U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Karim Van Overmeire, Ward Kennes, Rik Daems, Jan Van Esbroeck, Joris Poschet en Marc Hendrickx betreffende een advies over het in de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediende voorstel van resolutie om het buitenlandbeleid ten aanzien van het Koninkrijk Saoedi-Arabië te herzien.

De bespreking is geopend.

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Collega’s, aan de oorsprong van dit document ligt een voorstel van resolutie over Saoedi-Arabië dat in de Kamer is ingediend. De federale commissie Buitenlandse Zaken heeft – een beetje uitzonderlijk – aan de deelstaatparlementen om advies gevraagd daarover. Dat is een vraag waarop we natuurlijk graag zijn ingegaan. We hebben de materie behandeld in onze commissie. De voorliggende tekst heeft een meerderheid gekregen in de commissie en bevat een aantal heldere standpunten.

De drie belangrijkste zijn volgens mij de volgende. Een, het feit dat inzake Saoedi-Arabië man en paard worden genoemd, dat Saoedi-Arabië genoemd wordt als een van de meest repressieve regimes ter wereld met beknotting van vrijheid van meningsuiting en van vereniging. Twee, dat Saoedi-Arabië duidelijk mee verantwoordelijk wordt gesteld voor het aanslepende bloedige conflict in Jemen, dat zich wat ons betreft een beetje in de schaduw van Irak en Syrië afspeelt maar desalniettemin dagelijks slachtoffers maakt. Ten derde wijzen we op de verantwoordelijkheid van Saoedi-Arabië inzake de verspreiding en de stimulans van de verspreiding van de extremistische islam zoals salafisme en wahabisme.

De vraag is natuurlijk: hoe ga je daarmee om? In het advies dat voorligt, vertrekken we van een aantal standpunten.

Ten eerste, dat maatregelen natuurlijk het meest optimale effect hebben als ze minstens in Europees verband kunnen worden genomen. Het heeft zelden veel zin om vanuit Vlaanderen een eenzijdige maatregel te nemen.

Ten tweede, inzake handelsrelaties moeten we een onderscheid maken tussen wat bedrijven doen – het zijn bedrijven die ondernemen en investeren, die importeren en exporteren – en wat de overheid doet. Deze faciliteert die activiteiten alleen maar. Een meerderheid in onze commissie vindt in elk geval dat het niet realistisch en niet wenselijk is om alle handelsrelaties op te schorten met alle landen waar de mensenrechten worden geschonden. Als je dat doet, als je de handel beperkt tot alleen maar de landen met dezelfde standaard als de onze, dan ben je redelijk snel rond. Meer nog, wij vinden dat handelsrelaties meer dan een boycot vaak een middel kunnen zijn om mensenrechten, arbeidsrechten, een goed bestuur, een duwtje in de rug te geven, al is dat natuurlijk geen automatisme.

Inzake wapenhandel heeft Vlaanderen tot op heden de dossiers geval per geval afgetoetst, maar in de praktijk kwam het erop neer dat de jongste jaren niks meer vanuit Vlaanderen richting Saoedi-Arabië is geleverd. Daar valt natuurlijk het verschil op met Wallonië, waar 50 procent van de wapenexport richting Saoedi-Arabië gaat. Het valt natuurlijk onder de autonomie van de regio’s om dat wel of niet te doen, maar het verschil is toch wel markant. Wij roepen andere regio’s en landen op om een voorbeeld te nemen aan het beleid dat Vlaanderen voert.

Straks zullen er ongetwijfeld collega’s zijn die zeggen: ja, dat is wel goed, maar dat is nog niet genoeg, de lat moet nog hoger. Zij pleiten dan voor een totale handelsboycot.

Ze zullen me ervan moeten overtuigen dat hun intenties oprecht zijn en dat dit niet louter een spelletje is om de huidige regering een beetje te jennen. Dan moeten ze eigenlijk antwoorden op een aantal vragen die nu toch voorliggen. Als men pleit voor een totale handelsboycot, waarom is dat niet eerder gebeurd? De mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië, de vrouwenrechtensituatie in Saoedi-Arabië, die zijn immers toch niet nieuw. Die was vijf, tien, vijftien en twintig jaar geleden, toen andere mensen minister waren, toch identiek aan de situatie vandaag. Het verspreiden van een extremistische versie van de islam, dat is toch niet nieuw. Dat is toch al bezig sinds bijvoorbeeld met Saoedi-Arabië een overeenkomst is afgesloten over de Grote Moskee in Brussel, en dat was in 1969.

Een andere vraag is de volgende. We moeten streng zijn tegenover Saoedi-Arabië, maar als je nog strenger wilt zijn, moet je dan niet alle landen aan dezelfde criteria toetsen? Qua vrouwenrechten is Saoedi-Arabië inderdaad het enige land dat de achterlijke maatregel heeft die vrouwen verbiedt om met de wagen te rijden. Echter, en het lijkt onwaarschijnlijk, op de jaarlijkse Gender Inequality Index zijn er elf landen die het nog slechter doen. Moeten we voor die elf landen dan ook verder gaan?

