U bent hier

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, de Zorginspectie heeft voor het negende jaar op rij haar rapport ‘noodgedwongen opnames’ gepubliceerd. Een gedwongen opname is een beschermingsmaatregel voor mensen met een psychische aandoening waardoor ze wanneer ze een acuut gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen, kunnen worden opgenomen als er geen alternatief is.

Het is een federale wet, maar Vlaanderen heeft ook wel wat in de pap te brokken, namelijk het toezicht. Het is goed dat dat toezicht nauwgezet gebeurt. En dat blijkt ook uit het rapport. Het is goed dat Vlaanderen systematisch en nauwgezet het gebruik van die maatregel registreert.

Uit het rapport leren we dat het aantal opnames in Vlaanderen fors stijgt. Het aantal gedwongen opnames van minderjarigen op volwassenenafdelingen stijgt eveneens. Dat kan niet de bedoeling zijn. Dat hebben we al eerder gezegd bij verschillende gelegenheden. Er zijn flink wat regionale verschillen in het gebruik van die maatregel. Zo heeft men statistisch gezien meer kans op een gedwongen opname in de provincie Limburg dan in de provincie Antwerpen. Ik wil de Limburgse collega's geruststellen, dat heeft wat mij betreft niets te maken met de populatie. Dat is goed nieuws, want dan heeft het wel te maken met het beleid.

Minister, de conclusies zijn duidelijk, de pijnpunten komen duidelijk naar voren uit het rapport. Wat is er volgens u nodig? Wat gaat u doen om die pijnpunten weg te werken?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, elke dag worden bijna tien mensen gedwongen opgenomen in de psychiatrie in Vlaanderen. Een gedwongen opname is niet niks, en daarom zijn er ook drie belangrijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Er moet een ernstige en vastgestelde psychiatrische stoornis zijn, de persoon moet een gevaar zijn voor zichzelf of de samenleving, en alle andere mogelijkheden moeten uitgeput zijn. Van de tien gedwongen opnames per dag gaan er negen via de spoedprocedure. Wat in het leven is geroepen als de uitzondering, is intussen standaard geworden.

De heer Anseeuw heeft reeds verwezen naar de cijfers in het rapport van de Zorginspectie. Er is een stijging tout court. Er is een stijging bij de jongeren waarvan de helft op een volwassenenafdeling belandt en er zijn grote regionale verschillen. Dat zou niet mogen. De plaats waar men woont, mag niet bepalen of men al dan niet eindigt in een gedwongen opname. Minister, de cijfers van de gedwongen opnames worden stilaan bijzonder moeilijk voor de psychiatrische voorzieningen die gemachtigd zijn tot die opnames.

Uit uw reactie op het voorgaande rapport van de Zorginspectie over dwang bij kinderen blijkt dat u binnen uw bevoegdheden hierop actief wilt inzetten. In elk geval gaat u dat moeilijke probleem niet uit de weg. Rond gedwongen opnames moeten we actief werken. De maatregel op zich, maar zeker de spoedprocedure, wordt te vaak misbruikt. Minister, wat kunt u doen binnen uw bevoegdheden om minder oneigenlijk gebruik van deze beschermingsmaatregel te verkrijgen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, de cijfers zijn inderdaad opgenomen in een verslag van de Zorginspectie. Dat is niet zozeer het resultaat van een ronde in het kader van het handhavingsbeleid, maar een rapportage van de registraties die worden doorgegeven. Het is, neem ik aan, u bekend dat de wetgeving op de collocaties, de voorwaarden en de procedures met betrekking tot de beschermingsmaatregel voor personen met een geestesziekte, federale materie is. Zij duiden ook de psychiaters aan die ter zake een bevoegdheid krijgen. Zij moeten ook een aantal voorwaarden voor de diensten bepalen. De bevoegdheid bevindt zich dus minstens op twee niveaus.

Ik denk dat een aantal initiatieven die passen binnen een globaal geestelijk gezondheidsbeleid ook moeten helpen om het aantal gedwongen opnames te beperken. Wij moeten blijven inzetten op het wegwerken van vooroordelen ten opzichte van mentale fitheid en gezondheidsproblemen. Wij moeten blijven inzetten op een shift naar vroegdetectie en vroeginterventie. Het blijft mijn overtuiging – en dat gaan we doen in de jeugdhulp met de rechtstreeks toegankelijke hulp, waarin ook de eerstelijnspsychologische functies zitten – dat hoe sneller we kunnen interveniëren, hoe meer kans er is om een escalatie te vermijden. Dat onderdeel van ons beleid, ook in de Vlaamse bevoegdheden, moeten we dus echt wel doorzetten.

