U bent hier

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, we hebben enkele dagen geleden vernomen dat u een akkoord hebt gesloten met uw federale collega, minister Bellot, over de verdeling van middelen voor investeringen in het spoor in Vlaanderen. Concreet zou het gaan over 371 miljoen euro die de Federale Regering op tafel legt. En u hebt voorgesteld, en daar een akkoord over gevonden binnen uw meerderheid, dat de Vlaamse Regering daarnaast ook nog eens 100 miljoen euro op tafel legt. Het totaal is dus 471 miljoen euro. Daarvan zal een groot aandeel, namelijk 320 miljoen euro, worden geïnvesteerd in de fameuze elf Vlaamse spoorprioriteiten. Dat zijn prioriteiten die sinds 2013 vastliggen en waarover ook consensus bestaat in het parlement en binnen de opeenvolgende Vlaamse regeringen.

Minister, dat is natuurlijk goed nieuws. Het investeringsbeleid in het spoor staat al drie jaar stil nadat het vorige investeringsplan in de vuilbak werd gegooid door de federale minister van Mobiliteit. Ondertussen staan nog steeds meer wagens op onze wegen stil. We hebben met andere woorden die spoorprojecten dringend nodig om meer mensen en goederen over het spoor te vervoeren en zo de files te verminderen.

Collega's, ik sta natuurlijk ook te popelen voor de uitvoering van die spoorprojecten, maar we hebben er al veel over gediscussieerd in de commissie Mobiliteit. Minister, u hebt ongeveer drie weken geleden aangekondigd dat als er een akkoord komt – en dat is er nu –, dat nog niet wil zeggen dat we in 2018 daarvoor al geld kunnen gaan uitgeven, dat niet wil zeggen dat er in 2018 al een schop in de grond gaat om effectief die dringende investeringen te realiseren.

Minister, wat is nu precies het plan? Wat is de financieringswijze, de timing en de uitvoering van die dringende Vlaamse spoorprojecten?

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, collega's, het is goed nieuws voor Vlaanderen dat er bijna een half miljard euro aan middelen vrijkomt om onze Vlaamse spoorprioriteiten te realiseren. Ik ben ook heel blij dat u akkoord bent gegaan met het idee van die 100 miljoen euro cofinanciering. Deng Xiaoping zei het destijds al: of de kat nu wit of zwart is, als ze maar muizen vangt. Ik denk dat de Vlaming vandaag vooral meer spooraanbod verwacht. Eergisteren was er nog 1300 kilometer file. Allemaal goed nieuws dus.

De vraag is nu hoe we die bedragen, die kolossale investeringen, operationaliseren. Uiteraard moet de federale overheid eerst die spoorinvesteringen goedkeuren, maar gaat u dan voor een globaal samenwerkingsakkoord of wordt het een samenwerkingsakkoord per spoorprioriteit? Graag kreeg ik daarover duidelijkheid. En wat is de timing?

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, u bent altijd een sterke communicator geweest. Ik moet eerlijk zeggen dat het mij deugd deed toen ik Het Belang van Limburg van twee dagen geleden opensloeg en er plots de melding zag dat u 100 miljoen euro extra op tafel zou leggen om het akkoord met de federale overheid te maken zodat we toch een half miljard euro te onzer beschikking hebben om spoorprojecten en spoorprioriteiten, waar we kamerbreed achter staan, te kunnen realiseren.

Minister, mijn collega's hebben u die vraag al verschillende keren gesteld en ook ik heb u een aantal weken geleden die vraag gesteld. In het antwoord dat u toen in de commissie hebt gegeven, was het volgens mij ook niet helemaal duidelijk hoe het nu zit met de timing. Ik moet eerlijk zeggen dat een aantal artikels die vandaag en gisteren in de krant hebben gestaan, mij de wenkbrauwen deden fronsen. U kondigt daar wel aan dat u al in 2018 – dat is over enkele weken – in een aantal concrete projecten de eerste stappen gaat zetten. In de commissie Mobiliteit hebben we de begroting besproken. Ik ben in die begrotingsdocumenten gaan zoeken, evenals in de meerjarenraming, en mijn vraag is vrij eenvoudig: waar gaat u het geld halen? Op dit moment vind ik noch in de begroting 2018, noch in de meerjarenraming die middelen terug om die nodige spoorinvesteringen ook mogelijk te maken.

De voorzitter

De heer Van Campenhout heeft het woord.

