U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 15 november 2017, 14.04u

Voorzitter
van de Vlaamse Regering
1346 (2017-2018) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen onderwijs.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, het is een beetje jammer dat dit decreet houdende diverse bepalingen onderwijs zo heet, want het is eigenlijk niet zo divers. Het gaat om een aantal zeer concrete maatregelen. Mijn fractie heeft ze enthousiast goedgekeurd in de commissie. Collega’s, ik wil nog even uitleggen waarom wij dit belangrijk vinden.

De eerste bepaling gaat over het kleuteronderwijs. Voor de aangroei van het aantal anderstalige kleuters krijgen de kleuterscholen ook in het schooljaar 2017-2018 950 euro extra per kleuter van anderstalige nieuwkomers. Dit zijn gekleurde middelen voor taalverwerving Nederlands.

Dat is belangrijk om twee redenen. Ten eerste voor de kleuter zelf. We weten ondertussen genoegzaam dat het beheersen van het Nederlands als onderwijstaal een cruciale factor is om te slagen in het Vlaamse onderwijs. Ten tweede ook voor de kleuterleiders en kleuterleidsters. Beeld u zich maar in, collega’s: het is verre van evident om voor een kleuterklas te staan met kinderen die allemaal verschillende talen spreken. Die hebben niet één gemeenschappelijke andere taal. Neen, die hebben allemaal een andere taal. Daarom is het goed dat we daarop inzetten.

Het is enkel voor het schooljaar 2017-2018. Het gaat om een verlenging van de jaarlijkse maatregel van de voorgaande jaren. De bron van die middelen zijn de asielmiddelen, de extra middelen waarin deze meerderheid heeft voorzien voor de opvang van de asielinstroom. Door maatregelen van de Federale Regering, onder het leiderschap en na het voorstel van onze staatssecretaris Theo Francken, is de asielstroom tot behapbare aantallen gereduceerd. Dat wil natuurlijk zeggen dat de middelen die daarnaast worden geplaatst om die asielinstroom op te vangen, in de toekomst zullen afnemen. Mag van onze fractie hierop in de toekomst ook nog worden ingezet met gerichte middelen voor het verwerven van Nederlands? Ja, maar we zullen dit jaar na jaar moeten bekijken.

Het tweede punt heeft de N-VA-fractie ook in het verleden al onder de aandacht gebracht. Nu is er eindelijk voor het volgende schooljaar een sterke aanzet. 5 miljoen euro zal worden gebruikt om in tso- en bso-richtingen in bepaalde studierichtingen in te zetten voor de didactische uitrusting van die scholen. Dit is belangrijk om tso en bso aan te vuren en in de kijker te zetten, en om ervoor te zorgen dat mensen die er naar een opendeurdag gaan, niet in een industrieel museum binnenstappen, maar wel een aantal moderne toestellen zien staan. We kunnen met die 5 miljoen euro niet alles opvangen. Daarvoor hebben we ook het duaal leren, het werkelijk leren en stages om in dat verband te kunnen werken.

De laatste belangrijke maatregel in dit beperkte decreet is de organieke opstart van het duaal leren. Collega’s, eindelijk! Duaal leren is een leervorm die we in Vlaanderen heel weinig onder de aandacht hebben gebracht. Zwitserland en Duitsland staan daarin al veel verder. Duaal leren is een positieve keuze om ook op de werkvloer te kunnen leren. In dit decreet staat dat we opleidingen duaal leren als voltijds onderwijs beschouwen. We erkennen dus dat er geleerd kan worden op de arbeidsmarkt, in bedrijven. Ik zie hierover heel veel enthousiasme: bij leerlingen in de eerste plaats, maar ook bij ouders, leerkrachten en sectoren.

Ja, wij hebben proefprojecten. Allicht zullen collega’s er zo dadelijk op wijzen dat we eerst de proefprojecten helemaal hadden moeten evalueren alvorens ze verder uit te rollen. Maar dat zou de dynamiek die er momenteel op het veld is, tegenhouden. Het feit dat er kan worden gestart met duaal leren op 1 september 2018 wil niet zeggen dat men móét starten. Men kán starten. Zullen we bijsturen? Ja, collega’s, we zullen bijsturen. Maar laat ons de dynamiek die er op dit moment op het terrein is, niet tegenhouden. Laat ons alstublieft de kansen die we nu voor deze jongeren hebben – want daar gaat het over – om ook op de arbeidsmarkt en in het werkveld te leren, bewaren.