Ten slotte is het, wat de interventie in Jemen betreft, inderdaad zo dat Saoedi-Arabië daar de leiding heeft van een coalitie, maar dat is een coalitie van een tiental landen. Als je Le Monde van vandaag leest – die krant ligt in de leeszaal, voorzitter –, dan lees je op pagina 16 dat Saoedi-Arabië daar eigenlijk niet meer de leiding neemt, maar dat het nu de Verenigde Arabische Emiraten zijn die de speerpunt vormen van het offensief tegen de rebellen die door Iran worden gesteund.

Samengevat, collega’s, dit is een regio waar heel veel fout gaat en waar er behalve Saoedi-Arabië nog heel veel andere regimes zijn die op zijn zachtst gezegd weinig prettig zijn en waar heel veel op aan te merken valt. Ten opzichte van een hoofdrolspeler in deze regio, Saoedi-Arabië, formuleren we met deze tekst een ondubbelzinnig en ook verstandig standpunt. We doen dat terecht, want in Saoedi-Arabië loopt inderdaad heel veel fout en we klagen dat hier ook aan. We handelen ook consequent. Daarom zal onze fractie voor het voorliggende voorstel stemmen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

De vorige spreker heeft ernaar verwezen: er is inderdaad toch een hele evolutie in de wijze waarop we vandaag naar Saoedi-Arabië kijken. In het verleden waren veel zaken bekend, maar werd er misschien minder zwaar aan getild. Ik stel vast dat op dit moment de diverse parlementen in ons land, maar ook de diverse regeringen, duidelijk op een meer terughoudende manier kijken naar wat daar gebeurt. De situatie is in zekere zin ook verergerd omdat Saoedi-Arabië ook in die oorlog in Jemen, die ongelooflijk veel slachtoffers maakt onder de burgerbevolking, een belangrijke rol speelt, al dan niet leidend.

Ik denk dat we ook stilaan zelf duidelijkere grenzen aan het trekken zijn. We hebben dat daarstraks gedaan met betrekking tot Iran, tot de benadering van vrouwen in of door dat land. Ook in verband met Saoedi-Arabië vinden we vandaag een aantal zaken onaanvaardbaar. Terwijl vroeger misschien werd gezegd dat het een andere cultuur is of dat het wel zal evolueren, zeggen wij vandaag dat dat voor ons de grens is.

Ik denk dat we ook wel het onderscheid moeten blijven maken tussen handelsmissies, algemene handel en wapenhandel. Vlaanderen maakt de duidelijke keuze om geen wapens te exporteren naar Saoedi-Arabië, en als het Wapendecreet het ook mogelijk zal maken, heeft onze fractie altijd al gepleit voor de on-holdmaatregel in verband met wapenexport naar Saoedi-Arabië. De minister-president heeft ook aangegeven geen handelsmissies meer te zullen organiseren. Dat lijkt me een correcte en goede beslissing. Anderzijds is een algemene handelsboycot niet iets waarover we op Vlaams niveau kunnen beslissen. Daarvoor moeten we kijken naar de Verenigde Naties en naar Europa. We hebben in ons voorstel van resolutie gesteld dat handel net een instrument kan zijn om ook verandering te ondersteunen en verandering mee te introduceren in een land. Samen met handel komen er ook altijd nieuwe invloeden over die grens. Ik denk dus dat we toch nog altijd dat onderscheid moeten maken. We mogen niet te snel alles op één hoopje gooien. Het is misschien soms verwarrend voor mensen dat we als overheid zeggen geen handelsmissies meer te zullen organiseren en dat we toch nog handel toestaan. Dat lijkt me echter een heel wezenlijk onderscheid tussen wat je doet als overheid en iets wat algemeen in de samenleving bestaat. Als het gaat over ziekenhuizen of over civiele goederen, moet handel door bedrijven toch nog altijd mogelijk zijn.

Voor de rest heeft onze partij de afgelopen weken een duidelijk standpunt ingenomen in de Kamer. Mevrouw de Bethune heeft dat gedaan in verband met de Verenigde Naties. Dat is niet onmiddellijk een Vlaamse materie om mensen aan te duiden in de vrouwenrechtencommissie in de Verenigde Naties, maar het signaal is wel duidelijk gegeven dat wat daar door België is gebeurd, niet voor herhaling vatbaar is. Dat is iets wat vroeger misschien automatisch gebeurde of waar geen haan naar kraaide, maar de normen zijn veranderd. Er is een gevoeligheid waarvan men vandaag niet meer kan afwijken en waarvan men ook in de toekomst niet meer mag afwijken.

