U bent hier

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Collega's, minister, het is warm en het wordt steeds warmer. Dat is niet iets dat we vandaag, gisteren of morgen kunnen vaststellen, daar is wetenschappelijke consensus over. Het wordt steeds warmer in de komende jaren en de komende decennia, en het is kwestie om ons daartegen te wapenen. Daar knelt nu zowat het schoentje. Terwijl iedereen beseft dat het droger en warmer wordt, stellen we vast dat het beleid of de plannen daartegen ontbreken.

Er is weliswaar een ozonplan, maar een droogteplan blijft uit, en dat vind ik bijzonder jammer. We stellen vast dat er nu een aantal maatregelen ad hoc worden genomen. Zo doen bepaalde gouverneurs wat ze denken te moeten doen, en wellicht zal dat ook goed zijn, maar er is geen coördinatie of er is geen allesomvattend plan.

De echte keuzes moeten politiek worden gemaakt, met andere woorden: hoe moeten we zorgen voor de drinkwatervoorziening, welke economische sectoren krijgen voorrang in geval van schaarste: de landbouw, de industrie, de scheepvaart of nog andere? Daarover bestaat heel veel onduidelijkheid.

We stellen ook vast dat de droogte heel wat jobs kan treffen. De Tijd berekende onlangs nog dat één op zes jobs door de droogte wordt bedreigd. De situatie is dus ernstig en onze keuzes voor de toekomst raken voor een stuk op.

Minister, zult u op korte termijn een droogteplan uitwerken, waarin onder andere preventiemaatregelen zitten? Zullen daarin duidelijke keuzes worden gemaakt over wie voorrang krijgt in geval van acute waterschaarste, omdat nu het aanvoelen is dat iedereen zomaar wat doet? (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, onze regenwaterputten staan droog, onze cementfabrieken of betoncentrales smachten naar water, de landbouwers mogen geen oppervlaktewater meer oppompen in bepaalde regio’s en vanaf morgen, minister, mag je je zwembad niet meer vullen. Door de klimaatverandering komen er periodes komen van grote droogte, afgewisseld door periodes met zware neerslag.

We hebben het hier al vaker gehad over dat tweede, wateroverlast, maar aan het eerste, watertekort of blue-out zoals sommigen dat noemen, hebben we in dit parlement nog maar weinig aandacht besteed.  Ik lees een aantal zaken in uw beleidsnota en beleidsbrief: “Opmaak van waterkwantiteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater, opstellen van een verdringingsreeks, rangorde van watergebruik als opstap naar droogterisicobeheersplannen, opmaak van een grondwaterstandvoorspeller, bevorderen van waterbesparing en hergebruik.” Dat zijn mooie intenties, maar er moet meer gebeuren, minister. Een allesomvattend droogteplan of waterschaarsteplan hebben we inderdaad nog altijd niet. Bent u bereid een droogteplan op te stellen waarbij u eigenlijk alle aspecten bijeen brengt die van belang zijn om in periodes van waterschaarste reserves of voldoende voorraden te hebben? Ik heb het dan evengoed over hemelwater, oppervlaktewater, grondwater, drinkwater als over grijs water, over hergebruik zoals gisteren voorgesteld door Aquafin.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

We beleven waarschijnlijk een van de droogste periodes uit de jongste decennia. We stellen inderdaad vast dat voorheen door heel wat instellingen, onder andere en niet het minst het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) inspanningen worden gedaan om te sensibiliseren in het kader van waterbesparing.

Vandaag zitten we met een urgente situatie, waardoor een aantal overheden zich ook reeds bevoegd hebben verklaard om een aantal maatregelen te nemen. Zo heeft de gouverneur van West-Vlaanderen eerst een deel van de provincie verboden water op te pompen uit de grachten, beken en het IJzerbekken. Daarna, waarschijnlijk vanaf morgen, zal het ook in de rest van provincie verboden zijn om nog water op te pompen. Dat heeft ook te maken met de vrijwaring van voorraden voor eventueel drinkwater.

Minister, gisteren hoorde ik op de radio van de directeur van Aquafin dat hij nog beschikt over vrij grote hoeveelheden water die eventueel ter beschikking zouden kunnen worden gesteld. Het is geen drinkwaterkwaliteit, dat is evident, maar wel wat als reststroom uit een waterzuiveringsinstallatie komt. Het kan eventueel worden gebruikt in andere industriële processen, eventueel ook in de landbouw wanneer de kwaliteit voldoende is.

