U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de stand van zaken met betrekking tot de Vlaamse klimaatdoelstellingen.

Het debat is geopend.

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik wil beginnen – om te vermijden dat iemand zich nodeloos aangevallen zou voelen in dit debat en we verkeerd zouden beginnen – met klaar en duidelijk te zeggen dat de klimaatopwarming niet de schuld is van de Vlaamse Regering. Al sluit ik niet uit dat minister Tommelein met veel plezier het mooie weer van dit weekend op zijn conto zou willen schrijven, maar neen, ook die orkaan was niet zijn schuld.

En ik wil ook zeggen, in alle ernst dan, dat de Vlaamse Regering dat ook niet alleen kan oplossen. Zoals minister Schauvliege deze week terecht zei, je kan veel willen, maar de maatschappij moet het aankunnen. Ik herkende me zelfs een beetje, vaag in die uitspraak. Ik zou dat iets kleurrijker zeggen, maar het komt wel op hetzelfde neer.

Collega’s, minister, we voeren dit debat vandaag omdat dit eigenlijk geen kwestie meer is van willen, maar van moeten, onder andere omdat we ons op straffe van financiële boetes hebben geëngageerd ten opzichte van onze Europese partners, maar vooral ook omdat we een engagement hebben ten opzichte van volgende generaties, een engagement dat we trouwens in dit parlement een jaar geleden vrijwel unaniem in een resolutie hebben gegoten. Het is een uitdaging die eigenlijk al te dikwijls op een negatieve manier wordt omschreven. Het is altijd van ‘we moeten een klimaatcatastrofe voorkomen’. Ik wil vandaag in de eerste plaats echter toch een warm pleidooi houden om het ook eens op een andere manier te formuleren.

Het bouwen van een koolstofarme economie is hét grootste project van maatschappelijke verandering voor onze generatie. Niet de volgende generatie, onze generatie. Het is de industriële revolutie van onze tijd. Het zijn de jobs, het is de welvaart, het zijn de gezondheid en de veiligheid van ons en van volgende generaties na ons die daar inderdaad door zullen worden bepaald. En zoals alle technologische omwentelingen, zal ze ook welvaart creëren, in de eerste plaats voor diegenen die daarin vooroplopen. Het is misschien een boutade, maar ja, als we niet vooroplopen, dan zullen we binnen afzienbare tijd een toeristische attractie zijn voor diegenen die komen kijken hoe het vroeger was en hoe je kansen kunt missen. Of dat nu Chinezen zijn of anderen zullen we nog wel zien, maar laten we dat in ieder geval vermijden. Vandaag lopen we immers wel degelijk achterop. Waarom lopen we achterop? Behalve misschien het feit dat we met wat geluk en wat meevallers uit het verleden, uit de tijd van de socialisten, misschien nog onze doelstellingen voor 2020 gaan halen, maar hoe we dan verder moeten gaan, weten we vandaag niet. Niemand weet dat vandaag.

Voor een stuk ligt de oorzaak ongetwijfeld bij de wet van de remmende voorsprong. Minister Tommelein, wacht even voor u zich opwindt. Het is niet toevallig dat gebouwen en transport twee van de grootste knelpunten zijn. We hebben een dicht wegennet en we hebben hoe dan ook een verouderende stock aan woningen, die dan ook nog eens slecht ingeplant zijn, en dat valt niet in een-twee-drie bij te sturen.

En ook van het afgeschreven productiepark aan nucleaire centrales is het moeilijk afscheid nemen, zelfs al weten we dat ze zorgen voor structurele overcapaciteit en in de weg staan van nieuwe investeringen. Ook die geschiedenis, minister Tommelein, is niet de schuld van deze regering. Dat kan trouwens ook niet want per definitie, en dat weet iedereen, de geschiedenis is altijd de schuld van de socialisten.

Maar, niet kunnen of niet willen kiezen, is wel een verantwoordelijkheid van de regering. Een jaar geleden waren we het allemaal eens over de noodzaak een omschakeling te maken. Er was een grote sense of urgency. Er was grote eensgezindheid, zeker bij de leden van de Klimaatcommissie, en we zouden na zes maanden zien wat er allemaal mogelijk was en zou moeten gebeuren. Ik had gehoopt dat op basis daarvan deze regering een ingrijpend en verregaand transformatieplan had gemaakt, een dat legislaturen kan overschrijden, want we waren het er allemaal over eens. Als ik vandaag voor een ding wil pleiten, is om dat vooralsnog te doen. Net zoals voor de resolutie mag u dan op onze steun rekenen.

Maar wat u vandaag doet, is eigenlijk een beetje zoals een beetje stoppen met roken of zoals een alcoholverslaafde zeggen dat je ermee stopt maar eerst nog eens goed op de lappen gaan. Het probleem is zelfs niet dat er niets gebeurt. Minister Weyts, ik ga met u niet discussiëren over investeringen in openbaar vervoer: die zijn er bij De Lijn en dat is goed. Maar er is wel een probleem: ofwel stijgt het investeringsbudget niet genoeg, ofwel besteedt u het verkeerd want het aandeel van het openbaar vervoer, bus, tram en trein in de modal shift, in de verdeling van de mobiliteitsmodi, gaat achteruit. Het is het enige dat achteruitgaat, sterker nog, het enige dat vooruitgaat, is de auto, ondanks alle engagementen. De input van de middelen is er misschien wel, maar de output, het resultaat, minister, is er objectief gezien niet. Misschien een beetje omdat u tegelijkertijd en alles tegelijk wil doen.

Terwijl iedereen ervan uitgaat dat nieuwe spitsstroken binnen de kortste keren opnieuw vol zullen lopen, komen er snel een aantal bij, terwijl aan het huidige tempo de realisatie van het bovenlokaal fietsnetwerk ongeveer 50 jaar zal duren, volgens het Rekenhof. Wat u vandaag doet, minister, is eigenlijk een beetje iedereen bedienen. U investeert overal een beetje, met als resultaat dat iedereen er uiteindelijk slechter van wordt. Voor de autobestuurders wordt de file gewoon iedere dag langer. Voor de almaar talrijker wordende fietsers wordt het iedere dag gevaarlijker, dat is opnieuw gebleken de afgelopen dagen. En de moedige burger die een bus wil nemen, staat vaker wel dan niet een uur te wachten aan zijn halte in de hoop dat de volgende dienst niet zal zijn afgeschaft. Het probleem is dat we, omdat we niet kunnen kiezen, omdat u niet wilt kiezen, vandaag massa’s belastinggeld besteden in al die modi, met als eindresultaat dat het voor iedereen letterlijk slechter aan het worden is. Dat is het probleem van deze Vlaamse Regering: de keuzes worden niet gemaakt.

Collega's, nochtans is de Nobelprijs voor economie net uitgereikt aan een onderzoeker die heeft aangetoond dat mensen hun gedrag aanpassen aan positieve stimulansen. Als u minder file wilt, minder luchtvervuiling en minder CO2, dan moet u geen spitsstroken maar busstroken aanleggen, minister. Dat moet u, in plaats van af te wachten tot we allemaal op een rijtje in een zelfrijdende elektrische auto zitten, vandaag investeren en steun geven aan die zelfrijdende elektrische voertuigen die we hebben: we noemen dat treinen. 

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Ik wou even iets vragen. Sp.a pleit voor duidelijke keuzes. Sp.a is, niettegenstaande iedereen stilstaat op voornoemde stroken op de autosnelwegen en ik daar 60 miljoen euro in wil investeren, tegen investeringen in spitsstroken, begrijp ik dan.

Minister, ik ga er dadelijk op antwoorden.

Een antwoord is ja of neen.

Met dat spelletje doe ik niet mee. (Opmerkingen)

Minister, ik zal u een andere vraag stellen. Maak u geen zorgen, we blijven bij de spitsstroken. Iedereen die er min of meer verstand van heeft, zegt de afgelopen dagen dat de spitsstroken gedoemd zijn om binnen de kortste keren vol te lopen en iedereen opnieuw even lang te laten wachten. Denkt u niet dat dat een reden is om te overwegen dat u 60 miljoen euro belastinggeld aan het weggooien bent aan een nutteloze investering die uiteindelijk niemand gaat helpen?

Vindt u dat dat beleid is op lange termijn waarmee u het geld van de Vlaamse belastingbetaler, die 60 miljoen euro, aan het besteden bent op een manier die het comfort van die Vlaamse belastingbetaler ten goede komt? Volgens zowat iedereen die er verstand van heeft, is het antwoord op die vraag: neen. De simpele vraag is: waarom doet u het dan in godsnaam, minister? Waarom probeert u er een welles-nietesspelletje van te maken, wanneer iedereen van de 60 miljoen euro belastinggeld van de Vlamingen die u besteedt, zegt dat het tot niets zal leiden en dat het elders beter kan worden gebruikt? Echt waar! (Applaus bij sp.a en Groen)

Het heeft een beetje tijd gekost, maar ik heb dan toch een duidelijk antwoord gekregen, namelijk dat sp.a tegen investeringen in spitsstroken is, niettegenstaande dat net het Vlaams Verkeerscentrum aantoont dat die investering rendeert. We hebben drie spitsstroken, en die investering heeft gezorgd voor een betere doorstroming, in tegenstelling tot wat u beweert. Men zegt dat het aantal voertuigverliesuren een significante daling vertoont. De nettobalans is telkens positief op die drie stroken. Men zegt ook dat sinds de ingebruikname van de spitsstroken er een toename is vast te stellen van de verkeersvolumes op de snelwegen ter hoogte van de spitsstroken. Dan denkt u misschien: ah, ik heb dan toch gelijk! Maar deze toenames doen zich niet voor op langere afstand. In combinatie met de vaststelling van een gewijzigd gebruik van de op- en afritten, is de conclusie dat het hier gaat om verkeer dat door de files op de snelwegen was uitgeweken naar het onderliggende wegennet en nu terugkeert naar de snelweg waar het verkeer weer vlotter verloopt. (Applaus bij de meerderheid)

Ik ben er nog lang niet. We willen nu investeren in vier spitsstroken, net in die flessenhalzen waar men nu stilstaat en waar het file-effect zelfs te voelen is, niet alleen op die betrokken strook maar waar er ook een terugslageffect is. Het is heel uitgekiend dat we net op die locaties willen investeren op de E40, op de E313, op de E17 en op de E314. Ik zeg het even van buiten.

Ik sta trouwens niet alleen met deze stelling. Ik heb nog een goede bron op dat vlak, bijvoorbeeld een die stelt: “De ervaringen met spitsstroken zijn zowel in Vlaanderen als in Nederland positief. Waar mogelijk implementeren we nieuwe spitsstroken die de doorstroming bevorderen en de files gericht aanpakken.” Dat is een fantastisch citaat van een sterke autoriteit, namelijk uit ‘Sociale welvaart’, het verkiezingsprogramma van sp.a van 2014! (Applaus bij de meerderheid )

Nu mag je één keer raden – Bart, jij kunt goed gokken – wie er toen voorzitter was van sp.a. Maar één keer raden, hé. (Applaus bij de meerderheid. Opmerkingen van Bruno Tobback)

Ik moet toegeven dat er verder weinig zinvols in staat, maar dit citaat wil ik u toch niet onthouden bij het begin van het debat, kwestie dat u stevig in uw schoenen zou staan voor de rest van het debat.

Ik schrik er ook van wanneer u als boodschap geeft: u moet kiezen en u moet zeggen: ‘Neen, wij investeren niet meer in de weginfrastructuur.’ (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Maar wat is het nu? ‘Je moet keuzes maken.’ Kiezersbedrog? Wij krijgen als meerderheidspartijen nogal dikwijls het verwijt dat we niet consequent zijn met ons programma. Maar u bent zelfs vanuit de oppositie niet consequent! Dat is al een hele straffe!

Minister Weyts, gaat u nog lang … Als ik u ook even mag onderbreken …

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Ik heb nog altijd het woord. Ik snap dat het moeilijk wordt. Nog even, u bent bijna verlost.

Ik snap het ook niet dat u plots zegt, terwijl iedereen stilstaat, zeker op die plaatsen die we willen aanpakken met een spitsstrook: ‘Iedereen staat stil, maar wij gaan 0 euro investeren in nieuwe capaciteit, in nieuwe weginfrastructuur.’ Alle mobiliteitsnoden nemen toe. Wij moeten dus niet enkel extra investeren in de alternatieven voor de wagen, wij moeten ook extra investeren in de wagen zelf. Het is een en-enverhaal. U hoort dat niet graag. Maar aangezien alle mobiliteitsnoden toenemen, moeten we investeren in alle vervoersmodi, zowel in de weginfrastructuur, als in het openbaar vervoer, als in de fiets. Op dat vlak staan wij met deze regering toch redelijk sterk in onze schoenen omdat wij kunnen zeggen dat op alle budgetten, op alle vervoersmodi, de investeringen nog nooit zo hoog geweest zijn als vandaag. Dus ook op dat vlak hebben wij van u geen lessen te leren. De enige les die we van u kunnen leren, heb ik u net geciteerd. Dat is een goede les. We zullen ons ernaar schikken, en ik stel voor dat u het ook eens probeert te doen. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, ik wou dat u het huiswerk voor uw beleid even goed had gemaakt als het huiswerk voor dit debat, want dat is indrukwekkend. Ik moet u zeggen, ik ben niet tegen investeringen in mobiliteit. Ik ben zelfs niet tegen investeringen in wegencapaciteit. Ik ben wel tegen investeringen waarvan blijkt – en dat heb ik geleerd sinds 2014, sinds die spitsstroken er zijn trouwens – dat alle mogelijke bijkomende wegencapaciteit op snelwegen in de geschiedenis van dit land leidt tot het verplaatsen en verlengen van de files. Als u me de statistieken kunt geven, maar die hebt u blijkbaar niet voorbereid, van de absolute vermindering van het aantal files, van de congestie, van de uren verloren in de file in Vlaanderen sinds u minister bent, dan wil ik applaudisseren. Maar ik denk dat ze alleen maar gestegen zijn.

Dat is mijn punt, minister. Het gaat er niet om dat u niet investeert, ik ben zelfs positief begonnen met ‘u investeert’. Maar u probeert in alles tegelijk te investeren. Ik kom straks nog op dingen waarbij de verkeersproblemen niet uw probleem zijn. U investeert in verschillende snelheden, want uw 60 miljoen euro voor de spitsstroken staan in bijzonder schril contrast met de eeuwig aanslepende bovenlokale fietsnetwerken die nochtans bijzonder populair zijn en waar bijzonder veel vraag naar is. De snelheid waarmee u werkt, is omgekeerd evenredig aan het effect van uw maatregelen. Om de files op te lossen doet u niets.

Ik heb nog de tijd gekend dat men op de E40 tussen Leuven en Brussel van drie naar vier rijstroken ging. U kunt de studies waarschijnlijk nog terugvinden die aantonen dat de files slechts tijdelijk zouden verminderen en de doorstroming verbeteren. Het netto-effect op lange termijn is dat het flessenhalseffect gewoon ergens anders komt te liggen en dat de file verlengt. Dat is het echte verhaal. Eigenlijk zou u de les ook moeten hebben geleerd, want dezelfde experten die dat weten, kunnen u adviseren. Waarom luistert u daar niet naar?

Ik zeg u nu klaar en duidelijk dat uw beleid van geen keuzes willen maken en iedereen een beetje een plezier doen, niet lukt. Als ik met automobilisten praat, die zijn niet blij, die staan hoe langer hoe meer in de files. Als ik met fietsers praat, die zijn niet blij, want die voelen zich noch veiliger noch comfortabeler. Als ik met openbaarvervoergebruikers praat, en ik bedoel De Lijn, dan hoor ik alleen maar geklaag over een gebrekkige dienstverlening. Met andere woorden, ondanks al het geld dat u besteedt, en al uw inspanningen voor debat, is niemand tevreden, minister. Misschien kunt u zich eens afvragen hoe dat komt en een aantal dingen herbekijken. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

De heer Tobback begon het debat positief, maar het heeft maar een paar minuutjes geduurd. Ik had gehoopt eigenlijk, collega’s, dat we vandaag een ernstig debat zouden houden over de klimaatdoelstellingen, maar na een kwartier ontstond er al een pingpongspel tussen de N-VA en sp.a. Dat is bijzonder jammer, vooral voor de mensen, mijnheer Tobback, die dit debat volgen. Het is geen detail, het is een belangrijke kwestie, die spitsstroken, mobiliteit en dergelijke, maar ik dacht dat we een echt debat gingen voeren. We hebben trouwens in dit parlement, en dat is een opmerking die ik wil meegeven, een speciale commissie opgericht om het klimaatbeleid van de Vlaamse Regering op te volgen. Dan verschijnen er echter een paar artikelen in de krant en laten we onze agenda hier in de plenaire vergadering bepalen door de media.

Ik wilde van u, collega Tobback – ik zit hier niet namens de regering maar namens mijn fractie natuurlijk, u weet dat onze fractie toch enigszins kritisch is wat de klimaatdoelstellingen betreft en bepaalde akkoorden die gesloten zijn – toch wel eens weten wat u vindt dat er moet gebeuren om die klimaatdoelstellingen te halen. Ik zal dezelfde vraag stellen aan alle andere sprekers. Wat gaat u doen? Wie gaat dat betalen?

Ik heb de afgelopen dagen de krant gelezen. U spreekt over 60 miljoen euro voor minister Weyts, over de doelstellingen die we moeten halen, maar dat gaat om miljarden. We moeten miljarden investeren in een energie-omwenteling, een energiewending, groene energie. Waar gaat u in godsnaam dat geld halen? Ik vind dat iedereen moet stoppen met het doembeeld op te wekken voor de burger, de bevolking.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer Tobback, ik denk dat we het inderdaad over klimaatdoelstellingen moeten hebben.

Twee dames ontbloten hun borsten op de publiekstribune. Commotie

Is dat nu omdat ik aan het woord ben? (Gelach)

Ik wou het over de spitsstroken hebben. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

De voorzitter

U bent niet afgeleid, mijnheer Van Dijck? Ik wel. Ja, ja, ik was afgeleid. Dat is toch eerlijk? (Gelach. Opmerkingen)

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik ben niet afgeleid, voorzitter.

Ik ben me ervan bewust dat dit een klein element is in het hele debat over de klimaatdoelstellingen. Mijnheer Tobback, we mogen het gegeven van de spitsstroken niet zomaar onder tafel vegen. Ik ben het ermee eens dat een spitsstrook, wanneer die leidt tot een verdere volgende flessenhals, weinig zoden aan de dijk brengt. Maar ik ervaar dagelijks persoonlijk dat wanneer spitstroken die aangelegd zijn qua uitgaand verkeer, enorm bijdragen tot het mobiliteitsprobleem. Ik stelde het jaren geleden vast op de E313-E34 van Antwerpen naar de Kempen. Sinds de indienstneming van de spitsstrook heb je daar nooit nog een verkeersinfarct. Ik ben geen deskundige, maar ik hoorde mensen vanmorgen zeggen dat het verkeer twee jaar later opnieuw stropt. Ik kan echter getuigen dat spitsstroken bij uitgaand verkeer na jaren niet gecontesteerd zijn en nog altijd ten volle draaien. Het is een en-enverhaal, we kunnen die spitsstroken niet zomaar van de hand doen.

De voorzitter

Mag ik vragen om het hoofdstuk over de spitsstroken af te sluiten? Het gaat hier over de klimaatdoelstellingen.

Gaat het over de spitsstroken, mijnheer Sanctorum?

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Neen, voorzitter, ik wil u wel steunen in uw vraag om te stoppen met de spitsstroken te gebruiken als afleidingsmanoeuvre. Het gaat hier inderdaad over de klimaatuitdaging. Collega’s, ik hoop dat de repliek van de Vlaamse Regering meer wordt dan een rondje sp.a pesten want minister Weyts, qua klimaat – en minister Schauvliege zal dat bevestigen – zit de grootste uitdaging in uw beleidsdomein, bij Mobiliteit. We zien jaar na jaar dat het aantal gereden autokilometers stijgt. Wat we niet zien, is een oplossing vanuit deze Vlaamse Regering. Minister, ik zou van u willen horen, los van het verhaal over die spitsstroken, hoe we nu eindelijk het aantal gereden kilometers naar beneden kunnen krijgen. (Applaus bij sp.a en bij Groen)

De voorzitter

De heer Sanctorum stelt de vraag aan u, minister Weyts, en niet aan de heer Tobback.

Dat stuk was niet voorbereid?

