U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Voorzitter, minister, collega's, bijna dag op dag een jaar geleden werd hier kamerbreed de Klimaatresolutie goedgekeurd. Er werd hard over onderhandeld, vooral over de betonstop. U herinnert zich dat misschien nog wel. In Vlaanderen verliezen we per dag 6 hectare open ruimte. Tegen wanneer moest dit worden afgebouwd? Dat was de vraag. We kwamen overeen dat dat tegen 2040 moest.

So far, so good. Er waren woorden, en daarna was het wachten op de datum. Het eerste huiswerk ligt hier vandaag voor ons en luistert naar de naam Codextrein. Het is een reeks wijzigingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening die de eerste stappen zet tot het realiseren van de betonstop.

Collega's, minister, ik zal maar met de deur in huis vallen. Vorig jaar had u ons mee, maar met dit huiswerk niet meer. We zijn ontgoocheld en op bepaalde punten zelfs kwaad. Niet dat er niets goed in staat, minister. De bouwstop in overstromingsgebieden bijvoorbeeld vinden we goed, alleen komt die er pas als het Instrumentendecreet er is. Daar hebben we nog niets van gezien. De moeilijke knoop over planschade en planbatenvergoedingen onder andere moeten jullie nog doorhakken. We hopen zo snel mogelijk. We hopen nog dit jaar. We hopen nog deze legislatuur.

Maar ronduit ontgoocheld, collega's, zijn we over het feit dat de bouwvoorschriften in landschappelijk waardevol agrarisch gebied worden versoepeld. Dat zal hoe dan ook leiden tot meer verharding, terwijl uw eigen Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zegt dat in landbouw- en natuurgebied 9000 hectare verharde oppervlakte onthard moet worden. Hoe gaat u dat realiseren met deze mogelijkheid om meer te bouwen?

Voorzitter, ik maak van deze gelegenheid gebruik om u te bedanken. Want begin juli stond deze Codextrein geagendeerd in de plenaire vergadering. Maar omdat de meerderheid op het laatste moment met maar liefst 86 amendementen kwam, hebt u op onze vraag het punt van de agenda gehaald en de Raad van State en de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO) gevraagd om de amendementen te onderzoeken.

En gelukkig maar, collega's. Want er zat niet één addertje onder het gras, er zaten veel wetgevingstechnische foutjes in die amendementen, die door de opmerkingen van de Raad van State gelukkig konden worden rechtgezet.

Maar het meest kwalijke – en de Raad van State is daar vlijmscherp over – is een artikeltje dat regelrecht inhaakt op iets dat ons heel na aan het hart ligt, namelijk de inspraak van de burger. Dat maakt ons kwaad.

Collega's, jullie moet goed weten wat jullie straks goedkeuren, zodat jullie niet schrikken wanneer jullie klachten van burgers krijgen over het feit dat hun beroepsrecht wordt uitgehold. Want nu kan iedereen die tegen een bouwproject is, administratief beroep aantekenen. En als dat beroep verworpen is, kan er naar de rechter worden gestapt. Als de nieuwe regeling, die in deze Codextrein staat, wordt goedgekeurd, collega's, zijn die beroepsmogelijkheden er enkel voor wie tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift indiende. Jullie kennen allemaal de gele affiches wel, collega's, die een project aankondigen en je uitnodigen om een bezwaarschrift in te dienen. Stel dat je ze niet hebt gezien, stel dat je toevallig weg was tijdens die periode, stel dat ze te verscholen zijn opgesteld door het gemeentebestuur en je geen bezwaar indiende: dan heb je geen rechten meer.

U denkt toch niet, minister, dat de ambtenaren hierdoor minder werk zullen hebben? Ze zullen net méér werk hebben. Want wat zullen de burgers doen om hun rechten te vrijwaren? Sowieso bezwaar indienen, natuurlijk. En u denkt toch ook niet dat de nieuwe regeling tot meer rechtszekerheid zal leiden? Want hier is de Raad van State zeer duidelijk en zelfs verontwaardigd: uw voorstel gaat regelrecht in tegen Europese verplichtingen. Het gaat regelrecht in tegen het verdrag van Aarhus, dat zegt dat het beroep zo breed mogelijk moet worden opengezet voor burgers. De eerste de beste burger die dit aanvecht, zal dus gelijk krijgen.

Minister, u bent juriste. Wat u hier voorlegt, is juridisch drijfzand. U zou de burger rechtszekerheid geven, maar u doet in feite het omgekeerde. De Raad van State is vlijmscherp voor deze teksten. Wilt u nu echt regelgeving maken die niet overeind blijft? En dat begrijpen wij ook niet van jullie, collega's van de meerderheid, dat jullie denken dat door het beknotten van het inspraakrecht de zaken sneller zullen verlopen. Wel, dat zal dus niet het geval zijn.

Trouwens, mensen gaan niet voor hun plezier naar de rechter. Al die moeite, die tijd, dat geld: wie doet dat nu voor zijn plezier? En neen, mensen gaan ook niet naar de rechter gewoon omdat een project in hun achtertuin ligt en ze enkel hun eigen belang voor ogen hebben. Heel veel burgercomités hebben goed onderbouwde dossiers, knappe argumenten, logische redeneringen, vertrekkend vanuit het algemeen belang en met de lange termijn voor ogen. En weet u wat ons eigenlijk stoort? Dat is dat er met de jaren een soort sfeer is ontstaan waarbij de vertraging die grote projecten oplopen, in de schoenen van burgers wordt geschoven, terwijl het dikwijls gewoon om slechte projecten gaat. Denk maar aan Uplace, nefast voor de mobiliteit, het milieu, de middenstand.

Dit is bovendien niet het enige voorstel dat burgers treft. In het decreet Lokaal Bestuur, bij minister Homans, is er het artikel 194 dat wordt afgeschaft, ook al tegen het advies van de Raad van State in. En dus kunnen burgers niet meer in de plaats van hun bestuur naar de rechter gaan, de regeling die meermaals gebruikt werd in milieuzaken.

Waarom doen jullie dit, ministers en leden van de meerderheid? Jullie beseffen toch dat het inperken van inspraakrecht net tot meer procedures zal leiden en dat net het onder de arm nemen van burgers, het luisteren naar hun adviezen en zo vroeg mogelijk betrekken bij plannen en projecten, het ook durven aanpassen van plannen en projecten, dé toverformule is voor het snel laten verlopen van projecten?

Tot slot, collega's, – en hiermee eindig ik, voorzitter – moet er mij nog iets van het hart dat zowel aansluit bij mijn vorige opmerking rond inspraakrecht van burgers als bij de manier waarop hier in dit halfrond aan politiek wordt gedaan.

Want tussen die 86 amendementen zat er één verscholen die niets te maken heeft met het ontwerp van decreet, maar me wel heel bekend voorkwam toen ik het las. Ik heb het het amendement-Hens genoemd, dat ervoor moet zorgen dat de milieuvergunning van een Brasschaats bedrijf dat activiteiten ontwikkelde die in een industriezone thuishoren en niet in een zandwinningsgebied met nabestemming landbouw, nieuw leven kan worden ingeblazen. De milieuvergunning werd vorig jaar door de Raad van State na jarenlang hard werk van een burgercomité vernietigd. Dat burgercomité krijgt gelijk, maar wat gebeurt er vervolgens? Lobbywerk en parlementsleden van de meerderheid die van dit ontwerp van decreet gebruikmaken om de wet stiekem aan te passen. Dit moet stoppen. Dit maakt de politiek onbetrouwbaar. Dit voedt rechtsonzekerheid. Als dit blijft duren, zal het nooit in orde komen met onze ruimtelijke ordening, alle mooie resoluties en principes ten spijt.

Minister, vorig jaar stonden we hier met onze armen open. We zullen goeie voorstellen die de betonstop dichterbij brengen, in de toekomst uiteraard met veel plezier steunen. Maar vandaag, bij de eerste uitwerking van de principes die tot een betere ruimtelijke ordening moeten leiden, kunnen we niet anders – en we vinden dat heel erg en heel jammer – dan heel hard met onze vuist op tafel slaan. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort (CD&V)

Mevrouw Pira, zou u uw beschuldiging kunnen verduidelijken? Ik vind de wijze waarop u dit voorafgaandelijk in de pers hebt bekendgemaakt, ook nogal bijzonder. U maakt de link tussen een amendement bij het ontwerp van decreet en het afleveren van een vergunning ten aanzien van dat bedrijf. Dat is mij onduidelijk. Ik heb het ook maar gelezen in de pers. Kunt u dit transparant verduidelijken?