Minister, wat is uw plan om deze hoeveelheden water die blijkbaar beschikbaar zijn, ter beschikking te stellen van diegenen die vandaag waterbehoeftig zijn?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Vanuit het waterbeleid werken wij eigenlijk al lang op twee sporen: met momenten zal er echt wateroverlast zal zijn doordat er meer hevige buien en onweders zijn, op andere momenten is er de waterschaarste en de droogte. Dat is een thema dat aan bod komt in ons klimaatadaptatieplan.

We hebben al heel wat maatregelen genomen. Ik verwijs onder meer naar de beslissing die gisteren in de commissie is genomen: de heffingen voor grondwaterlagen worden aangepast naargelang er meer of minder schaarste is. Waar schaarste heerst, betaalt de consument meer dan waar er geen schaarste is. Zo gaan we om met de droogte.

De situatie is extreem. In het Leie-, IJzer- en Scheldebekken is de toestand het ergst. Er worden maatregelen genomen. Op korte termijn moeten een aantal maatregelen worden genomen. Ik vind het goed dat er lokale en regionale maatregelen worden genomen. Want er zijn regionale verschillen. In West-Vlaanderen is het probleem helemaal anders dan in Limburg. Voorts rijst de vraag om algemene maatregelen te nemen, zoals het aan banden leggen van het niet-noodzakelijk gebruik van drinkwater. Vanaf morgen zal dat ook gebeuren. Zo wil ik de toekomstige waterzekerheid garanderen. Ook de komende dagen moet iedereen zuiver drinkwater ter beschikking hebben.

Mijnheer Dochy, u verwijst naar een aantal zaken waarop we hebben ingezet. Onderzoek en ontwikkeling zijn cruciaal. We zetten al jaren in op het zoeken naar alternatieven. Bedrijven, landbouwers en siertelers mogen niet uitsluitend putten uit zuiver water. Ze moeten water recycleren. Ze moeten afvalwater kunnen gebruiken. Aquafin levert een mooi voorbeeld aan over wat onderzoek en ontwikkeling op het terrein aan mogelijkheden oplevert. Ik ben graag bereid om die nu al in West-Vlaanderen toe te passen als daar een vraag naar is. We willen alles in het werk stellen om dat zo goed mogelijk te doen. Als bepaalde regio’s er zouden naar vragen, dan stel ik voor dat de gouverneur coördineert en de vragen voorlegt aan onze diensten, die dan mee faciliteren. Het is dus een uitgestoken hand. Dat zijn de kortetermijnmaatregelen.

Op lange termijn is een plan van aanpak waarbij kan worden geleerd uit het verleden aangewezen. Ik zal de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) vragen om vanaf vandaag de droogtecoördinator te worden, zowel voor de situatie nu als voor de lange termijn. In de commissie zetelen alle spelers. De bevindingen die we nu al in handen hebben en de suggesties over wie – industriële sectoren, de landbouwsector, de gezinnen – bij prioriteit toegang tot het water moet krijgen, moet resulteren in een plan van aanpak. Ik vraag de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid om uit deze situatie te leren en dat plan van aanpak op te stellen. Voor overstromingen en wateroverlast is dat plan er. Voor droogtes zijn er tal van maatregelen, maar ze liggen er versnipperd bij. We moeten dat onder ogen zien; vandaar dat de CIW voor zo’n plan van aanpak moet zorgen. We hebben een concreet plan nodig, zodat iedereen op het terrein goed weet wat van hem of haar wordt verwacht. We zullen er zeker werk van maken.              

Dank voor uw antwoord, minister. Er komt een droogtecoördinator. Dat is geen overbodige luxe. De maatregelen die vandaag worden genomen, worden genomen door lokale besturen en provinciebesturen. Hun bedoelingen zijn allicht goed, maar op het vlak van de coördinatie en het draagvlak ligt het soms wat moeilijk. Men kan soms moeilijk uitleggen waarom de ene zus beslist en de andere zo. Coördinatie kan daaraan verhelpen.