Ik denk dat inzetten op de samenwerking – en u hebt er een beetje op gealludeerd – tussen de huisarts, de politie, het Openbaar Ministerie, andere welzijnsactoren, zeker in een beweging van vermaatschappelijking van zorg, echt wel moet gebeuren en moet blijven gebeuren. Netwerkvorming, ook in de geestelijke gezondheidszorg, staat op vele agenda's. Er zijn heel wat oproepen, federaal en Vlaams, om afspraken over netwerken te maken. Ik denk dat het misschien toch eens interessant is om op dat niveau het overleg te stimuleren over die inderdaad merkwaardige verschillen tussen regio's. Het zal waarschijnlijk te maken hebben met de manier waarop men werkt en gewoon is te werken in bepaalde regio's. In het kader van het stimuleren van netwerken met veel partijen en stakeholders, is het misschien wel een thema dat op de agenda moet worden geplaatst.

We moeten verhoogde aandacht blijven hebben voor de toepassing van vrijheidsberovende maatregelen. Het parlement heeft dat ook. We hebben onlangs inderdaad de resultaten bekendgemaakt van de thematische inspectieronde over vrijheidsberoving in de kinderpsychiatrie. We mogen dat thema niet loslaten. U weet dat de zorginspectie ook in nieuwe sectoren een handhavingstraject in de thematische inspectieronde zal opnemen. Ik denk dat we daarop blijvend moeten inzetten.

U weet dat er intussen een onderzoek is gestart om heel specifiek te kunnen nagaan wat de reden is waarom jonge mensen plots toch nog in een cel moeten overnachten en wat de reden is waarom jongeren die gedwongen worden opgenomen, op een afdeling voor volwassenen terechtkomen. Die twee aspecten willen we met dat onderzoek analytisch onderzoeken. Wat zijn de triggers en de argumenten waarmee dat gebeurt om dan een aangepast beleid te kunnen voeren?

Het aantal kinderpsychiatrische diensten dat in aanmerking komt voor gedwongen opname, is beperkt. Men moet daarvoor erkend of aangeduid zijn. Wat we misschien voorzichtig ook eens moeten onderzoeken, is de vraag of we dit moeten beperken dan wel of we iets meer psychiatrische diensten die specifiek voor kinderen en jongeren zijn ingericht, moeten hebben zodat we meer kunnen vermijden dat, als het echt nodig is, men zich tot de volwassenenpsychiatrie richt.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we morgen nog zorgvuldiger moeten omspringen dan vandaag met gedwongen opnames.

Ik moet wel toegeven dat ik niet helemaal overtuigd ben door uw antwoord. U hebt in heel algemene termen een aantal principes naar voren geschoven over hoe een geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen er zou moeten uitzien – en ik onderschrijf ze allemaal –, alleen gaat het hier over een heel specifiek gegeven. Het gaat over het ingrijpen op de vrijheid van mensen, wat een fundamenteel mensenrecht is. We moeten daar zorgvuldig mee omspringen.

We hebben u gewezen op de verschillen in de verschillende provincies. Mijn collega heeft gezegd dat negen op de tien procedures spoedprocedures zijn, maar wat bijvoorbeeld ook opvallend is, is dat er tijdens de week veel meer procedures worden opgestart dan tijdens het weekend. Ik ga er toch van uit dat zo'n beschermingsmaatregel eigenlijk een ultieme remedie is en dat hij alleen maar wordt gebruikt wanneer het echt nodig is en dat hij dus niet wordt gebruikt wanneer het niet nodig is. Het is vreemd dat het in de week veel vaker gebeurt dan in het weekend.

U hebt gezegd dat de federale overheid ook een rol heeft te spelen. Minister, ik wil u eigenlijk oproepen en ik vraag of u bereid bent om zo snel als mogelijk – en ik denk dat volgende week maandag de eerstvolgende gelegenheid is – in overleg te gaan met de federale overheid om te werken aan een groter aanbod voor kinderen en aan de toepassing van de wet zodat het zorgvuldiger kan.