Het is goed dat de Kamer ons als deelstaat heeft betrokken bij dit debat. Het gaat over een materie die op verschillende niveaus speelt en waar die verschillende aspecten bij betrokken zijn. Ik vind het dan ook een goede innovatie van de Kamer om de deelstaatparlementen de kans te geven om een standpunt in te nemen over dat voorstel van resolutie. Het is jammer dat Wallonië die kans niet te baat heeft genomen. Het is heel goed dat het Vlaams Parlement dat wel heeft gedaan. In die zin spelen wij onze rol ook op een innovatieve manier, door aan de Kamer een advies te geven via een eigen voorstel van resolutie. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rik Daems (Open Vld)

Ik wil toch even schetsen waar het over gaat. Het gaat over een voorstel van resolutie waarin wij op vraag van de Kamer een advies geven over een voorstel van resolutie van een aantal collega’s van Groen en anderen van de Kamer.

Op zich is het goed dat wij als deelstaatparlement worden betrokken bij dit soort van resoluties. Dit is wel degelijk voor herhaling vatbaar. Ik spreek nu niet in persoonlijke naam, maar eerder in naam van de commissie voor Buitenlands Beleid. We mogen een demarche doen om er zeker van te zijn dat ook in de toekomst dit soort van wisselwerking mogelijk is. Ik zeg dat omdat alles wat in dit voorstel van resolutie stond en waar we een advies over hebben gegeven, niet tot de bevoegdheden van Vlaanderen behoort. Het is echter niet omdat Vlaanderen niet bevoegd is dat we geen mening kunnen hebben over essentiële zaken van onze samenleving. In die zin denk ik dat Vlaanderen wel degelijk een gedragen mening kan en moet hebben over mensenrechten, en dan bij voorkeur nog kamerbreed gedragen. En dat is dan meteen ook een kleine oproep die ik wil doen opdat we in de toekomst in de commissie voor Buitenlandse Zaken wel degelijk werk zouden maken van een kamerbreed gedragen visie, standpunt en werkwijze inzake mensenrechten. Dat is toch een zaak die niets met partijpolitiek te maken heeft, hoewel ik weet dat het partijpolitieke spel – dat zullen we straks ook horen – wel degelijk naar voren moet komen. In die zin wil ik aangeven dat we in Vlaanderen, mevrouw Soens, want ik hoor al in mijn rug lachen, toch ook wel werk hebben.

De voorzitter

Het is mevrouw Turan die lacht.

Rik Daems (Open Vld)

Ze hebben een vergelijkbare stem, maar het zijn dan ook beiden socialisten. Liberalen hebben ook een gelijke stem, voorzitter, zelfs over de taalgrens heen. (Gelach)

Kwestie van iedereen wakker te krijgen, wat bij dezen ook is gelukt.

Ik zeg dat omdat er vandaag in dit Vlaams Parlement toch iets gebeurd is dat daar verband mee houdt. Ik verwijs naar minister Crevits, die daarstraks op een vraag van de heer Somers heeft geantwoord dat wij inzake mensenrechten niet beschikken over een kader om daarmee om te gaan. Heel specifiek ging het dan over de begroeting van een Iraans diplomaat aan Vlaamse kinderen, hier en op verplaatsing. Het is met andere woorden toch iets meer dan alleen een welles-nietesspelletje, waarbij de ene meer dan de andere voor of tegen mensenrechten is. Ik denk dat we wel degelijk eens moeten nadenken over de manier waarop het Vlaams Parlement zich gedraagt in die context. En ik denk dat minister Crevits een goed standpunt heeft ingenomen door te zeggen dat mannen en vrouwen gelijk zijn en dat we een kader moeten hebben om daarmee om te gaan.

Dit is niet nieuw. Een aantal maanden geleden was er in het Vlaams Parlement iets gelijkaardigs en toen hebben we vastgesteld dat we, wanneer het gaat over mensenrechten, best een soort kader zouden hebben over de wijze waarop wij vanuit onze eigen visie in dit Vlaams Parlement dit soort zaken bejegenen, op een goede, uniforme manier.

Ik denk dat er een stuk aanleiding is in dit voorstel van resolutie, dat eigenlijk een advies is aan de Kamer, het is niet een voorstel van resolutie dat wij als Vlaams Parlement over deze thematiek naar voren brengen. Het is in ieder geval goed dat we proberen dat tot stand te brengen en, zoals ik daarnet aangaf, over de partijgrenzen heen.

Ik geef een ander, meer specifiek voorbeeld. In dit debat bestaat er een stuk hypocrisie. Ik verwijs naar de stemming in de Verenigde Naties over de aanwezigheid van Saoedi-Arabië in het Comité Vrouwenrechten. Waarom is dit nu een zaak geworden die politiek werd opgemerkt? Omdat de ambassadeur, ambassadrice in dezen, van de Verenigde Staten bij de VN een stemming heeft gevraagd. Mocht de ambassadrice van de VN in de Verenigde Naties over dit specifiek gegeven, namelijk de samenstelling van die commissie, waar geopolitiek een aantal stukken van de wereld zelf een voordracht doen, geen stemming hebben gevraagd, dan was er geen stemming geweest. En zouden wij dan ook verontwaardigd geweest zijn, omdat we zelf die stemming niet hebben gevraagd?

