regels zijn momenteel wat ze zijn. Er is dan ook geen evenwicht. Tot slot stelt hij vast dat de persberichten over de vele fietsinvesteringen niet in de begrotingscijfers terug te vinden zijn.

De heer Diependaele stelt vast dat bepaalde punten, zoals het feit dat de Oosterweelverbinding buiten de begrotingsdoelstellingen wordt gehouden, elk jaar terugkomen. Hij vindt dat de adviseurskosten niet van de bouwkosten moeten worden gescheiden en dat de hele investering zichzelf zal terugverdienen. Zijn grootste bezorgdheid is dat de Vlaamse boekhouding in orde is. Inzake de alternatieve financiering erkent hij de nood aan een globaal overzicht van de beschikbaarheidsvergoedingen voor publiek-private samenwerking. Tot slot vraagt hij wanneer van de Europese Commissie een antwoord wordt verwacht over de opvolging van de groenestroomdoelstellingen.

De heer Van Rompuy stelt een conceptnota te hebben ingediend om een afdwingbare verdeling van de begrotingsdoelstellingen tussen de overheden in dit land te kunnen vastleggen. Bij een gebrek aan akkoord zou de norm van de onafhankelijke Hoge Raad van Financiën voor elke overheid van toepassing moeten worden. Op dit ogenblik haalt Vlaanderen die norm. Vlaanderen heeft alle belang bij een afdwingbaar begrotingspact. Nu krijgt Vlaanderen een aantal investeringen niet aan de Europese Commissie verkocht omdat de schuld en het tekort van België als geheel te hoog liggen.

De heer Bertels denkt dat de net vermelde conceptnota van de heer Van Rompuy boeiende discussies zal uitlokken. Hij stelt dat de opmerkingen over de Commissie voor alternatieve financiering van overheidsinvesteringen correct zijn. Hij wenst meer uitleg over het Verkeersveiligheidsfonds en over wat tot de adviseurskosten voor de Oosterweelverbinding wordt gerekend. Hij zou, zoals het Rekenhof heeft gevraagd, ook graag een indicatie krijgen van een realistisch realisatiepercentage voor de vermarktbare activa. Daarnaast stelt hij vragen over de impact van de autonomiefactor, over een mogelijke aanpassing van de tarieven voor de onroerende voorheffing, over de gevolgen van de inkanteling van de provincies, over de verlaging van de VAK- en VEK-buffer, over de stijging van de toerekenbare rente, over de provisie voor indexoverschrijdingen en over een mogelijk nettoactief na de overheveling van de ziekenhuisschuld naar Vlaanderen. Hij vraagt een verduidelijking van de situatie van de verschillende begrotingsfondsen.

De heer Debucquoy beantwoordt de gestelde vragen. Het Rekenhof monitort de voortgangsrapportages over de Oosterweelverbinding en beschikt over een geactualiseerde betaalkalender. Wat het netto-actief betreft, kan nooit 100 procent van de marktwaarde worden gerealiseerd. Wat het Verkeersveiligheidsfonds betreft, merkt hij op dat het Rekenhof voor zaken die na de zesde staatshervorming een Vlaamse bevoegdheid zijn geworden, vaak afhankelijk is van de informatie van de federale operatoren. Ook na de zesde staatshervorming blijft de Financieringswet zeer complex. Inzake transparantie is volgens het Rekenhof zelfs een stap achteruit gezet. De inhouding op de autonomiefactor voor 2018 is een gevolg van de te hoge bijdragen bij de afrekening voor de jaren 2015, 2016 en 2017. De opmerking die het Rekenhof de vorige jaren heeft gemaakt over de VAK- en VEK-buffer blijft eveneens gelden.

In zijn tweede repliek stelt minister Tommelein dat in het Overlegcomité is afgesproken dat de verschillende overheden samen met de Europese Commissie afspraken over de investeringen zullen maken. Hij denkt dat de monitoring van de financiën van de gemeenten nu al behoorlijk verloopt. De adviseurskosten voor de Oosterweelverbinding behoren volgens hem tot het project. Het is de eerste keer dat ze afzonderlijk worden vermeld. De minister stelt tevens dat hij nooit heeft verklaard dat de ondersteuning van de noodzakelijke investeringen in hernieuwbare energie enkel vanuit de energieheffing zou komen. Hij blijft ervan overtuigd dat de doelstellingen wel degelijk haalbaar zijn indien iedereen de ernst van de situatie inziet. Wat de begrotingsfondsen betreft, stelt hij dat het beschikbare geld mag worden uitgegeven. Het is echter niet mogelijk alle beschikbare middelen voor investeringen onmiddellijk uit te geven.

De heer Rzoska merkt op dat het niet zijn bedoeling is, zoals de heer Diependaele heeft gesuggereerd, dat elders putten worden gemaakt terwijl Vlaanderen het goed doet. Het streven naar afspraken, zoals in het samenwerkingsakkoord staat omschreven, is voor hem dan ook belangrijk.

De heer Bertels wil enige verduidelijking over de toerekenbare rente en over de rentestijgingen. Dit betreft onder meer de zogenaamde ‘Schuldschein’. Hij herhaalt zijn vraag over netto-actief met betrekking tot de ziekenhuisschuld.

De heer Diependaele herhaalt dat adviseurskosten meerekenen tot de kost van het Oosterweelproject voor hem logisch is. De heer Debucquoy stelt inzake het certificatenoverschot dat het nooit helemaal zeker is of de prognoses gerealiseerd zullen worden en dat het antwoord van de minister inzake de realisatie van de doelstelling in 2020 onduidelijk is, maar dat er voor de begroting 2018 geen problemen zijn. Over de adviseurskosten voor Oosterweel geeft het Rekenhof mee vooral bezorgd te zijn om het principe waarbij men bepaalde kosten buiten de begroting houdt. Men weet waar het begint, maar niet waar het eindigt.

Op 21 november werd de begroting en de beleidsbrief van het departement Kanselarij en Bestuur toegelicht door de minister-president. Voor die bespreking verwijs ik naar het verslag. Ook voor de bespreking van de tiende rapportering inzake de alternatieve financiering van de Vlaamse overheidsinvesteringen kunt u zich tot het verslag wenden.

Op 27 november antwoordde minister Tommelein op de nog niet beantwoorde vragen van Jan Bertels. De minister staaft zijn antwoord op de budgetneutrale inkanteling van de provinciale bevoegdheden en de indexering van de onroerende voorheffing met twee slides. Die zijn bij het verslag gevoegd. Het is effectief zo dat door het werken met een later referentiejaar, de loutere indexatie van de ontvangstenzijde tot een minder grote toename van de ontvangsten zou leiden dan aan uitgavenzijde het geval is. Maar er is ook een reële groei van de ontvangsten. Dit heeft tot gevolg dat de gepronostikeerde ontvangsten ruim afdoende zijn om de uitgaven op te vangen. Bij de begrotingsaanpassing 2018 zal eventueel wel een herraming doorgevoerd worden.

Wat de 'Schuldschein' betreft is de rente ongewijzigd gebleven tegenover 2017. De toename van de toerekenbare rente wordt verklaard door de financieringsbehoeften van de ministeries. Over de netto-actiefpositie stelt de minister dat de Vlaamse Regering had ingestemd met de doelstelling van het behoud van een netto-actiefpositie waarbij tijdelijk abstractie wordt gemaakt van de ziekenhuisschulden. Het tot op heden gehanteerde bedrag van 5 miljard euro is ook zeer onzeker, maar het risico op een hoger bedrag is beperkt. Daar de aflossing van de ziekenhuisschuld mee opgenomen is in de meerjarenraming zal het bedrag van die schuld in de toekomst eveneens afnemen.

Hierna gaf de minister toelichting bij de meerjarenraming 2018-2023. De raming van de evolutie van ontvangsten en uitgaven bij ongewijzigd beleid vertrekt steeds vanuit de begrotingsopmaak 2018. Hierin worden ook alle kostendrijvers en budgettaire engagementen verwerkt. De ontvangsten bij constant beleid evolueren van 42,3 miljard euro naar 48,4 miljard euro in 2023. Belangrijkste componenten van de ontvangsten zijn en blijven de opcentiemen op de personenbelasting, de dotaties uit de financieringswet, de gewestbelastingen en de eigen ontvangsten van te consolideren instellingen. De budgettaire gevolgen van de taxshift zijn in de raming van de opcentiemen op de personenbelasting opgenomen. De minister stipt hierbij aan dat eventuele terugverdieneffecten van de taxshift hier nog niet in zijn opgenomen.

Voor de hervorming van de erfbelasting wordt er in 2020 rekening gehouden met een minderontvangst van 117,6 miljoen euro. Langs uitgavenzijde stijgen bij constant beleid de beleidskredieten tegen 2023 met 4,6 miljard euro tot 49,4 miljard euro. De globale evolutie van de beleids- en betaalkredieten toont volgens de minister aan dat de Vlaamse Regering in de nodige middelen voorziet om de verbintenissen uit het verleden te vereffenen. Inzake schuld wordt verwacht dat de geconsolideerde schuld in de genoemde periode met 9,5 miljard euro zal toenemen tot 34,1 miljard euro eind 2023, ofwel 6,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dit blijft onder de 35 miljard euro die was opgenomen in de conceptnota schuldnormering en onder de 65 procent van de ESR-ontvangsten (Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen). Het netto-actief van de Vlaamse overheid werd eind 2016 geschat op 2,8 miljard euro.

Tot slot verwijst de minister naar het voorontwerp van decreet houdende de optimalisatie van het beheer van financiële activa dat op middellange termijn een reductie van de schuld tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro tot doel heeft. Björn Rzoska vindt het problematisch dat de opbrengst van de fiscale regularisatie zo lang hoog wordt gehouden en pas op het einde naar beneden gaat.

Ook vindt hij de informatie over Oosterweel minder gedetailleerd dan wat aan het Rekenhof werd bezorgd. Hij vraagt ook duiding bij de inkomsten uit het Klimaatfonds vanaf 2020.

De heer Diependaele vindt het positieve saldo en de vrije beleidsruimte in 2022 een goede zaak. Dat bewijst volgens hem dat de regering een gezond beleid voert. Hij verwacht dat de inkomsten uit de fiscale regularisatie tegen het einde van het jaar het vooropgestelde niveau zullen halen. Vreemd vindt hij wel dat de hervorming van de erfbelasting al is opgenomen aangezien de meerjarenraming normaal enkel beslist beleid bevat. Naar de consolidatie van de ziekenhuissector kijkt ook zijn fractie met enige argwaan en hij wenst te weten hoe waarschijnlijk het is dat Eurostat uiteindelijk de hele ziekenhuissector wil consolideren. Tot slot benadrukt hij achter de schuldnorm te staan en wenst hij evenzeer een oplijsting van de vermarktbare activa.

De heer Vandenbroucke is benieuwd naar de concrete invulling van de hervorming van de erfenisbelasting aangezien de kostprijs van een tariefverlaging van 65 naar 55 procent reeds de meeste van de ingeschreven minderinkomsten zou bevatten. Ook heeft hij vragen bij het realisme van de inkomsten uit de fiscale regularisatie nu blijkt dat de federale overheid alvast verkeerd geschat heeft. Tot slot roept hij op om de realiteit te publiceren: als men in het rood moet gaan voor investeringen, dat men dat dan ook in de tabellen zet.

De heer Schiltz stelt dat de investeringen nodig zijn om de welvaart niet te fnuiken en ziet dat het structureel evenwicht zo goed mogelijk gehaald wordt. Zijn fractie heeft geen problemen met schulden die worden aangegaan voor investeringen met een reële economische waarde. Tegenover schulden staan dan immers vermarktbare goederen.

Minister Tommelein verwijst voor de fiscale regularisatie in zijn repliek naar de eerdere bespreking bij de begrotingsdiscussie. Wat Oosterweel betreft, gebruikt hij dezelfde cijfers als het Rekenhof. Voor de vraag over het Klimaatfonds verwijst hij door naar minister Schauvliege. Hij erkent ook dat nog niet alle ontwerpen zijn goedgekeurd, maar de invulling van beslist beleid gebeurt op basis van gemaakte afspraken. Voor de hervorming van de erfbelasting verwijst hij dan ook naar het regeerakkoord met als deadline 1 september 2018. Ook de hervorming van de registratiebelasting mag men in 2018 verwachten.

De heer Rzoska repliceert dat inzake Oosterweel er tegenover het zomerreces 700 miljoen euro bij is gekomen. Hij herhaalt zijn vraag naar het verschil. Hij formuleert ook reserves bij de jubelstemming over de toekomstige budgettaire ruimte en waarschuwt ervoor zich rijk te rekenen. De heer Vandenbroucke herhaalt zijn vraag over de herkomst van de concrete getallen in de meerjarenraming over de hervorming van de erfbelasting.

Minister Tommelein stelt dat voor Oosterweel de geüpdatete cijfers zijn doorgegeven aan het Rekenhof. Ten aanzien van de erfbelasting stelt hij dat eerlijke en transparante belastingen ook een positief effect kunnen hebben voor de overheid.

De algemene bespreking werd voortgezet op 7 december. De heer Rzoska had nog vragen over drie onderwerpen waarvan de schuldovername bij vrijwillige fusies van gemeenten het eerste was. Hij argumenteerde dat daar de lokale overheden nu een beter begrotingsresultaat halen dan verwacht door hun schuldverlichting, maar dat dit niet zo is indien dit gepaard gaat met nieuw beleid op lokaal niveau. De minister laat als antwoord een brief van de Hoge Raad van Financiën ronddelen die de begrotingsneutraliteit van de schuldovername aanvaardt.

Daarnaast wenst de heer Rzoska meer uitleg over de door de Vlaamse Regering aangekondigde investeringen. Hij merkt immers discrepanties op tussen de bedragen in de Septemberverklaring, de algemene toelichting en het antwoord op mondelinge vragen. Hij vraagt hier eveneens werk te maken van een duidelijke definitie van investeringen en voor aandacht voor het totale volume aan investeringen in de algemene toelichting.

Minister Tommelein antwoordt dat de definitie van investeringen al langer voer is voor discussie. Hij verwijst naar de verschillende ESR-codes om de verschillen aan interpretatie te duiden.

Voorzitter, dit deel heb ik bewust heel beperkt gehouden.

De opbouw van de definitie van de minister leunt aan bij de definitie van de SERV. Een update van de rapportage over het getrapte systeem zal normaliter begin februari ter beschikking zijn.

De heer Rzoska erkent dat het antwoord van de minister een en ander leesbaarder maakt. De heer Vandenbroucke vindt de vraag van de heer Rzoska over de investeringen zeer pertinent.

Tot slot lijkt het ook voor de heer Diependaele nuttig om afspraken te maken over de definitie van het begrip investeringen in de begroting. De derde vraag van de heer Rzoska heeft betrekking op de schuldtoename van de geconsolideerde en de niet-geconsolideerde schulden. Hij wil weten waarom de niet-geconsolideerde schuld niet is vermeld in de algemene toelichting.

Minister Tommelein stelt dat de heer Rzoska doet uitschijnen dat de Vlaamse Regering niet transparant is en wenst dat te weerleggen. Hij stelt dat de gewaarborgde schuld in de algemene toelichting wel wordt weergegeven en er geen reden is om deze aan te vullen met de niet-geconsolideerde schuld. De heer Rzoska blijft erbij dat de opname van 800 miljoen euro economische waarborgen in de algemene toelichting logischer was geweest.

Na het afsluiten van de bespreking werd in de commissie Algemeen Beleid en Financiën kennisgenomen van de verschillende verslagen van de begrotingsbespreking uit de vakcommissies. Hierna werd overgegaan tot de stemming van de decreten en de amendementen. Voor meer details daarover verwijs ik naar het verslag. Ik geef een voorbeeld: de eindstemming over het uitgavendecreet gebeurde meerderheid tegen oppositie. (Applaus)

De voorzitter

Dank u wel, mijnheer Bertels.

Zijn er verslaggevers van het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 die het woord vragen? (Neen)

Minister-president, ik wil u feliciteren, want uw regering is bijna voltallig aanwezig. Ik heb geteld en ik denk dat ongeveer 50 van de 124 volksvertegenwoordigers op dit ogenblik aanwezig zijn. Dat mag ook eens worden gezegd.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Dank u wel, voorzitter. We zijn bijna op het einde van het jaar en we krijgen voor het eerst een compliment van u. (Gelach)

Wij nemen daar akte van. (Applaus bij de N-VA)

Ik wil erop wijzen dat we voor één keer niet stipt waren omdat het Overlegcomité vergaderde.

De voorzitter

Ik ben helemaal van mijn melk. Dat is fijn van u.

We gaan nu over tot de standpunten van de fractievoorzitters. De heer Diependaele heeft het woord.

Mijnheer Bertels, na u kan het verschil niet groter zijn, vrees ik. Dank u wel voor het verslag trouwens en dank u wel, voorzitter.

Collega's, voor mij is het altijd een beetje riskant om sportmetaforen te gebruiken, want ik sta niet echt bekend als een groot sportman, behalve maandag voor de Warmathon. Ik waag me toch aan een heel toepasselijke metafoor, want de mooiste sporten zijn natuurlijk groepssporten, waarbij de spelers voor winst en verlies afhankelijk zijn van elkaar, van het samenspel tussen de verschillende individuen. Een voetballer die koste wat het kost die goal op zijn eigen naam wil zetten, zal op lange termijn veeleer hoon dan glorie ontvangen. Een goed samenspel doet de ploeg goed, en de spelers en de supporters nog beter.

De sport waar het belang van de ploeg het meest afhangt van de individuele sterkte van de ploegleden, is misschien wel estafette. Daarbij geeft men een stok door en iedereen loopt een deel van de volledige afstand. Ik wil deze regering dan ook vergelijken met een van de lopers in een estafette tussen verschillende regeringen. Wij gaan natuurlijk niet alleen kijken naar die vijf jaar nu, we gaan ook iets doorgeven aan de volgende regering, net zoals wij die stok hebben gekregen van de vorige regering.

Het is een koers die we lopen voor de burgers om ons bestuurlijk aan de top van de EU en daarbuiten te zetten. Voor minder mogen we absoluut niet gaan. Mijn fractie en ik zijn er hartsgrondig van overtuigd dat deze ploeg al een zeer sterk parcours heeft gelopen. We moeten nu blijven doorgaan tot de laatste meter om een perfecte stokwissel door te voeren met de volgende regering. Het is vandaag of morgen dat we over het laatste volledige begrotingsjaar van deze regering stemmen. Natuurlijk is het nog veel te vroeg voor een terugblik, maar wel het goede moment om een vooruitblik te werpen op de eindsprint die we met deze regering inzetten.

Een groot deel van de stokwissel is de laatste jaren al gebeurd. Deze regering heeft wel degelijk al heel wat moedige keuzes gemaakt, al heel wat hervormingen doorgevoerd en al heel wat verandering gebracht. Ik schets u graag enkele inspanningen die we reeds leverden, te beginnen bij de begroting die we vandaag bespreken.

We trekken bij de begrotingsopmaak van 2018 opnieuw de lijn door van de voorgaande jaren, want we hebben opnieuw een begroting die structureel in evenwicht is. Dat is ook onze ambitie voor 2019.

Het is evident dat je als nieuwe regering graag zo’n stok in handen krijgt. Want begrotingsoverschotten verdwijnen niet zo snel als ze komen. Dit land heeft dat door scha en schande al mogen ervaren.

Maar vooral kan deze regering naar recht en rede zeggen dat het een investeringsregering is. We staan waar we staan dankzij de moedige beslissingen die werden genomen om te besparen en zo te kunnen investeren. Voor volgend jaar is dat een extra investeringsbedrag – een éxtra investeringsbedrag – van zomaar eventjes 610 miljoen euro. Daarmee hebben we deze legislatuur al ongeveer 1,175 miljard euro aan extra investeringen weten vrij te maken.

Een tweede punt wordt door veel mensen misschien als minder interessant, minder sexy ervaren. Maar voor mij is het wel interessant – ieder diertje zijn pleziertje. We sluiten af met een historisch hoog budget voor innovatie. 2,69 procent bnp is het laatste cijfer dat ik heb gevonden. En daarmee zitten we inderdaad nog niet aan de nodige 3 procent. Maar de curve loopt wel degelijk omhoog. Deze Vlaamse Regering heeft een zeer duidelijke keuze gemaakt om ten volle in te zetten op technologische en andere vormen van innovatie. En Vlaanderen wil daarmee – we hebben absoluut die ambitie – aan de kop van dat Europese peloton komen. En het mooiste voorbeeld, minister Muyters, is natuurlijk de uitrol van het glasvezelnetwerk, waarmee we de digitale sneltrein niet mogen missen. Het is vandaag al nodig om hieraan te werken om over een langere periode de vruchten te kunnen plukken.

Je hoort weleens dat met cijfers wordt bewezen dat we vandaag op dat gebied al zeer goed zitten. En dat is natuurlijk absoluut waar. Maar net daarom is het van belang om nu al vooruit te kijken naar waar we staan over tien jaar. En dan is het absoluut nodig dat we nu al de nodige infrastructuur beginnen uit te rollen om die trein niet te missen, om daarmee aan de kop van het peloton te geraken.

