U bent hier

Mevrouw Celis heeft het woord.

Minister, ik zag dat u gisteren ook geschrokken was toen u de cijfers zag die het PIRLS-onderzoek (Progress in International Reading Literacy Study) naar voren heeft gebracht over het leesniveau van de Vlaamse leerlingen. De 10-jarige leerlingen, toch 5400 in totaal, werden onderzocht op het vlak van begrijpend lezen. Men heeft een analyse gemaakt vanuit verschillende niveaus en vanuit verschillende doelgroepen over hoe het met die kennis is gesteld.

We moeten spijtig genoeg vaststellen dat Vlaanderen binnen de groep landen waar het onderzoek heeft plaatsgevonden, de grootste daler is als wordt vergeleken tussen 2006 en 2016. Dat zijn 50 landen, toch niet niks. We hebben namelijk 22 punten ingeboet: we zijn gezakt van 547 naar 525 punten. We zijn ook teruggevallen van de 8e naar de 22e plaats in de ranking. Minister, dat is uiteraard niet goed. Dat is niet fijn om te vernemen. Ik denk dat het dus zeer belangrijk is dat we daar ook op inzetten. Minister, taal is veel meer dan het technische lezen. Het is ook begrijpend lezen, het zijn de elementen die zijn onderzocht. Hoe kunt u het initiatief nemen om toch opnieuw sterker te kunnen werken aan de leesvreugde en het leesniveau, die nu te wensen overlaten?

De heer De Ro heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, we moeten niet flauw doen: het was gisteren inderdaad een natte dweil in de nek van velen. Het aantal kinderen die nooit voor hun eigen plezier lezen, stijgt in Vlaanderen, van minder dan 10 procent naar bijna 20 procent. Terwijl vroeger nog 50 procent van onze kinderen graag las, is dat nu maar een derde meer. Het hoogste niveau, dus de kinderen die het beste lezen, is gehalveerd, en de leertijd die men in onze scholen spendeert aan bezig zijn met taal, is met 40 procent gedaald. Daarenboven lezen we dat ook bij anderen die betrokken zijn bij lezen bij kinderen, bij de ouders, een steeds kleinere groep met de jongste kinderen leest of zingt. Hoe kunnen we in godsnaam met deze cijfers onze wil of onze goesting doen lukken om elk kind graag te doen lezen? Ik zie ook zelfs op de tribune mensen zitten die in andere sectoren met dat graag lezen, met dat goed lezen bezig zijn. Zij zijn er vandaag bij komen zitten. Beste collega’s, als u het niet wilt bekijken vanuit de liefde voor taal, en u volgt meer de commissie Economie, in Nederland heeft Stichting Lezen dat onderzocht: het laaggeletterd-zijn van een groot deel van de Nederlandse bevolking kost 1 miljard euro per jaar. Dus zelfs al zouden we dat alleen al als mens naar voren moeten brengen, er is ook een belangrijke optillende kant aan de zaak.

Minister, wij kunnen niet anders dan u inderdaad vandaag de vraag stellen wat we met het Vlaamse beleid meer of beter kunnen doen om dat probleem te tackelen. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Collega’s, dit onderzoek is verontrustend. Vlaamse 10-jarigen lezen alsmaar slechter of begrijpen alsmaar minder wat ze lezen. Ik denk dat we daarop moeten ingrijpen. Er is inderdaad het belang van de thuissituatie. Wie opgroeit in een taalrijke omgeving, ongeacht zijn thuistaal, die is meer receptief voor het leren van een taal, elke taal. Wie opgroeit in een taalarme omgeving, die heeft het moeilijk. Er is echter natuurlijk ook zoiets als de verantwoordelijkheid van ons onderwijs en van ons als beleidsmakers. Daarom zou ik ertoe willen oproepen om niet, zoals bij het Transbaso-onderzoek, dit PIRLS-onderzoek te negeren of te relativeren, maar daadwerkelijk de problemen onder ogen te zien en eigenlijk in te zetten op twee dingen.