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer de Kort, ik heb de moeite gedaan om alle amendementen te lezen. In september vorig jaar werd na jaren tijdelijke vergunningen eindelijk een milieuvergunning vernietigd. Als je dan een paar maanden later in de amendementen die op het einde worden ingediend bij de Codextrein een amendement vindt dat heel erg doet denken aan dat bedrijf en aan de uitbreiding van de activiteiten op een terrein, dan kon ik niet anders dan die link leggen.

U hebt in de pers gezegd dat niet u maar Open Vld verantwoordelijk is voor dat amendement. Ik heb voor het reces en ook daarna meermaals deze zaak met betrekking tot Hens in de commissie ter sprake gebracht. Het is door niemand van de meerderheid ontkend. Alleen de heer Ronse heeft vorige week gezegd dat hij zich niet aangesproken voelt, maar verder is dit door niemand ontkend. Ik kan dit alleen maar vaststellen.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Ik heb daar ook nog extra duiding bij gegeven. Het is zo dat er geen bestemmingswijzigingen kunnen zijn. Het enige dat is opgenomen in het amendement, is dat mechanische bewerking en verrijking van grondstoffen mogelijk wordt gemaakt. Dat kan geenszins een bestemmingswijziging impliceren. Dat impliceert ook geenszins een vergunning. Er is enkel een decretaal kader mogelijk gemaakt om vergunningen aan te vragen. We voelen ons inderdaad op dat vlak helemaal niet aangesproken. U moet zeer omzichtig omgaan met dergelijke verdachtmakingen.

Ingrid Pira (Groen)

Ik ben een zeer omzichtige politica, mijnheer Ronse. Ik heb ook in de commissie gezegd dat ik dit niet lichtzinnig doe. Als u mij direct tot de orde had geroepen, dan had ik dat zeker onderzocht. U hebt gewoon gezwegen. Voor mij is op dat vlak zwijgen toestemmen.

Mijnheer de Kort, u hebt bovendien in de pers gezegd – ik heb er u ook persoonlijk over aangesproken – dat het niet u was maar een andere partij. Ik kan daar alleen maar nota van nemen. Vecht het onder elkaar uit.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Mevrouw Pira, we zijn hier het verkeerde debat aan het voeren. Het Vlaams Parlement keurt hier een decretaal kader goed, namelijk de Codextrein samen met een aantal amendementen.

Heel wat van die artikelen en amendementen kunnen inderdaad een decretale basis vormen voor het verstrekken van bouwvergunningen of, in de toekomst, omgevingsvergunningen. Dat is een waslijst. Het zal aan de vergunningverlenende overheid zijn om op basis van het decretaal kader al dan niet vergunningen te gaan verstrekken. Ik denk dat dit absoluut niet de plaats is om erover te discussiëren of het al dan niet opportuun is om een vergunning te verstrekken. We hebben daar dus ook niet op gereageerd, want ik denk niet dat dit de plaats is om dat debat daarover te voeren.

Ingrid Pira (Groen)

Dat vind ik ook exact waar, mijnheer Ceyssens. Dit ontwerp van decreet is niet het moment om over iets totaal anders amendementen in te dienen. Het is die politieke praktijk, waarbij er op een sluipende manier amendementen en eigenlijk nieuwe decretale kaders worden geïntroduceerd waardoor er nieuwe vergunningen mogelijk zijn, die ik wil aanklagen. Dat is juist wat ik wil aanklagen.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil me toch aansluiten bij mevrouw Pira, omdat men toch niet moet proberen het licht van de zon of zijn eigen daden te ontkennen. Wanneer er plots een dermate gedetailleerd en op maat geschreven amendement wordt ingediend bij een vrij algemene wetgeving, op het net gepaste ogenblik, dan is het nogal logisch dat daar vragen over worden gesteld. Collega’s, ‘the proof of the pudding is in the eating’, natuurlijk. We zullen wel zien wat er nu vervolgens gebeurt en in hoeverre u inderdaad de ruimte hebt gecreëerd en ervan zal worden gebruikgemaakt bij het lokale protest, dat mijns inziens terecht is en dat ook door de gerechtelijke overheden terecht is bevonden. Het is echter een algemene tendens in dit ontwerp van decreet, vooral bij de amendementen, dat heel wat nieuwe regels zijn ingediend, ook als het gaat over landschappelijk waardevol agrarisch gebied, bijvoorbeeld, naar aanleiding van gerechtelijke procedures waarin de Vlaamse overheid of de lokale overheid ongelijk heeft gekregen omdat ze inging tegen belangen van lokale bewoners, van rechtstreeks betrokkenen, van omliggende eigenaars. Dat staat zelfs in de uitleg, dat staat in de verantwoording, dat staat te lezen in wat u zelf hebt ingediend. Het antwoord van de Vlaamse overheid is dan steevast – en dat is historisch zo: ‘Weet je wat, dan gaan we de regels aanpassen zodat we wél onze zin kunnen doen, en dan zijn we van die ambetanteriken af.’ Dit hele ontwerp van decreet is daar opnieuw van doorspekt, en het staat haaks op alles wat goede ruimtelijke ordening zou moeten zijn, op de consensus die daar maatschappelijk over zou moeten zijn. Het gaat telkens over deze en gene een plezier doen en als het gerecht dat niet toelaat, dan past men de wet aan. Dit ademt precies die geest uit. Dit is een zeer specifiek voorbeeld. Als u het tegendeel wilt bewijzen, dan zullen we wel zien wat er vervolgens gebeurt, maar nogmaals, ruimtelijke ordening gaat niet alleen maar over degene die een aanvraag doet een plezier willen doen. Het gaat over maken dat de omgeving voor iedereen leefbaar is, niet alleen voor die ene aanvrager.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Ik sluit me aan, zowel, uiteraard, bij de woorden van collega Pira als bij die van collega Tobback. Wij maken hier natuurlijk de decretale grond. Dat is het fundament van onze kritiek. Ik heb geen glazen bol, ik kan niet vooruitlopen, maar jullie zijn het die dat amendement hebben ingediend, jullie zijn het die de decretale grond mogelijk gaan maken. We zullen dus inderdaad zien wat er gaat gebeuren. Het is inderdaad zo dat er een hele reeks amendementen zijn ingediend, zeer laat. Door de tegenwoordigheid van geest van een aantal mensen, gesteund ook door de voorzitter van dit parlement, hebben we gelukkig nog een fase richting de Raad van State kunnen inbouwen, maar in dit specifieke geval creëren jullie een rechtsgrond die het mogelijk zal maken om een vergunning specifiek voor dat bedrijf te verstrekken. Als er nu één ding is waarvan ik dacht dat we er met heel dit parlement van overtuigd waren na de debatten die we de afgelopen maanden hebben gehad, dan is het dat we het op het vlak van ruimtelijke ordening fundamenteel anders gingen doen, dat we fundamenteel gingen bijsturen, omdat dat ook broodnodig is in Vlaanderen. Collega’s, als er dan iemand is die de vinger op de wonde legt, dan moet ik na zoveel maanden vaststellen dat ik niet zo veel zie van die verandering in dat ruimtelijk beleid.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Collega Rzoska, het laatste wat u zei, is eigenlijk een perfecte inleiding bij hetgeen ik wil zeggen, want eigenlijk is de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) net de voorbode voor de hele omslag qua ruimtelijk beleid die wij gaan maken.

Er zit heel wat in dat minstens in lijn is met de ideeën van uw fractie, of met de gedachten die u in het parlement altijd hebt geopperd. Het belangrijkste voor onze fractie is dat dit ontwerp van decreet de basis legt om het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de bouwshift vast te stellen. Het geeft de decretale mogelijkheid om overstromingsgebieden, signaalgebieden te vrijwaren en opnieuw om te vormen tot open ruimte. Het biedt de mogelijkheid te gaan verdichten, om meer ruimtelijk rendement te krijgen, om waar het al bebouwd is, meer mogelijk te maken. Dit ontwerp van decreet maakt komaf met oude bijzondere plannen van aanleg (BPA's), met oude verkavelingsvoorschriften, met oude voorschriften over industrieterreinen, waar er heel oude clichébestempelingen waren over wat kmo is en wat milieubelastend, met als gevolg dat er nog wat kavels leeg waren.