Minister, uw inzet op geestelijke gezondheidszorg lijkt me inderdaad de beste maatregel om aan onze vraag tegemoet te komen. U zet in op vroegdetectie, op vroegpreventie, op crisishulp, en dat lijkt me uiteindelijk de beste manier. U hebt drie belangrijke dingen gezegd. Het is heel belangrijk om huisartsen goed te informeren. Zij zijn voor een stuk de verklaring van de regionale verschillen. Zij mogen op zo weinig mogelijk manieren deze maatregel op een onjuiste manier gebruiken. Daarnaast is het goed dat we nu eindelijk deze registratie jaar na jaar hebben, dat we hierover een fundamenteel debat kunnen voeren, los van anekdotes. In dat kader vind ik het heel belangrijk dat u zegt dat we gaan kijken naar die machtigingen, dat wij zeggen welke voorzieningen en afdelingen gemachtigd zijn om die gedwongen opnames toe te laten. Ik denk dat dat mogelijk ook een stuk van de oplossing zal zijn.

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, u zegt dat u meer psychiatrische diensten voor kinderen in dat systeem wilt schuiven waarin ze kinderen gedwongen moeten opnemen. U hoopt hen op die manier op de juiste plaats te doen belanden, maar het probleem is dat daar geen plaats is. De crisisbedden daar zijn ook de hele tijd vol. De reguliere bedden ook. Vier jaar geleden al zei u dat te zullen oplossen door te investeren in mobiele teams: bij crisis zou men aan huis gaan. Dat kan inderdaad voor heel veel hulp zorgen, soms als overbrugging naar een bed dat dan wel vrijkomt. U kunt immers geen bed vrij toveren door iemand te verplichten dat kind te huisvesten. Als er geen bed is, dan is dat er helaas niet. Hoe zult u ervoor zorgen dat dat aanbod groter wordt, zowel mobiel als residentieel, voor die kinderen? Door simpelweg het instrument van de gedwongen opname te laten veralgemenen naar veel meer ziekenhuizen zult u immers het probleem totaal niet oplossen.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

We hebben een wet om mensen gedwongen op te nemen, en dat zal altijd wel nodig blijven als mensen soms voor zichzelf of voor anderen een gevaar zijn. Het is echter onze ongelooflijke plicht om dat te allen tijde te vermijden en alles te doen om dat te voorkomen.

En dat kun je doen. Je kunt inzetten op ambulante zorg. Dat wil zeggen dat je mensen los van een opname gaat helpen. Je kunt aanklampend werken. Dat wil zeggen dat je blijft aandringen, ook al willen mensen even geen zorg. Je kunt naar mensen toe stappen: het fameuze ‘outreachend’ werken. Veel moeilijke woorden om te zeggen dat je op een andere manier die psychische zorg kunt aanbieden. Dat is iets dat een omslag vraagt van ons werkveld. Dat is iets dat we al jaren zeggen. U zegt dat, de N-VA zegt dat, Open Vld zegt dat, CD&V zegt dat, sp.a zegt dat, Groen zegt dat. Iedereen zegt dat we die omslag nodig hebben, dat die dringend is. Op het terrein blijft men echter heel vaak in proefprojecten steken. Het blijft heel vaak bij goede bedoelingen, bij proeftuinen, bij nog eens een experiment.

Ik vraag me af hoe vaak we dat hier nog moeten aanklagen voor deze regering met een begroting komt waarin die omslag écht wordt gemaakt. Je moet volgende week in de begroting immers met een vergrootglas gaan zoeken naar maatregelen die daar echt op inzetten. Wanneer gaat men echt die centra voor geestelijke gezondheidszorg versterken, die eerstelijnsprojecten uit die proeffase halen? Wanneer gaat men eindelijk radicaal inzetten op die omslag, op die ambulante zorg? Dat is óók uw verantwoordelijkheid.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben het met dat laatste niet eens. Op het terrein merk ik de jongste jaren zeker een omslag. Ik heb nog de tijd meegemaakt dat geestelijke gezondheidszorg, met name voor kinderen, echt toch wel een soort apart thema was, los van de jeugdhulp. Ik durf echt te zeggen, en dat is de verdienste van velen op het terrein, zowel in de kinderpsychiatrie als bij de andere aanbieders van hulp in de integrale jeugdhulp, dat er werkelijk sprake is van een mentale switch. Ik zie vele modellen van samenwerking waarin er trajectbegeleiding, continuïteit is, waarin er time-outafspraken worden gemaakt. Ik ben er absoluut van overtuigd dat er in de sector een hele beweging bezig is wat dat betreft.