Dit, collega’s, zijn de redenen waarom de N-VA met veel enthousiasme deze drie punten die in het decreet staan, zal goedkeuren. 

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Onze fractie zal het voorliggende decreet met overtuiging goedkeuren. Ik zal de drie elementen overlopen. Het eerste is de terechte verlenging van de bijkomende middelen ter ondersteuning van anderstalige kleuters. Tijdens de bespreking van het decreet in de commissie heb ik er al op gewezen dat in de memorie van toelichting uitdrukkelijk staat dat de totale ontwikkeling van de kleuter belangrijk is. We zijn enthousiast over de tweede maatregel, namelijk de bijkomende werkingsmiddelen voor technische uitrusting. Dit is al een oude vraag van onze fractie en van mijzelf en we zijn uitermate tevreden dat hierop ingegaan wordt, en voor ons mogen deze bijkomende middelen recurrent worden. Ten slotte, wat betreft het duaal leren, blijft dit hier beperkt tot een organiek kader, en het eigenlijke decreet met de bijhorende discussies komt op een later tijdstip.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik zal niet herhalen wat de collega’s van de meerderheid al gezegd hebben. De verlenging van de bijkomende 950 euro is een goede maatregel. Die maatregel is destijds, na lange gesprekken in het parlement, opgestart. We gaan dit nu voor de derde keer doen. Het zou goed zijn, mocht er, bijvoorbeeld door de inspectie en de pedagogische begeleiding, een beeld geschetst worden van wat er de afgelopen jaren met die middelen gebeurd is. Sommige scholen hebben ingezet op taalbeleidscoördinatoren, op personeel dus, en andere op pedagogisch, didactisch en digitaal materiaal, en bij nog andere scholen was het een mix van die twee. Weten wat werkt en wat niet werkt, is een grote hulp voor scholen die voor het eerst met deze problematiek in aanraking komen en die in de toekomst met die middelen aan de slag kunnen. Een bedenking die ik aan iedereen meegeef, is wel dat het de derde keer is dat we het voor één jaar verlengen. We moeten erover nadenken om de maatregel recurrent te maken. Je kunt dat telkens aanzien als een extra investering, maar scholen plannen graag op voorhand, en als ze langer op voorhand weten dat die middelen komen, wordt het makkelijker om dat meerjarig te begroten.

De investering van 5 miljoen euro in de technische richtingen is een absoluut pluspunt. Het is goed dat het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3 en 4, hiervoor ook in aanmerking komt. Het zijn vaak ook scholen waar deze investeringen meer dan broodnodig zijn, omdat ze net werken met de zwakste leerlingen of met de kinderen die het grootste risico lopen in ons onderwijs. Dat zij ook opnieuw kunnen investeren, zal zeker op de werkvloer aangevoeld worden.

Ten slotte onderschrijf ik het enthousiasme dat uitgaat van de proefprojecten van heel veel leerlingen en leerkrachten. Er zijn nog wel kinderziektes en we moeten waakzaam blijven binnen het duaal leren. Maar dat we met dit decreet effectief een stap verder zetten is een pluspunt.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Er ligt een decreet diverse bepalingen onderwijs ter stemming dat een aantal inhoudelijke dossiers koppelt. We hebben bedenkingen bij elk van de inhoudelijke punten die al door collega’s zijn aangestipt. We vinden het goed dat er extra middelen worden vrijgemaakt voor anderstalige kleuters, maar ik vertel niets nieuws als ik zeg dat onze fractie vindt dat die middelen gecibleerd, maar vooral geïntegreerd, moeten worden ingezet en in klasverband moeten toekomen aan alle kleuters en in het bijzonder aan die met taalachterstand. Dat betekent dat je best een geïntegreerde leeromgeving creëert. Dat betekent ook dat we ons aansluiten bij het pleidooi van vele onderwijsspecialisten die een totaalbenadering voorstellen met een snelle integratie in het klasgebeuren van de allerkleinsten. Taalinitiatie is zeker een belangrijk aspect, maar een volledige pedagogisch-didactische benadering is minstens even belangrijk als we inclusief onderwijs maximaal willen nastreven.