Ik ben natuurlijk ook geïnteresseerd in de langetermijnmaatregelen. Zoals u wellicht weet, zijn bos en natuur erg belangrijk om de vochtigheid en de temperatuur te reguleren; daarom wil ik de Vlaamse Regering vragen om sterker in te zetten op een klimaatbeleid en op het bos- en natuurbeleid. Want zo kunnen we op lange termijn dit soort van extreme toestanden een beetje milderen. (Applaus bij Groen)

Minister, u hebt natuurlijk gelijk dat wij al dingen doen – dat zou er nog maar aan mankeren – op het gebied van infiltratie van water, van opslag van hemelwater, van de bescherming van grondwaterlagen enzovoort. Het is belangrijk om al die dingen te bundelen in een allesomvattend waterschaarsteplan, een draaiboek met vooral de klemtoon op preventie. Een belangrijk onderdeel daarvan zal altijd zijn hoe we minder water kunnen verbruiken, hoe we mensen kunnen aansporen om zuinig om te springen met water. Daar ligt ook een taak voor de watermaatschappijen, een taak die zij vandaag volgens mij te weinig of te weinig enthousiast opnemen. Ze zijn vooral verkopers van water, maar voor het sensibiliseren en het aanzetten tot minder waterverbruik, zie ik weinig actie. Waarschijnlijk hebben ze er ook geen tijd voor omdat ze al die andere dingen doen die niet tot hun takenpakket behoren zoals het bouwen van een voetbalstadion en sportzalen enzovoort.

Minister, ziet u nog concrete dingen die we kunnen doen voor een meer waterbesparend gedrag?  

Minister, u stelt terecht dat in het kader van de klimaatproblematiek water een heel belangrijk facet is. Ik stel vast dat, als wij eens samen de oefening zouden doen wanneer we over het klimaat spreken, heel weinig mensen de reflex zouden hebben om water te vernoemen. Water is ook een belangrijk hoofdstuk geweest in de klimaatresolutie als resultaat van de Klimaatcommissie ad hoc.

Minister, ik ben ook heel blij met uw opmerking en suggestie over de gebiedsgerichte aanpak. Het ondersteunt nogmaals extra het belang van de provincie als beheerder van de waterlopen en beheerder van een aantal bufferbekkens. Het is een buffer niet alleen tegen watersnood, maar ook een buffer voor als er waternood is. Ik ben blij met deze aanpak en ik vraag me af of u dit ook verder zult ondersteunen. 

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, het ziet ernaar uit en het is zeker niet onwaarschijnlijk dat de huidige schaarste en de huidige droogte op termijn geen extreme of uitzonderlijke toestand meer zal zijn, maar dat we dit veel vaker zullen meemaken.

Als we vandaag kijken naar de realiteit, dan kunnen we alleen maar vaststellen dat we er eigenlijk niet klaar voor zijn met wat we vandaag doen. We doen wel dingen, maar we doen duidelijk niet genoeg. De realiteit op het terrein vandaag is dat op dit ogenblik iedereen een beetje aan het pakken is wat hij kan krijgen, tenzij gouverneurs of burgemeesters optreden. De bottom-up aanpak op dit ogenblik leidt ertoe dat de bottom gewoon leeg geraakt.

Er zou dus heel dringend – en laat het een oproep zijn vanuit mijn fractie – een duidelijk plan moeten zijn waarbij de lasten correct worden verdeeld en waarbij iedereen weet waar hij aan toe is en weet dat hij de lasten die hij draagt, terecht draagt omdat hij die niet alleen draagt.

Ik ben het helemaal eens met uw oproep aan Vlaamse gezinnen om niet nodeloos zwembaden te vullen of water te verspillen, maar we weten ook heel duidelijk dat dat alleen bijlange niet genoeg zal zijn. Er zal een veel bredere aanpak moeten zijn om de lasten correct te verdelen tussen landbouw, industrie, gezinnen, wat vandaag eigenlijk ontbreekt.

Maak dat iedereen weet waar hij aan toe is en dat op een veel betere manier, aangepast aan de huidige droogte. Minister, u schudt met uw hoofd, maar ik kan vandaag maar vaststellen dat gouverneurs en burgemeesters moeten optreden omdat wat er vandaag ligt als kader, niet werkt. Met schudden alleen, gaat u er echt niet komen.   

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister, u bent natuurlijk niet verantwoordelijk voor de droogte zelf, maar u bent politiek verantwoordelijk voor hoe het beleid met die droogte omgaat.

Dan zijn er toch drie zaken die mij opvallen. Ten eerste, de voorbije maanden al was het uitzonderlijk droog. Het begon eigenlijk al in april dat een heel droge maand was. Dan lijkt het me toch dat het beleid een stuk achterloopt op de feiten. Ten tweede, zeggen dat particulieren niet mogen sproeien, is vrij eenvoudig te zeggen, maar ik denk dat zij niet de grootste verbruiker zijn. De vraag die we ons moeten stellen is of de maatregel voldoende zal zijn om de komende dagen en weken met de droogte om te gaan. Ten derde, we weten eigenlijk al jarenlang dat er meer droogte op ons afkomt, zoals ook de collega's al zeiden. Het maakt deel uit van het klimaatverhaal. 