Een ander punt waarop we al heel wat hebben gerealiseerd, is de cultuuromslag binnen onze overheid. Weg van het etatisme, meer vertrouwen geven aan de actoren die onze natie vormen, aan burgers, aan bedrijven, aan lokale besturen en aan het verenigingsleven, maar ook aan scholen. Hiermee trekken we de sporen waarop een volgende regering zich kan richten, zeker met het witboek ‘open en wendbare overheid’. De overheid is er voor de burger en de gemeenschap, niet omgekeerd. We gaan voor participatie, voor een open overheid die luistert naar de samenleving. Regelgeving mag niet langer een doel op zich zijn, maar een hefboom voor groei en innovatie, onder meer door een beleidskader voor de inzet van experimentwetgeving en regelluwe zones, iets waar ik zelf heel hard in geloof.

En diezelfde filosofie passen we ook toe op de lokale besturen. We zullen morgen – met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – het decreet Lokaal Bestuur goedkeuren. U kent de inhoudelijke krachtlijnen van dat decreet, er is al heel wat over gedebatteerd. Met dit decreet proberen we, in alle eerlijkheid, ons eigen blazoen op te kuisen. Er wordt heel wat geschrapt in mandaten en we gaan voor meer efficiëntie en transparantie in vergelijking met de structuren en praktijken die we tot nu toe kenden.

Als laatste punt is er nog het onvermijdelijke Oosterweel. Dossiers die al jaren aanslepen kun je gemakkelijker historisch noemen. Maar de doorbraak die er met deze regering werd bereikt, is wel degelijk zonder meer historisch. 

Collega's, met die paar voorbeelden wilde ik aantonen dat we wel degelijk al een heel traject hebben afgelegd waarop deze regering, deze ploeg-Bourgeois absoluut trots mag zijn. Maar leid daar zeker niet uit af dat we in een soort fin-de-régimesfeertje zouden zitten. Allerminst. Er ligt nog heel wat werk op de plank voor de eindsprint, om die stok deftig te kunnen doorgeven.

Belangrijk daarbij zijn vooral nog enkele fiscale hervormingen. Op het federale niveau is het erfrecht hervormd. We hebben er in de commissie al verschillende keren over gedebatteerd dat we nu ook nood hebben aan een hervorming van onze erfbelasting. Daarmee kunnen we eindelijk de onrechtvaardig hoge belastingen – vooral, maar niet alleen – in de zijlijn laten verlagen. We hopen dat we dit snel kunnen bespreken in het parlement. Alles wijst daar ook op. Ook de registratierechten liggen nog op de plank van de minister van Financiën.

Maar daarnaast is er ook nog de uitvoering van de lijnen die we hier hebben getrokken met betrekking tot ruimtelijke ordening. Ook op dat vlak zijn de uitdagingen bijzonder groot. Iedereen is overtuigd van de noodzaak om open ruimte in Vlaanderen te vrijwaren. Het Instrumentendecreet moet ons daarbij helpen. Maar ik hoop evengoed dat iedereen ervan overtuigd is dat we eigenaars correct moeten vergoeden.

Ook op het gebied van onderwijs is het parcours nog niet gelopen, maar daar kom ik straks nog op terug.

De minister-president gaf het afgelopen weekend al aan dat Vlaanderen nood heeft aan meer investeringen. De laatste decennia, meer bepaald sinds de jaren tachtig, is te veel de fout gemaakt om te besparen in investeringsuitgaven. De uitspraak ‘bakstenen betogen niet, mensen wel’ is daar kenschetsend voor. Het is een fout die we te veel gemaakt hebben, omdat we daarmee te weinig onze toekomst hebben voorbereid. En hoewel deze regering wel degelijk al een grote inhaaloperatie heeft gemaakt – ik verwees al naar de 1,175 miljard euro aan extra investeringen die we al hebben gedaan – zitten we toch nog maar op 2 à 2,5 procent. Daarmee houden we amper onze infrastructuur in stand. Het investeringsniveau moet de komende jaren verder omhoog. Alleen zo kunnen we de basis leggen om onze welvaart te bestendigen.

Collega’s, en dan vooral de collega’s van de oppositie, we zullen straks naar jullie luisteren, maar laat ons eerlijk zijn: deze begroting zit eigenlijk gewoon perfect op koers. Deze regering doet perfect wat ze beloofd heeft. Deze regering doet wat ze aangekondigd heeft in 2014. We slagen er schitterend in om de beloftes die we vooropgesteld hebben, effectief te realiseren. Er is weinig of niets aan te merken op de moedige keuzes die worden gemaakt. Maar vooral: we beseffen maar al te goed dat er achter die cijfers – want met cijfers alleen kun je niet besturen – ook mensen schuilgaan.

Daarom geef ik nog drie bezorgdheden mee. Eerst en vooral een bezorgdheid met betrekking tot onderwijs. Iedereen is ervan doordrongen dat onderwijs de basis is voor onze welvaart. We hebben in Vlaanderen geen andere grondstoffen dan de hersencellen van onze jongeren. Enkel door volgehouden inspanningen om ons onderwijs naar de top te duwen, kunnen we die welvaart voor de toekomst veilig stellen. Maar jammer genoeg moeten we in internationaal vergelijkend onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vaststellen dat onze Vlaamse vijftienjarigen opvallend weinig ambitieus zijn, bij de laagste van Europa. En daar maak ik mij wel degelijk zorgen over. Ook Dirk Van Damme omschreef het al als ‘redelijk zorgwekkend’.

Ambitie lijkt iets vies te zijn geworden, alsof we daarmee ongelijkheid in de hand zouden werken. Niets is minder waar. Ambitie maakt ons wel degelijk allemaal sterker, ook diegenen die een extra duwtje in de rug nodig hebben. Ook voor hen hebben wij als N-VA de grootste ambitie, om iedereen mee te krijgen in ons onderwijsverhaal. En we mogen best ambitieus zijn en die ambitie doorgeven aan onze kinderen. Je laat jongeren daarmee proeven van de latere realiteit. Maar in het maatschappelijke debat rond onderwijs wordt soms wel eens de indruk gewekt dat dat absoluut ‘not done’ is. Want onderwijs moet vooral leuk zijn. Leerlingen moeten zich goed voelen in hun vel. Dat en alleen dat zou van belang zijn. En natuurlijk spreekt niemand tegen dat je goed voelen in je vel en op school absoluut belangrijk is – het zou er nog aan mankeren. Natuurlijk moeten we daar de nodige aandacht voor hebben. Maar daar moet ook aan gekoppeld worden dat we absoluut de plicht hebben om onze jongeren voor te bereiden op wat er komt na die schoolcarrière. Dat is de eerste prioriteit van ons onderwijs. Dat is volgens mij nog altijd de essentie waarom we goed onderwijs zo belangrijk vinden voor onze kinderen. (Applaus bij de N-VA)

Trouwens, minister, als ik aan twee van mijn vier kinderen – de oudste twee, die nu in het middelbaar zitten – vraag of onderwijs leuk moet zijn, krijg ik meestal als antwoord: ‘Hoe ga je dat nu doen?’ Ik kijk met veel spanning uit naar hun rapport vrijdag. (Gelach. Applaus)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Collega Diependaele, het is zo dat – en ik weet dat uw partij daar ook heel gevoelig voor is – ook de ouders en vooral de vader een heel belangrijke extra bijdrage kunnen leveren aan het plezier dat kinderen hebben in een school.

Tenzij u het anders zou zeggen, beschouw ik dat niet als een kritiek op ons beleid. Het is een aanmoediging. U weet dat er zoiets bestaat als het Pygmalion-effect. Ik heb daar al een paar keer uitspraken over gedaan. Het kind richt zich namelijk ook naar de verwachtingen die een leerkracht of de ouders van dat kind hebben. Een van de moeilijke effecten is dat, als de verwachtingen lager zijn, het kind zich daar ook naar zal gedragen. Dat is een van dé uitdagingen waar we ook als samenleving voor staan. Dat is zeer ongelijk. Leerkrachten koesteren nog niet altijd genoeg verwachtingen ten opzichte van leerlingen. Maar dat geldt ook voor ouders. In het ene gezin worden hoge verwachtingen gekoesterd, in het andere is dat helemaal anders. Dat is een gezamenlijke uitdaging waar we als samenleving voor staan.

Absoluut. Ik ga niet reageren op uw eerste punt. Ik hoop dat mijn vrouw niet meekijkt.

Ik geef deze bezorgdheid mee als aanmoediging. We moeten ervoor zorgen dat de ambitie hoog genoeg blijft, maar u hebt gelijk dat het een bezorgdheid is voor iedereen in de maatschappij, zowel voor leerkrachten als voor ouders. Dit Vlaams Parlement en de regering moeten ervoor zorgen dat die ambitie hoog genoeg blijft.

Ik wil absoluut geen doemdenker of onheilsprofeet zijn, ook niet voor het onderwijs, hoegenaamd niet, en ook niet op andere vlakken, maar onze samenleving, onze manier van leven, staat wel degelijk onder druk. Rechten en vrijheden die gedurende eeuwen geleidelijk een plaats hebben gekregen in onze maatschappij worden de laatste tijd meer en meer ter discussie gesteld. Ik hoor vaak zeggen dat identiteit is als een lasagne. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, al heb ik andere voorkeuren. Alleen gaat dat beeld nogal gemakkelijk voorbij aan mogelijke pijnlijke waarheden. Je kunt aan die lasagne niet zomaar lagen toevoegen. Je kunt daar niet zomaar alles tussenleggen. Sommige zaken gaan nu eenmaal niet samen. Wij mogen ons met recht en reden verzetten tegen wie niet kiest voor ons model van mensenrechten, van gelijkwaardigheid, van vrijheid en liberale democratie. Dan moeten wij straffer durven te zeggen dat wij dat niet aanvaarden in onze maatschappij. Onze beste eigenschappen als Vlamingen, onze burgerlijke vrijheden, onze verlichte normen en waarden, ons Vlaams meesterschap: die komen niet uit het niets. We moeten die wortels van ons burgerschap erkennen en actief cultiveren, om ervoor te zorgen dat ons moreel kompas in de juiste richting blijft staan en niet uit het lood wordt geslagen.

We hebben meer nood aan trots, aan assertiviteit. Niet aan zelfgenoegzaamheid, dat is het begin van het einde. Niet aan misplaatste arrogantie, want ik voel mij absoluut niet beter dan een ander. Maar wel aan bewustzijn van onze eigenheid, van onze kwaliteiten, van ons zelfbewustzijn.

Hier kom ik aan een derde punt van bezorgdheid, een bezorgdheid die vooral voor mijn fractie zeer groot is. Morgen, 21 december, vindt er op 1500 kilometer van hier een verkiezing plaats. Enkele weken geleden hebben wij er uitgebreid over gesproken in ons parlement. Het is geen geheim wat mijn partij en ikzelf denken over de situatie in Catalonië. Ik wil de bezorgdheid meegeven dat we ons niet de mond mogen laten snoeren als het gaat over het verdedigen van de democratische rechten en vrijheden die in Spanje en Catalonië wel degelijk onder druk staan. Wij hebben als lidstaat van de EU de plicht om keihard onze stem te laten horen als die basisnormen van de Europese samenwerking onder druk komen te staan. Dit overstijgt elke vorm van partijpolitiek. Het is net de democratie die alle partijen hier aanwezig verbindt. Dit moet ons allemaal raken in de kern van ons politieke engagement en in de rol die we voor dit parlement opnemen als volksvertegenwoordigers voor de Vlamingen. (Applaus bij de N-VA)

We kunnen ons hierin geen schuldig verzuim permitteren. We mogen dan ook de ogen niet sluiten als er rond ons politici worden opgesloten binnen de Europese ruimte die we met hen delen.

Ik richt ten slotte een oproep tot vooral de oppositie. De minst interessante boeken of films zijn die waarin niets gebeurt, waar iedereen al bij het begin de happy ending kan voorspellen. Met betrekking tot deze begroting valt eigenlijk niets anders te voorspellen dan een happy ending. Het is dan ook, toegegeven, een weinig interessante begroting. Maar in dezen is dat absoluut een goede zaak. Het entertainmentgehalte is veeleer beperkt. Maar ik kan alleen maar hopen dat iedereen overtuigd is van de happy ending die wij met deze regering aan het voorbereiden zijn, om de stok naar de volgende regering op een perfecte manier te kunnen doorgeven. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Voorzitter, beste collega’s, geachte leden van de regering, minister-president, goede morgen allemaal. Het is alweer drie maanden geleden – de tijd vliegt snel – dat we met elkaar in deze plenaire vergadering met elkaar in debat zijn gegaan over de plannen van deze regering voor het komende jaar.

Ik wil meteen inpikken op de Septemberverklaring van de minister-president van drie maanden geleden. Hij gebruikte toen een citaat van John F. Kennedy: “A rising tide lifts all boats.” Als het goed gaat met de economie krijgen we de kans om er allemaal op vooruit te gaan. Het is onmiskenbaar zo dat het tij aan het rijzen is. De economie in Europa trekt aan, we merken dat ook in Vlaanderen. We plukken er hier ook de vruchten van en er komen ook hier jobs bij. Het Rekenhof kondigde in de commissie Financiën zelfs aan dat het niet uitgesloten is dat we er volgend jaar beter voor zullen staan dan we vandaag denken. Met andere woorden: het schip van deze regering kan profiteren van het opkomend tij om het nieuwe jaar in te varen. Het is het laatste volledige politiek jaar van deze legislatuur. Als ik denk aan het schip van de regering, dan stel ik me dat voor als een zeilschip, een energiezuinig en klimaatvriendelijk vaartuig. Als ik de aankondigingen van de ministers van deze regering van de afgelopen maanden mag geloven, dan ligt het schip niet alleen klaar om te vertrekken, profiterend van opkomend tij, maar vaart het ook met bolle zeilen. Er zijn inderdaad investeringen in deze begroting. Ik heb minister Vandeurzen horen spreken over zijn investeringen in de seniorenzorg. Ik heb minister Homans horen spreken over een recordaantal nieuwe sociale woningen dat volgend jaar zal worden gebouwd. Minister Crevits heeft het gehad over recordinvesteringen in nieuwe scholen. Er is zelfs een enkeling in de regering die het heeft over historische investeringsbedragen: of het nu gaat om bussen, trams of treininfrastructuur, wat minister Weyts doet, is – naar eigen zeggen – historisch.

Kortom, ik heb geen enkele moeite om te erkennen dat die investeringen inderdaad in de begroting staan. (Applaus bij de N-VA)

Op heel wat terreinen juichen we die extra middelen toe. Het tij rijst, de zeilen staan bol, het schip is klaar om in volle vaart vooruit te gaan. Dan is de vraag welke koers is uitgezet. Twee jaar geleden heeft de minister-president zelfs een koers uitgezet op de lange termijn. Hij heeft hier een visie op de toekomst van Vlaanderen uiteengezet tot 2050.

Minister-president, over dat document in zijn geheel zijn we niet laaiend enthousiast, maar daar staan wel zaken in waarvoor er een meerderheid is en waarvoor hier bijna een kamerbrede consensus is. Ik denk aan zorg en een solidair Vlaanderen, waar mensen die het nodig hebben, kunnen rekenen op betaalbare en toegankelijke zorg. U schreef over een Vlaanderen waar de open groene ruimte gevrijwaard is en u schreef ook over het energiesysteem, dat moet worden omgevormd, dat koolstofarm en duurzaam is. Welnu, collega’s van de regering, profiteer gerust van het opkomend tij om die richting uit te gaan.

Dat is de oefening die ik gedaan heb met deze begroting: in welke mate brengt deze begroting, met zijn extra middelen en investeringen ons dichter bij het Vlaanderen van de toekomst zoals geschetst door de minister-president? Ik denk dat daar toch wel een drietal problemen op de loer liggen, dat een drietal uitdagingen deze Vlaamse Regering wachten.

Ten eerste, heb ik de indruk dat een aantal bemanningsleden op het zeilschip het niet eens zijn met de uitgestippelde koers op de lange termijn. Meer zelfs, er wordt openlijk aan getwijfeld. In scheepstermen spreekt men dan van muiterij. Ik geef twee voorbeelden. Nemen we de doelstelling om de open ruimte te vrijwaren. We hebben daarover afspraken gemaakt in de klimaatresolutie en we hebben gezegd dat het gedaan moet zijn met het nog verder aansnijden, versnipperen en bebouwen van de open ruimte.

Wel, als het erop aankomt om die principes te verankeren, als het erop aankomt om daarvoor concrete maatregelen te nemen, om dat operationeel te maken, om stappen vooruit te zetten waarop we niet meer kunnen terugkomen, dan zie ik openlijke twijfel. Nog een voorbeeld, de duurzame-energieomslag werd een jaar geleden geconcretiseerd in een klimaatresolutie, en deze werd kamerbreed goedgekeurd. In die resolutie staat dat er een energiepact moet komen. We vragen aan de Vlaamse Regering om een energiepact af te sluiten “uitgaande van de huidige federaal besliste kernuitstap”. Veel duidelijker kan een resolutie niet zijn. Veel groter kan de meerderheid die dit heeft goedgekeurd, niet zijn. Ook daar wordt minstens geaarzeld en eigenlijk openlijk getwijfeld of dat wel de richting is die men moet uitgaan.

Als zelfs zulke fundamentele keuzes, waarvan ik dacht dat we een consensus hadden, nu al anno 2017, laat staan in 2018, in twijfel worden getrokken, dan gaan we er natuurlijk niet geraken, ook niet met een begroting waarin inderdaad meer middelen zitten om te investeren. Ik reken op u, minister-president, om het roer vastberaden in die richting te zetten en te houden die u zelf hebt uitgestippeld.

Ik zie dat op heel wat terreinen extra middelen worden geïnvesteerd, maar het is mij niet duidelijk wat men daar precies mee wil bereiken. Ofwel blijven de resultaten uit, ofwel is men de koers bijster.

Ik kijk naar het beleidsdomein Mobiliteit. De beleidskredieten van minister Weyts zijn de afgelopen drie jaar met ruim 20 procent gestegen. Er kwam 700 miljoen euro bij. 3,7 miljard euro ligt er klaar om te investeren in mobiliteit volgend jaar. De minister pakt daar graag mee uit, het liefst op zondag, met persberichten waarin vaak gesproken wordt over ‘historische beslissingen’ en ‘historische investeringsbedragen’. Collega's, ik zie dat de files in Vlaanderen ondertussen historische records breken. Ik zie dat ze aan een historisch hoog tempo aangroeien. Nog nooit is er zoveel geïnvesteerd in mobiliteit en nog nooit hebben we daar zo weinig mobiliteit voor teruggekregen.

Hoe komt dat? Dat komt, geachte Vlaamse Regering, omdat u blijft investeren in projecten die mensen aanmoedigen om met de auto, alleen en tijdens de spits in de file te gaan staan. Dat is precies het omgekeerde … (Applaus bij sp.a en Groen)

Dat is precies het omgekeerde van wat we nodig hebben! Ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat er de komende jaren 64 miljoen euro gevonden kan worden om op een aantal plaatsen op onze autosnelwegen een aantal rijstroken bij te creëren om nog meer auto's door de spits te kunnen duwen, terwijl in mijn eigen stad Gent het tramnet moet worden ingekort omdat De Lijn geen geld heeft om de tramsporen te onderhouden. (Applaus bij sp.a en Groen)

Nog een voorbeeld: ouderenzorg. Vorige week heeft de heer Bertels …

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Ik wil niet de discussie van in de commissie herhalen, maar wel enkele elementen verduidelijken. Alle budgetten inzake mobiliteit en openbare werken stijgen, inclusief dat van De Lijn. In uw stad zijn er extra tramsporen aangelegd en er zullen er nog extra komen. Alle budgetten stijgen voor alle vervoersmodi.

Maar ik heb goed begrepen dat u zegt namens sp.a dat er niet moet worden geïnvesteerd in weginfrastructuur, dat er niet moet worden geïnvesteerd in een optimalisering en meer capaciteit op de ring rond Brussel, in een optimalisering van de Antwerpse mobiliteit en dus meer bepaald investeren in de Oosterweelverbinding. Dat is dan de consequentie van wat u zegt. U zegt: ‘Er moet niet meer worden geïnvesteerd in weginfrastructuur, enkel in de alternatieven voor de wagen.’ Dan moet u toch eens duidelijk maken wat u daarmee bedoelt.

Anders denk ik dat u in een volgende regering met andere coalitiepartners niet verder zult komen dan met een groene coalitiepartner. Ik denk dat wij het er met z'n allen over eens zijn dat je moet investeren en in weginfrastructuur, en in de alternatieven. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik ben blij dat u verwezen hebt naar de nieuwe infrastructuur voor openbaar vervoer die er zou zijn in mijn stad en naar de nieuwe trams die rondrijden. Dat klopt, er is spoor bijgekomen, er is ook 1,5 kilometer tramspoor verdwenen.