Wat betreft de financiering van didactisch materiaal voor tso- en bso-opleidingen kunnen we blij zijn dat er 5 miljoen euro voorzien wordt. Dit is evenwel slechts eenmalig.

U weet dat sp.a vooral voorstander is van domeinscholen waarbij het technisch en het beroepsonderwijs kunnen worden opgewaardeerd en waarbij de tussenschotten die men lijkt te willen behouden in de hervorming van het secundair onderwijs, verdwijnen om zo aan die opwaardering te doen, naast materiële investeringen. Wat doet men hier? Men kiest daar waarschijnlijk bewust voor: men investeert per leerling, men geeft een dotatie per leerling. Dit bevoordeelt uiteraard de scholen met veel leerlingen, de grote scholen. Wij denken dat dat niet de juiste keuze is, omdat elke technische school uiteraard een voldoende goede basisuitrusting nodig heeft. Dat zult u door het vernevelen van de middelen zoals hier wordt voorgesteld, niet bereiken. Dit is eigenlijk het bevoordelen van grote scholen. Onder meer het VSOA Onderwijs is zeer kritisch in zijn advies over het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen onderwijs en stipt aan dat elke school een goede basisuitrusting moet hebben. Met dit ontwerp, met deze maatregelen, krijgen grotere scholen meer middelen ten nadele van nichestudiegebieden en scholen in dunbevolkte gebieden. Die maatregel realiseert een mattheuseffect.

Tot slot, voorzitter – dat zal u na aan het hart liggen – u weet dat wij hier altijd de gewoonte hebben om aan zorgvuldig decreetgevend werk te doen. In dit concreet geval was dat echter niet evident, omdat het ontwerp van decreet zeer laat werd overgemaakt aan de parlementsleden. Dan werd het wat op een drafje in de commissie behandeld en een week later wordt er hier in de plenaire vergadering al over gestemd. Dat getuigt niet van zorgvuldig bestuur. Het is onze taak als parlementslid om dat hier aan te brengen.

Een laatste punt waar de collega's al naar verwezen, is het duaal leren. Hier moet heel wat onderwijspartners toch wat van het hart. Het Christelijk Onderwijzersverbond (COV) en de Christelijke Onderwijscentrale (COC) gaven slechts een protocol van gedeeltelijk akkoord op dit ontwerp, meer bepaald omdat ze het niet eens zijn met het onzorgvuldig beleid dat in het kader van het duaal leren wordt gevoerd. Zij zeggen eigenlijk dat de logica in het onderwijsbeleid, en in eender welk beleid eigenlijk, ertoe strekt dat men vertrekt vanuit een visie op het duaal leren. De sp.a-fractie vindt de visie van deze regering een beetje minnetjes. Wij hadden graag gehad dat het duaal leren zou kunnen worden uitgerold in het volledige secundair onderwijs en dat het een volwaardige plek zou krijgen. Hier is het beperkt gebleven tot een niche en dat betreuren we.

De visie is niet geheel de onze, maar men gaat een aantal proeftuinen uitrollen en dat is een instrument dat sp.a toejuicht. We vinden het zinvol dat men in onderwijs eerst een aantal goede praktijken probeert uit te rollen vooraleer men effectief overgaat tot nieuwe organieke regelgeving. Dat kan ook ontzettend belangrijk zijn voor het nodige draagvlak om de nieuwe regelgeving duaal leren te laten slagen.

Wat blijkt nu? Men heeft nagelaten die proefprojecten volledig te laten lopen. Ze lopen nog tot het einde van het schooljaar 2019-2020. Men heeft geen tussentijdse evaluatie gepland. Men heeft ook nagelaten om de proeftuinen te laten aflopen, maar men confronteert wel het volledige onderwijsveld met die nieuwe regelgeving. Dat lijkt typerend zijn voor het beleid van deze regering op het vlak van onderwijs.

Dat noopt het COV en de COC in een protocol van gedeeltelijk akkoord tot de volgende evaluatie. Zij zeggen voorstander te zijn van een ernstig onderwijsbeleid, wat iets anders is dan een politiek onderwijsbeleid. Deze Vlaamse Regering laat politiek beleid systematisch primeren op onderwijsbeleid. Een voorbeeld daarvan is dat met dit voorontwerp van decreet het duaal leren organiek ingevoerd op 1 september 2018 zonder de evaluatie van het tijdelijk project af te wachten.

