U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 29 november 2017, 14.01u

Voorzitter
van Mercedes Van Volcem aan minister Liesbeth Homans, beantwoord door minister Philippe Muyters
96 (2017-2018)
De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister Muyters.

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Ik zou zeggen: mevrouw Homans, u ziet er goed uit. (Gelach)

Ik had een vraag gesteld over integratie, minister, maar ik ben zeker even blij met uw aanwezigheid. U weet dat ik integratie opvolg, maar integratie is natuurlijk een beetje een horizontale bevoegdheid. Verschillende ministers moeten daar hun steentje bijdragen.

Wat mij is opgevallen, en u wellicht ook, is dat we in Vlaanderen met een eigenaardig fenomeen zitten. We zien dat mensen uit kansengroepen weinig participeren aan sport, of toch minder dan anderen. En we zien ook dat Vlaanderen gesegregeerd sport. Natuurlijk doet iedereen in zijn vrije tijd wat hij wil. Ik sport bijvoorbeeld zeer weinig, er zijn anderen die dat heel veel doen. Maar als wij staan voor een samenleving die wil verbinden, moeten we het samenleven bevorderen, ook in de sport. Ik heb uw beleidsbrief gelezen en ook die van de minister, en vroeger was het eigenlijk altijd zo dat sport van nature een hefboom was tot integratie. We zien dat in het voetbal. We zien dat in het boksen. Er zijn daar ook grote helden uit ontstaan. De Rode Duivels zijn daaruit ontstaan – dat is misschien iets minder voor u. (Opmerkingen)

Je leert om samen te fungeren. Als liberaal vind ik dat belangrijk, omdat daar je afkomst of je kleur niet telt. Er is één gemeenschappelijke doelstelling, en dat is samen met de ploeg winnen en vooruitgaan.

Minister, u hebt ook die studie gelezen en de cijfers gezien. Zult u uw beleid wat aanpassen of zult u extra inspanningen leveren, zodat we de integratie ook in de sport verbeteren?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, collega Van Volcem, waarom geef ik het antwoord? Omdat wij dat onderzoek mee hebben ondersteund. Ik heb het uiteraard grondig gelezen. Vrijdag is een delegatie van mijn kabinet naar de studiedag geweest die daarover ging. De vraag waarop geconcludeerd wordt waarom we te weinig zouden integreren via de sport, was de vraag die aan alle leden en vrijwilligers van de clubs werd gesteld, namelijk: ‘Beschouwt u zich als behorend tot een andere dan de Vlaamse, Belgische etnisch-culturele meerderheid, behoort u tot een etnisch-culturele minderheid?’ 2 procent antwoordde dat zij vonden dat zij daartoe behoorden, terwijl dat in de rest van Europa 4 procent was.

Daaruit afleiden dat de integratie wel of niet lukt, kan niet, ook niet met andere cijfers, te meer er in diezelfde studie nog iets duidelijk naar voren komt. Men is gaan kijken naar de populatie in die meer dan duizend clubs. In die populatie blijkt dat 64 procent van de clubs migranten insluit in de club. Dat is perfect hetzelfde cijfer als in de rest van Europa.

Ik heb nog een andere studie, die nog loopt maar waarvan mij de tussentijdse resultaten bekend zijn gemaakt. Die zegt dat onze Vlaamse federaties meer dan gemiddeld aan sociale inclusie doen. Dat is juist wat u vraagt. Als u mij vraagt of we een nieuw actieplan moeten hebben, dan kan ik u zeggen dat we uiteraard verder moeten doen met wat we bezig zijn. De collega's die in de commissie Sport zitten, weten dat er al veel acties bestaan ten aanzien van de sportclubs en de federaties om die sociale inclusie te bevorderen. We maken ook de combinatie van sport en werk om die sociale inclusie te bevorderen. De onderzoeker zelf zegt uitdrukkelijk dat hij een enorme vooruitgang ziet de laatste jaren, en daarom is hij ook hoopvol voor de toekomst.

Dus niets doen? Neen, we moeten verder doen met het beleid en de acties in de sport zoals we bezig zijn, maar ik denk niet dat we vandaag moeten zeggen – dat is ook de houding van minister Homans – dat we een nieuw actieplan nodig hebben binnen de sport om de sociale inclusie te bevorderen.