Dit ontwerp van decreet is wel degelijk een complete ommezwaai, een complete revolutie op het vlak van ruimtelijke ordening. Ik vind het dan ook bijzonder spijtig dat op basis van een amendement, waarover wordt gespeculeerd, wordt gesteld dat dit ontwerp van decreet de voorbode is van – ik weet niet meer hoe u het noemde – een ruimtelijke ordening die we absoluut niet willen en die op maat is geschreven van concrete casussen enzovoort. Neen, dat is dit ontwerp van decreet niet, althans wat onze fractie betreft. Dit ontwerp van decreet is werkelijk de omslag.

Het is de voorbode van nog twee andere zaken, zijnde het Instrumentendecreet, waarin we een duidelijke visie zullen uitwerken over planbaten en planschade, en de bouwshift zelf – ik spreek niet graag over betonstop – waarmee we onze open ruimte in Vlaanderen zullen vrijwaren.

Wat zit er concreet in voor onze fractie? Ik heb zes punten genoteerd die we absoluut goed vinden. Dat is uiteraard het feit dat de decretale basis voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) erin zit, dat overstromingsgebieden naar open ruimte kunnen worden geconverteerd, dat we hogere rendementen kunnen krijgen, het as-builtattest 2.0, de oude reservatiestroken die worden opgeheven, en uiteraard ook de rechtszekerheid – daarnet deden sommige collega's minnetjes over het feit dat we een trechterprocedure hebben – dat je pas een beroep kunt indienen op het moment dat je een bezwaar hebt ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Onze fractie vindt het nogal absurd dat mensen tijdens het openbaar onderzoek hun verantwoordelijkheid niet nemen, maar wel pas nadien tijdens een beroep.

Gisteren heb ik hierbij een kanttekening gemaakt, namelijk dat het misschien wel nuttig zou kunnen zijn dat openbare besturen mensen die bezwaren hebben ingediend tijdens een procedure, op de hoogte stellen van de beslissing of het al dan niet is vergund, zodat die mensen perfect geïnformeerd zijn om dan al dan niet beroep aan te tekenen. Ik heb begrepen dat de minister positief had gereageerd om dat mee te nemen.

Collega's, laat ons hier oprecht en eerlijk zijn. Ik hoop dat de oppositie zal onderschrijven dat dit ontwerp van decreet een belangrijke voorbode is van onze ambitie om naar meer open ruimte in Vlaanderen te gaan, en naar een meer eenvoudige en rechtszekere ruimtelijke ordening.

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer Ronse, in het begin zei u dat we het hele ontwerp van decreet afschieten op basis van een amendement, dat dan ook nog betwijfelbaar is. Ik hoop dat u goed hebt geluisterd naar wat ik heb gezegd in mijn betoog. Drie vierde van mijn tussenkomst ging over waar de Raad van State tot twee keer toe over is gevallen, namelijk de beperking van de toegang tot de rechter voor de burger.

Met het laatste heb ik afgesloten als voorbeeld van een politieke praktijk die ik absoluut niet kan tolereren, en die eigenlijk moet verdwijnen uit het Vlaams Parlement. Drie vierde van mijn tussenkomst ging over de beperking van de toegang tot de rechter en het feit dat ik denk dat de minister zich daarmee in moeilijkheden werkt.

Mevrouw Pira, ik vind het spijtig dat u het niet hebt gehad over het feit dat het BRV met dit ontwerp van decreet eindelijk wordt vastgesteld. We creëren een doorbraak met betrekking tot de signaalgebieden. Er komt een decretale mogelijkheid om er open ruimte van te maken. U moet de intellectuele eerlijkheid hebben vooral dit te onderkennen en in het ontwerp van decreet te zien.

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer Ronse, ik zal u straks mijn tekst doorsturen. Het verwondert me, want meestal bent u zeer alert en luistert u goed. Ik ben begonnen met de stelling dat het ontwerp van decreet positieve elementen bevat. Ik heb naar de overstromingsgebieden verwezen.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, namens de CD&V-fractie ben ik blij te mogen stellen dat we met deze Codextrein een eerste aanzet geven voor de realisatie van het BRV. Administratief creëren we zeker en vast een aantal mogelijkheden om sneller te verdichten.

Ik verwijs naar de verkavelingsvoorschriften die vijftien jaar oud of ouder zijn. Vaak zijn ze ruimteverslindend, maar nu zullen ze niet langer een verplichte weigeringsgrond kunnen vormen. Ik verwijs naar de procedure tot wijziging van verouderde inrichtingsvoorschriften in bijzondere plannen van aanleg en in ruimtelijke uitvoeringsplannen. Ik verwijs naar de vereenvoudiging van de wijzigingsprocedure voor verkavelingen op verzoek van de eigenaar. Ik verwijs naar de aanduiding van gebieden als watergevoelig openruimtegebied met het oog op de bescherming van het watersysteem. Er zijn nog andere voorbeelden, zoals het feit dat het aanbrengen van gevelisolatie van maximaal 26 centimeter aan de buitenzijde van een woning als aanpassingswerken zal worden beschouwd.

Er worden heel wat instrumenten aangereikt waarmee we een stap vooruit kunnen zetten. We hebben in de commissie echter duidelijk gesteld dat de volgende stap uiteraard het Instrumentendecreet moet zijn. Met de Codextrein bieden we de mogelijkheden om verder te verdichten. Indien we in de toekomst harde bestemmingen naar zachte bestemmingen willen omzetten, moeten we over een duidelijk Instrumentendecreet beschikken om de betrokken eigenaars op een deftige wijze schadeloos te kunnen stellen.

Dit is niet meer of niet minder dan wat CD&V tijdens het debat over het BRV heeft verklaard. Ik wil nog een aantal elementen aanhalen die we zeker en vast ook belangrijk vinden aan wat we vandaag zullen goedkeuren.

Ik begin met het as-builtattest. Dit is een eerste stap in het geven van rechtszekerheid aan kopers van een woning. Ik geeft hiervoor steeds het voorbeeld van een wasmachine. De verkoper moet verplicht een volledig attest afleveren waarop alle mogelijke prestaties van de machine staan. Maar als een Vlaming ongeveer de belangrijkste aankoop van zijn hele leven doet, namelijk de aankoop van een woning, blijkt achteraf soms dat hij een kat in een zak heeft gekocht: een woning die niet gebouwd is zoals ze vergund werd en waar nooit tegen opgetreden is. Dit as-builtattest, dat nog facultatief is, moet mensen de garantie bieden dat een woning effectief is gebouwd zoals ze is vergund. Ik maak de vergelijking met de Car-Pass voor tweedehandsauto’s. Vroeger was dat een kwaliteitsmerk, maar dat heeft stilaan zo veel ingang gekregen dat nu geen tweedehandsauto’s zonder Car-Pass meer worden verkocht. Ik hoop dat het as-builtattest een eerste opstap kan zijn om de mensen in verband met een zeer belangrijke aankoop meer rechtszekerheid te bieden.

Mijnheer Tobback, ik wil verwijzen naar de regeling voor het landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Ik doe dat niet om het een of het ander te remediëren. De Raad van State heeft uitspraken gedaan waarin wordt geponeerd dat er onduidelijkheid is over het agrarisch gebied. Met dit ontwerp van decreet leggen we duidelijk vast wat in het waardevol agrarisch gebied al dan niet nog kan.

Ik wil verwijzen naar de mogelijkheid om in landbouwgebied paardenstallen en stallen voor hobbydieren te bouwen. Dit grijpt terug naar een vroegere omzendbrief, maar de regeling is verstrengd. Er is een absoluut maximum van 200 vierkante meter en er moet worden gebouwd in een straal van vijftig meter van een vergunde woning. Op die manier kunnen we de open ruimte vrijwaren.

Mijnheer Ronse, u hebt de opheffing van de reservatiestrook daarnet al aangekaart.