Ludo Van Campenhout (N-VA)

Minister, u hebt er een job bij. U bent zowat de machinist geworden van het spoorbeleid in Vlaanderen. Dat is toch historisch te noemen. De cofinanciering is eindelijk concreet. Er was een aanzet met de Liefkenshoekspoortunnel, maar nu is er dus voor 100 miljoen euro cofinanciering. Dat is historisch. In de Kamercommissie Infrastructuur wordt er al bijna twintig jaar gesproken over cofinanciering. Het gaat nu over elf plus twee projecten over het spoor. Om de files te bestrijden, is investeren in het spoor inderdaad cruciaal.

Minister, hoe wordt dit verder geconcretiseerd? Ik neem aan dat wij als parlement ook mee de uitvoeringsmodaliteiten zullen kunnen bewaken, want er is wel wat maatschappelijke bekommernis over de uitvoeringsmodaliteiten.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Veel betogen en veel vraagstellers, dan heb ik volgens mijn klok ook veel tijd om te duiden.

Wij hadden als Vlaamse Regering de ambitie om veel te investeren in het openbaar vervoer, om iets te doen aan de congestieproblematiek en aan de fileproblematiek, investeren zowel in het aanbod van De Lijn als in, als het even kan, spoordossiers.

Wat De Lijn betreft, hebben we bij het begin van de regering de schier onmogelijke opdracht vooropgesteld om ervoor te zorgen dat we minder belastinggeld aan De Lijn zouden geven en toch zouden zorgen voor meer investeringen in De Lijn. Bij velen begon het dan te knetteren in het hoofd: ‘Dat is toch totaal onmogelijk? Je gaat minder benzine in de bussen steken, en die gaan toch verder en langer rijden?’ Toch hebben we dat gerealiseerd. We zijn er, onder andere door de afschaffing van de gratispolitiek, uiteindelijk in geslaagd om te komen tot meer efficiëntie, een grotere kostendekking en meer investeringen. We investeren meer dan ooit in De Lijn, in het Vlaamse openbaar vervoer, in trams en bussen. Er zijn nog nooit zo veel trams en nog nooit zo veel bussen besteld in de geschiedenis. Ook het aanbod neemt toe. Het aantal plaatsen neemt toe. En ook het aantal betalende reizigers neemt toe.

Maar daarnaast, als je spreekt over het openbaar vervoer, zijn wij tot onze grote spijt vanuit Vlaanderen wel bevoegd voor de mobiliteit, maar niet voor de ruggengraat van het openbaar vervoer. En die ruggengraat is en blijft vanzelfsprekend het spoorverkeer. Daarvoor zijn we nog niet bevoegd, maar toch willen we daar maximaal op wegen. En als we zien dat men daar vanuit de federale overheid steken laat vallen, kunnen wij in de plaats treden en kunnen wij er door onze tussenkomst voor zorgen dat Vlaanderen krijgt waar het recht op heeft en die spoorinvestering inzetten om de Vlaamse mobiliteitsproblemen aan te pakken, niet alleen op het vlak van personenvervoer, maar evenzeer op het vlak van goederenvervoer. Want men vergeet dat weleens dat het onze ambitie is om niet alleen mensen te proberen te verleiden om meer die wagen te laten staan, maar ook vooral om meer vrachtwagens van de weg te halen en op het water of op het spoor te zetten.

We hebben dan een spoorinvesteringsplan voorgeschoteld gekregen vanuit de Federale Regering. Dat was nogal een ontgoocheling. Wij hebben vanuit Vlaanderen een tijdje geleden elf prioritaire spoorinvesteringen aangeduid, heel selectief. In wat ons vanuit de federale overheid werd aangediend, zaten maar vier van die elf prioritaire spoorinvesteringen. En daarenboven waren er van die vier maar twee waarbij effectief sprake was van een realisatie, van een ‘schup’ in de grond. De rest waren studiekosten, voor studie naar de haalbaarheid.

Op dat moment heb ik u ook in de commissie heel duidelijk gezegd dat ik nogal terughoudend was om onmiddellijk over cofinanciering te gaan spreken, omdat ik niet met de fanfare op kop en met een grote cadeaucheque wou afkomen en zeggen dat wij vanuit Vlaanderen wel al die budgettaire gaten zouden dichtrijden: ‘Zeg maar hoeveel het moet kosten, en wij zullen dat op tafel leggen.’ Neen, we hebben die cofinanciering gebruikt als een breekijzer om te zorgen voor realisatie van alle elf spoorprioriteiten. En ik denk dat het resultaat van die strategie gezien mag worden, want uiteindelijk zijn we er niet in geslaagd om vier Vlaamse spoorinvesteringen te realiseren, en ook niet elf, maar dertien. Dertien spoorprioriteiten voor Vlaanderen zitten nu in het plan dat we gaan goedkeuren. Dat is één.

