U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 mei 2017, 14.18u

Voorzitter
Toespraak van de heer Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie en Europees commissaris voor Betere Regelgeving, Interinstitutionele Betrekkingen, Rechtsstatelijkheid en het Handvest van de Grondrechten, betreffende het witboek over de toekomst van Europa
De voorzitter

De heer Timmermans heeft het woord voor het vervolg van zijn toespraak.

Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie en Europees commissaris voor Betere Regelgeving, Interinstitutionele Betrekkingen, Rechtsstatelijkheid en het Handvest van de Grondrechten

Dames en heren, uiteraard wil ik om te beginnen de heer Van Campenhout heel veel sterkte en beterschap wensen. Het is wel duidelijk dat er belangrijkere dingen in het leven zijn dan onze debatten hier vandaag. Dat is ook maar weer eens gebleken. Ik wens hem heel veel beterschap.

Wat ik met u wilde delen, is dat onze wereld in de vierde industriële revolutie fundamentele wijzingen ondergaat, net zo goed als dat is gebeurd bij de eerdere industriële revoluties. Het leefpatroon dat we hebben, zal veranderen. De verhoudingen in de samenleving zullen veranderen. De mondiale verhoudingen zullen veranderen, en ook in Europa zullen de verhoudingen veranderen. De vraag is niet of dit gebeurt of niet gebeurt: dit zal gebeuren. De vraag is: wat kunnen wij eraan doen om die veranderingen zo goed mogelijk uit te laten pakken voor onze burgers? Dat lijkt me de taak voor iedere overheid, op welk niveau men ook opereert. Ik denk dat de Europese Unie in principe in een goede positie verkeert om de kansen die de vierde industriële revolutie biedt, ook te grijpen.

Maar zoals bij andere wezenlijke, tektonische veranderingen in de economie en de maatschappelijke verhoudingen, loert daarbij altijd het risico van winnaars en verliezers. Dat is in onze geschiedenis altijd zo geweest. Heel veel van de zorgen die onze burgers hebben over onze samenleving in de toekomst, hebben te maken met de vrees voor verlies van positie, of de vrees om niet mee te kunnen in mondiale ontwikkelingen, en de teleurstelling over de wijze waarop de politiek aan die vrees tegemoet komt. En dan zijn daar in de politiek natuurlijk verschillende oplossingen voor. Sommigen bepleiten om muren en hekken te bouwen en je af te sluiten van mondiale ontwikkelingen. Dat is niet de positie die Vlaanderen kiest. Dat is ook niet de positie die de Europese Commissie kiest.

Het is heel belangrijk dat we bezien dat, daar waar die veranderingen zijn, we die veranderingen zo vorm geven dat we ook het herverdelingsvraagstuk op een eerlijke manier kunnen organiseren voor onze samenleving. Dat is niet alleen een Europese taak. Dat moet mondiaal gebeuren, en deels Europees, maar, dames en heren, dat is heel vaak een nationale taak of zelfs een lokale taak, waar uw parlement en de gemeenten die u vertegenwoordigt, een grote rol in zullen krijgen.

Laat ik als voorbeeld een onderwerp nemen dat mij na aan het hart ligt en waar Vlaanderen in Europa en de wereld een leidende positie in speelt: de omschakeling naar een duurzame economie, naar een economie die circulair is, een economie die niet meer uitgaat van het principe dat we grondstoffen opmaken, maar van het principe dat we de natuurlijke grondstoffen die de aarde ons te bieden heeft, kunnen hergebruiken, daar zuinig mee kunnen zijn en ervoor kunnen zorgen dat de aarde de groei die we nodig hebben, ook kan dragen.

Vlaanderen kent vele voorbeelden van bedrijven die daarop inspelen, of het nu gaat om de omschakeling naar duurzame energie of de omschakeling naar circulaire economie, de kringloopeconomie. Ik las gisteren nog een interview met de directeur of bestuursvoorzitter van Umicore in Antwerpen, die in de herbenutting van metalen duidelijk een wereldleiderschapsrol heeft weten uit te bouwen. Dat is de economie van de toekomst.