Collega’s, ik wil even ingaan op de teneur die men hier probeert te creëren alsof we met deze Codextrein de inspraak bij de burger willen beknotten. Mevrouw Pira, ik ben het volledig met u eens als u zegt dat de overheid ervoor moet proberen te zorgen dat er vroegtijdige inspraak is, dat er inspraak is waar rekening mee kan worden gehouden, waarop eventueel kan worden bijgestuurd. Precies met die argumenten is het vandaag gerechtvaardigd te vragen aan de burger om van bij het begin te participeren in het hele verhaal van een bouwvergunning. Blijven wachten en blijven zwijgen tot er uiteindelijk een besluit is genomen, en dan in het verweer kruipen, daar heeft niemand iets aan. Degene die in het verweer gaat, heeft er niets aan, de initiatiefnemer heeft er ook niets aan. Er worden allerlei voorbeelden aangehaald. Ik vind het eigenlijk een beetje flauw om te zeggen dat men in die periode net op vakantie zou zijn. Inderdaad, in verband met de mensen die meer dan dertig dagen op vakantie zijn geweest in die periode, bepaalt artikel 133, 2° en 3°, duidelijk dat een uitzondering wordt gemaakt wanneer men aantoont dat men op dat moment in de onmogelijkheid was om een standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen. Dat staat letterlijk als uitzondering in het artikel. Kom dus niet af met verhaaltjes dat men op dat moment geen bezwaar kon maken. De mensen die dat op dat moment niet konden doen, kunnen nog naar de Raad van State stappen. Dat is heel duidelijk. In dat geval zeggen dat men niet meer naar de Raad van State kan, is onzin. Er wordt gewoon gevraagd aan de burger om zijn bezwaar of bemerking in het begin van de procedure te maken. Ik denk dat dat goed bestuur is, want dan kan het bestuur er nog op reageren, dan kan het bestuur nog bijsturen. Als de vergunning is afgeleverd, is het veel te laat. Wie dan nog vindt dat zijn bezwaar onterecht is behandeld, kan op dat moment nog altijd naar de Raad van State trekken.

Ik wil trouwens wijzen op de Nederlandse algemene wet Bestuursrecht, bijzondere bepalingen over bezwaar en administratieve beroepen, afdeling 7.1: “Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen, bezwaar te maken.” Waarom zouden wij in Vlaanderen niet kunnen wat men in Nederland wel kan?

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Het was wat een abrupt einde, maar ik kan de heer Ceyssens en de heer Ronse alleszins volgen in hun standpunt. Onze fractie is zeer tevreden dat de Codextrein eindelijk het eindstation nadert. We weten dat het ontwerp van decreet al van november 2016 dateert. Mevrouw Pira heeft al terecht opgemerkt dat er heel wat amendementen zijn gekomen. Er zijn heel wat technische amendementen gekomen, maar ook een belangrijk aantal inhoudelijke amendementen. Onze fractie ondersteunt dit ten volle.

De meerwaarde van deze Codextrein is dat het onderschrijft wat iedereen in dit halfrond onderschrijft, namelijk ‘meer doen met minder ruimte’. Dat principe steunen we allemaal. Dat principe is ook opgenomen in het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Met de wijzigingen in de Codex Ruimtelijke Ordening kunnen we straks toch al heel wat meer van die principes hard maken.

Het is ook heel belangrijk dat de decretale basis wordt gelegd voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen enerzijds, maar uiteraard ook voor de gemeentelijke en de provinciale beleidsplannen. We weten dat zeker de provincies daar al volop mee bezig zijn. Nu komt er een decretale basis. Ook daarom is het dus een goede zaak dat het decreet vandaag ter stemming voorligt.

Een ander zeer positief element – de heren Ceyssens en Ronse hebben het ook al vermeld – is de administratieve vereenvoudiging, om het ruimtelijk rendement mogelijk te maken. Ik denk aan het vereenvoudigen bij het wijzigen van verkavelingsvoorschriften, zowel door private eigenaars als door lokale besturen. Ik denk ook aan de regel dat verkavelingsvoorschriften die ouder zijn dan vijftien jaar geen weigeringsgrond meer mogen zijn en aan het makkelijker aanpassen van voorschriften in verouderde BPA’s of RUP’s. Dat komt allemaal alleen maar de vereenvoudiging van de procedures en van de regelgeving ten goede. Dat onderschrijven wij dus ten volle.

Wat betreft de watergevoelige overstromingsgebieden of signaalgebieden is het goed dat er een regeling komt, maar het is ook heel goed dat we straks zullen stemmen over een amendement dat ingaat op de vergoedingsregeling voor eigenaars van gronden in een overstromingsgebied. Voor hen moet er rechtszekerheid komen en ik ben blij dat er pas definitief kaarten kunnen worden opgesteld wanneer er zekerheid is over een vergoedingsregeling en over het Instrumentendecreet, dat er hopelijk zo snel mogelijk komt.

Ook de regeling rond de reservatiestroken zorgt vandaag nog voor heel wat rechtsonzekerheid, vooral voor mensen die in de nabijheid van zo’n reservatiestrook wonen. Vaak weet men al dat er nooit een uitbreiding zal komen, bijvoorbeeld, van een waterweg. Het is goed dat daar straks een definitieve regeling voor komt en dat de Vlaamse Regering uiterlijk tegen 31 december 2018 zal bepalen welke reservatiestroken definitief kunnen worden opgeheven zodat mensen daarvoor een andere bestemming kunnen krijgen.

Voor ons is het belangrijk dat er geen boete zal worden opgelegd aan lokale besturen die laattijdig zouden beslissen, zeker gelet op de problemen die we vandaag kennen met het omgevingsloket, dat nog niet goed functioneert. Bij laattijdige beslissingen liggen de problemen niet zozeer bij de lokale besturen, maar ze zijn vaak van een andere aard. Daarom juichen we de goedkeuring van dit amendement toe.

Ook de regeling rond de weidedieren juichen we toe. De heer Ceyssens heeft het daar al over gehad. Het liefst van al zagen wij de volledige regeling zoals ze in de omzendbrief van Dirk Van Mechelen van 2002 was opgenomen. Deze regeling is ietwat beperkter, maar toch een goede oplossing voor iedereen die niet beroepsmatig als landbouwer weidedieren wil houden. Het is zeker ook omwille van het dierenwelzijn goed dat die dieren een stal kunnen krijgen, ook al vallen ze niet onder de beroepslandbouw.

Het laatste amendement heeft te maken met de integratie van de socio-economische vergunning en de vegetatiewijziging in de omgevingsvergunning. Het is spijtig dat daarvoor niet de aanvankelijk vooropgestelde datum van 1 januari 2018 wordt gehanteerd. Dat lijkt nu niet haalbaar en straks zal de Vlaamse Regering een andere datum moeten bepalen. Ik hoop dat ze niet zal talmen en er alleszins voor zal zorgen dat die integratie er zo snel mogelijk komt. Dat is in het belang van elke kmo’er of van elk bedrijf dat naast zijn omgevingsvergunning ook een socio-economische vergunning nodig heeft.  

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil een paar opmerkingen maken, zowel over de behandeling van dit ontwerp van decreet als over de inhoud.

Het is in deze discussie al een paar keer aan bod gekomen: dit ontwerp is vertrokken met goede intenties, mijnheer Ronse, daar ben ik het mee eens. Zoals ook het hele besluit van de Vlaamse Regering en de klimaatresolutie – of we het nu bouwshift of betonstop noemen – vertrokken zijn met goede intenties. Misschien gaat het ons zelfs lukken om een paar van die goede intenties waar te maken. Laten we allemaal samen hout vasthouden en dat proberen te doen. Maar het is ook een decreet dat toch alweer typisch teruggrijpt naar die Vlaamse manier van wetgeving maken: grote principes vooropstellen en vervolgens met amendementen een waslijst van uitzonderingen maken die ervoor zorgt dat er toch niet te veel volk last heeft van die principes.