U mag zeer gerust zijn dat er geen enkele regering is die zoveel investeert in alternatieven voor de wagen. Er is een grote stijging van het budget inzake mobiliteit en openbare werken. Verhoudingsgewijs investeren we meer in alternatieven voor de wagen dan in de wagen zelf. We zien een sterke toename van het budget. Voor het openbaar vervoer is er een toename van het investeringsbudget van maar liefst 42 procent. (Opmerkingen van Bruno Tobback en van Hermes Sanctorum)

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord, mijnheer Sanctorum.

Het budget stijgt met maar liefst 42 procent waarbij we al effect zien op het terrein, extra capaciteit bij het openbaar vervoer, in de eerste plaats daar waar de mensen het vragen en dus niet zoals vroeger, toen volgens de socialistische logica werd uitgegaan van een aanbodpolitiek. Toen kregen mensen op 750 meter van hun deur een halte voor het openbaar vervoer, ook als ze die niet wensten of gebruikten. Wij voeren nu een vraaggestuurde politiek waarbij we enerzijds extra investeringen doen en zorgen voor extra capaciteit, en er anderzijds voor zorgen dat de budgetten terechtkomen waar ze worden gevraagd.

Wij zorgen ook voor een grote investering in de vergroening van het park van ons openbaar vervoer. We hebben net een nieuwe aanbesteding achter de rug, er worden 66 nieuwe bussen besteld bij een Vlaamse firma. Op dat vlak zetten wij meer dan ooit, meer dan voorheen grote stappen in de vergroening, ook van het openbaar vervoer. (Applaus bij de N-VA en bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, dit blijft natuurlijk wel een cruciale vraag, want een van de elementen op basis waarvan we dit debat voeren, zijn uitspraken van uw collega, minister Schauvliege, die in De Standaard liet weten dat de grote uitdagingen zitten in transport en mobiliteit.

Ik volg u nog waar u zegt dat de budgetten stijgen, maar ik heb toch de indruk dat u de budgetten op de verkeerde manier inzet. Het aantal gereden kilometers in Vlaanderen stijgt de laatste jaren. Daar ligt een uitdaging – dat zegt zelfs uw collega Schauvliege.

Ten tweede zegt u dat de investeringen stijgen, dat u in de alternatieven investeert. In verband met De Lijn kan ik u ook nog voor een stuk volgen. Het doorstromingsbudget stijgt. Maar waar ik u absoluut niet kan volgen, is dat u zegt dat u ten volle voor de alternatieven gaat. Het is het Rekenhof, niet de studiedienst van sp.a of de studiedienst van Groen, dat zegt dat uw investeringsniveau in fietspaden de laatste jaren stabiel is gebleven, ook ten opzichte van de jaren dat bijvoorbeeld mevrouw Crevits de budgetten wel degelijk voor een stuk naar boven heeft geduwd. Dat staat zwart op wit in de studie van het Rekenhof, in de audit.

Minister, de essentiële vraag is wat u gaat doen om de grote uitdaging, die door uw eigen collega wordt aangestipt als zijnde de grote uitdaging in transport en mobiliteit, aan te gaan? Mijn vraag is simpel: wat gaat u doen om uw doelstellingen te halen? Op dit moment doet diezelfde collega van u een uitspraak: als we zo verder gaan de volgende tien jaar, dan gaan we het niet halen. Dan is het toch logisch dat het parlement u vraagt wat u gaat doen om die doelstellingen wel te halen.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dat is inderdaad de essentie van het debat. Uw investeringsbudgetten stijgen. Dat erkent iedereen, maar het gaat om de resultaten ervan.

Ik citeer uit een onderzoek van de Vlaamse Regering over het verplaatsingsgedrag in Vlaanderen. Hoe verplaatsen we ons in Vlaanderen? Uit die studie blijkt dat het aandeel van het openbaar vervoer in onze verplaatsingen onder uw bewind met meer dan 20 procent gezakt is ten opzichte van acht jaar geleden. Het aandeel van de fiets in onze verplaatsingen ligt onder uw bewind 16 procent lager dan zeven tot acht jaar geleden. De filedruk ligt ondertussen 40 procent hoger. Vandaag staan we stil op plaatsen en tijdstippen waar we voor uw bewind nog niet stil stonden. Met andere woorden, de situatie op het vlak van mobiliteit is nog nooit zo dramatisch geweest, de kosten voor onze economie, ons milieu, onze gezondheid en ons klimaat zijn nog nooit zo hoog geweest, ondanks uw stijgend investeringsbudget. In plaats van partijprogramma’s te citeren, had ik graag van u eens een visie gehoord waaruit mag blijken dat u er ook maar een begin van zou kunnen maken om ervoor te zorgen dat we ons op een andere manier verplaatsen, een manier die klimaatvriendelijker is dan vandaag.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, in alle eerlijkheid, de waarheid heeft ook haar rechten. Wat u hier komt beweren, klopt gewoon niet. Het is manifest onjuist. Laten we kijken naar de effecten van de jarenlange alles-gratis-politiek, de blinde aanbodpolitiek, de socialistische visie op het openbaar vervoer.  Het was een jaarlijkse besteding van een miljard – blind, niet vraaggericht – die nul komma nul effect had op het verplaatsingsgedrag. De middelen gingen naar maal drie, maar dat had nul komma nul effect op de mentaliteit van de Vlaming op het vlak van het verplaatsingsgedrag.

Wat zijn we nu aan het doen? U zult er deze regering en deze minister ongetwijfeld in 2019 op kunnen afrekenen. Wij investeren net in die alternatieven. Ik stel vast dat het blijkbaar problematisch is om ook te investeren in de weginfrastructuur, maar we investeren ook in alternatieven. We investeren in openbaar vervoer – ik geloof 50 miljoen extra in 2016 ten opzichte van de vorige legislatuur. Er zijn investeringen in fietsinfrastructuur, in bijkomende fietsostrades. Er wordt massaal geïnvesteerd, maar de economie trekt inderdaad ook aan, dus we verplaatsen ons met zijn allen meer. Het zal zaak zijn om op het einde van deze legislatuur te zien dat er daadwerkelijk een mentaliteitsverschuiving optreedt, maar dat zal te maken hebben met ander beleid dat we uitrollen: de kracht van verandering, ook op mobiliteitsbeleid, en niet de blinde aanbodpolitiek die in het verleden uw mantra was.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Ik sluit me volledig aan bij het pleidooi van de collega’s. Iedereen heeft het hier al gezegd: we moeten inderdaad in de alternatieven gaan investeren. De minister heeft ook zeer duidelijk aangegeven dat we dat doen.

Waar ik me ten gronde tegen verzet, is tegen de idee dat we plotseling de mensen moeten gaan tegenhouden om zich te verplaatsen. Er was een tijd dat alles wat links was, tevreden zou zijn met het feit dat mensen inderdaad een verhoogde mobiliteit hebben. Mensen kunnen zich meer verplaatsen. Dat heeft te maken met economische groei, dat heeft te maken met vrijetijdsbesteding, dat heeft met van alles en nog wat te maken. Ik ga ermee akkoord dat we investeren in alternatieven.

Dat mag ons absoluut niet tegenhouden om ook te investeren in mobiliteit met de wagen. Deze regering doet inderdaad al die verschillende zaken, met verhoogde budgetten. Dat lijkt mij een zeer gezonde keuze.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Het debat gaat over klimaat, en mobiliteit is een bijzonder belangrijk hoofdstuk in een sterk en goed klimaatbeleid. Het is de belangrijkste bron voor de uitstoot van broeikasgassen. Het is goed dat de regering en de minister hard investeren in dat mobiliteitsbeleid.

Minister, u koopt met De Lijn nieuwe bussen aan, alleen vraag ik me af of het de juiste en de meest gedurfde keuzes zijn. We kopen bussen, maar het zijn vooral dieselbussen die de komende jaren over onze Vlaamse wegen zullen rijden. Daar had ik van u graag wat uitleg over gekregen.

Ik hoor inderdaad dat er budgetten worden voorzien voor fietspaden, maar tegelijk hoor ik onze lokale besturen steen en been klagen over de trage en logge procedures om die fietspaden effectief aan te leggen. Minister, in onze klimaatresolutie, het ‘klimaatbijbeltje’ waar we in ons klimaatbeleid altijd naar verwijzen in dit parlement, wordt gevraagd om een Vlaams mobiliteitsplan op te stellen. Als ik het goed heb, werd het ontwerp daarvoor gemaakt in 2013, met het oog op een duurzame mobiliteit in 2020. Wanneer krijgen we dat Vlaamse mobiliteitsplan? (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Dit is een klimaatdebat en niet enkel de evaluatie van het mobiliteitsbeleid van minister Weyts. We hebben hier hard gewerkt aan een klimaatresolutie en we zijn er terecht fier op dat we met heel het parlement een resolutie hebben aangenomen, die al vrij ver gaat. Vanochtend zaten we nog in een interfederale klimaatconferentie waarbij het Vlaams Parlement toch toonaangevend is in dezen. Nu zijn we nog geen kwartier bezig met dit debat en het gaat al over het aantal meter fietspad, of over een miljoen meer of minder voor een bus en welk type bus dat dan moet zijn, of over het oplossen van dit of dat knooppunt.

Kan het wat meer zijn? De mensen verwachten dat we antwoorden bieden voor de klimaatproblematiek en dat we uitleggen welke keuzes we al dan niet maken. Mijnheer Tobback, daar is een debat over te voeren. Voor ons is niet alles opgelost met miljarden en miljoenen in wat dan ook te gooien. Wij gaan ervan uit – en dat mag voor u te traag lijken – dat burgers en bedrijven samen moeten investeren en dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om het klimaat te kunnen veranderen. Het klimaatbeleid is iets van ons allemaal en niet alleen van de regering, die maar de schuldenla moet opentrekken en een hoop geld uitstorten in wat u de beste oplossing vindt. Ik wil hier graag een debat over alle maatregelen en over de vraag of deze regering met haar beleid de klimaatdoelstellingen zal halen. Ik ben ervan overtuigd van wel en ik ben er ook van overtuigd dat, door de manier waarop wij ernaar kijken, we ook betere resultaten zullen boeken dan op uw manier. Collega’s, kunnen we blijk geven van iets meer ‘sense of urgency’? Dit kan zo niet verder. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Ik onderschrijf volledig wat hier zopas is gezegd, maar tot mijn spijt moet ik toch even kort antwoorden op de punten die hier naar voren zijn gebracht. Eerste punt: het is inderdaad zo dat de investeringen voor mobiliteit en openbare werken nog nooit zo hoog zijn geweest als vandaag. We investeren, meer dan ooit, ook in openbaar vervoer, namelijk 42 procent meer. Ook in de fiets investeren we meer dan alle vorige regeringen, waar u tevoren deel van uitmaakte.

Ten tweede, wat de tussenkomst van de heer Bothuyne betreft, heb ik ook gezien dat in de kranten wordt gezegd dat ik dringend de budgetten die zijn toegekend in het kader van het klimaatplan, ook moet uitgeven. We doen dat met de grootst mogelijke snelheid, maar er is wel zoiets als een wetgeving op de openbare aanbestedingen, die we moeten naleven. Samen met De Lijn zijn we onmiddellijk gestart met het voorbereiden van die aanbestedingen om te zorgen voor een versnelde vergroening van de vloot. De doelstelling is onmiddellijk al opgenomen in de beheersovereenkomst met De Lijn, zodat ze structureel verankerd is voor de toekomst. De aanbestedingen zijn nu opgestart. Er zijn 66 hybride bussen besteld. Die zijn bovendien aanpasbaar, zodat ze in de stadskernen 100 procent elektrisch kunnen rijden. De wet op de overheidsopdrachten maakt dat we niet sneller kunnen gaan en dat we nu pas de gunning hebben kunnen doen. Er zijn drie projecten in drie steden met 100 procent elektrische bussen, inclusief de laadinfrastructuur.

Dat moet allemaal de kiem vormen om in 2025 te zorgen voor stadskernen waar het openbaar vervoer enkel nog elektrisch rijdt. Dat zijn dus heel duidelijke doelstellingen, zowel op korte als op lange termijn. We hebben inderdaad ook nog eens een bestelling geplaatst van 55 nieuwe Euronorm VI-dieselbussen, de meest groene die er bestaan. Dat is een minderheid, en niet een meerderheid zoals u zegt, omdat we eenvoudigweg niet anders kunnen en omdat je op bepaalde tracés niet efficiënt kunt rijden met een hybride bus. Dat is de eenvoudige waarheid. De middelen vanuit het Klimaatfonds worden met de grootst mogelijke snelheid uitgegeven, ook door onze diensten. Wat daarover is beweerd in de krant, is manifest onjuist.

Voorzitter, ik wil even ingaan op de frustratie van collega Schiltz. Ik was tamelijk optimistisch, en dat is ook één van de redenen waarom we dit actualiteitsdebat hebben gevraagd naar aanleiding van de verjaardag van de resolutie, waarover we een grote eensgezindheid hadden. In die resolutie en de resultaten van het beleid wordt klaar en duidelijk aangetoond dat bijvoorbeeld mobiliteit en transport een van de grootste knelpunten is – dat is zo –, dat de congestie, de onveiligheid en de CO2-uitstoot toenemen. Het volstaat om die simpele, objectieve opmerking te maken om alle collega's, te beginnen met de minister en zijn kabinet die dan een partijprogramma bovenhaalt, terug in hun ideologische stellingen en partijpolitieke tegenstellingen te jagen.

Minister, al wat ik hier heb gezegd, is: ja, uw budgetten stijgen, chapeau daarvoor, maar: neen, de doelstellingen worden daarmee niet gehaald. Dat is geen socialistische ideologie, dat is niet het partijcongres van de Chinese KP, dat is een principe dat uit ieder simpel managementhandboek komt: als je middelen uitgeeft en je haalt de doelstellingen niet, leg het dan eens opnieuw op tafel en bekijk het opnieuw.

Als in Vlaanderen de files nog altijd toenemen, als er aan de bushaltes nog elke dag wordt gewacht en mensen een uur moeten staan wachten zonder informatie omdat hun dienst is afgeschaft, als fietsers nog elke dag omver worden gereden in dit land en soms zelfs meer dan een per week met dodelijke gevolgen, dan volstaat het niet te zeggen: we zijn geld aan het uitgeven. Proficiat voor dat geld, maar dan halen we noch onze klimaatdoelstellingen, noch onze doelstellingen van levenskwaliteit die we willen nastreven, en pakken we de kans niet die we zouden kunnen pakken in het kader van het klimaatbeleid, waar we het allemaal over eens zijn.

Dit is geen partijpolitiek spelletje. Ik heb naar geen enkele partij gekeken, ik heb de Vlaamse Regering aangesproken die in deze zaak de verantwoordelijkheid heeft. Ik heb haar opgeroepen om samen een transformatieplan te maken en ik heb onze steun aangeboden. Het antwoord daarop vind ik bijzonder teleurstellend wanneer het op die manier moet gebeuren. Ik heb het woord spitsstroken in een keer uitgesproken. Ik heb gezegd: je zou beter busstroken aanleggen, of minstens de twee even snel doen. That’s it. Als dat vervolgens het antwoord is van de meerderheid, of van een aantal meerderheidspartijen – want het zijn ze niet allemaal, stel ik vast – dan vind ik dat eerlijk gezegd nogal bedroevend.

Als we het hebben over de grote transformatie van onze generatie, wel, op die manier zal het niet gaan. Dan bent u inderdaad belastinggeld aan het besteden op een manier die niet wordt getoetst aan de resultaten. En ja, er zullen inderdaad vele miljarden worden uitgegeven. Er zullen in de toekomst, als het gaat over transport, energieproductie, industrie en wonen, in dit land door velen, door de overheid, door privépartners, door investeerders, door gezinnen miljarden worden uitgegeven aan verwarming, aan verplaatsing, aan wat dan ook. Die middelen komen vanwaar ze altijd komen, de vraag is hoe we ze gaan besteden. Ze komen uit de privéportemonnee van mensen die investeren in een huis, ze komen uit de privéportemonnee van mensen die investeren in verplaatsing, die moeten kiezen tussen een auto of een busabonnement of een elektrische fiets, ze komen uit de privéportemonnee van investeerders die moeten kiezen tussen een aantal technologieën. Ja, het is voor een stuk de taak van de Vlaamse Regering om mee richting te geven, om een kader te creëren, om het mogelijk te maken dat dat gebeurt op een zo milieuvriendelijke, klimaatvriendelijke en toekomstgericht rendabele manier. Daar moet deze discussie over gaan.

En als het gaat over mobiliteit, minister, is uw antwoord schrijnend over waar u naartoe wilt met deze regering. Al wat u wilt en kunt doen, is blijkbaar zeggen dat u meer geld uitgeeft. Nogmaals, chapeau, de resultaten zien we dan later wel, ook al weten we vandaag al dat we er niet zijn.

Minister, u zou op dat domein en op andere domeinen nochtans iets kunnen leren van wat burgers in dit land doen. Zeker in onze steden neemt het aantal fietsers toe. Dat geldt zeker voor Brussel, om eens op neutraal terrein te blijven. Daar neem ik mijn hoed voor af. De mensen willen wel, maar worden afgeschrikt door het gebrek aan infrastructuur en aan veiligheid. We moeten daarin investeren in plaats van alles te blijven aanzien.

Indien we vaststellen dat niet volstaat, moeten we dit versnellen en een debat voeren over de verschuiving van middelen. Waar kunnen we snel zo veel mogelijk maximale resultaten krijgen die in de richting gaan van wat we willen? We willen minder CO2, meer veiligheid en, als het even kan, ook minder tijdverlies voor onze economie. We moeten dat gewoon doen.

Ik geef nog een ander concreet voorbeeld. U wilt naar de markt luisteren. Ik stel vast dat de woningen in de buurt van een station stelselmatig duurder worden. Dat betekent dat de markt aantoont dat de private burger waarde aan die dienst hecht. Om die reden gaan de prijzen omhoog. De Vlaamse Regering zou in het BRV klaar en duidelijk moeten schrijven dat we nieuwe inplantingen van woningen, kantoren en activiteiten in de eerste plaats in de buurt van stations tot stand zullen brengen. Als het moet, zullen we er desnoods bij de Federale Regering voor pleiten nieuwe stations te openen. Dat is niet uw verantwoordelijkheid. Dat is de verantwoordelijkheid van de federale minister van Mobiliteit. Er is vraag naar. De markt vraagt het. De bevolking vraagt het. Toch krijgen we het niet over onze lippen zwart op wit in het BRV te schrijven dat we daar voorrang aan geven. Eigenlijk bestaat daar binnen de meerderheid geen akkoord over.

Minister, ik bied u daar morgen over te stemmen. Dat is al een gedeelte van de oplossing. Als transport een probleem is, moeten we de locaties die door het openbaar vervoer zijn ontsloten, reserveren voor ruimtelijke ontwikkelingen als nieuwe woningen, kantoren en activiteiten. In dat geval zult u minder spitsstroken moeten aanleggen en worden we misschien allebei blij.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Tobback, ik stel vast dat veel van wat u hier vertelt, ook in de documenten staat die de Vlaamse Regering ondertussen heeft goedgekeurd en volop uitvoert. Sommigen hebben al gehoord van het project Stroomversnelling. Ik weet niet of u hier al van hebt gehoord, maar we bespreken dit met burgers.

Mijnheer Vandenbroucke, vindt u dit belachelijk? Het is mogelijk dat u dit allemaal niets vindt. Burgers, bedrijven en experts hebben hier een jaar aan gewerkt. Er is een energievisie uitgekomen die de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd en die nauw aansluit bij de door het Vlaams Parlement goedgekeurde resoluties over het klimaat.

Als het om mobiliteit gaat, moet minister Weyts op basis van zijn bevoegdheden een aantal zaken doen. Hij weet dat en hij is daarmee bezig. We moeten natuurlijk nog een aantal andere zaken doen. We moeten sturen in de richting van milieuvriendelijke voertuigen. Dat doen we ook.

Mijnheer Tobback, u vergeet natuurlijk te vertellen dat we een groene verkeersfiscaliteit hebben. Voor het eerst zijn minder dieselvoertuigen ingeschreven dan voertuigen met andere fossiele brandstoffen. We sturen in die richting. We plaatsen laadpalen. We hebben een programma dat ervoor zorgt dat mensen in de loop van de komende jaren een keuze zullen moeten maken. Ik weet niet of u dat weet.

U praat hier over meer auto’s en grote files. Dat kan echter niet op een, twee of zelfs drie jaar tijd. Dat betekent dat u op dit vlak ook nog een grote verantwoordelijkheid hebt. Een dergelijke omslag komt er niet op een jaar tijd.