Wat moet de overheid daar nu mee? Wat moet Europa daarmee? Gelet op de wijze waarop we nu wereldwijd produceren en consumeren, zal er alleen maar op schaal van continenten met elkaar onderhandeld worden over hoe de wereldeconomie van de toekomst eruit zal zien. De premisse dat dat per definitie eerlijk is als we de handel maar vrij laten en de markt maar zijn werk laten doen, wordt wel ernstig ter discussie gesteld, ook door het gedrag van sommige heel grote operators op wereldniveau.

Met andere woorden, de omschakeling in de vierde industriële revolutie naar een duurzame economie, is geen technologische uitdaging. Het is ook geen economische uitdaging. Het is vooral een bestuurlijke uitdaging. Hoe krijg je dit alles bij elkaar dat dat op een eerlijke manier gebeurt, zodat mensen daar voor zichzelf en voor hun dierbaren ook een toekomst in zien?

Wij kunnen daar op Europees niveau een aantal elementen voor aanleveren, daar waar onze bevoegdheden en het verdrag dat toestaan. Maar het leeuwendeel van het werk zal toch gedragen moeten worden door de lidstaten en door regio’s of andere entiteiten en lidstaten die daarvoor de exclusieve bevoegdheden hebben, zoals Vlaanderen. Ik zie dus ook in die Europese samenwerking veel minder dan vroeger een voortdurende discussie over elkaars competenties, wie wat van elkaar moet hebben of niet moet hebben. Ik zie veel meer toekomst in hoe je elkaars positie kunt versterken, door samenwerking, door dialoog, door elkaar in een positie te brengen, door dit samen voor elkaar te brengen.

De kringloopeconomie is wederom een goed voorbeeld. Als je iets wilt doen aan het wereldwijde afvalprobleem, dan heb je zeker Europese afspraken nodig over wat in de grond mag en niet meer in de grond mag en wat verbrand moet worden. Maar in Europa moet iedere individuele gemeente ervoor zorgen dat dat ook gebeurt. Daarin zie je al dat dit soort grote veranderingen op alle bestuursniveaus hun beslag moeten krijgen, willen ze slagen.

We hebben dit jaar een witboek op tafel gelegd met een aantal mogelijke scenario’s voor de toekomst van de Europese Unie. Ik wilde daar nu op inzoomen, omdat het mij goed uit zou komen, maar ik denk dat het ook voor Vlaanderen een kans is, als uw parlement zich daarover zou uitspreken in richtinggevende zin. U kent die vijf scenario’s allemaal.

Die vijf scenario's bespreken we nu met de lidstaten. Hopelijk nemen de lidstaten ook de verantwoordelijkheid dit met hun burgers, bedrijven, ngo's en andere geïnteresseerden te bespreken. Het zou goed zijn voor het proces als er dan ook uitspraken komen uit de lidstaten – ik weet niet of dat in uw parlement met een resolutie gebeurt of vanuit de Vlaamse Regering – die richtinggevend zijn voor de keuzes die Europa zal moeten maken.

We leven in een samenleving die niet meer het paternalisme van onze ouders en grootouders vertegenwoordigt. We weten allemaal dat het begin van de Europese integratie heeft plaatsgehad in een samenleving die zeer paternalistisch was, waarbij men zei: vertrouw ons nu maar, wij weten wat goed voor u is en we komen met een model. Dat is de oorsprong van de Europese samenwerking. Als ik soms weerstand zie tegen discussies daarover, dan is dat vaak als de Europese Unie of Europese politici of wij in de Commissie weer de houding aannemen van: vertrouw ons nou maar, wij weten wat goed voor u is.

Om daarmee te breken en om veel meer te reflecteren over wat de samenleving vandaag ziet als de wijze waarop zij graag wil worden bestuurd, namelijk niet: ‘Vertrouw ons maar’, maar een samenleving die tegen bestuurders zegt: ‘Laat nou maar eens zien wat je voor ons zou kunnen doen’, in die andere verhouding past ook een witboek dat de opening biedt voor een discussie met een zeer gevarieerd aantal scenario's over de keuzes die we voor Europa zouden kunnen maken.

