U bent hier

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, sinds 23 februari moeten bouwaanvragen door architecten digitaal ingediend worden.

Sinds die datum is het leven van de Vlaamse architect er niet bepaald vrolijker op geworden. Als het plan van de architect af is, gaat hij naar dat loket, maar vaak loopt dat loket vast. Als het dan toch eventjes werkt en hij heeft meer dan 30 bijlagen, dan loopt het weer vast, want hij kan er slechts 30 uploaden. Als hij zijn bestandstype wil uploaden, wordt dat geweigerd, met de mededeling dat het een ‘vectoriële pdf’ moet zijn. Kortom, het is een hele poespas.

Gelukkig nadert de datum van 1 juni. Op die dag zijn we af van die digitale bouwaanvraag en krijgen we het omgevingsloket, dat eigenlijk al overal op 23 februari in werking had moeten zijn. Slechts in vijf gemeenten is dat vandaag ingevoerd, omdat ze geen uitstel hebben gevraagd. Vanaf 1 juni zal dat overal gebruikt moeten worden.

Gisteren ontving u een ingebrekestelling vanwege 560 architecten die naar mijn mening engelengeduld aan de dag hebben gelegd. Ze hebben lang afgewacht, ze hebben alle ellende erbij genomen omdat ze geloven in de historische verandering. Nu zeggen ze evenwel dat het genoeg is. Ze vrezen dat, rekening houdend met de geruchten rond het omgevingsloket, 1 juni een dramatische datum zal worden. Minister, hoe zal het lopen op 1 juni?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Ronse, we hebben al vaak over dit onderwerp van gedachten gewisseld. We moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de digitale bouwaanvraag en het omgevingsloket. U weet dat de digitale bouwaanvraag een constructie is uit de vorige Vlaamse Regering, waarbij de toenmalige minister van Ruimtelijke Ordening de digitale bouwaanvraag geïntroduceerd heeft. Dat was een zeer goede zaak en dat werkte perfect. Op het moment dat alle architecten dat gingen gebruiken, liep het inderdaad vast. Er is al veel aan gewerkt om die capaciteit te vergroten. Ondertussen zijn er in april 4000 digitale dossiers ingediend. In het eerste deel van mei zaten we aan 2000 dossiers. We doen er alles aan om dat zo goed mogelijk te laten verlopen.

Nu, vanaf 1 juni wordt dat inderdaad het omgevingsloket. Op dit moment zijn er op dat vlak wel wat zorgen. Het gaat dan niet over de capaciteit, wel vooral over de performantie. Op dit moment wordt met man en macht gewerkt om die te verbeteren. Het is eigenlijk een proefomgeving waarin zaken kunnen worden uitgetest. Vandaag hebben we samengezeten met verschillende mensen die daarmee bezig zijn, om alles nog eens goed op te lijsten en de zaken duidelijk te stellen.

We hebben ook al vaak overlegd met de architecten, met het Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV), maar ook met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP) en de IT-dienstenleverancier, die is aangesteld om dat allemaal in goede banen te leiden. Uit het overleg kwam de vraag van de nationale architectenvereniging om te zorgen voor een overmachtsregeling om, in het geval dat het niet goed zou functioneren, terug te kunnen vallen op een back-up. Zo’n nieuw informaticasysteem kan altijd problemen met zich mee brengen. Vorige vrijdag werd op de Vlaamse Regering een overmachtsregeling geagendeerd, niet om de digitalisering te ondermijnen, maar ingeval van problemen het mogelijk te maken analoog in te dienen en ook naar een termijnverlenging te gaan. Dat is trouwens ook al in het parlement aan bod gekomen.

Ik heb alle begrip voor de frustraties op het terrein. We zullen er alles aan doen om alles zo goed mogelijk te laten verlopen.

Minister, NAV heeft gisteren ook bekendgemaakt dat 95 procent van de architecten die al van de omgevingsvergunning gebruik hebben gemaakt – ongeveer één vijfde van alle architecten, wat veel is, want het werkt nog maar in vijf gemeenten – er vandaag ernstige problemen mee hebben. Als ik u goed heb beluisterd, vrees ik dat de overmachtsregeling de volgende maanden veeleer de norm dan de uitzondering zal worden. Ik vrees dat we in een permanente staat van overmacht zullen zitten, ondanks het feit dat ikzelf en een aantal andere collega’s commissievergadering na commissievergadering vragen om informatie over de stand van zaken van het hele geval. Alle spelers werden uitgenodigd. Het gaat ook over meer dan zuiver softwarematige problemen. Het gaat over ruis op de communicatie, communicatie over de definitie van het bestandstype, het aantal bijlagen dat mag worden ingediend. Het gaat over zoveel meer.