De gesprekken over het energiepact voor 2030 en 2050 zijn volop aan de gang. De Vlaamse Regering heeft haar energievisie aan het Vlaams Parlement overgemaakt. Daarin staat dat we minder wagens moeten hebben en dat we milieuvriendelijke wagens moeten hebben. We moeten overschakelen op elektrische voertuigen en voertuigen op waterstof. We moeten innovatieve technieken gebruiken. U moet daar niet bang voor zijn. Dat zal gebeuren. Ik vind het echter een verkeerde benadering de mobiliteit nu tot files en spitsstroken te verengen.(Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Mijnheer Tommelein, ik heb de indruk dat u zelfs een gedeelte van het debat hebt overgeslagen. Ik wil er mijn eerste pagina nog eens bij nemen. Ik heb letterlijk verklaard dat de geschiedenis van alle vorige regeringen en deze Vlaamse Regering dit met zich meedraagt. U hebt trouwens in de meeste van die regeringen gezeten. Volgens mij zijn er nooit socialistische absolute meerderheden geweest. Dit is een discussie over geschiedenis, hoe lossen we dit op en hoe maken we een toekomst?

De simpele vaststelling is dat we het in dit parlement over de doelstellingen eens zijn, of eens waren, maar dat we na een jaar vaststellen dat het beleid dat we vandaag voeren, ook met de Stroomversnelling, niet toereikend is. Ik ben daar niet tegen, u moet mij niet verkeerd verstaan, u doet uw best. Ik kan alleen maar vaststellen, objectief genomen, net zoals minister Weyts zijn files toenemen en het fietsen niet veiliger wordt, dat in 2014 en 2015 de hernieuwbare-energieproductie is toegenomen met 6,8 procent. Dat is een peulenschil in vergelijking met de doelstellingen die we moeten halen. Het was in de jaren tussen 2008 en 2013 97 procent, maar ik ga dat zelfs niet aan de socialisten toeschrijven. Het gaat vandaag objectief te traag. Minister, ik sta hier niet om te zeggen dat dat allemaal uw fout is. Probeer dat niet iedere keer naar u toe te trekken door te zeggen dat ik zeg dat het allemaal uw fout is. Ik zeg dat niet.

Collega’s, en om te beginnen die van de meerderheid, als u wilt besturen, moet u ook uw verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg u dat het op dit moment niet gaat, dat we er niet gaan komen en dat het niet genoeg is. In plaats van hier te zeggen dat het wel goed gaat, zouden we beter samen naar oplossingen zoeken.

Minister, ik heb nu al drie voorstellen op tafel gelegd waarvan ik zeg dat wij hier, met sp.a, vanuit de oppositie steun aan willen geven. Hier willen we mee achter staan.

Minister Schauvliege van Klimaat, indien u een echt transformatieplan wilt maken, dat echte keuzes maakt en dat echte richtingen voor de toekomst biedt, dan zullen we dat vanuit sp.a en vanuit de oppositie desnoods mee steunen. Maar dan moet er een duidelijke weg gekozen worden. Dan moet u de hindernissen op die weg uit de weg ruimen in plaats van te doen wat u nu doet: doodlopende straten blijven plaveien met belastinggeld en met tijd die we niet hebben. We hebben noch de tijd noch de middelen om de verkeerde keuzes te blijven maken. We hebben noch de tijd noch de middelen om alle keuzes een beetje te proberen, terwijl we allang weten waar we naartoe moeten. Als u daarnaartoe wilt, zullen we u met sp.a vanuit de oppositie met heel veel plezier steunen. Dan gaan we inderdaad die transformatie en die volgende industriële revolutie waarmaken. Als u blijft zeuren met partijpolitieke spelletjes en iedere keer, minister Tommelein, in het defensief gaat, zal het niet lukken. Stop daar alstublieft mee. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Tobback, de laatste die over deze materie partijpolitieke spelletjes speelt, ben ik wel. Ik ben ervan overtuigd dat u ook wel weet dat de oproepen, bijvoorbeeld in de Energievisie zelf, om tegen 2030 het aantal fossielebrandstofvoertuigen te halveren, getuigen van een heel duidelijke visie en een heel duidelijk standpunt. Maar het komt er ook op aan om eens de moed te hebben om aan de mensen een aantal duidelijke cijfers mee te geven. Ik ga het hele land rond met de Energievisie. Als je aan de mensen, de Vlamingen, zegt dat zij gemiddeld 23 kilometer per dag met een voertuig rijden, vallen ze allemaal van hun stoel. De mensen moeten gemotiveerd worden. Als we die discussie voeren met elkaar over welles-nietes, ga je die mensen nooit overtuigen van het feit dat we ons op een andere manier moeten verplaatsen. Dat is de eerste opdracht. Dat gaan we niet realiseren met dergelijke discussies.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Collega’s, ik wil graag met een positieve noot beginnen. Het feit dat we hier vandaag allemaal samen zijn om het over klimaat te hebben, bewijst dat we, over de partijgrenzen heen, de ernst van het probleem inzien. Dat is een goede zaak. Dat is een eerste stap in de goede richting. Alleen, wat is nu eigenlijk het probleem? Om dat duidelijk te maken, citeer ik graag Jan Terlouw: “We krijgen de CO2-uitstoot niet naar beneden. Zo gaan we de klimaatdoelen niet halen. Maar hoe komt dat dan? Weten we dan niet wat het probleem is? Zeker wel! Weten we niet waar de CO2-uitstoot vandaan komt dan? Zeker wel. Over dat alles is er consensus over de partijgrenzen heen. Weten we dan niet wat er moet gebeuren? Zeker wel, want er zijn tal van plannen. Beschikken we dan als regio niet over de nodige technische kennis? We beschikken over de beste onderzoeksinstellingen en bedrijven. Kunnen we het dan niet betalen? Dat is een kwestie van prioriteiten en keuzes die we maken. Te weinig doen, zal ons echter zoveel meer geld kosten.”

Wat is dan eigenlijk het probleem? We weten dat er een probleem is. We weten hoe we het moeten oplossen. We weten dat we het kunnen oplossen. Het enige wat er moet gebeuren, is het doen.

Een andere bekende schrijver, Willem Elsschot, zei ooit: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren.” Helaas heeft ook hij gelijk. Alleen, beste collega’s, zitten wij op de plek waar de wetten gemaakt en veranderd kunnen worden. De wetten hoeven hier niet in de weg te staan. En ook die praktische bezwaren hoeven niet in de weg te staan. Er is geen enkel excuus goed genoeg om deze klimaatcrisis niet aan te pakken. En wat dan met de burgers en de bedrijven? Zijn die er klaar voor? Ik kan u verzekeren dat zij staan te trappelen.

Wat staat er dan in de weg? Het enige dat ik kan bedenken, is een gebrek aan politieke moed. En dat ligt, beste leden van de regering, in jullie handen. De tijd is rijp. De burgers en bedrijven staan klaar en snakken naar oplossingen. Niets staat jullie in de weg, behalve misschien jullie zelf. Jullie weten wat jullie te doen staat. In plaats van excuses te zoeken en maten voor niets te nemen, moeten jullie werk maken van een broodnodige klimaatinstap, hier en nu, een klimaatinstap met concrete maatregelen, een effectief beleid, in plaats van enkel maar de wind die jullie als regering graag produceren. Kom mensen tegemoet, ‘ontzorg’ hen, help hen vooruit. Wees een partner voor de mensen in plaats van hen te betuttelen. Wees niet passief. Mik niet op het voluntarisme van derden, maar neem zelf het voortouw.

Welke oplossingen stellen wij als Groen dan voor? Ik beperk mij tot enkele heel hardnekkige sectoren: gebouwenverwarming, transport, landbouw en ook wel hernieuwbare energie. Nog meer dan groene stroom is groene warmte een uitdaging voor Vlaanderen. Dat blijkt ook uit uw energieplan, minister Tommelein, met de subdoelstelling hernieuwbare energie, dat de Vlaamse Regering vorige vrijdag nog goedkeurde.

Op het vlak van groene stroom doen we wat we kunnen, hoor ik u zeggen. Maar is dat wel zo? De cijfers spreken dat echt wel tegen. Massa’s overheidsgebouwen hebben geen zonnepanelen, zijn slecht geïsoleerd. Scholen moeten nog gigantische inhaalbewegingen doen. En op het vlak van warmtenetten en warmtepompen moeten we nog meer dan een tand bij steken. De Bond Beter Leefmilieu was vanmorgen nog in de commissie Energie. Zij hebben een berekend groen warmteplan voorgesteld. Ze vragen een groen warmtealternatief voor honderdduizend huishoudens per jaar. Anders gaan we er niet komen. Dat wil zeggen dat jullie keuzes moeten maken, keuzes voor elektriciteitstarieven die warmtepompen niet uit de markt prijzen. Waar er voldoende potentieel is voor groene warmte, kiezen voor warmtenetten, en niet zomaar voor miljoenen investeringen in nieuwe gasnetten.

Kijk eens naar Nederland. Nederland wil bewust af van het gas. Zij gaan elk jaar opnieuw enkele honderdduizenden woningen van het gas halen. De Vlaamse overheid moet hier haar verantwoordelijkheid nemen en mag zich niet verschuilen achter de brede rug van de distributienetbeheerders.

En uiteraard pleiten ook wij voor nog meer groene stroom. Ik moet het u nageven, minister Tommelein, u maakte zon en wind weer populair. U durfde te kiezen, samen met ons, voor het verlaten van biomassa. Maar dat op zich is niet genoeg. Ook hier moet u, net als uw collega’s, nog actiever worden, zorgen dat er sneller vergunningen komen voor windmolens, door decretaal vast te leggen dat burgers het recht hebben om te participeren in nieuwe windprojecten. Wij stellen een plan ‘Zon aan huis’ voor, waarbij in een rollend fonds voorzien wordt om burgers de kans te geven om te investeren in zonnedaken op gebouwen in de buurt, bijvoorbeeld op daken van schoolgebouwen. Collega Gryffroy is er vandaag niet, maar ik weet dat hij daar ook achter staat.

Scholen kunnen middelen aanspreken uit het Klimaatfonds, burgers kunnen mee participeren en energiehuizen kunnen faciliteren. Ook hier verwachten we van ministers dat ze uit hun pijp komen en niet aan de kant staan te roepen en supporteren. De tijd van symboolpolitiek is nu echt wel voorbij.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Mijnheer Danen, ik voel mij een beetje aangesproken. U zegt dat iedereen zich aangesproken moet voelen, maar ik wil er wel op wijzen dat er nog nooit zoveel nieuwe schoolgebouwen zijn gebouwd. Sinds april hebben alle scholen in Vlaanderen de kans gekregen om hun verwarmingsinstallatie goed af te stellen. Meer dan 400 scholen hebben dat al gedaan. Dat is zeer goed voor het klimaat. Bovendien zullen we straks een nieuwe oproep lanceren om de budgetten die er zijn in het kader van het Klimaatfonds om te zetten in energiezuinigheid bij scholen. Dus ook in de scholen is er nog nooit zoveel geïnvesteerd in klimaatmaatregelen.

Wat ik noch u noch de voorgaande spreker heb horen zeggen, is dat we ook moeten investeren in het bewustzijn van jongeren. Het is niet alleen investeren in gebouwen, in daken, in mobiliteit dat van belang is, maar ook onze jongeren en onze kinderen moeten echte klimaatambassadeurs worden. Ze moeten zich bewust zijn van de problematiek en zich ernaar gedragen. Ook hier nemen we actie, zelfs zonder dat de oppositie dat vraagt.

Ik wil de uitspraken dat er in Onderwijs niets in beweging is, nuanceren. Daar is niets van aan. Integendeel, we zijn zeer intens en efficiënt aan het investeren. (Applaus bij de meerderheid)

Ik wist dat u dit ging zeggen. Het zou er nog aan mankeren dat er niet van alles beweegt in schoolgebouwen. Ik stel vandaag toch vast dat er scholen worden gebouwd zonder zonnepanelen, zonder warmtepompen maar dat die op een klassieke manier worden verwarmd. Anno 2017 hoeven we dat toch niet te pikken. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Dan komt u in andere scholen dan ik. Ik stel dat vandaag nog steeds vast.

Ten eerste is er de energieregelgeving die duidelijk stipuleert dat er een bepaalde norm moet worden gehaald. Dan is het noodzakelijk om allerhande klimaatinvesteringen te doen of men krijgt gewoon de bouwvergunning niet.

Ten tweede kan er in oude schoolgebouwen effectief nog heel wat gebeuren. De Vlaamse Regering heeft een regeling goedgekeurd waarbij scholen zonneleningen kunnen afsluiten. De intresten zijn momenteel heel laag. Het kan aan een zeer voordelig tarief. Er zijn nu al scholen die deze lening aangaan. We zullen er nog een campagne over voeren, want we willen dat veel meer daken van scholen uitgerust zijn met zonnepanelen. We nemen ook op dat vlak initiatief.

U moet mij eens een nieuw schoolgebouw aanwijzen waar niet is geïnvesteerd in klimaatmaatregelen en energiezuinige maatregelen. Men moet aan voorwaarden voldoen en die stipuleren dat een gebouw heel energiezuinig en klimaatvriendelijk moet zijn.

Nogmaals, als we aan draagvlak willen werken, moeten we zorgen dat die investeringen zichtbaar zijn. De meeste nieuwe scholen hebben geen zonnepanelen. Dus, ze zijn niet zichtbaar. Ik kan niet anders stellen dan dat het zo is.

Dat is echt van de pot gerukt.

Mijnheer Danen, ik dank u eerst en vooral om een groot stuk van mijn werk voor te dragen. U zou een zeer goede woordvoerder zijn van mijn beleid.

Ik moet u toch wel even corrigeren. Er kan geen enkel nieuw gebouw geplaatst worden in Vlaanderen zonder dat aan de regel wordt voldaan dat er in een bepaald percentage – voor particuliere woningen is dat 10 procent, voor niet-residentiële woningen is dat 15 procent – hernieuwbare energie moet worden geïnvesteerd. U zegt dat als iemand een warmtepomp plaatst, dat niet zichtbaar is. Dat kan misschien wel zijn. Dat betekent dat als een school kiest voor een warmtepomp in plaats van zonnepanelen, dat inderdaad minder zichtbaar is. Mensen investeren wel degelijk. Als men bouwt, kiest men voor veel meer dan 15 procent. Nieuwe woningen en nieuwe gebouwen zijn energie-efficiënt en moeten dat ook zijn. Ik steun daarin mijn collega. Wat betreft hernieuwbare energie moet er aan een bepaald percentage voldaan zijn of men krijgt geen bouwvergunning. U moet uw betoog een beetje aanpassen.

Ik ken de regelgeving op dat vlak zeer goed. Ik stel gewoon vast dat als er nieuwe scholen worden gebouwd, er vaak geen zonnepanelen op liggen. Dat is niet goed voor het draagvlak.

Minister Tommelein, ik hoorde u een paar weken geleden nog de ministers Crevits en Weyts de mantel uitvegen omdat ze veel meer kunnen doen. Inderdaad, als uw woordvoerder van vandaag, wil ik dat versterken. Zij kunnen op dat vlak veel meer doen.

De voorzitter

Nog één tussenkomst van minister Crevits.

Word ik vanaf vandaag gelimiteerd in tussenkomsten? Voorzitter, excuses dat ik tussenkom, maar ik voel mij hier echt wel aangesproken.

Mijnheer Danen, geef eens één jaar waarin er meer geïnvesteerd is dan wat we nu op dit ogenblik aan het doen zijn inzake schoolgebouwen? De investeringsbedragen zijn nog nooit zo hoog geweest. En daarbij geven we ook de kans aan scholen die niet onmiddellijk kunnen renoveren, om zonneleningen af te sluiten, opdat ook zij de grote voordelen hebben van zonnepanelen.

Ik wil u gerust eens een namiddag meenemen naar al die nieuwe schoolgebouwen. Dan zult u met mij kunnen vaststellen waar die energie- en klimaatvriendelijke investeringen zitten. Maar ik kan moeilijk een warmtepomp op het dak plaatsen of aan de voordeur, in plaats van een beeld. Dat gaat nu eenmaal niet. Je moet dat doen op de plaats waar er het meeste rendement is. Soms zijn dat zonnepanelen, soms zijn dat andere maatregelen. Maar als u verwacht dat we dat allemaal aan de voordeur zetten, waar iedereen binnenkomt, dan is dat moeilijk.

Maar zelfs op dat vlak hebt u eigenlijk geen punt, mijnheer Danen. Want in heel veel scholen staat de teller voor de energie, de teller die aantoont hoeveel zon er geproduceerd is, op een zeer zichtbare plaats. Scholen gaan met de klassen daarnaar kijken. Ze kijken dan op welke manier je bespaart en wat de winsten zijn. Ze maken daar zelfs een wiskundeles van, hoeveel euro je dan bespaart.

Dus u hebt echt geen gelijk als u zegt dat scholen daar geen werk van maken. Ze zetten dat in de vitrine, zeker als ze nieuwbouwen plaatsen of als ze renoveren.

U hebt, wat dat betreft, dus echt geen gelijk. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister, u hebt dus de toezegging gedaan dat u een namiddagje op stap gaat met de heer Danen.

Minister Crevits heeft het woord.

Ja, of met het parlement. Dan kunnen we samen eens naar alle realisaties in de scholen gaan kijken. Dat zou het debat ook wat interessante voeding geven.

Ja, maar dat is nu net wat ik bedoel. Er gebeuren dingen, maar er gebeurt niet genoeg. Hoeveel duizenden schoolgebouwen zijn er zonder dubbel glas, minister Crevits? Weet u dat? Weet u hoeveel schoolgebouwen er zijn zonder dubbel glas, zonder dakisolatie? (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Dát zijn de grote problemen. Er gebeurt veel, maar er zou nog veel meer moeten gebeuren. Dat is nu net het punt dat ik wil maken.

En inderdaad, ik ga graag met u mee, tenminste als we de rondrit maken in mijn eigen regio, in Limburg.

U bent dus geen volksvertegenwoordiger voor álle Vlamingen. (Applaus van Bart Dochy)

Jawel, maar de heer De Croo heeft mij net gezegd, vlak voor dit debat, dat als je bezoeken aflegt, je dat het best doet in je eigen kiesarrondissement. Is het niet waar, mijnheer De Croo? (Herman De Croo knikt van ja)

Voilà. En van de heer De Croo wil ik graag iets leren.

Tot daar de scholen.

Mijnheer Tommelein, op het vlak van woningrenovatie kan er heel wat gebeuren. Bij de hoorzitting rond de klimaatresolutie werd het ‘Nul op de Meter’-energierenovatieprogramma uit Nederland voorgesteld. U kent het allicht wel.

Een huis dat evenveel of meer energie opwekt dan het verbruikt: dat kan door een upgrade van de woning met onder meer gevelrenovatie, slimme en zuinige toestellen en eigen energieopwekking. En hoe wordt dat betaald? Wel, met het uitgespaarde geld ten opzichte van de oude energierekeningen. Hierdoor blijven de woonlasten voor de bewoners gelijk en krijgen ze een beter huis voor hetzelfde geld. Maar dit kan maar lukken als iedereen meewerkt. De overheid moet mensen mee over de streep trekken, niet louter met geld, maar door actief de helpende hand reiken, te ontzorgen en energiehuizen hun werk te laten doen.

De vergroening van mobiliteit dan. We hebben het er daarnet al even over gehad. Ik zal het niet hebben over de spitsstroken. Maar we kunnen niet wegsteken dat de mobiliteit in onze regio een hardnekkige CO2-uitstoter is, iets wat we niet goed onder controle krijgen.

In de Vlaamse klimaatresolutie maakten we duidelijke keuzes. We mikten op een halvering van het aantal nieuwe benzine- of dieselwagens in 2030. Ondertussen willen veel steden en landen verder gaan. De doorbraak van die elektrische voertuigen komt er nu echt aan. Maar ook hier mag de overheid niet afwachten, maar moet ze een veel actievere rol spelen: via fiscale wetgeving, de uitrol van voldoende laadpalen en versterking van de netten. En vooral moet de overheid blijven investeren in goed, slim en sterk openbaar vervoer en zich ambitieus tonen in fietsinvesteringen.

De landbouw dan, nog zo’n hardnekkige CO2-uitstoter die we moeilijk onder controle krijgen. Er is een nieuwe voedseldriehoek, die beter is voor onze gezondheid. Daarin wordt aangemaand minder rood vlees te eten, en meer groenten en fruit. Maar dan moeten we wel consequent zijn en niet tegelijk via VLAM reclame maken voor meer biefstuk-friet.