Vooral in ruimtelijke ordening zijn we daar altijd ontzettend sterk in geweest. Wie wil weten wat daarvan de gevolgen zijn, moet straks in zijn auto stappen en naar eender waar in Vlaanderen rijden en kijken naar wat hij onderweg tegenkomt. Als ik het hier wat lang rek en als u bijgevolg laat genoeg vertrekt, zal het misschien beter meevallen, maar als u wilt weten waarom u zo waanzinnig lang in de file staat, en waarom het op veel plaatsen niet mogelijk is om een horizon te zien, dan is het omdat we in ruimtelijke ordening grote principes hebben – zoals we in ruimtelijke ordening altijd grote principes hebben gehad –, maar ze nooit hebben toegepast omdat we altijd regelingen hebben gemaakt die ervoor zorgen dat we ervan konden afwijken.

Mijnheer Ceyssens, u verwijst naar Nederland. Dat is een mooi voorbeeld. In Nederland heeft men geen as-builtattest nodig. In Nederland heeft men er namelijk voor gezorgd dat wat er gebouwd wordt, wel degelijk overeenstemt met de vergunning. Het feit dat wij iets als een as-builtattest nodig hebben, bewijst op zich al dat in dit land de overheid al vele jaren tekortschiet en dat zij blijft abdiceren. Want het eerste wat u, als u een klein beetje een verantwoordelijke bestuurder bent, moet doen, is een vergunning afleveren en er dan voor zorgen dat ze verdomme wordt nageleefd!

Het is toch wel heel bizar dat we zonder meer en zonder daarbij stil te staan, zeggen: ‘Weet ge wat we nodig hebben? We hebben een as-builtattest nodig, zodanig dat, als ge iets koopt, tenminste gij zeker zijt dat gij geen last gaat hebben van het gefoefel van de vorige waartegen we nooit hebben opgetreden.’ Dat men zelfs niet meer beseft hoe aberrant en absurd en hoe ‘malgoverno’ zoiets is, versta ik eigenlijk niet! Dat we op het moment dat we de grote principes toepassen met een uitgestreken gezicht zeggen: ‘Toppie! We hebben nu eindelijk een systeem gevonden waardoor we van ons eigen gefoefel geen last meer zullen hebben!’ Dat vind ik toch heel sterk. We zeggen dan: ‘Proficiat, Vlaams Parlement, zie eens wat we hebben gerealiseerd!’ En we hebben tegelijkertijd nog een aantal andere amendementen geregeld en gemaakt om tegen de Raad van State of andere rechtbanken te kunnen ingaan als die het hebben over het feit dat de Vlaamse overheid een landschappelijk waardevol agrarisch gebied heeft afgebakend – en dat betekent logischerwijs, want het staat in de logische principes die in het decreet staan ingeschreven, dat je daar een aantal dingen niet meer mag bouwen want als je er grote dingen inzet is dat landschap natuurlijk naar de knoppen. Maar wat doen we als we vaststellen dat we botsen op die regels, die we zelf hebben gemaakt? Dan amenderen we erop en we zeggen: ‘Dat is toch niet tof dat die mens er niet mag bouwen. Dat kan toch niet zijn?’ Zie maar naar dat of dat geschil dat we hier hebben gehad, ze staan zelfs ongeveer letterlijk in de amendementen. Gaan we dan de afbakening veranderen? Ah neen, want dan moet je dat uitleggen en vaststellen dat we niets meer overhouden. Neen, we gaan maken dat je dan toch nog een klein beetje kunt bouwen. Als we een proces over een vergunning verliezen, of het nu Hens of iets anders is, wat doen we dan? Zeggen we dan dat het ons spijt omdat we de logische consequenties van onze eigen grote principes moeten dragen? Neen, we passen de wetgeving een beetje aan zodat we daar toch weer iets kunnen ritselen.

Dit is, jammer genoeg, een gemiste kans om een einde te maken aan de traditie van de Vlaamse, morsige, slordige – en ik ga niet verder gaan dan dat, ik ga het niet over restaurants en noem maar op hebben – foefelende manier waarop we in Vlaanderen met onze publieke ruimte en ons algemeen belang omgaan. Die kans hebt u hier, op zijn zachtst gezegd, wel een klein beetje gemist.

Blijkbaar bent u er zich van bewust dat als u op deze manier ruimtelijke-ordeningsregels blijft toepassen in een alsmaar dichter bevolkt land met alsmaar mondiger burgers, dit tot alsmaar meer problemen gaat leiden. De tijd dat je nog wat kon afkopen, is ook voorbij. De huidige mondige burger is slim genoeg om dan naar een rechter te stappen en u het leven zuur te maken.

Het is dankzij een aantal van die overheden en mondige burgers dat ondingen zoals de oorspronkelijke Oosterweelverbinding en Uplace er vandaag nog altijd niet staan, gelukkig maar. Is dat tof voor een bestuur? Neen, natuurlijk is dat niet tof voor een bestuur. Men zou misschien beter vooraf een beetje consequenter en rechtlijniger en duidelijker zijn, dan hoeft die burger dat niet namens u te doen, dat probleem uiteindelijk oplossen.

We moeten daar in de toekomst met zijn allen veel consequenter, eerlijker en duidelijker mee omspringen, zodat iedereen weet hoe we erin gaan slagen om die open ruimte die iedereen wenst, die betaalbare huisvesting die iedereen wenst, die toegang tot gemakkelijk vervoer die iedereen wenst, om die geordend en redelijk waar te maken, we gaan dat samen afspreken, gaan dat helder doen, we gaan dat in klare regels toepassen, iedereen gaat weten waar hij zich aan te houden heeft. En je moet niet een stuk grond kopen dat geen bouwgrond is en achteraf komen zagen, of daarop bouwen en achteraf een attestje vragen. Neen. Neen is neen en ja is ja, voor iedereen. En dan kun je iedere rechtszaak winnen, collega Ceyssens en collega Peeters. Dan hoeft de overheid niet bang te zijn van de klagende burgers. Dan hoeft de overheid niet bang te zijn van de Raad van State en van procedures. Dan ga je die allemaal winnen. Al die zaken ga je winnen als je een zorgvuldige, rechtlijnige, correcte en democratische overheid bent geweest. En dan hoef je inderdaad ook niet een soort ‘bezwaarplicht’ in te voeren. U mag nu Nederlandse voorbeelden citeren zoveel u wilt, collega Ceyssens, maar zowel de eigen strategische adviesraad als de Raad van State als verschillende andere redelijk eminente juristen, hebben duidelijk gemaakt dat wat u hier wilt goedkeuren, eigenlijk in strijd is met internationale en Europese engagementen, dat het eigenlijk onwettig is en dat u het nog eens extra bemoeilijkt hebt door er nog eens bij te zeggen dat het bezwaar niet pro forma mag zijn. Niemand van u kan uitleggen wat dat betekent, dat het niet pro forma mag zijn. Het zal met andere woorden opnieuw een rechtbank zijn die dat zal interpreteren. U hebt weer een vorm van ‘flou artistique’ gecreëerd, alleen maar om aan die burger duidelijk te maken dat u het lastiger gaat maken om protest aan te tekenen tegen een overheid en om die rechten finaal hard te laten gelden.

Ik ben er redelijk van overtuigd dat u hiermee juridisch met uw kop tegen de muur zult lopen en dat het een of twee zaken tot desnoods bij het Europees Hof zal kosten om hier een einde aan te maken, want dit is wettelijk niet in orde. Maar het zegt opnieuw iets over de mate waarin u de vrijheid van besturen wilt hebben om ergens een bocht rond te maken, om een mouw te passen aan een paar dingen die we hebben afgesproken, ‘maar waar we u toch niet mee gaan lastigvallen, mijnheer de initiatiefnemer. Het is spijtig dat we dat gezegd hebben. We hebben dat wel gezegd, maar dat was voor al diegenen die het wilden horen. Maar we gaan het toch niet zo doen dat jij daar ook last van hebt. We gaan dat wel regelen. En als we dat goed genoeg regelen, en we maken dat niet al te duidelijk en ze zijn te laat met hun bezwaar, dan kunnen ze er zelfs niet meer tegen in beroep gaan. Dan ben je er helemaal van af.’