Weet u hoe het komt dat er op een half jaar tijd 20 procent meer mensen op de fiets zijn gestapt, 15 procent meer mensen de bus en de tram nemen, 25 procent minder ongevallen zijn? Weet u hoe dat komt? Omdat er keuzes worden gemaakt, omdat we zijn afgestapt van een en-enbeleid, omdat we consequent op een aantal plaatsen zeggen dat de actieve weggebruiker – voetgangers, fietsers – voorrang krijgt. Op sommige plaatsen hebben ze zelfs de infrastructuur voor zich alleen, samen met het openbaar vervoer. De stiptheid van het openbaar vervoer is er meer verbeterd door simpelweg te zeggen dat het gedaan is om met de auto dwars door de stad te rijden en trams en bussen tegen te houden, dan met de 11 miljoen euro die de afgelopen jaren is geïnvesteerd in doorstromingsprojecten. Dat is wat ik bedoel en dat is niet wat u doet: een duidelijke keuze maken en ervoor zorgen dat er zo in alternatieven wordt geïnvesteerd dat mensen actief uit de auto stappen en naar bus, trein, bus, fiets gaan.

En neen, ik denk niet dat investeringen in bijkomende capaciteit om tijdens de spits nog meer auto's over de autosnelwegen te jagen – dat betekent niet dat het net niet moet worden gemoderniseerd – een goede verleidingstrategie is. Eerlijk gezegd, kijk naar de feiten. Ze geven mij gelijk: historisch snel aangroeiende files in Vlaanderen. Iedereen staat stil tegenwoordig en de investeringsalternatieven volgen niet. Het en-enbeleid werkt niet. Ik vraag u, nu u beschikt over historisch grote investeringsbedragen, om het roer op dat vlak om te gooien. (Applaus bij sp.a en groen)

Mijnheer Vandenbroucke, eerst en vooral – en voor alle duidelijkheid: ik neem u dat niet kwalijk – hebben we over de begroting nog maar weinig gehoord. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Ik neem u dat niet kwalijk, want er is maar weinig over te zeggen behalve dat u hebt aangegeven dat u eigenlijk heel blij bent met de extra investeringen die er zijn.

U verwijst naar Gent, een prachtige stad, maar de keuzes die men daar heeft gemaakt, hebben ook slachtoffers gemaakt. En daar verwijst u natuurlijk niet naar. U weet ook heel goed dat de horeca en de winkels – het shoppingcenter van Gent zelf in de binnenstad – wel degelijk steen en been klagen over de keuzes die zijn gemaakt. En dat zijn de slachtoffers waar u voor gekozen hebt. U hebt zeer duidelijke keuzes gemaakt om daar een heel pak mensen weg te jagen. En het trekt niet opnieuw aan, want ook dat was voorspeld. Het gebeurt op dit moment niet. U kunt wel zeggen dat er meer fietsers zijn – en dat is allemaal mooi en allemaal goed – maar het is niet moeilijk als je een leeg park hebt. Op een voetbalplein kan je ook makkelijker wandelen dan in een stad door straten. Dat is niet moeilijk hoor. (Applaus bij de N-VA)

Als u, collega Vandenbroucke, hier komt verdedigen dat er moedige keuzes gemaakt zijn, geef dan ook aan waar er zeer duidelijk slachtoffers zijn gevallen, want die zijn er wel degelijk.

Wat de files betreft, het is altijd zeer gemakkelijk om naar één iemand of één regering te kijken alsof die files er plotseling van vandaag op morgen zijn gekomen, alsof die er niet waren toen u zelf nog in de regering zat, alsof we die eigenlijk niet veel vroeger zagen aankomen. We hebben op alle vlakken, en niet alleen op basis van weginfrastructuur, een inhaaloperatie gemaakt waar men de laatste tientallen jaren die infrastructuurinvesteringen niet had gedaan en had geschrapt. Wij zetten daar opnieuw op in. Het zal wel degelijk zorgen voor een aantrekken. Het moet worden uitgerold en dat heeft zijn tijd nodig.

Ik krijg iets van mensen die een goed geweten te danken hebben enkel en alleen aan een slecht geheugen. En dat is bij u vooral het geval. Kijk eens naar Oosterweel. Hoe komt het dat het dossier zo lang aansleept? Hoe komt het dat we dit nu wel hebben kunnen rechttrekken? U kent de hele discussie toen nog iemand van u er burgemeester was, toen uzelf nog in de Vlaamse Regering zat en dat er een deadlock zat op dat dossier. We hebben dat terug rechtgetrokken. U dankt uw goed geweten enkel en alleen aan uw slecht geheugen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, ik wou toch ook eventjes tussenkomen. Men maakt de vergelijking met wat steden kunnen en moeten doen, en doen. Of dat nu goed of slecht is, dat laten we dan over aan de inwoners, de handelaars enzovoort. Ik heb er in Leuven ondertussen ook een beetje ervaring mee. Wij hebben ook zo’n circulatieplan, met ongeveer dezelfde effecten, zowel in positieve als in negatieve zin, die hier zijn opgesomd. Ik vind echter dat die vergelijking een beetje mank loopt. Wat Vlaanderen moet doen, is natuurlijk iets totaal anders dan historische steden, waar traditioneel heel veel verkeer door gaat, waar men andere keuzes maakt. Vlaanderen is anders georganiseerd. Wij zitten met onze snelwegen, die inderdaad vollopen, maar u weet ook dat dat voor een groot stuk ook te wijten is aan het beleid dat aan de overkant wordt gevoerd. Bedrijfswagens krijgen daar toch nog altijd net iets te veel kansen. Men is nu wel bezig met het mobiliteitsbudget, maar u kent ook onze mening over het ‘cash for car’-principe. We hebben het daar in de commissie ook over gehad.

Er is iets anders dat ik hier toch even wil opwerpen. Als we die files echt op termijn willen verminderen, dan zullen we dat op een slimme manier moeten doen, met een slimme kilometerheffing. Ik denk dat we het daar in de commissie wars van de partijgrenzen ook min of meer over eens zijn. Daar hebben wij toch begrepen dat de minister een heel kader aan het maken is, zodat een volgende regering daar vrij snel mee van start zou kunnen gaan.

Mijnheer Vandenbroucke, ik blijf een beetje op mijn honger. U hebt het over het en-enverhaal van deze regering: we investeren in alle vervoersmodi, met historisch hoge investeringsbedragen. Om het gewoon eens heel concreet te duiden, 52 procent van alle verloren file-uren situeren zich maar op twee tracés in Vlaanderen: de ring rond Brussel en de ring rond Antwerpen. De Vlaamse Regering gaat die problematiek te lijf met een en-enverhaal. Wat de ring rond Brussel betreft, daar investeren we eigenlijk maar in 21 kilometer weginfrastructuur, in meer capaciteit, maar anderzijds in 40 kilometer fietsinfrastructuur en in 60 kilometer traminfrastructuur. Dus, het en-enverhaal ten voeten uit. Hetzelfde wat Oosterweel, wat de ring rond Antwerpen betreft. Ook daar investeren we in – vanbuiten – maar 16 kilometer weginfrastructuur, maar in een veelvoud op het vlak van fietsinfrastructuur en een 30-tal hectare extra groen, een 30-tal hectare extra bos. Daar is er dus ook een en-enverhaal, ten voeten uit. U hebt de mond vol van duidelijke keuzes. U verwerpt het en-enverhaal, dus dan zegt u ook heel duidelijk dat u tegen die investeringen bent die wij plannen in de ring rond Brussel, dat u tegen die investeringen bent die wij plannen in de ring rond Antwerpen. Het is heel duidelijk. Ik vraag u dat eens duidelijk te maken. U zegt dat we duidelijke keuzes moeten maken. Ofwel zegt u dat u daartegen bent, en dan maakt u een duidelijke keuze. Ofwel zegt u dat u daarvoor bent, en dan maakt u eigenlijk dezelfde keuze als deze Vlaamse Regering, namelijk een en-enverhaal. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Voorzitter, ik was blij met de tussenkomst van collega Brouwers om het niveau van mobiliteit onder de bevoegdheid van Vlaanderen toch iets hoger te tillen, veeleer dan het over de steden en gemeenten te hebben. College Diependaele, ik vond uw tussenkomst heel bizar. Ik denk dat uw partij vooral heel nederig moet zijn als het gaat over slachtoffers wat het verkeersbeleid betreft. (Rumoer. Opmerkingen)

Ik vind het ook absoluut niet gepast dat u, inzake beslissingen die een lokaal bestuur neemt, hun hier in het parlement voor de voeten gooit dat er keuzes worden gemaakt waarvan er alleen maar slachtoffers vallen. U zegt dan eigenlijk dat, als u steden bestuurt, die steden vooral moeten worden volgeduwd met auto’s. Dat is iets dat wij inderdaad niet steunen, en ik denk dat onze fractieleider ter zake heel duidelijk heeft getoond dat hij kiest voor leefbare steden. Het bizarre is, en dat komt hier telkens terug, bij elk mobiliteitsdebat, dat het onder deze glazen koepel altijd zo’n wauwverhaal lijkt, van ‘er is nog nooit zo veel geïnvesteerd in fietsen, er is nog nooit zo veel geïnvesteerd in mobiliteit en in bussen’. Op straat is er nog nooit zo veel geklaagd, ook over de bussen. Waar in steden de bussen worden hervormd met netwerken volgens jullie visie, is de bereikbaarheid nog nooit zo slecht geweest. Dus, in plaats van hier altijd dat hoeraverhaal te vertellen, praat eens met de mensen, en neem vooral de klachten die binnenkomen bij De Lijn serieus, en pas daar uw beleid aan aan. Dat doet u vandaag niet. Verval niet in die slogans dat het meer en beter is.

Mijnheer Beenders, ik vond uw betoog gewoon grof. Ik heb niet gezegd dat er meer auto’s naar de stad moeten. Ik heb alleen gezegd dat als er keuzes moeten worden gemaakt, het ook duidelijk moet zijn welke slachtoffers er worden gemaakt. Als u dan toch zo drukt op het woord ‘slachtoffers’, weet u waar deze Vlaamse Regering het best van al op scoort – ik heb dat ook gezegd tijdens mijn speech over de Septemberverklaring – en waar we het meest trots op zijn? Dat is het feit dat we het aantal verkeersslachtoffers naar beneden hebben gekregen. We zitten onder 400 verkeersslachtoffers per jaar. Daar zijn we trots op. (Applaus bij de meerderheid)

U mag absoluut aangeven hoe u dat beter zult doen. We hebben ervoor gezorgd dat die omslag is gebeurd om weg te geraken van die schande van meer dan 400 verkeersdoden. We zitten daar onder. Dat zijn de echte cijfers waarmee deze regering naar buiten kan komen en waar ze terecht trots op kan zijn. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Mijnheer Diependaele, u bent zo bezorgd om de mooie stad Gent. Ik zou zeggen: kom zondag eens winkelen. U moet niet met de auto komen. Kom gerust met het openbaar vervoer. Dat is in Gent op zondag gratis, trouwens met ondersteuning van de N-VA-fractie in de gemeenteraad, waarvoor dank.

Mevrouw Brouwers, u hebt gelijk, Vlaanderen is niet verantwoordelijk voor alles. Er moet ook worden geïnvesteerd in alternatieven door de overkant van de straat, de Federale Regering waar uw partij deel van uitmaakt. Daar wordt 230 miljoen euro per jaar bespaard op het investeringsbudget van Infrabel, op de sporen waarmee mensen tussen centra per trein kunnen worden vervoerd in plaats van ze in de file te moeten laten staan met de auto. Dat is de realiteit. (Applaus bij sp.a)

Dames en heren, er is een tweede voorbeeld waarbij ik zie dat er middelen zijn maar waarvan ik me afvraag waarvoor ze worden gebruikt en waar de resultaten zijn.

Minister Weyts wil nog iets zeggen. U hebt geen antwoord gekregen op uw vraag? (Instemming)

U weet goed genoeg dat we de heraanleg van die twee ringwegen steunen. Dat zijn leefbaarheidsprojecten. Dat gaat over modernisering van ons autosnelwegennet. U gebruikt 64 miljoen euro om hier en daar een rijstrook bij te plakken om nog net iets meer auto’s door de spits te kunnen jagen, terwijl het de bedoeling is om mensen uit de auto te halen naar de alternatieven.

Bent u voor of tegen?

De voorzitter

Straks zal er bij het onderwerp Mobiliteit nog meer dan genoeg tijd zijn om daarop in te gaan.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Met heel veel plezier.

Vorige week heeft de heer Bertels minister Vandeurzen ondervraagd over de stijgende rusthuisfactuur. Minister Vandeurzen heeft daarop een interessant antwoord gegeven. Zo heb ik de minister horen zeggen dat dit in zijn context moet worden gezien. De context die ik zie, is die van een regering, van een minister die zegt dat er recordbedragen kunnen worden geïnvesteerd in zorg terwijl de facturen voor die zorg in rusthuizen naar recordhoogtes aan het stijgen zijn. 1700 euro, 1800 euro per maand voor een verblijf in een rusthuis: het is geen uitzondering in Vlaanderen. Als die factuur blijft stijgen, zullen de mensen die dat nog kunnen betalen wel stilaan de uitzondering worden.

Daarom herhaal ik nogmaals een voorstel van sp.a om een maximumfactuur in te voeren in de woonzorgcentra om ervoor te zorgen dat die factuur nooit hoger is dan het inkomen van diegene die ze moet betalen. Waarom blijven we pal achter dat voorstel staan? We vinden dat mensen hun oude dag moeten kunnen doorbrengen zonder financiële zorgen en met de zorg die ze nodig hebben. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb vorige week uiteraard bevestigd dat betaalbaarheid een uitdaging is. We moeten dat ook niet ontkennen. Ik heb ook durven wijzen op een aantal nuances die op de cijfers van de socialistische mutualiteiten moeten worden aangebracht. Tot mijn grote verbazing – ik kon het niet geloven en heb het daarom laten checken – zitten in die cijfers ook de inflaties en gewone indexeringen die natuurlijk ook op de pensioenen zitten. Dat is geen onbelangrijke nuance om het effect in te schatten.

Ik heb er tevens op gewezen dat de stijging in Wallonië en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest groter is dan in Vlaanderen. Ik ben voorzichtig, want we vertrekken vanuit andere dagprijzen. Ik moet dit dan ook niet als een extreem argument gebruiken. Dit zou er echter op kunnen wijzen dat door de opening van veel nieuwe infrastructuur en capaciteit een marktwerking ontstaat. De prijzen worden een onderdeel van de manier waarop de mensen keuzes maken. Een aantal initiatieven die we nemen om de infrastructuur te subsidiëren en om de zorgzwaarte te financieren, kunnen een effect hebben. Dat is wat ik tijdens dit debat naar voren heb gebracht.

Er is echter iets dat ik nog altijd niet begrijp in verband met die maximumfactuur. Mijn vraag is min of meer dezelfde als de vraag die minister Weyts heeft gesteld. Ik probeer me voor te stellen hoe de communicatieverantwoordelijken in het hoofdkwartier van sp.a iets zoeken dat beklijft, dat goed blijft plakken en dat de mensen goed begrijpen. De maximumfactuur wordt daar nog steeds gebruikt als iets dat er bij de mensen als zoete koek zal ingaan.

Mijnheer Vandenbroucke, ik wil het probleem niet minimaliseren. Dit is zeker een uitdaging voor de Vlaamse overheid. Het gaat echter om een maximumfactuur voor de dagprijs waar de woon- en leefkosten deel van uitmaken. Een Vlaming die de zorg thuis organiseert, moet natuurlijk ook wonen, leven, eten betalen en dergelijke. Indien iemand naar een woonzorgcentrum gaat, wilt u dit zo organiseren dat er een plafond aan de kosten is verbonden. U wilt de betaalbaarheid van de zorg als een politieke ambitie naar voren brengen. Ik ga daarmee akkoord. U moet dan echter inzetten op een systeem dat de betaalbaarheid zowel thuis als in een woonzorgcentrum bewaakt. We kunnen de mensen niet vertellen dat we voor diegenen die naar een woonzorgcentrum gaan een plafond voor de woon- en leefkosten inbouwen en dat die kosten voor de mensen die de zorg thuis organiseren voor de overheid geen issue vormen. Indien u voor een dergelijk systeem kiest, moet u durven toegeven dat u de mensen hiermee intellectueel discrimineert.

Ik vind het om een andere reden geen goed systeem: het zal prijsverhogend werken. Iemand moet die factuur betalen. Of de prijzen al dan niet hoog zijn, maakt dan niet meer uit: de overheid zal wel bijpassen. Op zich is het systeem niet goed. Indien u intellectueel blijft verdedigen dat de zorg voor iemand in een residentiële setting op een andere wijze worden gefinancierd dan de zorg voor iemand die thuis blijft, moet u niet tegelijkertijd om vraaggestuurde financieringssystemen vragen. U moet dan niet beweren dat u de mensen meer keuzes wilt geven. U moet de mensen vertellen dat ze naar een woonzorgcentrum moeten gaan omdat hun woon- en leefkosten daar in de maximumfactuur worden opgenomen. Ik vind dat een zeer slechte techniek.

Mijnheer Vandenbroucke, ik kan er niets aan doen, maar ik heb de indruk dat het ‘Morgen scheert men gratis’-verhaal opnieuw moet worden gebruikt om een terechte bezorgdheid te beantwoorden met een oplossing die niet tot een correcte financiering van de zorg zal leiden. (Applaus bij CD&V, de N-VA en Open Vld)

Jan Bertels (sp·a)

Minister, ik denk dat u ook naar uw communicatiedienst hebt geluisterd. U moet nu per se stellen dat het gratis zal zijn. Indien de factuur wordt berekend op basis van een regulier maandelijks inkomen en indien dat geld aan zorg moet worden besteed, is dat in mijn ogen absoluut niet gratis. U vraagt de mensen om bovenop hun regulier inkomen bijkomend geld te zoeken om de zorg te betalen.

Ik wil u eraan herinneren dat u in de media hebt verklaard dat over de techniek van een maximumfactuur kan worden gediscussieerd. De maximumfactuur bestaat overigens, mede dankzij vele partijen die in het Vlaams Parlement zetelen, al in de federale gezondheidszorg. Over die techniek kunnen we discussiëren. Die techniek kan mensen de zorg geven die ze nodig hebben.

Indien u vraagt of we een maximumfactuur voor de zorg in algemene zin willen, is het antwoord ja. Wij zijn daar absoluut vragende partij voor. Ik herinner u eraan dat dit ooit in een Vlaams regeerakkoord zat verwerkt. In het nieuw Vlaams regeerakkoord is dat principe eruit gegooid. De maximumfactuur voor de zorg mag zeer breed zijn. Voor ons mag het om de thuiszorg en de residentiële zorg gaan.

We vragen u nu echter om iets te doen aan de te hoge dagprijzen. Het verbaast me sterk dat u daarnet hebt verklaard dat u in de residentiële zorg de marktwerking puur wilt laten spelen. Ik denk niet dat dit van uw communicatiedienst komt. Ik neem aan dat het een lapsus was.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben er absoluut voor om rond de dagprijzen grote transparantie te creëren. We hebben vorig jaar al een eerste keer alle dagprijzen die we kunnen registreren, gemeten. Het betrof de reële dagprijzen, niet de facturen waarop de mutualiteit zich heeft gebaseerd, want daar zitten onder andere nog de medicamenten bij. We hebben die dagprijzen van al die woonzorgcentra op het net gezet en we weten dat die website druk geconsulteerd wordt. Als er meer dan achthonderd woonzorgcentra zijn in Vlaanderen, dan probeer je met het systeem van de prijscontrole te kijken met welke criteria je aanvragen voor prijsaanpassingen kunt beoordelen, maar probeer je ook te zorgen dat de kandidaat-bewoners zicht krijgen op de prijzen en op de kwaliteit van de zorg en dat probeer je ook te onderbouwen met alle mogelijke geobjectiveerde indicatoren. Dat vind ik even relevant. Ik vind het belangrijk dat de overheid de mensen meer keuzevrijheid geeft – en daarvoor moet het aantal woongelegenheden in woonzorgcentra uitbreiden, wat we fors doen – en dat de overheid de kandidaat-bewoners en de familie de kans geeft om te oordelen over die prijzen. Ik weet heel goed uit mijn overleg met de sector dat het feit dat we dat doen, wel degelijk tot gevolg heeft dat mensen terecht ook kijken naar de prijzen van de verschillende organisatoren in de omgeving. Ik vind het op zich een heel goede zaak dat het op die manier een onderdeel van een beoordeling is.