We zijn vandaag structureel onvoldoende voorbereid. Wat gaat er precies gebeuren om ons de komende jaren wel voor te bereiden?

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, vanochtend, bij de bespreking van de extreme droogte in de landbouwcommissie, werd ik prompt tot wetenschapper benoemd – wellicht door een klimaatontkenner – toen ik stelde dat er een verband was, en misschien wel een oorzakelijk verband, tussen de klimaatverandering en deze problematiek. Natuurlijk is dit een moeilijke kwestie en u kunt het niet laten regenen. Mocht u dat kunnen, zou u niet enkel een slimme minister, maar ook een superminister zijn. Onze land- en tuinbouwers kreunen echt onder deze droogte, en dat hebben we vanochtend al uitvoerig besproken. Ik merkte dat de Boerenbond niet meteen gewonnen was voor het voorstel van Aquafin. Ik hoop dat wanneer er een droogteplan zou komen, dat u dan absoluut de land- en tuinbouw in deze oefening zou meenemen.

Mijn specifieke vraag, in de hypothese dat er een droogteplan zou komen of dat er dergelijke maatregelen zouden worden genomen, is of er gedacht wordt aan onderzoek, bijvoorbeeld om zeewater te ontzilten of om op piekmomenten, wanneer er droogte heerst, toch te kunnen ingrijpen. Dat zou een belangrijk facet kunnen zijn.

Nogmaals, zoals ik deze morgen al stelde, mogen we de oorzaak niet vergeten en behoeft het klimaat altijd de nodige aandacht.

Wie wil laten uitschijnen dat er nu geen beleid zou zijn rond het gebruik van water, moet ik ten stelligste tegenspreken. Er zijn de voorbije jaren enorme inspanningen gebeurd. Mijnheer Tobback, u weet maar al te goed hoe wij dat sturen. Ik zal het misschien toch nog maar eens herhalen. We sturen op basis van vergunningen. Als een bedrijf of een landbouwer een vergunning nodig heeft om water op te pompen, wordt daar heel sterk in gestuurd en wordt dat ook gelimiteerd. Er is ook vaak verplicht om te kijken naar de alternatieven: hoe kunnen we het water opnieuw gebruiken? Dat is de voorbije jaren een succesverhaal geweest en dat is ook de reden waarom we zoveel expertise hebben op het terrein. Dat is de reden waarom Aquafin nog alternatieven heeft en waarom er nog heel wat andere onderzoekers zijn die tal van interessante pistes hebben, die we ook uitrollen op het terrein. Ik verwijs naar de zeer interessante studie die een paar weken geleden is opgeleverd door professor Willy Verstraete van de UGent om er op die manier voor te zorgen dat er ook aanbevelingen zijn rond het beleid om die droogte tegen te gaan. We zetten daar al op in. Die studies zijn al gevraagd, juist omdat we weten dat het op ons afkomt. Het is niet zo dat we daar niet mee bezig zijn.

We sturen niet alleen via die vergunningen en die alternatieven; we sturen ook via heffingen. Gisteren nog hebben we in de commissie de heffingen opgetrokken en gedifferentieerd. Het is een gemiste kans dat u daar niet voor gestemd hebt, mijnheer Tobback. Iemand die water oppompt uit een waterlaag waar schaarste is, zal veel meer betalen en wordt zo ontraden om dat te doen. Ik begrijp niet waarom u over dergelijke bepalingen niet meestemt, als u hier nu zegt dat er niets gebeurt en dat het probleem niet wordt aangepakt.

Ik zei daarnet dat we een onderscheid moeten maken tussen de lange termijn en de korte termijn. De maatregel die op korte termijn vanaf morgen ingaat, is niet alleen een maatregel richting gezinnen. Het gaat over het gebruik van drinkwater of kraantjeswater dat niet noodzakelijk is. Dat geldt evengoed voor anderen dan voor gezinnen. Wanneer in de industrie, in de landbouw kraantjeswater gebruikt wordt voor iets wat niet noodzakelijk is, zal ook dat aan banden worden gelegd. Op weg naar hier zag ik een voetbalveld liggen dat volop met water werd besproeid. Het is goed dat we die maatregel kunnen nemen, denk ik dan, want bij dreigende waterschaarste moet dat niet gebeuren. Dat is niet noodzakelijk. We moeten focussen op wat belangrijk is. En dat is niet een voetbalveld dat er pico bello bij ligt.