We kiezen ook voor meer dierenwelzijn, en dat betekent ook dat de landbouw minder moet investeren in minder dieren, dus minder dieren en beter vlees. Dat was trouwens ook hét taboe bij de klimaatresolutie die we vorig jaar hebben goedgekeurd. Ondertussen zijn we echter een jaar verder, is de wereld toch wel voor een stukje veranderd en is de Vlaamse Regering daar nu voor honderd procent zelf bevoegd voor.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Collega, als het over landbouw gaat, voel ik me toch geroepen om eventjes tussenbeide te komen. Ik denk dat de landbouw een heel belangrijke speler is in het duurzaamheidsverhaal. Als we de recente cijfers bekijken over de intensieve veeteelt, waarover jullie er jammer genoeg soms op blijven hameren dat ze slecht is voor het milieu, dan zien we dat die de afgelopen jaren de uitstoot met 26 procent heeft gereduceerd. Dan denk ik dat dat een van de sectoren in Vlaanderen is die toch wel een voorbeeld kan zijn voor vele andere sectoren, waar er ook heel wat werk aan de winkel is. Ik wil dus vragen om toch wel evenwichtiger te zijn wat dat betreft, want ze doen al heel wat inspanningen op dat vlak, en zijn bereid om er nog te doen.

Collega Danen, het is natuurlijk gemakkelijk om een aantal doelstellingen naar voren te schuiven. Ik heb het trouwens bij het begin van het debat al gezegd: volgens mij is het fundamentele debat of de klimaatdoelstellingen die zijn vooropgesteld, haalbaar zijn.

Ik heb de indruk dat het enthousiasme en de eensgezindheid over de resolutie die jullie hebben goedgekeurd, toch wel wat zijn verminderd. Vindt u het haalbaar dat, zoals u zelf zegt, er tegen 2030 de helft minder auto’s met een verbrandingsmotor zullen rondrijden? Vindt u het echt realistisch dat er tegen 2050 een halvering van de veestapel zal zijn? Die vraag is ook gericht aan minister Tommelein. Vind u het realistisch dat er in de komende jaren honderden windmolens zullen worden bijgeplaatst in Vlaanderen? U weet dat de oppervlakte beperkt is. U weet dat het draagvlak niet zo groot is in Vlaanderen, maar u poneert allemaal, zowel de meerderheid als de oppositiepartijen, een aantal doelstellingen die niet becijferd zijn en waarvoor er geen draagvlak is. Natuurlijk is het gemakkelijk om op dergelijke manier aan politiek te doen.

Ik heb nu nog geen enkel concreet antwoord gekregen. Hoe zal alles worden gefinancierd? Op welke wijze zult u dat financieren? De heer Tobback zegt: uit de privésector, door de overheid, door dit, door dat. Dat is allemaal gemakkelijk gezegd, maar er heeft me nog niemand concreet kunnen zeggen hoe alles zal worden gefinancierd.

Ik zal onmiddellijk een antwoord geven op collega Sintobin en doorgaan op zijn manier. Was het vijf jaar geleden realistisch dat er zonnepanelen zouden zijn die zonder enige subsidie rendabel zouden zijn? Was het vijf jaar geleden realistisch dat men windmolens offshore zou kunnen bouwen in windmolenparken die goedkoper zijn, voor dezelfde capaciteit, dan kerncentrales? Mijnheer Sintobin, als ik u die vraag vijf jaar geleden zou hebben gesteld, dan zou u hebben gezegd: ‘Nooit van zijn leven, in geen honderdduizend jaar.’ Wel, u was fout. En we zijn over heel veel dingen nog meer fout. Ik heb het daarstraks niet voor niks gezegd: dit is daadwerkelijk een volgende industriële revolutie. Als u nog huifkarren wilt blijven kopen terwijl de stoomtreinen al wegrijden, dan moet u dat vooral doen, maar die huifkar kost ook geld, en u smijt dat geld van u weg als u ze koopt. Daar gaat de discussie over. Wat we ook doen, we zullen geld moeten steken in stroom produceren. Dat doen we vandaag ook. De vraag is: steken we dat geld in dingen van de toekomst of in dingen van het verleden? In dat geval hebben we het weggegooid.

Voorzitter, wat de landbouw betreft, want daarover wou ik het hebben, is het realistisch dat we de veestapel halveren tegen 2050? Ik herinner me dat er vorig jaar bij de veehouderij in Vlaanderen een enquête is geweest waaruit bleek dat 30 procent van de ondervraagde boeren-veehouders bereid waren om, indien ze dat zouden kunnen zonder een hoop schulden mee te pakken, morgen te stoppen.

Mits een warme sanering.

Mits een warme sanering, ja, maar de vraag is niet of het realistisch is. Ja, het is realistisch. Er is zelfs een vraag naar. De markt vraagt het. De sector vraagt het. De vraag is of we bereid zijn om daar geld in te stoppen. Ja of neen? Mijn antwoord daarop is klaar en duidelijk ja, want we besteden vandaag ook geld aan het oplossen van de problemen van die intensieve veehouderij, aan waterzuivering en aan alles daarrond. Ik denk dat we ons geld beter besteden aan die afbouw. Dus, is het realistisch? Ja, maar je moet het wel willen, en daarover gaat deze discussie.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Mijnheer Vanderjeugd, mijnheer Sintobin, u weet allemaal dat de landbouw een inspanning heeft gedaan voor de vermindering van broeikasgassen. Dat is waar, mijnheer Vanderjeugd. Dat gaan we niet ontkennen. Die landbouw produceert qua volume echter veel, meer dan het dubbele van wat we nodig hebben. We kunnen dus moeiteloos die veestapel afbouwen als het gaat over onze eigen consumptie. Dan hebben we nog een overschot.

De druk wordt niet weggewerkt als we aan de ene zijde minder uitstoten en aan de andere zijde meer produceren. Het is een feit dat we eraan moeten werken en onder druk van de inkomens van de landbouwers is er heel veel ruimte om daaraan te werken. Hoe gaan we het financieren? Als we alle crisismaatregelen die we nemen om de landbouwers te ondersteunen in de veeteelt, varkens en runderen, samenleggen dan kunnen we moeiteloos een warme sanering betalen. Dat is de realiteit. Dan is er een economisch haalbaar weefsel, kunnen de landbouwers die problemen hebben of wat ouder worden, probleemloos stoppen en kunnen we onszelf moeiteloos bevoorraden, want er is nog altijd veel ruimte om afgewerkte topproducten te leveren aan het buitenland. Het is best haalbaar. Laat ons die moed hebben.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Mijnheer Tobback, u haalt aan dat een studie aangeeft dat vele landbouwers vragende partij zijn voor een afbouw van de veestapel. Ik wil toch wel een nuance aanbrengen en een correctie doen in een verhaal. Er is inderdaad aangegeven dat het aantal landbouwers  de laatste jaren zeer sterk daalt, maar u doet geen enkele uitspraak over de vraag van andere landbouwers die duidelijk ruimte zoeken, grond en een bedrijf voor dierlijke productie. Het tweede luik is minstens zo belangrijk in uw verhaal om hier naar voren te prijken als het eerste luik. Zomaar stellen dat de sector zelf vragende partij is voor de afbouw van de veestapel, is niet correct en te kort door de bocht.

Collega Caron, u zegt dat de landbouw al ‘een beetje’ een inspanning heeft gedaan. Ik denk dat we tijdens de verschillende hoorzittingen vernomen hebben – en iedereen was het daar roerend over eens, dus ik vind het een beetje gek om een jaar later een ander geluid te horen – dat dat ‘beetje’ geen beetje is, maar een immense inspanning. De sector die reeds de grootste inspanningen heeft geleverd, is de landbouw. Landbouw is altijd een voortrekker geweest in het klimaatdebat om inspanningen te doen. De landbouwers willen nog inspanningen op dat vlak doen en kijken op welke manier zij dat kunnen. Omgekeerd zelfs, in de debatten hebben we kunnen vaststellen dat, omdat landbouw op innovatieve technieken inzet, ze een positieve rol spelen in het klimaatbeleid en zelfs in het energiebeleid. In de hoorzittingen was er toch een andere teneur. Ik vind het een beetje spijtig dat het hier weer teniet wordt gedaan.

Mijnheer Caron, over het landbouwmodel kunnen we in andere debatten nog van gedachten wisselen, maar niet zoals het debat hier wordt verengd.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Collega's, ik neem aan dat we het eens zijn dat Vlaanderen geen eiland is wanneer we het over klimaatdoelstellingen hebben. Het is niet zo dat, als we hier perfect produceren en alles hier goed doen en alle economische activiteit laten verdwijnen, de wereld daardoor zoveel beter zal zijn, want elders wordt ook geproduceerd. Ik wil ook deze vergelijking maken: 1 kilo rundvlees geproduceerd in Vlaanderen, stoot half zoveel CO2 uit als 1 kilo rundvlees in Argentinië of Brazilië. Wij produceren in Vlaanderen heel efficiënt. We zouden er eigenlijk moeten voor pleiten om het rundvlees dat wordt geconsumeerd, hier te produceren en niet in het buitenland.

Het is een totaal ander verhaal. Het is ook een economisch verhaal. Wij exporteren heel wat producten. Het is ook een verhaal waar reststromen van andere productie, bijvoorbeeld in de sojaproductie, gevaloriseerd worden in de veehouderij. Die stromen moeten hun waarde krijgen en goed worden gebruikt.

Ik wil het landbouwdebat niet voeren zoals we het spitsstrokendebat hebben gevoerd, want dan lopen we eindeloos vast. Ik wil collega Rombouts toch wel een antwoord geven op haar opmerking.

Ja, er zullen landbouwers zijn die willen stoppen en die vragende partij zijn voor warme sanering. We kunnen in een land waar 6 miljoen varkens zijn, met alle problemen van dien – gisteren was er in de commissie nog een debat over de watervervuiling en de nitraatvervuiling door mest – die problemen voor een stuk oplossen met een warme sanering, en we kunnen daarmee tegelijkertijd ook nog een klimaatprobleem oplossen.

Natuurlijk zijn er nog mensen die vragende partij zijn om daarna voort te gaan. Maar, mevrouw Rombouts, er zijn ook nog altijd mensen die, als je hun de keuze geeft, graag willen investeren in nieuwe steenkoolmijnen. We laten dat ook niet meer toe. Dat is een kwestie van keuzes maken. Als iets op een bepaalde locatie of globaal negatieve gevolgen heeft, dan moet je je afvragen of het nog de moeite is dat we ons inspannen om dat te allen prijze hier te houden. Ik zeg ‘warme sanering’. Dat betekent dat er ook geld tegenover mag staan, want ik denk dat we dat geld terugverdienen. Of zoeken we samen naar alternatieven voor de sector en voor de mensen, alternatieven waar we allemaal samen minder negatieve gevolgen van hebben en waar we allemaal samen de wereld ook nog een plezier mee bewijzen? Dat is de keuze waar we voor staan. Ik vind het opvallend dat het moeilijk is om in dit debat daarop te komen. Alles wat men doet, is de hele tijd zeggen dat we gaan blijven doen wat we nu aan het doen zijn en we toch de problemen zullen oplossen. Dat gaat niet lukken!

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Ik wil toch even corrigeren wat betreft mensen die geloven in de toekomst. Eerst en vooral, wat het Windplan betreft: daar zijn studies over. Het is duidelijk dat dat wel een draagvlak heeft in Vlaanderen. 75 procent van de Vlamingen zegt overduidelijk voor het plaatsen van windmolens te zijn, zelfs dicht in hun omgeving. 18 procent staat er neutraal tegenover. Slechts 7 procent is daartegen.

Mijnheer Sintobin, dat is natuurlijk het verschil tussen optimisten, die geloven in de toekomst en die geloven in vernieuwing, en pessimisten, die vinden dat het allemaal niet kan, dat het allemaal overdreven is, dat het niet realistisch is. Ik ben ervan overtuigd dat als we alle hindernissen wegwerken en de mensen ook mee laten participeren in de windprojecten, die cijfers absoluut realiseerbaar zijn. Trouwens, mijnheer Sintobin, ze moeten realiseerbaar zijn, want in 2020 hebben we nog niet gedaan! Dan geloof ik inderdaad in innovatie. Dan geloof ik in het feit dat we vandaag windmolens aan het plaatsen zijn van 2,5 megawatt, en er in feite al windmolens van 7,5 megawatt zouden kunnen worden geplaatst. Ze worden rendabeler, ze worden goedkoper, daar geef ik de heer Tobback gelijk in. Dat betekent dat investeren in hernieuwbare energie kan.

Trouwens, de Vlaamse Regering gaat ook een project opzetten voor middelgrote windmolens waar de landbouw vragende partij voor is. Daar geef ik u gelijk, mevrouw de voorzitter van de commissie Leefmilieu: wij hebben bij de landbouwers pioniers op het vlak van hernieuwbare energie. Het enige waar die landbouwers regelmatig mee worden geconfronteerd, is met vergunningen en drempels om effectief hun doelstellingen te bereiken.

Ik zou dus toch even willen corrigeren: er is wel degelijk in Vlaanderen een draagvlak voor windenergie.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Collega's, ik heb een paar heldere en heel concrete maatregelen opgesomd, met telkens een constante, namelijk de overheid die actief de burger ondersteunt. Om de energieomslag en de klimaattransitie te maken, is er nood aan samenwerking tussen alle regeringen en overheden die ons land telt. Samenwerkingsfederalisme heet dit.

Vanmorgen nog zaten we samen in het Brussels Parlement met alle parlementsleden van de verschillende assemblees die met klimaat bezig zijn. Ik moet zeggen dat dat wel een zekere dynamiek geeft. Daar zijn kiemen tot samenwerking gesmeed. Maar ook de overheden en de regeringen moeten verantwoordelijkheden nemen en samenwerken. De regering-Michel, de regering-Bourgeois, de regering-Vervoort en de regering-Borsus die allemaal dezelfde richting uitkijken, zou dat geen mooi beeld zijn? Voor een levensbelangrijke uitdaging als klimaat moet dat mogelijk zijn, over regeringen heen, over partijgrenzen heen en zelfs over legislaturen heen.

Het energiepact moet er zo snel mogelijk komen, net als de nieuwe lastenverdeling tegen 2030. Engeland, Zweden en Nederland hebben een klimaatwet. België kan dat ook. Groen gelooft hierin en wil hiertoe mee initiatief nemen. We hebben ook een grote internationale verantwoordelijkheid. Dat is maar mogelijk als rijke westerse landen bijdragen in klimaatfinanciering voor de armste landen. Dat mogen we zeker niet vergeten.

Collega's, ik rond af. We kennen het probleem, we kennen de oplossing. Tussen droom en daad staan ditmaal geen wetten in de weg, noch praktische bezwaren. Aan het werk! (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, het is al gezegd, op 23 november vorig jaar keurden wij hier, meerderheid en oppositie samen, de klimaatresolutie goed. De regering deelde de ambitie van dit parlement, meer zelfs, een week later hield ze de klimaattop in Gent en daar werden de aanbevelingen van het parlement op bepaalde punten zelfs nog aangescherpt. Ik denk aan het terugdringen van de verharding waar de regering nog een stapje verder ging dan het parlement.

Voor de N-VA zijn die engagementen geen vodje papier. We willen echt resultaten zien, maar we beseffen dat na amper een jaar resultaten doorgaans niet meetbaar zijn. Er werden initiatieven genomen, er zijn er al veel genoemd, er zijn er natuurlijk nog meer niet genoemd. Ik denk aan de belasting op de inverkeerstelling (BIV), de verkeersbelasting werd vergroend met als resultaat dat er vandaag al minder diesels verkocht worden, dat is al voelbaar, de kilometerheffing voor vrachtwagens is ingevoerd. Minister Homans investeert tegen een nooit gezien tempo in de bouw en isolatie van sociale woningen. Er ging al bijna 4 miljard euro deze legislatuur naartoe. De overheid vergroent het eigen wagenpark. Vanaf 2019 zijn de nieuwe bussen van De Lijn geen diesels meer. We bouwen nieuwe, energieneutrale kantoorgebouwen vlakbij treinstations, we isoleren onze bestaande overheidsgebouwen. We plaatsen ledverlichting onder meer langs de snelwegen enzovoort.

Maar volstaat dat? Ik denk het niet. Er zijn dringend extra, ingrijpende maatregelen nodig, zoals een slimme heffing voor personenwagens, de regering is daarmee bezig. Geen belastingverhoging, maar een verschuiving, rekening houdend met het type auto, de plaats en het tijdstip waarop we de auto gebruiken. Een Renovatiepact met bindende tussentijdse doelstellingen en langetermijndoelstellingen voor bestaande gebouwen, strengere normen voor nieuwbouw, het uitfaseren van verwarming op stookolie en op termijn ook op aardgas enzovoort.

We merken hoe moeilijk het is, ook in dit huis, om intenties en afspraken…

Mijnheer Vandaele, ik wil het met u even hebben over de slimme kilometerheffing die op komst is, waarschijnlijk in de volgende legislatuur, voor de personenwagens. U wijst ook naar de kilometerheffing voor vrachtwagens als zijnde een goed instrument. Kunt u mij zeggen, gebaseerd op cijfers, hoeveel vrachtwagens – één, twee, drie – er nu minder rijden op onze snelwegen? Heeft dit werkelijk een mobiliteitssturend effect zoals de bedoeling was? Heeft die kilometerheffing vrachtwagens van onze wegen gehaald? Zal de slimme kilometerheffing voor personenwagens dit effect hebben? Of is het, zoals wij stellen, gewoon een platte belasting?

Mijnheer Sintobin, het systeem is in elk geval goed, zowel voor vracht- als voor personenwagens. Als u meent, ik heb de cijfers niet, dat het in de uitwerking wat de vrachtwagens betreft niet is wat het zou moeten zijn, dan kan dat worden bijgestuurd. Maar dat het systeem goed is, daar ben ik van overtuigd.

Ik zal bij dezen zoals gewoonlijk een middenpositie innemen. Ik ben zeker niet tegen een slimme kilometerheffing, mijnheer Vandaele, van mij mag u ze invoeren. Maar ik zal u zeggen wat echt slim zou zijn aan zo’n kilometerheffing. Ik wil ze zelfs graag betalen.

Als ik beslis om de kilometerheffing te vermijden door de bus te nemen, moet u ervoor zorgen dat die bus er is. Als ik beslis om in plaats van de auto de fiets te nemen, moet u ervoor zorgen dat dat veilig en comfortabel kan. Dus dat u ervoor zorgt dat ik die heffing kan vermijden en dat de alternatieven performanter, beschikbaarder en aantrekkelijker zijn dan de weg voor mijn deur. In dat geval is het een slimme kilometerheffing en ben ik er helemaal voor.

In het andere geval – en ik vrees een beetje voor de volgorde waarin u ze gaat invoeren – is het gewoon een belasting. Dan ben ik het zelfs bijna eens met collega Sintobin. Als we vandaag zien dat de kilometerheffing er niet voor zorgt dat er minder vrachtwagens zijn en bovendien de opbrengst voornamelijk geïnvesteerd wordt in nog meer wegen, waardoor er aantoonbaar nog meer vrachtwagens zullen komen, dan is dit toch allesbehalve slim.

Dus nog eens, voer die kilometerheffing in maar doe het dan ook slim: zorg ervoor dat de alternatieven er eerst zijn want anders speelt u vals. Laat dat vooral niet gebeuren.

Ik ben blij dat sp.a nu ook gewonnen is voor een vermijdbare – daar ben ik het met u eens – slimme kilometerheffing. Dat was in het verleden niet altijd het geval.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Ik vind het wat eigenaardig dat er zoveel commotie ontstaat over het invoeren van een verbruikstaks in plaats van een forfaitaire taks, want dat is wat we hier doen. Ik zou verwachten dat daar grote eensgezindheid over zou bestaan. Ik hoor beide voorgaande sprekers zeggen dat er minder vrachtwagens en auto’s moeten komen, maar dat is niet onze hoofdbedoeling. Onze hoofdbedoeling is correct te belasten naar gebruik van het wegennet. En dat, mijnheer Tobback, is exact wat we doen en waar de regering mee bezig is voor het personenwagenverkeer. Maar ook daar is het een Europese trend die we trouwens zullen volgen, om te gaan kijken naar verbruiksbelasting in plaats van de platte forfaitaire taks waar u blijkbaar op een of andere manier toch zo’n fan van blijft.

Parallel investeren we natuurlijk enorm in de alternatieven. De minister heeft al herhaaldelijk gezegd wat er allemaal gebeurt. De budgetten zijn hoger dan de investeringsbudgetten van uw eigen ministers in het verleden, dus houdt toch op met die riedel, het is multimodaal, het zijn investeringen in de verschillende alternatieven, ook in een poging om zo veel mogelijk verkeer en vervoer naar die alternatieven te leiden.