Bescheidenheid op dat punt past mij als vertegenwoordiger van de Europese Commissie. Ik ga u ook niet voorleggen welk voorkeurscenario Europese Commissie heeft. Dan hoef ik dat witboek niet te schrijven. Dan kan ik dat meteen op tafel leggen. Maar we zijn zeer benieuwd om ook uw mening over de richting die Europa moet kiezen, te horen.

Ik zeg dat ook in een context van mondiale, politieke, en niet alleen economische verschuivende verhoudingen. Economische verhoudingen die verschuiven, zullen natuurlijk ook een effect hebben op de politiek. In wat het meest ingrijpende besluit is sinds het einde van de val van de Berlijnse muur, de brexitstemming in het Verenigd Koninkrijk, hebt u gezien dat de behoefte van mensen om weer meer controle te krijgen over hun lotsbestemming, werd vertaald in het zich dan maar willen loskoppelen van de Europese Unie, die ze niet zagen als een instrument dat hun de kans gaf om die lotsbestemming vorm te geven, maar als een instrument dat de onzekerheid van hun lotsbestemming vergrootte, meer als een agent van de onzekerheden van de globalisering, anders dan een schild tegen de onzekerheden van de globalisering en een instrument om de globalisering zo te temmen dat ze voor ons en onze burgers werkt.

De brexit is natuurlijk enorm ingrijpend. Voor mij is het ook een enorme schok en teleurstelling dat dat is gebeurd. Maar de vraag is nu niet of het wel of niet is gebeurd. Het is gebeurd, en het Verenigd Koninkrijk zal de Europese Unie verlaten. De vraag is hoe wij op dit soort fenomenen reageren. Ik zou er ook nog de Amerikaanse verkiezingsuitslag bij kunnen noemen.

Twee jaar geleden heb ik in een debat in Nederland voor het eerst mijn zorg uitgesproken over het voortbestaan van het Europese project. Voor het eerst twee jaar geleden kwam ik tot de conclusie dat dat project niet onbreekbaar is, en zelfs wordt bedreigd door mensen met een politieke visie die de Europese Unie niet als een toekomst zien, en die met een grote mate van vastberadenheid en politieke overtuiging het Europese project dagelijks aanvallen. In de afgelopen jaren is het mij opgevallen dat de wijze waarop daartegen is ingegaan, nooit dezelfde vastberadenheid heeft laten zien. De mensen die zich voor Europa uitspreken, doen dat meer timide, of bescheiden zou je kunnen zeggen, met statistieken, met powerpointpresentaties. Maar statistieken en powerpointpresentaties overtuigen niet als ze niet zijn gebaseerd op gedragen waarden die je met overtuiging brengt, waarden die worden gedeeld door de samenleving.

Waar ik twee jaar geleden nog heel pessimistisch was, ben ik vandaag iets optimistischer, paradoxaal genoeg, omdat het besef steeds verder doordringt in de Europese samenleving dat deze vorm van samenwerken niet onkwetsbaar is, dat het inderdaad mogelijk is dat de Europese Unie uit elkaar zou vallen, dat het inderdaad mogelijk is dat wij als Europeanen in oude fouten zouden vervallen.

Sinds dat besef, met name bij de jongere Europeanen, steeds meer ingang vindt, zie je ook langzaam en steeds duidelijker mobilisatie voor de Europese gedachte, mobilisatie voor Europese samenwerking, en dan niet vanwege één munt of één markt, maar vanwege de waarden van de Europese samenwerking zoals die in artikel 2 van het verdrag zijn geformuleerd. Die waarden vinden in onze lidstaten niet altijd dezelfde vertaling. Wij zijn zeer verschillend en zeer divers. In de toekomst van onze Europese samenwerking zullen die verschillen en die diversiteit ook een vertaling moeten vinden in hoe we samen politiek opereren, hoe sommigen sneller dan anderen zullen gaan bij bepaalde onderwerpen.