Mijnheer Bertels, het alternatief, dat mensen moeten zeggen dat ze nauwelijks een optie hebben en, indien een opname echt nodig is, niet anders kunnen dan te kiezen voor een bepaald woonzorgcentrum bij gebrek aan meerdere mogelijke initiatieven in de buurt, vind ik geen goede zaak. Vandaar dat ik naast de versterking van de financiering van de zorgzwaarte, ook blijf inzetten op de uitbreiding van het aanbod aan woongelegenheden in Vlaamse woonzorgcentra. Daar heeft de Vlaamse overheid ook heel wat budget voor over.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik wil nog graag een kleine nuance brengen bij wat minister Vandeurzen zegt. Hij zegt dat de laatste prijsstijging al bij al nog meeviel: het was amper meer dan de index en de pensioenen zijn meegegaan met die index. Dan zou ik graag hebben dat u twee zaken in ogenschouw neemt: ten eerste, kijk eens naar de hoogte van de pensioenen en de hoogte van de rusthuisfactuur, ten tweede, het automatisme van pensioenen, van inkomens die in ons land de index volgen, werd doorbroken door uw collega’s in de Federale Regering, die de indexsprong hebben toegepast op de pensioenen. (Applaus bij sp.a)

Minister Jo Vandeurzen

Vanuit de naïviteit dat in een debat ook nog enige ruimte is voor nuance, ga ik absoluut mee in de stelling dat betaalbaarheid een uitdaging is waar de Vlaamse overheid op moet inzetten. Ik ga echt niet zeggen dat dat geen issue is. Ik vind wel dat men dit op een genuanceerde manier moet brengen. Ik geef nog een voorbeeld. Er zijn een aantal woonzorgcentra die verouderde infrastructuur hadden – kamers voor twee en uitzonderlijk nog kamers voor vier personen. Als die woonzorgcentra, vaak voor een stuk met subsidies van de overheid, de infrastructuur grondig aanpassen of totale nieuwbouw zetten en de prijzen worden aangepast in functie van de nieuwe infrastructuur, dan is dat ook een prijsverhoging, maar daar staat ook een verhoging van de kwaliteit tegenover. Niet elke prijsaanpassing is per definitie ongeoorloofd. Er zijn wel degelijk situaties waar dat wel kan. Het zou wel eens kunnen – dat is een hypothese – dat een aantal openbare woonzorgcentra de laatste jaren hebben geïnvesteerd in het upgraden van de infrastructuur, dat daarbij ook een aantal prijzen zijn aangepast en dat dat ook een deel is van de verklaring van de analyse. Dus, voor mij is het zonder enige twijfel een uitdaging, maar zijn er langs de andere kant ook elementen die mee in rekening moeten worden gebracht als u dat echt wilt beoordelen en moet u, als u eerlijk cijfers brengt, minstens aangeven of de inflatie daarin zit of niet, want dat zijn elementen die belangrijk zijn om een eindoordeel te kunnen vellen.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik ben blij dat u beaamt dat daar nog een grote werf ligt. Het verhogen van de kwaliteit van de rusthuizen, daar zijn wij uiteraard voorstander van. Laat ons de handschoen opnemen om ervoor te zorgen dat de kwaliteitsverhoging gepaard gaat met een verhoging van de betaalbaarheid van de zorg. Kwaliteit en betaalbaarheid kunnen en moeten wat ons betreft hand in hand gaan. (Applaus bij sp.a)

Minister Jo Vandeurzen

Beste collega, wij hebben het hele systeem om in de infrastructuur te investeren en om ze te subsidiëren, veranderd. Het is nu 5 euro per dag per bewoner die in een woonzorgcentrum verblijft als het centrum de infrastructuur aanpast of nieuwbouw zet. Ik heb in het debat vorige week gezegd dat het nieuwe systeem als gevolg heeft dat diegene die infrastructuur in gebruik hebben genomen vanaf 2016 en die intekenen op de nieuwe methodiek, en dus 5 euro per dag per bewoner vragen, dat zullen krijgen. Het gaat over ongeveer 1500 bedden die vanaf 2016 daarvoor in aanmerking komen of waarvoor de vraag is gesteld.

Dat betekent dat voor die mensen de factuur met 155 euro per maand naar beneden zal gaan omdat ze die 5 euro in min moeten brengen op de dagprijs. Dat is toch een heel concrete maatregel om die betaalbaarheid te bevorderen?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik vind dat laatste een heel rare kronkel. Die 5 euro per dag is een vervanging van een oud systeem. Dat oude systeem moest worden vervangen, maar toen werd 60 tot 70 procent van infrastructuur door de overheid gefinancierd. Met die 5 euro per dag zal dat nog 30 tot 40 procent zijn. Er is dus minder steun van de overheid voor infrastructuur en dat vertaalt zich in de dagprijs. Hetzelfde is het bij het personeel. U zegt dat u inzet op extra personeel. Het is becijferd in een door u bestelde studie door professor Pacolet dat wat u geeft aan de rusthuizen voor personeel, 15 procent minder is dan wat u hun zelf oplegt als eis voor personeel. Dat vertaalt zich in de factuur. Ik zal niet zeggen dat er geen inspanningen van deze regering zijn, maar zeggen dat ze voldoende zijn en dat de verhoging van de tarieven geen gevolg is van het beleid van deze regering, is onterecht.

Minister Jo Vandeurzen

Mevrouw Van den Brandt, het kan altijd beter, dat kan ik alleen maar bevestigen. Maar nog eens, het nieuwe systeem voor de investeringssubsidie is nu toegankelijk voor alle initiatiefnemers. Het is er gekomen op het moment dat op de markt van het financieren van investeringen de interesse echt wel behoorlijk laag is. Het systeem bereikt dus veel meer initiatiefnemers, het is nu ook gekoppeld aan een effect op de dagprijs als men dat aanvraagt voor investeringen die gebeurd zijn en het is in een situatie dat op de markt echt wel de middelen beschikbaar zijn om die investeringen op een rationele manier te doen. Ik vind echt dat dit op zichzelf absoluut verdedigbaar is. We zullen de volgende jaren zien in welke mate de sector op die faciliteiten zal ingaan. Inderdaad, zoals gezegd, moet het voor degenen die al investeringen hebben gedaan en die er willen op intekenen, leiden tot een verlaging van de dagprijzen.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik ga tot slot verder met een derde punt. Ik richt me opnieuw tot de regering. Het tij rijst. De zeilen van uw schip staan bol. Het is niet alleen belangrijk om goed af te spreken en het eens te geraken over waar u naartoe wilt en daar ook consequent naar te handelen, maar check ook even of iedereen mee aan boord is, of er niemand uit de boot valt. Ik denk dat dat een fundamenteel gegeven is. Dit is niet toevallig de laatste en wat mij betreft de belangrijkste beschouwing die ik, als socialist, wil geven bij het beleid.

Ik ben ervan overtuigd dat we maar vooruit kunnen gaan met Vlaanderen als iedereen in Vlaanderen ook een perspectief op vooruitgang heeft. Ik zie twee groepen van mensen die vandaag die boot dreigen te missen. De eerste groep van mensen zijn mensen met een laag inkomen, mensen die te weinig hebben om rond te komen, mensen die leven in armoede. Het is onmiskenbaar zo dat ook voor hen een aantal kosten zijn gestegen. Ik zie dat bijvoorbeeld een nieuwe bevoegdheid, kinderbijslag, een hefboom van meer dan 3 miljard euro, te weinig wordt ingezet om iets wezenlijks te doen aan kinderarmoede. Ik stel ook vast dat binnenkort mensen geen twee maar drie maanden huurwaarborg zullen moeten betalen. Ik zie niet in hoe we op die manier, profiterend van het rijzende tij, we ervoor kunnen zorgen dat iedereen daarvan kan profiteren, ook mensen die vandaag moeten rondkomen met te weinig middelen. Ik denk dat het hoog tijd is om met een nieuw armoedeplan te komen. Minister Homans is er niet, maar ik roep haar op om met een nieuw armoedeplan te komen en aan te geven op welke manier ze nu wezenlijk vooruitgang gaat boeken op dat punt.

Collega Vandenbroucke, eerst en vooral heb ik dezelfde bezorgdheid als u. Ik heb het daarnet ook aangegeven, maar dan meer in het kader van het onderwijs. We moeten er inderdaad voor zorgen dat iedereen mee is in de economische groei die we nu aantrekken. Ik vind het totaal verkeerd dat u het voorstelt alsof we met deze Vlaamse Regering dat niet zouden doen. Het tegendeel is waar. In samenwerking met de Federale Regering hebben we deze week nog maar een rapport gekregen van de Nationale Bank. Ik heb hier een paar cijfers voor u. Het belangrijkste wat je kunt doen voor mensen, is ze aan het werk helpen, zorgen dat ze een job hebben en dat ze een inkomen hebben. Dat is wat mensen het sterkst maakt. Dat is inderdaad een inslag die deze regering probeert te realiseren. Ik heb het daarnet ook aangegeven: vertrouwen in mensen door hen sterk te maken, door te zorgen dat ze in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.

Ik kijk naar de cijfers die de Nationale Bank heeft vrijgegeven. In 2017 is er een netto creatie van 69.000 jobs. Dat zijn er 187.000 in de periode 2014 tot vandaag. Voor de volgende drie jaar, 2018-2019-2020, komen daar nog eens 220.000 jobs bij. 220.000! Ik citeer alleen maar de Nationale Bank.

Dus van 2014 tot 2020 gaan we in het totaal naar 309.000 jobs. De werkloosheid is natuurlijk ook gedaald, maar vooral de koopkracht– want daar gaat het over, u verwijst naar facturen die moeten worden betaald – stijgt met 2 procent in 2018. In 2019 zal dat 2,4 procent zijn, het jaar daarop bijna 2,5 procent, en in 2020 opnieuw 2 procent. Nu moet u mij eens vertellen hoe dit slechte cijfers kunnen zijn. Dit is exact om de mensen waar u naar verwijst, mee te krijgen. Dit is speciaal bedoeld om hen mee te krijgen. Het zijn zij die hier in de eerste plaats van profiteren. Dat lijkt me zeer duidelijk een prachtig resultaat te zijn van de wisselwerking tussen de Vlaamse en de Federale Regering. (Applaus bij de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega Diependaele, dat is precies mijn oproep. Het tij is inderdaad aan het keren. De economische groei trekt aan, er is jobcreatie enzovoort. Ik ontken die cijfers niet, maar leg ze eens naast de evolutie van de armoedecijfers in Vlaanderen. Er klopt toch iets niet dat wanneer we met ons allen de kans hebben om vooruit te gaan, een groep mensen die het vandaag moeilijk heeft, hardnekkig even groot blijft en dat we daar geen positieve trendbreuk zien. Dat is natuurlijk niet te verwonderen. Het is goed dat er koopkracht en jobs bijkomen, maar kinderopvang en zorg en openbaar vervoer worden ook duurder voor die mensen. De woonkost wordt ook verhoogd door de huurwaarborg te verhogen van twee naar drie maanden.

Mijnheer Diependaele, heel graag stap ik mee in uw verhaal van economische groei en jobcreatie, maar ik zou graag willen dat er ook maatregelen worden genomen om te zorgen voor die groep mensen die daar vandaag overduidelijk niet van profiteert. Het blijkt uit de armoedecijfers dat die er ook op vooruit kan gaan. Dat is precies mijn oproep.

Mijnheer Vandenbroucke, u weet zeer goed dat het in de eerste plaats die mensen zijn die hiervan zullen profiteren. Zij worden meegezogen. Zij zijn de eersten die aan een job kunnen geraken.

Die armoedecijfers moeten we inderdaad in de gaten houden, we moeten daarop letten. U weet zeer goed dat als we het gemiddelde inkomen naar boven krijgen, heel die marge stijgt. Het is een beetje zoals een zeepbel die omhoog gaat. Je moet zorgen dat ook het onderste meegaat. Doordat we met gemiddelde inkomens werken, weet je ook dat het moeilijker wordt. Als we morgen alleen de cijfers voor Vlaanderen zouden bekijken, dan is daar nog een grotere stretch op. Je moet de cijfers op de juiste manier interpreteren – waarmee ik absoluut niet gezegd heb dat we geen aandacht zouden moeten hebben voor de mensen die we nog moeten meesleuren.

Mijnheer Vandenbroucke, het is heel duidelijk dat de jobcijfers goed nieuws zijn. We gaan opnieuw naar een werkgelegenheidsgraad van meer dan 70 procent. Alle studies wijzen uit dat een job hebben de beste waarborg is om uit de armoede te komen op een duurzame en structurele manier. Dat is heel belangrijk. De cijfers zijn de laatste jaren heel, heel goed.

De armoedecijfers moeten in het oog worden gehouden, maar dat doet deze regering. Ze worden gemonitord. Die cijfers behoren relatief gezien tot de beste in Europa. Dat wil niet zeggen dat we er geen werk van moeten maken om ze nog verder te laten dalen. De waarheid is dat de Vlaamse armoedecijfers tot de beste in Europa behoren.

U zegt A, maar niet B. A: u zegt dat de huurwaarborg van twee naar drie maand gaat. B is dat er ook een anonieme lening komt om dat op te vangen. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Er zijn in de voorbije jaren heel wat maatregelen genomen om ook de mensen die het wat moeilijker hebben, bij te trekken. De kinderbijslag is daar ook een voorbeeld van. Er gaan extra gezinnen uit de armoede geraken dankzij de kinderbijslag. Trouwens, het kinderbijslagsysteem wordt door Wallonië, toen nog met socialisten in de Waalse Regering, overgenomen. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Die kinderbijslag is dus nog niet zo slecht. (Applaus bij CD&V)

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Vandenbroucke, het is een beetje jammer dat u telkens opnieuw met dit punt komt in een partijpolitieke context. U weet zeer goed dat Vlaanderen bij de minst slechte van de Europese Unie is, zo niet de minst slechte inzake armoedecijfers. Dat hebben we hier al herhaaldelijk bevestigd. Over alle regeringen heen en rekening houdend met de Europese definitie – waar een en ander over te zeggen valt, ik heb dat ook gezegd in de Septemberverklaring – fluctueert het armoedecijfer in Vlaanderen rond 10 procent.

Er valt heel wat te zeggen over die berekening. Het is een Europese berekeningsmethode die ervan uitgaat dat wie 60 procent onder het mediaaninkomen zit, in armoede zit. Met andere woorden, de Europese norm kijkt alleen naar het inkomen en niet naar wat je kunt doen met dat inkomen.

Ik heb bij de Septemberverklaring – en collega’s en anderen hier vandaag – erop gewezen dat er in Vlaanderen en België heel wat sociale tegemoetkomingen zijn aan mensen die het minder goed hebben: vanaf de participatie in het kleuteronderwijs tot amper 100 euro inschrijvingsgeld aan de universiteiten, de kortingen voor de waterfactuur, de kortingen voor de energiefactuur, de kortingen bij De Lijn enzovoort. Er zijn ook andere systemen. Zo bekijkt men in de VS wat je kunt doen met het inkomen dat je hebt. Men hanteert daar een objectieve norm voor armoede. Ik zie u van neen knikken. Ik zal het VS-model niet verdedigen. Ik zeg alleen dat er andere systemen zijn waar men kijkt naar wat je kunt doen met het inkomen dat je hebt. Bij ons wordt alleen naar het inkomen gekeken. Maar goed, dat is een Europese definitie.

Maar om dan te zeggen dat dit geen zorg is, dat er niets aan wordt gedaan, om dan deze regering daarmee te culpabiliseren: dat is totaal verkeerd.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik zie geen resultaten, minister-president, dát is mijn punt. Ik zie geen resultaten.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik zou een goedkoop partijpolitiek spelletje kunnen spelen en kunnen wijzen naar alle regeringen, federaal of Vlaams, waarbij u in de regering zat. Dat wil ik echter niet doen. De beste manier om dit aan te pakken – en collega's hebben het voor mij gezegd – is mensen aan een job helpen.

Ik verwijs even naar Ive Marx, die volgens mij boven elke partijpolitieke verdenking staat. Ik citeer: “De diepste, meest problematische armoede is bij mensen zonder werk. België is nagenoeg Europees kampioen in het aandeel huishoudens met mensen op actieve leeftijd waar niemand een job heeft.” Dat is het probleem. Het armoedeprobleem is gedaald bij mensen met een pensioen. Daar is het armoedeprobleem gedaald. Het zit hem in de lage participatiegraad. En het positieve nieuws is dat nu, door een combinatie van federale en Vlaamse maatregelen, in België, meer dan in andere landen, de economische groei gepaard gaat met een grotere tewerkstellingsgroei. Dat is heel positief. Dat helpt mensen uit de armoede.

Wat mij betreft, moet er nog meer worden gedaan. Ook in verband met jobs die u dan niet wilt en waarover Ive Marx de lof zingt. Hij zegt: “Kijk naar Nederland. Kijk naar landen als Denemarken.” Het gaat ook over robots, hooggeschoolde mensen, hoog geïndustrialiseerde landen, waar men een aantal atypische jobs heeft die mensen al dan niet in combinatie met een uitkering aan een job helpen. Dat is het punt.

U doet negatief over wat wij aan het ondernemen zijn. U hebt eigenlijk gerefereerd aan twee punten uit onze Visienota. U hebt zich beperkt tot de energie. Ik kan u verzekeren: wij doen die energie-omslag. U hebt zich beperkt tot de mobiliteit. Wij pakken dat structureel aan. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Want het is een beetje gemakkelijk om naar de grootstedelijke context te verwijzen. België, of liever Vlaanderen, is één groot lint. De mobiliteitsproblemen hangen samen met de ruimtelijke ordening. Wel, wij maken daar die omslag. Wij zijn bezig met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Minister Schauvliege werkt dat allemaal uit. Het is een zeer complexe oefening. U weet dat de ambities zeer hoog zijn: het ruimtebeslag beperken tot de helft in 2025 en tot nul brengen in 2040.

Maar er zijn andere punten in die Visienota, waar we hard werk van maken, met onderwijs, met werk, mensen levenslang laten leren, het duaal leren, mensen op de arbeidsvloer en op school laten leren, mensen op die manier aan een job helpen. Er is Industrie 4.0. Ik kan u een lijstje geven van Vlaamse ondernemers die op dit ogenblik ‘reshoren’, die zorgen voor meer tewerkstelling, precies omdat wij – en de heer Diependaele verwees er al naar – op dit ogenblik massaal investeren in onderzoek en ontwikkeling, omdat we er met de speerpuntclusters en strategische onderzoekscentra voor zorgen dat er nieuwe activiteiten ontstaan. Vandaag nog staat er een studie in de krant waaruit blijkt dat de spin-offs, de start-ups rond ons wetenschappelijk onderzoek bijdragen aan de welvaart.

En u vergeet gemakshalve een aantal van die lijnen, die wij uitzetten naar 2050. Ondertussen maken we daar hard werk van, zowel inzake zorg als inzake levenslang leren, slimme mobiliteit, wonen, circulaire economie, energie-omslag en Industrie 4.0. Wij maken daar werk van. We verhogen die welvaart. We trekken lijnen op lange termijn. Het is een zeer moeilijke oefening. We doen dat met een budget in evenwicht. Niettemin slagen wij erin om zeer veel investeringen te doen.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) raadt aan om meer publieke investeringen te doen. Wij zetten daar massaal op in. Dat komt tegemoet aan noden die er zijn in de samenleving. Dat geeft een boost aan de economie. Dat is het goede beleid dat wij voeren, dat resultaten afwerpt op termijn en waar we de vruchten nu al van zien, collega’s. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister-president, collega Van den Heuvel, collega Diependaele, ik hoop oprecht dat de rest van het debat wat meer bespaard blijft van ‘fake news’ dan de afgelopen minuten. Ik heb hier een paar dingen gehoord die echt tenenkrullend zijn.

Ten eerste krijgen we de minister-president die de manier van meten van armoede eigenlijk in twijfel komt trekken, terwijl in de statistieken – en mensen die dat volgen, weten dat – materiële deprivatie, het ontberen van de noodzakelijke dingen om rond te komen en je leven te kunnen leiden, wel degelijk gemeten wordt. Maar dan is evengoed mijn vraag: hoeveel statistieken hebt u nodig om het probleem te willen zien?

Als Kind en Gezin, de administratie van de minister van Welzijn, armoede meet, dan zien we jammer genoeg en over legislaturen heen een stijging. Ik ga hier niet culpabiliseren wie daar verantwoordelijk voor is, het gaat mij over de feiten. Als we kijken naar het aantal mensen dat een beroep moet doen op voedselbanken, dan zien we een historisch hoog aantal. Als we kijken naar het aantal leefloners, zien we ook daar een stijging. Hoeveel statistieken hebt u nodig om het probleem te willen zien?

Ten tweede, collega’s, heb ik hier opnieuw het verhaal gehoord over jobcreatie. Wij zijn blij met elke job die gecreëerd wordt, maar de door u zonet uitgebreid geciteerde Ive Marx – en ik roep de collega’s De Bruyn, Moerenhout, Franssen en anderen erbij als getuigen – is vorige week tijdens de hoorzitting in de commissie Armoedebeleid bij de bespreking van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) net het omgekeerde komen vertellen. Hij is komen zeggen dat uw aanpak van jobcreatie er niet toe zal leiden dat we in dit land de doelstellingen inzake armoedebestrijding gaan halen.

Als de zeilen van uw schip bol staan en als u er echt in gelooft, minister-president, dat iedereen mee is op uw schip, dan kunt u zich toch wel met volle vertrouwen op de borst kloppen en zeggen dat u erin zult slagen om tegen 2020 de armoede in Vlaanderen met 25 procent te reduceren en de kinderarmoede te halveren? Dat zijn de doelstellingen van uw regeerakkoord. Als u zelf gelooft in uw zaak, dan klopt u zich nu op de borst en dan zegt u dat. U doet dat niet. Collega Diependaele had het over een zeepbel. Voorzitter, zeepbellen stijgen tot ze barsten. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister-president, uw zelfgenoegzaamheid als het over de arbeidsmarkt gaat, is toch wel wat misplaatst. Voor alle duidelijkheid, zoals ook collega Van Malderen zegt: dat de economie aantrekt en dat er jobs bij komen, juichen wij toe. Daar zullen wij altijd voor applaudisseren. Maar we moeten natuurlijk kijken wat er achter die algemene cijfers te zien is. Het is nu al herhaaldelijk gezegd dat Vlaanderen echt wel een groot probleem heeft als het gaat over jeugdwerkloosheid in de steden. Dat gaat dan ook vooral over jongeren met een migratieachtergrond. Dat creëert een tewerkstellingsprobleem, maar het creëert ook een groter maatschappelijk probleem. Ik zou u dus willen vragen, minister-president, om dat ter harte te nemen en u niet te verschuilen achter algemene cijfers.