Minister, dank u voor uw antwoord. Er gebeuren inderdaad inspanningen. Mensen gaan ook meer sporten. In tien jaar tijd is meer dan een derde aan het sporten. Het is toch wel belangrijk dat we daar blijvend inspanningen voor leveren. Je kunt toch niet zeggen dat er geen samenlevingsprobleem is. We zien het meer dan ooit. Het is een aandachtspunt dat ik wilde meegeven.

Sport blijft een hefboom. De sportclubs hebben, zoals u zegt, van nature altijd inspanningen geleverd. Mijn vraag is alleen, als ik zie dat we het een beetje slechter doen dan Nederland en Duitsland, dat dat toch een aandachtspunt blijft voor het beleid, namelijk sport in de klas maar bijvoorbeeld ook op het werk. De verschillende beleidsdomeinen moeten zich inspannen opdat we zouden kunnen samenleven. Wij staan voor een verbindend model. Dat is heel belangrijk. Sport is daar een hefboom toe.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Voorzitter, moeten we sport zien als een belangrijk onderdeel van het Vlaams integratiebeleid? Ik denk dat dat wel zo is. Sport kan zeker een instrument zijn voor de integratie van nieuwkomers. In het artikel dat ik afgelopen vrijdag las, staat dat slechts één op drie clubs leden met een migratieachtergrond heeft. Dat kun je voor een stukje geografisch verklaren, want in mijn dorp zou het bijvoorbeeld al veel moeilijker zijn om een multiculturele club te laten groeien.

Ik hoor sportsocioloog Scheerder zeggen dat Vlamingen met een migratieachtergrond hun gading vooral vinden in de buurtgebonden initiatieven. Het sprongetje naar de buurtsport is natuurlijk heel snel gemaakt, waar men vooral inzet op het aantrekken van jongeren met een migratieachtergrond en jongeren in armoede. Toch heeft slechts één gemeente op vijf in Vlaanderen een buurtsportaanbod. Dat bleek uit een nulmeting. Ondertussen is er ook een eenmeting geweest. Hebt u daar ondertussen de resultaten van? Wat gaat u doen om dat aanbod nog meer uit te breiden?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

De meeste sportclubs willen de beste club zijn en ze willen winnen met hun team, dus willen zij ook de beste spelers.

Ik hoor vanuit de sportwereld zelden dat ze maar bepaalde mensen willen. Nee, ze willen zoveel mogelijk talent en dus zo breed mogelijk gaan. Soms horen we wel de vraag hoe men bepaalde groepen kan bereiken. Meestal wordt men lid van een club omdat men er iemand kent. Uit het eigen netwerk komen, vraagt soms inspanningen.

Ik hoor u eigenlijk zeggen waarom de studie misschien niet relevant is. U zegt dat de vraagstelling niet de juiste is. Ik vind dat jammer. Ik zal niet ontkennen dat u veel doet en dat u stappen zet, maar als er een cijfer uit komt en je, ongeacht de vraagstelling en wat ze juist peilt, een internationale vergelijking krijgt, een ankerpunt, en je merkt dat er misschien iets schort, dan moeten we dat vastpakken. We moeten kijken of het beleid wel voldoende is en of we hoopvol kunnen zijn, of we nuances moeten aanbrengen, of ons versterken, of extra inzetten, aan de clubs hefbomen geven om aan de slag te gaan. Ik hoop dat u iets assertiever aan de slag gaat met die studie dan het wegzetten van de vraagstelling.

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Minister, dank u voor de juiste toonzetting en de juiste weergave van de cijfers. Toen ik de berichtgeving las, was ik ook verrast door de resultaten die daar werden gepubliceerd. Vorige week nog in de commissie Sport kwam er een kamerbrede consensus dat er heel wat inspanningen geleverd en resultaten geboekt zijn in de sportwereld.

Dat onderzoek aantoont dat we voortuitgang boeken, is voldoende hoopvol en moet ons sterken om deze weg verder te gaan. Ik vraag dan ook, minister, om met vereende krachten en met alle organisaties en tools verder aan de weg te blijven timmeren, want dat is nog nodig.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, als er op zoveel plaatsen kan worden geïntegreerd– in de arbeidsomgeving, op school en in de buurt –, dan kan dat zeker in de sport. Ik denk dat iedereen daarvan het belang absoluut onderschrijft. Maar als we lezen dat er in vergelijking met andere landen in Vlaanderen erg gesegregeerd wordt gesport – minister, u relativeert dat –, dan moet dit ons de ogen toch openen. Er is discussie over de juiste interpretatie en het belang van het onderzoek, dus moeten we dat onderzoek voortzetten en verduidelijken. Iedereen moet op één lijn geraken wat de feiten betreft.