Maar met al die diversiteit die er is, is er geen enkele discussie over welke fundamentele waarden van vrijheid, diversiteit, democratische besluitvorming, rechtstaat, gelijkheid er zijn: die waarden worden overal gedeeld. Je ziet zelfs dat, als die waarden onder druk staan, Europeanen de straat opgaan om voor die waarden op te komen. We hebben het gezien in Roemenië toen de vrees bestond dat de regering niet langer streng zou optreden tegen corruptie. We hebben het gezien toen in Polen de vrees bestond dat de huidige regering vrouwenrechten zou afpakken. We hebben het gezien in Hongarije toen de vrees bestond – en die vrees is helaas nog niet weg – dat de regering de activiteiten van de centraal-Europese universiteit onmogelijk zou maken. Dan zijn Europeanen bereid om daarvoor op te komen.

Ik weet ook heel goed dat die concrete waarden waar Europeanen veel aan hechten, pas toepassing en waarde krijgen op het moment dat ze ook worden vertaald in concrete stappen. Waar we ons goed van bewust moeten zijn, is dat het einde van deze diepe crisis en de economie die weer groeit – de verbetering van de economie, de groeicijfers – zich in de Europese Unie nog onvoldoende vertalen in de verbetering van de positie van heel veel mensen, met name in de middenklasse. Met de statistieken gaat het goed, met de banken ook, maar met de mensen nog niet, althans dat gevoel hebben ze. Het is vaak het gebrek aan perspectief dat mensen pessimistisch maakt, veel minder dan de concrete situatie van vandaag. Ik denk dat een Europese Unie die mensen perspectief wil bieden, moet laten zien dat ze in staat is om te beschermen waar nodig; moet laten zien dat ze in staat is zich aan te passen aan de uitdagingen van de moderne wereldeconomie; moet laten zien dat ze in staat is het sociaal contract dat in iedere samenleving bestaat te vernieuwen en aan te passen aan de moderne tijd zodat sociale bescherming niet iets is voor de elite maar voor iedereen, zodat we weten dat onze kinderen onderwijstoegang krijgen op basis van hun talenten en niet op basis van het inkomen van hun ouders, zodat we weten dat er een fatsoenlijke oudedagvoorziening is, zodat we weten dat er goede gezondheidszorg is voor iedereen. Dat zijn dingen die Europeanen met elkaar delen.

Kunnen wij dat vanuit de Europese Commissie? Neen, maar wij kunnen wel instrumenteel zijn om landen bij elkaar te brengen die de bevoegdheden hebben om dat te doen. Dat is onze voornaamste taak in de komende jaren.

Ik wil afsluiten met een opmerking. U krijgt geen kans meer om te reageren; dat spijt me zeer, maar dat is door de omstandigheden zo gekomen. Dat begrijp ik volkomen. Ik wil afsluiten met een oproep aan u allen.

Ik heb gemerkt, nadat ik minister was in Nederland en nu commissaris in de Europese Commissie, dat de wijze waarop wij een debat kunnen beïnvloeden en kunnen sturen vanuit de Europese Commissie, zijn beperkingen heeft, laat ik het zo uitdrukken. Te lang en over een veel te lange tijd – en ik zeg dat niet in dit parlement omdat Vlaanderen of België zich daaraan schuldig maken – in de hele Europese Unie, is het gebruik geworden dat als iets goed gaat, de nationale politici het claimen als een eigen succes, en als iets niet goed gaat, dat Europa daarvan de schuld krijgt. Je kunt dat spel spelen. Je hebt gezien, in het Verenigd Koninkrijk, dat het op een extreme manier is gespeeld. Als je dat spel over langere tijd speelt, dan moet je niet verbaasd zijn als vervolgens de bevolking ook ten zeerste eurosceptisch wordt en de Europese Unie afwijst.