Mevrouw De Ridder, ik denk dat u zich een beetje van debat hebt vergist of dat u de agenda niet goed hebt bekeken. In het kader van het klimaatdebat interesseert het ons wel degelijk dat er minder vrachtwagens en minder auto’s komen, want het gaat namelijk over het verminderen van de CO2-uitstoot. Meer auto’s betekent meer CO2-uitstoot. Het gaat hier dus wel degelijk over minder-minder. (Opmerkingen van Annick De Ridder)

Blijft u alstublieft rustig, ik begrijp dat u zich hebt vergist van debat. Ik probeer u gewoon uit te leggen waar het over gaat. Dit zijn engagementen waarvan u denkt dat u ze mee hebt goedgekeurd. U hebt mee gestemd voor minder CO2, als u dan vervolgens komt zeggen dat het niet eens uw bedoeling is dat er minder wagens en vrachtwagens zouden rijden, dan vraag ik me af of u bij de stemming wist wat u hebt goedgekeurd.

En nog eens, het gaat me niet over het behouden van de belastingen zoals ze vandaag zijn, het gaat me om het bieden van alternatieven. Het gaat me over resultaten. Alles waar u over discussieert, zijn ideologische maatregelen en het verleden, ik stel gewoon vast wat de resultaten vandaag zijn en ik zoek naar een manier om resultaten te boeken, desnoods samen met u, voor mij niet gelaten, u vindt dat erg maar ik vind het niet erg om met u samen te werken, op voorwaarde dat het resultaten kan boeken, maar dan moet u die wel willen boeken in plaats van te blijven vasthangen in uw eeuwige riedel. (Applaus bij sp.a)

Dit is een beetje tot zeer plat wat u hier doet. U stelt het hier voor alsof een slimme kilometerheffing de bedoeling heeft om minder wagens en minder vervoer toe te laten. Neen, de slimme kilometerheffing heeft de bedoeling om op een verstandige manier te gaan belasten. In plaats van de forfaitaire taksen zouden we dus gaan naar een verbruikstaks. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

De voorzitter

Mijnheer Tobback, u wenst ook niet te worden onderbroken, dat is bekend. Mevrouw De Ridder heeft het woord en onderbreekt ook nooit iemand. (Gelach)

Die taks zal mensen sturen naar plaats, tijd en modus. En zoals u zult weten – uw partijgenoten hebben u wellicht geïnformeerd, want zelf heb ik u nog niet gezien in de commissie – vloeit de opbrengst ook terug naar het departement Mobiliteit en Openbare Werken. De opbrengst wordt gebruikt om te investeren. En daarnaast wordt, zoals daarnet al gezegd, ook geïnvesteerd in alternatieven om mensen ertoe te verleiden, niet alleen inzake personenvervoer maar ook inzake transport, om ook gebruik te maken van die alternatieven.

Tot slot wil ik de collega’s uitnodigen voor het debat over de slimme kilometerheffing voor vrachtwagens in de commissie over een aantal weken. Iedereen is welkom om daarover van gedachten te komen, wisselen want dat is de plaats waar het werkelijke debat moet plaatsvinden.

We hebben daarnet de discussie gevoerd over de bocht van sp.a inzake spitsstroken. Ook inzake de kilometerheffing heeft sp.a al een bocht gemaakt. Nu ben ik verontrust, want aanvankelijk was men tegen, vervolgens was men voor, en nu hoor ik tussen de regels een nieuw standpunt, dat sp.a eigenlijk tegen is, want eerst moeten alle andere alternatieven een volledig dekkend soelaas bieden. Dat is de discussie over de kip en het ei. Het verontrust me oprecht dat de stok wordt weggegooid en men gewoon zegt: we zijn wel voor de kilometerheffing, maar eerst moeten alle andere alternatieven voorhanden zijn, voor iedereen, aan ieders deur. Als men daaraan vasthoudt, weet men bij voorbaat dat de kilometerheffing voor personenwagens er nooit zal komen. Wij willen de kilometerheffing voor personenwagens minstens grondig bestuderen omdat ze tot een belastingverlaging leidt, omdat we de inkomsten van de buitenlanders die vandaag 0 euro belastingen voor ons wegennet betalen, kunnen gebruiken om alle verkeersbelastingen af te schaffen en om te investeren in weginfrastructuur en in alternatieven voor de weg. Op dat punt volg ik volledig. Ik vind zelfs ook dat we maximaal moeten proberen om voorafgaand te investeren in alternatieven. Maar als men pleit voor eerst de kip en dan het ei, dan gooit men de stok weg, en dat is zeer verontrustend.

De tweede doelstelling, naast belastingverlaging, is de mobiliteit te sturen en mensen te belonen wanneer ze zich verplaatsen buiten de spits en in die zin ook te zorgen voor een vermindering van de files. De derde doelstelling is een vergroening. Binnenkort is er een evaluatie van de kilometerheffing voor vrachtwagens, maar nu al kan ik zeggen dat we een veel positiever effect hebben dan verwacht op het vlak van de vergroening van het wagenpark van de vrachtwagens, zelfs dermate dat we in het eerste jaar ietwat tegenvallende inkomsten hadden, omdat, meer dan verwacht, het wagenpark vergroend is, want per kilometer geldt een goedkoper tarief voor wie rijdt met Euronorm V of VI, de meest groene vrachtwagens. We zien een volledige verschuiving waardoor vandaag 80 procent van alle vrachtwagens die op ons grondgebied rijden, tot die meest groene alternatieven die voorhanden zijn, behoort. Dat is mede dankzij de kilometerheffing voor vrachtwagens en is dus een realisatie van een groene politiek van deze regering.

Ik moet toegeven dat ik bij momenten een beetje verward begin te raken. Ik zie een collega van N-VA op het spreekgestoelte staan die zegt dat de slimme kilometerheffing een sturende heffing moet zijn, want dat bedoelt men met ‘slim’. Ik zie zijn partijgenoten in de zaal die zeggen dat het belastingen zijn die moeten worden geïnd, en niet meer dan dat. Dan hoor ik de minister krampachtig naar het midden sturen en de breuk helen door te zeggen dat we gaan proberen te sturen, maar dan wel eerst belasten en dan sturen.

Minister, u hebt er terecht op gewezen dat u hoge budgetten hebt om te investeren in openbaar vervoer, in alternatieven. Gebruik dan die enorme budgetten om effectief die alternatieven uit te bouwen en bestraf dan de mensen die de beschikbare alternatieven niet gebruiken. Daar ben ik het honderd procent mee eens. Dat is een sturende belasting. Maar sturen in de richting van iets wat er niet is, aan mensen zeggen dat ze niet moeten betalen als ze een ander vervoermiddel gebruiken en er niet voor zorgen dat er een ander vervoermiddel is – want de bus is uw verantwoordelijkheid, de trein is de verantwoordelijkheid van de overheid – dat is vals spelen. Als u echt een valsspeler wilt zijn, moet u effectief eerst belasten. U stuurt de mensen het veld in, mevrouw de Ridder.

Mijnheer Tobback, dat u verward was, wisten we met zijn allen al. Ik ben blij dat u het nu ook zelf lijkt te gaan beseffen. Uw uitspraak dat de bedoeling van een wegentaks, of het nu voor wagens of voor vrachtwagens is, is om wagens en vrachtwagens van de weg te pesten, is niet juist. Dat is niet de bedoeling. Ik herhaal nogmaals, want u bent blijkbaar hardleers, of u bent wat hardhorig vandaag, dat het de bedoeling is dat we sturen, dat we met de kilometerheffing, die mogelijk ook een lastenverlaging kan zijn voor de Vlaming, het verkeer naar andere momenten van de dag willen sturen.

Parallel, door te investeren in openbaar vervoer, in waterwegen en in alternatieven willen we de mensen er ook toe verleiden om meer, zowel voor het personenvervoer als voor transport, naar die alternatieven te kijken. Ik denk dat dit toch wel duidelijk is.

De voorzitter

De heer De Kort heeft het woord.

Dirk de Kort (CD&V)

Het is volgens mij veel belangrijker om ons toe te spitsen op de slimme kilometerheffing, zoals dat ook gebeurde in het debat in de commissie, en dat we hier niet proberen elkaar wat vliegen af te vangen. We willen met zijn allen klaarstaan om de volgende keer van start te kunnen gaan met een slimme kilometerheffing voor personenwagens. We weten allemaal dat een slimme kilometerheffing niet betekent dat elke burger meer zal moeten betalen, dat moeten we bij elke communicatie benadrukken. Die burger zal maar moeten betalen afhankelijk van plaats en tijdstip. Het is wel van belang dat we de burger nog meer trachten te verleiden om gebruik te maken van die alternatieven. We weten dat dit zal gebeuren met die kilometerheffing.

Dat hoeft ook niet te betekenen dat De Lijn vandaag niet zelf wat meer initiatieven mag nemen op dat vlak. Tijdens de studiereis van onze commissie naar Hamburg hebben we gemerkt dat als je daar een abonnement hebt voor woon-werkverkeer, je dat ook ’s avonds en in het weekend mag gebruiken. De andere gezinsleden mogen er gebruik van maken. Met dergelijke maatregelen zullen we de mensen veel meer kunnen overhalen om gebruik te maken van die alternatieven. Laat ons de positieve voorbeelden uit het buitenland in gedachten houden. Ik ben tevreden dat de neuzen van alle collega’s hier nu wel in dezelfde richting staan inzake de slimme kilometerheffing voor personenwagens en voor vrachtwagens.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Ik ben niet verward, maar ik maak mij zorgen, zeker als ik mevrouw de Ridder en minister Weyts hoor. De vaststelling vandaag is dat het ganse wagenpark groener wordt en dat de CO2-uitstoot toch stijgt. Op welke manier moet je dat aanpakken? Het aantal gereden kilometers moet naar beneden. Welnu, ik heb de indruk, en corrigeer mij als ik verkeerd ben, dat noch minister Weyts noch mevrouw De Ridder wil dat het aantal gereden kilometers daalt. Klopt dat? Daar had ik graag een duidelijk antwoord op. Als jullie zeggen: voor ons hoeft dat niet, dan heeft dit debat geen enkele zin. Dan weten we dat we onze doelstellingen sowieso niet zullen halen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, hopelijk mag ik hierover ook een mening hebben. Ik hoop in elk geval dat in het kader van dit debat de slimme kilometerheffing mensen er inderdaad toe zal brengen om de moeilijke, de dure momenten en plaatsen te vermijden door gebruik te maken van andere modi van collectief vervoer en niet enkel van openbaar vervoer.

Het is moeilijk…

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Voorzitter, ik zou graag een antwoord krijgen op mijn vraag.

Ik denk dat ik het antwoord gegeven heb en dat ik hier de mening van onze partij vertolk.

We merken dus hoe moeilijk het is om intenties en afspraken, zelfs al worden die op papier gezet en door alle partijen onderschreven, in realiteit om te zetten. Het is erg moeilijk om het algemeen belang en de langetermijnvisie te laten voorgaan op het individuele belang op de korte termijn en om een politiek draagvlak te vinden voor het klimaatbeleid en met name voor de omslag die nodig is op het gebied van ruimtelijke ordening. Daar is veel politieke moed voor nodig, dat woord is hier al gevallen. Of nog gemakkelijker: daar is veel geld voor nodig. Als we wie door het beleid beperkingen opgelegd krijgt hogere compensaties of vergoedingen willen bieden dan vandaag het geval is, spreken we al snel over enkele miljarden euro. De intenties zijn er, maar elke stap vooruit die we de voorbije jaren probeerden te zetten, wat ruimtelijke ordening betreft, raakte vastgezogen in het slijk. Ook in het slijk der aarde, misschien.

Ik noem de bescherming van de meest waardevolle bossen, die onmisbaar zijn voor de opslag van CO2. Na jaren sleutelen bereikten we eindelijk een akkoord, maar vanaf dag één van de uitvoering liep het fout om een aantal redenen, maar in de slotsom toch ook weer omdat mensen een hogere vergoeding willen. In de geest van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen willen we slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden schrappen, want de klimaatfactuur om die wel aan te snijden, is te hoog. Maar de inkt is nog niet droog of het verzet wordt alweer georganiseerd met kreten als: ik moet met mijn grond nog kunnen doen wat ik wil. Zelfs voor de signaalgebieden – waterzieke gronden met een harde bestemming – horen we sommigen roepen dat het des duivels is om hier als overheid in te grijpen.

Op die manier, collega's, komen we natuurlijk geen meter vooruit. Begrijp me niet verkeerd. Wij willen de mensen hun eigendom niet afpakken, we willen eigenaars correct vergoeden, maar dan moeten we ook bereid zijn om daar middelen voor te zoeken, wat mij betreft ook buiten de algemene middelen, buiten de algemene belastingpot.

Dat, collega's, is de discussie die we binnenkort gaan voeren over het Instrumentendecreet dat minister Schauvliege voorbereidt. Dat Instrumentendecreet moet hand in hand gaan met het BRV en met oplossingen voor bossen, overstromingsgebieden en woonuitbreidingsgebieden. Als die instrumenten werken, en dat hopen we toch van harte, dan kunnen we echt ergens geraken. We hebben de minister daarvoor trouwens de arm niet omgewrongen, ze is gewoon gevallen met de fiets.

Toen we hier onze klimaatresolutie goedkeurden, wisten we dat het geen gemakkelijke opgave zou zijn om de doelstellingen te halen. We wisten dat de CO2-uitstoot tot 2015 enigszins was gedaald, maar dat een economische heropleving het moeilijker zou maken voor een regio met een zeer energie-intensieve industrie en met veel transport zoals Vlaanderen, om op koers te blijven.

De energieheffing vonden we allemaal vervelend, maar we aanvaardden die als een noodzakelijk kwaad om enerzijds de schulden van de groenestroomcertificaten uit het verleden af te lossen – zo'n 2 miljard euro – en anderzijds nieuwe investeringen in hernieuwbare energie mee te financieren.

Ik geef toe, we waren verrast toen minister Tommelein aankondigde dat de energieheffing drastisch kon worden verlaagd. Maar ook wij willen de mensen natuurlijk geen euro meer uit de zakken jagen dan absoluut noodzakelijk. De minister heeft gelijk dat de put uit het verleden voor een aanzienlijk deel was gedempt met de heffingen die al waren geïnd, maar we moeten ook beseffen dat door de verlaging van de energieheffing een hoop middelen om te investeren in nieuwe initiatieven, verdwijnen. Met die 492 miljoen euro inkomsten per jaar uit de heffing was natuurlijk wel wat mogelijk.

Minister, u rekent op de goede wil van de mensen en de bedrijven – dat blijft u herhalen – en uw optimisme siert u, maar de vraag is natuurlijk hoe u kunt vermijden dat de inspanningen van de mensen en de bedrijven too little, too late zullen zijn.

Ook de plannen die u eerder op tafel legde – Zonneplan, Windplan, Warmteplan –, waren al bijzonder ambitieus en optimistisch. Zelfs als die plannen helemaal tot in de puntjes worden uitgevoerd, wat bijna een mirakel zou zijn, dan nog hebben we 1400 gigawattuur hernieuwbare energie te kort om de Europese doelstellingen te halen tegen 2020. Minister, dat zei u zelf al in de voorbije weken.

Volgens het Zonneplan moeten er 6,4 miljoen zonnepanelen bijkomen tegen 2020. Is dat realistisch? De minister zegt van wel, en wie zijn wij om te twijfelen aan de woorden van een minister? Volgens het Windplan moet het aantal windmolens op het land in vier jaar tijd bijna verdubbelen. We moeten dus in vier jaar tijd evenveel windmolens bouwen als in de voorbije vijftien jaar. Is dat haalbaar? De minister denkt van wel, we twijfelen er niet aan.

Ook het groene Warmteplan mikt bijzonder hoog. We weten dat minister Tommelein erg motiverend kan zijn. Ik ken hem al veel langer dan de meesten hier. Het optimisme van de minister werkt soms echt aanstekelijk, dus het werkt af en toe. Maar minister, u hebt zich hier toch wel voor een zeer zware uitdaging geplaatst, een kloof waar bijna niemand over kan springen, zelfs zonder krukken.

Mijnheer Vandaele, u bent erg kritisch ten aanzien van de ambities van minister Tommelein – en dat is zacht uitgedrukt. Ik wil eerst terugkomen op de energieheffing. Ik heb de indruk dat u niet tevreden bent dat de energieheffing is gedaald. U wekt vooral de indruk dat er door de daling van de energieheffing te weinig middelen zijn.

Mijnheer Vandaele, indien ik u goed heb begrepen, hebt u dat net gezegd. U twijfelt aan de ambities van de minister met betrekking tot de plaatsing van zonnepanelen of windmolens. In feite kunt u gerust naast mij komen zitten. Ik heb daarnet al hetzelfde verteld. Ik heb de indruk dat u het enthousiasme van de minister niet deelt. U vindt hem enthousiast en ambitieus, maar ik heb de indruk dat u niet in zijn ambities gelooft. Misschien kunt u dit nu rechtzetten.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, ik dank u voor uw lovende woorden. Ik neem die woorden absoluut mee naar huis. We moeten duidelijk zijn. Investeringen zijn nodig. We zullen die doelstellingen echter niet met een groot pak geld halen.

Mijnheer Tobback, het enige wat me aan deze discussie een beetje stoort, is dat het over mijn ambities gaat. Ik weet wat de doelstellingen zijn. De doelstellingen zijn nog steeds dezelfde als tijdens de vorige legislatuur. Ze zijn niet veranderd. Mijn ambities zijn de ambities van heel Vlaanderen. Dat is natuurlijk cruciaal.

Mijnheer Sintobin, u vindt dat ik de lat wel zeer hoog heb gelegd. Ik heb de lat echter niet hoog gelegd. Ik heb een belangrijke zaak kunnen sturen. Ik heb dit overigens niet alleen gedaan, want men heeft daar hoofdzakelijk zelf voor gezorgd. De twee grote biomassacentrales in Gent en in Genk, die samen 4,4 miljard euro subsidies zouden kosten, komen er niet. Indien ik de vraag zou krijgen belastingen te heffen en een heffing in te voeren die hoger ligt dan wat we kunnen uitgeven, dan pas ik daarvoor. Ik heb altijd verklaard dat ik in hernieuwbare energie wil investeren. Ik wil echter geen geld innen dat ik niet kan uitgeven. Dat heeft geen enkele zin.

Wie ervan overtuigd is dat er geen middelen zijn, wil ik zeggen dat dit niet juist is. In alle berekeningen die voor het energieplan zijn gemaakt, zijn de investeringen in en de ondersteuning van windmolenparken, zonnepanelenparken en warmte inbegrepen. Het enige waarin nog niet is voorzien, is een alternatief voor de laatste 5 procent. Dat geef ik toe. De biomassacentrale van Langerlo, die 2,4 miljard euro zou kosten, zou hiervoor instaan. Ik heb nog niet onmiddellijk de middelen voor een alternatief, maar ik heb er alle vertrouwen in.

Ik heb al een aantal keren verklaard dat de investeringen in hernieuwbare energie de komende jaren zullen dalen. Er zullen innovatieve technieken komen. Ik heb de indruk dat daar ook hier te weinig belang en geloof aan wordt gehecht. Velen gaan ervan uit dat er tot 2020 met betrekking tot innovatie niets meer zal veranderen. Ik geloof daar niet in. De komende jaren zullen zich effectief nieuwe projecten aandienen. Indien we die projecten eerder zouden hebben gekend, zouden we de doelstellingen misschien nog hoger hebben geplaatst.

Mijnheer Vandaele, ik begrijp u. Ik heb er alleszins vertrouwen in dat mijn rekening klopt en dat de investeringen absoluut betaalbaar zijn. Ze zullen in de plannen worden verrekend.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, u hebt al gereageerd voor ik iets heb kunnen zeggen. Ik wil u nochtans steunen. Het is misschien wat breed om uw ambities de ambities van Vlaanderen te noemen, maar ik deel ze wel. U moet echter wat meer out of the box denken. U zit misschien heel diep in het werk, maar 2020 is overmorgen. Het is binnenkort 2018. We weten nu wel ongeveer welke technologie in 2020 beschikbaar zal zijn.

Denkt u dat u, met of zonder biomassacentrales, de doelstellingen voor 2020 zult halen? Dat zou kunnen lukken, maar ik twijfel er zeer sterk aan. Ik stel vast dat de heer Vandaele – die hier meer van zou moeten weten, want hij zit met u in de meerderheid – hier ook aan twijfelt. Hij zegt het voorzichtiger, maar ik zal het voor hem vertalen.

Iedereen stelt nu vast dat we nog kilometers verwijderd zijn van de doelstellingen voor 2030 of 2050. Die doelstellingen zouden we hoe dan ook niet door middel van biomassacentrales halen. De vraag is nu wat u voor het overige op tafel hebt liggen. Wat in 2020 zal bestaan, is nu eigenlijk al beslist.

