U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 3 mei 2017, 14.04u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, minister, u weet dat het imago van Brussel mij al enige tijd na aan het hart ligt. Dat was uiteraard al voor de aanslagen zo.

Waarom? Ten eerste is het een emotioneel gegeven, als Brusselaar. Ten tweede is het een economisch gegeven. Brussel speelt de rol van economische trekker voor het toerisme en zorgt daarmee voor jobs voor tienduizenden Brusselaars, voor tienduizenden Vlamingen.

We weten dat de aanslagen van vorig jaar het toerisme een zware deuk hebben gegeven. Daarbij hebben we de cijfers van het aantal toeristen in Brussel zien dalen met 17 procent, in Vlaanderen met 8 procent en in Wallonië met 6 procent.

Het is volgens mij dan ook terecht dat er campagnes gestart zijn om het imago van Brussel te verbeteren in binnen- en buitenland. En het zijn er heel wat. We hebben Sprout to be Brussels gehad, dat voornamelijk vanuit de privé werd gestart. Daaraan hebt u ook een bijdrage geleverd. Er was MIXITY, waarbij de gemeenschappen samenwerkten aan het verkopen van een correcter beeld van Brussel, als open, superdiverse, kosmopolitische stad. We hebben ook #CallBrussels gehad, van visit.brussels. Op Vlaams niveau was er de campagne #shareoursmile, op Belgisch niveau de campagne Positive Belgium. Allicht vergeet ik er nog een aantal.

Gisteren waren opeens de Smurfen daar, onder aanvoering van Grote Smurf Rudi Vervoort – met alle respect voor de man. En zij moeten proberen extra toeristen naar onze hoofdstad te trekken, wat uiteindelijk een zeer goede zaak is. Maar ik vond het een beetje raar, want het is de zoveelste campagne die erbovenop komt. Minister, bent u, als Vlaams minister bevoegd voor Brussel en in die hoedanigheid, ook betrokken bij een aantal andere campagnes?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik ben inderdaad betrokken bij die campagne, in de zin dat ik al een tijdje op de hoogte was van het lanceren ervan, omdat onze kabinetten, die van mezelf, maar ook die van Rachid Madrane en de Brusselse kabinetten, regelmatig overleg hebben, onder meer in het kader van de MIXITY-campagne die nog lopende is.

Ik denk dat u een onderscheid moet maken tussen een aantal campagnes. Achteraf onthouden we alleen maar de campagnes die succesvol waren en die lijken over de jaren heen te gaan. Maar in elk land, zelfs na 9/11 in New York, waren er heel veel en blijven er maar een paar over. Die lijken dan vanaf het begin zo bedacht dat ze succes hebben, terwijl dat het eigenlijk achteraf blijkt te zijn. Er zijn er dus heel veel die gestart worden en die een beperkt succes hebben.

Ik denk dat je de campagnes die u daarnet hebt opgenoemd ook in dat perspectief moet zien. Er zijn er een aantal geweest met de bedoeling: alle hens aan dek, nu moeten we even bijsturen, want het is echt nodig. De campagne waarnaar u verwijst – we zullen ze dan maar de Smurfencampagne noemen – , is een reguliere, toeristische campagne van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en visit.brussels. Het is een campagne die ze anders ook zouden hebben gedaan, al geven ze daar nu misschien wel wat meer middelen aan, omdat we nog altijd in de heropbouw van het toeristische imago en het toeristisch verkeer na 22 maart zitten.

Met andere woorden, net zo min als ik medezeggenschap heb over de campagnes van Toerisme Vlaanderen, heb ik rechtstreeks medezeggenschap over toeristische campagnes van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Maar ik was op de hoogte, ik was betrokken. 

Ik wil toch nog even aanstippen dat als de professionals die het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben geadviseerd bij deze campagne, oordelen dat de smurfen een interessant argument zijn om mensen naar hier te halen – want het is een ‘destination campaign’, zoals dat dan heet –, wie zijn wij dan om daaraan te twijfelen? Wij zien, zoals elk land, onszelf graag als een heel vooruitstrevend land met heel veel technologische en andere kwaliteiten. Welnu, buitenlanders zien ons nog steeds met een chocolade bril en een mond van bier. Zij vinden dat stripfiguren een interessant argument zijn om naar hier te komen. Men kan daar wat lacherig over doen, maar daar is wel degelijk goed over nagedacht door specialisten. Laten wij nu dus even die campagne haar waarde bewijzen. Ik denk in elk geval dat het een goede campagne kan zijn, die kan voortbouwen op het herstel dat we, gelukkig maar, de laatste maanden hebben gekend van de komst van de toeristen naar Brussel en – zoals u terecht hebt aangegeven – naar de rest van het land en in het bijzonder naar Vlaanderen.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, dank u voor uw antwoord. Ik heb absoluut niet de smurfen belachelijk willen maken noch de minister-president, al helemaal niet. Dat is een waardevolle coalitiepartner in Brussel. Maar ik denk wel dat samenwerking kan bijdragen tot een efficiënter optreden. U zegt dat we verschillende campagnes hebben gelanceerd op verschillende doelpublieken, en dan gezien wat er het beste werkt, want niet alles werkt even goed. Misschien hebt u daar conclusies uit getrokken waarmee we rekening kunnen houden in Vlaanderen en die u misschien met uw collega van Toerisme op het Vlaamse niveau kunt delen? Kunt u daar iets meer over zeggen?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Collega’s, ik ga geen mopjes over biersmurfen of tusseninsmurfen maken. (Minister Gatz wijst naar Elke Van den Brandt)

Minister, ik heb mij voor dit thema in het blauw gekleed.