Hetzelfde voor personen met een beperking: elke keer bewijzen we lippendienst aan de streefcijfers voor de tewerkstelling van personen met een handicap, maar in de feiten gaat dat niet vooruit. Als u algemene cijfers gebruikt om uw eigen beleid in de bloemetjes te zetten, dan laat u de facto heel wat mensen in de kou staan. Het is net op het moment dat de economie aangroeit, dat je ervoor kunt zorgen dat je ook diegenen die het extra moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, meeneemt en effectief ook aan hen de garantie geeft om een leven uit te bouwen zoals ze dat wensen, en om niet in de armoede en in beperkingen te moeten leven.

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister-president, ik wil de heer Van Malderen bijtreden. U citeert Ive Marx selectief. Vorige week heeft deze expert gezegd: werk-werk-werk is een goede basis, maar is niet alles. Zijn woorden waren letterlijk: “Net als in Amerika is er in Vlaanderen een groeiende groep van ‘working poor’.”

Werk is de basis, maar werk is niet alles. Als u en uw regering de stijgende armoede willen aanpakken, zult u niet alleen op jobs moeten inzetten, maar zult u met een allesomvattende aanpak moeten komen. En uit die hoorzitting bleek ook, andermaal, dat binnen die allesomvattende aanpak de aanpak van de fenomenale woonkost onontbeerlijk is. Zoals de heer Vandenbroucke zegt: vroeger was voedsel of kleding de grootste stressfactor of de grootste oorzaak, vandaag is dat de woonkost. Dat is veruit de grootste oorzaak van het feit dat mensen steeds vaker in armoede vallen en dat 150.000 Vlaamse kinderen zich vandaag in armoede bevinden. Groen vindt dat onaanvaardbaar en verwacht een heel ander antwoord van deze regering op de vraag hoe zij de armoede en de kinderarmoede gaat aanpakken. Wilt u die echt aanpakken, dan moet u het aanbod verruimen op de sociale en private huurmarkt, de huurder sterk ondersteunen, en de asociale en onrechtvaardige maatregel om de huurwaarborg van twee tot drie maanden op te trekken, niet nemen.

Op de hoorzitting stelden alle experten en alle organisaties die in Vlaanderen op armoede betrokken zijn, unisono dat als Vlaanderen zijn eigen doelstelling inzake armoede wil halen, er dringend een versnelling nodig is. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, het was vorige week en ook de voorbije maand boeiend om over het VAPA te discussiëren. Vorige week begon professor Marx met te zeggen dat we niet zo krampachtig moesten reageren op atypische jobs. Dat is het uitgangspunt waarvoor deze regering en ook de regering aan de overkant duidelijk kiezen. Hij zei ook – en dat hebben wij nooit geloochend – dat dat natuurlijk maar kan als je ook een flankerend beleid voert. Daarover gaat onder andere het VAPA. Daar zit de verantwoordelijkheid van elke minister op zijn of haar beleidsdomein, om ervoor te zorgen dat er naast investeringen in jobs uiteraard ook investeringen zijn in het hele sociale opvangnet voor mensen die, ondanks het feit dat ze een job hebben, daarmee nog niet meteen uit de armoede zijn getild. Dat hebben wij ook nooit beweerd, evenmin als alle ministers die daar zitten. Als we het hebben over flankerend beleid, dan hebben we het over energiezuinig maken van sociale woningen, over bijgestelde tarieven voor energievoorziening, over het samenwerken met de OCMW’s die daarin een zeer sterke rol spelen en verantwoordelijkheid hebben, over de werkgroep sociale correcties, waarvan iedereen zegt dat we daar meer tijd moeten voor uittrekken en dat we er meer moeten in investeren en dat we moeten afwachten wat dat oplevert. Niemand heeft ooit beweerd dat enkel het hebben van een job een voldoende hefboom is. Maar het is een absoluut cruciaal element. Maar ook dat heb ik professor Marx vorige week heel duidelijk horen zeggen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik kan de heer De Bruyn enkel bijtreden. Professor Marx heeft inderdaad gezegd dat er steeds meer werkende mensen zijn die ook in armoede leven, en dat werk niet de enige factor zal zijn om uit de armoede te geraken. Maar dat hebben wij nooit beweerd. Werk is heel belangrijk, maar past inderdaad in een allesomvattend plan. Het is zoals de heer De Bruyn zegt: elke minister zal zijn verantwoordelijkheid daarin moeten opnemen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Collega’s, niemand heeft het al gehad over de inspanningen die wij vanuit Onderwijs leveren om meer mensen een kwalificatie te laten behalen. Die inspanningen zijn groot. Als we nu een hervorming doen van het volwassenenonderwijs en er net voor willen zorgen dat de centra voor basiseducatie zich focussen op die meest kwetsbare mensen, om die toe te leiden naar een diploma, dan is dat goed. We zien dat in het secundair onderwijs de cijfers van de ongekwalificeerde uitstroom langzaam maar zeker dalen. Dat kan door de inspanningen die worden geleverd om jongeren naar een kwalificatie te helpen. Collega’s, alleen op jobs focussen, is inderdaad onvoldoende.

Je kunt hier veel commentaar leveren op wat niet goed loopt, maar dan moet je ook de eerlijkheid hebben om een aantal zaken waarop deze regering voor het eerst heel fors inzet, bijvoorbeeld de herpositionering van het volwassenenonderwijs, als een heel positieve hefboom te beschouwen om mensen uit die kwetsbare positie te halen waarin ze zitten.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Aansluitend op wat mevrouw Crevits zegt, zijn we het er wellicht allemaal over eens dat werk één element is in een geheel. Alleen heb ik wel vastgesteld dat tijdens het commissiedebat over armoede, toen het thema werk aan bod kwam, er van sp.a niemand aanwezig was, niet bij het begin en niet bij het einde. (Applaus bij de N-VA)

Vanuit heel de oppositie was er amper iemand aanwezig voor heel dat debat. Van één parlementslid van Groen heb ik een verontschuldiging gekregen omdat zijn trein vertraging had. Misschien is in uw ogen werk dan niet zo belangrijk in de discussie over armoede, maar volgens mij is dat nog altijd heel belangrijk. 

Mevrouw Kherbache, we werken aan de jeugdwerkloosheid in grote steden. We werken samen met de stad Antwerpen en we lanceren nieuwe programma’s. We kennen de problematiek, en elke dag proberen we daar stappen in te zetten. Algemeen scoren we met de jeugdwerkloosheid in Vlaanderen vrij goed in vergelijking met andere Europese landen. We hebben al veel programma’s en staan er altijd voor open om nog meer te doen. Voor personen met een handicap is er de Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) die blijvend ingezet wordt en op een positieve manier toch mensen aan het werk helpt.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Over jobs gesproken, dan kom ik bij een tweede groep mensen die de boot dreigen te missen als de Vlaamse Regering geen maatregelen neemt. Er zijn Vlamingen die, wanneer ze op zoek zijn naar een job, botsen op discriminatie. Dat gebeurt ook wanneer ze op zoek zijn naar een woning. In de langetermijnvisie van de minister-president heb ik gelezen dat hij de structurele drempels wil aanpakken die mensen een faire kans op de arbeidsmarkt ontzeggen. Discriminatie is één van die structurele drempels die vandaag in Vlaanderen bestaan, op de arbeidsmarkt en op de woonmarkt.

Het goede nieuws is dat je, om daar iets aan te doen, niet enorm veel middelen moeten uittrekken op de begroting: je hebt alleen de moed nodig om van koers te veranderen. Ik herhaal daarom het pleidooi van sp.a – en intussen zijn daar al meerdere fracties voorstander van – om werk te maken van praktijktesten, die nodig zijn om discriminatie vast te stellen en aan te pakken. Ondertussen heeft de stad Gent zulke praktijktesten ingevoerd op de woningmarkt in samenwerking met de Universiteit Gent. Na twee jaar zijn daar zeer duidelijke positieve resultaten geboekt met die praktijktesten, waar alle woonactoren, ook de immobiliënsector, bij betrokken zijn. Voor wie het echt meent om werk te willen maken van een Vlaanderen waar iedereen meetelt, denk ik dat de argumenten tegen de invoering van praktijktesten opgedroogd zijn. (Applaus bij sp.a en Groen)

Ik rond af. Een duurzaam Vlaanderen, een zorgzaam Vlaanderen, een Vlaanderen waar iedereen meetelt, is een Vlaanderen waar sp.a voor wil tekenen en waar wij aan willen meewerken. Ik ben er, in alle oprechtheid, van overtuigd dat deze begroting te weinig garanties bevat om in die richting wezenlijke stappen vooruit te zetten. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, geachte ministers, de wereldeconomie staat er heel wat beter voor dan bij de start van deze legislatuur. Alle indicatoren staan mondiaal op groen. Ook België en Vlaanderen pikken aan bij de – volgens de Nationale Bank – sterkste groei sinds 2011. Bedrijven en overheden investeren opnieuw. Het investeringsniveau neemt wellicht ook volgend jaar nog aanzienlijk toe. De federale taxshift maakt de bedrijven concurrentiëler, en verhoogde de koopkracht van onze gezinnen. In 2017 zagen maar liefst 69.000 nieuwe jobs het levenslicht. Die jobcreatie houdt ook de komende jaren een stevig tempo aan. De aanzienlijk verbeterde economische context biedt een bijkomend elan om de transitie waarop we nu al enkele jaren inzetten op de verschillende beleidsdomeinen, met optimisme tegemoet te zien.

Er is heel wat in beweging gezet. Daarover heeft collega Diependaele al veel gezegd. Ik wil mijn spreektijd dan ook niet gebruiken om dit te herhalen. Ik wil samen met u de werven overlopen die mijn fractie het komende jaar, anderhalf jaar, nog getackeld wil zien en waarvoor wij ons ondubbelzinnig willen engageren. Want we weten allemaal, collega's, het werk is nooit af.

Laat me van start gaan met het Vlaams gezinsbeleid. Met de inwerkingtreding van het groeipakket hebben we een belangrijke klip genomen om de levenskwaliteit van de gezinnen en de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren op te waarderen. Met het nieuwe kinderbijslagsysteem worden meer gezinnen boven de armoedegrens getild, maar dat neemt niet weg dat we onze armoedecijfers, ook al behoren ze tot de beste in Europa, verder naar beneden moeten krijgen. Precies daarom, beste collega's, wordt er zoveel geïnvesteerd in kinderopvang en onderwijs. Die historische inhaaloperatie inzake scholenbouw is intussen gemeengoed. Nooit eerder werden door een minister en een regering zoveel scholen gebouwd of vernieuwd. Tegen het einde van deze legislatuur staat in elke Vlaamse gemeente een nieuwe of gerenoveerde school. (Applaus bij CD&V)

Maar nieuwe daken alleen maken geen sterker onderwijs. Daarvoor is een kader nodig dat talenten maximaal detecteert en tot ontwikkeling brengt. Daarom is het zo essentieel dat de modernisering van ons secundair onderwijs en de bijhorende eindtermen zo snel mogelijk ingang vinden. Beide kaders liggen er, het komende jaar wordt een schakeljaar. De ontwikkelcommissies moeten zo snel mogelijk aan de slag om onze leerkrachten en directies de instrumenten te geven die nodig zijn om nieuwe antwoorden te formuleren en onze onderwijspraktijk aan te passen aan de noden van vandaag en morgen. Pas als de socio-economische afkomst geen invloed meer heeft en alleen de toekomst van onze jonge mensen bepalend is, zijn we in onze opzet geslaagd.

Ons onderwijs is top, en dat moeten we absoluut zo houden. Maar internationale onderzoeken geven aan dat de voet dan wel nu van de rem moet, collega’s. Intussen schreeuwt onze arbeidsmarkt om goed geschoolde arbeidskrachten. De werkloosheid daalt al 28 maanden op rij in bijna elke leeftijdscategorie. Op zich is dat een van de sterkste indicatoren van een aantrekkende economie. De keerzijde van de medaille is dat heel wat vacatures niet of onvoldoende snel ingevuld raken. België heeft een van de hoogste vacaturegraden van de EU. De komende maanden moet een stevige tand bij worden gestoken om met duaal leren, het wijk-werken, de tijdelijke werkervaring vanuit VDAB, in combinatie met de premie voor langdurig werkzoekenden, de toegang tot de arbeidsmarkt aanzienlijk te verbreden voor wie nu geen aansluiting vindt. En we moeten stoppen met excuses zoeken voor het feit dat nergens in Europa de achterstand van mensen van vreemde origine op de arbeidsmarkt zo groot is als in ons land.

De FOD Werkgelegenheid wijst op een verschil van meer dan 30 procentpunten, van 73 procent ten opzichte van 42 procent, bij de beroepsbevolking van een andere etnische afkomst voor eenzelfde of zelfs hoger opleidingsniveau. Te veel potentiële dokters en ingenieurs komen in jobs terecht die hun talenten onrecht aandoen. Een activeringsbeleid die naam waardig, gaat op zoek naar manieren om die vicieuze cirkel van discriminatie, achterstelling, gebrekkig opleidingsniveau en talenkennis te doorbreken. De federale minister van Werk neemt alvast het voortouw met het invoeren van mysterycalls. Mijn fractie werkt graag mee aan initiatieven die dit project langs Vlaamse zijde kunnen versterken.

Een kwaliteitsvol dak boven het hoofd in een aangename buurt is een van de belangrijkste hefbomen voor sociale mobiliteit. Het toegenomen investeringsvolume op het vlak van sociale huisvesting is dan ook toe te juichen. Ook de meer volwaardige ondersteuning van de private huurmarkt via de uitbreiding van de verzekering gewaarborgd wonen voor huurders, de nieuwe huursubsidie en het geconventioneerd wonen is een goede zaak. Aan de slag ermee. De maatregelen inzake woningpas en het EPC+ zijn er ook op gericht om het verouderd woonpatrimonium structureel aan te pakken. Maar de derde verjaardag van het renovatiepact heeft geleerd dat de renovatietrein nog lang geen snelheid maakt. Nochtans ligt daar een van de belangrijkste sleutel voor een versterkte woonmarkt. De uitbreiding van de renovatiepremie, ook voor verhuurders, kan in deze optiek een belangrijke stap in de goede richting zijn. Maar als we mensen massaal over de streep willen halen om hun woningen kwalitatief en energetisch op te waarderen, moeten we potentiële renovatoren hands on doorheen het administratieve kluwen begeleiden. Dat komt hun energiefactuur ten goede, helpt ons onze klimaatdoelen te behalen, en verbreedt onze huurmarkt. Er is, collega’s, een grootschalige operatie renovatie van woningen nodig.

Een andere werf is welzijn. De beleidskredieten voor welzijn namen sinds de start van de legislatuur sterk toe. Op twee jaar tijd wordt bijna 900 miljoen euro extra besteed. Zo wordt het groeipad voor personen met een handicap versneld. Een nieuwe uitbreiding van het basisondersteuningsbudget zal meer mensen zorggarantie bieden. Ook de middelen voor thuiszorg, dagopvang en onze woonzorgcentra blijven toenemen. Ondanks die enorme groei zijn we er nog niet. Voor mijn fractie is afdingen op zorg ook de komende jaren helemaal geen optie.

Dat brengt me bij de inkomstenbronnen, collega’s. Want koken kost nu eenmaal geld, en de beleidsspeerpunten die ik hiervoor opnoemde, eisen heel wat middelen. Maar de rekening moet blijven kloppen. Een overheid haalt zijn inkomsten uit fiscaliteit, dat weet iedereen. En op zich heeft ook niemand een probleem met belastingen zolang die als redelijk en rechtvaardig worden aangevoeld. Met het terugdringen van de energieheffing heeft de regering alvast de energiefactuur op een sociaal rechtvaardige manier verlaagd. Onze klimaatdoelstellingen realiseren we niet op de kap van onze gezinnen én onze bedrijven. Daarvoor moeten we andere wegen bewandelen. Vlaanderen haalde met de zesde staatshervorming ruime fiscale autonomie binnen: genoeg om eigen keuzes te maken. Mijn fractie rekent er in die zin op dat de flexibele erfenissprong een feit wordt. Wie erft, moet zelf kunnen bepalen in welke mate hij die erfenis kosteloos doorschenkt aan kinderen of kleinkinderen. Het alles-of-nietsverhaal zet een rem op de toepassing van de erfenissprong, terwijl die het ideale instrument is om jonge starters een stevig duwtje in de rug te geven.

Om onze huisvestingsmarkt te versterken, juichen we ook de modernisering van de registratierechten toe, op voorwaarde dat die budgetneutraal en sociaal evenwichtig is. Het is voor ons onaanvaardbaar mochten jonge gezinnen bij de aankoop van hun eerste bescheiden woning het gelag betalen. (Applaus bij de meerderheid)

In het voorgaande vinden jullie het christendemocratische engagement voor de verdere versterking van het lopende beleid. Work in progress, want dat is beleid voeren in een steeds sneller evoluerende samenleving, ongeacht de politieke formaties die op een welbepaald moment de lijnen uitzetten.

Dat brengt me meteen bij een aantal omslagen die qua impact op onze levenskwaliteit niet moeten onderdoen voor wat voorafging. Integendeel, ze zijn letterlijk van levensbelang, zij het met een horizon die vooral voor de volgende generaties van tel is. Door hun effecten op langere termijn bepalen ze meer nog dan wat voorafging onze erfenis voor onze kinderen en kleinkinderen. Ook wat dat betreft, wordt er veel opgestart. Kaders worden gecreëerd, maar vragen qua uitvoering een legislatuuroverschrijdend engagement van ons allemaal.

Onze mobiliteit heeft een directe impact op onze levenskwaliteit en onze leefomgeving. Waar mobiliteit een synoniem zou moeten zijn voor ontwikkeling en vooruitgang, is ze nu veeleer een symbool voor stilstand en frustratie, ondanks de doorgedreven investeringen van deze regering. Veel ruimte voor compromis of gedrentel is er niet meer. Vlaanderen opnieuw in beweging krijgen, vraagt een versnelde omslag naar andere vervoersvormen en een andere vervoersorganisatie. Budgetten voor fietsinfrastructuur moeten op een hoog niveau blijven. Investeringen in De Lijn moeten ertoe leiden dat meer mensen worden verleid om het openbaar vervoer te nemen. Deelsystemen verdienen meer dan nu het geval is hun volwaardige plaats in ons mobiliteitsarsenaal. Rekeningrijden voor personenwagens is de logica zelve. Elke maatregel met een impact op onze mobiliteit moet stringent worden afgemeten aan zijn potentieel op het vlak van combimobiliteit. De digitalisering en Mobility as a Service (MaaS) bieden in dat opzicht heel wat kansen.

Net zo met energie. Er is geen tijd meer om er doekjes om te winden: we moeten nu resoluut en ondubbelzinnig kiezen voor hernieuwbare energie. Le moment de conclure est arrivé. Elk beleid dat daarover nog twijfel laat bestaan, is onverantwoordelijk. Als we het vertikken om een interessant en stabiel investeringsklimaat te creëren in onze eigen Energiewende, wordt het onmogelijk innovatie te stimuleren en investeerders aan te trekken. Het halen van onze energiedoelstellingen staat of valt met de moed om verandering af te dwingen. De oude technologieën moeten op de schop. Mijn fractie vindt de energievisie die de vier energieministers op papier zetten, dan ook een belangrijke eerste stap. Al het materiaal ligt er nu om een nieuw, toekomstgericht energiebeleid op poten te zetten, betaalbaar, duurzaam en zeker. Als we nu de sprong niet wagen, missen we de belangrijkste innovatiegolf die deze economische revolutie eigen is. Niets nieuws onder de zon, denk ik dan, want die mobiliteits- en energietransitie past volkomen in het kamerbrede klimaatengagement dat dit parlement enkele maanden geleden aanging met zijn Klimaatresolutie. Die is ambitieus, en de uitgezette en aan te houden klimaatkoers. Ik ga er dan ook van uit dat geen enkele ondertekenaar hierop de komende jaren zal afdingen.

Eenzelfde hoogdringendheid typeert het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Als er één veranderingsproces is dat politieke moed vraagt, is het dat wel. De snelheid waarmee Vlaanderen zijn ruimte opsoupeert, is niet langer houdbaar. De keuze voor wonen, werken, landbouw, natuur, ontspannen, en hoe we die functies logisch willen inplanten, is geen evidentie, maar er is geen alternatief. Wat CD&V betreft, komt de betonstop er, maar niet zonder een Instrumentendecreet dat eventuele planschade voor honderd procent vergoedt. Het voorstel ligt op tafel. We moeten nu durven te beslissen.

