U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 31 mei 2017, 14.07u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, of de voorzitter van de raad van bestuur van De Lijn, de achtbare heer Descheemaecker, het nu leuk vindt of niet, maar ik heb vandaag een vraag klaar over De Lijn. Gisteren vond de heer Descheemaecker blijkbaar dat wij te veel kappen op De Lijn vanuit deze eerbare instelling. Ik vind niet dat dat kan. (Opmerkingen van Annick De Ridder)

Toch wel, er was een vraag van mij bij, mevrouw De Ridder. Los daarvan zal ik beginnen met mijn vraag, want de tijd begint te lopen. Gisteren werd het jaarverslag van De Lijn voorgesteld door diezelfde heer Descheemaecker. Er waren een tiental positieve punten. Het belangrijkste lijkt mij dat de kostendekkingsgraad, waar we het hier jarenlang over gehad hebben en die altijd bleef circuleren ergens rond een schabouwelijke 15 procent, nu eindelijk de magische grens van 20 procent overschreden heeft. Ik denk dat dat heel belangrijk is, want ik kap niet op De Lijn. Ik vind De Lijn belangrijk. Dat moet een efficiënte en performante organisatie zijn ten voordele van de reizigers. Daar hoort ook een goed, degelijk financieel beheer bij. U hoort me daar niets over zeggen.

Iets anders dat in het oog sprong, was de 11 miljoen reizigers, een fenomenaal aantal, dat vorig jaar verloren is. Het zijn er nog nooit zoveel geweest. Je begint dan na te denken. Ja natuurlijk, we hebben in september 2015 het gratis busabonnement voor senioren afgeschaft en waarschijnlijk hebben we dan in 2016 daar het volle effect van gehad. Maar ik wil hier toch wel eens horen dat het dat effectief is en of dat de enige reden is waarom De Lijn zoveel reizigers verliest. Mijn meer algemene vraag, minister, is natuurlijk, in tijden van files, waar iedereen stilstaat, waar iedereen smeekt om een modal shift, welke maatregelen u gaat nemen samen met De Lijn om opnieuw meer reizigers aan te trekken.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Ik ben blij dat u het ook positief benadert. Ik zie dat sommigen nogal focussen op het zogenaamde verlies van die 11 miljoen ritten. In perspectief geplaatst: het gaat over 508 miljoen ritten. Men zegt dan reizigers, maar het zijn natuurlijk ritten. Bovenal wordt vergeleken met vorige periodes, waarbij men opgeblazen cijfers gebruikte en men voor alle gratis abonnementen, die heel kwistig werden uitgedeeld, uitging van fictieve aannames. In stedelijke omgevingen rekende men voor elk van die gratis abonnementen 90 ritten aan. Zo kwam men natuurlijk tot heel opgeblazen cijfers.

Dat is heel eenvoudig en een mooie truc: als je kampt met een dalend aantal betalende abonnees, dan geef je gewoon een beetje meer gratis abonnementen, en uiteindelijk worden je cijfers zo mooi opgekrikt. Dat is dus een complete vertekening van de werkelijkheid.

Ik ga liever uit van reële cijfers, en die reële cijfers zijn positief. Met betrekking tot het aantal betalende reizigers gaan we van 469 miljoen in 2014 naar 508 miljoen ritten. Dat is een stijging met 8 procent, dus 8 procent betalende reizigers erbij. U verwijst ook terecht naar het gezonder maken van De Lijn. Iedereen die het goed voorheeft met het openbaar vervoer, en dus ook met De Lijn, zou immers mee moeten supporteren voor het gezonder maken van De Lijn, dus het verhogen van die kostendekkingsgraad. We zijn in 2014 vertrokken van 15 procent. Op twee jaar tijd zijn we al gegaan naar een kostendekkingsgraad van 20 procent.

