U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 26 april 2017, 13.59u

Voorzitter
van Bart Caron aan minister Joke Schauvliege, beantwoord door minister Hilde Crevits
313 (2016-2017)
van Bruno Tobback aan minister Joke Schauvliege, beantwoord door minister Hilde Crevits
315 (2016-2017)

Minister Schauvliege is verontschuldigd want ze is op dit moment op een Milieuministerraad in Malta.

Het antwoord wordt gegeven door minister Crevits.

Minister, we zullen u straks evalueren.

Het was niet uit het nieuws te branden, de schandaalsfeer die er dezer dagen was rond het gebruik van Roundup, maar vooral van het bestanddeel glyfosaat uit dat pesticide. Het is eigenlijk al een heel lang dossier – er is al heel veel oppositie tegen geweest –, maar we moeten het nog verlengen. Er waren tegenstrijdige studies over. De Wereldgezondheidsorganisatie zei dat het mogelijk kankerverwekkend was, en uit voorzorg gebruiken we het beter niet. De Europese Unie zei dan weer dat het niet kankerverwekkend was. Daar komt natuurlijk de kat op de koord: de Europese analyse is gebaseerd op wetenschappelijk materiaal dat door het bedrijf zelf ondersteund, gemaakt, gemanipuleerd is – we hebben er de voorbije dagen verschillende professoren over gehoord –, en in ieder geval totaal onbetrouwbaar.

Het is overigens een grote les voor de Europese Unie. We kunnen het op Vlaanderen trekken en vergelijken met onze buren. In Wallonië wordt het gebruik van glyfosaat voor particulieren vanaf 1 juni verboden; voor landbouwers vanaf 1 juni volgend jaar. Ook in Nederland loopt een procedure en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het gebruik helemaal verboden. Verkopen kun je niet verbieden, want dat is een federale bevoegdheid, maar het gebruik wel.

Minister, waar wacht Vlaanderen op en waarom wordt het gebruik van producten gemaakt op basis van glyfosaat niet verboden?

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, de Europese Commissie probeerde heel lang … (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Neen, ik heb niets bij voor u. Ik wist niet dat u zou antwoorden vandaag, want anders had ik zeker iets bij. (Opmerkingen. Gelach)

We spreken af. (Gelach)

De Europese Commissie wou de toelating voor het gebruik dus verlengen, maar kreeg nooit voldoende steun van de lidstaten en heeft dan voorlopig verlengd met achttien maanden, tot eind dit jaar, denk ik. Intussen heeft het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek geconcludeerd in de nazomer van 2015 dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is, maar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de gerenommeerde European Food Safety Authority (EFSA), volgde niet. Meer nog, in maart 2017 stelde het EFSA dat glyfosaat waarschijnlijk niet genotoxisch is en niet kankerverwekkend is. Het baseerde zich hiervoor op studies – collega Caron heeft het al gezegd – die voor een deel ook door Monsanto waren aangeleverd.

De voorbije dagen werd heel wat materiaal en vertrouwelijke correspondentie publiek gemaakt, op bevel van een Amerikaanse rechtbank, waaruit op het eerste gezicht blijkt dat Monsanto wetenschappers heeft ingehuurd of studies zelf heeft gemaakt en door mensen laten ondertekenen of toch heeft geprobeerd dat te doen. Intussen zegt Monsanto dat het fake nieuws is.

Minister, vormt de nieuwe informatie voor u een aanleiding om het standpunt binnen Europa te wijzigen en om in Vlaanderen maatregelen te nemen vanuit het fameuze voorzorgsprincipe?

De heer Tobback heeft het woord.

De heer Caron en ik waren het eens dat de heer Vandaele tegenover mevrouw Crevits veel zachter is dan tegenover haar collega. In elk geval ben ik blij dat hij zijn spuitbus niet bij heeft. (Gelach)

De voorbije dagen hebben we heel wat informatie gelezen en gezien. Op basis van heel wat kennis, onder meer vanuit Nederland waar het product in het grondwater is aangetroffen, blijkt dat het product zich veel meer bindt aan planten dan men dacht. De Internationale Wereldgezondheidsorganisatie zegt dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is. Ik ben blij dat hij ze niet bijheeft, want er is toch duidelijk een immens probleem met dat product.

We stellen vast dat Europa jammer genoeg blijkbaar bereid is om op basis van geheimgehouden informatie beslissingen te nemen over de volksgezondheid die iedereen rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen treffen. Op zich is dat al bijzonder verontrustend. Wanneer het gaat over publiek belang en volksgezondheid, zou het principe toch moeten zijn dat je geen beslissingen neemt die enkel gemotiveerd worden door geheimgehouden rapporten. Dat soort van informatie zou hoe dan ook publiek moeten zijn.