Ten tweede: in plaats van dat we akkoord zouden gaan met maar twee projecten die effectief gerealiseerd zouden worden, gaan we nu ten aanzien van maar liefst negen projecten de ‘schup’ in de grond steken. En de rest: een deel studiekosten, een deel realisatie. Ook op dat vlak is het een grote stap vooruit.

En ten derde hebben we ook afgedwongen dat wij vanuit Vlaanderen niet alleen gaan betalen, maar ook gaan bepalen. Wij gaan voor het eerst mee aan het stuur zitten van het federale spoorbeleid. Wij gaan ervoor zorgen dat de investeringsplannen van de NMBS en Infrabel worden aangepast aan de Vlaamse desiderata. Ik denk dat dat resultaat gezien mag worden. Dat is betrekkelijk historisch. We zorgen voor een maximaal aantal Vlaamse spoorinvesteringen en we gaan zelf aan het stuur zitten van het spoorbeleid.

Ik dank overigens alle leden van de Vlaamse Regering en van de meerderheid voor hun geduld. Ze hebben regelmatig terecht gevraagd hoe het zat en waarom het zo lang aansleepte. Dit heeft natuurlijk te maken met ons plan het onderste uit de kan te halen. Volgens mij zijn we dieper gegaan dan het onderste van de kan. We hebben er alles voor Vlaanderen uit gehaald.

Wat de budgettaire middelen betreft, staat in de begroting voor 2018 te lezen dat ik al iets heb ingeschreven. Het gaat om een begrotingsallocatie voor investeringen in mobiliteitsopportuniteiten. De exacte titulatuur ken ik niet meer. Er is voor 2018 voorzien in 50 miljoen euro aan vastleggingskredieten.

Natuurlijk is tot mijn spijt niet alles wat in het investeringsplan is opgenomen, voor 2018. Concreet zal het in 2018 enkel gaan om de lancering van enkele studies en, indien mogelijk, om de elektrificatie van de spoorlijn naar Hamont-Achel. Daar gaat de ‘schup’ wel in de grond. We moeten hout vasthouden, maar we hebben voorzien in de nodige budgettaire middelen.

Daarenboven hebben we ook afgedwongen dat we kunnen voorzien in een alternatieve financiering door middel van privaat-publieke constructies. Aan Vlaamse zijde hebben De Werkvennootschap en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken hiervoor zelfs al een vehikel opgericht. We staan klaar om ten aanzien van al die projecten een samenwerkingsprotocol af te sluiten. Hierin zullen we concreet definiëren hoe we zullen samenwerken en wat zal worden gerealiseerd.

Met betrekking tot het spoorbeleid zitten we voor het eerst effectief in de driver’s seat. Dat is geen verwezenlijking van mezelf, maar van de totaliteit van de Vlaamse Regering en de Vlaamse meerderheid, met de steun van de oppositie. Dat moet ook worden gezegd. Volgens mij zetten de Vlaamse economie en de Vlaamse samenleving hiermee een gigantische stap vooruit.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. U hebt ook tijd genomen om te antwoorden op de vragen die niet zijn gesteld. Er is echter iets dat ik niet helemaal begrijp. U hebt verklaard dat in de begroting voor 2018 eigenlijk al 50 miljoen euro geparkeerd staat voor concrete realisaties. Op 16 november 2017, na de indiening van de begroting, hebt u echter verklaard dat het feit dat er een akkoord is, niet betekent dat we in 2018 al geld zullen kunnen uitgeven. Het is natuurlijk zoveel te beter dat al in middelen is voorzien.

Ik heb een concrete vraag. In Het Belang van Limburg, de krant die met het nieuws heeft uitgepakt, heb ik een tabel gezien met de toewijzing van de middelen per spoorproject. Klopt die tabel? Op welke basis is eigenlijk beslist welk bedrag aan welk project wordt toegewezen?