Er zijn absoluut nog altijd problemen met de stiptheid, maar ook daar is er een positieve evolutie. We hebben stappen vooruit gezet. Het mogen er zeer graag veel meer zijn, maar ik vergelijk opnieuw met 2014. Toen zaten we onder de 50 procent, nu op 55 procent. Op twee jaar tijd is dat een vooruitgang met 5 procent. Dat is positief. Als je het goed voorhebt met De Lijn en met het openbaar vervoer, dan zou ik ook daarop focussen.

Er zijn echter nog problemen. We investeren meer in de doorstroming. Dat is terecht een heikel punt. We gaan het budget voor de doorstroming verdubbelen, bijvoorbeeld met slimmere verkeerslichten die voorrang geven aan het openbaar vervoer. We zorgen ook voor een verbetering van het comfort en van het aanbod. Het investeringsbudget van De Lijn stijgt van 170 miljoen euro in 2014 naar 300 miljoen euro dit jaar. Dat zijn allemaal positieve elementen.

We willen dus werken met eerlijke cijfers, een eerlijke financiering en een eerlijk beleid, met eerlijke ambities, namelijk een beter openbaar vervoer dat betaalbaar is voor zowel de belastingbetaler als de gebruiker. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Als het inderdaad zo is dat we dit nu even moeten slikken omdat de gratis abonnementen, die ook werden geteld, voor 90 ritten, eruit zijn, dan hoop ik dat we volgend jaar opnieuw een positievere trend zien. We zullen dat dan bekijken.

In elk geval hebt u ons op een bepaald moment zelf wel een beetje op het verkeerde been gezet. Vorig jaar, in januari 2016, toen het betalend maken voor de senioren pas was ingegaan, werd gesteld dat al 335.000 senioren zo’n betalend abonnement hadden gekocht. Nu lees ik echter in het persbericht van De Lijn dat het nog maar over 323.000 senioren gaat. Allicht zijn er dus ook wel wat senioren die hebben afgehaakt of die zijn overgeschakeld op een tienrittenkaart omdat dat voor hen persoonlijk goedkoper uitkomt en zo. Ik denk dat we dat alles wel eens nader moeten bekijken.

Ik heb toch nog wel een vraag. Is het dan nu zo dat de berekeningswijze van de aantallen is gewijzigd? Voor iemand die nu een gewoon abonnement heeft, worden er wel nog altijd 90 ritten per maand gerekend. Dat is zo gebleven?

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Ik zou nog even verder willen ingaan op de stiptheid. Die is cruciaal willen we in de toekomst inderdaad meer mensen verleiden en stimuleren om die stap van het private wagenvervoer naar het openbaar, het collectief vervoer te zetten. Dat lijkt me fundamenteel. Oké, dat stijgt inderdaad. Dat is positief, maar we zitten nog maar aan 55 procent. Dat moeten we ook durven te zeggen. Het stijgt. Feiten zijn feiten.

Met de investeringen die we als samenleving in De Lijn doen, mogen we echter hogere stiptheidscijfers verwachten, zeker in tijden van combimobiliteit, met een goede afstemming tussen bus, tram en trein. Dat dat eens een keer een minuut te laat komt, tot daaraan toe, maar als dat oploopt, dan kan je in die schakels al rap bijvoorbeeld een uur verliezen, en dan word je niet verleid, dan is dat geen alternatief.

Minister, daar is het me immers om te doen. In tijden van een evolutie naar een tarief- en ticketintegratie moet dat beter. Wat gaat u concreet doen om die doorstroming in functie van stiptheid, van een betrouwbaar alternatief te vergroten? Het stijgt, maar we moeten meer ambitie hebben.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik wil u vragen niet langer met creatief cijferwerk te proberen het licht van de zon te ontkennen. Kijk naar het resultaat van het onderzoek dat u zelf hebt gefinancierd naar het verplaatsingsgedrag van de Vlamingen. Daaruit bleek dat het aandeel van bus- en tramgebruik op een paar jaar tijd met 20 procent gedaald is. Kijk naar de cijfers van het Vlaams Verkeerscentrum. Daaruit blijkt dat sinds uw aantreden de filedruk in Vlaanderen gestegen is met 17 procent. Vandaag staan mensen stil op plaatsen en tijdstippen waar ze een paar jaar geleden niet stilstonden.