Wat er daarna komt, daar moet u nu maatregelen voor aan het nemen zijn, daar moet u nu het pad voor aan het effenen zijn. Dat is uw taak. Het is niet de taak van de ambtenaar die zijn deel doet, maar van de beleidsman die vooruitkijkt. Vooruitkijken betekent meer dan alleen maar ambities. Die hebben we allemaal. We kunnen allemaal datzelfde liedje zingen. Uw job als minister is ervoor te zorgen dat die ambities ook kunnen worden waargemaakt. Ik stel toch maar vast dat uw grootste coalitiepartner niet gelooft dat u in staat bent om ze waar te maken en dat ook met zoveel woorden zegt op de tribune van het Vlaams Parlement in een klimaatdebat. Ik denk, minister, dat er meer zal nodig zijn dan het antwoord dat u altijd geeft, om daaraan iets te doen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, u hebt het over biomassa. Daar staan wij achter u. We wisten dat er werd gerekend op die biomassacentrales om dat percentage hernieuwbare energie te halen. Intussen heeft de regering voor de centrale van BEE in Gent geen steun toegekend en heeft Langerlo er het bijltje bij neergelegd. Dat is prima, dat bespaart ons een kleine 5 miljard euro subsidie over een periode van vijftien jaar. Maar we blijven wel met die kloof zitten waarover u het had. Biomassacentrales op zich, zo milieuvriendelijk en duurzaam vonden wij die ook weer niet. Echt rouwig zijn we daar niet om.

Mijnheer Sintobin, ik heb inderdaad gezegd dat de minister enthousiast is en dat dat ook kan helpen af en toe. Maar hij gaat nu toch wel heel grote uitdagingen aan. Ik denk dat hij dat zelf ook zeer goed weet.

Minister, u zegt dat die subsidies er beter niet zijn. Ook daarover zijn we het met u eens. Maar we weten allemaal dat het af en toe toch wel helpt om mensen een klein duwtje te geven. Als we eerlijk zijn: het schort voor die grote en middelgrote installaties. Voor die grote installaties heeft de regering onlangs de subsidie fiks verhoogd. Zonder subsidie… (Opmerkingen van minister Bart Tommelein)

De periode werd ingekort, en het bedrag bleef hetzelfde… Dat is een verhoging.

Voorzitter, mijn antwoorden vallen, hoop ik toch, buiten de tijd?

De voorzitter

Uw klok staat nog altijd stil. U weet dat als ondervoorzitter beter dan ikzelf.

U doet dat zeer goed, voorzitter. Ik ben blij met uw voorzitterschap. (Gelach)

Die klok staat nog altijd stil.

We hadden het over de afgeslankte energieheffing. Daarnaast hebben we de opbrengst van de uitstootrechten. Maar ja, 670 miljoen euro voor Vlaanderen over acht jaar is nu ook weer niet een zo gigantische pot dat we daar euforisch over moeten worden.

Is de situatie hopeloos? Op korte termijn niet, maar op middellange termijn is de situatie wel zorgwekkend als we niet echt enkele versnellingen hoger schakelen. Onze uitgangspositie in 2020 zou een vermindering moeten zijn van de broeikasgassen met 15 procent ten opzichte van 2005. Op tien jaar tijd hebben we een vermindering van 2 procent gerealiseerd. Dat betekent dat we, als we het allemaal willen doen zoals we het ons voornemen, elk jaar 2 procent zouden moeten verminderen. Dat betekent dat we de vermindering van 2 procent, waar we tien jaar over gedaan hebben, elk jaar moeten doen. Dat is toch wel een gigantische uitdaging. Als we na 2021 uitstootrechten moeten aankopen in andere Europese landen zoals Polen, of, erger, als we boetes zouden moeten betalen aan Europa, dan is dat weggesmeten geld. Dat geld kunnen we beter investeren in onze eigen economie en werkgelegenheid, bijvoorbeeld door gebouwen te renoveren.

En daarmee wil ik besluiten, voorzitter: de gedachte dat investeren in klimaatmaatregelen, tot verloren kosten leidt, is allang achterhaald. We weten inmiddels dat elke euro die we in die nieuwe economie investeren, 3 euro opbrengt. En we weten inmiddels ook dat economische groei perfect kan samengaan met de reductie van broeikasgassen. De theorie zit dus goed, nu nog de praktijk. We hebben de mensen nodig. En ik kijk weer naar u, minister Tommelein. Die burgers moeten een rol spelen, zeker. Anders komen we er niet. Maar een goed stuk heeft een goede regisseur nodig. En voor mij is dat nog steeds de overheid. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer Vandaele, ik heb nog een vraag voor u. Ik heb geïnteresseerd naar u geluisterd. Ik heb met opzet gewacht tot het einde van uw toespraak. We kennen elkaar. Ik ken u in de commissie Leefmilieu als een kritisch man, als een kritische N-VA’er. (Opmerkingen)

Kritisch voor de eigen regering, ja. Dat is inderdaad zo. Zelfs een groene N-VA’er. (Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

U pleit voor een versnelling hoger. U hebt zelfs gepleit voor een klein beetje subsidie. U hebt het gehad over de ambities van de regering. U hebt getwijfeld of de doelstellingen wel haalbaar waren. Maar u hebt het maar op één moment gehad over verzet. Dat was helemaal in het begin, toen u het over ruimtelijke ordening had. U hebt het gehad over de woonuitbreidingsgebieden, signaalgebieden, de boskaart. U zei dat telkens als er een stap in de goede richting werd gezet, er verzet was. Nu vroeg ik mij gewoon af wat u eigenlijk bedoelt met dat verzet.

Ik heb het beladen woord ‘verzet’ niet gebruikt, collega.

Ingrid Pira (Groen)

Absoluut wel.

Ingrid Pira (Groen)

Verzet, ja.

Als we de debatten volgen in dit parlement, merken we wel dat als het erop aankomt om die nobele intenties die we hebben neergeschreven en die we allemaal ondertekend hebben, beetje bij beetje in realiteit om te zetten, we dan soms wel nog lange discussies krijgen. De consensus die we bijna een jaar geleden bereikt hadden, als het erop aankomt om die nu in realiteit om te zetten, heeft dat toch nog wat voeten in de aarde. Maar dat weet u evengoed als ik.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, heren en dames ministers, collega’s, deze legislatuur, dit parlement, deze regering is de meest enthousiaste ooit als het over klimaatbeleid gaat. We hebben de commissie Klimaat gehad, we hebben de klimaatplannen van deze regering, we hebben het akkoord van Parijs dat we mee hebben kunnen onderschrijven, we hebben een akkoord over de ‘burden sharing’, waar we vele jaren aan gewerkt hebben en vele jaren op gewacht hebben. En ook dit parlement hecht heel veel belang aan het klimaat. Je zou het misschien niet zeggen op basis van het veeleer makke debat van deze middag, maar dit parlement vindt klimaat echt belangrijk. Dat werd vorig jaar, zoals daarnet al door velen gezegd, nog eens onderstreept met de klimaatresolutie, die hier vrijwel eenparig is goedgekeurd.

In die resolutie keken we naar het gevoerde beleid en naar de toekomst. Wat betreft het gevoerde beleid zeiden we trouwens, met meerderheid en oppositie, dat deze regering de Europese doelstelling voor 2020 zal halen. De broeikasgasreductie van 15,7 procent die Europa ons vraagt tegen 2020: Vlaanderen zal die realiseren. Dat staat zo in de resolutie, en eigenlijk staat dat ook zo in de krant die aanleiding gaf tot het debat van vandaag. Alleen was de titel net iets anders.

Maar de resolutie keek natuurlijk vooral vooruit. Dat is ook wat we met dit debat willen doen. We moeten vooruit kijken, omdat we ook allemaal weten dat we er met ‘business as usual’ niet komen, als we verder kijken, als we kijken naar 2030, als we kijken naar 2050, waar het toch de ambitie moet zijn om effectief een koolstofarme samenleving en een koolstofarme economie te realiseren.

Daarvoor moet een tandje bij worden gestoken, en voor sommigen zelfs meerdere tandjes. Dan gaat het niet alleen over deze regering of dit parlement. Dan gaat het inderdaad over inspanningen die we moeten verwachten van alle bedrijven, alle gezinnen in dit land, ook de energiesector, de gebouwen, de landbouwsector. Iedereen heeft een belangrijke verantwoordelijkheid.

Maar het gaat niet alleen over verantwoordelijkheid en inspanningen. Iedereen heeft hier ook baat bij. En dan gaat het niet alleen over luchtkwaliteit of ecologische baten, maar zeker ook over economische baten. Mijnheer Sintobin, u zult straks misschien de vraag stellen of dat haalbaar is. Dit ís allemaal haalbaar. Die ambities zijn zeker haalbaar. Als ik kijk naar de reacties van een zeer conservatieve sector, de automobielsector, die voorstelt – ik spreek over de grote baas van Volkswagen, het populairste automerk in Europa – dat tegen 2025 25 procent van de verkochte auto’s elektrisch zullen zijn en dat er ook nog andere milieuvriendelijke aandrijvingen in aantocht zijn, dan ben ik daar helemaal niet zo pessimistisch over, collega Sintobin. Het is mogelijk, collega’s.

Maar we moeten bijkomende inspanningen leveren, en inderdaad in de eerste plaats in de sector Mobiliteit, met 36 procent van de uitstoot en bovendien een groeiend aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. De grootste vervuiler is mobiliteit en transport, en daar moet aan worden gewerkt.

Deze regering levert inspanningen. Er is bijvoorbeeld de kilometerheffing voor vrachtwagens, de premie voor zero-emissievoertuigen, maar helaas bereiken we daar bijna zero voertuigen mee. We hebben veel te weinig elektrische auto’s die de straat opgaan. We moeten daar bijkomende inspanningen voor leveren, bijkomende infrastructuur voor neerzetten, meer nog dan hetgeen deze ambitieuze en voluntaristische minister al heeft gepland. Vandaar dat CD&V hier een conceptnota inzake een fast lane voor elektrische mobiliteit heeft neergelegd met als bedoeling tot een sterker en geïntegreerd actieplan te komen voor elektrische mobiliteit. We willen dus meer ambities en meer acties in dezen.

We hebben niet alleen andere voertuigen nodig, maar ook minder auto’s en minder vrachtwagens. We willen gaan voor ‘Koning Fiets’ in plaats van ‘Koning Auto’. Deze regering investeert in fietsinfrastructuur, maar helaas moeten we vaststellen dat die 100 miljoen euro die u in het vooruitzicht stelt, nog niet is uitgegeven. Minister Crevits is nog altijd de trotse eigenaar als voormalig minister van Mobiliteit van het record in investeringen in fietspaden. 98 miljoen euro in 2012 is nog altijd het record. Helaas hebben we die 100 miljoen nog niet kunnen uitgeven. (Opmerkingen van Kris Van Dijck)

Dat is mijn minister, mijnheer Van Dijck. Dat is scherp vastgesteld.

Dan kom ik bij de knelpunten die er op dat vlak nog zijn. Lokale besturen signaleren ons dat er een versnelling nodig is in de procedures en in de manier waarop we het fietsroutenetwerk willen afwerken en dergelijke meer. Ook hier is dus nog heel wat vooruitgang te boeken.

Een ander alternatief is een kwaliteitsvol en efficiënt openbaar vervoer. Ook dat is belangrijk en ook daar krijgen we scherpe reacties vanuit de lokale besturen. Er zijn vier proefregio’s, maar ook daar vreest men dat er een besparingsoperatie in plaats van een vernieuwingsoperatie op gang is getrokken. Dat kan en mag de bedoeling niet zijn. Minister Weyts, ik ben ervan overtuigd dat dat ook niet uw bedoeling is.

Met betrekking tot de slimme kilometerheffing hebben we daarnet al het debat gevoerd. We zijn blij dat er ondertussen een consensus is in dit parlement dat we daaromtrent de architectuur klaar moeten hebben tegen het einde van deze legislatuur zodat de volgende regering daar effectief werk van kan maken, van een budgetneutrale slimme kilometerheffing die ervoor zorgt dat we onze mobiliteit in de juiste richting sturen, weg van de files.

Mijnheer Bothuyne, u bent in uw betoog wel wat braver dan wat u hebt gezegd in de pers en dan wat op uw webstek staat. Ik citeer: “Minister Weyts, de minister van Mobiliteit, wiens sector verantwoordelijk is voor 36 procent van de uitstoot van broeikasgassen, moet dus een tandje bij steken.” U zegt verder met betrekking tot het Mobiliteitsplan: “Het is al jaren wachten op een Vlaams Mobiliteitsplan. Het ontwerp ligt al jaren op het bureau van de minister, maar er wordt onverantwoord lang getalmd.” Als ik het goed begrijp, verwijt u de minister dat hij het dossier van het Mobiliteitsplan laat liggen en dat hij er geen spoed achter zet. Misschien is het nu een gepast moment dat minister Weyts op uw webstek reageert.

Minister, klopt dit of niet? Wat vindt u van de fundamentele kritiek, niet alleen van de oppositie maar ook van een meerderheidspartij, op het feit dat u weinig investeringen doet inzake de klimaatdoelstellingen?

De voorzitter

Mijnheer Sintobin, de minister heeft dat nu al drie keer uitgelegd. U zult nu niet de vierde keer de uitleg krijgen. Ik moet de minister niet in verdediging nemen, maar deze vraag is al een paar keer gesteld en er is al een paar keer op geantwoord. Ik stel voor dat de heer Bothuyne gewoon verdergaat. (Opmerkingen van  Stefaan Sintobin)

We kunnen hier bezig blijven en zes keer dezelfde vragen stellen, maar daarvoor zitten we hier in het parlement niet bij elkaar.

De heer Bothuyne heeft het woord. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

De minister heeft er al driemaal op geantwoord.

Mijnheer Sintobin, ik zal u helpen. De minister heeft zeker al geantwoord als het gaat over de besteding uit het Klimaatfonds en de aanbestedingen die blijkbaar trager verlopen in de sector van de mobiliteit dan in sommige andere sectoren.

Wat betreft het Mobiliteitsplan Vlaanderen, minister, heb ik daarnet wel de vraag gesteld en ben ik benieuwd naar het antwoord.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord

U moet mij correct citeren. Ik heb gezegd dat wij gewoon de procedure van de aanbestedingen volgen en zo snel als wettelijk mogelijk werken, waardoor we nu de gunningen hebben kunnen doen van 66 nieuwe bussen.

U kunt ongetwijfeld creatief zijn, maar we moeten wel rekening houden met de wettelijke bepalingen en het wettelijke kader inzake de overheidsopdrachten. En dat kunt u ook niet sneller dan wettelijk mogelijk maken.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

De vraag ging over het Mobiliteitsplan Vlaanderen, minister. Die vraag is niet alleen van mezelf, niet alleen van mijn fractie, maar eigenlijk van het parlement hier. In de klimaatresolutie werd gevraagd om daaromtrent snel beslissingen te nemen. Dat ontwerp ligt al een aantal jaren klaar. U bent daarmee bezig. De vraag is: wat is de timing daaromtrent?

Dat is aangepast. Ik ken de timing niet uit het hoofd, maar het is alleszins aangepast aan nieuwe inzichten, zoals het ook hoort. Ik veronderstel dat we daarmee eind dit jaar, begin volgend jaar, in concreto naar het parlement kunnen komen.

Het is een timing die we – denk ik – altijd hebben vooropgesteld. 

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans (N-VA)

Heel concreet: die staat in de commissie Mobiliteit ingepland voor het einde van dit jaar. Als u de planning even nakijkt, kunt u dat terugvinden.

Dat is bijzonder positief, want we wachten er al een tijdje op.

Maar goed, over naar de sector van de woningen en de gebouwen. Ook daar is nog bijzonder veel werk aan de winkel. 15 procent van onze woningen heeft nog steeds geen dakisolatie, hoewel er op dat vlak al vrij strenge normen zijn. En ook wat betreft muur- en vloerisolatie is zo mogelijk nog een grotere stap te zetten.

Er is een Renovatiepact, collega's, maar de resultaten lijken ons op dat vlak nog net iets te traag te vorderen om effectief van een succes te spreken. 

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, ik dank u. Collega's, ik heb lang gezwegen.

De voorzitter

Dat is waar. (Gelach)

Voor mijn doen is dat goed, toch, voorzitter? Ik voel mij ook niet persoonlijk aangesproken.

Maar, mijnheer Bothuyne, ik verwijs naar het artikel dat vandaag is verschenen in De Tijd. De waarheid heeft ook haar rechten. Wat daar staat over de verdeling van de middelen van het Klimaatfonds, klopt van geen kanten.

Het is uw antwoord op mijn parlementaire vraag.

Neen, het is niet mijn antwoord, het is het antwoord van de minister-president. Wat klopt daar niet aan, mijnheer Bothuyne? (Opmerkingen van Robrecht Bothuyne)

Wat klopt daar niet aan? We hebben in 2016 over de hele Vlaamse Regering een budget van het internationaal Klimaatfonds verdeeld van 324 miljoen euro. Dat is verdeeld over verschillende ministers. Het is ook verdeeld over verschillende jaren: 2016, 2017, 2018 en 2019.

U zet in de krant dat ik 128 miljoen euro heb voor energiebesparing in de sociale huisvesting. Dat klopt al niet, want het is maar 80 miljoen euro. De rest van dat geld zit bij de overheidsgebouwen en overheidsvoertuigen, mijnheer Bothuyne.

We moeten dat spreiden. Begrotingstechnisch is dat ook zo afgesproken. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor andere collega's. We moeten dat spreiden. Van die 80 miljoen euro voor sociale huisvesting had ik in 2016 concreet 20 miljoen euro. Ook in 2017 had ik 20 miljoen euro. Ik heb nu al 40 miljoen euro uitgegeven. Dus eigenlijk moet dat op 100 procent gerealiseerd staan in plaats van op 31 procent.

Mijnheer Bothuyne, we moeten een serieus debat voeren. Daarover ben ik het met u eens. Het klimaat is veel te belangrijk. Maar als u op voorhand naar de media loopt, dan hoop ik toch dat u ook de waarheid zegt en dat u cijfers kunt interpreteren. U weet ook dat die middelen van 324 miljoen euro gespreid zijn, voor alle collega's, niet alleen voor mij, over vier jaar. U weet ook dat je in oktober 2017 nog niet kunt zeggen wat er nog niet is uitgegeven, omdat we de middelen pas krijgen in 2018 en 2019. Dat lijkt me de logica zelve.

Ik wil er nog iets aan toevoegen. U begon over woningen, dus voel ik mij een beetje aangesproken. Er zijn ook andere zaken. Zo zit het Renovatiepact bij minister Tommelein. Maar u begint over woningen.

Ik heb gezegd dat ik van de Klimaatfondsmiddelen 80 miljoen euro heb uitgetrokken voor sociale huisvesting. Ik kan u zeggen wat we daar ondertussen mee hebben gedaan.

We hebben al ongeveer 367 huizen en 2744 appartementen gerenoveerd en energetisch zuinig gemaakt, alleen met die Klimaatfondsmiddelen, boven op de 2,7 miljard euro die we al hebben geïnvesteerd in nieuwbouw, zijnde energiezuinige sociale woningen, en dan nog eens 1,1 miljard euro in energetische renovaties van sociale woningen. Dus, mijnheer Bothuyne, de waarheid heeft ook haar rechten. Ik denk en hoop in ieder geval dat iedereen nu ook beseft dat het tabelletje dat vandaag in een bepaalde krant is verschenen, absoluut kant noch wal raakt. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik ben blij dat u zich zo lang hebt ingehouden om tussenbeide te komen, alleen bent u nog net iets te snel. Op de pagina erna stond immers: “Inzake sociale woningen zien we dat er een ferme inhaalbeweging is ingezet. De achterstand was ook groot, vaak wonen de minst begoeden onder ons in de slechtste woningen, maar hier worden grote budgetten uit het Vlaams Klimaatfonds goed besteed.” Dat staat in de kranten, dat staat op mijn webstek en dat staat ook in mijn speech.

Waar ik het over wou hebben – en ik denk dat dat niet onbelangrijk is, en het is goed dat u zich ook aangesproken voelt daaromtrent –, is over het Renovatiepact en het renoveren van woningen die in private handen zijn. Daaromtrent heeft de Vlaamse minister van Energie aangekondigd dat hij de premies en de Vlaamse energielening wil gaan afbouwen in de komende tijd. Als we kijken naar de trage renovatiegraad, lijkt het ons misschien wel een goed idee om op dat vlak eens te bekijken waar we staan en misschien bij te sturen inzake die afbouw van premies en energieleningen waarin is voorzien.

