U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 11 oktober 2017, 13.59u

Voorzitter

Tekst nog niet goedgekeurd door de sprekers.

De heer Nevens heeft het woord.

Voorzitter, het debat over glyfosaat is hier in het verleden reeds aan bod gekomen. Ik vind het vandaag echter belangrijk dit punt opnieuw voor het Vlaams Parlement te brengen.

Minister, er is met betrekking tot glyfosaat al heel wat gebeurd. U hebt voor de zomer zelf het initiatief genomen om het gebruik van glyfosaat door particulieren te verbieden. We weten echter allemaal dat het een moeilijke staatsstructuur is. Een verbod op de verkoop van glyfosaat is een federale bevoegdheid.

Op dat vlak hebben we vooruitgang geboekt, maar op Europees vlak is er nog geen duidelijkheid over wat er met glyfosaat moet gebeuren. Dat verontrust me. We weten allemaal hoe de vork momenteel in de steel zit. Een bepaald bedrijf, Monsanto, heeft een studie uitgevoerd om aan te tonen dat glyfosaat onschadelijk is.

Minister, wij pleiten voor het voorzorgprincipe. Welk standpunt zult u innemen ten aanzien van minister Ducarme, die binnen de EU het Belgisch standpunt moet verdedigen om tot een verbod op glyfosaat te komen?.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Voorzitter, het klopt dat dit debat al in het Vlaams Parlement is gevoerd. We hebben toen gemerkt dat er heel wat wetenschappelijke discussie is over de vraag of dit al dan niet een risico voor de volksgezondheid en het leefmilieu inhoudt. Aangezien er heel wat flou artistique was, heb ik beslist en heeft de Vlaamse Regering definitief vastgelegd dat we het voorzorgsprincipe zouden aanhangen.

Onze bevoegdheid is beperkt. Met betrekking tot de productnormering en de markttoegang zijn we niet bevoegd. We kunnen met betrekking tot het gebruik van die producten door particulieren echter wel het voorzorgsprincipe toepassen. Op dat vlak hebben we, op basis van de voorzorgsplicht, onze verantwoordelijkheid genomen: zolang er geen wetenschappelijke duidelijkheid is over de vraag of dit al dan niet een risico inhoudt, passen we het voorzorgsprincipe in Vlaanderen consequent toe.

Wat de Europese beslissing betreft, is er geen politieke procedure. De markttoelating wordt op een heel wetenschappelijke wijze bepaald. Er is een wetenschappelijk panel, waarin verschillende wetenschappers zetelen. Daar zit natuurlijk ook een Belgische wetenschapper tussen, alsook wetenschappers uit verschillende andere Europese landen. Zij beslissen op wetenschappelijke basis of voor een product al dan niet een markttoelating kan worden verleend. Die Europese procedure is volop aan de gang. Ik verwacht in de loop van december 2017 een definitief standpunt.

België kan hierover niet echt een politiek standpunt innemen. Ik kan enkel betreuren dat de wetenschappelijke discussie blijft lopen. Het is zeer moeilijk. Ik vind dat dergelijke beslissingen op basis van duidelijke en objectieve wetenschappelijke studies moeten worden genomen. Ik vind dat zeer belangrijk. Emotie is op dit vlak niet belangrijk. Wat zuiver politiek wordt gedacht, is ook niet belangrijk. Ik vind dat we ons moeten baseren op objectieve wetenschappelijke studies die door voldoende wetenschappers grondig zijn bestudeerd. Op basis daarvan moet een beslissing worden genomen. Dat is de houding die ik tot nu toe heb aangenomen. Ik zal dit de komende weken met zeer veel aandacht blijven volgen. We moeten op die manier tot een correcte beslissing komen over de vraag of er al dan niet een markttoelating van glyfosaat moet volgen.