We hebben veel geleerd uit de droogte van de jaren 70. Ik herinner mij dat zelf nog goed, als kind, dat in die periode van droogte heel wat maatregelen werden genomen. Op basis van die bevindingen hebben drinkwatermaatschappijen fors geïnvesteerd om die waterbevoorrading te verbeteren. Hadden we dat niet gedaan, dan hadden we vandaag al een groot probleem. Nu is er geen acuut probleem.

Waarom wordt die maatregel nu genomen? We zien dat er enorme pieken zijn: er is een toename van het gebruik van drinkwater tot 40 procent. Dat is veel en we moeten voorkomen dat de situatie acuter en ernstiger wordt in de komende dagen, want volgens de voorspellingen zal het niet snel gaan regenen. Met die planmatige aanpak ben ik het volledig eens. Mijnheer Vanderjeugd, dat gaat niet alleen over gezinnen of de drinkwatermaatschappijen. Het moet een ruim plan van aanpak zijn dat ook gaat over de industrie, de landbouw, de bevoorradingsverzekering en de prioriteiten als er zich problemen voordoen.

Het is de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid die dat moet aanpakken. Ik denk dat het ook de meest logische weg is dat zij dat doen. Zij kunnen daar ook alle spelers samen zetten.

Collega’s, we moeten inderdaad leren uit situaties zoals ze zich vandaag voordoen. Ik blijf wel herhalen dat ik een aanpak op maat – ook regionaal, naast de algemene lijnen die we uittekenen – nog altijd zeer nuttig en nodig vind. West-Vlaanderen heeft de voorbije weken geen water gekend, terwijl het in andere regio’s twee, drie weken geleden wel geregend heeft. Dat vraagt toch om een heel andere aanpak. Je ziet dat de waterlopen daar op een heel lage stand komen te staan, wat ook een gevaar oplevert voor de drinkwaterbevoorrading, maar ook voor de verzilting, wat ook een groot acuut probleem is.

Collega Danen, ik deel uw bezorgdheid over het natuur- en het bosbeleid volledig. Dat is ook de reden waarom deze Vlaamse Regering op mijn vraag jaar na jaar de budgetten voor natuur- en bosbeleid doet stijgen, en dat in tijden dat er financiële krapte is. Dat toont dat het ons menens is en dat we daar ook volop op blijven inzetten.

Dank u wel. Eerst en vooral: ik denk dat de Vlamingen van een beleid verwachten dat de problemen die ze hebben, zeker met water, dat een belangrijk goed is, opgelost raken, en dat er voor de toekomst beslissingen genomen worden die dit soort problemen zo veel mogelijk vermijden. Natuurlijk hebt u het weer niet in de hand. Dat begrijpt iedereen wel. Maar nu lijkt het erop dat er heel wat ad-hocmaatregelen worden genomen. Ik ben dus blij om te horen dat u zegt dat er een droogtecoördinator komt. Ik hoop dat die een en ander kan vastpakken.

Wat het natuur- en bosbeleid betreft, zegt u dat er veel gebeurt, maar wij vinden het alleszins niet genoeg en, daar ben ik van overtuigd, veel Vlamingen met ons. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, de economische gevolgen en de kosten van waterschaarste zijn zonneklaar. We hadden het al over de landbouw, we hadden het over de bedrijven. We kunnen daar nog verder in gaan: wat als bepaalde waterlopen straks onbevaarbaar worden? Wat als we onze Waterverdragen met Nederland niet meer kunnen nakomen en onvoldoende oppervlaktewater kunnen doorlaten? Deze financieel-economische argumenten moeten in deze zakelijke tijden waarin wij leven, toch voldoende overtuigend zijn om tot actie over te gaan.

Minister, het is goed dat u de aanpak coördineert en op termijn ook een droogteplan zult uitwerken. Maar wat wij nu voor hebben, heeft ongetwijfeld al onomkeerbare schade aangericht, niet het minst bij de land- en tuinbouw.

Ik heb van u begrepen dat de gouverneur zijn verantwoordelijkheid kan nemen om te kijken wat er kan gebeuren met het water dat beschikbaar is bij Aquafin, in de mate dat het geschikt is om op planten te gebruiken. Ik heb ook begrepen dat u reeds een vraag aan het KMI gesteld hebt om te onderzoeken in welke mate dat die uitzonderlijke weersomstandigheid die we nu beleven, ook erkend kan worden als landbouwramp. Er is nog geen einde aan gekomen. De droogte is nog niet ten einde. De periode zal waarschijnlijk nog verlengd worden, maar in elk geval wil ik u danken voor dit aspect.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.