Het is iets genuanceerder dan dat, mijnheer Bothuyne, en u weet dat ook. Eerst en vooral wordt de energielening voor mensen die het sociaal moeilijk hebben, helemaal niet afgeschaft. Laten we daar eerlijk in zijn, dat is een groep van bijna 230.000 gezinnen. Zij kunnen ook na 2018 en 2019 een lening blijven krijgen tegen 0 procent. Wat de premies betreft: er is een onderzoek geweest van het Vlaams Energieagentschap naar het energiebewustzijn en -gedrag van de Vlamingen. Mijnheer Bothuyne, wat is het grootste probleem? De onwetendheid. Het is niet dat er te weinig premies zijn, het is niet zo dat die leningen niet goed zouden zijn, het is niet dat de instrumenten er niet zijn, maar de Vlaming is er nog altijd van overtuigd dat dat hem niets opbrengt. Dus, met andere woorden, hij moet worden overtuigd. Ik heb hier gehoord dat mijn enthousiasme af en toe iets kan opleveren, mijnheer Vandaele. Ik hoop dat in de komende maanden mijn enthousiasme om de Vlamingen ervan te overtuigen om wel degelijk te isoleren, om wel degelijk een warmtepomp te plaatsen, om wel degelijk rendementsglas te nemen, daadwerkelijk zal helpen. Trouwens, mijnheer Bothuyne, er loopt vandaag ook een reclamespot op televisie en radio om de mensen ervan te overtuigen om te BENOveren (beter renoveren). Het probleem is dus niet dat er te weinig geld is. Het probleem is ook niet dat de middelen of de instrumenten er niet zijn. Het probleem is dat we met zijn allen, dat parlementsleden van alle partijen de mensen moeten motiveren om het te doen, omdat de mensen er ook zelf alle belang bij hebben. Investeren in uw woning, uw geld daarin stoppen, eventueel met een premie of met een lening, brengt veel meer op dan uw geld laten staan op een spaarboekje bij de bank. Ik weet dat er nog altijd miljarden euro op spaarboekjes staan waar de mensen op dit moment niks mee doen. Je moet gewoon de mensen overtuigen om daar iets mee te doen, om te investeren in isolatie, in energie-efficiëntie of in hernieuwbare energie. Dat geld zal veel meer opbrengen dan als men dat gewoon op een spaarboekje laat staan. Die kleine boodschap, mijnheer Bothuyne, laten we die nu eens met zijn allen samen geven. (Applaus bij Open Vld)

Minister, ik kan het eigenlijk niet meer eens zijn met u dan op dit moment. U hebt helemaal gelijk. U hebt een performant instrumentarium. U hebt de juiste premies voor de juiste maatregelen. U hebt een Vlaamse energielening, niet voor 230.000 gezinnen, maar voor álle Vlaamse gezinnen. Ik stel dus voor dat we dat performante instrumentarium, die premies en die lening, ook gewoon zo in stand houden en inderdaad beter verkopen aan de mensen, aan de man brengen, en dat we dat niet afbouwen. Ook al bewaart u die Vlaamse energielening voor de doelgroep van de sociaal zwakkeren, ik stel toch voor dat we ook de modale Vlaamse gezinnen daar toegang toe verlenen, dat we dat gewoon zo houden.

U hebt gelijk. U hebt een performant instrumentarium. De mensen kunnen op die manier worden overtuigd om te gaan investeren in hun woning. Het is een goede belegging om dat te doen. Mijn vraag is heel simpel: hou dat aan. Ik denk dat het geen slechte zaak is dat we uw beleid voortzetten en niet afbouwen.

Dat wil niet zeggen dat u op uw lauweren mag rusten, minister, want vanmorgen nog was hier de Bond Beter Leefmilieu (BBL) op bezoek, en die vroeg eigenlijk hetzelfde als wat wij hier allemaal hebben gevraagd in de klimaatresolutie, namelijk een afbouwscenario voor verwarmingsketels voor verwarming op fossiele brandstoffen. Er zijn nog altijd tienduizenden gezinnen die met steenkool verwarmen. Er zijn nog de mazoutketels en andere fossiele brandstoffen. In een overgangsfase gaan we ze blijven nodig hebben. We hebben een beleidsscenario nodig om ook op dat vlak over te schakelen naar duurzame groene verwarming. U bent ermee bezig, maar ik vraag me af hoe we effectief de doelstelling van BBL, honderdduizend gezinnen per jaar laten overschakelen op groene duurzame warmte, kunnen realiseren. Het zal nodig zijn om de doelstelling van de klimaatresolutie te halen.

Mijnheer Bothuyne, ik heb u daarnet al gezegd dat de Vlaamse Regering een stroomversnelling heeft goedgekeurd die op een aantal vlakken verder gaat dan de klimaatresolutie. Ik ben overtuigd – ik heb het deze week trouwens ook gezegd op de openbare omroep – dat wij stappen zullen moeten zetten om de omslag te maken van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare-energiebronnen en dat dit in de komende jaren zal moeten worden gerealiseerd. Niet morgen, niet overmorgen, niet volgend jaar, maar in de komende decennia.

U weet evengoed als ik dat gas en stookolie niet tot mijn bevoegdheid behoren, maar een federale bevoegdheid zijn. Het betekent dat er een energiepact nodig is. Laten we nu net vandaag bezig zijn met een bevraging van de burgers rond het energiepact. Laat nu net de vier ministers van dit land die bevoegd zijn voor de energie, bezig zijn om een energiepact af te sluiten tegen het einde van het jaar. Ik heb zelf al in het openbaar gezegd dat in het energiepact een transformatie zal moeten zijn opgenomen, weg van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, waarbij de totale last voor de mensen niet verhoogt. U vraagt mij om het te doen. Ik ben er volop mee bezig, en ik heb het ook al openlijk, publiekelijk gezegd.

Het is niet gemakkelijk. 80 procent van de mensen verwarmt met gas. Het is gemakkelijk om als BBL of als lobbyorganisatie te zeggen dat dit weg moet van vandaag op morgen. Ik weet dat dit niet kan. Ik ga de mensen niet verplichten om dat te doen. Ik ga de mensen stimuleren en motiveren. We gaan er een plan voor maken voor de komende jaren, niet van vandaag op morgen.

Minister Tommelein, er is niemand die zegt dat van vandaag op morgen alle fossiele brandstoffen weg moeten. Dat zegt niemand, ook de BBL of wij niet. Ik heb het nog nooit iemand horen zeggen. U maakt er een beetje een karikatuur van.

Waar wel iedereen het over eens is, is dat we op termijn weg moeten van fossiele energie naar hernieuwbare energie, weg van gas, weg van stookolie. Dan vind ik het onbegrijpelijk dat bij de discussie over de hervorming van het gasnetwerk van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas, er zomaar van uit wordt gegaan dat alle gasketels en leidingen worden aangepast en dat niet de oefening wordt gemaakt van waar er mogelijk gebieden zijn die we mogelijk nu al, op termijn tot 2025, gasvrij kunnen maken. Ik begrijp dat niet. Ik vind het onbegrijpelijk en ik denk dat de toekomst mij gelijk zal geven.

U maakt er een karikatuur van. Wij geven vandaag nog altijd premies voor warmtepompen. Ik heb net de EPB-regelgeving voor warmtepompen gewijzigd. Ik heb hier al een paar keer gehoord dat ik niets doe. Ik ben constant dingen aan het wijzigen en dan doe ik zogezegd niets. Ik heb de EPB-regelgeving voor warmtepompen interessanter gemaakt, ook voor zonneboilers. Op dit moment zijn we volop aan het werken aan warmtenetten om die te ondersteunen. Ik ben nog maar een paar dagen geleden de diepe geothermie in de Kempen gaan steunen. Er wordt daar een eerste geothermiecentrale geopend. Als u wilt dat 1,5 miljoen Belgen, omdat de Nederlanders stoppen met laagcalorisch gas, onmiddellijk allemaal moeten overstappen op warmtenetten, dan zijn daar natuurlijk wel alternatieven voor nodig. Mijnheer Danen, ik stimuleer die alternatieven. De mensen in de Kempen en in Limburg weten dat, want daar wonen de mensen die zullen worden omgeschakeld. Ze weten dat ik alternatieven stimuleer. Maar als u mij vraagt om van vandaag op morgen 1 miljoen mensen van gas naar warmte te brengen, dan zeg ik neen, want dat kan niemand.

Niemand vraagt natuurlijk om dat onmiddellijk te doen. De discussie zullen we in de commissie verder voeren. Maar wat ik u wel kwalijk neem, minister Tommelein, dat is dat u voor de warmtepompbezitters heel weinig tot niets hebt gedaan. Momenteel wordt de warmtepomp totaal uit de markt geprijsd door gas en door stookolie. Dat is zonde voor zo een zuivere technologie.

Ik denk dat minister Tommelein gelijk heeft: dit vergt een aanpak waarbij de Vlaamse overheid met de federale overheid en de andere regio's samenwerkt en, wat ons betreft ook zeer belangrijk, ook met de actoren op het terrein, de sector, de consumentenorganisaties, de werkgevers enzovoort. Een energiepact is niet alleen een akkoord tussen overheden maar effectief een pact met de mensen die het op het terrein moeten doen. Alleen op die manier kunnen we die omslag naar meer duurzaamheid in ons energiesysteem maken.

Dan kom ik nu op het punt dat ik bloemetjes wilde gooien naar minister Homans, maar dat heb ik daarnet al gedaan. (Gelach)

Ik wil nog wel eens, maar ik kan perfect hetzelfde doen met de ministers Crevits en Vandeurzen. Want als het gaat over schoolgebouwen en gebouwen in de welzijnssector, worden er effectief stappen vooruit gezet en worden middelen uit het Klimaatfonds goed besteed, net als in de sector van de sociale woningbouw.

Natuurlijk zijn er nog andere sectoren die stappen vooruit moeten zetten. We hebben het daarnet al gehad over de land- en tuinbouw, die een zeer sterke prestatie hebben geleverd, met een reductie van 26 procent van de broeikasgasuitstoot. Gekoppeld aan het feit dat de land- en tuinbouw samen met de voedingssector de grootste, de belangrijkste economische sector in Vlaanderen is, met de grootste tewerkstelling, maakt dit dat het wel degelijk een sterke prestatie is. De ontkoppeling van economische groei met de uitstoot van broeikasgassen kan niet mooier worden geïllustreerd dan in deze sector. Dat moet ook de bedoeling zijn in andere sectoren. In de industrie, maar zeker ook bij onze kmo's, is er nog een zeer groot potentieel. Minister, instrumenten op maat van de kmo's moeten worden uitgewerkt en uitgerold, want ook daar kan nog heel veel energie en geld bespaard worden.

Voorzitter, ik wil een kleine aanvulling doen op het exposé van collega Bothuyne en ook op wat hij vanmorgen in de krant zei. Hij heeft het voortdurend over het feit dat de ministers het geld uit het Klimaatfonds moeten opmaken. Je wordt als minister bijna geculpabiliseerd, minister Weyts, als je dat niet snel genoeg opmaakt. Ik vind dat een beetje een verkeerde invalshoek. Wat mij vooral ook interesseert, is wat de minister zelf uit zijn eigen budget bijlegt. We weten dat dat in het verleden vaak is gebeurd en we weten dat dat nu ook gebeurt, namelijk dat men niet eens het geld van het Klimaatfonds aanboort, maar dat men dat thema belangrijk genoeg vindt om er ook middelen uit het eigen departement aan toe te voegen.

Mijnheer Bothuyne, als u toch bloemetjes wilt gooien naar minister Homans – wat ik zelf nooit zou doen, toch niet zonder bloempot eraan… (Gelach)

Bijvoorbeeld voor de overheidsgebouwen lees ik hier: 48,3 miljoen euro uit het Klimaatfonds, maar daarbovenop 17 miljoen euro uit eigen middelen. Dat vind ik proper, dat is mooi.

Oké, het is proper. We zijn het er allemaal over eens. Ik denk dat het Klimaatfonds inderdaad een hefboom moet zijn om op alle vlakken investeringen mogelijk te maken.

Collega's, om u gerust te stellen, ik ga afronden. Klimaatbeleid gaat ons allemaal aan. Op alle niveaus wordt eraan gewerkt. We hebben bijna in elk lokaal bestuur een burgemeestersconvenant. We hebben deze morgen nog een overleg gehad met alle parlementen van dit land in het kader van een gezamenlijke strategie naar Bonn en andere belangrijke internationale klimaatconferenties. We hebben hier in het Vlaams Parlement een klimaatresolutie en we verwachten nu dat er vanuit deze regering nog verder op wordt gewerkt. Volgend jaar verwachten we van deze regering en eigen klimaat- en energieplan. We hopen dat de ambities die we allemaal delen in de resolutie, straks ook terug te vinden zullen zijn in een sterk klimaatplan. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega's, er moet mij iets van het hart. Ik dacht dat wij hier een vurig debat zouden hebben, op het scherp van de snee, waarbij iedereen zijn voluntarisme ging bovenhalen en ging zoeken hoe we aan de buitenwereld kunnen laten zien dat we goed begrijpen wat er al gebeurd is en dat we ook goed kunnen inschatten wat er nog moet gebeuren. Ik dacht dat we de ministers gingen ondervragen over hoe we nog een tandje bij kunnen steken, dat we hun gingen vragen dat er creativiteit aan de dag zou worden gelegd.

Maar, collega Vandaele, als ik uw stijl zo hoor, zou ik bijna denken dat u heimwee hebt naar de energieheffing die minister Tommelein heeft afgeschaft. Ik ga dat niet doen, ik ga uw stijl niet kopiëren. Ik ga wel proberen om een positief discours te lanceren.

Voor ik daaraan begin, mijnheer Tobback, heb ik nog een woordje voor u. Tien jaar geleden kende u de oplossingen voor het klimaatprobleem. U wist dat. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Het zal u blijven achtervolgen en ik zal u uitleggen waarom. U zei dat u de oplossingen kende, maar u wist niet hoe u dan nog verkozen kon geraken. Ik heb daarover nagedacht. Dat is leuk in een debat, om daar zo mee te schermen. Maar ik begrijp waarom u dat gezegd hebt.

De oplossingen die tussen al het gekibbel en gekissebis naar voren kwamen, waren oplossingen die de mensen pijn doen. Oplossingen die het moeilijk maken, die dingen afpakken, dingen verplichten, je mag niet dit en je moet dat en het moet zus en zo. We moeten opletten, collega’s, dat al die mensen daarbuiten, die schoorvoetend beginnen te beseffen dat het klimaat een probleem is, die iets willen doen voor hun kinderen, die zonnepanelen willen installeren of een elektrische auto kopen, die in de regio zouden willen wonen of bouwen, als we de hakbijl er te fors inzetten, niet afhaken. Dan zeggen die mensen: ‘In zo'n Vlaanderen wil ik niet leven’.

Vanmorgen op de radio al plagerig om de oren geslagen met China, dat het daar allemaal wel kan. Eerlijk gezegd, dat is voor mij geen rolmodel, hoor. Bij ons bouwen we beleid op met mensen. Wij geloven in participatie. Wij geloven in draagvlak, in investeringskracht en de wil van mensen en bedrijven. Ik denk dat deze regering daar al veel voor heeft gedaan. Ik ben heel loyaal, collega Vandaele, collega Bothuyne, aan deze meerderheid. Ik ben daar heel loyaal in.

Ik ben ook loyaal om te erkennen wanneer de oppositie goede voorstellen doet. De heer Danen heeft terecht aangehaald dat de warmtepompen niet zo evident zijn, ze zijn niet zo rendabel vandaag. Maar u hebt ook gehoord dat minister Tommelein overweegt, erover nadenkt, om de heffingen op elektriciteit te verschuiven naar gas. Dat is een neutrale operatie, de facturen stijgen niet, maar het zorgt er wel voor dat de warmtepompen rendabel worden. De constructieve voorstellen worden wel opgepikt, daar wordt wel naar geluisterd.

Collega’s, er gebeurt al heel wat. Het Renovatiepact stimuleert mensen om hun huis sneller te isoleren, om isolatie te plaatsen, om dubbel glas te plaatsen. Er zijn premies en fiscale maatregelen. Dat begint te werken. Er is een Warmteplan, de minister heeft het uitgelegd, ik kan dat niet beter uitleggen. Er wordt onderzocht hoe restwarmte en groene warmte kunnen worden gerecupereerd. Want warmte beslaat ongeveer 60 procent van ons energieverbruik, zelfs meer denk ik. Als dat allemaal met gas moet gebeuren, er gaat CO2 in de lucht, ziet u hoe groot het probleem is. Inzetten op warmte is van kapitaal belang en dat gebeurt.

Het vergroenen van de autobelasting is er nog zo een. Dat is ingezet, dat moet af en toe wat worden bijgestuurd, om excessen te vermijden. Elektrische wagens beginnen zeker hun weg te vinden. Het aantal kilometers dat we per dag rijden – al zijn wij misschien niet allemaal even representatief, ik weet dat de heer Daems meer dan 100 kilometer per week doet – ligt vrij laag. Dat is perfect voor een elektrische wagen. Dat mogen we ook eens zeggen.

De elektrische wagen, dat is al lang niet meer de Tesla voor de rijken, voor de happy few. Dat is steeds meer een wagen voor de middenklasse, een bescheiden stadswagentje ook. Dat is iets dat we moeten uitdragen. Ik denk dat we een beetje meer een Tommeleineffect kunnen gebruiken, of een tommelturbo zelfs, om ook de betaalbaarheid en het nut van elektrische wagens in de markt te zetten.

Uiteraard, het is niet allemaal fantastisch, maar het is wel fantastisch wat deze regering doet, zeker en vast. We moeten de krantenartikels en de wetenschappelijke rapporten ernstig nemen. We moeten dus een tandje hoger schakelen. We moeten iets meer doen. Ik zeg niet dat er iemand zijn beleid tekortschiet of dat iemand iets fout heeft gedaan. Ik wil u vragen, geachte leden van de regering, wat kunt u doen om aan de bevolking te laten zien dat het nog een klein beetje meer kan? Minister Tommelein, misschien moeten we uw tommelturbo die u op de zonnepanelen en de hernieuwbare energie hebt losgelaten, ook op die elektrische wagens richten. ‘Clean power for transport’, ik denk dat het ook in uw portefeuille zit.

Minister Homans, u doet al veel inzake sociale woningen. Misschien kan er nog wat meer, nog wat sneller. Misschien zijn er nog zaken. Collega’s, laat ons alstublieft nadenken hoe we aan de buitenwereld kunnen laten zien dat de politiek niet onmachtig is, niet blind is en zich niet verliest in touwtrekkerij of spelletjes over wie hier de kampioen is. Laat ons alstublieft zo constructief mogelijk, in de geest van de klimaatresolutie, aan de buitenwereld tonen dat investeren in een goed klimaat loont, opbrengt.

Dat was mooi, mijnheer Schiltz, maar ik wil u toch wijzen op het verschil tussen nu en tien jaar geleden. U bent daarnet zelf begonnen met te zeggen dat de stelling van de minister nog altijd dezelfde is als die van mij van toen, maar er is een verschil tussen nu en tien jaar geleden, en dat moet u hoe dan ook in het oog blijven houden. Tien jaar geleden waren zonnepanelen onbetaalbaar zonder zware subsidies. Tien jaar geleden was er geen elektrische wagen op de markt. Tien jaar geleden was er geen technologie inzake windenergie die kon concurreren met kernenergie. Tien jaar geleden gingen mensen die het zich konden permitteren weg uit de stad, vandaag gaan mensen die het zich kunnen permitteren opnieuw naar de stad, om dicht bij het station te wonen. De wereld is veranderd in die tien jaar en dus zijn de mogelijkheden van het beleid ook veranderd.

En als we vandaag discussiëren, dan is dat over de vraag of het beleid al die mogelijkheden maximaal aan het uitputten is en het liefst nog een klein beetje verder aan het duwen is. Dat is immers de taak van het beleid: niet blijven wachten tot het vanzelf gebeurt. Dat is twee stappen verder gaan en de mensen duidelijk maken waar het naartoe moet. Ik had gehoopt dat we daar vandaag meer konden doen, maar ik stel vast dat we blijven hangen in lijstjes van wat we allemaal aan het doen zijn. Er wordt gezegd dat het allemaal wel in orde komt. Maar als ik de experten vandaag hoor – en deze week in een aantal kranten heel uitgebreid –, dan stel ik vast dat we van alles aan het doen zijn, maar dat het niet in orde komt. Er is meer nodig, en ik vind het jammer dat er vandaag niet meer op tafel ligt. (Applaus bij sp.a)

Mijnheer Schiltz, u vroeg zich af of ik geen heimwee heb naar de energieheffing. Neen hoor, zeker niet, maar we stellen vast dat we ook vandaag nog subsidies hebben en dat die ook nuttig en af en toe nodig zijn zoals voor de grote installaties. De middelen moeten natuurlijk wel ergens vandaan komen. We moeten daar eerlijk in zijn, mijnheer Schiltz.