Het niveau van ons Nederlands moet ten eerste hoger. Als sp.a stellen we heel duidelijk voor om alle eindtermen Nederlands bindend te maken voor alle leerlingen. Dan leggen we die lat hoog. Dan zijn we er niet mee tevreden dat 80 procent het kan en 20 procent het niet kan. Dat kunnen we niet tolereren. Ten tweede, versterk leerkrachten. Vorm hen permanent. Maak in je opleiding dat bij leerkrachten ook de goesting om te lezen, om te vertellen veel sterker verankerd is. Ik ben ervan overtuigd dat we de goede richting kunnen uitgaan als men vanuit Onderwijs op die twee sporen werkt. Minister, bent u daar ook van overtuigd?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zal mijn antwoord starten met eventjes door te gaan op wat de heer De Ro zei. De Vlaamse Regering heeft een actieplan geletterdheid, en geletterdheid omvat eigenlijk twee zaken. Er is de vraag of iemand technisch goed kan lezen, maar ook of hij begrijpt wat er staat.

U zult dan ook niet verrast zijn dat de resultaten van het onderzoek gisteren mij zeer zwaar te moede hebben gemaakt. Als je ziet dat een samenleving niet meer graag leest, dat er thuis weinig aandacht is om te lezen, dat het Nederlands als taal omarmen om beter te begrijpen wat er staat, niet meer zo breed wordt gedragen, dan sta je daar als Onderwijs een beetje naar te kijken met de vraag hoe we daaraan kunnen werken. Het is inderdaad een zaak van de hele samenleving om te zoeken naar hefbomen om de taal terug geliefder te maken en om de liefde voor lezen thuis bij mensen groter te maken. Ik zeg dit specifiek omdat ik gisteren ook de reactie heb gehad van een aantal leerkrachten die zegden dat het weer allemaal hun schuld is. Ik wil dit bij uitstek en bij aanvang eerst meegeven.

Verder is het onderzoek niet goed, maar gelukkig dat we eraan meedoen. Ik hoor mevrouw Gennez nu vragen wat ik zal doen. Vijf jaar geleden heeft de bevoegde minister het niet nodig gevonden om aan het onderzoek deel te nemen, waardoor ik mij nu moet baseren op cijfers van tien jaar geleden. Hadden we dat maar gedaan, mevrouw Gennez. Het zou ons misschien al verder hebben gebracht. (Applaus bij de meerderheid)

Ik vind het goed dat Vlaanderen zich meet met andere landen en regio’s. Ik vind het belangrijk dat we deelnemen aan PISA-onderzoeken. Ik vind het belangrijk dat we aan het TIMSS-onderzoek hebben deelgenomen. Ik vind het van belang dat we dit nu ook hebben gedaan.

Als minister zit ik met een aantal vragen die ik met jullie zal delen. Er stond vandaag in de krant – het is een natte dweil in ons gezicht –: hoe kan het dat dit het resultaat is van het onderzoek en dat noch de inspectie, noch de peilingproeven, noch de eigen proeven van onze koepels dergelijk zwaar alarmsignaal hebben gegeven? Ik zat deze morgen al samen met de inspectie en de administratie om daarover vragen te stellen. De inspectie zal nu een screening doen van alle individuele doorlichtingen van scholen om te kijken of ze daar misschien signalen die ze hadden kunnen opmerken, niet hebben gezien.

Mevrouw Gennez zegt dat we met de eindtermen de lat voor iedereen hoog moeten leggen. Dat is gemakkelijk gezegd. We leggen die eindtermen op aan het einde van het basisonderwijs. De test is gebeurd in het vierde leerjaar. Ik zou wel eens willen weten hoe dat bij ons in Vlaanderen zit. Zou het kunnen dat we de eerste jaren langer bezig zijn met het pure technische lezen? U kent de niveaus waarop men leest. Zou het kunnen dat men pas in de laatste twee jaar veel meer inzet op dat begrijpend lezen? Ik wil daar het antwoord op weten, want wij toetsen sowieso aan het eind van het zesde leerjaar. Dat is de reden waarom ik heb gezegd dat er volgend jaar een peilingproef komt. Het zijn dan net die leerlingen die nu in het vierde leerjaar zijn getest, die in het zesde leerjaar de peilingproef zullen doen. Zo zullen we heel concreet zien of we nu al dan niet zo slecht bezig zijn.