Minister, er is meer dan genoeg reden tot ongerustheid. Als je merkt dat bijna alle omliggende landen maatregelen hebben genomen om het gebruik van dit product te verbieden, op termijn voor iedereen maar in de eerste plaats voor de consument, dan vraag ik me af waar Vlaanderen op wacht om dit ook te doen? In Wallonië mag het niet meer; in Brussel mag het niet meer; in Nederland, Frankrijk en Duitsland neemt men maatregelen. We gaan toch niet het laatste van de omliggende landen zijn dat zijn volksgezondheid met zoveel slordigheid zou behandelen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik dank de leden voor deze uiteraard zeer actuele en interessante vragen. Ik zal u niet vermoeien met al het onderzoek dat al is gedaan naar de werking van glyfosaat. U hebt me allen gevraagd wat er aan de hand is en u hebt gesteld dat er duidelijkheid moet komen. Dat is zeer belangrijk. Ik vind het idee vrij beangstigend dat je niet meer zou kunnen vertrouwen op studies die gebeuren en waarop Europa zich baseert om al dan niet toelating te geven om een product te gebruiken.

Het is hier al gezegd: vorig jaar liep de Europese autorisatie voor glyfosaat af. Men zou nog achttien maanden de toelating geven om het product op de markt te brengen en ondertussen zou men een nieuw onderzoek laten doen. Sowieso is het voor ons dus van belang dat we de resultaten van dat onderzoek afwachten. Mijnheer Tobback, u zegt dat alles publiek moet worden. Het lijkt me logisch dat, als er een onderzoek wordt besteld bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en men daarop dan een beslissing gaat baseren, men dat ook publiek zal maken. Daarmee ben ik het dus zeker eens. Anderzijds is het zo dat de productnormering op zich geen Vlaamse bevoegdheid is. Dat is federale bevoegdheid. Mijnheer Caron, u hebt dat ook gezegd. Daar kunnen we dus niet aan, maar wat Vlaanderen wel kan doen, is het gebruik regelen.

Ik heb collega Schauvliege deze middag uitgebreid aan de telefoon gehad. Ze zit op dit ogenblik trouwens op een informele Europese raad, heeft daar ook met een aantal collega’s gesproken en heeft ook zeer duidelijk gevraagd dat dit ook zou worden bediscussieerd door de lidstaten, al zal het niet haar commissie zijn die zal beslissen op basis van de resultaten van dat onderzoek, maar wel de commissie die ook beslist over de productnormering en de volksgezondheid. We zullen zeker een standpunt innemen dat de studie volgt die nu nog moet worden opgeleverd.

Ondertussen is er inderdaad grote bezorgdheid over het gebruik van producten waar glyfosaat in zit, zowel door professionele gebruikers als door particulieren, en ik denk dat de tijd inderdaad rijp is om vanuit het voorzorgsprincipe toch een aantal maatregelen te nemen. Collega Schauvliege heeft me ook bevestigd dat ze zo spoedig mogelijk een besluit zal voorleggen aan de Vlaamse Regering waarin ze vraagt om zeker het gebruik door particulieren al dan niet tijdelijk aan banden te leggen, en voor professionele gebruikers te wachten tot de studie er is, maar afhankelijk van de resultaten van de studie daar dan ook doortastend in te grijpen. Zeker voor particulieren lijkt het me nuttig om voorzorgsmaatregelen te nemen, zeker omdat het gebruik door particulieren minder controleerbaar is: mensen kopen dat en gebruiken dat en je weet niet op welke manier dat wordt gebruikt. Voor professionele gebruikers is dat anders. Daarom zouden we dus een tweetrapscadans volgen, eerst ten aanzien van particulieren en daarna bekijken we na de resultaten van de onderzoeken hoe we dat voor professionele gebruikers verder aanpakken.

Het is in ieder geval een stap in de goede richting. Dat wordt de komende weken nog duidelijker.

Minister, het gaat wel over aanzienlijke, reusachtige hoeveelheden. Het gaat over 2,8 miljoen ton glyfosaat die op onze velden, maar ook langs spoorwegen en andere wegen wordt gebruikt. Ik denk dat het voorzorgsprincipe hier absoluut moet gelden. Ik zie trouwens ook geen andere reden waarom Vlaanderen al lang probeert het glyfosaatgebruik bij openbare diensten in te dammen. Gemeenten mogen het eigenlijk niet meer doen, of ze moeten een uitzondering vragen.