Als we iets hebben geleerd uit de verkiezingen van de afgelopen jaren, is het dat we ieder spel kunnen spelen dat we willen. De gedragingen en de spellen die we spelen, hebben echter consequenties. Het is niet vrijblijvend. Ik heb in het Verenigd Koninkrijk meerdere keren het volgende te horen gekregen: ‘Ik heb wel op brexit gestemd, maar nooit gedacht dat het wat zou worden.’ Dat horen we ook in de Verenigde Staten: ‘Ik heb wel voor Trump gestemd, maar ik dacht niet dat hij het zou worden.’ We moeten aannemen dat we dat niet gratis kunnen doen.

Volgens mij hebben we de Europese samenwerking in deze mondiale omstandigheden meer nodig dan lange tijd het geval is geweest. Het moet dan ook onze collectieve verantwoordelijkheid zijn voor die Europese samenwerking op te komen en ons tot die samenwerking te bekennen. Dat betekent niet dat we ons moeten bekennen tot de voorstellen van de Europese Commissie of tot een bepaalde vorm van samenwerking. We moeten echter wel de bewuste keuze maken onze burgers ermee te confronteren dat we veel sterker staan om als continent de uitdagingen van de wereld op een positieve manier aan te pakken als we dat samen doen.

Als we dat samen doen, betekent dit dat we soms moeten inschikken en niet altijd gelijk zullen krijgen. De Europese Raad wordt dan niet langer het strijdperk van allen tegen allen. Voor hij naar Brussel afreist, zegt iemand thuis het volgende: ‘Ik zal ze daar eens goed de waarheid zeggen. Ik zal daar dat weghalen en dan eens dat weghalen.’ Na afloop van de Europese Raad is diezelfde persoon dan blij over wat hij van een ander Europees land heeft weten af te nemen of over de vraag van wie hij in de Europese Raad heeft kunnen winnen. Van die dynamiek zullen we vroeg of laat echt afstand moeten nemen.

Ook op dit punt ben ik optimistischer geworden. Ik zie een kentering in de wijze waarop de leidende Europese politici thuis en in Europa opereren. Ik heb dat ook gezien tijdens de recente presidentsverkiezingen in Frankrijk. Wat in mijn land en in andere landen vaak wordt aangenomen, is dat iemand die zich tot de Europese gedachte bekent, bijna electorale zelfmoord pleegt. Die aanname is niet bewaarheid. Sterker nog, de kandidaat die zich van alle elf kandidaten het sterkst en eenduidigst tot de Europese samenwerking heeft bekend, heeft uiteindelijk 66 procent van de Franse kiezers achter zich gekregen. Het Europees project is zeker nog niet verloren.

De brexit-stem en het vertrek van het Verenigd Koninkrijk zal de Europese Unie veranderen. Het is net als met een planetenstelsel waar een grote planeet uit wordt gehaald. Alle andere planeten moeten zich tot elkaar herschikken om weer een evenwicht te bereiken.

Voor Vlaanderen is dit een uitdaging. Net als voor Nederland zijn voor Vlaanderen de relaties met het Verenigd Koninkrijk economisch zeer belangrijk. Daarom is het belangrijk voor Vlaanderen, Nederland en een aantal andere landen zich duidelijk en actief op te stellen tijdens de periode die nu aanbreekt met de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk over de beëindiging van het lidmaatschap en vervolgens over de nieuwe relatie.

De Europese Commissie, in het bijzonder de heer Barnier en ikzelf, zullen altijd een luisterend oor hebben voor de belangen van Vlaanderen. We zijn er ons zeer van bewust dat de belangen van de lidstaten op dit vlak niet altijd overeenkomen. Niet iedere lidstaat wordt hierdoor even hard geraakt. We zijn er ons met name van bewust dat sommige lidstaten een groter risico dan andere lopen. Voor Ierland is dat evident, niet enkel om economische redenen, maar ook om geopolitieke en veiligheidsredenen. Dat is even evident voor Vlaanderen, met zijn handelsbelangen en de eeuwenoude verbindingen met de Britse eilanden die heel ver teruggaan. De afgevaardigde uit Antwerpen kan erover meespreken.