Elke Van den Brandt (Groen)

In de sector, maar niet in de begroting.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben er ook van overtuigd te kunnen aantonen dat we ook op het budgettaire vlak in Vlaanderen binnen onze bevoegdheden wel degelijk inspanningen doen. Met de uitrol van die serieuze extra capaciteit voor rechtstreekse hulp kunnen we ook de eerstelijnspsychologische functie voor kinderen en jongeren voor een stuk opnieuw een dynamiek geven en verruimen. Dat is opnieuw een stap in de goede richting. Ik zal natuurlijk nooit zeggen dat het allemaal in orde is, maar we gaan daar enorm in vooruit, niet alleen qua budget, maar ook met betrekking tot de mindset van de betrokkenen. Ik denk dat dat op dit moment absoluut wel het geval is.

Er is me gevraagd hoe ik een en ander kan oplossen op het federale niveau. Mijnheer Anseeuw, ik ben uiteraard bereid om dit op de agenda te zetten van de interministeriële conferentie. We bespreken trouwens systematisch de gemeenschappelijke protocollen en trajecten binnen de geestelijke gezondheidszorg, en dat zijn er wel wat. Dat is voor mij absoluut geen probleem.

Als je gedwongen opnames wilt vermijden, moet je inzetten op wat kan worden voorkomen, op vroegdetectie, op ondersteuning in de thuissituatie, op een aangepaste manier van zorg geven. Er moet dus op een aantal zaken worden ingezet. Een aantal dingen behoort tot onze bevoegdheid zoals de beeldvorming, vroegdetectie en de nulde lijn. Dat zijn zeker zaken waarin we investeringen kunnen doen.

Mevrouw Van den Bossche, ik heb natuurlijk niet willen zeggen dat we dit probleem zullen oplossen door meer kinderpsychiatrische diensten de toelating te geven om gedwongen opnames te organiseren. Ik heb willen zeggen dat we echt moeten kijken naar de regionale verschillen. We kunnen daar als overheid zeker een rol in spelen om duidelijk te maken waar dat issue zit. Het onderzoek dat we hebben opgestart, zal daar waarschijnlijk ook wel wat in leren.

Als een gedwongen opname onvermijdelijk is, waarom kan dat dan niet in een aangepaste setting in plaats van in de volwassenpsychiatrie? Ik zeg zeker niet dat dit a priori de weg te gaan is, maar minstens moeten we met de sector nadenken en overleggen of een meer op maat gericht aanbod kan bijdragen. Dat is natuurlijk niet de oplossing ten gronde.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, het verheugt me dat u dit ter sprake zal brengen op de eerstvolgende interministeriële conferentie. Voorkomen is inderdaad beter dan genezen, maar daarmee is de kous niet af. Er zijn niet alleen de regionale verschillen, maar ook heel wat spoedprocedures die naderhand niet worden bevestigd door de vrederechter. Ook dat aantal stijgt. Ik heb ook gewezen op de verschillen tussen het aantal opgestarte procedures op weekdagen in vergelijking met weekenddagen. Er is dus nog marge om van die gedwongen opnames een uitzondering te maken. Het is ook belangrijk dat daar vanuit Vlaanderen vanuit de bevoegdheid van het toezicht misschien actiever kan worden op ingezet.

Als we gedwongen opnames willen vermijden meer dan vandaag het geval is, moeten we inderdaad inzetten op wat ze kan voorkomen. De 141 nieuwe plekken die er zullen komen in de dagpsychiatrie voor jonge kinderen, is een heel goed voorbeeld. De eerstelijnspsychologische functie voor kinderen en jongeren is een tweede goed voorbeeld. Inderdaad, van alle jongeren die vandaag gedwongen worden opgenomen, belandt de helft op een volwassen afdeling. Als we daar al eens kunnen zorgen dat jongeren die in die situatie terechtkomen op een geschikte plek eindigen, dan maken we al een groot verschil.

Minister, ik kijk uit naar de verdere rapportering omdat het ook mijn overtuiging is dat we in de regionale verschillen grote oplossingen kunnen vinden wanneer we kijken naar de rol van de huisartsen en hoe we er door samenwerking voor kunnen zorgen dat overal de regels meer dan vandaag, minder oneigenlijk worden toegepast.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Ingekomen documenten en mededelingen
van Daniëlle Vanwesenbeeck aan minister Philippe Muyters, beantwoord door minister Geert Bourgeois
62 (2017-2018)
van Joris Vandenbroucke aan minister Geert Bourgeois
63 (2017-2018)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.