Dat is de sfeer die u aan het creëren bent. Dat is de boodschap die u hier uitzendt. En dan hebben, mijnheer Ronse, alle grote principes die we samen onderschrijven – en ik zal ze met u blijven onderschrijven totdat men ze uiteindelijk misschien uit diepe schaamte eens in de praktijk zal toepassen ook – geen enkele waarde. Dan verkoopt u een hoop holle praat. En dan zult u in de toekomst vooral geconfronteerd blijven met de eeuwige strijd die we nu al jaren voeren in deze regio – deze zogenaamd goed bestuurde regio, want wat we zelf doen, doen we beter – met de continue guerrilla rond gefoefel, geregel, gedineer en ge-wine-and-dine, waarvan de Raad van State u zó een grote waslijst kan schrijven als het over ruimtelijke ordening en milieuvergunningen gaat.

En we krijgen er nog elke dag nieuwe voorbeelden van. We zijn elke keer opnieuw gefrustreerd over het feit dat die lastige burgers in beroep gaan tegen vergunningen. Wel, als we het hun goed zouden kunnen uitleggen, met duidelijke regels, gebaseerd op het algemeen belang, dan zou er geen enkel van die beroepen succes hebben en dan had u daar geen enkel probleem mee. Als u bang bent voor die beroepen en ze probeert te beperken, zelfs op een manier die eigenlijk niet strookt met opnieuw die grote principes die we ooit zijn aangegaan inzake rechtsbescherming en het Verdrag van Aarhus, dat u zo na aan het hart ligt, minister – als u denkt dat u het op die manier gaat oplossen, gaat u alleen maar de pijn verder rekken.

Deze regering zegt de hele tijd dat toekomstige generaties belangrijk zijn, maar u gaat de moeilijkheden voor die toekomstige generaties om het op termijn recht te zetten, de hele rommel op te ruimen, alle bijkomende dingen die u nu weer gaat toelaten in een aantal gebieden – want door het opheffen van verkavelingsvoorschriften en verdichtingen zonder dat u daarbij regelt dat het ook goed ontsloten moet zijn, gaat u opnieuw in een aantal tuinen bijkomende koterijen laten bouwen omdat daar geld mee te verdienen valt, en dan vaststellen dat je daar niet weg raakt omdat er geen trein, geen bus of wat dan ook rijdt – u gaat op die manier, en los van alle holle woorden en grote principes, de pijn alleen maar verder rekken. U gaat, in ieder geval op dat vlak, de Vlaamse malgoverno alleen maar verder rekken. Proficiat, maar sp.a zal in ieder geval niet meestemmen. Dank u wel. (Applaus bij sp.a)

Collega Tobback, ik heb een dubbel gevoel. Aan de ene kant vind ik het bijzonder spijtig dat ik hier in het parlement tegen u moet debatteren omdat ik weet dat we het fundamenteel eens zijn over de principes rond ruimtelijke ordening. Aan de andere kant bent u een fantastisch debater, u kunt de dingen mooi uitleggen en u kunt eigenlijk alles verkopen, maar hier zijn we het toch aan onszelf verplicht om uw verhaal dat u nu gebracht hebt, te weerleggen.

Ikzelf ben een jong parlementslid. Het is mijn eerste legislatuur hier. Ruimtelijke ordening is, net zoals voor u, een thema dat mij bijzonder aan het hart ligt omdat ik denk dat alle maatschappelijke zaken zoals file, klimaat en noem maar op er voor een deel aan de grondslag van liggen. Ik vind het bijzonder, bijzonder spijtig dat u een dergelijke bloemlezing geeft over dit ontwerp van decreet en een intentieproces maakt.

U hebt het as-builtattest op een leuke manier voorgesteld, maar u hebt er niet bij verteld dat het as-builtattest absoluut geen regularisatie van bouwmisdrijven of bouwafwijkingen inhoudt. Eigenlijk is het as-builtattest iets waar u als socialist, bekommerd om de consument, enorm hard voor moet zijn, want het is eigenlijk een attest dat aan de koper van een woning of een pand zekerheid geeft dat er geen bouwmisdrijven op zitten. U verwoordt onze trechterprocedure inzake bezwaar tijdens openbaar beroep, als ‘je wilt de burger uitschakelen’ terwijl wij – we kunnen daar principieel van mening over verschillen – dat net doen om de burger meer te engageren en meer te betrekken in dat openbaar onderzoek. Er worden soms ook karikaturen van gemaakt, zoals iemand die op reis is en het niet heeft gezien enzovoort. Collega Ceyssens heeft verwezen naar al die uitzonderingsmogelijkheden waarin is voorzien.

U hebt ook aangegeven dat deze regelgeving en de amendementen vooral uitgaan van ‘die kan daar niet verder bouwen’, ‘die zit daar met een probleem’ enzovoort. Dat zal wel zijn zeker, als er amendementen worden ingediend, als we regelgeving maken, dat dat op zijn minst geïnspireerd is op een aantal concrete voorbeelden die uit het leven zijn gegrepen. Dat zal wel zijn! We leven in Vlaanderen, een regio van 6 miljoen inwoners. Bepaalde dingen in ruimtelijke ordening moet je verzoenen, een stuk rechtszekerheid en de mogelijkheid om door te doen. Maar er is op geen enkele manier een amendement ingediend dat aan een zeker concreet dossier wil tegemoetkomen.

Collega Pira heeft het vaak over een amendement rond ontginningen. Het enige wat daarin staat is dat in ontginningsgebied je naast het ontginnen van de stof, die grondstof ook kunt verrijken. Ik denk dat dat in een zinvol cradle-to-cradleprincipe en duurzaam gebruik kan passen.

Ik vind het bijzonder, bijzonder spijtig dat hier een dergelijk intentieproces wordt gemaakt over een ontwerp van decreet dat verdorie voor een eerste keer sinds lang eindelijk een echte stap is naar behoud van open ruimte, naar een bouwshift. Ik hoop dat u effectief – zoals u ook bent begonnen – het principe van ‘the proof of the pudding is in the eating’ zult hanteren en hier geen intentieproces zult maken van het werk van enerzijds een regering en anderzijds een parlement dat het goed meent met de ruimtelijke ordening in Vlaanderen en daar inderdaad echt een revolutie in wil ontketenen.

Mijnheer Tobback, ik betreur dat u dit wetgevend werk een beetje afdoet als gesjoemel en gefoefel. U bent een zeer sterk redenaar, ik geef dat grif toe, en u verstaat de kunst om de lachers op uw hand te krijgen, maar erg diep bent u niet op de inhoud ingegaan. Maar ik wil toch repliceren op drie bemerkingen die u hebt gemaakt.

Uw as-builtattest, wel, mijnheer Tobback, in een ideale wereld zouden we inderdaad bij elke bouwwerf een inspecteur hebben om te kunnen vaststellen of het betonniveau, de vloerspiegel, tot op de centimeter juist ligt, of alles tot op de centimeter juist ingeplant is, of er nergens enige uitstulping in de bouw verschijnt die niet vergund is enzovoort. Voor alle duidelijkheid: het as-builtattest is geen regularisatie.

Ik denk dat u ze de kost niet wilt geven, we kunnen nog heel lang fulmineren over alle fouten uit het verleden, dat is niet de taak van het parlement, van ons wordt verwacht dat we oplossingen aanreiken, maar er staan in Vlaanderen nog gebouwen genoeg die hoofdzakelijk vergund zijn, maar die – ik zeg maar iets – een halve meter verkeerd ingeplant zijn.

Binnen een BPA of RUP waar de afstand tot de perceelgrens zo is vastgelegd dat daar niet van af te wijken valt, zal je maar het koppel zijn dat in volle vertrouwen de woning koopt. Als je dan stedenbouwkundige inlichtingen gaat vragen bij de notaris, zijn er geen inbreuken gekend. De dag dat het koppel naar het gemeentehuis stapt met een nieuw inplantingsplan voor een bijkomende vergunning, voltrekt zich een drama. Wij wensen niet tegen die mensen te zeggen dat er in het verleden fouten gebeurd zijn en dat het in Nederland zus en zo gaat. Wij wensen die mensen te beschermen tegen die verkeerde aankoop. Dat zou ook uw bekommernis moeten zijn.

Ik neem akte van uw uitspraak: ‘in landschappelijk waardevol agrarisch gebied mag niet worden gebouwd’. Dat hebt u hier letterlijk gezegd. Dat betekent eigenlijk dat u tegen de landbouwers in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied zegt: ‘Kijk, jongen, op termijn is het hier voor u gedaan, want je kunt hier niks meer.’