Beste collega’s, we hebben grote stappen gezet voor het opwaarderen van de levenskwaliteit van onze kinderen en jongeren, van onze gezinnen, van onze senioren, en hielden de Vlaamse kas op orde. Ook komend jaar wordt een structureel evenwicht bereikt. De voorziene groeipaden die in crisistijden werden opgezet, kunnen onverkort worden aangehouden. Die financiële zekerheid biedt de kans om jarenlang noodgedwongen crisismanagement in te ruilen voor visieontwikkeling en toekomstplannen op lange termijn. Het maakt mentale ruimte om meer dan ooit de blik te richten op de toekomst en daarvoor het nodige draagvlak te creëren. Op het einde van 2017, en in de wetenschap dat 2018 en 2019 electoraal veel van onze aandacht zullen opslorpen, roep ik namens mijn fractie op het lopende transitieproces niet te laten stokken.

Er moeten nog belangrijke knopen worden doorgehakt. Wie deze maatschappelijk belangrijke dossiers wil politiseren uit schrik voor de vermeende politieke achterban, pleegt schuldig verzuim. Bij verandering hoort onzekerheid, maar vooral ook moed, de moed om te doen wat moet. Laat ons dus niet uit het oog verliezen waarvoor we verkozen zijn: de levenskwaliteit van elke Vlaming, de kracht van onze ondernemers, de zorg voor wie het nodig heeft en de ontwikkeling van onze jongeren veilig stellen. Deze regering slaagt erin het stabiele samenspel tussen deze sociaal-economische pijlers te organiseren. Economische groei met sociale vooruitgang: dat, collega’s, is de enige en tegelijk beste verzekering voor onze welvaart en ons welzijn op lange termijn. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, leden van de regering, ik zal beginnen met u een compliment te geven. Dan ben ik niet de enige. Daarnet kreeg u een compliment van de voorzitter. Ik wil er u ook graag een geven.

Uw voorstel, minister-president, om te werken met een investeringsnorm die vastlegt hoeveel de overheid minstens moet investeren, is een zeer goed voorstel, dat Groen volmondig ondersteunt. U liet ook verstaan dat u daarbij voluit wil gaan voor het investeringspact met Vlaanderen, Brussel, Wallonië en de federale overheid, en ook dat vinden we de juiste weg. Enkel op die manier, gezamenlijk – ik zou bijna durven zeggen eendrachtig –, zullen we er geraken. Misschien zult u ook gehoor krijgen bij Europa, want op dit moment investeren we ongeveer de helft van wat de overheden in de jaren 70 aan middelen investeerden in publieke infrastructuur. Ik volg daar de analyse van de minister-president, want de cijfers bewijzen dat ook. Op dit moment zitten we – wat we niet langer kunnen aanvaarden – op 2 tot 2,5 procent. Minister-president, een compliment dat u dit onderkent, en we zijn een bondgenoot om daaraan te werken.

De vraag is natuurlijk hoe u dat zult aanpakken. U hebt het weinig concreet gemaakt in het interview, wat ook moeilijk is binnen de contouren van zo’n interview. Ik hoop dat u daar straks een antwoord op geeft. Waar ziet u die normen liggen? Hoe zult u dit concreet aanpakken?

Minister-president, toen aan de overkant van de straat premier Michel het nationaal investeringspact aankondigde, hebben we met Groen ook nagedacht wat daar voor ons zou inzitten of zou moeten inzitten, welk tijdsperspectief dit zou moeten hebben. We hebben begin oktober met Groen BE.invest gelanceerd, een uitgebreid investeringsplan tot 2030, een totaalplan met voorstellen en projecten in tal van domeinen: hernieuwbare energie, digitale economie, onderwijs enzovoort. Een plan dat zich richt op samenwerking met alle bestuursniveaus, een plan dat gedragen wordt en waaraan ook alle Vlamingen en Belgen kunnen participeren. Burgerparticipatie wordt, wat ons betreft, de norm.

Ook de gouverneur van de Nationale Bank bepleit eigenlijk die burgerparticipatie. Hij pleit voor een samenspel tussen de overheid, de privésector en het inzetten van spaargeld van Belgische huishoudens. Hij ziet daar de mix om de investeringen weer op niveau te krijgen.

Uw federale collega, premier Michel, heeft de hand uitgestoken naar de oppositie om samen te werken in het kader van dat strategisch investeringspact. Mijn collega, Kristof Calvo, is zelfs op de koffie geweest in de 16 om het te bespreken. (Opmerkingen)

Minister-president, niets houdt u tegen met mij hetzelfde te doen. (Gelach)

Ik lust ook graag een kop koffie. De vraag of u me op de koffie zult uitnodigen, is vandaag alvast niet de hamvraag. Met deze begroting en de begrotingen van de afgelopen jaren ligt de hamvraag in mijn ogen op tafel. Heeft uw regering echt geïnvesteerd en Vlaanderen klaargestoomd voor de toekomst? Volgens mij moeten nog behoorlijk wat tandjes bij worden gestoken. Wat mij betreft, valt het antwoord op een aantal van die vragen zwaar tegen.

Uw communisten, excuseer, ministers communiceren. (Gelach)

Mijnheer Rzoska, waar het hart van vol is …

Minister-president, het is goed dat iedereen terug bij de les is. Aan de communicatie van uw ministers valt alvast een puntje te zuigen.

Minister Crevits, we hebben het daarnet al over de scholenbouw gehad. Ik heb gisteren uw website bekeken. Die website puilt eigenlijk uit van allerhande nieuwe projecten en scholenbouwprojecten in zowat alle Vlaamse steden en gemeenten. Wat u daarbij niet vermeldt, is natuurlijk dat de wachtlijsten met dossiers van scholen die op renovatie wachten en van nieuwe scholen ondertussen tot 6 miljard euro zijn aangegroeid. Dat is 1 miljard euro meer dan aan het begin van de zittingsperiode. Dat zijn zaken waar u niet naast kunt kijken.

Minister Homans, we hebben het daarnet al over armoede gehad. U hebt over historische inspanningen voor de sociale huisvesting gesproken. Dat staat letterlijk in uw beleidsbrief en in een aantal andere documenten. Sinds 2014 gaat het om 2,9 miljard euro. We ontkennen absoluut niet dat die middelen in de begroting staan. Tegelijkertijd mogen we echter de ogen niet sluiten voor de wooncrisis waarmee Vlaanderen nu wordt geconfronteerd.

Meer dan 125.000 kandidaten wachten gemiddeld drie jaar op een sociale huurwoning. Dat is een pak mensen. Meer dan 125.000 kandidaten moeten ongeveer drie jaar op een sociale huurwoning wachten. In Vlaanderen leven meer dan 150.000 kinderen in armoede. Dat is bijna 13 procent van de Vlaamse jeugd. In totaal moeten nu 650.000 Vlamingen met een inkomen onder de armoederisicodrempel leven. Die cijfers komen niet van mij, maar uit de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND). Ze komen van de Studiedienst Vlaamse Regering. Ik heb het boekje hier bij me. De cijfers die erin vermeld staan, zijn eigenlijk onloochenbaar.

Minister-president, een halvering van de kinderarmoede tegen 2020 is een ambitie die de Vlaamse Regering in het Vlaams regeerakkoord heeft herhaald. Met dit beleid zullen we dit absoluut niet halen en zullen we die ambitie nooit waarmaken. We hebben die discussie in het verleden al regelmatig gevoerd. Een van de redenen is dat het instrument van de kinderbijslag volgens ons anders had kunnen worden ingezet. Er is te weinig gekozen om de kinderarmoede met de kinderbijslag gedeeltelijk te reduceren.

Minister Weyts, we hebben het daarnet al over mobiliteit gehad. Wat mij betreft, bent u zowat de koning of de keizer van de investeringscommunicatie. U investeert in alles wat beweegt en niet beweegt in Vlaanderen. U investeert in autowegen, waterwegen, fietspaden en het openbaar vervoer. Toch blijven we berichten krijgen over de groeiende files en over het feit dat steeds minder Vlamingen de bus nemen. Ook dat staat in de VRIND. We moeten 100 miljoen euro per jaar in fietspaden investeren, maar dat is in de begroting niet terug te vinden. Ik vind overigens dat het wel wat meer dan 100 miljoen euro zou mogen zijn. U communiceert over onveilige kruispunten en dergelijke alsof het een lieve lust is, maar wat u niet doet, is de beschikbare middelen voluit inzetten. Het gaat hier om de begroting. U zet de middelen waarover u beschikt in het Pendelfonds niet in.

Wat mij betreft, is het Pendelfonds een tweede Boscompensatiefonds. We hebben het Rekenhof nodig gehad om het Boscompensatiefonds los te wrikken. In het rapport over de begroting heeft het Rekenhof de vraag gesteld waarom u 13 miljoen euro van het totaalbedrag van 15 miljoen euro in het Pendelfonds al onmiddellijk naar 2019 overzet. Een Pendelfonds, dat bedrijven en ondernemingen zou moeten stimuleren om op een duurzame manier de verplaatsing van hun werknemers naar het bedrijf te organiseren. Heeft het dan te maken met een te weinig aan projecten? Absoluut niet. Meer dan honderd bedrijven hebben een dossier ingediend en er is er eentje meer goedgekeurd dan vorig jaar: 36 in plaats van 35. Dat, terwijl de files in Vlaanderen stijgen. Minister, ik begrijp absoluut niet, met die stijgende files, dat u die middelen in dat Pendelfonds niet meer inzet en dat u onmiddellijk die 13 miljoen euro doorschuift, waarmee u het uw collega van Begroting natuurlijk gemakkelijk maakt, want dat was ook de reden waarom het Boscompensatiefonds jarenlang heeft vastgezeten. U schuift 13 miljoen euro netjes door naar 2019, terwijl het essentiële investeringen zijn, projecten om die mobiliteit te verduurzamen. Zowat elke Vlaming ondervindt aan den lijve dat daar dringend nood aan is.

Als een kritiek inzake het mobiliteitsbeleid van een deel van de oppositie zich beperkt tot het Pendelfonds, dan ziet het er nog goed uit, want met betrekking tot het Pendelfonds zelf heb ik u in de commissie toch trachten diets te maken dat we nu aan een hoger uitgavenritme zitten dan tevoren, en dat we die reserves inderdaad stelselmatig opgebruiken, dat er namelijk meer wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. Maar vanzelfsprekend wil dat niet zeggen dat we gewoon elk dossier, elk project dat wordt ingediend, zomaar een financiering gaan toekennen. Vanuit het principe van een goede huisvader zorgen we er altijd voor dat dossiers worden goedgekeurd en gefinancierd wanneer men in aanmerking komt en wanneer we vinden dat het een goede ondersteuning is. We gaan niet blindelings, klakkeloos, alle dossiers die worden ingediend dan maar laten passeren omdat we geld willen uitgeven. Dat gaan we niet doen en dat heeft niets te maken met een begroting, alsof ik met die 13 miljoen euro de begroting zal gaan redden. Dat is dus niet het geval. We zullen ervoor zorgen dat de reserves gefaseerd worden opgebruikt, maar we gaan dat niet blind doen en we gaan dat altijd blijven doen als een verantwoordelijke huisvader.

Het is niet omdat u mij hebt proberen te overtuigen in de commissie, dat ik daarom ook overtuigd ben van hetgeen u zegt. Ik zie gewoon het mechanisme, en dat is begrotingstechnisch een mechanisme dat ook in het Boscompensatiefonds lang heeft gespeeld. Door het fonds op die manier te gebruiken, waarbij u op voorhand al zegt dat u in 2018 van de 15 miljoen euro er ongeveer 2,5 nodig hebt, en er 13 doorschuift naar 2019, helpt u uw collega van Begroting en Financiën om zijn begroting op een ietwat gemakkelijkere manier in een structureel evenwicht te krijgen. Dat is het mechanisme dat werkt. Ik moet eerlijk zeggen: 15 miljoen euro, dat zijn geen peanuts, dat is een behoorlijk pak geld. Als we eens kijken wat de economische schade van een file per dag is, en als er dan meer dan honderd ondernemingen zijn die een plan hebben om die verplaatsingen tussen woon- en werksituatie duurzamer te maken, dan vind ik het absoluut onbegrijpelijk dat u onmiddellijk 13 miljoen euro parkeert voor 2019 en eigenlijk zegt dat u daar in 2018 gaat afblijven. Dat is niet het soort ambitie dat Vlaanderen vandaag nodig heeft, als we een stuk in de richting van de transitie willen gaan, waarvoor, denk ik, een ruime meerderheid bestaat in dit parlement, ook voorbij de lijnen van meerderheid en oppositie. U had en u hebt daar de steun om de middelen volop in te zetten en het enige wat u doet, is 13 miljoen euro, een pak geld, gewoon doorschuiven naar 2019 om het begrotingscijfer op dat vlak rooskleuriger voor te stellen.

Minister Vandeurzen, we hebben in de begroting van 2018 en ook de volgende jaren inderdaad extra middelen gevonden voor zorg. Dat onderkennen wij ook. Natuurlijk, de vraag is of de middelen voldoende zijn om de zorgvragen bij te houden. Daar denken we dat er nog wel wat werk is. Er is ongerustheid bij heel wat ouderen. We hebben daarnet een ruim debat gehad. Ik vind het alleszins hoopgevend dat u erkent dat de betaalbaarheid van de rusthuisfactuur ook iets is wat we op Vlaams niveau moeten bekijken. Maar ook de mensen met een handicap en de oplopende kosten voor hun opvang, zijn zaken waarvoor de dag van vandaag de middelen niet helemaal tegemoet komen aan de behoeften.

Een ander punt waar deze Vlaamse Regering stil over blijft en wat nochtans essentieel is in het beleid, is alles wat te maken heeft met bossen. Minister, het Boscompensatiefonds wordt nu inderdaad met mondjesmaat besteed. Maar waar blijft die boskaart? Waar blijft nu eindelijk die afbakening van die kwetsbare bossen in Vlaanderen? Het is een van de dossiers waar deze Vlaamse Regering terecht een speerpunt van heeft gemaakt. Omdat Vlaanderen denser bebouwd wordt, hebben alle Vlamingen nood aan dat groen. Ik vraag u dus nogmaals: waar blijft u met de boskaart? Het kan niet zijn dat een Vlaamse Regering die zogezegd een ambitieus bosbeleid voert, op dit punt faalt en tegen het einde van deze legislatuur geen oplossing op tafel legt voor de meest kwetsbare bossen in Vlaanderen.

Collega's, al bij al kunnen we concluderen dat die luide communicatie, vaak over investeringen, soms maar één doel dient: zo goed mogelijk verhullen dat er eigenlijk te weinig gebeurt om Vlaanderen klaar te maken voor de toekomst. Minister-president, uw regering investeert in mijn ogen enkel in het hoogst noodzakelijke, enkel in het heden maar niet in de toekomst.

Ik heb daarnet niet willen tussenkomen, collega Rzoska, omdat u een opsomming maakte, maar ik vind uw laatste zin ‘Het is maar voor de galerij’, die u op uw website zet, een bijzonder trieste uitspraak van u. Hebt u al eens gekeken naar de realisaties – ik blijf binnen mijn beleidsdomein – inzake scholenbouw? Het is spectaculair hoeveel scholen er nu worden gebouwd. De btw is daarenboven van 21 naar 6 procent gedaald. Er worden nu huursubsidies gegeven. Die worden massaal door de scholen gebruikt. Ik vind het absoluut ‘not done’ dat u hier de indruk geeft dat de budgetten niet stijgen. Ze stijgen spectaculair, ze zijn nog nooit hoger geweest en ze worden ook grotendeels gebruikt. Dus collega Rzoska, ik erken dat er nog veel werk aan de winkel is, maar deze regering, zoals de minister-president trouwens daarnet heeft aangestipt, is met heel veel overtuiging de grootste investeringsregering die we al hebben gehad. Daar kunt u echt niet omheen. (Applaus bij de meerderheid)

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik wil nog even tussenkomen, vooral ook omdat ik daarstraks nog iets wou zeggen over het armoedebeleid.

Wat ik niet neem, is dat men hier termen als ‘fake news’ hanteert. Het is wel degelijk zo dat deze regering, dat elk van de ministers van deze regering zich bewust is van het armoedeprobleem en dat elke arme er één te veel is. Ik betreur dat men dat in een context gaat plaatsen alsof het deze regering is die de verantwoordelijkheid draagt voor iets wat structureel is, wat al decennialang een cijfer is dat schommelt rond de 10 procent. Voorzitter, met de kinderbijslag die in werking treedt op 1 januari 2019 gaan wij met 1 procentpunt de kinderarmoede verlagen. We zetten massaal in op die groepen die kwetsbaar zijn, op die groepen die niet aan een job geraken. Collega Muyters heeft ervoor gezorgd dat zelfs in de Fedasilcentra waar duizenden en duizenden mensen binnengekomen zijn, die laaggeschoold zijn, die vaak analfabeet zijn zelfs, we hen heel snel tot de arbeidsmarkt proberen toe te leiden. Diegenen die dat voorstellen alsof dat eenvoudig is, om mensen die een andere taal hebben, die uit een andere cultuur en een andere omgeving komen, zonder enige scholing, in te zetten in onze hoogtechnologische industriële samenleving, die maken mensen iets wijs.

Collega Rzoska, ik was aangenaam verrast dat u begon met een bloempje. Ik dacht onmiddellijk: ‘Timeo Danaos et dona ferentes’, de bloempot zal volgen, wat helaas in dezen ook weer het geval was. Maar ik ben blij dat u met ons onderkent dat het belangrijk is dat we meer investeren. De cijfers zijn gekend. Tot aan de grote besparingen van de jaren 80 was er een publieke-investeringsratio van 5 procent van het bnp.

Er is opeenvolgend bespaard op de investeringen. Er is begin jaren 90 een terugval geweest tot minder dan 2 procent van het bnp. Nu zitten we tussen 2 en 2,5 procent, en dat is te laag. Heel veel studies wijzen uit dat dit alleen maar volstaat om in stand te houden wat er is. Wij zijn ambitieuzer, wij willen meer investeren.

Ik sluit me aan bij wat minister Crevits heeft gezegd. Doen alsof deze regering zomaar slapjes investeert, dat is natuurlijk niet waar. We hebben nu al meer dan 1,1 miljard euro aan nieuw beleid en we zitten op koers. Daarvan is 610 miljoen euro gegaan naar nieuwe investeringen. We zijn goed op weg om de ambitie die we hebben vooropgesteld om te komen tot een bedrag van 1,5 miljard euro nieuw beleid met een budget in evenwicht, te halen. Dat wil ik beklemtonen.

Mijnheer Rzoska, ik heb kennisgenomen van uw plan. U bent ook welkom op de koffie, ik heb goeie fairtrade koffie, u mag altijd een kopje komen drinken. Maar ik zou graag hebben dat u uw plan aanvult met een essentieel onderdeel, met name: wilt u dat doen binnen het begrotingsevenwicht? Dat zal de uitdaging zijn voor de komende jaren. We gaan naar meer investeringen, we gaan zorgen dat we meer infrastructuur, meer voorzieningen die we nodig hebben, ook creëren. We gaan tegelijk – we hebben dezelfde mening – een impuls geven aan onze economie, die meer jobs kan creëren. Dat zal de grote uitdaging zijn.

We hebben inderdaad gezegd dat we willen meewerken aan het interfederaal investeringspact. De prioriteit der prioriteiten voor ons is dat we een versoepeling krijgen van de investeringsclausule. We hebben daar vandaag in het Overlegcomité toevallig over gepraat. Ik hoop dat we in de maand januari kunnen finaliseren omdat we allemaal samen naar Europa moeten gaan met een voorstel om die investeringsclausule aan te passen. Wat mij betreft moet dat gaan over uitzonderlijk grote, eenmalige, duurzame, groeibevorderende investeringen. Oosterweel is daar een voorbeeld van. Daarvan zegt elk weldenkend mens: dat opnemen in de begrotingsdoelstellingen in vier, vijf jaar kan niet. Het leidt ertoe dat je andere investeringen moet laten vallen.

We moeten kunnen samenwerken in zaken als energie, mobiliteit, digitalisering. We zijn daar ook hard mee bezig. Ik kan u zeggen, mijnheer Rzoska, het probleem is niet om geld te vinden. Het geld is nog altijd goedkoop, we kunnen geld lenen. Dankzij het feit dat de Europese Commissie een guideline heeft gemaakt, zijn we nu goed op weg om al onze pps’en erdoor te krijgen. Er zijn nu een kleine 9 miljard pps’en lopende, met ongeveer 600 miljoen euro recurrente uitgaven. Daar zit het probleem niet. Het probleem zit ook niet langer bij de pps’en. We conformeren ons aan die guideline. Het probleem is niet om geld te vinden. Het probleem is om met een sluitende begroting in de toekomst investeringen te kunnen doen, en daar gaan we werk moeten van maken.

Ik ben blij dat u daarin een objectieve bondgenoot bent. We gaan nog meer moeten inzetten op duurzame investeringen, we gaan nog meer moeten zoeken naar een efficiëntere overheid om nog meer ruimte vrij te maken, waarbij de lopende uitgaven in een andere balans zullen moeten gaan met de investeringen. Ik ben heel blij als u daaraan wil meewerken. Het zal een lastige opgave zijn, maar het is een noodzakelijke. Het IMF zegt dat ook opnieuw: meer publieke investeringen. Dat is een sleutel die we nodig hebben en we trekken daar nu belangrijke sporen voor. Mijn boodschap in dat interview was dat dat voor de volgende regering een topprioriteit moet blijven.