Minister, in maart 2015 heb ik als eerste in de commissie het denkspoor van de cofinanciering gelanceerd. Dat is de historische waarheid. Ik heb toen zelf de uitdrukking ‘nood breekt wet’ gebruikt. De spoorwegmaatschappij zit in een besparingskeurslijf van 3 miljard euro. Indien het enkel van die kant moet komen, zal het nooit lukken. Wie betaalt, bepaalt. Dat is een universeel principe. U hebt die kans terecht gegrepen.

Ik heb u net twee vragen gesteld. Hoe zit het met de globale en afzonderlijke samenwerkingsakkoorden? Ik wil tevens tegelijkertijd een vraag stellen en advies geven. De vijftien nieuw te vormen vervoersregio’s zullen het collectief vervoer in Vlaanderen organiseren. De spoorwegen vormen de ruggengraat. Worden die vervoersregio’s bij de implementatie en de operationalisering van die plannen betrokken? Voor die mensen betekent een half miljard euro aan bijkomende spoorinvesteringen ook een slok op de borrel. Het zou goed zijn hen hierbij te betrekken.

Minister, ik dank u uiteraard voor uw antwoord. Misschien komt het toch nog goed tussen u en minister Bellot. Er is een samenwerkingsakkoord tussen de Federale Regering en de Vlaamse Regering. Er is voorzien in een half miljard euro voor investeringen in heel wat concrete projecten.

Nu, wat betreft die begroting, voorzitter, is het goed dat we die werkgroep leesbaarheid begroting toch nog even aanhouden. Want als ik achter een post mobiliteitsopportuniteiten van 50 miljoen euro moet vermoeden dat daar spoorinvesteringen achter zitten, is dat toch niet zo evident. Maar oké, tot daaraan toe.

Minister, mijn bijkomende vraag ligt eigenlijk een stuk in de lijn van wat collega Vandenbroucke zegt. Ik zag in Het Belang van Limburg die tabel staan waarbij er middelen werden verdeeld over die dertien projecten. Nogmaals, u krijgt hier steun vanuit de oppositie, want dit zijn de prioriteiten waar we in Vlaanderen voor moeten gaan. Minister, klopt die tabel? Klopt de toewijzing van die middelen die daar wordt gemaakt? Want die zijn zodanig concreet dat het wel lijkt alsof ze – misschien wat stout gezegd – van uw kabinet komen. 

Ludo Van Campenhout (N-VA)

Minister, u mag inderdaad spreken van een grote doorbraak. Er wordt allang gesproken over cofinanciering. Die is nu een feit. Zoals collega Keulen zegt: we kunnen erover blijven praten en wachten op het federale niveau, maar dat scoort ondermaats wat betreft het spoor. In Vlaanderen wordt er te weinig geïnvesteerd in spoor. Het spoor is een ondermaatse drager van zowel het goederenverkeer als het personenverkeer. En wat het goederenvervoer betreft, zijn we zeer ambitieus. Het aandeel van het spoor moet dringend naar omhoog. We zullen hopelijk toch nog wat investeren in de Vlaamse havens. Want die zullen verder groeien en dan moet het spoor eindelijk zijn rol opnemen.

Maar u mag terecht spreken van een historische doorbraak. Ik hoop dat wij de uitvoeringsmodaliteiten ook vanuit dit plenum van dichtbij zullen kunnen opvolgen. Ik dank u.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, er is geen treingebruiker die er niet van overtuigd is dat er allang veel investeringen in het spoor nodig zijn. Maar opmerkelijk in deze demarche is natuurlijk wel dat Vlaanderen nu de tekorten van de federale overheid zal bijpassen, terwijl die Federale Regering, waarvan uw partij nochtans toch ook deel uitmaakt, helaas geen werk maakt van bijvoorbeeld de regionalisering van de NMBS die er net voor zou zorgen dat Vlaanderen nog veel beter en veel meer zou kunnen investeren in zijn eigen spoorprioriteiten.

Maar, minister, ik denk dat de belastingbetaler/treingebruiker vooral betere treinverbindingen wil. Kiezen voor het status quo kan en mag op dit moment geen optie zijn. En dus wil ik ook namens mijn fractie oproepen om nu wel degelijk snel werk te maken van de uitwerking van die elf Vlaamse spoorprioriteiten, en dan in het bijzonder de Limburgse elementen in dat hele plan en ervoor te zorgen dat Vlaanderen met de investeringen die we nu bijkomend doen, wel degelijk krijgt waarop het recht heeft en waarvoor het nu uiteindelijk zelf ook nog eens betaalt.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, het zal u niet verwonderen dat wij als CD&V enorm blij zijn met wat hier op tafel ligt. Ten eerste oogsten we vandaag wat er gezaaid werd op 8 februari 2013, toen de Vlaamse Regering op aangeven van minister Crevits een Vlaamse spoorstrategie goedkeurde die we vandaag hebben kunnen inschuiven en die een sterk wapen was in deze onderhandelingen.