Het COV en de COC benadrukken hiermee dat de Vlaamse Regering haar eigen wetgeving ondergraaft, meer bepaald de tijdelijke projecten in het onderwijs uit het decreet van 9 december 2005. Zo hypothekeert deze Vlaamse Regering ook de haalbaarheid en de wenselijkheid van een organieke implementatie, dat in het bijzonder voorwerp van een evaluatie moet zijn met het oog op beleidsconclusies.

Voorzitter, dat is toch een zeer strenge beoordeling, een citaat overigens, van COC en COV, waar wij ons bij aansluiten. Moraal van het verhaal: deze Vlaamse Regering voert een politiek onderwijsbeleid en geen ernstig onderwijsbeleid. Dat is niet de eerste keer: zie zorgondersteuningsmodel, zie hervorming secundair onderwijs, allemaal gemiste kansen die maken dat we ter plaatse trappelen in het Vlaamse onderwijs, terwijl we een kwaliteitsvolle sprong voorwaarts nodig hebben. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Gennez, u richt zich tot mij, maar ik mag me niet in het debat mengen.

Ik praat graag tegen u, voorzitter, maar ik verwacht geen debat onder ons.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Het is een onderwijsdecreet met drie onderdelen. Ik zal kort zijn, want heel wat zaken zijn al gezegd.

De verlenging van de OKAN-middelen vinden wij op zich een goede zaak. Voor Groen mag dit recurrent worden verankerd. Wij delen ook de bezorgdheid van onder andere de Vlor maar ook van collega Gennez en andere mensen uit het onderwijsveld dat het geen zin heeft om te blijven focussen op de fetisj dat die middelen alleen kunnen worden ingezet voor taalverwerving. Natuurlijk is taalverwerving essentieel en extreem belangrijk voor nieuwkomers in onze maatschappij, daar zijn we het allemaal over eens, maar de vraag is hoe je dat het best realiseert. We zien bij kleuters die hier geboren en getogen zijn en de moedertaal wel spreken, dat welzijn zo essentieel is om vorderingen te maken in het kleuteronderwijs en om de taal te verwerven, en dat is zeker zo bij kinderen die al een traumatische ervaring achter de rug hebben of andere moeilijkheden kennen omdat ze uit gezinnen komen waar het sociaal-economisch ook moeilijk is. Dan is het nog veel moeilijker om te leren als welzijn niet in orde is. Het is veel zinvoller om het geïntegreerd aan te pakken en die fetisj los te laten. Kleuterleerkrachten en mensen die bezig zijn met kleuteronderwijs zullen dat wel doen maar misschien misleid zijn en zichzelf in vraag stellen en zich afvragen of ze goed bezig zijn, want ze moeten inzetten op taal. Als ze zouden inzetten op welzijn, zouden ze er automatisch voor zorgen dat het leren van de taal veel gemakkelijker verloopt. Voor ons is die focus dus overbodig. Taalverwerving is natuurlijk belangrijk maar voor ons hoeft het er zo niet in te staan.

Het is een goede zaak dat er extra middelen voor het technisch onderwijs komen om te investeren in materialen, maar we delen ook de bezorgdheid van de Vlor. De verdeling van de middelen is volgens ons niet de juiste. Het uitbreiden naar andere onderwijsvormen, zoals het deeltijds onderwijs en het volwassenenonderwijs, steunen wij, want ook daar zijn investeringen nodig.