Dames en heren, ik wil jullie een aanbod doen. In september 2017 zal voorzitter van de Europese Commissie Juncker in het Europees Parlement de Staat van de Unie 2017 presenteren. Daarin zullen we onze conclusies trekken betreffende het proces voor het witboek. Indien jullie hier behoefte aan zouden hebben, wil ik aanbieden hierover in de loop van de komende maanden nog eens met jullie in discussie te treden. Op die manier zou ik ook naar jullie kunnen luisteren.

Ik doe dat omdat dit door de zeer betreurenswaardige omstandigheden vandaag niet helemaal mogelijk is. Ik sta open voor en ben bereid tot een dialoog met u als u daar behoefte aan hebt. Uw stem is belangrijk.

Het is onze taak voor onze kinderen om de Europese Unie te vernieuwen, aan te passen aan de eisen van morgen. Het is ook onze taak om het meest succesvolle vredesproject uit de Europese geschiedenis niet te laten versloffen maar juist te versterken en toekomstbestendig te maken. Ik dank u zeer voor uw aandacht. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

De voorzitter

Mijnheer Timmermans, dank u wel. Ik heb een aantal dingen opgeschreven naar aanleiding van uw toespraak.

We hebben in elk geval een heel goede keuze gemaakt door u hier uit te nodigen. Er zijn me drie dingen heel sterk opgevallen. Ten eerste, u bent een Nederlander die de politieke situatie in België en Vlaanderen goed kent. We hebben het er daarstraks tijdens ons overleg even over gehad. Dat is niet altijd vanzelfsprekend.

Ten tweede, u doet een aanbod om een derde keer terug te komen naar ons parlement. Dat is dus bij dezen geregeld. We zullen u opnieuw uitnodigen om het debat te voeren over het witboek van Juncker.

Ten derde hebt u een duidelijke oproep gedaan aan dit parlement om een resolutie goed te keuren waarbij we vanuit een regionaal parlement onze visie geven op het witboek-Juncker. Dat zijn twee elementen die we met heel veel plezier zullen aannemen. We blijven dus in contact.

Persoonlijk was ik meteen gewonnen voor uw komst. Toen u de eerste keer naar hier kwam voor het Comité van de Regio’s, heb ik u bij het weggaan – u had niet veel tijd – gezegd dat u nog eens moest terugkomen naar het parlement. U hebt toen gezegd: ‘Ja, ja, dat doe ik.’ Uw inborst kennende en uw Limburgse mentaliteit was ik ervan overtuigd dat u hier toch zou terugkomen.

Ik heb trouwens een heel goede herinnering aan u. We hebben al eens een debat gevoerd op de Nederlands-Limburgse radiozender L1 in Maastricht over het thema van grensoverschrijdende samenwerking. U had daar toen al heel uitgesproken ideeën over. Dat ik positieve herinneringen overhoud aan dat debat, heeft misschien ook te maken met het feit dat het opgenomen werd in Maastricht, veruit de mooiste stad van Nederland. Ik zou zelfs meer durven zeggen: wie wil er nu niet geboren worden in Maastricht? Ik ben er zeker van dat heel veel mensen in deze zaal ons dat privilege benijden, nietwaar Frans? Nietwaar, mijnheer Keulen? Dat is een schitterende stad om geboren te worden.

Verder wens ik u namens het parlement alvast heel veel energie en inspiratie om het project Europa in de goede richting te sturen, een richting die voorspoed en welzijn brengt in al zijn regio’s en voor al zijn burgers.

Ik dank u heel oprecht namens dit parlement en namens heel Vlaanderen. (Applaus)

We zouden geen Vlamingen zijn als we geen leuk cadeautje voor u hadden. De beste jenever wordt niet in Nederland gemaakt. Het is geen Bols of zo, want dat is geen goede jenever. De beste jenever komt ook uit Limburg. We hebben voor u een heel speciale fles met echte jenever die we meegeven als aandenken. Elke keer als u ervan nipt, dan denkt u ongetwijfeld aan Jan Peumans en het Vlaams Parlement. Dat is de bedoeling.

– De voorzitter overhandigt de heer Frans Timmermans een geschenk.

Mededeling van de voorzitter
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.