Wij hebben daar een duidelijk kader voor uitgewerkt met de nodige afwegingen om duidelijkheid te scheppen voor iedereen.

Pro forma, mijnheer Tobback, dat betekent dat iemand bezwaar indient om zijn inspraakrecht te vrijwaren. Vanaf het moment dat iemand bezwaar indient met die of die reden, dan is dat geen pro-formabezwaar meer. En zo gaan de meeste lokale besturen daarmee om. Dus hou op met te zeggen dat men hier de burger inspraak wil ontzeggen, integendeel, ik ben ervan overtuigd dat dit ervoor gaat zorgen dat iedere burger kritischer naar een openbaar onderzoek gaat kijken. Misschien kunnen er zelfs meer bezwaren worden ingediend. Een bestuur dat lef heeft, niet een bestuur dat bang is, ontvangt dat met open armen, want dat kan alleen maar leiden tot een betere besluitvorming.

Collega's, ik wil de discussie niet nodeloos rekken, of de commissievergadering overdoen. Ik wil gerust, als u daarop staat, nog een aantal andere voorbeelden aanhalen waarbij men wanhopig probeert fouten uit het verleden recht te zetten, niet door inderdaad, zoals op sommige plaatsen zou moeten gebeuren, de fysieke situatie bij te sturen, maar door er dan maar de spons over te vegen.

Een ander voorbeeld, mijnheer Ceyssens, van op maat gemaakte amendementen is dat waarbij men zegt dat we rond een aantal historisch gegroeide tuincentra de zaken ook weer maar gaan laten passeren. Een aantal van die centra staan gewoon niet waar ze zouden moeten staan en zouden dus beter verdwijnen. Het feit dat men een bepaalde grond van bestemming laat veranderen, hoeft niet te betekenen dat men de eigenaar in de kou zet. Men kan eigendomsrechten garanderen, men kan oplossingen vinden. Maar in een aantal gevallen zouden we allemaal moeten weten – in welk soort gebied het ook moge wezen – dat er in Vlaanderen meer dan genoeg situaties bestaan waar de enige logische duurzame consequente oplossing het algemeen belang voor iedereen is. Dat men met compensatie voor de getroffenen de zaak gewoon fysiek rechtzet.

U doet dat niet. U rekt daarmee niet alleen de miserie van een eigenaar in een bepaalde situatie, maar tegelijk ook nog eens de hinder die daarmee wordt gecreëerd voor een hoop anderen die geen eigenaar zijn van het betrokken gebouw, centrum, activiteit of wat dan ook. Zij moeten er dan maar forever last van ondervinden, ook al hadden ze er oorspronkelijk nooit last van moeten ondervinden.

Eigenlijk hadden we van in het begin gezegd dat dit hier niet kon. We hebben als overheid ons werk niet gedaan en het toch laten gebeuren. In plaats van het dan recht te zetten, neen, zetten we het niet voor de gehinderden recht, maar wel voor degenen die eigenlijk al van onze laksheid hebben mogen profiteren. Jullie omwonenden, gebruikers van die weg, die constant met problemen worden geconfronteerd, het spijt ons zeer, maar die problemen zullen blijven bestaan, want wij hebben niet het lef om onze eigen fouten recht te zetten op een manier die u helpt. Het dient de belangen niet van al diegenen die eigenlijk niets hebben misdaan, geen enkele fout hebben gemaakt, er geen enkele verantwoordelijkheid aan hebben, de laatsten zijn die vertrouwd zijn met ons systeem van ruimtelijke ordening en hoe ermee om te gaan, omdat we niet het lef hebben om fouten die in het verleden zijn gemaakt – door wie ook, door welke partij ook –,op een serieuze manier recht te zetten. Dat is blijkbaar heel, heel erg moeilijk.

Collega Ronse, nogmaals, ik wil wel graag met u zeggen dat we het menen. Ik kan vanuit de oppositie zeggen dat we het natuurlijk menen, heel graag menen, maar u maakt dan decreten waarin er niet geweldig staat dat u het meent, en vandaag de dag zijn er nog altijd keer op keer voorbeelden– en ik ga niet in op de polemieken van de afgelopen dagen – waar men er een loopje mee neemt, en dan mag u nog zoveel zeggen dat u het meent. Mevrouw De Ridder, u moet niet kwaad worden, ik heb u zelfs niet aangekeken. Wie zegt dat het over u gaat? U moet dat niet altijd zo persoonlijk nemen. Maar goed, blijkbaar is het toch heel, heel erg moeilijk om daar iets aan te doen. In de afgelopen dagen heeft iemand gezegd dat er, wat ruimtelijke ordening betreft, blijkbaar wordt teruggaan naar de jaren 50 waarin je moest zorgen dat je met de juiste persoon op goede voet stond en dan kreeg je je vergunningen wel. Ik zie hier geen intentie om daar op een sluitende manier iets aan te doen, mijnheer Ronse, – en ik betwist uw engagement niet of dat u het niet goed meent –, maar met uw goede bedoelingen alleen zult u er niet komen. Ik zie hier geen fysieke uitwerking van al die goede bedoelingen.

Collega Ceyssens, ik ben niet de enige die rond de bezwaarplicht die u instelt, opmerkingen maakt. Nog eens, als de Raad van State zegt dat dit eigenlijk niet strookt met de wettelijke verplichtingen, dan is dat een probleem. U hebt er in de commissiebespreking nergens op geantwoord. Als de eigen strategische adviesraad zegt dat dit een probleem is, dan hebt u dat in de commissie nergens kunnen weerleggen. De opmerkingen over landschappelijk waardevol agrarisch gebied, over de tuincentra, komen ook uit de hele adviesprocedure. U hebt die op geen enkel moment kunnen weerleggen. Dus ja, we zullen in de praktijk wel kijken wat ervan komt en Hens zal het eerste voorbeeld zijn. Goed, laat ons nu maar echt duidelijk maken dat u op dit moment, en in ieder geval met de procedure waarop dit ontwerp van decreet tot stand is gekomen, niet echt veel aanleiding hebt gegeven om er volle vertrouwen in te hebben. Maar ik reken op u.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Ik had gehoopt het debat niet op een laag niveau te moeten voeren, maar, collega Tobback, u dwingt er mij nu toch toe. Ik heb nog nooit dit argument gebruikt, maar wat hebben de vorige regeringen, op niveau van ruimtelijke ordening, waar ook u in zat – en ik weet dat u dit argument niet graag hoort – gedaan? Dit is een regering die komaf maakt met signaalgebieden. Dit is een regering die de basis ligt van een bouwshift. 

Dit is ook een regering die komaf moet maken met alle rotzooi op het vlak van ruimtelijke ordening die er de laatste vijftig jaar in Vlaanderen is geweest. De hele ruimtelijke ordening hangt met spuug aan elkaar. Over de laatste vijftig jaar is er inderdaad heel weinig handhaving geweest waardoor bepaalde vormen van ondernemerschap, zoals de tuincentra, gedoogd zijn, ontstaan zijn, waar er veel werkgelegenheid is en waarover we ons als samenleving inderdaad de vraag moeten stellen wat we ermee gaan doen. Je kunt inderdaad simplistisch zeggen dat wij een regering en het parlement zijn die zeggen: ‘Die gasten hebben jarenlang geprofiteerd van de overheid. We gaan dat regulariseren.’ Zo simpel is de werkelijkheid niet, collega Tobback. Als je met een aantal van die spelers gaat spreken, dan zie je dat die werkelijkheid veel complexer is en dat er geen gom bestaat om dat geklooi uit het verleden zomaar uit te gommen.

Wij zijn een meerderheid – en ik ben blij dat ik daartoe behoor – die daar eindelijk komaf mee maakt. En in sommige gevallen is dat inderdaad een regularisatie. En je kunt je daar soms vragen bij stellen. Maar ik doe het liever op die manier dan in simplismen te vervallen en een intentieproces te maken zoals u nu eigenlijk maakt. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, collega's, ik heb goed geluisterd. Eigenlijk kan ik tot de conclusie komen dat iedereen het eens is over de principes. Iedereen is het ermee eens dat we de schaarse resterende open ruimte in Vlaanderen veiligstellen. Iedereen wil ook dat we de nieuwe woonvormen faciliteren en dat we daarvoor de juiste context schetsen. Ook wil iedereen meer rechtszekerheid – dat heb ik vandaag al een paar keer, van alle partijen, gehoord – en vindt iedereen dat vereenvoudiging belangrijk is. Dat is wat we doen. We doen het dan wellicht, mijnheer Tobback – om mij dan specifiek naar u te richten – op een andere manier dan u dat zou doen.