Ten tweede ben ik ook blij dat u uiteindelijk toch voor de piste van cofinanciering hebt gekozen. Een jaar geleden hoorde ik u daarover andere verhalen vertellen. En deze zomer zei u: ‘Ik ben er principieel tegen, maar nood breekt wet.’ Ik denk inderdaad dat nood wet breekt. Het is dus goed dat we de cofinanciering die in die spoorstrategie zit, nu toch gebruiken, minister.

Mijn neus krult wel een beetje van nieuwsgierigheid naar de titulatuur van die begrotingsallocatie. Want toen ik daarover een vraag stelde in de commissie, hebt u daar iets anders op geantwoord. Maar dat maakt vandaag niet uit, we zullen dat binnenkort wel uitgeklaard krijgen.

Mijn bijkomende vraag is: welke bijkomende stappen zult u vandaag nemen om die budgetten ook daadwerkelijk te operationaliseren?

Minister Ben Weyts

Ik wil eerst concreter duiden wat het vervolg is. Want dit is België, dus alles is betrekkelijk ingewikkeld. We hebben nu tussen de Vlaamse overheid en de federale overheid een akkoord met betrekking tot een samenwerkingsakkoord. Maar er moeten er nog drie volgen. Dat noemt men uitvoerende akkoorden of uitvoeringssamenwerkingsakkoorden, die voortvloeien uit het oorspronkelijke samenwerkingsakkoord dat ik net heb geduid. 

Dat wil dus zeggen dat we mikken op 20 december om daarover op het Overlegcomité een akkoord te bereiken en om ervoor te zorgen dat daarna het samenwerkingsakkoord naar de Raad van State kan gaan. Maar daarnaast zijn er nog drie uitvoeringsakkoorden die moeten worden gesloten. Dat is betrekkelijk technisch. Een ervan gaat over de cofinanciering, en een ander over de investeringen ten aanzien van het Gewestelijk Expresnet (GEN) in Brussel. Die moeten allemaal nog samenkomen op één momentum waarop we uiteindelijk een finale go geven.

Er gaat dus nog wel wat tijd over. Maar het is alleszins zo dat we aan Vlaamse kant niet hebben gewacht. We hebben al een Vlaams projectbureau Spoorinvesteringen opgericht. We zijn klaar met de expertise inzake de pps-constructies via enerzijds De Werkvennootschap en anderzijds het Departement MOW. Op basis daarvan kunnen wij er met Infrabel en desgevallend met de NMBS voor zorgen dat zij hun investeringsplannen aanpassen aan wat Vlaanderen beslist heeft. Dat is misschien de omgekeerde wereld, maar ik vind dat een goede evolutie.

Mijnheer Janssens, als Vlaams-nationalist denk ik dat wij allemaal heel tevreden kunnen zijn dat wij voor het eerst vanuit Vlaanderen aan het stuur gaan zitten inzake spoorbeleid. Het mocht, wat mij betreft, ook wel wat meer zijn, maar we maken maximaal gebruik van de wettelijke mogelijkheden om meer dan het onderste uit de kan te halen.

Men vraagt mij of de tabel van Het Belang Van Limburg klopt. Ik zou het niet weten want ik heb die tabel niet bezorgd. Mogelijk zijn daar anderen voor verantwoordelijk, tenzij een goede wind in de juiste richting heeft geblazen. Maar indien ik die tabel zou hebben bezorgd, zou de tonaliteit van de berichtgeving mogelijk een tikje anders zijn geweest. Ik kan u dus niet antwoorden of de cijfers kloppen. Maar ik kan ze u wel allemaal laten bezorgen.