Minister, zal die overmachtsregeling de norm worden, dan wel de uitzondering?

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, die omgevingsvergunning en de problemen met de digitale bouwvergunningsaanvraag, dat zijn bezorgdheden van ons allemaal. Over de omgevingsvergunning heb ik al verscheidene malen gewaarschuwd. Iedereen hier zei dat die vergunning een zeer goede zaak is, een revolutie in het vergunningenlandschap. Dat is het ook en zal het ook blijven. Maar het zal inspanningen vragen van ons allemaal.

Ik ga er ook van uit dat het loket voor de omgevingsvergunning zo goed mogelijk zal functioneren. Er zijn kinderziektes bij een IT-aanpassing. Samen met u, collega Ronse, constateer ik jammer genoeg dat er blijkbaar geen IT-aanpassingen kunnen worden gelanceerd zonder dat er iets uitvalt of dat er kinderziektes zijn. Ik denk echter dat het de plicht is van ons allemaal om dat tot een minimum te herleiden. En dan denk ik dat die overmachtsregeling er sowieso moet zijn om ervoor te zorgen dat vergunningen aangevraagd kunnen worden. Maar ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat het loket zo snel en zo goed mogelijk moet functioneren.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Op de eerste plaats wil ik zeggen dat ik de zorgen en bekommernissen van de architecten volkomen deel. Er zijn heel wat problemen, zowel bij de digitale bouwaanvraag (DBA) als bij het omgevingsloket.

Mijn gemeente is een van de weinige die op 23 februari is ingestapt in het systeem van het omgevingsloket. Het werkt, maar het werkt lang niet feilloos. Wat dat betreft, moet ik aangeven dat sinds september 2016 steeds werd aangegeven dat het digitale omgevingsloket een performant systeem zal zijn. Nu verneem ik dat het hoofd van de administratie zegt dat men vermoedt dat tal van risico’s bestaan, dat het systeem van het omgevingsloket per 1 juni 2017 niet de noodzakelijke performantie en niet de noodzakelijke stabiliteit zal hebben.

Minister, ik denk dat u dringend toch eens een hartig woordje moet spreken met de administratie. Waarom zou het eerst wel lukken en kondigt men nu, drie weken voor datum, aan dat het niet zal lukken? Minister, desgevallend stel ik voor dat er een turbomanager of een noodambtenaar wordt aangeduid om ervoor te zorgen dat we in het jaar 2017 toch eindelijk kunnen spreken van een feilloos en performant digitaliseringsloket.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, het is inderdaad al een paar keer een terugkerende saga. Ik wil er toch op wijzen dat 1 juni een datum is die we in grote consensus in dit parlement hebben geaccepteerd. Het is een uitgestelde datum, want de inwerkingtreding was gepland voor 23 februari. Dat het niet kon op 23 februari met de bouwaanvraag, blijkt in eerste instantie het gevolg te zijn van beslissingen van uw voorganger, die blijkbaar bij het opmaken van de bestekken en het doen van de aanbestedingen, vergeten is om op te merken dat er 4000 aanvragen per maand moesten worden verwerkt en al blij was als er een paar goed passeerden.

Wat het omgevingsloket betreft, zitten we nu toch wel in hetzelfde straatje. Ik hoor van burgemeesters dat er gisteren nog vormingssessies voor hun ambtenaren zijn geweest waar ze twee uur lang naar een draaiend molentje op hun scherm hebben zitten kijken. Dus het lukt niet. Het is niet klaar, het is slecht voorbereid, het is niet georganiseerd en het is wat dienstverlening betreft schabouwelijk.

Minister, vandaar mijn simpele vraag: is het misschien geen tijd om vandaag, veertien dagen voor het door iedereen zou moeten worden gebruikt, zeer dringend niet alleen maar noodmaatregelen te nemen, maar opnieuw uit te stellen, zodat het geen aanslepende chaos begint te worden, maar goed kan gebeuren. Ik ben in elk geval vragende partij, net zoals voor een grondig onderzoek naar wat hier allemaal fout is gelopen. Het is niet alleen maar een probleem van softwaresystemen. Dit kan eigenlijk niet in een overheid die zichzelf performant wil noemen.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, al meer dan een jaar krijgt u signalen dat het niet goed loopt met de platformen voor de digitale bouwaanvraag en de omgevingsvergunning. Telkens in de commissie – en we hebben er over de partijgrenzen heen over gepraat – zei u dat het wel in orde zou komen, dat het om kinderziekten ging.

Intussen nadert de deadline van 1 juni en blijkt er op het terrein niets anders dan chaos te zijn. Ik heb vanochtend nog een mail van een schepen gekregen die zei dat een openbaar onderzoek niet werd opgestart, gewoonweg omdat de vraag niet tot bij hen was gekomen.