Wel, dat is nu juist wat er verandert, dat we nu eigenlijk wel een stuk verontwaardigd zouden mogen zijn omdat er dan geen stemming zou zijn geweest. Dat is wat er is veranderd, onder meer door dit voorval, namelijk dat we hier in dit Vlaams Parlement, hoewel we misschien niet volledig bevoegd zijn, wel degelijk een mening mogen hebben.

En mijn oordeel is persoonlijk dat de commissie Buitenlands Beleid hier een werkvlak heeft om te proberen, over de partijgrenzen heen, wel degelijk een gedragen visie van het Vlaams Parlement over mensenrechten tot stand te brengen, met een aantal consequenties, en die mee te geven aan de Vlaamse Regering. En dat zou moeten kunnen, over partijgrenzen heen. Dat is misschien niet voor het debat van vandaag, maar misschien wel voor dat van morgen.

En laat me dan concreet worden. We hebben gisteren in de commissie het Wapendecreet besproken. Het is met andere woorden door de Vlaamse Regering naar voren gebracht. In dat decreet komt een export on hold – noem het kind zoals je wilt – wel degelijk voor. We hebben gezien dat de Federale Regering bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken zegt: ‘Wij nemen op het federale niveau niet meer deel aan handelsmissies.’ De Vlaamse minister-president, bevoegd voor Buitenlands Beleid, heeft eenzelfde houding aangenomen. Wel, ik vind dat we aangaande mensenrechten wel degelijk in het Vlaams Parlement een bepaalde visie kunnen ontwikkelen, waarbij we dan aan de Vlaamse Regering kunnen zeggen: ‘Kijk, dit is ‘no pasaràn’. Dat is wel ‘pasaràn’. En dit is een domein waar het Vlaams Parlement ‘à la limite’ bij wordt betrokken, om dan een houding aan te nemen.’ En dan, voorzitter, collega’s, zullen we een waardig parlement zijn, dat wel naar ieders inschatting een gedragen mening kan hebben over hoe je omgaat met mensenrechten. En dat houdt dan bijvoorbeeld in – zie het voorbeeld van minister Crevits – hoe je in de ‘hoffelijkheid’ omgaat met moeilijke situaties. Dat is de houding die ik naar voren wil brengen.

Ik denk dat het in de huidige omstandigheden niet aan de orde is, gegeven onder meer het feit dat het een advies is aan de Kamer, om te zeggen: we leggen een algemeen embargo op. Ik vind dat net daarover een debat moet plaatsvinden in het Vlaams Parlement: waar, met welke landen, wij vinden dat een algemeen embargo, unilateraal, wel degelijk kan, waar dat wel degelijk, liefst gedragen door Europa, een houding wordt aangenomen – dat is de stelling die de heer Van Overmeire naar voren heeft gebracht – en daar waarover niet moet worden gediscussieerd en waarover er in dit Vlaams Parlement met andere woorden geen toetsing hoeft te gebeuren.

Dat lijkt mij een goede houding te zijn, die weggaat van de partijpolitiek, maar die wel, voorzitter, van dit Vlaams Parlement een voorbeeldparlement zou kunnen maken van hoe je omgaat met mensenrechten, maar dan wel gedragen door iedereen. Want pas dan zal zo’n houding slagkracht kunnen krijgen naar de buitenwereld en zal het in het buitenland een gezicht geven aan Vlaanderen van hoe wij omgaan met mensenrechten. Wat mij betreft, kan het, na Saoedi-Arabië, niet streng genoeg zijn.

Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Collega’s, verschillenden onder u hebben er al naar verwezen: gisteren hebben we in commissie Buitenland nog een debat gehad over de rechten van de vrouw in Saoedi-Arabië. We delen allemaal de bezorgdheid over de toestand van de vrouwenrechten daar.

Het land loopt niet hoog op met vrouwenrechten, en met mensenrechten in het algemeen. De talloze voorbeelden zijn hier en in de commissie al vaak aan bod gekomen.

We horen altijd straffe taal over mensenrechten, maar de daden, beste meerderheid, blijven uit, ook in het voorstel van resolutie dat hier vandaag voorligt. Vorige week viel iedereen over elkaar om om ter luidst zijn verontwaardiging te uiten, maar als we hier over echte verandering kunnen beslissen, trekt iedereen, helaas, zijn staart terug in. Opnieuw gaan we plat op de buik voor de petrodollars.

In de pers wordt luid geroepen dat aan het land een wapenembargo moet worden opgelegd. Onlangs deed minister Alexander De Croo dat naar aanleiding van de hongersnood in Jemen en de rol van Saoedi-Arabië in de wrede oorlog daar. Maar als er dan een voorstel van sp.a voorligt om dat effectief te doen, wordt het zonder scrupules weggestemd.

Het standpunt van mijn partij is daarin zeer duidelijk: voor ons kan het niet dat wapens uitgevoerd worden naar landen die betrokken zijn in wrede oorlogen, die terrorisme ondersteunen of die grove mensenrechtenschendingen begaan. We hebben al meermaals gepleit voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Als het daarover gaat, wijst men hier vaak naar het Waalse Gewest, omdat Vlaanderen zogezegd – daarnet ook nog – geen wapens uitvoert naar dat land, terwijl dat wel degelijk het geval is. We hebben vorige zomer de vergunde uitvoer gezien van vizieren. Er was eind 2014 de vergunde uitvoer van beschermingspakken. En er is de uitvoer van onderdelen van het gevechtsvliegtuig Eurofighter Typhoon, waarmee Saoedi-Arabië op dit moment Jemen bombardeert. Ik kan nog andere voorbeelden geven.

De voorzitter

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Jan Van Esbroeck (N-VA)

Mevrouw Soens, wat hier voorligt, is een vraag van de federale Kamer aan ons, om een advies te geven op voorstel van jullie ginderachter dan weer, over hoe we met heel deze situatie moeten omgaan.

U haalt opnieuw het wapenverhaal aan. Dat komt elke keer terug. U was er gisteren zelf bij toen het Vlaams Vredesinstituut zijn rapport voorstelde over de verschillen en de gelijkenissen betreffende de wapenexportcontrole in België. Op bladzijde 16 ziet u de cijfers. U zegt dat Vlaanderen wél uitvoert. U kent tabel 4 ongetwijfeld van buiten. U ontkent wat daar staat, tenzij u de cijfers van het Vredesinstituut niet als correct aanvaardt. Ik zie vanuit Vlaanderen geen wapenexport naar Saoedi-Arabië. Vanuit Wallonië gaat het over 4,8 miljard euro wapenexport naar Saoedi-Arabië.

Het is de zoveelste keer dat ik het hier moet zeggen. U blijft het ontkennen. Ik heb het hier en elke keer in de commissie gezegd: sorry, dat verhaal dat jullie altijd brengen – ik noem het al bijna ‘fake news’ – moet stoppen. Ik vind dat niet eerlijk. U liegt de mensen dingen voor. U moet daar eens correct in zijn. Als we een debat voeren, moeten we het eerlijk voeren. We hebben het daarvoor gevoerd. Wij voelden het aan. Wij wisten een aantal dingen. U wist dat ook. We hebben er altijd over gediscussieerd in de commissie. Daarom hebben we aan het Vlaams Vredesinstituut gevraagd om dat voor ons eens uit te zoeken: ‘Zet dat nu eens op papier en geef ons nu eens tabellen en cijfers. Waarover spreken we nu?’ Die cijfers zijn er. Ze werden gisteren voorgesteld in de commissie, en vandaag komt u hier vooraan staan en zegt u dat Vlaanderen uitvoert naar Saoedi-Arabië. Sorry, het staat er niet in. Bekijk het. Als u over het Midden-Oosten spreekt, en dat is dan het totale Midden-Oosten, dan spreken we over een uitvoer van 5,3 miljard euro aan afgewerkte wapens door de socialisten, want dat is toch de hoofdman in de regering ginderachter, van de leidende partij. Dan hier komen zeggen dat wij lessen moeten leren van u, dat vind ik erover. U moet correct zijn in het debat. (Applaus van de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Mijnheer Van Esbroeck, voor mij maakt het niet uit of die wapens uit Wallonië of Vlaanderen komen. (Rumoer)

Wapenexport naar Saoedi-Arabië kan voor ons niet. Punt.

De tabel die u citeert, is natuurlijk geen volledige tabel. Het gaat over een top van een aantal bestemmingslanden, waar onder andere voor Vlaanderen ook de Verenigde Arabische Emiraten tussen zit, ook geen toonbeeld van mensenrechten en ook lid van de Arabische coalitie die Jemen bombardeert.

U moet misschien ook het volledige rapport lezen en ook eens luisteren wat het Vredesinstituut gisteren in de toelichting heeft gezegd. Ze hebben gezegd dat de cijfers van Vlaanderen met een zekere nuancering, met de nodige reserve moeten worden bekeken omdat we een heel hoog ongekend eindgebruik hebben. Op die manier weten we niet waar onze onderdelen, waar onze wapens terechtkomen. Dat blijkt ook uit het rapport van het Vlaams Vredesinstituut ‘Van Vlaamse makelij’. Onderdelen worden bijvoorbeeld uitgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk voor de Eurofighter Typhoon waar Saoedi-Arabië Jemen mee bombardeert.

Als men zich dus niet verstopt achter Wallonië – wat we daarnet opnieuw hebben gezien – dan trekt men de Europese paraplu open. Uiteraard is het beter dat er een internationaal wapenembargo zou komen. Iedereen is het daarover eens. Willen we daar echt op wachten? Hier wordt Europa gebruikt om dan maar niets te doen, want zelf in Europa pleiten voor een Europees wapenembargo naar Saoedi-Arabië is er in dit voorstel van resolutie ook te veel aan.

Toen vorige week bleek dat België voor de toetreding van Saoedi-Arabië tot de Vrouwenraad van de Verenigde Naties had gestemd, ging het debat over onze relaties met het land steeds feller woeden. Als het over economische relaties gaat, dan zien we hetzelfde. De voorzitter van Open Vld kondigde onlangs in haar boek aan dat we “met zo’n dictatuur geen zaken moeten doen” en dat we “bereid moeten zijn om onze relaties met bijvoorbeeld Saoedi-Arabië te herzien.” Nochtans, in de commissievergadering van 14 maart, naar aanleiding van dit voorstel van resolutie zei de heer Daems nog: “De situatie in Saoedi-Arabië is op dit ogenblik niet van dien aard om de economische relaties te verbreken.”

Minister Reynders zei gisteren in de commissie Buitenland van de Kamer dat er geen federale aanwezigheid meer mag zijn in economische missies naar Saoedi-Arabië zolang de mensenrechten daar niet verbeteren. “Zijn de gewesten bereid het voorbeeld te geven? Of willen ze blijven pleiten voor een gemeenschappelijk standpunt op Europees niveau terwijl dat zeer zeer moeilijk zal zijn en zeer zeer lang zal duren?” Hij had het ook nog over de rol van de ambassades en FIT: “Moeten wij ons land daar gaan promoten als investeringsland en moeten wij onze bedrijven helpen om daar actief te zijn?”

Ik heb gisteren de vraag gesteld aan minister-president Bourgeois. Over de economische missies was hij duidelijk en ik dank hem daarvoor: hij ging er geen meer organiseren, maar het staat de kamers van koophandel nog altijd vrij om economische missies naar Saoedi-Arabië te organiseren. Ik begrijp dat niet.

De meerderheid blaast hier warm en koud als het over Saoedi-Arabië gaat. Hier had Vlaanderen als vredesregio een duidelijk punt kunnen maken, maar als economische en andere belangen op het spel staan, dan verstopt men zich liever achter een ander. Opnieuw gaat men plat op de buik voor petrodollars. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rik Daems (Open Vld)

Op vraag van de meerderheid en ook op vraag van onze partij komt er een aanpassing van het Wapenhandeldecreet.

Het is totaal onjuist dat we een Europese paraplu zouden opentrekken. U geeft zelf aan dat het altijd slagvaardiger is om met meer een bepaalde houding aan te nemen. In het nieuwe ontwerp van Wapenhandeldecreet kunnen we een no-zone installeren. Iedereen kent de mening op dat vlak naar Saoedi-Arabië. We geven de Vlaamse Regering nu eindelijk bij decreet de mogelijkheid om in navolging van een houding die het Vlaams Parlement kan aangeven, stelling te nemen.

Dat is wat we wel doen. Dat zijn geen woorden, dat zijn geen grote verklaringen waarbij je een bepaalde verdeeldheid in dit Vlaams Parlement wilt brengen tussen diegenen die pro en contra mensenrechten zouden zijn. Want dat is toch een klein beetje wat onderliggend is aan uw betoog: de goeie en de slechte. We zouden allemaal achter de mensenrechten moeten staan.

En dan wil ik even ingaan op het economische luik, waar u mij op citeert. Ik ben het eens om het debat aan te gaan over de landen waar we dan als Vlaanderen unilateraal over zouden zeggen dat wij ons economisch leven verbieden om daar nog wat dan ook mee te doen. Ik wil dat debat aangaan, maar dan wel à fond, niet à la tête du client, niet omdat er toevallig vandaag een situatie is die we vandaag allemaal afkeuren, niet à la tête du client, maar een volwaardig debat.

En dat is wat ik uitgerekend gisteren in de commissie heb aangegeven, collega Soens. We hebben aan het Vredesinstituut gevraagd om ons een soort benchmark te geven van waar het snijpunt mensenrechten-economie ligt. En dat is een heel moeilijk debat. Ik geef u een voorbeeld. Vanuit Vlaanderen worden er heel wat farmaceutische producten uitgevoerd naar Saoedi-Arabië. Als ik uw stelling volg, dan betekent dat concreet dat u zou weigeren, vanwege de situatie die in Saoedi-Arabië bestaat, dat noodzakelijke geneesmiddelen naar Saoedi-Arabië gestuurd zouden worden, naar mensen die dat nodig zouden hebben. Dat is een heel concreet voorbeeld. Dat is een moeilijk debat. Waar ligt de grens? Ik wil dat debat aangaan, maar ik ga dat debat niet aangaan, met alle respect, vanuit een insteek van de goeie voor de mensenrechten en de minder goeie voor de mensenrechten.

Ik moet de heer Van Overmeire – en dat was niet mijn bedoeling – bijtreden: als u dan toch die houding aanneemt, waar was uw partij dan enkele jaren geleden, deel uitmakende van de regering, om dan de stelling bij gelijke mensenrechtensituaties in Saoedi-Arabië aan te kaarten en hier in het Vlaams Parlement te zeggen: geen handel met Saoedi-Arabië of die Vlaamse Regering valt? Dat zou correct geweest zijn. Ik aanvaard dus niet van u dat u mij in de hoek probeert te brengen van diegenen die de mensenrechten niet honderd procent zouden verdedigen. (Applaus bij de meerderheid)

Ik ben verdomme een van de weinigen in dit Vlaams Parlement die in oorlogssituaties voor de UNO heeft gewerkt om de mensenrechten te verdedigen. Dat is dus iets dat ik niet pik, nu niet, nooit niet. En het debat wil ik aangaan, maar dan à fond, en ook met de socialisten. Maar dan gaat u dus ook kleur bekennen als het over zaken gaat zoals ik hier een voorbeeld geef. Een volledig debat, met één voorwaarde: heel het Vlaams Parlement moet dan een stelling kunnen innemen van waar we de mensenrechten respecteren, hoe we dat doen en waar het snijpunt is met de economie, en niet à la tête du client om mensen in een hoek te drijven van de goeie en de slechte. We zijn allemaal verdedigers van de mensenrechten in het Vlaams Parlement, zonder uitzondering. Niet alleen de socialisten, neen. Iedereen. (Applaus bij de meerderheid)

Tine Soens (sp·a)

Collega Daems, ik verwees alleen naar de woorden van uw voorzitter in haar recente boek, dat met een dergelijke dictatuur geen zaken te doen zijn. En ik keek daarna naar uw woorden van een paar weken terug in de commissie. Er zat daar toch een zekere spanning op het standpunt van Open Vld.

U zegt dat u de Europese paraplu niet opentrekt, maar als ik het voorstel van resolutie lees, gebeurt dat wel degelijk. Uiteraard zou een internationaal embargo vanuit de Europese Unie, vanuit de Verenigde Naties, beter zijn. Maar zolang we in Europa niet pleiten voor dat Europese embargo, moeten we daar niet langer op wachten, want ik zie natuurlijk ook geen initiatieven van deze meerderheid om in Europa net een voortrekkersrol te gaan opnemen om voor dat internationale wapenembargo te gaan pleiten.

Mijnheer Daems, u weet dat ik geen schrik heb om dat debat aan te gaan. Hier ligt een voorstel van resolutie voor over Saoedi-Arabië. Het is logisch dat onze focus nu op Saoedi-Arabië ligt, maar ik ben gerust bereid om dat debat in de commissie aan te gaan.

Jan Van Esbroeck (N-VA)

Wat sinds gisteren voorligt, is inderdaad de evaluatie van het Wapenhandeldecreet. Dat wordt een nieuw Wapenhandeldecreet. Algemeen beperkende maatregelen worden mogelijk gemaakt. We gaan het decretaal mogelijk maken om een aantal beperkingen op te leggen. Dat is waar de Vlaamse Regering naar gevraagd heeft. Dat is wat we doen.

We zijn internationaal gekend als een van de strengste landen – ik noem Vlaanderen nog altijd een land – in de EU en in de wereld, wat de wapenwetgeving betreft. We hebben nog strengere en restrictievere maatregelen genomen. Het Wapenhandeldecreet is zo strak en een voorbeeld voor veel andere landen – en dat is goed –, maar dan hoop ik ook dat u in alle eerlijkheid dit soort van decreten mee zult steunen. Als u echt iets wilt doen aan de correcte behandeling van mensenrechten en handel en wapenhandel, dan verwacht ik van u een ‘ja’-stem als dit decreet ter stemming voorligt, en niet wat u gisteren in de commissie hebt gezegd.

Tine Soens (sp·a)

Mijnheer Van Esbroeck, u hebt met deze meerderheid het afgelopen jaar meerdere kansen gehad om een wapenembargo naar Saoedi-Arabië in te voeren, en u hebt dat telkens zonder scrupules om allerlei redenen weggestemd. Natuurlijk ben ik blij dat er eindelijk in het Wapenhandeldecreet een wapenembargo mogelijk is – we hebben er heel lang naar gevraagd – maar het zal natuurlijk in de praktijk moeten blijken of, als het Wapenhandeldecreet is goedgekeurd, Saoedi-Arabië op de lijst komt van mogelijke wapenembargo’s.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, ik heb een zeer bevlogen Erik Daems gehoord over mensenrechten, over economie. Oei, het was Rik. Dat was voor het Vlaams Belang. Neen, sorry.

Collega Daems, u hoeft niet zo ver terug te gaan. ‘Waar was u toen? Waar was u toen?’ U bent hier nu vandaag. De mensenrechtenschendingen gebeuren vandaag. Het debat dat u wenst te voeren over economie en mensenrechten, daar hou ik u aan: wij gaan dat debat voeren. Wij zullen dit blijven doen, niet à la tête du client, maar op basis van de dreiging van mensenrechtenschendingen die bezig zijn.

Ik heb één vraag. Open Vld, CD&V, N-VA, waar waren jullie toen Geert Bourgeois, enkele maanden geleden, op handelsmissie in Iran was en Claire Tillekaerts er beteuterd bijliep met een hoofddoek op vanwege de mensenrechten daar? Waar was u? Kom ons niet vertellen dat het, als het op mensenrechten en economie aankomt, u het evenwicht op een correcte manier zoekt. Schaam u! Schaamteloos.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Collega’s, ik wil terugkeren naar de kern. Er was door het voorstel van resolutie van Ecolo en Groen een adviesvraag die kwam van het federale parlement. Ik ben het met die collega’s eens die zeggen dat het goed is dat het Vlaams Parlement daar ook op is ingegaan. Dat heeft niet elk parlement gedaan, wij dus wel.

Twee, wat ik wel opvallend vind, is dat we regelmatig zeggen dat vooral de anderen er iets aan moeten doen. Het federaal parlement moet iets doen aan de financiering van de verspreiding van extremistische ideeën. Dat is absoluut terecht, geen enkel probleem. Wallonië moet stoppen met zijn wapenhandel naar Saoedi-Arabië. Ook dat vinden we terecht, geen probleem. Misschien is het hier toch wel van belang te zeggen dat onze Franstalige zusterpartij het voorstel van resolutie mee heeft ingediend in het federale parlement en dat ook zeer duidelijk zegt. Dus ook dat is terecht, die wapenhandel moet stoppen.

Maar we vinden wel dat Vlaanderen zeer goed bezig is en dat het vooral moet worden geregeld op het niveau van Europa. Daarin kan ik alleen maar collega Soens bijtreden. De woorden van federaal minister Reynders gisteren aan de overkant van de straat waren op dat punt: ja, dat zal zeer lang duren. De Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zouden wel wat meer slagkracht aan de dag mogen leggen.

Drie, minister Reynders heeft volgens zichzelf, maar ook volgens alle meerderheidspartijen geen echte fout gemaakt in verband met de stemming van het vrouwenrechtencomité en de positie van Saoedi-Arabië. Hij wist van niets, zijn kabinet wel, maar blijkbaar is de minister daarvoor niet meer verantwoordelijk. Ik stel dat vast. Vlaanderen moet echt wel stoppen met die promotie en de begeleiding van internationale economische banden met Saoedi-Arabië. Van twee dingen één.

We zullen het voorliggende dat ondertussen als advies, maar dan in de vorm van een voorstel van resolutie is doorgegeven aan de Kamer, niet goedkeuren omdat het voor ons niet ver genoeg gaat. Het wordt tijd om te stoppen met naar elkaar te verwijzen. Het wordt tijd dat we allemaal onze verantwoordelijkheid opnemen, dat Wallonië stopt met wapens te verkopen, dat federaal minister Reynders op de vingers wordt getikt, maar ook dat we met Vlaanderen eindelijk kiezen voor een verantwoorde positie ten opzichte van Saoedi-Arabië. Dat houdt voor ons een wapenembargo in en een expliciet engagement dat handelsmissies en de promotie van handel en investeringen in Saoedi-Arabië worden stopgezet tot de mensenrechtensituatie verbetert.

Een eerder toevallige vaststelling dat er nog geen missie is gepland en dat we er voorlopig geen zullen plannen, is in deze zaak echt niet genoeg. Samengevat, we zullen dit voorstel van resolutie dat de meerderheid als advies naar de federale Kamer stuurt, niet goedkeuren.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Collega's, ik voel niet de aandrang om een lang betoog te houden over dit voorstel van resolutie, dat alleen maar een advies is over een in het federaal parlement geagendeerd voorstel van resolutie van de collega's van Groen, waarvan we nu al weten dat het naar alle waarschijnlijkheid niet zal worden goedgekeurd.

Bovendien heb ik in de voorbije weken en maanden al voldoende stoere verklaringen gehoord met betrekking tot Saoedi-Arabië en het door dat regime verspreide salafisme. Maar helaas blijft het al te vaak bij woorden en ontbreken de daden. Ik verwijs daarbij naar de Belgische ja-stem voor het lidmaatschap van Saoedi-Arabië van de VN-vrouwenrechtencommissie. Ik verwijs ook naar het Antwerpse Havenbedrijf waar de partijen die ook hier in de meerderheid zitten, het voor het zeggen hebben, en dat een Saoedische mega-investering in de Antwerpse haven wilde faciliteren. Ik verwijs onder meer ook naar de Grote Moskee in Brussel die nog steeds helaas geen strobreed in de weg is gelegd. Ik verwijs naar haatpredikers die met de regelmaat van een klok ons land bezoeken zonder dat ertegen wordt opgetreden. Ik verwijs ook nog naar de islamitische boekenbeurs van begin februari in Brussel, die daar werd georganiseerd en waarvan zelfs OCAD zei dat er bijna enkel publicaties te vinden waren die geïnspireerd zijn door het wahabitisch salafisme, maar die daar zonder beletsel kon plaatsvinden.

Dit voorstel van resolutie is er ook zo eentje dat past in het rijtje van veel woorden, maar helaas te weinig daden. Dus zullen we dit voorstel van resolutie ook niet goedkeuren.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.