De eerste twee punten zijn investeringen en extra middelen. Er kunnen vragen bij worden gesteld maar op zich is het een goede zaak dat die investeringen er komen. Het derde punt van het ontwerp van decreet, het duaal leren, op deze manier invoeren, minister, is niet goed. Het gaat over een fundamentele onderwijshervorming waar proefprojecten voor lopen. Ze moeten nog worden geëvalueerd. Er is nog niet eens een tussentijdse evaluatie geweest van de eerste jaren dat de proefprojecten aan de gang zijn. Er zijn in het onderwijsveld wel ernstige vragen over het duaal leren. Ik denk dat we allemaal voorstander zijn van een volwaardige onderwijsvorm duaal leren of leren en werken, leren in combinatie met het aanleren van een beroep op de werkvloer. Niemand kan daartegen zijn. We willen inderdaad dat dit volwaardig wordt ingevoerd, maar het moet ook goed zijn. We maken ons, samen met de mensen van het onderwijsveld, grote zorgen onder andere over de groep jongeren die niet arbeidsrijp zijn, de jongeren die het het moeilijkst hebben en op dit moment niet aan de bak komen. Net voor hen moest dat systeem ook in voege treden. Wat zien we nu? Die groep dreigt uit de boot te vallen. Dat is een grote bezorgdheid die wordt gedeeld door het onderwijsveld, waar nog geen antwoord op is. Er zijn nog andere vraagtekens ook. De match tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de plek die moet worden gevonden om aan werkplekleren te kunnen doen, verloopt ook niet vlot. Ook bij de begeleiding op de werkvloer worden vragen gesteld.

Dit zomaar invoeren, via een spoeddecreet, waarbij de Vlor niet eens een ernstig advies heeft kunnen geven, is onderwijsbeleid echt niet waardig. Minister, wij willen ons daar ten stelligste tegen verzetten.

Ik hoop dus dat er echt wel nog een evaluatie komt, en een grondige bespreking, dat dat duaal leren de aandacht en de ernstige behandeling krijgt die het verdient en dat dat niet halsoverkop wordt ingevoerd. Er zijn immers al zo veel hervormingen die op dit moment worden losgelaten op het onderwijs, en als ze niet doordacht gebeuren, voorzie ik problemen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Tenzij u antwoordt, voorzitter. U bent aangesproken.

De voorzitter

Ik mag niet. Dan moet u hier komen zitten. Dan zal ik daar komen zitten.

Dan zal ik dat met plezier doen.

Geachte leden, we hebben vorige week de bespreking van dit onderwerp van decreet gehad in de commissie Onderwijs. Ik zal kort ingaan op de drie puntjes.

Het klopt inderdaad dat dit ontwerp van decreet vrij vlug is geagendeerd. Dat heeft natuurlijk te maken met de middelen, die we nog in 2017 vrijmaken. Het gaat over extra OKAN-middelen, over middelen voor technische uitrusting. Als je nu nog middelen wilt toekennen aan scholen, dan moet je snel met een decreet werken of je geraakt er niet meer. Aangezien het hier over extra middelen gaat, denk ik dat het heel belangrijk is dat we die middelen nu nog kunnen inzetten.

Mevrouw Meuleman, u hebt natuurlijk gelijk dat er nog een grondige evaluatie moet komen wat duaal leren betreft. Dit gaat over enkele artikelen in het ontwerp van decreet die het mogelijk moeten maken voor scholen om duaal leren als structuuronderdeel aan te vragen in het geval dat we volgend schooljaar zouden starten met duaal leren. Het ontwerp van decreet over duaal leren op zich wordt nog ter goedkeuring voorgelegd aan het parlement. Dat komt er dus nog aan. Daar moet ook nog ten gronde over worden gediscussieerd. Er zal ook nog een evaluatie komen van de proefprojecten.

Het is echter natuurlijk gemakkelijk om in onderwijs altijd om bepaalde redenen te zeggen niks te zullen doen. Mevrouw Gennez, ik richt me nu specifiek tot u. Ik heb het er wat moeilijk mee als u zegt dat het op niets trekt dat we nu vooruit willen met duaal leren. Ik vind het van belang dat we nu verder gaan op ons elan. Er zijn een aantal scholen die zeer enthousiast met duaal leren werken. U zegt dat u dat liever breder ingevoerd zou zien. Ik zou dat ook graag breder ingevoerd zien, maar we moeten het stap per stap doen. Mijn administratie is nu tegen 200 kilometer per uur aan het werken om ervoor te zorgen dat die volledige gelijkwaardigheid wordt gegarandeerd, dat die voltijdse en duale opleidingen ook matchen. U weet immers dat jongeren ook moeten kunnen terugkeren. Stap per stap proberen we extra richtingen uit te rollen.