Tijd en aandacht. Ik ben een beetje gechoqueerd als ik zie – nu kom ik wel in de school – dat de instructietijd op school voor begrijpend lezen zo fel is gedaald. In het onderzoek van 2006 scoorden we nog zeer hoog, maar toen stond er al te lezen – ik ken de pagina niet van buiten – dat de instructietijd laag is in vergelijking met andere landen en andere regio’s. Die tijd is nog gedaald. Hoe komt dat? Ik hoor van leerkrachten dat ze met zoveel andere dingen bezig zijn. Dat kan niet. Taal lezen en begrijpend lezen is de ruggengraat om in de samenleving te kunnen functioneren. Dus we moeten zoeken hoe we die aandacht en die voldoende tijd – het is geen taalstrijd maar een taaltijd die we moeten vinden – kunnen versterken in onze scholen. Dat moeten we doen samen met de onderwijsverstrekkers en de pedagogische begeleidingsdiensten. Ik wil wel eens weten hoe fel zij die taal en het begrijpend lezen in de aandacht zetten. Dit gesprek wordt maandag gevoerd, want er is geen ruimte om bij de pakken te blijven zitten. Als we deze studie, dit onderzoek au sérieux willen nemen, dan moeten we nu actie ondernemen.

Naast tijd en aandacht zijn er bij mij ook vragen bij onze scholen en onze leraren. Hoe komt het dat heel veel scholen verschillende methodieken gebruiken? Ik wil wel eens weten of er methodes zijn die vandaag worden gebruikt die minder aandacht geven aan het begrijpend lezen. Zijn onze leraren voldoende gewapend? We zien dat vooral de jonge leerkrachten het moeilijker hebben met begrijpend lezen. Is dat omdat er in de opleiding minder aandacht voor is? Of is dat omdat dat net in het begin moeilijker is, als men start met lesgeven? Dat zijn vragen waar ik vandaag nog geen antwoord op heb, maar waar ik in de komende weken wel een antwoord op wil vinden.

Tot slot vind ik het belangrijk ook eens naar Nederland te kijken. Ik ben altijd de eerste om te stellen dat we het in Vlaanderen beter doen dan in Nederland en dat de Nederlanders beter eens naar ons zouden kijken. In dit geval stel ik echter vast dat, zoals twee vraagstellers al hebben opgemerkt, het Nederlands onderwijs er wel in slaagt het niveau van het begrijpend lezen in het vierde leerjaar vast te houden. Hoe is het mogelijk dat zij dat kunnen en dat wij daar blijkbaar niet toe in staat zijn? Groot-Brittannië is een ander voorbeeld. Op negenjarige leeftijd scoren de jongeren daar zeer goed.

De komende maanden zullen we een gericht actieplan moeten opstellen. Dat plan moet niet pas binnen enkele jaren worden goedgekeurd. We moeten er onmiddellijk mee aan de slag kunnen gaan. Dit is in het belang van een van de kostbaarste zaken die we onze kinderen op school en thuis meegeven, namelijk het lezen en het begrijpen wat wordt gelezen. Wie niet begrijpt wat in teksten staat, is in onze samenleving sowieso een vogel voor de kat. Dit is ten bate van iedereen die in Vlaanderen woont. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

Minister, taal is zo fundamenteel dat het absoluut niet kan dat we bij de pakken blijven zitten. Meten is weten, zoals u terecht hebt aangehaald. Volgens mij moet u dan ook deelnemen aan elk onderzoek. U moet ingaan op elk voorstel dat u in dit verband wordt gedaan. We moeten nagaan wat onze kinderen kennen. Op welke leeftijd hebben ze welke basis onder de knie? Hoe evolueren onze kinderen verder?