U bent begonnen met te zeggen dat u vanmiddag te weinig voluntarisme hebt gehoord. Ik ben ook een groot voorstander van voluntarisme, maar misschien nog wel een grotere voorstander van concrete resultaten. In die zin is misschien het onderscheid tussen een inspanningsverbintenis en een resultaatsverbintenis. Dus: voluntarisme is goed, maar resultaten zijn beter.

Ik wil kort samenvatten wat ik eigenlijk al heb gezegd tijdens het debat. Ik zou kunnen beginnen met de vraag te stellen wat we vandaag hebben geleerd. Wie dit debat heeft gevolgd, zal zich afvragen of dit echt ging over het klimaat. We hebben tijdens dit debat waarvoor de klimaatcommissie is opgericht alle beleidsdomeinen afgelopen. Mijnheer Tobback, we zijn begonnen met de spitsstrook, misschien tot uw ongenoegen. We hebben het vervolgens gehad over de windmolens, over landbouw, over de kilometerheffing, over woningen, onderwijs, ruimtelijke ordening. Ik stel voor dat we binnenkort in de klimaatcommissie van elke minister nog eens te gronde horen wat hij of zij in zijn of haar beleidsdomein heeft gedaan om deze klimaatresolutie die u zo enthousiast en eensgezind hebt goedgekeurd, af te toetsen aan het gevoerde beleid.

Wat hebben we nog geleerd vandaag? Dat we intussen 2,5 uur bezig zijn met een actualiteitsdebat over het klimaat. We hebben minister Tommelein, minister Homans en minister Weyts al gehoord, maar de minister van Klimaat hebben we nog niet gehoord. Dat is bijzonder grappig in een klimaatdebat.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om een aantal zaken duidelijk te maken. Ik ben geen wetenschapper en al helemaal geen klimaatexpert zoals sommige anderen zich proberen voor te doen. Ik ben ook helemaal geen klimaatnegationist en onze partij is ook niet anti-ecologisch. Niets is minder waar, wel integendeel: nationalisme en ecologie gaan perfect samen. Maar ik heb het wel stilaan een beetje gehad met het doemdenken van sommige politici en belangengroepen.

Ik heb het stilaan gehad met het feit dat men om politiek correcte redenen weigert om de impact van de overbevolking op het klimaat in rekening te nemen.

Ik heb het stilletjesaan gehad met politici die in het kader van de energietransitie – we hebben vorige week de discussie gevoerd – niet het lef hebben om de kernuitstap ter discussie te stellen. Ik heb het stilletjesaan gehad met de stelling dat in 2030 onze laatste verbrandingsoven moet worden verkocht, over acht jaar de laatste gasketel mag worden geplaatst, tegen 2050 de veestapel moet worden gehalveerd, of dat we tegen 2050 de helft minder vlees moeten eten. Ik heb het vooral gehad met de dogmatische en doctrinaire manier waarop het thema klimaat wordt benaderd. Iedere afwijkende mening inzake de opwarming van de aarde en de klimaatverandering, zelfs ondersteund door ernstig wetenschappelijk werk, wordt afgedaan als baarlijke nonsens en zonder debat van tafel geveegd, waarbij critici worden weggezet als randdebielen en fantasten.

Dit zijn een aantal punten waarover we op een eerlijke, correcte manier het debat moeten durven voeren. Het gaat niet op dat men bepaalde zaken zoals de kernuitstap niet meeneemt in het debat. Minister Tommelein, een online bevraging is natuurlijk gemakkelijk. Ik heb vandaag gelezen dat het toch wel een beetje verwarrend is: voor de meeste vragen is er een meerkeuzeantwoord, terwijl voor de vragen over de hernieuwbare energie en kernenergie het antwoord open is. Dat is trouwens een vraag aan de minister: wat zal men doen met de resultaten? Wat is eigenlijk de bedoeling van die bevraging? Ik heb trouwens gehoord dat men meerdere keren kan deelnemen aan de bevraging. Stel dat bijvoorbeeld 80 procent van de respondenten antwoordt dat ze niet akkoord gaan met de kernuitstap. Wat gaan jullie daarmee doen? Wat is eigenlijk de bedoeling van die bevraging? Ik wil gewoon aantonen dat het spijtig is dat het debat over het klimaat op een politiek correcte manier wordt gevoerd en dat kritische stemmen niet aan bod worden gelaten en nergens in het debat zijn terug te vinden.

Wat de eigenlijke aanleiding van het debat betreft, hebben zowel minister Tommelein als minister Schauvliege toegegeven dat het beleid nog niet op punt staat en dat er een inhaalbeweging zou moeten gebeuren, iets wat onze fractie trouwens altijd heeft voorspeld. Wij hebben trouwens altijd gesteld dat de klimaatdoelstellingen niet kunnen worden vastgepind in grafiekjes, dat ze niet kunnen worden vastgepind in cijfertjes, maar dat men moet uitgaan van een zekere realiteitszin.

Minister Tommelein en mijnheer Vandaele, ik ga ermee akkoord dat er een zeker voluntarisme moet zijn, maar het is natuurlijk wel meer dan voluntarisme dat voor een degelijk beleid zorgt.

Ondanks de misschien wat zachtere toon die een aantal collega’s hebben gehanteerd, heb ik de indruk, zeker wat het klimaatbeleid betreft, dat niet alleen de oppositie ingaat tegen de regering, maar dat binnen de meerderheid niet alle stemmen gelijk opgaan. Ik denk bijvoorbeeld aan de heer Bothuyne. Ik ken de heer Vandaele al lang genoeg om te weten dat hij bewust het woordje ‘energieheffing’ heeft laten vallen en daar een zekere conclusie aan heeft laten verbinden door anderen. Het zwartepieten, ook in het klimaatbeleid, heeft hier toch een rol gespeeld.

Ik wil eindigen met mijn fundamentele vragen, die ik altijd heb gesteld. Jullie verwijzen altijd naar een draagvlak bij de burger, een draagvlak voor windmolens, een draagvlak voor zonnepanelen, een draagvlak voor hernieuwbare energie en ga zo maar door. De belangrijkste vraag die leeft bij de bevolking, bij de burger en bij de mensen die dit debat hebben gevolgd, is: zijn de klimaatdoelstellingen überhaupt wel realistisch? Nog belangrijker, en daar heb ik nog van niemand een antwoord op gekregen: wie gaat het hele zaakje betalen?

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Klimaatverandering betekent eigenlijk een beetje afscheid nemen van een systeem waaraan we gewend zijn en waarvan we eigenlijk wel beseffen dat het onhoudbaar is. Ideeën om klimaatverandering tegen te gaan, zijn er genoeg: de petrochemie omschakelen naar een biogebaseerde economie, de verbrandingsmotor bannen, huizen die energie opwekken in plaats van te ze verbruiken, … Nog niet zo lang geleden waren dat utopische voorstellen en vandaag zijn dat bijna vanzelfsprekende toekomstbeelden geworden. Daarmee wil ik niet zeggen dat ze gerealiseerd zijn, maar in onze hoofden bestaan ze al, we kunnen ons daar iets bij voorstellen. Geen olieverslaving meer, geen vervuilende wagens meer, geen energiefactuur meer, … Geef toe, de toekomst ziet er behoorlijk anders uit, maar ook wel mooi. Toch blijft het bijzonder lastig. Ik verwijt deze regering helemaal niet dat het een lastige kwestie is. Volgens mij gaat de politiek om met klimaatverandering, zoals een mens met een ernstige ziekte omgaat: via een psychologisch proces dat verloopt in vijf fasen.

De eerste is de fase van de ontkenning. In 2007 zei een politicus in het parlement nog: “Als het warmer wordt in Oostende, kunnen we langer tafels en stoelen op het terras zetten en dan is de visserij gered, want dan kunnen we inktvissen vangen.” Mijnheer Vandaele, u bent van De Haan en niet van Oostende, maar ik weet niet of de persoon in kwestie dat nu, tien jaar later, nog zou zeggen. Vandaag weten we wel dat Oostende zowat de Vlaamse stad is die de grootste dreiging zou kunnen ondergaan inzake klimaatverandering. Belangrijker is dat vandaag, in dit parlement, niemand dit nog herhaalt. Van links tot rechts: niemand ontkent klimaatverandering. De ontkenningsfase zijn we ontgroeid.

De tweede fase is die van opstandigheid. Een mooie illustratie daarvan is een column van onze toenmalige klimaatminister in 2014. Mevrouw de minister, u zult het zich nog wel herinneren: “Ik durf schuldig te pleiten, want ik leg elke dag 150 kilometer woon- werkverkeer af met de wagen. Durven jullie ook schuldig te pleiten?” U schoot daarmee met scherp naar de mensen die de klimaatzaak hadden aangespannen en die zeiden dat de regeringen in dit land te weinig deden. Die fase zijn we ook al ontgroeid. Ik denk dat u dit vandaag niet meer zou schrijven. Ik hoop dat althans.

De derde fase is: onderhandelen. Daar bevinden we ons vandaag in, misschien zelfs nog een beetje te veel. Dat is geen slechte fase. Voor alle duidelijkheid: er is niets mis met onderhandelen. Alleen mag die fase niet te lang duren.

Zo niet, verglijden we in een diepe fase vier: die van de depressie. We weten dat we het niet meer zullen halen. We voelen ons alsof we gefaald hebben. We laten de toekomstige generaties in de steek.

Dit mag niet gebeuren. We moeten snel schakelen naar de finale fase van de aanvaarding. Dat is geen aanvaarding van een doemscenario, integendeel. Klimaatverandering is nu net een ziekte die we als maatschappij kunnen overwinnen. Aanvaarden betekent dat we stoppen met morrelen in de marge. Aanvaarden betekent ook dat we erkennen dat diepgaande veranderingen noodzakelijk zijn, want dat we er anders niet geraken, zowel inzake wonen, voedselproductie als transport. Ik vond het daarnet bijzonder pijnlijk dat het heel moeilijk is voor de N-VA om uit te spreken dat de gereden kilometers naar beneden moeten. U kunt zich daar blijkbaar niet over uitspreken, en dat is bijzonder …

Ik dacht toch dat ik dat gedaan had, mijnheer Sanctorum.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Neen. Kunt u zeggen dat het aantal gereden autokilometers in Vlaanderen naar beneden moet? Spreek, collega Vandaele.

Nogmaals, voor de zoveelste keer: de hoofdbedoeling van een kilometerheffing is niet om verkeer weg te pesten. Ik weet niet of ik veel duidelijker kan zijn. Oké? (Opmerkingen van Hermes Sanctorum-Vandevoorde)

Niet wat transport betreft, niet wat het personenvervoer betreft. Wat is wel de bedoeling? Op een eerlijke manier het gebruik van een wegennet te taxeren, verbruik in plaats van een forfaitaire taks, ervoor te zorgen dat dat gebruik wordt verschoven in de tijd en plaats, het gedrag aan te passen, en tegelijk de mensen ertoe te verleiden om zich op een andere manier te bewegen. Maar dat heeft veeleer te maken met investeren in de alternatieven. Dat wil zeggen: met openbaar vervoer, met binnenvaart. Kan ik duidelijker zijn? (Opmerkingen van Hermes Sanctorum-Vandevoorde)

De voorzitter

Mijnheer Sanctorum, mevrouw De Ridder heeft het woord.

Het is geen pestmaatregel, het is een manier om gedrag te veranderen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

U verwart het middel met het doel. Het lijkt erop alsof u een debatfiche aframmelt. Mijn concrete vraag is of het aantal gereden kilometers naar beneden kan. Daar kunt u dus niet op antwoorden, en dat verontrust mij inderdaad. Dat verontrust mij, want die fameuze fase van aanvaarden betekent ook dat we onze job als politicus aanvaarden en dat we zonder angst het voortouw durven nemen, voor verandering van de maatschappij ten goede. Dat is nu net wat ik verwacht, ook van deze regering en natuurlijk van dit parlement. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik wil de minister van Klimaat de kans geven om zich te mengen in het debat, en daarom heb ik nog een concrete vraag over de uitvoering van de klimaatresolutie. Daar staat in dat elke minister in overleg met de minister van Klimaat voor zijn sector rapporteert aan het Vlaams Parlement over de uitvoering van die resolutie. Gelet op het feit dat het al oktober is, krijgen we dit jaar nog per sector en per minister een uitgebreid en becijferd rapport over de uitvoering van de klimaatresolutie?

Collega Vandenbroucke, de afspraak was dat dit naar aanleiding van de beleidsbrieven zou gebeuren op basis van de resolutie. Ik ga er dus van uit dat dat in elke beleidsbrief ook aan bod komt en dat het daar uitgebreid in vermeld zal zijn. Ik heb ook begrepen dat de commissie Klimaat in november zal samenkomen om het daarover te hebben. Ik heb dat vernomen, maar ik weet niet of de datum al vastligt.

De voorzitter

Ik ben verwonderd om dat te horen, maar we zullen het onderzoeken.

Voorzitter, collega's, voor alle duidelijkheid en om geen misverstanden te laten ontstaan: deze Vlaamse Regering heeft de wil, de overtuiging en de ambitie, maar ook de daadkracht om de klimaatdoelstellingen effectief te halen.

Wat is de toestand in Vlaanderen? Er is heel veel gezegd, ik heb ook veel gelezen. Deze namiddag is het iets minder aan bod gekomen omdat we vervielen in een aantal thematische debatjes. Hoe zit het nu? Zitten we op schema, ja of neen? Ik wil even beginnen met het verleden.

In de Kyotoperiode 2008-2013 hebben we ruimschoots de Europese doelstellingen gehaald. We hebben zelfs beter gedaan, met de inspanningen die we met zijn allen, ook alle Vlamingen en bedrijven, hebben gedaan. Hoe zit het met de periode 2013-2020? In de eerste periode hebben we een overschot geboekt. We hebben het daar beter gedaan dan we hadden moeten doen. Nu zitten we op een kantelpunt waarop we stagneren. Dat is in alle transparantie op die manier meegedeeld. Op basis van dat kantelpunt richting 2020 heeft de Vlaamse Regering beslist om vorig jaar twee klimaattoppen te organiseren.

Mijnheer Tobback, het is net de bedoeling van de Vlaamse energie- en klimaattoppen geweest om voor het lopend klimaatbeleidsplan, dat we nog samen hebben goedgekeurd en dat nu volop wordt uitgevoerd, vanuit de verschillende beleidsdomeinen, het ruime middenveld en alle stakeholders bijkomende maatregelen samen te brengen. Die Vlaamse energie- en klimaattoppen hebben in december 2016 plaatsgevonden. De resultaten zijn nog niet verrekend in de resultaten die voorlopig voor 2016 op tafel liggen.

De echte uitdaging is niet nieuw, maar ik wil het hier nog eens herhalen. De echte uitdaging betreft de periode 2020-2030. Sinds deze week is de doelstelling gekend. We moeten tegen 2030 een daling met 35 procent tot stand brengen. Dat betekent dat we nog bijkomende maatregelen zullen moeten nemen. Dat is de reden waarom we met zijn allen bijkomende maatregelen nemen. We hebben het er net over gehad. Vanuit het Vlaams Klimaatfonds wordt 350 miljoen euro ter beschikking gesteld aan de verschillende Vlaamse ministers die hiermee aan de slag gaan. Verschillende ministers hebben dit net geduid. Ze leggen daar vanuit hun eigen sectoren middelen naast. Het gaat dan om investeringen in overheidsgebouwen, om het isoleren en renoveren van gebouwen en woningen, om sociale huisvesting, om mobiliteit, om landbouw, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

De twee klimaattoppen hebben een reductie opgeleverd. We hebben alles opgelijst. Er is een raming geweest. Alle sectoren, stakeholders en bedrijven zouden vrijwillig tot een reductie met 4 miljoen ton CO2 komen. Al deze maatregelen zitten al in de pipeline. Sommige maatregelen zijn al uitgevoerd, maar andere maatregelen zijn nog in aantocht. Het gaat dan om aanbestedingen en om procedures die moeten worden gevolgd. Dit wordt gemonitord. Hierover wordt gerapporteerd. Dit toont aan dat we bijkomende maatregelen nemen op basis van de prognoses die nu op tafel liggen.

Ik wil tevens vermelden dat ondertussen twee green deals zijn afgesloten. Dit sluit perfect aan bij de oproep van de heer Schiltz om een positieve dynamiek op gang te brengen. Die green deals zijn afgesloten, onder meer met betrekking tot mobiliteit. Er is een green deal met betrekking tot de circulaire aankopen. Er komt een green deal met betrekking tot de open ruimte. Er komen nog verschillende andere green deals. Een green deal is een vrijwillig engagement van verschillende sectoren om bepaalde doelstellingen te halen.

Los van de vraag of we onze doelstelling in 2020 exact zullen halen, moeten we het hier vooral over de echte uitdaging hebben. Die uitdaging betreft natuurlijk de periode tussen vandaag en 2030 en 2050. Het is natuurlijk fijn dat er in het Vlaams Parlement een zeer ruime consensus bestaat. In de resolutie betreffende het klimaat staat welke maatregelen we moeten nemen en hoe we dit moeten doen. De Vlaamse Regering heeft dit onderschreven.

Mijnheer Vandaele, soms zijn we verder gegaan dan wat in de resolutie staat. Het is onze overtuiging dat we die uitdaging absoluut moeten aangaan. We weten waar de uitdagingen liggen. Die zijn daarnet heel uitgebreid aan bod gekomen. Het gaat onder meer om transport, gebouwen en landbouw.

Ik heb het hier, voor alle duidelijkheid, expliciet niet over de industrie. We weten immers allemaal dat de regelgeving voor de energie-intensieve industrie vooral Europees is. Ik wil dat nog eens herhalen. Het is de opdracht van de lidstaten en van de regio’s zich te focussen op wat niet onder het Europese Emissions Trading System (ETS) valt. Het gaat dan onder meer om gebouwen, mobiliteit en landbouw. Dat is wat de Vlaamse Regering doet.

Hoe we dit zullen aanpakken, is niet nieuw. Ik zal het nog eens herhalen voor de mensen die dit misschien nog niet hebben gehoord. We stellen een Vlaams energie- en klimaatplan op voor de periode 2021-2030. Dat zal volgend jaar klaar zijn. Op dit ogenblik heeft elke Vlaamse minister en elk beleidsdomein de vraag gekregen om bijkomende maatregelen aan te melden. Die maatregelen worden allemaal verrekend. Zo komen we tot een energie- en klimaatplan.

Dit is natuurlijk niet voldoende. In dat plan wordt enkel naar een periode van tien jaar gekeken. Indien we een cultuuromslag willen realiseren, de mensen enthousiast willen maken en iedereen op de klimaattrein willen krijgen, moeten we de mensen op lange termijn rechtszekerheid en duidelijkheid geven. Om die reden blijft het niet bij dat ene plan voor de periode 2021-2030.

Volgend jaar zullen we eveneens een Vlaamse klimaatvisie voor de periode 2030-2050 op tafel leggen. Die visie zal een breder kader omvatten. Op basis van dat kader zullen we aangeven welke koers we op lange termijn voor Vlaanderen willen volgen.

Collega’s, dat bewijst dat het ons menens is.

Voor ik afsluit, wil ik het nog hebben over het luik Ruimtelijke Ordening en over ons Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De Vlaamse Regering heeft het witboek goedgekeurd waarmee effectief wordt ingezet op het extra verdichten in de buurt van collectieve vervoersmodi. Dat staat daar heel uitdrukkelijk in en dat is ook in die zin goedgekeurd. Dat plan moet het feit dat we in de schaarse open ruimte die we hebben de 6 hectare die we per dag innemen, ombuigen naar 3 hectare in 2025 en 0 hectare in 2040. Dat plan zal er ook toe leiden dat er minder kilometers worden gereden en dat er meer CO2 uit de lucht kan worden onttrokken. Dat is dus een heel belangrijk plan, dat mee zal zijn opgenomen zijn in zowel het Klimaatplan 2021-2030 maar ook in de Klimaatvisie 2020-2050. Op dit ogenblik wordt de laatste hand gelegd aan het Instrumentendecreet, aan het effectieve Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en aan alle thema’s die daaraan vasthangen. Ook dat is een heel belangrijk luik, dat we niet mogen onderschatten want onze ruimte bepaalt natuurlijk heel veel. We hebben het bijvoorbeeld over warmtenetten: ook dat is iets wat heel sterk door ruimte wordt bepaald.

Collega’s, moet het beter? Ja! Kan het beter? Absoluut! Wij geloven daarin. Het is onze overtuiging en onze ambitie om dat nog beter te doen. Als het van de Vlaamse Regering afhangt, zal dat ook zo zijn. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen? (Neen)

Het debat is gesloten.

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.