Minister-president, ik reik u daarbij echt wel de hand, omdat ik vind dat uw analyse correct is. Als je weet dat we vandaag op 2 tot 2,5 procent publieke investeringen zitten, dat Nederland en Frankrijk momenteel op 4 procent zitten, dan is het duidelijk dat we achteraan het peloton hinken. U hebt honderd procent gelijk dat we die publieke investeringen meer naar omhoog moeten trekken.

Mijnheer Diependaele, wat onderzoek en ontwikkeling betreft, zijn we inderdaad op weg naar de magische drie procent. Ik stel wel vast dat, als je de cijfers van de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) bekijkt, het vooral de bedrijven zijn die inspanningen aan het leveren zijn en dat de overheid nog wel een stuk op tafel moet leggen om aan die 3 procent te geraken.

Minister-president, wat de investeringen en vooral de publieke investeringen betreft: ik heb ook het rapport van de Nationale Bank gezien, dat vaststelt dat met de huidige investeringen we zelfs minder doen dan het in stand houden van de infrastructuur, en dat is toch niet het beeld dat we naar buiten willen brengen. Het is ook niet de concrete realiteit voor mensen die we hoop en perspectief moeten geven richting 2020 en 2030 en ver daarvoorbij.

Minister van Onderwijs, ik weet natuurlijk ook wel dat u niet van vandaag op morgen een school kunt zetten. Maar er is iets dat ik vaak vaststel in de communicatie. Het is goed dat er vandaag heel wat scholen worden geopend. Ik zie dat ook. Dat ‘Scholen van Morgen’-project, waarbij we toch behoorlijk wat gestruikeld zijn rond de financiering, levert nu eindelijk de scholen op die we nodig hebben.

Aan de andere kant – op basis waarvan ik zeg wat ik daarnet gezegd heb – stel ik wel vast dat, als ik in uw domein kijk naar beleidskredieten en betaalkredieten, daar vaak een heel grote kloof tussen zit. Er wordt vaak tegen ons gezegd dat we ook rekening moeten houden met de doorlooptijd. De budgetten van minister Weyts, die trouwens een heel net overzicht heeft gemaakt van wat voor hem beleidskredieten zijn en wat betaalkredieten, zitten zeer dicht bij elkaar. Dat betekent dat die middelen onmiddellijk worden geïnvesteerd in de economie.

Ik stel vast dat het, wat betreft uw projectkredieten voor scholenbouw, heel vaak te maken heeft met verbinteniskredieten, maar dat de betaalkredieten op een veel lager niveau zitten. En dat is het punt waarop ik zeg dat sommige schoolgebouwen in Vlaanderen – en dat kan iedereen die in Vlaanderen schoolgaande kinderen heeft, bevestigen – niet meer aangepast zijn aan deze tijd. Ik stel vast dat de wachtlijst om die scholen aan te pakken sinds het begin van deze legislatuur, van uw regering, gestegen is van 5 naar 6 miljard euro. Die wachtlijst is dus eigenlijk aangegroeid. Daaruit komt mijn analyse voort.

Maar ik ben het met de minister-president eens dat we, wat betreft de publieke investeringen, eendrachtig naar Europa zullen moeten trekken. Ik kan er namelijk ook wel ergens in komen dat je bepaalde investeringen, grote investeringen, niet in één keer in de begroting kunt meenemen.

Ik vind het goed dat u afspraken wilt maken met de andere gewesten, dat u daar lijstjes wilt afkloppen. Ik denk dat het de afgelopen jaren te veel een gediversifieerd spel was, een spel van verschillen. Als je dan met gespleten tong komt praten bij Europa, wordt het zeer moeilijk. Europa kijkt naar de nv België, kijkt ook naar wat er aan de onderkant van de streep op de rekening staat. Dan lijkt het mij goed dat je met duidelijke afspraken richting Europa trekt. Minister-president, ik denk dat Vlaanderen, België, Europa, daar ook nood aan heeft.

Mijnheer Rzoska, ik was aanvankelijk niet van plan om u nog eens te onderbreken. Maar u kunt bij mij ook perfect het lijstje vinden van de betaalkredieten en de andere kredieten. Maar kijk gewoon naar de aanbestedingen. Het aantal aanbestedingen – ook nu – is nog nooit zo hoog geweest. Een aanbesteding betekent dat je toch wel vrij snel zult bouwen.

Toen ik minister van fietspaden was, heb ik iets vastgesteld dat ik ook nu vaststel. Soms werd er op een bierkaartje een engagement geschreven van waar er een fietspad zou worden aangelegd. En zoveel jaar later blijkt dan dat het dossier niet werd ingediend. Wel, bij scholenbouw heb ik eigenlijk hetzelfde vastgesteld toen ik minister werd, namelijk dat dossiers werden ingediend die nog niet rijp waren. Ik stel inderdaad vaak vast – we werken er hard aan om dat in te lopen – dat men dan aan het eind van het jaar vraagt – ook sommige van onze onderwijsverstrekkers – of een aantal budgetten toch niet naar het volgende jaar kunnen worden overgeheveld, omdat men niet klaar is met de projecten. Voor mij kan dat, maar je kunt dat dan niet de overheid ten kwade duiden. Wie uiteindelijk de toezegging krijgt om te bouwen, die moet er ook voor zorgen dat het vooruitgaat met de bouw. We zetten er al onze expertise op in om de kloof die er inderdaad is kleiner te maken.

En dat heeft ook effect, mijnheer Rzoska. Want zoals ik al zei, is het aantal aanbestedingen nooit groter geweest en stijgt het ook elke maand en elk jaar. Uw opmerking dat die kloof te wijten zou zijn aan de overheid die de middelen niet ter beschikking stelt, raakt dus eigenlijk kant noch wal. (Applaus bij CD&V)

Ik heb een technische opmerking. Het klopt inderdaad dat het bij de bedrijven inderdaad enorm gestegen is. Ik heb er echter de VRIND op nageslagen. Het zijn wel degelijk ook de overheidsuitgaven die in stijgende lijn zijn, want die twee gaan perfect hand in hand. Dat is ook de bedoeling. Sowieso is het binnen de 3 procent, 1 procent voor de overheid en 2 procent voor de bedrijven. Dat is de verdeling. (Opmerkingen van Bjorn Rzoska)

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, ik ben heel tevreden met de hand die u reikt. De zinloze discussies waarbij wij het hadden over investeringen, en ‘kunnen we ze in één keer opnemen in de begroting?’ en ‘is dit wel realistisch?’ zijn wat mij betreft – en dus ook wat u betreft – eindelijk achter de rug. We moeten de handen in elkaar slaan. Want als er één iets is wat overduidelijk blijkt, dan is het dat we moeten investeren. We moeten investeren in duurzaamheid. In Europa moeten we daarover een afspraak maken. We doen dat met vereende krachten. Ik ben zeer tevreden dat u, als oppositie, dit vanaf nu ook mee ondersteunt.

Ik kan daar weinig aan toevoegen, minister. Dat punt van uw beleid ondersteun ik dan toch. Er zijn er een aantal die ik wat minder ondersteun.

We hebben daar in de commissie inderdaad ruim over gedebatteerd. Ik heb nog altijd uw slide bij waarin ik kan zien hoe u aan die 1,175 miljard euro komt. Ik ga dat dus ook niet ontkennen. Die middelen zijn er ook. Maar van twee dingen één, collega’s. We moeten ook eerlijk zijn: we hebben ook al 2 miljard euro bespaard. We hebben de besparingstabel van bij het begin van de legislatuur gezien, de zogenaamde tabel-Algoed. Voor heel wat mensen in de dagelijkse praktijk zijn dat geen evidente dingen.

Minister-president, ik heb het woord ‘fake’ niet gebruikt toen het daarnet over armoede ging. Ik ga af op het cijfermateriaal dat ik vind. En dan denk ik dat u het met mij eens moet zijn dat we ervoor gaan moeten zorgen dat, zoals collega Vandenbroucke het zo mooi zei, iedereen mee op die boot zit. Op dat punt zijn we zelfs helemaal uit koers geslagen, want we hebben weinig stappen vooruit gezet. Ik zeg niet dat het volledig de verantwoordelijkheid is van uw regering. Er zijn wel degelijk ook voorgaande regeringen die daar een verantwoordelijkheid in dragen. Maar wat mij betreft, gaan we op dat terrein absoluut niet de goede kant uit. En ik maak mij daar ernstig zorgen over.

Daarnet heb ik gezegd dat ik het terecht vind dat u een investeringsnorm wilt afspreken voor de publieke overheden. Ik heb natuurlijk ook het andere stuk van het interview met u gelezen, en dan kom ik bij het klimaatbeleid terecht. We hebben nog maar vorige week over dat fameuze Energiepact gesproken. Het antwoord dat we vorige week van de Vlaamse Regering gekregen hebben, was: wij gaan dat Energiepact met de Vlaamse Regering tekenen op een vrijdag. Eind vorige week was er een vrijdag, maar u hebt niet getekend, want op een zaterdag, in datzelfde interview, zei u eigenlijk dat dat Energiepact niet rijp is om getekend te worden. U zet daarmee in mijn ogen opnieuw minister Tommelein vol in de wind. Dat is een plaats waar hij normaal gezien graag staat, vol in de wind, gezien zijn ambitie voor hernieuwbare energie. Hoe meer wind, hoe meer tevreden minister Tommelein is. Maar tegenwind zal geen hulp zijn voor de ambitie die we moeten hebben. Ik vind het goed dat collega Van den Heuvel namens de CD&V-fractie ook zijn standpunt zeer duidelijk heeft gemaakt. Als we willen werken richting een transitie naar hernieuwbare energie – en we werken vandaag al een stuk in die richting – dan kan dat volgens ons niet zonder die uitstap uit kernenergie te herbevestigen. Het klimaatakkoord, de klimaatresolutie, het Energiepact, dat is opgemaakt vanuit dat wettelijke perspectief 2025. Daarom, minister-president, doe ook ik namens mijn fractie een oproep om vol voor die kernuitstap te gaan in 2025 en niet stil te staan op dat vlak.

U leek er wat aan te twijfelen in het interview van afgelopen weekend, maar het is wel degelijk zo dat op het moment dat een overheid op dat punt geen duidelijk signaal geeft aan investeerders, investeringen zullen worden vertraagd en men wel degelijk minder zal investeren in hernieuwbare energie. Gezinnen zijn op dit moment goed bezig, maar er zijn een aantal investeerders die wachten op een duidelijk signaal, om te zien of hun investering ook na 2025 het volle rendement zal kunnen krijgen. Minister-president, de slagzin van uw regering was ‘verbinden, vertrouwen, vooruitgaan’. Ik hoop dat u vooruit zult gaan en dat u met uw partij niet gaat voor de stilstand om die kernuitstap niet te doen.

Wat die omslag betreft, vind ik ook dat deze Vlaamse Regering te weinig heeft gedaan op het vlak van fiscale autonomie. Het was jarenlang een eis van de Vlaamse Beweging. En met de eerste Vlaams-nationalist aan het hoofd van een Vlaamse Regering, had ik verwacht dat we op het vlak van fiscale autonomie stappen vooruit zouden zetten. Ik vind dat er weinig ruimte van die fiscale autonomie is gebruikt. Oké, we hebben de miserietaks afgeschaft. We hebben iets gedaan aan de schenkingsrechten. Er is een vergroening geweest van de verkeersfiscaliteit, waar ik het niet helemaal mee eens was, want ik vond ze behoorlijk halfslachtig.

Last but not least vind ik het wat merkwaardig, ook in het discours van de heer Van den Heuvel, dat we een ‘Turteltaks’ hebben ingevoerd, en dat we die we nu opnieuw voor een deel gaan afvoeren. Mijnheer Van den Heuvel, ik vind het wat raar dat u zich op de borst klopt omdat u nu die energieheffing fundamenteel naar beneden zou halen. U hebt ze eerst ingevoerd, en nu steekt u de pluim op uw hoed dat u ze naar beneden haalt.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

De heer Van den Heuvel heeft heel terecht opgemerkt dat wij die energieheffing naar beneden halen. Straks komt ook de invoering van de vernieuwde energieheffing op de agenda. Daarbij, mijnheer Rzoska, is ook al duidelijk uiteengezet waarom wij die energieheffing kunnen hervormen en effectief verlagen. Ik ga die discussie niet opnieuw voeren en duidelijk maken dat een aantal keuzes die in het verleden werden gemaakt niet doorgaan, zodanig dat een pak van de heffing die zou moeten worden geïnd, niet meer moet worden geïnd. Ik heb het meer bepaald over de grote biomassacentrales in Gent en Genk. Die waren goed voor 4,4 miljard euro subsidies, die nodig waren en die nu wegvallen. Het is overduidelijk dat we die discussie al hebben gevoerd, ook in de commissie. Ik heb tot mijn tevredenheid kunnen vaststellen dat in de commissie de vernieuwde energieheffing eenparig is goedgekeurd. Ik denk met andere woorden niet dat daar nog veel discussie over bestaat.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, u bent zeer onvolledig als u het hebt over de fiscale maatregelen. U vergeet natuurlijk de grootste maatregel: de taxshift, waarvan wij 26 procent betalen. Dat is een enorme korting op de personenbelasting. U weet dat de laagstverdienenden vanaf 2018 100 euro netto meer per maand zullen hebben. De Vlaamse Regering betaalt daar 26 procent van. U hebt inderdaad de afschaffing van de verdeeltaks vermeld, de vermindering van de verdeeltaks van 2,5 naar 1 procent, en ook de schenkingsrechten en de vergroening van de verkeersbelasting. Minister Tommelein had het ook over de erfbelasting, en ook het kooprecht komt aan bod. Deze regering voert volop, mét budgettair evenwicht, een heel goed, heel verstandig en heel ambitieus fiscaal beleid. Uw verwijt op dat punt is totaal onterecht.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Ik ben het daar uiteraard fundamenteel mee oneens, om de heel eenvoudige reden dat we zelf steeds meer fiscale instrumenten in handen krijgen. Daarnet werd ook gezegd dat je belastingen voor een deel kunt hervormen om ofwel een bepaald gedrag te ontmoedigen ofwel om in die transitie mee te gaan. Collega’s, als ik kijk naar de kilometerheffing voor vrachtwagens, blijkt dat de vraag van de sector van transporteurs…

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, ik ben ondertussen nagegaan dat wij in Vlaanderen inderdaad, zoals minister-president Bourgeois zegt, de taxshift die door het federale niveau werd doorgevoerd tot ons hebben genomen. Die taxshift heeft een kostprijs van 700 miljoen euro belastingverlaging. Wij hebben een aantal hervormingen doorgevoerd in de verkeersbelasting. We gaan dat ook in de registratierechten doen. We gaan dat ook in de erfenisrechten doen. Met andere woorden: nu zeggen dat wij op het vlak van fiscaliteit niets doen, is totaal onterecht. Dit gaat over ernstige bedragen. Op sommige momenten gaat het over een rationalisatie, een verbetering van de fiscaliteit. In andere zaken, zeker in de taxshift, gaat het over 700 miljoen euro, dus een verlaging van de belastingen, waarbij – dat is nog het belangrijkste van al – de laagste inkomens het meest zullen winnen. Dat is iets wat u zou moeten toejuichen in plaats van het te veroordelen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister en minister-president, ik veroordeel het niet, ik zeg dat u te weinig doet met uw fiscale autonomie. Wij hebben de kilometerheffing voor vrachtwagens ingevoerd. De vraag van de transportsector was om naar een systeem te gaan waarin ook de andere vervoerswijzen worden gefiscaliseerd, met name door een slimme kilometerheffing voor auto’s. We doen dat op dit moment niet. De files groeien alleen maar. We bewijzen lippendienst, want we zijn het nog maar eens aan het onderzoeken en we zijn nog maar eens aan het kijken naar het onvermijdelijke. Dan wordt er aan ons gezegd dat er nog geen draagvlak voor is. Wel, ik denk – en daar volg ik de heer Van den Heuvel wél – dat het tijd is dat we moed tonen, dat we verantwoordelijke leiders hebben die die stap zetten. Dat zou een fiscale shift zijn in het kader van een groene fiscale shift wat betreft mobiliteit en gezondheid. Daar zou men, denk ik, vanuit heel de wereld naar kunnen komen kijken.

U zegt dat we al veel doen, want u rekent inderdaad die federale shift niet door en u hebt een aantal fiscale dossiers aangepakt, maar wat betreft de fiscale shift naar een groenere meer duurzame en gezondere samenleving, heeft u toch nog veel werk te doen. Er staan een aantal doelstellingen in het Pact 2020, die u nog altijd onderschrijft en waar we toch nog veel werk aan zullen hebben om ze tegen 2020 te halen, laat staan dat het voldoende is voor wat er komt in 2030 en daarna.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, minister Weyts is even afwezig, maar u weet dat hij volop werk maakt van die slimme kilometerheffing. We willen dat op een heel doordachte manier doen. Er wordt heel veel studiewerk gedaan om alle effecten daarvan in kaart te brengen en om te zorgen dat dit zo harmonieus mogelijk gebeurt. Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wil alvast meestappen in dat onderzoek, Wallonië hebben we niet mee. De beleidsintenties zijn duidelijk, maar we gaan daarin niet improviseren. We hebben de kilometerheffing voor vrachtwagens ingevoerd, en dat was een belangrijke omslag. Van de kilometerheffing voor personenwagens zullen we werk maken, nadat er doordacht studiewerk is gebeurd op alle vlakken over de effecten op de mobiliteit en het leefmilieu.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister-president, ik heb de discussie in de commissie mee gevoerd en dat was behoorlijk frustrerend, want van bij het begin werd duidelijk gemaakt dat dit voor een volgende Vlaamse Regering is, terwijl uw administratie Leefmilieu, Natuur en Energie jaren geleden al een eerste studie heeft gemaakt. We blijven op die kilometerheffing studeren, maar intussen blijven we ook stilstaan in de file.

Minister-president, u wilt vertrouwen, verbinden en vooruitgaan. Maar dat heeft ook te maken met de manier waarop uw ministers zich gedragen in de media en op sociale media. Een van uw ministers maakt op dat vlak gebruik van een zeer weinig verbindende toon. De minister in kwestie is hier niet, maar u bent de eerste om in interviews te zeggen dat u geen gekibbel wilt in uw regering. Welnu , een van de grootste meesters in de polariserende communicatie zit wel in uw regering. (Applaus bij Groen)

Ik vind dat het belangrijk is dat een gezagsdrager en beleidsverantwoordelijke die spreekt namens de Vlaamse Regering, ook op sociale media een taal hanteert die mensen verbindt in plaats van mensen tegen elkaar op te zetten. Dat kan misschien wat gewin opleveren bij de achterban, maar het getuigt niet van respect om bij wijze van spreken tirades te ontwikkelen op sociale media, waar ik van vind dat de minister-president duidelijk moet maken dat dit niet de stijl is waarin de Vlaamse Regering communiceert.

Als we de oefening maken wat betreft de begroting en wat betreft de impact op het beleid, blijf ik het ontstellend vinden dat we in Vlaanderen 650.000 mensen zien die onder de armoedegrens zitten, 125.000 Vlamingen die wachten op een sociale woning en duizenden Vlamingen die maandenlang moeten wachten op psychische hulp, tienduizenden Vlamingen die meer moeten betalen voor openbaar vervoer, met een slechtere dienstverlening, honderdduizenden kinderen die elke dag weer terecht moeten in afbladderende schoolgebouwen.

Al deze mensen in Vlaanderen verwachten van u geen gegoochel met miljarden euro aan investeringen, maar concrete realisaties. Daar merken ze veel te weinig van. Al deze mensen zien een regeringsleider en zijn ministers die er niet in slagen om te doen wat ze beloven. Het vertrouwen in de regering is historisch laag. De ambitie over vooruitgaan, vertrouwen en verbinden verwachten ze op het terrein, al was het maar om hen een beetje gelukkiger maken. De ontgoocheling in deze regering is immens. Het vertrouwen van Groen in deze regering is er dan ook niet.

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren van de Vlaamse Regering, collega's, ik ben de laatste spreker en daarna is het aan het Vlaams Belang. (Gelach. Applaus)

Ik zou u graag even terug meenemen in de tijd, naar een jaar geleden, naar 2016 en het klimaat dat we toen kenden, voor ogen brengen. Dat was vlak na de zware terreuraanslagen die voor heel veel onzekerheid, angst en zelfs paniek zorgden in onze samenleving. Het was het jaar van de brexit, met het euroscepticisme. Bij de verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en Nederland braken de populisten finaal door. Het was ook een tijd waarin we voelden dat het economisch beter begon te gaan, maar de vraag was: is dat herstel duurzaam? Quid Europa?

– Peter Van Rompuy, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Hoe destructief wordt Trump, die net verkozen was? En wie gaat Groot-Brittannië volgen exit EU? Dat was de tijdsgeest waarin we vorig jaar het begrotingsdebat voerden.

We zijn nu één jaar verder en het klimaat is eigenlijk volledig omgeslagen. Er is veel meer vertrouwen bij consumenten, bij ondernemers, in de samenleving. Er is ook meer optimisme. Niet de Europese Unie, maar het Verenigd Koninkrijk zit in de problemen. Europa kent een nieuw elan, IS is bijna definitief verslagen. Maar vooral: economisch gaat het veel beter.