Ik heb begrepen dat u ook een grote fan bent van duaal leren. We zullen samen stap per stap ook bekijken hoe we dat duaal leren kunnen verbeteren, maar het ontwerp van decreet zelf dat duaal leren op zich regelt, komt nog naar het parlement. De maatregelen die nu in dit ontwerp zitten, zijn de maatregelen om het mogelijk te maken dat je een structuuronderdeel aanvraagt voor volgend schooljaar. Dat is dus de reden waarom dit ontwerp sneller is geagendeerd, zowel in de commissie als hier. Ik vond de bespreking in de commissie vorige week trouwens grondig. Iedereen heeft zijn opmerkingen kunnen maken. Alle partijen hebben dat ook gedaan, en nu in de plenaire vergadering worden de belangrijkste opmerkingen ook nog eens aangehaald.

Dan is er de inhoud. Die OKAN-middelen zijn eigenlijk geen OKAN-middelen: het zijn middelen voor anderstalige kleuters. Ik kan me voorstellen dat sommigen zeggen dat die miljoenen extra voor de kleutertjes beter voor globaal beleid worden ingezet. U weet echter dat deze maatregel tot stand is gekomen net voor die grote achterstand die er is bij anderstalige kleutertjes. Om zich goed te kunnen ontwikkelen, moeten ze de taal leren kennen en om die taal te leren kennen, zo zeggen kleuterscholen terecht, moet er didactisch materiaal worden gekocht. Dat is de reden waarom we die maatregel al twee jaar hebben ingevoerd.

Ik heb er – en ik heb dat vorige week ook gezegd – wat over getwijfeld of we nu nog een jaar extra zouden voorzien in die 950 euro per kleuter of niet, want we hebben inderdaad nog geen grondige evaluatie. Mijnheer De Ro, we hebben tegelijk echter ook de keuze gemaakt om scholen vrij te laten om daarmee te doen wat ze eigenlijk willen doen. We hebben dus ook geen grote rapportageverplichtingen opgelegd, maar we zijn wel in het kader van het onderzoek van het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek (SONO) aan het bekijken wat het effect is van taalstimuleringsmaatregelen voor kinderen, en dit kan daar uiteraard ook in worden meegenomen. Ik heb dat vorige week ook gezegd.

Wat de technische uitrusting betreft, we voorzien inderdaad in een eenmalige maatregel van 5 miljoen euro. Dat zijn middelen die we nog in 2017 vrijmaken omdat er, zoals u allen waarschijnlijk ook wel vaststelt, zeker in onze harde STEM-scholen (Science, Technology, Engineering and Mathematics), waarmee ik de richtingen bedoel die worden gekwalificeerd als STEM-richtingen, zeer veel infrastructuurnoden zijn. Daarom vraag ik uw goedkeuring om een injectie van 5 miljoen euro te kunnen geven.

We baseren ons daarvoor op een formule die indertijd door toenmalig minister Vandenbroucke is uitgevonden om per leerling een bedrag te geven. Dat is een aantal jaren geleden afgeschaft in het kader van een besparing. Ik vind het van belang dat we nu toch op deze manier een injectie kunnen geven vooraleer de hele BOS-operatie (bestuurlijke optimalisatie en schaalvergroting) afgehandeld is, want anders moesten we nog wachten. Zeker in het kader van de invoering van de hervorming van het secundair onderwijs lijkt het mij van belang dat we de injectie aan de technische scholen kunnen geven. Dat is de reden waarom we nu 5 miljoen euro vrijmaken. Ik begrijp dat sommigen zeggen dat het verneveld had moeten worden over veel meer studierichtingen, maar dan hadden we veel meer middelen nodig.

Mijnheer De Ro, ik dacht dat OV4 buitengewoon onderwijs inbegrepen is. (Opmerkingen van Jo De Ro)

Het was een positieve opmerking? Ik dacht dat dat u zei dat het goed zou zijn dat het erin zat, maar dat is dus opgenomen. Dat is een goede zaak omdat daar ook het duaal leren mogelijk zal worden.

Het is voor ons van belang dat we vooruit kunnen gaan in het duaal leren, maar uiteraard hangt de goedkeuring van dit ontwerp van decreet samen met de goedkeuring van het volledige ontwerp van decreet Duaal Leren waarin alle inhoudelijke zaken zullen worden opgenomen, ook de aanloopfase waarover daarnet opmerkingen zijn gemaakt.

Om deze redenen vraag ik uw vertrouwen om dit ontwerp van decreet goed te keuren.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1346/1)

– De artikelen 1 tot en met 10 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.