Verder lijkt het me van fundamenteel belang te blijven inzetten op de kennis van het Nederlands. Dit geldt voor kinderen die het Nederlands als thuistaal hebben en voor kinderen die het Nederlands niet als thuistaal hebben. We moeten in het bijzonder inzetten op de kennis van het Nederlands bij kleuters. Daar wordt natuurlijk heel het fundament voor het basisonderwijs en het secundair onderwijs gelegd.

De mensen die dit moeten uitvoeren, zijn natuurlijk de leerkrachten in onze klassen. Ik wil het enthousiasme van jonge leerkrachten niet onder stoelen of banken steken. Ze moeten op de beste manier worden omkaderd. U hebt hier al aan gerefereerd. Ze moeten maximaal worden opgeleid om de kennis van de taal heel goed over te brengen. Ook hier werkt u aan. (Applaus bij de N-VA)

Vorige week hebben we hier een motie besproken die onder meer door mevrouw Gennez werd ingediend. In die motie werd ongeveer hetzelfde voorgesteld als vandaag. Eigenlijk is dit voor mij zeer herkenbaar.

Namens mijn eigen fractie heb ik in de kerngroep eindtermen elke week opnieuw gepleit voor eindtermen basisgeletterdheid. Die eindtermen moeten voor alle kinderen een lat leggen in verband met Nederlands, EHBO en een aantal andere zaken. Ik kan moeilijk blijven zwijgen indien telkens een andere partij bindende eindtermen voorstelt. Het lag op tafel. Ik kijk in dit verband naar de heer Daniëls en naar mevrouw Helsen. We hebben dit besproken. We hebben in de meerderheid een akkoord gesloten om in verband met de eindtermen een aantal zaken te doen. Dit onderzoek is tussen die vergadering en vandaag verschenen. Voor mijn fractie is het duidelijk dat dit gesprek opnieuw is geopend.

Als we vanuit het Vlaams Parlement iets kunnen doen, is het wel dat we de lat niet enkel hoog kunnen leggen. De lat ligt al hoog. We kunnen ze echter ook even hoog leggen voor alle kinderen. Dat is wat de directies me momenteel mailen. We leggen de lat niet hoog genoeg voor alle kinderen. Wat het Nederlands betreft, moeten we dat doen. Dit is een van de weinige zaken die het Vlaams Parlement zelf in de hand heeft. Dit geldt niet voor de methode of de manier waarop het moet gebeuren, maar wel voor de eindtermen. We moeten eindtermen voor iedereen maken. (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

Mijnheer De Ro, ik zou u effectief willen bedanken voor en feliciteren met uw voortschrijdend inzicht. De hand wordt uitgestoken om de eindtermen Nederlands effectief voor elk kind bindend te maken. Wij zeggen dat al vanaf de eerste dag van de discussies over de eindtermen. We zien dat er nu ruimte is om hier terug op te komen.

Minister, ik zou durven stellen dat u naar uw coalitiepartners moet luisteren. U luistert veel te weinig naar het werkveld. Misschien kunnen de inzichten van Open Vld, de N-VA, sp.a en Groen CD&V overtuigen om met betrekking tot de kennis van het Nederlands de lat torenhoog te leggen. We moeten er in ons onderwijs voor zorgen dat iedereen effectief over die lat geraakt. Indien we dat niet doen, zal de kwaliteit blijven dalen. (Applaus bij sp.a)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik wou u vragen om zeker de oorzaak verder te onderzoeken. Maar nu ik hoor wat de heer De Ro heeft gezegd, en ook dat de meerderheid zelf vraagt om het eindtermendebat opnieuw te openen om te zorgen voor een basisgeletterdheid die de lat voor elk individueel kind hoog legt in het basisonderwijs, kan ik dat hier vandaag alleen maar bekrachtigen. We moeten dat  inderdaad doen. Wij steunen dat. Wij zijn bereid om die gesprekken opnieuw op te nemen. Ik neem die uitgestoken hand graag aan en ik hoop dat u dat ook doet.