We hebben dat hobbelige parcours over grenzen van meerderheid en oppositie heen met de mantel der liefde bedekt, minister – dat heb ik vorige keer ook gezegd –  maar nu geloven we u niet meer als u zegt dat het in orde komt.

Minister, daarom stellen we u twee dingen voor. Stel de deadline van 1 juni uit en ga in overleg met de VVSG, de VVP en het Netwerk Architecten Vlaanderen voor een haalbare datum voor de inwerkingtreding van het omgevingsloket. Ga op zoek naar de structurele oorzaak van dit geknoei. Minister, dit gaat niet om kinderziekten, dit heeft een diepere oorzaak die de kop zal blijven opsteken als u dit niet aanpakt. Neem dus uw volle verantwoordelijkheid, minister, want op dit ogenblik worden de hele politiek, de overheid, de ambtenaren en de lokale besturen belachelijk gemaakt in de ogen van burgers, architecten en ondernemers.

Collega’s, uit alle betogen en uit dat van mezelf blijkt dat iedereen dezelfde bezorgdheid deelt. Het systeem moet werken en moet performant zijn. Er wordt ook met man en macht aan gewerkt. Wie doet uitschijnen dat er geen overleg zou zijn en zegt dat we met de VVSG, de VVP, de architecten, de lokale besturen enzovoort rond de tafel moeten gaan zitten: wel, dat gebeurt permanent. Er zijn permanent overlegmomenten, waar vanuit het veld, vanuit de architecten, zaken worden aangegeven om het omgevingsloket beter te laten functioneren. Dat gebeurt dus. Het wordt systematisch verbeterd. Ook de ervaring van gemeenten die er al mee werken, wordt meegenomen. Er wordt heel hard aan gewerkt. Er is ook een expertengroep met mensen uit het veld die vaak een analyse maken en mee zoeken naar oplossingen.

De omgevingsvergunning is een belangrijke vereenvoudiging voor wie een vergunning moet aanvragen, en de digitalisering maakt er onderdeel van uit. Omdat we inderdaad niet kunnen uitsluiten dat er zich op het terrein problemen kunnen voordoen, hebben we ervoor gekozen om de overmachtregeling op de Vlaamse Regering te agenderen. Collega Ronse, het is uiteraard niet onze bedoeling dat die overmachtregeling de regel zal worden. We zullen er alles aan blijven doen om dat zo goed mogelijk te laten verlopen.

We hebben vanuit onze diensten inderdaad altijd signalen gekregen dat het systeem zou functioneren. Ik was verrast toen ik heel recent een brief kreeg van de secretaris-generaal, die zegt daaraan te twijfelen. Ik heb toen uiteraard de secretaris-generaal direct bij mij geroepen om alles nog eens op een rijtje te zetten, samen met de mensen die daar op het veld mee bezig zijn. We blijven daar heel hard aan werken.

Collega Tobback, de hele operatie is ook uitbesteed – dat zit ook in het raamcontract van de Vlaamse overheid – aan de dienstleverancier die dat op het terrein goed moet laten functioneren. We blijven dat goed opvolgen, we zullen dat niet loslaten, want het is ook een bezorgdheid van mezelf en van iedereen hier in het halfrond dat dit goed en performant moet werken. Ook ik ben er uiteraard niet tevreden mee dat het op het terrein niet zo is, maar we proberen binnen de mogelijkheden die we hebben, daar zo goed mogelijk een oplossing voor te bieden.

Ik blijf wat op mijn honger zitten. Ik ben eigenlijk bijzonder ontgoocheld in de antwoorden. Iedere keer horen we: ‘Ik was verrast, opnieuw heeft de administratie mij laten weten dat het dan toch niet zou werken.’ Dat is een discussie die al sinds de kerstperiode aansleept. Telkens opnieuw hebben we hier hetzelfde debat over. Godzijdank bestaat er zoiets als cybercriminaliteit, want dat was de reden waarom we in de kerstperiode een amendement op het decreet hebben ingediend en gezegd: ‘Stel dat door een cyberaanval het systeem plat ligt, wat dan met de periodes en de termijnen?’ We hebben de mogelijkheid gecreëerd dat de regering via dat amendement in een uitzondering kan voorzien. We zien nu dat dat de ‘deus ex machina’ is voor het falende loket.

Minister, ik vrees ervoor dat dat echt wel de norm zal worden. Ik blijf ervoor pleiten om onmiddellijk een soort van crisiscel op te starten met alle betrokkenen om dat spel eindelijk op de rails te krijgen in plaats van dat gepingpong tussen u en de administratie, want daar is niemand bij gebaat. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.