We moeten de sportfederaties blijvend sensibiliseren om de sport via integratie te steunen. Uit de studie blijkt ook dat buurtgebonden sportinitiatieven het meest succes hebben. Daar vinden mensen met een migratieachtergrond juist wel de weg. Daar moeten we zeker verder op inzetten.

Ik zet de cijfers niet weg, ik wil ze wel juist interpreteren. Daarvoor was er ook die studiedag afgelopen vrijdag, om juist de kans te hebben om te horen wat de onderzoekers zelf naar voren brengen, mijnheer Kennes. Op die manier kan men de studie beter interpreteren, dat is alles wat ik wil doen. Ik zet ze niet weg, we moeten eraan werken, dat heeft iedereen door.

De leden van de commissie Sport hebben dat heel goed door. De heer Annouri heeft me vorige week donderdag bij de bespreking van de beleidsbrief nog een pluim gegeven. Ik neem die pluim graag aan. Hij zei dat we op de goede weg zitten. We werken daar al gedurende twee legislaturen zwaar aan. Een van de punten waar ik op werk, is precies die buurtsport. We hebben dat opgezet. Pleintjeswerking wordt het genoemd. We hebben proefprojecten gedaan in grote steden. Dat rollen we nu verder uit. Nee, ik ga daar zeker niet mee stoppen.

Mijnheer Moyaers, u hebt dat cijfer verkeerd gelezen. Het is omgekeerd. Eén derde heeft geen en twee derde heeft wel migranten in de club. 65 à 66 procent zit net op het Europese gemiddelde. Ik ben zelfs niet tevreden met dat Europese gemiddelde.

Ik ben gedurende zestien jaar coach en trainer geweest van een jongerenvoetbalclub. De integratie via die sport is heel belangrijk. Ik ga daar in mijn beleid, mevrouw Van Volcem, mee verder. Een van de nieuwe zaken die we proberen, is om sport mee te nemen naar jongeren die ongekwalificeerd op de arbeidsmarkt komen. Heel vaak zijn dat mensen met een migratieachtergrond. Wat we daar doen, is die jongeren attitudes en competenties meegeven via de sport. Dat is een ESF-project dat nu wordt opgestart en waar ik inderdaad de integratie via sport opnieuw op een heel belangrijke manier aanpak.

U vroeg of we blijven inzetten. Ja, dat doen we zeker. Gaan we de buurtsport als een van de voorbeelden houden? Doen we zeker. Gaan we verder met ook in werk en sport competenties en talenten mee te nemen? Gaan we ook doen.

Ik geef een ander voorbeeld. Voor de asielzoekers hebben we de Vertical Club opgezet waarbij we opnieuw een combinatie van werk en sport maken. Het ging over klimvaardigheden krijgen, om daarna hoogtewerker te worden. Ook die combinatie is een heel mooi voorbeeld van op welke manier je sport kunt gebruiken om die mensen snel te integreren, meer nog, zelfs te begeleiden naar een job in hun toekomst.

Ik heb jullie vragen gehoord om daar verder op in te zetten. Ik kan u garanderen dat ik dat heel zeker zal doen en met evenveel goesting.

Collega Van den Brandt, u vroeg of we hoopvol kunnen zijn. Als ik professor Scheerder mag geloven die zei dat de vooruitgang heel groot is en dat hij hoopvol is voor de toekomst, dan ga ik daar zeker mee verder en zal ik er nog meer voor zorgen dat er via sport wordt geïntegreerd.   

Minister, uw antwoord doet mij deugd. Participatie zowel op school, op het werk als in de sport, de cultuur en de jeugdvereniging blijft belangrijk als we willen samenleven. Sport ervaart bijna iedereen altijd als positief. Laat nu alstublieft geen ruis op die cijfers komen zodat we verder vooruitgang boeken en we samen winnen. Dat zou mooi zijn. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.