De heer Depoortere heeft het woord.

Minister, het rapport was inderdaad vernietigend. Het niveau van begrijpend lezen daalt nergens zo sterk als hier in Vlaanderen. Maar er is wel nog een opmerkelijk feit in dit rapport: het verschil tussen de sterke en de zwakke leerlingen was vroeger groot, terwijl het vandaag relatief klein blijkt te zijn. Dat versterkt onze vaststelling dat het onderwijsniveau structureel aan het dalen is. Het versterkt ook onze vaststelling dat een teveel aan anderstaligen een negatieve invloed kan hebben op het onderwijsniveau. We moeten dus meer inzetten op taalverwerving bij anderstaligen. Waarom geen inburgeringsklassen voor leerlingen met een taal- en integratieproblematiek? Daarop moet veel meer worden ingezet, met een focus op zowel de taal als op het vertrouwd maken van de leerling met de normen en waarden die hier gelden.

De heer De Meyer heeft het woord.

De cijfers van het onderzoek zijn hoe dan ook confronterend. Dat neemt niet weg – en gelukkig maar – dat op het einde van het zesde leerjaar de peilingsproeven tot nog toe beter waren. Als we iets moeten leren in het vierde leerjaar en in het basisonderwijs, dan wel begrijpend lezen. Minister, geletterdheid betekent uiteraard veel meer dan technisch kunnen lezen.

Collega’s, de school speelt een cruciale rol als het gaat om een brede leescultuur. Maar we mogen toch ook de ouders en de hele samenleving niet vergeten. Zij kunnen hierbij heel stimulerend zijn, en ze zouden dat moeten zijn. In welke mate hebben de huidige beeldcultuur en de soms te eenzijdige bevraging van de arbeidsmarkt, zeker wat betreft de hogere niveaus, hier mede een invloed op? Misschien moet dit ook eens worden bekeken en bevraagd.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, het is juist dat de beeldcultuur een enorme impact heeft, maar dat is niet alleen in Vlaanderen zo, dat is in alle landen zo. Ook in Nederland is er een impact van de beeldcultuur. Je kunt daaruit niet afleiden dat onze resultaten minder goed worden omdat iedereen naar zijn schermpje of naar beelden kijkt. Dat zou ik vreemd vinden. Het was ook een van onze vragen. Maar dan zou dit ook zo moeten zijn in andere landen.

Collega’s, het is een grote verantwoordelijkheid van onze scholen. Maar daarnaast is er ook een immense verantwoordelijkheid bij onze samenleving tout court. Als een leerkracht niet graag leest of niet graag aan begrijpend lezen doet, zal het veel moeilijker zijn om dat door te geven aan de leerlingen. Er zijn zoveel factoren.

Mevrouw Meuleman, ik wil antwoorden op uw basisvraag. We doen echt wel verder onderzoek daarop. Ik heb daarover ook al met professor De Fraine, die gisteren de toelichting heeft gegeven, een uitgebreid gesprek gehad. Ik heb ook gezien dat iedereen die bezorgd is over de taal en die in de academische wereld actief is zich gisteren voluit heeft uitgeleefd op Twitter. Ik zal al die kennis laten verzamelen om te achterhalen of er elementen zijn om die zaken te versterken.

Collega’s, we gaan het debat over de eindtermen uiteraard ook nog voeren. Let wel, er is natuurlijk een verschil tussen het invoeren van een basisgeletterdheid en eindtermen voor iedereen. Dat zijn twee verschillende zaken. 97 procent van onze leerlingen geraakt over de basislat. Dat was ook zo bij het TIMSS-onderzoek, daar was het 99 procent. Dat zit dus wel oké. Maar het gaat, als ik het goed begrijp, over de sprong die men maakt naar het begrijpend lezen.