Ik vraag u dus te stoppen met het maken van flauwe woordspelingen, maar ik verwacht van u een antwoord op de vraag waarom het de verkeerde richting uitgaat en wat u gaat doen om de mensen wel te verleiden om het openbaar vervoer te nemen. Wilt u ook zeggen aan de heer Descheemaecker dat hij geen 18.000 euro per jaar krijgt om de raad van bestuur van De Lijn voor te zitten om politici en mensen de mond te snoeren die zich zorgen maken over het openbaar vervoer, maar dat hij zelf ook eens moet nadenken over hoe zijn bedrijf ervoor zal zorgen dat het meer klanten kan werven in plaats van minder? (Applaus bij sp.a en Groen) 

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, het wordt tijd dat u terugkeert uit wonderland. U ziet fantastische prestaties bij De Lijn, terwijl iedereen die dit dossier volgt in het parlement wel beter weet.
De heer Kesteloot is zo eerlijk geweest om hier vorig jaar bij de dalende reizigersaantallen echt wel de vinger op de wonde te leggen: hij had het toen over de besparingscontext waarin hij moest werken. Dat staat te lezen in het verslag van de bespreking in dit parlement.

Misschien kunt u uw partijgenoot uit wonderland meenemen. Op het moment dat de kwaliteit en de stiptheid achteruitgaan en dat de tickets en de abonnementen duurder worden, wordt het voor u, als minister, in plaats van te zeggen hoe goed we bezig zijn, tijd om in de spiegel te kijken en u af te vragen hoe u dit kan keren.

Minister, er is dus maar één vraag die telt: hoe gaat u dit keren? (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Dat De Lijn in de jaarresultaten zegt dat de kostendekkingsgraad gestegen is naar 20 procent is goed, maar dat is nog altijd één van de laagste kostendekkingsgraden in Europa.

Een belangrijkere vaststelling die ik heb gedaan op basis van dat jaarresultaat, en die zeer verontrustend is, is dat het aantal betalende ritten niet significant stijgt. Het is hier al gezegd, de files stijgen wel significant. Dat komt doordat De Lijn onvoldoende garanties geeft voor een veilige, comfortabele, vlotte en betrouwbare verplaatsing met bus of tram. Nochtans krijgt De Lijn bijna 1 miljoen euro subsidies om dat te organiseren, en dat is toch een gigantisch bedrag. Dan mogen we toch verwachten dat er iets gedaan wordt aan die overvolle tram en bussen, ranzige bushaltes en premetrostations, aan het zwartrijden, aan de stiptheid en het comfort, die moeten verbeteren, en vooral aan de veiligheid.

Minister, de Vlamingen smeken u om een alternatief voor die ellenlange files die ze moeten trotseren met de wagen. Doe daar iets aan, zorg voor dat veilig, stipt en comfortabel alternatief.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, het moet vermoeiend zijn dat steeds de focus wordt gelegd op wat in het verleden altijd misliep. In deze legislatuur zijn de investeringsbedragen wel degelijk fundamenteel gestegen en stijgt de kostendekkingsgraad voor het eerst ook fundamenteel. In Antwerpen komt op de trams maar liefst een capaciteit van 40 procent bij, namelijk van 30.000 naar 42.000 zitjes. Wat die ‘verdwenen’ reizigers betreft, die werden met de abonnementen meegerekend, aan 90 ritjes per maand in stedelijk gebied. In Nederland houdt men voor de stedelijke abonnementen rekening met 47 ritten per maand, of de helft van wat wij doen. Dat kan tellen qua lucht die er op die manier in die cijfers sluipt.