Mijnheer Nevens, u weet dat de EU ondertussen heeft beslist dat het tot december 2017 toegelaten is. Nadien moet een nieuwe beslissing voor tien jaar worden genomen. Dat is wat de komende weken volop zal gebeuren.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Op basis van het voorzorgsprincipe vindt mijn fractie dat we moeten handelen. Het is zeer zinvol campagne te voeren en om speldjes op te spelden. Er is een zweem van kankerverwekkende producten in onze voedingsketen. Ik heb vandaag gelezen dat er glyfosaat in ijs is terechtgekomen. Ik ben geen ijseter, maar dat verontrust me. Ook in soja en brood is glyfosaat gevonden. Het ergste is echter dat we tegenwoordig ook in bier glyfosaat vinden, en dat bekommert me.

Minister, ik pleit ervoor om dat voorzorgsprincipe door te trekken. De acties die u voor de zomer hebt ondernomen, zou u het best ook toepassen voor de professionele gebruiker, want zo komt het in onze voedselketen en dan zijn de problemen nadien des te groter. Ik vraag u om de boodschap van het voorzorgsprincipe ook in Europa te brengen.

De heer Dochy heeft het woord.

Mijnheer Nevens, dank om dit belangrijke thema opnieuw ter sprake te brengen. Het gaat over volksgezondheid, dus is het relevant om daar als parlement over te discussiëren. We moeten natuurlijk ook wel de grenzen van onze mogelijkheden kennen. In die zin moeten we erkennen dat het over een zeer technische discussie gaat, waarvoor een procedure is gepland op het Europese niveau. Het technisch comité moet daarover oordelen. We moeten ook respect hebben voor hen die het oordeel moeten vellen. We moeten vertrouwen hebben in de wetenschappers die dat kunnen opmaken.

Er is een zekere zweem van onduidelijkheid geschapen door tegenstrijdige berichten. In de eerste plaats moet de boodschap zijn om de wetenschappers samen te zetten, een correcte analyse te maken en de juiste conclusies te trekken.

Minister, is het mogelijk om, gelet op het feit dat glyfosaat nu ook niet meer kan worden gebruikt door particulieren, extra in te zetten op sensibilisering voor het niet meer gebruiken van onkruidbestrijdingsmiddelen in de particuliere tuin?

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, bij dat laatste wil ik me aansluiten, maar ik denk dat dat niet ver genoeg gaat. U kunt het verbieden, en u hebt dat gedaan voor particulieren; waarvoor hulde. Als glyfosaat inderdaad wordt aangetroffen in voeding, in bier – mijnheer Nevens maakt zich daar terecht zorgen over –, en vandaag zelfs in ijs van Ben & Jerry's – waar ik me dan weer zorgen over maak –, dan komt dat niet door gebruik van particulieren die tussen de stoeptegels het onkruid bestrijden. Dat komt van professionele gebruikers, dat komt van de landbouw.

U bent evengoed bevoegd om dit te verbieden voor de landbouw. U hebt ervoor gekozen om het alleen voor de particulieren te verbieden. Uiteraard, mijnheer Nevens, als het voor heel Europa zou kunnen gebeuren, zoveel te beter. Ik hoop dat u daarvoor pleit. Niks houdt u echter tegen om ook al in Vlaanderen op dit moment over te gaan tot een verbod voor professionele gebruikers. Blijkbaar is de manier waarop men het gebruikt, niet voldoende veilig om te voorkomen dat het in ons voedsel terechtkomt.

De heer Caron heeft het woord.

Ik wil me graag aansluiten bij de vorige sprekers, die dit probleem goed hebben geschetst. In het Europese kader zijn er enkele landen die ondertussen hebben verklaard dat ze glyfosaat ook voor professioneel gebruik willen verbieden. Frankrijk is bijvoorbeeld een van de toonaangevende landen in dat verbod.

Als je een artikel leest, is het altijd hetzelfde: België kijkt de kat uit de boom. Dat stellen we steeds weer vast. Er zijn tientallen kilo's wetenschappelijke studies waar een wetenschapper zijn weg blijkbaar niet in vindt, mede dankzij Monsanto, die trouwens de verdachtmaking op zichzelf heeft getrokken.