Hoe komt dat nu? Er zijn drie redenen voor. De eerste reden vergeten we vaak hier in dit halfrond. Als we hier in onze cocon zitten en met elkaar praten over onze beleidsmaatregelen, vergeten we vaak dat het de mensen zelf zijn die het verschil maken in onze samenleving. De mensen hebben er in 2017 niet voor gekozen om mee te stappen in de polarisering, ze hebben het populisme en extremisme afgewezen. Ze hebben elkaar opnieuw opgezocht. Ze hebben het vertrouwen in de samenleving hersteld, op vele verschillende manieren. De mensen hebben door te ondernemen, door zich in te zetten op de arbeidsmarkt, door risico's te nemen, kansen gecreëerd, jobs gecreëerd en onze economie doen heropleven. Als we in één jaar tijd in een ander klimaat verkeren, dan is dat in de allereerste plaats dankzij het sterkste wat Vlaanderen te bieden heeft: zijn inwoners, zijn burgers.

Ten tweede is er natuurlijk de internationale context. We mogen niet flauw doen, we zijn een boot – het beeld is al eens gebruikt, sommigen spreken dan over een atoomboot, mijnheer Van Dijck – die meegaat met de golven. Als het internationaal goed gaat, dan is het ook gemakkelijker, dan is de context om beleid te voeren gemakkelijker. En internationaal gaat het vandaag dus beter dan pakweg enkele jaren geleden.

De derde reden waarom het goed gaat, is het beleid van deze Vlaamse Regering. Deze regering heeft op drie essentiële punten de juiste koers gevaren. Eerst en vooral is er de begroting. De regering is erin geslaagd in enkele jaren tijd die begroting te saneren en 2 miljard euro structureel te vinden. In 2017 waren we uit de rode cijfers en volgend jaar, in 2018, blijft die begroting structureel gezond.

Verder kiest deze Vlaamse Regering ervoor echt een investeringsregering te zijn – en ik ben de oppositie, of toch een deel daarvan, dankbaar dat ze dat heel expliciet toegeeft. Nooit voordien heeft een Vlaamse Regering zoveel geïnvesteerd. In het begin van deze legislatuur had de regering aangekondigd dat ze maar liefst anderhalf miljard euro zou investeren en op dit moment zitten we bijna aan 1,2 miljard euro. Deze regering houdt dus wat betreft haar investeringsambities koers. Ook dat maakt natuurlijk een verschil in de economie, in het vertrouwen van de mensen, in het optimisme en in de groei die we zien.

We investeren in onderzoek & ontwikkeling, in rust- en verzorgingsinstellingen, in scholen, in sociale woningen en ga zo maar door.

Het derde wat deze regering gedaan heeft, naast het gezond maken van de begroting en het investeren, is het verlagen van de belastingen en ervoor zorgen dat mensen op het einde van de maand meer over hebben, dat ze zelf meer kunnen beslissen over wat ze hebben verdiend. Ze heeft dat op tal van vlakken gedaan. Ik haal het voorbeeld aan van de werkgeversbijdrage, de kortingen voor doelgroepen zoals wanneer bedrijven min-25-jarigen aanstellen, of plus-55-jarigen aanstellen. 600 miljoen euro lastenverlaging: de vrijstelling van onroerende voorheffing voor materieel en outillage. De Vlaamse bijdrage in de taxshift: meer dan 750 miljoen euro. Teruggegeven aan de mensen. Op het vlak van de successierechten hebben we het eerste stap gezet met de erfenissprong. Het komt er nu op aan om volgende stappen te zetten, om het systeem van de erfbelastingen te hervormen. We voelen allemaal aan dat een belasting van 65 procent – dat is eigenlijk een onteigening – onaanvaardbaar is. We moeten daar iets aan doen. Het is een uitdaging die er aankomt. De registratierechten: minister Tommelein heeft gezegd dat we af moeten van het eenzijdig koppelen aan dat verouderde kadastraal inkomen (ki). Iedereen die lokaal bezig is, weet dat die ki-regeling totaal achterhaald is. We moeten naar nieuwe systemen zoeken waardoor men makkelijker op de immobiliënmarkt koopt en verkoopt en ook de economie daar ondersteund wordt.

Al die lastenverlagingen van de Vlaamse Regering, samen met die van de Federale Regering, stimuleren de economie en geven de mensen inkomen. Ze creëren banen. Als een regering een ding moet doen in een samenleving waar nog altijd werkloosheid is, is het dit. Ze is lager dan ooit, de voorbije 25 jaar zijn er nooit zulke lage werkloosheidscijfers geweest in Vlaanderen. Het is een ongelooflijk succes. Wie had dat vier of vijf jaar geleden kunnen dromen? Er worden tienduizenden banen bij gecreëerd: 69.000 banen dit jaar, 54.000 banen volgend jaar, 38.000 nieuwe banen het jaar nadien. In totaal 240.000 banen erbij. Dat is zowat de volledige bevolking van de stad Gent, van de kleinste boorling tot de oudste grijsaard die een job heeft. Dat aantal mensen komt erbij. Het zijn allemaal mensen, collega's, die vandaag de dag afhankelijk zijn van de sociale zekerheid, die vandaag de dag niet weten hoe ze hun dag moeten vullen, die op zoek zijn naar een job en solliciteren voor een job, die in onzekerheid leven, die in financiële onzekerheid leven, die zich vaak niet erkend en herkend voelen, van wie sommigen in een isolement zitten. 240.000 mensen – ik zou bijna zeggen 240.000 gezinnen – die opnieuw recht kunnen staan, die hun inkomen zien toenemen, die actief kunnen participeren aan de arbeidsmarkt en aan de samenleving. Daar maakt deze Vlaamse Regering, samen met de Federale Regering, het verschil. Dat is wezenlijk een strijd voor maatschappelijke cohesie, voor opwaartse sociale mobiliteit. Dat zijn 240.000 kansen die zijn gecreëerd. Dat is het meest essentiële wat een regering moet doen. (Applaus bij de meerderheid)

– Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Als ik mensen van de oppositie hoor praten, heb ik soms het gevoel dat wij in een soort ‘miserabilistisch’ land leven. (Opmerkingen)

Mijnheer Vandenbroucke, u moet zich daar beter in beheersen. U hebt daar niet het juiste evenwicht in. Als wij vandaag een land zijn waar wij tegen de internationale stroom in zien dat de inkomensongelijkheid afneemt, dat we met andere woorden een meer egalitaire samenleving worden, waar in alle andere landen de inkomensongelijkheid stijgt, dan zeg ik u dat met deze 240.000 banen die inkomensongelijkheid nog kleiner zal worden. En dat is een fenomenale prestatie, want opnieuw, dat zorgt voor sociale cohesie, voor minder afgunst. Wat we zullen moeten bewaken, is dat er voldoende motivatie blijft in de samenleving, voldoende ambitie. Dat kan hand in hand gaan: een samenleving die maatschappelijk coherent is, die cohesie vertoont, maar tegelijk ook ambitie uitstraalt en die mensen die succesvol zijn, niet met afgunst bejegent. Dat is het essentiële, de essentie, de overtuiging van mijn fractie.

En die jobs, die zijn geen wondermiddel tegen armoede, maar nog altijd wel de beste bescherming tegen armoede. Als we dus over armoedebeleid spreken, dan is dat het allereerste dat een regering moet doen: jobs creëren voor de mensen. Dat is immers de beste, meest solide waarborg, de beste sociale zekerheid die een gezin zich kan inbeelden.

Er is een ander element. Die lastenverlagingen zullen de volgende jaren ook heel wat mensen uit de armoede halen, want als men vanaf volgend jaar 100 euro netto minder belastingen moet betalen, als 75 procent van de loontrekkenden 100 euro netto meer overhoudt, dan is dat meer dan een slok op de borrel. En als de laagste inkomens 146 euro per maand meer zullen krijgen vanaf volgend jaar, dan is dat op jaarbasis 1752 euro. Als ik dat eens even in perspectief mag plaatsen: het netto minimumloon, dus niet hetgeen wij verdienen, maar het loon van die mensen die zweven tussen armoede en inkomensonzekerheid, mensen die vaak onderaan de maatschappelijke ladder moeten vechten om op het einde van de maand rond te komen, is 1200 à 1300 euro per maand. Als die nu 1753 euro meer krijgen dankzij deze regering en de Federale Regering, dan is dat veel meer dan een dertiende maand. Dan is dat een toename van hun inkomen met meer dan 10 procent. Dat is nog nooit gezien zolang ik in de politiek zit, dat gezinnen er zo op vooruit kunnen gaan! (Applaus bij de meerderheid)

Dat is een spectaculaire verandering, en dat zal mensen uit de armoede halen, dat zal werken aantrekkelijk maken. Het zal de moeite waard worden voor mensen om de handen uit de mouwen te steken.

Een ander voorbeeld, de koopkracht. Weet u dat de koopkracht tijdens deze regeerperiode met 7 procent netto zal stijgen? Mensen zullen 7 procent meer overhebben. Dat zijn indrukwekkende cijfers. Daar konden we vier, vijf jaar geleden alleen maar van dromen. Vandaag is dat de realiteit.

Minimaliseer ik daarmee de armoede? Dat mogen we nooit doen. We mogen nooit blind zijn voor de armoede in onze samenleving. Als vandaag nog meer dan 10 procent van de Vlamingen in armoede leeft, 650.000 Vlamingen, dan zijn dat er 650.000 te veel, en de eerste politicus die dat minimaliseert, die daar lacherig over doet, is fout en onrespectvol bezig. Dat móet een focus blijven voor elke regering, voor elke politicus: hoe kan ik armoede bestrijden? Voor ons, liberalen, is dat een essentiële strijd, want mensen in armoede hebben minder vrijheid, en vrijheid is ons hoogste doel. De strijd tegen de armoede is voor mij een essentiële liberale strijd en een essentiële democratische strijd. We weten echter dat de strijd niet eenvoudig is, dat dat complex is, dat er geen ‘silver bullet’ bestaat om dat aan te pakken, dat dat vaak maatwerk is, en dat dat ook de verantwoordelijkheid is van álle beleidsniveaus.

Mijnheer Vandenbroucke, u hebt daarstraks de sprong gemaakt naar het lokale, naar Gent, vooral om te klagen, om aan te klagen, om onvolkomenheden, tekortkomingen te duiden. Mag ik eens het lokale aspect gebruiken om het positieve in beeld te brengen, om te laten zien dat er ook lokaal een verschil kan worden gemaakt, dat het niet alleen de Vlaamse Regering, niet alleen de Federale Regering is, maar dat we allemaal een verantwoordelijkheid te dragen hebben? Ik heb hier de cijfers van Kind en Gezin. In 2006 was de kinderarmoede in Mechelen de tweede hoogste van alle centrumsteden – alleen Antwerpen scoorde slechter. Dat was 13,6 procent, meer dan het dubbele van het Vlaamse gemiddelde toen van 6,9 procent. Vandaag, tien jaar later – en ik voel me comfortabel, want zowat alle partijen in dit halfrond hebben daaraan meegewerkt, dus niemand moet zich aangevallen voelen – is in een multiculturele en diverse stad als Mechelen, waar meer dan de helft van de kinderen die worden geboren, een migratieachtergrond hebben, die kinderarmoede gedaald naar 12,4 procent. Die zit zelfs onder het Vlaamse gemiddelde vandaag, van meer dan dubbel zoveel. Die was de tweede hoogste en is vandaag de vierde laagste. Als u me vraagt hoe dat komt, in alle bescheidenheid, dat is het werk van jullie, lokale vertegenwoordigers in Mechelen, met een focus op armoede, dicht bij de mensen – als ik een CD&V-slogan mag gebruiken –, met maatwerk, door te empoweren, te motiveren, door toe te leiden naar de arbeidsmarkt, streng waar nodig, door een springplank aan te bieden, geen hangmat, door elke dag opnieuw daaraan te werken, met veel mededogen en het besef dat mensen twee, drie keer kunnen vallen of struikelen en dat je hen opnieuw recht moet helpen.

Als men dat in alle steden zou doen op dezelfde consequente manier, niet alleen maar naar Vlaanderen zou wijzen maar de eigen verantwoordelijkheid zou opnemen, dan stonden we vandaag in die strijd al veel verder dan nu. Dus, niet alleen naar Vlaanderen wijzen maar ook in eigen boezem kijken. (Applaus bij de meerderheid)

Dames en heren, armoedebeleid is een belangrijke strijd, maar we moeten ook op andere vlakken verder hervormen en moderniseren. We moeten de toekomst voorbereiden. Dat is niet altijd gemakkelijk. We botsen heel vaak op conservatieve krachten, en dat is normaal. Een Nederlands sociaaldemocraat heeft ooit eens gezegd in zijn paarse periode – dat was zijn beste periode – dat de angst voor verandering vaak groter is dan het ongemak van de status-quo. Dat voelen we elke dag wanneer we aan politiek doen. Mensen aarzelen voor verandering. De kracht van een regering is dus de kracht van haar hervormingsambities.

Deze regering heeft hervormingsambities. Ze hervormt in het onderwijs. Ze heeft de gezinsbijslagen hervormd zodat jonge ouders nu aangespoord worden om hun kinderen al naar de kleuterschool te sturen. Dat wordt aangemoedigd, gestimuleerd. In de zorg met de persoonsvolgende financiering, een emancipatorisch traject dat mensen met een beperking meer vrijheid geeft. Institutioneel, vaak het moeilijkste. Herinner u zich het hilarische debat waarbij sommigen uit de socialistische fractie wanhopig probeerden de fusie, de evidente fusie, tussen OCMW en gemeenten tegen te houden met negentiende-eeuwse argumenten. Dit was nodig om efficiëntiewinsten te realiseren. We waren het enige land in de wereld waar twee lokale besturen naast elkaar werken, en dat werd verdedigd door de oppositie. Hardnekkig bleven ze daarvoor vechten. De verandering probeerde men tegen te houden. Gelukkig is ze er door.

De afslanking van de provincies. U mag mij niet kwalijk nemen dat ik ervan overtuigd ben dat we daarmee de definitief de weg hebben ingeslagen naar het afschaffen van die provincies. Dit is een tussenstap, maar we weten waar we zullen eindigen. Als het van mij en mijn fractie afhangt, zo snel mogelijk want ook die bestuurslaag heeft haar tijd gehad. We moeten verder doen met die hervormingen.

Een ander belangrijk domein waar we hervormingen aan het doorvoeren zijn, is de klimaatomslag. De grootste bedreiging, waarschijnlijk wereldwijd, is de klimaatverandering. Ik zie de heer Rzoska knikken. We moeten daar werk van maken en we zijn daar werk van aan het maken – eindelijk. Minister Tommelein heeft op tal van domeinen het beleid herijkt. Hij heeft de waanzinnige miljardensubsidies voor de grote biomassacentrales geschrapt. Er is opnieuw een evenwicht op de certificatenmarkt. Er is de verlaging van de energieheffing: 110 euro minder voor de gezinnen, geen energieheffing meer voor de kansarme gezinnen. Dat was maar mogelijk omdat we die miljardensubsidies hebben afgeschaft.

Maar nog belangrijker dan dat heeft dat voor de mentale omslag gezorgd in Vlaanderen. De Energiewende was een negatief verhaal. Mensen stonden daar vijandig tegenover. Ze vonden dat bedreigend. Ze zagen alleen maar de factuur. Door die afschaffing is er opnieuw een groter draagvlak voor de Energiewende die we moeten realiseren. Er is een versnelling bezig. De mensen lopen opnieuw voorop. Zonnepaneleninstallaties: 13.000 extra in 2015, 25.000 extra in 2016 en dit jaar nu al 40.000. Een versnelling dankzij het voluntaristisch, enthousiasmerende en enthousiaste beleid van de bevoegde minister.

Windmolens: 52 in 2016 en 70 dit jaar. Milieuvriendelijke wagens: 11.000 in 2015 en 21.000 in 2016 en in 2017 opnieuw een verdubbeling. De mensen zijn mee. Ze geloven erin. Wat belangrijk is: ze zien zelfs de economische voordelen. De mensen zeggen dat investeren in alternatieve energie en in duurzame energie niet ingaat tegen hun portemonnee, integendeel. Je kunt er welvarender, rijker en beter van worden en tegelijkertijd meewerken aan de klimaatomslag. Dat is een heel belangrijk gegeven waarover we met Groen soms van mening verschilden.

Mijnheer Rzoska, ik herinner me de discussies van vijftien jaar geleden. Ook uw partij is ondertussen veranderd. Toen klonk het dat de economie moest krimpen. Gelukkig volgen we nu een heel andere logica. De economie kan en moet zelfs duurzaam groeien, maar dan in andere sectoren en met investeringen in duurzame en alternatieve energie.

Wat we nu nog nodig hebben, is een ernstig energiepact. Elia heeft duidelijk gesteld dat wachten eigenlijk niet kan. De investeringen in hernieuwbare en duurzame energie zullen er enkel in een stabiel kader komen. Indien we van twee walletjes blijven eten, zal dat kader er nooit komen en zullen we tussen wal en schip vallen. We zullen niet vooruit geraken. Er zullen onvoldoende incentives zijn voor al die bedrijven. Al die knowhow inzake onderzoek en ontwikkeling zou van Vlaanderen met betrekking tot duurzaamheid en hernieuwbare energie een topregio kunnen maken. De bedrijven zullen dat doen met de rem op. Er zal immers nieuwe onzekerheid ontstaan. Rechtszekerheid is een belangrijke waarde voor deze Vlaamse Regering.

In 2015 hebben de partijen die in de meerderheid zitten, een wet goedgekeurd. In 2025 zullen we uit de kernenergie stappen. Nu wordt over 2065 gesproken. Ik heb eens nagekeken hoe oud de voorzitter van het Vlaams Parlement dan zal zijn. Hij heeft verklaard dat hij blijft zitten zolang er kernenergie is. Hij zal dan 113 jaar oud zijn. Ik zal dan 101 jaar oud zijn. Dat is geen moedig beleid. Dat is niet het juiste antwoord. We moeten moediger zijn. In 2065 begint de film ‘Star Trek: First Contact’. Zo lang moeten we niet wachten. We kunnen dat vroeger.

De oproep van mijn fractie luidt dan ook dat we moedig moeten zijn en dat we definitief het pad van de hernieuwbare, duurzame energie moeten volgen. We moeten het Energiepact goedkeuren en die keuze maken. We moeten ervoor zorgen dat de alternatieve energie een nieuwe bron van welvaart in Vlaanderen wordt door de economie die we hiermee kunnen ontwikkelen.

Mijn laatste punt betreft een andere grote uitdaging, namelijk discriminatie en racisme. We hebben stappen gezet. We gaan vooruit. Het is spijtig dat minister Muyters al weg is. We zullen, bijvoorbeeld, de dienstenchequebedrijven beter controleren met mysterycalls.

Ik wil echter zeggen dat het een schande blijft voor onze westerse en Vlaamse beschaving dat nu nog veel mensen louter en alleen vanwege hun afkomst minder kansen krijgen. Zelfs als ze als eersten in hun generatie voor een diploma van het hoger onderwijs vechten en aan de universiteit slagen, krijgen ze minder kansen. Ze krijgen minder kansen op de huurmarkt en op de arbeidsmarkt, niet vanwege hun intrinsieke kwaliteiten, maar vanwege hun afkomst. Dat is een onaanvaardbare schande. Met betrekking tot dit punt doen we het op Europees vlak niet goed. We moeten moediger zijn.

In Gent wordt aangetoond dat het anders kan. Dat is confronterend. We moeten onze comfortzone verlaten. We moeten opstaan en onze eigen achterban durven vertellen waar het op staat. Als we menen dat we de westerse waarden verdedigen, begint dat daar. De kern van onze beschaving is dat wie de handen uit de mouwen steekt en zijn best doet, vooruit moet kunnen geraken in het leven. In Vlaanderen is er een irrationele factor die dit tegenhoudt, namelijk discriminatie en racisme. We kijken te veel weg en dat kan niet langer. (Applaus bij Open Vld, CD&V, sp.a en Groen)

We moeten elkaar niet verwijten, maar we moeten meer voluntarisme tonen. Ik doe een oproep, want ik weet dat er in alle fracties mensen zijn die er met hun hart en hun hoofd van overtuigd zijn. Laten we moediger worden. Laten we rechtstaan. Laten we op dat punt ook een trots en fier Vlaanderen creëren. Laten we in de spiegel kunnen kijken en tegen onszelf kunnen zeggen: als je in Vlaanderen opgroeit, in Vlaanderen woont, in Vlaanderen werkt, krijg je echt gelijke kansen. Hier is er nog echt werk aan de winkel.

Ik besluit: 2018 is het laatste jaar, het laatste volledige jaar van deze regering. Het zal al een beetje vertroebeld worden door gemeenteraadsverkiezingen, maar daarover hoeft u zich allemaal geen zorgen te maken. Dat komt goed, mijnheer Tommelein. Een laatste jaar waarvan wij hopen dat het hervormingsbeleid dat de regering heeft uitgestippeld verder gaat, waardoor we nog meer banen creëren, nog meer kansen creëren, nog beter zorg dragen voor elkaar, nog meer vrijheid creëren. Onze fractie steunt u met veel enthousiasme. (Applaus bij Open Vld en van Bart Caron)

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.