Ik vind het een pertinente vraag. Een campagne kan haar waarde hebben. We moeten vooral de experten aan het woord laten. Meer campagnes naar meer doelpublieken zullen hun waarde hebben.

Mijnheer Poschet, u zegt dat het een emotionele of een economische kwestie is. Het is ook een kwestie van gezond verstand. Brussel is zo’n fantastische stad dat het jammer zou zijn als we de mensen niet de kans zouden gunnen om die stad te leren kennen. Alleen al daarom zijn die campagnes zeker waardevol.

Minister, mijn vraag gaat over iets specifieks: mensen, en vooral jongeren, naar Brussel halen. De beste promotie voor een stad is mensen de stad te leren kennen. Iedereen die hier komt, zegt: ‘Dat valt eigenlijk wel mee. Dat is wel fijn. Dat is tof.’ Onze scholen zetten heel hard in op stadsklassen. JES heeft daar een project rond. Vandaag stond in de krant dat ouders schrik hebben van stadsklassen. Ouders hebben nog steeds schrik om hun kind, hun kostbaarste bezit, naar Brussel te laten afzakken. Dus moeten daar nieuwe methodieken rond komen. Minister, hoe gaat u die scholen begeleiden om dat te promoten, om ervoor te zorgen dat onze jonge kinderen in Vlaanderen naar Brussel komen?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik heb straks een vraag over de toerismecijfers van 2016, onder andere naar aanleiding van de aanslagen van 22 maart. Minister, ik moet u toch zeggen, en zonder leedvermaak, dat de cijfers van 2016 niet zo goed zijn. In Brussel zijn ze nog minder goed dan in de rest van Vlaanderen. Ik spreek mij niet uit over de campagne an sich, want ik ken ze niet. Een campagne kan altijd maar op termijn haar waarde bewijzen. Maar ik wil u toch wel oproepen om niet echt euforisch te doen en vooral om in samenspraak met de minister van Toerisme dergelijke campagnes te beoordelen en eventueel bij te sturen.

De voorzitter

Dus kunnen we die vraag schrappen, mijnheer Sintobin?

Ik zal misschien nog wel iets vinden.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Het beleid van de Brusselse Regering is toch wel enigszins tegenstrijdig. Acties worden ondernomen, promotiecampagnes worden gevoerd om toeristen, bezoekers en vele Vlamingen naar onze hoofdstad te halen. Maar tegelijkertijd wordt de luchthaven van Brussel, van Zaventem, vleugellam gemaakt door al te strenge geluidsnormen. Is dat nog geloofwaardig, dat tegenstrijdige beleid?

Uiteraard is promotie belangrijk. De stad heeft dat nodig. Maar de beste promotie is de dagelijkse realiteit in onze stad. Dat heeft te maken met veiligheid, netheid, een goede bereikbaarheid, tunnels die niet instorten en met de bereikbaarheid van het centrum van de stad. Met eenmalige campagnes los je dat niet op. Men moet dat structureel aanpakken. Dat is absoluut noodzakelijk.

Ik wil dan ook niet de Moppersmurf uithangen, maar het vereist meer in het belang van onze stad. Er moet een grondige, structurele campagne worden gevoerd, niet zomaar een korte promotiecampagne. Een gewone campagne met smurfen zal de stad niet meer toeristen of bezoekers opleveren. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik zie het positiever in dan de heer Vanlouwe, maar ik zie veel dingen positiever in dan de heer Vanlouwe. Ik vind dat we de taak hebben om dit te ondersteunen. Brussel is de Vlaamse hoofdstad. We vergeten dat af en toe. We moeten Brussel veel meer uitdragen binnen Vlaanderen, binnen onze scholen, binnen onze cultuur. Ook samenwerking tussen Vlaamse initiatieven in Brussel en initiatieven in de rest van Vlaanderen, ook op cultureel vlak, kunnen hiertoe bijdragen. Ik hoop dan ook dat u als minister van Cultuur hier mee aan kunt werken om Brussel op een positievere manier in de rest van Vlaanderen mee uit te dragen.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik ben het met u eens als u zegt dat sommige campagnes slagen en andere minder slagen, en dat je dat op voorhand niet echt kunt bedenken. Vandaag lezen we op BRUZZ dat twee derde van de Vlaamse scholen niet meer meedoen aan de stadsklassen en dat dit te maken heeft met het feit dat de ouders een heel negatief beeld hebben over Brussel.