Minister, bent u bereid om in Europa een standpunt in te nemen voor Vlaanderen, verlengd in België, dat ook geldt, zoals het Franse standpunt, tegen het gebruik van glyfosaat in de professionele sector? Ik weet niet welke wetenschappelijke bewijzen nog meer nodig zijn, maar een tienjarige verlenging ter zake is absoluut not done. Als we dat samen doen in Europa, hebben we geen concurrentie onderling.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik heb u in juli 2017 een schriftelijke vraag over dit thema gesteld. Ik heb toen gevraagd welke acties u verder zult ondernemen voor de particulieren. Het particuliere gebruik is inderdaad verboden. U hebt toen geantwoord dat de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) momenteel onderzoeken doet om te bekijken welke verdere initiatieven er nog zouden worden genomen. Ondertussen zijn we enkele maanden later. Vandaar mijn vraag: welke initiatieven zullen er verder nog worden genomen voor de particulieren?

Minister Joke Schauvliege

Collega's, laat ik het eerst hebben over het verbod dat we in Vlaanderen hebben ingevoerd binnen de bevoegdheden die we hebben. Ik wil dat even herhalen omdat er vaak meewarig over wordt gedaan: ‘Je hebt het gebruik verboden, maar niet de verkoop.’ Ja, we hebben dat natuurlijk zelf niet in de hand. Omdat sommige mensen dat zien als een soort straf, wil ik dit wel benadrukken. We hebben dit gedaan vanwege het voorzorgsprincipe. Het is natuurlijk om het leefmilieu en de omgeving te beschermen. Ik ben minister van Omgeving, maar geen minister van Volksgezondheid, anders is het een andere bevoegdheid die zal moeten optreden. Ook daar spelen natuurlijk een aantal grote spelers op in.

Ik ben onder andere samen met de Vlaamse Regering gedagvaard door Monsanto omdat wij maatregelen hebben genomen. Ik wil dat hier maar aangeven: het is op basis van het voorzorgsprincipe, op basis van de bescherming van de leefomgeving.

Dat is niet nieuw. We deden dit al bij gemeentebesturen die eigenlijk een verbod hadden op het gebruik van pesticiden.

We zetten verder in op sensibilisering. Ik vind dat heel belangrijk. Een puur verbod wordt soms gezien als ‘waarom bemoeit de overheid zich daarmee?’. Het gaat natuurlijk over de leefomgeving zelf, over het voorzorgsprincipe ten aanzien van mensen.

We hebben schitterende campagnes, we hebben ook een aantal organisaties die daarin schitterend werk leveren. Ik denk aan Velt die een schitterende campagne heeft: ‘Zonder is gezonder’. Ook de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werkt daar heel sterk op verder. Dat wordt ook vanuit de drinkwatermaatschappijen heel actief gepromoot. Ik heb onlangs nog gezien dat er bij de waterfactuur een folder zat die er ook nog eens voor pleit om dat soort stoffen niet te gebruik of het gebruik ervan te milderen. Je kunt perfect een particuliere tuin onderhouden zonder die stoffen te gebruiken.

Ik vind het heel moeilijk wanneer collega's zeggen dat wetenschappers heel onduidelijk zijn en dat we het daarom zelf moet doen. Ik vind het heel belangrijk – dat heb ik al vaak gezegd – dat de wetenschappelijke procedure voldoende objectief is. Het gaat hier over een panel waarin tal van wetenschappers zitten die heel grondig kijken of er al dan niet een gevaar is en of er vanuit Europa moet worden opgetreden.

Maar als we daarin geen vertrouwen meer hebben en we zeggen: ‘We leggen de uitspraken van de wetenschappers naast ons neer, we gaan het zelf doen’, dan vind ik dat heel moeilijk. We hebben die beslissing genomen uit voorzorg, totdat er duidelijkheid is. Ik vind dat we respect moeten hebben voor de procedure die er op Europees niveau is. We moeten er ook vertrouwen in hebben. Als we geen enkel wetenschappelijk panel van Europa vertrouwen, dan stoppen we er beter mee en dan is het beter dat elke lidstaat weer op zijn eigen manier een marktbeleid voert.

