U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, ik wil kort toelichten waarom wij vanuit de oppositie dit ontwerp van decreet in de commissie niet mee hebben goedgekeurd. Er zitten dingen in die interessant en goed zijn, maar twee elementen stuiten ons echt wel tegen de borst. Een ervan is het doelgroepenbeleid, waar we een heel eigen visie op hebben, en die verschilt met de visie van de minister.

Een tweede punt is de aanpak van het discriminatieprobleem in de dienstenchequesector. Twee jaar geleden heeft het Minderhedenforum de kat de bel aangebonden en een heel groot probleem in kaart gebracht. We hebben er heel veel debatten over gehad, er zijn veel woorden over gesproken, maar vandaag de dag zegt onder andere datzelfde Minderhedenforum dat wat nu voorligt geen goed plan is en dat het vooral dient om het imago van die dienstenchequebedrijven op te poetsen. Dat zijn letterlijk hun woorden.

Minister, een breder probleem is dat het akkoord dat nu voorligt en dat u zelf erkent, geen breed gedragen akkoord is met alle betrokken partners. Dat blijft op dit moment uit. Er is heel wat kritiek. Daarom gaan we dat ook niet mee goedkeuren en zullen we straks tegenstemmen.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Wij gaan ook niet voorstemmen. In de commissie heb ik al omstandig toegelicht waarom wij dit ontwerp van decreet echt een gemiste kans vinden. Wat het doelgroepenbeleid betreft had u echt de mogelijkheid om nu ten aanzien van de langdurig werkzoekenden en de laaggeschoolden het verschil te maken. In het doelgroepenbeleid hebt u voor die groepen de loonkosten verhoogd en dat vinden we echt een verkeerde keuze. Nu wordt er voor een aanwervingspremie gekozen, wat halfslachtig oplapwerk is en in de verste verte niet in de buurt komt van de verminderingen die men voordien voor die groepen toekende.

Zowel het Minderhedenforum als het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft aangegeven dat wat discriminatiebestrijding betreft, het nu toch duidelijk is dat u en uw inspectie niet de instrumenten hebben om de feiten vast te stellen. Vorige week is professor Baert een zeer interessante toelichting komen geven en heeft hij een aantal suggesties gedaan om op dat vlak ook het verschil te maken. Een pleidooi om praktijktests in te voeren. De Pano-reportage over de zelfregulering in de interimsector heeft nog eens duidelijk gemaakt – dat zijn de woorden van de inspectiediensten zelf – dat dat absoluut niet werkt. Helaas moeten we dat altijd vaststellen aan de hand van undercoverreportages. Als het gaat over dienstencheques, een sector waar 1,1 miljard euro overheidsgeld aan wordt besteed, dan is het toch al te gek dat u de handhaving, de controle op de naleving van de wetten volledig aan de sector zelf overlaat. U weet dat de zelfregulering in de interimsector op dat vlak niet het verhoopte resultaat heeft.

Minister, wetens en willens kiest u nu voor een systeem waarvan u weet dat het niet werkt. De sector zelf, het Minderhedenforum en het gemeenschappelijk vakbondsfront stellen voor om op een constructieve manier iets uit te werken waarvan men nu ook wetenschappelijk aangeeft dat het beter is. Daartegen hardnekkig neen blijven schudden, is echt blind blijven voor het probleem. Het is een gemiste kans. Daarom zullen wij tegenstemmen.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, dit is een verzameldecreet en zoals bij dergelijke ontwerpen van decreet wel vaker het geval is, vind je dan een aantal elementen die goed zijn en andere elementen die minder goed zijn. Laat me met dat laatste beginnen. Met hoofdstuk 4 van dit ontwerp van decreet wordt inderdaad uitvoering gegeven aan het actieplan ter bestrijding van discriminatie bij dienstenchequeondernemingen.

Met dit ontwerp van decreet wordt dus een decretale basis gelegd voor praktijktests in de dienstenchequesector, wat dan, volgens de meerderheidspartijen toch, een belangrijke stap zou zijn in het Vlaamse antidiscriminatiebeleid. Wij zien dat niet zo. Wij vinden praktijktesten, mysterycalls en dergelijke iets te veel big-brotherinstrumenten en vooral ook disproportioneel in verhouding tot de problematiek die men in feite wil aanpakken.