Als Brussels minister in deze Vlaamse Regering bent u onze eerste ambassadeur, ook in Vlaanderen. Wat gaat u doen? Denkt u dat zo’n campagne in Vlaanderen om die Vlaamse ouders, mensen, ook naar Brussel te krijgen, helpt? Wanneer zult u daaraan beginnen?

Minister Sven Gatz

Om met de laatste vraag te beginnen: neen, ik denk niet dat dit helpt, en ik zal het ook niet doen. Alleen wil ik uw opmerking wel samennemen met die van mevrouw Van den Brandt, die volgens mij wat breder gaat. Dat een organisatie zoals JES gezien heeft dat de stadsklassen zo goed als volledig tot stilstand zijn gekomen omwille van die angst – die ik erken –, daar kun je niet meteen met een campagne tegenop. JES wil met hun publieksverlegging van lagereschoolkinderen naar studenten en jeugdwerkers van heel Vlaanderen met een masterklas over stedelijkheid deze doelgroep gebruiken als tussenambassadeur naar terecht of onterecht – daar kan men over discussiëren – angstige Vlamingen die niet altijd meer hun kinderen in vertrouwen naar Brussel willen laten komen. Ik wil die kloof met hen overbruggen. JES heeft op dat vlak een strategie ontwikkeld en heeft van de nood een deugd gemaakt. Ik zal hen daarbij steunen. Dit zal een werk van lange adem worden. Vandaar dat ik zei, dat het niet zonder meer met een campagne kan werken. Dit zou echt weggegooid geld zijn. Dat doe ik niet.

Ik wil wel met mensen die gespecialiseerd zijn, zoals JES, kijken hoe we hier oplossingen kunnen vinden. Ik wil dan zeker – want dat wordt me hier vaak gevraagd – een tandje bij steken om na te gaan hoe we naar scholen die kloof weer kunnen overbruggen, maar dat zal niet met een campagne gebeuren. Het zal op een andere manier moeten gebeuren.

Los daarvan, mijnheer Poschet, ben ik bereid om met onze Toerismesmurf Ben Weyts te kijken hoe we een en ander beter op elkaar kunnen afstemmen. Ik ben er altijd voor te vinden dat campagnes beter op elkaar worden afgestemd.

Om nog even naar de smurfen terug te gaan: het begint bij een contactpunt in het buitenland. Gisteren was Smurfin blijkbaar onder de Eiffeltoren te zien om toeristen naar hier te lokken. Daarna wordt er een vrij persoonlijk profiel gemaakt van personen die mogelijk naar Brussel zouden willen komen, naarmate de toeristen daar uiteraard gegevens over willen vrijgeven. Achter het softe, wollige imago van die smurfen zit wel degelijk een professioneel apparaat waarbij dan wordt gekeken waarom die mensen naar Brussel zouden willen komen.

Tien dagen geleden hebben we een geweldig beeldendekunstweekend gehad met verschillende kunstbeurzen in Brussel. Dat kan een van de sleutelelementen zijn om mensen naar hier te halen, net zoals anderen om heel andere redenen naar hier zouden kunnen komen. Dat is hetgeen Visit Brussels probeert te doen en waar ze volgens mij ook in zullen slagen.

Dus ik denk dat er een aantal zaken op het getouw staan die zeer goed en sterk zijn. Ik wil zeker de vragen over de Vlaamse jongeren en klassen en onderwijzers meenemen, maar ik herhaal het: campagnes kunnen veel, maar niet alles. Er zijn misschien andere vormen van campagnes dan de campagnes die met grote barnumaffiches en andere dingen te maken hebben. Dus ja, er is werk aan de winkel, maar niet om het even hoe.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik denk dat de beste campagne nog altijd die is van Brusselaars die fier zijn op hun stad en dat ook uitdragen, en niet telkens een waslijst van problemen bovenhalen en in de media brengen. Dat er campagnes gevoerd worden voor Brussel, vind ik uitstekend.

Zoals ik al zei, verdient de stad het. Het houdt ook economisch volledig steek. Maar er zijn al enorme bedragen gemobiliseerd: een half miljoen euro voor ‘Share our smile’, 3 miljoen euro voor MIXITY, 4 miljoen euro voor ‘Positive Belgium’, 4 miljoen euro nu voor ‘Take me to Brussels’. Ik zit dus al aan 11,5 miljoen euro, enkel met de campagnes die we nu even aanraken. Dat is wel heel veel geld. In die optiek vraag ik u niet om een tandje bij te steken, maar om die verschillende tanden in elkaar te steken, zodat het een goed draaiend raderwerk wordt en we de slagkracht van de campagne en de helderheid van de boodschap, die uiteraard gediversifieerd moet zijn, nog sterker kunnen brengen.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.