Wij hebben ten aanzien van elke investering heel duidelijk bepaald wat het aandeel is van de federale financiering en wat het aandeel is van de Vlaamse financiering. Ik heb ervoor gezorgd dat wij alle elf originele Vlaamse spoorinvesteringen zullen cofinancieren. En weet u waarom? Omdat wij dan mee aan het stuur zitten en mee kunnen bepalen. Daarvoor was het in het scenario, los van het feit dat er maar vier Vlaamse prioritaire spoordossiers op tafel lagen, vooral de bedoeling dat Vlaanderen enkel zou investeren in studiekosten en niet in de effectieve realisaties. Dat heb ik koste wat het kost willen vermijden. Ook daarin zijn wij geslaagd: wij zitten altijd aan het stuur, niet alleen bij de haalbaarheidsstudies maar vooral wanneer het gaat over de schop in de grond en de effectieve realisaties. Daar kunnen wij niet alleen betalen maar ook mee bepalen. Op dat vlak zijn wij in de institutionele geschiedenis van dit land een nieuwe weg ingeslagen.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega’s, ik heb oprecht gedeeld in de vreugde. Het is goed dat er eindelijk vooruitgang komt in die elf Vlaamse spoorprojecten, die we dringend nodig hebben. Maar ik wil mijn collega’s van de meerderheid toch ook wel even een ander perspectief geven. Het zijn wel degelijk CD&V, Open Vld en de N-VA die op het federale niveau hebben beslist om miljarden te besparen op het spoor. Concreet gaat het over 230 miljoen euro per jaar minder investeringsmiddelen voor Infrabel. Daar legt nu de Vlaamse Regering eenmalig 100 miljoen euro voor op tafel. Als u wilt dat het echt vooruitgaat met de spoorinfrastructuurprojecten, zeg dan aan uw federale collega’s dat ze moeten stoppen met dat onzalige beleid van besparingen op het spoor. Dan hoeven we daarvoor inderdaad geen Vlaams geld te gebruiken. Dan kunnen we het gebruiken om onze eigen noden, waarvoor we zelf bevoegd zijn, te financieren. Ik zeg maar iets: bijvoorbeeld betaalbare rusthuizen. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, collega’s, wij zijn altijd voor het principe van de cofinanciering geweest. Dat is ook voor ons een vorm van samenwerkingsfederalisme, en zo zien wij ook de toekomst van dit land en van deze staat.

We zien dat Vlaams geld gaat naar het federale spoor, maar de Vlaming verliest vandaag hopen tijd en dus ook economisch geld door de uren stilstand in de file. We staan in alle Europese toppen wat betreft tijdverlies in de files. Antwerpen en Brussel staan in de top drie geklasseerd.

Als nu ook nog blijkt, mijnheer Ceyssens, mijnheer Janssens, dat 163 miljoen euro geïnvesteerd zal worden in het spooraanbod in Limburg, dan kan iedereen alleen maar heel tevreden zijn.

Voorzitter, als de Limburgers tevreden zijn, wie ben ik dan om dat feest te bederven? Ik ga dat ook niet doen, minister.

Het is – de heer Ceyssens heeft daar een punt – minister Crevits die begonnen is met de spoorprioriteiten op tafel te leggen. Het is ook uw verdienste om daarop te focussen. Het zijn belangrijke investeringen, zowel op het vlak van economie als op het vlak van personenvervoer. Ik denk dat we in Vlaanderen die turbo nodig hebben. De afgelopen dagen is nog maar eens gebleken hoe hard die fileproblematiek doorwerkt. Hoe meer mensen we uit de auto kunnen halen, hoe meer goederen we van de weg kunnen halen, hoe vlotter het verkeer zal gaan.

Minister, dat is dan misschien mijn kleine afwijking, ik hou van transparantie, ook in begrotingen. Ik zal dat ook wel degelijk eens nakijken, want 50 miljoen euro aan mobiliteitsopportuniteiten, ik heb ze niet gezien. Ze zullen er misschien wel zijn. U hebt het parlement misschien wat misleid, want ik heb die vraag wel degelijk gesteld in november. We zullen de zaak de komende maanden van nabij opvolgen en checken of de tabel in Het Belang van Limburg klopt.

Ludo Van Campenhout (N-VA)

Minister, u mag inderdaad spreken van een doorbraak. We zitten mee aan het stuur van het spoorbeleid in Vlaanderen: het is Vlaams geld voor Vlaamse mobiliteit. We zullen eindelijk de investeringen in het spoor in Vlaanderen dichter bij het aandeel van Vlaanderen in het goederentransport kunnen brengen.

U hebt garanties gegeven dat we de operationalisering en uitvoeringsmodaliteiten, ook in de commissie, kunnen bewaken. Er is wat ongerustheid in Sint-Niklaas over de tweede toegang tot de haven van Antwerpen die het best ondergronds komt, maar het akkoord is historisch. U bent in ieder geval bedankt voor deze grote sprong voorwaarts. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.