Ik wil daar nog één element aan toevoegen. Gisterenavond in Terzake en vandaag in De Standaard zegt professor Tytgat dat hij er sterk op aandringt om toch ook voor professionele gebruikers maatregelen te nemen. 94 procent van het totale pesticidegebruik bij ons, dus die tonnen waarover ik het had, gebeurt in de professionele land- en tuinbouw. Daar zijn de risico’s voor het milieu errond en voor de dieren zeer groot, en ook voor de landbouwers zelf, trouwens. Ik hoop dus, en pleit daar sterk voor, dat vanuit dat principe de Vlaamse Regering het gebruik verbiedt tot er duidelijkheid is.

Minister, uiteraard is het belangrijk dat we over correcte, gevalideerde wetenschappelijke informatie beschikken. Ook in deze kwestie is dat zo. De Monsanto Papers geven echter minstens de indruk dat er werd gesjoemeld met gegevens, en dat vermoeden zou natuurlijk een aanleiding kunnen zijn om vanuit het voorzorgsprincipe tijdelijke beperkingen op te leggen.

Nu, producten alleen in de handel brengen op het ogenblik dat we absoluut zeker zijn dat er geen schadelijke gevolgen zijn, dat is natuurlijk het voorzorgsprincipe ten voeten uit, maar dat is misschien een beetje te idealistisch. Ik denk immers dat de economie altijd sneller loopt. Denken we maar aan gsm’s, aan niet-ioniserende straling, aan microgolfovens ook. Het is ook nooit definitief uitgemaakt of dat schadelijk is of niet, maar intussen zijn we daar toch allemaal mee aan de slag.

Ik denk dat we in het geval van glyfosaat nu wel een alarmsignaal hebben gekregen waardoor we stappen moeten zetten.

Minister, ik ga u deels bedanken, want ik ben deels tevreden met uw antwoord. Het zal er natuurlijk een beetje van afhangen hoe snel minister Schauvliege naar de regering gaat met concrete voorstellen die goedgekeurd worden. Collega's, we hebben een aantal precedenten die niet noodzakelijk tot geruststelling nopen, maar soit.

Ik ben in elk geval blij met het initiatief en met de intentie om het gebruik van glyfosaat op korte termijn voor particulieren te verbieden. Maar meer is mogelijk en meer zou eigenlijk nodig zijn, minister. Het is schrijnend om vast te stellen dat België een van de landen was die vorig jaar heeft gepleit voor het voortzetten van het gebruik van dit product, tegen een hoop andere Europese landen, tegen onze buurlanden die het eigenlijk wilden verbieden. Als we vandaag vaststellen dat we dat gedaan hebben op basis van vervalste of op zijn minst zeer twijfelachtige informatie, die puur de belangen van de multinational voor de volksgezondheid in al onze landen zet, dan zou het moeten mogelijk zijn om iets proactiever te zijn dan dit en wel degelijk vandaag al te praten over een globaal verbod, al was het maar tijdelijk, in Vlaanderen en in België. Ik hoop dat de Vlaamse Regering dat standpunt zal innemen wanneer het gaat over Europees overleg, wanneer het gaat over het vaststellen van het Belgische standpunt. Laat ons hier niet de rem maar de motor zijn, want tot nog toe zijn we op dit vlak jammer genoeg de rem geweest.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, als er gesjoemeld werd, moet dit uiteraard worden bestraft. Wij streven naar transparantie en objectiviteit in dezen. Ik ben tevreden met de reactie die u hebt gegeven, namelijk met de getrapte wijze waarop het zal worden aangepakt en met de voorzorgsprincipes en de maatregelen die daaromtrent zullen worden genomen.

Ik wil bijkomend informeren naar het volgende. In het verleden zijn er al informatiecampagnes vanuit Vlaanderen geweest, zoals ‘Zonder is gezonder’ en dergelijke. Mijn vraag is of daaraan een nieuwe impuls zal worden gegeven.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, ik heb natuurlijk begrip voor de bezorgdheid wat betreft het gebruik van glyfosaat. Maar ik heb evenzeer begrip voor de landbouworganisaties. Daarom ben ik blij dat u een verschil maakt tussen enerzijds privégebruik en anderzijds professioneel gebruik.

De hele kwestie zegt natuurlijk ook veel over de Europese instelling die hierover moet oordelen. Daarover heb ik niet zoveel gehoord. De toelatingsprocedures om producten toe te laten in Europa zijn toch vrij streng en vrij uitgebreid. Nu wordt eigenlijk de geloofwaardigheid van een Europese instelling die daar moet voor zorgen, volledig ondergraven. De vraag is hoe wij, hoe landbouwers en burgers, nog vertrouwen geven aan de Europese instellingen in dezen.