Ik denk niet dat we daar naartoe willen. We moeten het echt Europees regelen. We moeten voldoende vertrouwen hebben in het wetenschappelijk panel. Ik blijf wel herhalen dat het om een goed, evenwichtig samengesteld wetenschappelijk panel moet gaan dat die adviezen op voldoende objectieve wijze kan formuleren.

Er zijn collega's die hier doen uitschijnen dat een verbod alleen bij ons in België een oplossing zou kunnen zijn, dat er dan in ons voedsel geen resten meer zouden zitten. Ja, die maken ons wel iets wijs. We leven in een eengemaakte markt. Denken wij nu echt dat in ons voedsel dat op de markt komt – denk aan de ijsjes die daarnet werden genoemd of ons bier – alleen ingrediënten uit België zitten? Ik geef het u op papier: stel dat wij dat hier nu beslissen uit voorzorg, dan zullen wij voedsel van over heel de wereld op onze markt krijgen en daarin zullen evengoed nog sporen zitten, aangezien dat product nog wereldwijd wordt gebruikt.

Ik vind dus dat we dat Europees beleid heel sterk moeten blijven sturen. We moeten vertrouwen hebben in de wetenschappers. We moeten kijken wat hun definitieve objectieve bevinding is en op basis daarvan vertrouwen hebben in de beslissingen die worden genomen. En natuurlijk moet dat dan verder over de rest van Europa worden uitgevoerd.

Dat is de weg die we moeten inslaan. Ik sta daar ook helemaal achter. Dat is ook de reden waarom ik altijd heb gezegd: laat ons uit voorzorgsprincipe, vanuit mijn leefmilieubevoegdheid, daar al een initiatief nemen. Laat ons de rest in Europese handen geven en vragen dat daarover snel, op een objectieve, wetenschappelijke manier, duidelijkheid komt.

Als we natuurlijk alleen beslissingen zullen nemen op basis van aanvoelen en emotie, denk ik dat we fout bezig zijn. We moeten vertrouwen hebben in de wetenschap. Als we dat vertrouwen niet hebben, collega Caron, zou u dit moeten doortrekken naar tal van andere dossiers. Ik veronderstel dat u het daar niet mee eens bent. Ik hoor u er soms voor pleiten om blindelings de wetenschap te volgen. Als wij daar soms bedenkingen bij hebben, vindt u dat een schande. Maar hier zegt u: ‘De wetenschap is niet objectief. Neem uw verantwoordelijkheid vanuit de politiek.’

Ja, wat is het nu? Wat wil u nu eigenlijk als Groenfractie? Dat wij alles wetenschappelijk onderbouwen of dat wij puur vanuit emotie politiek beslissen? (Opmerkingen bij Groen)

Minister, het baart mij zorgen dat het feit dat er wetenschappelijk onderzoek wordt gefinancierd door de fabrikant van glufosaten, een objectieve beoordeling zou zijn.

Ik pleit ervoor dat u dat voorzorgsprincipe dat u zo goed hebt toegepast voor het particulier gebruik, ook bepleit in Europa. U moet ervoor zorgen dat het voorzorgsprincipe ‘Zonder is gezonder’ – en dat gaat over de gezondheid van onze Vlamingen, van de inwoners van Vlaanderen – wordt meegenomen naar Europa en dat dat voorzorgsprincipe wordt doorgetrokken.

Of het nu over particulier gebruik gaat of over professioneel gebruik, wetenschappelijk onderzoek vanuit Vlaanderen heeft bewezen dat chronologische blootstelling aan glyfosaat kankerverwekkend is. Wij moeten alles uit de kast halen om te zorgen dat die vuile ziekte niet verder kan sluimeren in ons leefmilieu.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.