Minister, wilt u zo snel mogelijk rekening houden met de werkelijke ReTiBo-cijfers die we krijgen, zodat we eindelijk komaf kunnen maken en verlost zijn van die goedkope en misleidende schoten voor de boeg en kunnen focussen op wat dringend noodzakelijk is, namelijk investeren in ons openbaar vervoer? (Applaus bij de N-VA)

We willen werken met eerlijke rekeningen, eerlijke cijfers. En vanaf nu kunnen we dat ook op basis van het ReTiBo-systeem, waarbij in plaats van te werken met abonnementencijfers en virtuele ritten, ook al ligt dat gratis of betaald abonnement in de schuif, reële ritten gemeten worden, omdat men nu een kaart heeft die men moet gebruiken, waardoor ook elke rit wordt geregistreerd. Vanaf volgend jaar zullen ook de tickets opgenomen worden in dat systeem en hebben we eindelijk klare, clear-cut, eerlijke in plaats van opgepompte, opgeblazen cijfers, waarmee we kunnen werken.

Een tweede punt is de doorstroming. We hebben de financiering voor de doorstromingsmaatregelen verdubbeld. We gaan van ongeveer 17 miljoen euro naar meer dan 30 miljoen – ik denk 32 miljoen – euro. Dat is dus een fikse investering, waarbij prioriteit wordt verleend aan het openbaar vervoer.

Ten slotte, mijnheer Vandenbroucke, ik heb u eerlijke cijfers gegeven, waaruit blijkt dat we inzake stiptheid, inzake kostendekkingsgraad, inzake het aantal betalende reizigers op twee jaar tijd altijd vooruitgang hebben geboekt. En zal ik u eens confronteren met andere eerlijke cijfers? Als u meent deze regering de les te moeten spellen, dan kan ik u verwijzen naar de periode waarin uw partij, met mevrouw Van Brempt, mee het beleid heeft bepaald inzake de mobiliteit. In 2009 waren er 436 miljoen betalende reizigers. In 2016 waren dat er 508 miljoen. Dat is een toename van het aantal betalende reizigers met maar liefst 17 procent. Er is een vooruitgang inzake de kostendekkingsgraad. In uw periode was dat minder dan 15 procent. Wij zitten op 20 procent.

U zegt dat u het goed voor heeft met het openbaar vervoer. Inzake investeringen onder een socialistische minister kwamen we per jaar nog niet aan 150 miljoen euro. Wij zitten nu aan een investeringsritme van 300 miljoen euro. Dat is dubbel zoveel.

Wij hebben van u zekere lessen te leren. Dat zijn dan slechte lessen, die we niet gaan volgen. (Applaus bij de N-VA)

Minister, het is zeker niet allemaal kommer en kwel. Dat heb ik ook heel duidelijk aangegeven. Maar die daling is zeer fors. U wijt dat aan een deel van de gratis abonnementen die er nu niet meer zijn. Maar er blijven nog lichten knipperen. Het klopt wat hier werd gezegd over de stiptheid. Die is met 5 procent gestegen, maar nog altijd is een op de twee bussen of trams te laat. Dat kan natuurlijk niet. Dat ligt niet aan De Lijn alleen, want ik ga niet kappen op De Lijn. Daar ligt ook een taak voor het Agentschap Wegen en Verkeer en de lokale besturen, die moeten zorgen voor de doorstroming.

Minister, er is nog veel werk aan de winkel. Er zijn een aantal knipperlichten die branden. De collega’s hebben er een aantal opgesomd. Waarschijnlijk zien we elkaar volgend jaar terug met – misschien – eindelijk duidelijke cijfers dankzij het ReTiBo-systeem, die voor de volgende jaren een goede basis vormen en om een degelijk beleid te voeren, zodat De Lijn kan doen wat ze moet doen, namelijk mensen vervoeren. Dat is toch heel belangrijk, want een op de zes gezinnen in Vlaanderen heeft geen wagen. Laten we dat ook niet vergeten. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.