Wat mij daarin dan interesseert, en daar biedt het voorstel van decreet ook een hefboom als ik het goed gelezen heb, is: als we die peilingproeven gedaan hebben, en het is zo dat men in die laatste twee jaar inloopt, dan is er gewoon een verschuiving naar later gebeurd die eigenlijk weinig impact heeft op het totaal. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan moeten we toch eens gaan kijken hoe we dat kunnen versterken.

Eindtermen kunnen een oplossing zijn, dat is evident, maar die moeten sowieso en zoveel mogelijk worden gehaald, maar we zijn daar niets mee als we de instructietijd niet voldoende uitbreiden. Dus ook die context in de scholen moet worden onderzocht. Ik zal een aantal ingrepen bekijken, maar we moeten er gewoon collectief voor zorgen dat wat we doen ook effect ressorteert op het terrein. Vandaar dat ik bijzonder veel verwacht van die basisgeletterdheid in de eerste graad. We hebben dat trouwens ingevoerd naar aanleiding van de PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment). U weet dat. We hebben gezegd dat het naar de eerste graad moest omdat we niet willen dat het op het einde van het secundair onderwijs is. Het is goed voor mij om dat eens te evalueren. Haalt dat het resultaat dat we willen? Ligt die lat op het juiste niveau? Daarna – het staat ook zo in het decreet – kunnen de besprekingen worden gestart om te kijken wat er extra mogelijk is.

Ik zal sowieso nu eerst starten met mijn overlegronde zoals aangekondigd om te kijken welke punctuele en snelle ingrepen er kunnen voor zorgen dat het beter wordt en hoe het mogelijk is dat onze controlesystemen dit de voorbije jaren nog niet hebben opgemerkt.

Minister, ik denk dat u de volgende tekst wel kent.

“’t Is goed in ’t eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan”

Ik vind het nog altijd een van de mooiste gedichten van Alice Nahon. Ik zou u willen vragen om zelf eens goed in het eigen ‘hert’ te kijken, en om maximaal in te zetten, niet alleen op de technische kennis van de taal, maar zeker ook op de algemene, bredere leesvaardigheid, en ook op de passie voor poëzie en literatuur, en niet alleen om dit bij onze leerlingen te krijgen, maar zeker ook bij de leerkrachten die het moeten gaan waarmaken in hun klas. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

Collega's, voor onze fractie is kennis van het Nederlands in al zijn aspecten, de taalstructuur beter leren kennen, cruciaal. Er vallen nogal wat vragen te stellen over de methodes die de laatste twee decennia gebruikt werden. De liefde voor de taal en veel meer en graag lezen, horen voor ons allemaal samen. De lat van die eindtermen moet op die drie niveaus hoog liggen. Ik hoor sommigen al denken: graag lezen, de goesting om te lezen, hoe kunnen we dat in eindtermen gieten? Wel, laat ons die handschoen opnemen. Als we willen dat mensen heel hun leven leren, dan moeten ze ook heel hun leven lezen.

Of dat nu digitaal lezen is of op papier, dat zal mij worst wezen. Als wij de regio zijn in Europa die er het sterkst op achteruitgaat, dan mag er nu geen gekissebis zijn over de methode, dan moeten we allemaal de hand aan de ploeg slaan, het onderwijs, de ouders en de mensen uit de sector. Ik heb gehoord dat uw collega van Cultuur al van bij de jongste kinderen in de crèches wil beginnen met de liefde voor taal bij te brengen. Wel, laat dat inspirerend zijn voor al die andere organisaties in de leessector om samen met de onderwijswereld hier prioritair werk van te maken. Op ons kunt u rekenen. (Applaus bij Open Vld)

Gelukkig moet het niet eerst erger worden, voor het beter kan worden. Ik hoor hier bereidheid bij de meerderheidspartijen om inderdaad de lat hoger te leggen voor de eindtermen Nederlands spreken, begrijpen, graag zien, graag lezen voor elk kind. Daar zijn we heel erg blij mee.

Maak dat effectief die leerkrachten hun werk omarmend kunnen doen. Daarvoor moet men natuurlijk niet besparen maar investeren, en dan zal de lat omhoog kunnen.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.