Een element waarin we ons meer kunnen vinden, is de aanpassing aan het taaldecreet waarin u voorziet. We zijn inderdaad verplicht, vanwege een arrest van het Europees Hof van Justitie dat zegt dat het taaldecreet een belemmering vormt voor het vrij verkeer van goederen, om daar een oplossing voor te vinden. U hebt die gevonden in, naar uw eigen woorden, een oplossing waarbij u maximaal probeert het gebruik van de Nederlandse taal te beschermen, omdat het taaldecreet dat in het Vlaams Parlement is goedgekeurd, probeert om de bescherming van de werknemers en de versterking van de sociale cohesie, en dus ook het gebruik van de Nederlandse taal in de sociale betrekkingen, aan te moedigen. Hetgeen u hebt voorgesteld en de uitwerking van dit ontwerp van decreet om aan dat arrest van het Europees Hof van Justitie tegemoet te komen, is iets waarin we u kunnen volgen. Daarin zouden we u willen steunen, maar gezien de andere elementen in het verzameldecreet waar we niet mee akkoord kunnen gaan, zullen we ons bij de stemming uiteindelijk onthouden.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Dit is niet nieuw. We hebben de discussie al heel vaak gevoerd, zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. Wij kiezen ervoor om de discriminatie in eerste instantie aan te pakken via de sensibilisering van de sector zelf. De werking in de uitzendsector heeft bewezen dat er wel vooruitgang is. Het is niet omdat het percentage gelijk blijft, dat er geen vooruitgang is. Er is een gerichte praktijktest binnen de uitzendsector die ervoor zorgt dat het percentage relatief hetzelfde blijft. Dit gezegd zijnde, is de sensibilisering de eerste belangrijke en goede stap om verdere sensibilisering te doen met praktijktesten. Dat dat niet breed gedragen is, is heel duidelijk gebleken. Tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden was er geen consensus mogelijk, op geen enkele van de voorstellen die er zijn geweest. Op een bepaald moment moet men dan de knoop doorhakken. Ik vind het zeer belangrijk dat het voorstel dat hierover wordt gedaan, mee ondersteund wordt door alle werkgeversorganisaties, niet alleen door degenen die aangesloten zijn bij de Federatie van Partners voor Werk (Federgon), maar ook door degene die de facto bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) zorgen voor de dienstenchequebedrijven. Het is belangrijk dat we met die werkgeversvertegenwoordigers een gemeenschappelijk draagvlak hebben kunnen bereiken. Vandaar dat we daar nu van start mee gaan. We moeten dit monitoren. We moeten dit blijven volgen. Er is ook duidelijk bepaald – en dat is nieuw – dat indien er een blijvende overtreding is, dat een begin van bewijs is voor de inspectie. Daarmee zetten we de eerste stap. Ik weet dat we daarin van mening verschillen. Ik weet ook wat de mening van Groen en sp.a is. Ik zie dat dit voor het Vlaams Belang al te ver gaat. Dit is een middenweg waar de meerderheid zich in het verleden al over heeft uitgesproken. Daarmee kunnen we de stap zetten.

Wat de langdurig werklozen betreft, weten we, mevrouw Kherbache, dat uw partij en de mijne daarover van mening verschillen. Wij zijn er sterk van overtuigd dat het belangrijkste aspect is dat we ervaring geven aan mensen die langdurig werkloos zijn. Wij zetten daar zeer sterk op in met alle nieuwe instrumenten die we naar voren schuiven. Ik spreek van wijk-werken, tijdelijke werkervaring en alle aspecten die daarmee te maken hebben, tot en met het laatste stimulansje met de aanwervingspremie. Daarmee kunnen we veel meer bereiken, want, zoals in het verleden is gebleken: door langdurig werklozen goedkoper te maken, kunnen we de werkgevers niet overtuigen om ze aan te werven.

Ik ben ervan overtuigd dat die stap beter zal zijn door hun werkervaring te geven. De keuze is gemaakt, wij gaan verder in die richting waarbij de aanwervingspremie een extra financiële stimulans is. Ik weet dat we ook daarover van mening verschillen, maar ik heb op dit moment echt geen enkele reden om dat te veranderen.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, u zegt dat u een zicht hebt op discriminatiebestrijding in de interimsector. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de privésector inderdaad aan zelfregulering doet maar dat u absoluut geen beeld hebt van de resultaten en de methodiek. Het is essentieel dat een overheid minstens een zicht heeft op een fundamenteel recht als gelijke behandeling. Dat hebt u zelfs niet. Ik vind dat echt een verkeerd signaal.

Wat loonkost betreft, moeten we uiteraard investeren in competentieversterking en werkervaring. Ik denk dat niemand dat betwist, maar ik vind het ongezien dat een minister van Werk pleit voor het verhogen van de loonkost, zeker voor kwetsbare groepen, terwijl alle aanbevelingen in de andere richting gaan. U gaat dus echt de verkeerde richting uit.

Minister, we hebben vorige week inderdaad Stijn Baert in onze commissie gehoord. Op een van de vragen die ik hem had gesteld over het in kaart brengen van discriminatie, zei hij dat er objectieve criteria nodig zijn. Dat zijn praktijktesten die vanuit een overheid kunnen worden georganiseerd. Als er in het verleden een probleem werd aangekaart, onder andere door middenveldorganisaties zoals het Minderhedenforum, en we vandaag tot een oplossing zijn gekomen met deze Vlaamse meerderheid die niet wordt gedragen door de mensen die de kat de bel hebben aangebonden, dan is dat wrang. U zegt dat u verder moet gaan en dat u er niet uitgeraakt wanneer er geen consensus is tussen alle betrokken partijen. Maar het is wel heel opmerkelijk en jammer dat net die organisaties die daar het meest bij betrokken zijn, op dit moment vinden dat u niet ver genoeg gaat. Het is geen zachtere uitspraak die zij doen, het dient enkel om het imago op te poetsen van de dienstenchequesector. Dit is een gemiste kans, wij kunnen dit ontwerp dan ook niet steunen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2016-17, nr. 1147/1)

– De artikelen 1 tot en met 16 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.