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Minister, hartelijk dank voor het antwoord en dank aan de vraagstellers voor de interessante vraag. Ik ben ook tevreden dat het voorzorgsprincipe wordt gehanteerd, in elk geval al ten aanzien van particulieren. Het is niet de eerste keer dat de objectiviteit van studies die door de industrie worden gefinancierd in vraag wordt gesteld. Dit is ook al ruim aan bod gekomen door onder meer professor Bourguignon, endocrinoloog, tijdens de hoorzittingen in het kader van het informatierapport hormoonverstorende stoffen in de Senaat. Een bekommernis die ik wil meegeven, is dat we ons beleid mee vorm kunnen geven op basis van de objectieve wetenschappelijke studies van eigen bodem. We verwijzen naar professor Tytgat en we verwijzen naar professor Bourguignon die heel wat degelijk materiaal hebben om ons beleid daar sterker op af te stemmen.

Minister Hilde Crevits

Collega's, ik zal proberen nog eens zeer duidelijk het standpunt weer te geven zoals collega Schauvliege het aan de Vlaamse Regering zal voorstellen. Collega Franssen, uiteraard is het van belang dat we ook eigen wetenschappelijk onderzoek gebruiken bij eigen beslissingen die we moeten nemen. Wat dat betreft ben ik het zeker met u eens.

Ik heb het net al gezegd, dit dossier is een dossier dat gaat over een Europese autorisatie. Collega's, het feit dat de Commissie een bijkomend onderzoek gevraagd heeft nadat het FAVV gezegd had ‘doe maar’, toont net aan dat men zich toch wel zorgen maakt over de impact van het product. Die bijkomende studie is gevraagd. Ik vind het dan ook maar logisch dat wij ons daarop gaan baseren voor het standpunt dat we innemen, zeker ten aanzien van de professionelen.

Minister Schauvliege heeft mij ook gezegd dat het voor haar geen discussie behoeft: als het Europees Agentschap voor chemische stoffen in een advies zegt dat het oorspronkelijke advies onbetrouwbaar was of dat er schadelijkheid is voor de gezondheid, zal zij niet aarzelen en zal dat ook het standpunt zijn van Vlaanderen ten opzichte van de verdere autorisatie in dit dossier. Dan zullen we zeker niet in een situatie belanden waarbij wij zouden betwisten wat in het onderzoek staat. We gaan dus uiteraard dat onderzoek volgen in onze standpuntvorming. Ik vind dat ook maar logisch.

Ik vind ook wel dat de EU hierin een zeer bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Als je je bezighoudt met de kromming van een komkommer, moet je ook toch wel zeer zorgzaam zijn als het gaat om het geven van toelatingen voor producten: zijn ze gezond of zijn ze niet gezond? Ik vind dat hier toch wel een bijzondere verantwoordelijkheid rust op diegenen die deze toelating zullen geven.

Mijnheer Tobback, u zei dat u het liefst van al zou hebben dat ik zou beslissen om het niet in de handel te brengen. Maar dat kunnen we niet. Vlaanderen is niet bevoegd in de discussie of het product in de handel wordt toegelaten of niet. Dat is een federale bevoegdheid. Ik ga ervan uit dat de federale collega’s ook ‘no gold plating’ zullen doen en zich zullen baseren op datgene wat Europa beslist. Dat is niet de bevoegdheid van minister Schauvliege.

Tot slot, wat betreft het voorzorgsprincipe proberen we het beste van twee werelden te nemen. Zomaar zeggen, op basis van een verleende autorisatie, dat het gedaan is, ook voor professionelen: zo’n beleid zou ik zeer onkies vinden. Ook de Franstaligen doen dat niet. Zij zeggen dat het voor professionelen later is. Maar ik vind het wel van belang dat we rekening houden met de resultaten van de studie in de manier waarop we dat in de toekomst bekijken. Voor particulieren lijkt het mij wel zinvol om in het kader van het voorzorgsprincipe minstens tijdelijk maatregelen uit te vaardigen.

Mevrouw De Vroe, er kan zeker nog een campagne komen. Ik zal dat doorgeven aan minister Schauvliege. Zij zal zeker als ambassadeur op de affiches willen prijken, als dat nodig zou zijn. Dat is dus oké.

In het kader van wat er gebeurd is, moeten we overwegen om een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen, zonder te overdrijven. Maar nog eens, collega’s, in dit dossier moeten we op de geloofwaardigheid van de Commissie vertrouwen. Voor mij staat ze hier op het spel. Ofwel is er iets aan de hand, ofwel niet. Maar daarover zal het bijkomende onderzoek zeker verder uitsluitsel brengen.

De heer Caron heeft het woord.

Dit verhaal toont twee dingen aan.

Als bepaalde grote multinationals te veel macht krijgen in de wereld, kunnen zij zelfs het wetenschappelijk onderzoek van de Europese Unie beïnvloeden en manipuleren. En het gaat hier niet om het kleine Vlaanderen! