U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Karl Vanlouwe, Peter Van Rompuy, Rik Daems, Axel Ronse, Ward Kennes en Jos Lantmeeters betreffende regiospecifieke analyses en aanbevelingen in het kader van het Europees semester.

De bespreking is geopend.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

De Europese Commissie is momenteel voor de zevende keer bezig aan het Europees semester, een jaarlijkse coördinatiecyclus van het economisch en begrotingsbeleid op het niveau van de lidstaten binnen de Europese Unie. In het kader van het Europees semester stemmen de lidstaten hun begroting en hun economisch beleid op elkaar af, op basis van verschillende doelstellingen en regels die op EU-niveau zijn afgesproken.

Na een heel proces van analyses maakt de Europese Commissie ook landenrapporten op, en dit voor de verschillende lidstaten. Hieraan worden dan verschillende beleidsaanbevelingen gekoppeld die bijzonder nuttig zijn voor het beleid in de lidstaten.

Vlaanderen volgt het proces van het Europees semester bijzonder proactief en ook van heel nabij op. In het traject naar de landenrapporten bezorgt Vlaanderen als deelstaat heel wat informatie en data aan de Europese Commissie. Dat gebeurt niet enkel via de Vlaamse Regering die jaarlijks haar eigen hervormingsprogramma aan het nationaal hervormingsprogramma van de federale overheid toevoegt: ook andere landen zoals Schotland werken op een gelijkaardige manier. Tegelijk zijn er ook bilaterale ontmoetingen tijdens de zogenaamde fact finding missions. Denk ook aan de Europese vergaderingen waar Vlaanderen effectief mee aan tafel schuift en waar voor ons parlement collega Jos Lantmeeters de belangen van ons Vlaams Parlement behartigt.

Ondanks de uitgebreide input vanuit Vlaanderen en het Vlaams Parlement blijken de Europese Commissie en de Europese Raad toch nog onvoldoende rekening te houden met deze informatie. Wat de landenrapporten betreft, is zeker een verbetering merkbaar. Een echte regionale of deelstatelijke dimensie in de landenspecifieke aanbevelingen ontbreekt tot nu toe echter.

Om in Vlaanderen zo efficiënt mogelijk aan de slag te kunnen gaan met het Europees semester is het volgens ons cruciaal dat in de toekomst met echte regiospecifieke analyses en aanbevelingen wordt gewerkt. Op die manier moet Vlaanderen op maat gesneden cijfers, data en beleidsaanbevelingen krijgen en moeten we niet langer aan de slag met Belgische gemiddelden die vaak niet met de sociaal-economische realiteit in de verschillende deelstaten van dit land overeenstemmen.

Mijnheer Ronse, ik herinner me uw ergernis. Ik wil u trouwens bedanken voor uw inbreng. Als voorzitter van de commissie Economie en Werk moest u een discussie voeren over de conclusies van de Europese Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, maar u beschikte enkel over Belgische gemiddelden. Het arbeidsmarktbeleid is nochtans geregionaliseerd en de situatie op het vlak van de arbeidsmarkt is verschillend in Vlaanderen, Brussel en Wallonië.

De Europese Commissie neemt de doelstellingen in Europa 2020 onder de loep. Aangezien een groot gedeelte van die doelstellingen onder de bevoegdheden van de deelstaten vallen, lijkt het me niet meer dan logisch dat we over analyses en aanbevelingen op maat van Vlaanderen en de andere deelstaten van dit land zouden kunnen beschikken. Dit is zeker zo in het licht van de inspanningen die Vlaanderen levert om de Europese instellingen zo veel mogelijk input te leveren.

Er bestaan zogenaamde best practices die aantonen dat het mogelijk is om regiospecifiek te werk te gaan. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) doet op regionaal niveau metingen en aanbevelingen. Dit geldt ook voor de onderwijs- en opleidingsmonitor voor België van de Europese Commissie. Verschillende internationale instellingen kijken meer rechtstreeks naar de regio’s en de deelstaten.

Dit voorstel van resolutie roept de Vlaamse Regering op het Europees semester in de toekomst van zeer nabij te volgen, de Europese Commissie zo veel mogelijk Vlaamse input te leveren en tijdens de periode van het nationaal semester rechtstreeks in dialoog met de Europese Commissie te treden. Vlaanderen levert goed werk en speelt zelfs een voortrekkersrol voor andere deelstaten in Europa. Dit voorstel van resolutie roept dan ook op om er bij de EU op aan te dringen in de toekomst echt werk te maken van regiospecifieke analyses en aanbevelingen.

Ik ben ervan overtuigd dat dit niet enkel Vlaanderen en de andere Belgische deelstaten ten goede zou komen, dit kan ook nuttig zijn voor andere deelstaten en regio’s in Europa. Ook de Europese Commissie zal hier voordeel uit kunnen putten en zal efficiëntere aanbevelingen kunnen doen die voor betere resultaten zullen zorgen. Dit kan resulteren in een bijkomende responsabilisering van de bevoegde beleidsniveaus.

In de commissie bleek een breed gedragen meerderheid, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen, te bestaan. Om die reden vraag ik iedereen vandaag om steun voor dit voorstel van resolutie. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me hier nog even bij aansluiten. In de commissie is dit voorstel van resolutie zeer breed gedragen. Ik wil toch nog even vermelden dat mijn fractie dit volop ondersteunt.

De landenspecifieke aanbevelingen zijn er gekomen om de Europese economische beleidscoördinatie na de financieel-economische crisis te verbeteren. Bruegel, een Europese denktank, heeft dit even onderzocht. De landenspecifieke aanbevelingen worden niet altijd op de juiste manier opgevolgd. In 2011 werd met amper 40 procent van die aanbevelingen rekening gehouden. Volgens die denktank is dat in 2015 zelfs tot amper 30 procent gedaald.

Een van de redenen waarom de landenspecifieke aanbevelingen minder goed worden opgevolgd, zou er volgens dat instituut in bestaan dat ze te algemeen en te weinig doelgericht zijn geformuleerd. Het lijkt me belangrijk dat de landenspecifieke aanbevelingen meer maatwerk vertonen. Dit betekent dat de Europese Commissie meer regiospecifieke aanbevelingen moet formuleren. Hierdoor kan de implementatiegraad worden verhoogd.

Daar is het toch om te doen, namelijk dat de effectiviteit van ‘economic governance’ binnen Europa verbeterd kan worden. Dan is het nodig dat de landenspecifieke aanbevelingen meer regiospecifiek worden, meer maatwerk vertonen en meer op maat van de verschillende regio's binnen de lidstaten worden geformuleerd ten dienste van een sterker Europees economisch beleid. Vandaar dus onze volle steun voor dit voorstel van resolutie.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rik Daems (Open Vld)

Collega's, is het zinvol om regiospecifieke aanbevelingen te hebben voor Vlaanderen? Ik denk het wel. De reden hiervoor is dat we ook regiospecifieke bevoegdheden hebben. Dat maakt ons uitgerekend zo verschillend van vele andere landen, want wat ben je met een gemiddelde algemene aanbeveling inzake arbeidsmarkt, inzake budgettaire aanrekening van investeringen, inzake energie en ga zo maar verder, wanneer het over specifieke bevoegdheden gaat die anders ingevuld worden hier dan in een andere regio?

Als je als Europa wil dat een aanbeveling opgevolgd kan worden, dan moet ze natuurlijk specifiek zijn op het niveau waar de bevoegdheid zich bevindt. Dat maakt ons verschillend. Dat is ook de reden waarom dit voorstel van resolutie een goed voorstel is. Het dringt immers aan uitgerekend op dat regiospecifieke karakter verbonden aan regiospecifieke bevoegdheden.

Ik moet wel meegeven dat vorige week in de commissie Europese Aangelegenheden, een gemengde commissie van Kamer en Senaat, en waar we via de Senaat ook Vlaamse volksvertegenwoordigers aanwezig hebben – een van de weinige voordelen die dat ding tenminste heeft – Eurocommissaris Thyssen op mijn vraag heeft geantwoord dat dat vandaag niet in het programma zit van de Europese instellingen. Ze heeft daar aangegeven dat daar in ieder geval op korte termijn wat haar diensten betreft, namelijk de statistische diensten, geen rekening mee wordt gehouden. Meer nog, ze heeft toen aangegeven dat de informatie die zij krijgen wel degelijk vaak regionaal gestuurd is maar dat ze er, verbazingwekkend genoeg, toch geen regionale analyses aan willen verbinden.

In die zin denk ik dat het echt wel nodig is om een dergelijke resolutie op te stellen en op het juiste niveau aan te dringen dat zeker wat ons land betreft, en meer specifiek wat Vlaanderen betreft, dat echt wel zinvol is. Je kunt inderdaad op een aantal vlakken, gegeven onze bevoegdheidsverdeling, met gemiddelden niets aanvangen.

Betekent dit dat dit overal het geval is? Neen. Ik verwijs hierbij naar het feit dat we met de commissie Buitenlands Beleid een verplaatsing hebben gedaan naar Parijs en daar de OESO hebben bezocht. We hebben daar Ángel Gurría, de secretaris-generaal gezien, die ons wel degelijk heeft bevestigd niet alleen dat er deels regiospecifiek wordt gewerkt binnen de OESO, maar meer nog, dat een aantal van zijn fiscale experten over regionale fiscaliteit studies hebben en dat hij bereid was om die desgevallend ook in onze commissie Buitenlands Beleid te bespreken.

Dan kom ik op wat het Bureau recent naar voren heeft gebracht, namelijk het feit dat we als commissie Buitenland, gecombineerd met een vakcommissie, dit soort werk kunnen verrichten. Ik neem mij voor om in de nabije toekomst, voorzitter, die uitnodiging die Ángel Gurría van ons aanvaard heeft tijdens dat buitenlands bezoek, ook concreet te maken. Daarbij kunnen we een aantal experten aangaande regionale fiscaliteit, die zij wel degelijk hebben, in onze verzamelde commissie dan, in navolging van een Bureaubesluit ter zake, naar hier brengen en dan regiospecifiek de fiscaliteit van Vlaanderen onder ogen nemen.

Het geeft aan dat er wel degelijk een aantal instellingen zijn die dit wel doen. Maar het geeft ook aan, voorzitter, dat een aantal van onze buitenlandse verplaatsingen effectief een zeker rendement hebben. Mochten we dat niet gedaan hebben, dan zouden we bijvoorbeeld niet geweten hebben dat drie van de vier directeurs fiscaliteit van de OESO toevallig Belg zijn, wat natuurlijk een stukje helpt om dit soort vergaderingen effectief tot uitvoering te kunnen brengen.

Met andere woorden, wij staan zeker achter dit voorstel van resolutie. Niet alleen dat, we zullen ook met alle middelen waar we gebruik van kunnen maken, dit naar de nodige fora brengen zodat men op korte termijn toch minstens een aanzet geeft om tot regiospecifieke aanbevelingen te komen wat betreft de bevoegdheden die hier in Vlaanderen uitdrukkelijk tot de onze behoren.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Voorzitter, we hebben vanuit de oppositie volmondig gesteund dat er regiospecifieke analyses en aanbevelingen komen. We hebben tot hiertoe al goede discussies kunnen voeren met de vertegenwoordiger van de Europese Commissie in de commissie Algemeen Beleid.

Maar ik voelde me toch geroepen om even te reageren. Ik vermoed dat de heer Van den Heuvel het niet zo bedoeld heeft. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat er regiospecifieke analyses en aanbevelingen komen op – zoals de andere sprekers gezegd hebben – alle bevoegdheden die Vlaanderen heeft, om het kort door de bocht te zeggen. We moeten ons dus niet beperken tot discussies en maatwerk, zoals de heer Van den Heuvel zei, enkel met betrekking tot een sterk economisch beleid. Het gaat veel verder dan enkel puur economisch beleid. Het gaat om de verschillende bevoegdheden, om het sociaal-economisch beleid, inclusief integratie en onderwijs. Dat is voor ons een belangrijk element dat we toch even willen toevoegen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik zal het niet lang rekken. We hebben dit voorstel van resolutie mee goedgekeurd in de commissie omdat we het logisch vinden, zeker gezien het feit dat we toch heel wat bevoegdheden hebben op Vlaams niveau, dat er op dat punt – eigenlijk ook om beleid te monitoren – regiospecifieke aanbevelingen komen.

We zullen dit voorstel van resolutie net zoals in de commissie goedkeuren.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.