Ik herinner mij nog zeer goed de beelden van de bulldozers, mijnheer Tobback. Ik denk dat die beelden op het netvlies van heel wat Vlamingen gebrand staan. Het was de tijd van de bulldozers, waarbij alles wat in het verleden fout was gelopen, soms zonder dat mensen het beseften of wisten, werd platgelegd. Ik herinner me nog dat ministers Stevaert en Baldewijns met bulldozers hele huizen en gebouwen platlegden. Dat is niet wat wij willen doen. Maar ik heb het daarnet duidelijk in uw pleidooi gehoord, mijnheer Tobback: ‘Maak er komaf mee, maak het met de grond gelijk.’ Wij kiezen daar niet voor. Wij doen dat op een andere, gedragen manier, waarbij we stap voor stap de resterende open ruimte verder willen beschermen.

Hoe zullen we dat doen? Ik zal een aantal concrete voorbeelden geven. Heel wat van de heel concrete zaken die in dit ontwerp van decreet staan, zijn hier al overlopen. Toch wil ik er een paar heel kort schetsen, want de tijd is natuurlijk schaars en het is al bijzonder laat. (Opmerkingen)

Eerst en vooral: wat zit er in dit ontwerp van decreet? In dit ontwerp zit heel expliciet de rechtsgrond om het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de strategische visie open ruimte te verankeren. Dat is een heel belangrijk punt voor de vereenvoudiging, maar ook voor het mogelijk maken van de nieuwe woonvormen. Wat zit er in het ontwerp? Oude verkavelingsvoorschriften die nu vaak belemmeren dat bijvoorbeeld een groot huis kan worden verbouwd tot twee of drie woningen, kunnen geen grond meer zijn om die nieuwe woonvormen te weigeren.

Wat doen we verder? Er komt een sterke vereenvoudiging voor de burger. Als je in een verkaveling woont en je wilt bijvoorbeeld je huis verbouwen, maar dat komt niet helemaal overheen met de verkaveling, dan moet je nu huis aan huis, aan al je buren in de verkaveling, met een handtekening toestemming vragen om dat te mogen doen. Wij maken daar komaf mee. We zeggen tegen die mensen: je moet niet meer om al die handtekeningen gaan schooien. Je kunt er op een gemakkelijkere manier voor zorgen dat die nieuwe woonvormen ook in die oude verkavelingen mogelijk zijn.

We zorgen er ook voor dat mensen zorg kunnen dragen voor elkaar, in een zorgwoning. Soms willen oudere mensen die hulpbehoevend zijn bij hun kinderen gaan wonen. Wij zorgen ervoor dat meer mensen daarvoor in aanmerking komen, dat het op een gemakkelijke manier kan en dat je daarvoor geen vergunning nodig hebt. We zorgen ervoor dat het gemakkelijker is, dat het eenvoudiger en sneller kan. Meer mensen kunnen zo zorg dragen voor elkaar.

Een volgend punt zijn de overstromingsgebieden, gebieden waar er wateroverlast is. We hebben de moed om te zeggen: wel, daar mag niet meer worden gebouwd, we geven daar oplossingen. Dat zit in het ontwerp van decreet, om daarvoor de rechtsgrond te creëren.

Er is al heel wat gezegd over het waardevol landschappelijk agrarisch gebied, alsof er in het ontwerp van decreet staat dat nu plots alles kan worden volgebouwd. Dat staat er niet. Het moet grondig worden gemotiveerd. We bieden gewoon duidelijkheid op basis van een aantal procedures. Waar tegenstrijdige berichten zijn, zetten we nu de puntjes op de i, zeggen we heel duidelijk: dat of dat kan niet meer in waardevol landschappelijk agrarisch gebied.

Er wordt heel veel gezegd over de tuincentra. Waarover gaat het? We kennen allemaal een serre die niet meer dienstig is voor de activiteit waarvoor ze ooit werd gebouwd. En dan begint iemand bijvoorbeeld spontaan organisch met een tuincentrum. Maar eigenlijk mag dat planologisch niet. Wij zeggen niet dat alle tuincentra met één pennentrek kunnen worden opgelost. Maar wij voorzien hier in een planologisch attest. Dat is iets wat al bestaat voor bedrijven die zonevreemd zijn. Die situaties zijn gaandeweg gegroeid. Wij zorgen ervoor dat die mensen ook rechtszekerheid kunnen krijgen en eventueel ook een attest kunnen aanvragen, om nadien in orde te kunnen worden gesteld met de situatie die historisch zo is gegroeid.

Een laatste punt waarover ook heel veel onwaarheid wordt verteld, heeft betrekking op het feit dat men zijn bezwaar kenbaar moet maken in de procedure. Wie dat niet heeft gedaan, kan nadien niet naar de Raad van State gaan. Dat heeft niet als bedoeling mensen monddood te maken, integendeel. De bedoeling is juist om aan het begin van de procedure bezwaren kenbaar te maken zodat de overheid die moet beslissen over de vergunning, kan zien waar het probleem zit en waar daarvoor een oplossing kan worden gezocht. Als iemand zijn bezwaren niet kenbaar maakt, dan kan de vergunningverlenende overheid er geen rekening mee houden. Dus, iemand maakt zijn bezwaar bekend, de overheid gaat daar al of niet op in en zoekt naar een oplossing. Als er niet op ingegaan wordt, dan kan die persoon naar de Raad van State stappen. Ik vind dat de doodnormaalste zaak. Wie de kans heeft, moet reeds in het openbaar onderzoek zijn of haar bezwaren kenbaar maken. Bij overmacht, als men ziek of op vakantie was, dan staat in het decreet ingeschreven dat men in dat geval wel nog naar de Raad van State kan gaan.

In het ontwerp van decreet staat ook dat als de vergunningverlenende overheid plotseling iets verandert bij de definitieve beslissing dat niet duidelijk was bij het openbaar onderzoek waardoor men geen bezwaar kon indienen, men dan ook nog zijn recht kan laten gelden. Ook dat is geregeld.

Het is heel belangrijk om snel rechtszekerheid te geven zowel aan de initiatiefnemer als aan wie zorgen of bezwaren heeft. Op die manier wordt veel sneller duidelijkheid en rechtszekerheid gegeven in de procedure. Het is niet het beknotten van de inspraak maar net inspraak aanmoedigen en ervoor zorgen dat er sneller een antwoord op kan worden gegeven.

Dit zijn maar een paar elementen die heel belangrijk zijn en die heel wat effecten zullen hebben op het terrein en waar iedereen mee aan de slag kan. Op die manier zorgen we ervoor dat we de open ruimte veiligstellen en dat we nieuwe woonvormen, dichter wonen, creatiever wonen mogelijk maken. Verder bieden we oplossingen voor zaken die historisch gegroeid zijn. Daar kan niemand zomaar schuldig voor worden bevonden. Heel veel zaken lopen al heel lang. Het is goed om ook daar die rechtszekerheid en duidelijkheid te geven.

Lokale besturen kunnen hiermee aan de slag en kunnen er op alle fronten voor zorgen dat de ruimte minder rommelig wordt. Nogmaals, we kiezen voor een weg die haalbaar, aanvaardbaar en betaalbaar is om tegen 2040 naar 0 hectare inname van open ruimte te gaan. We starten als dit in het Belgisch Staatsblad is verschenen. We zullen ook voortdoen. Er komen nog tal van werven aan, maar ik ben ervan overtuigd dat dit een heel belangrijke mijlpaal is. Ik hoop dat iedereen dit inziet en dat we de resultaten in de praktijk zo snel mogelijk zullen vaststellen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2016-17, nr. 1149/9)

– De artikelen 1 tot en met 132 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 133. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2016-17, nr. 1149/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 134 tot en met 242 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.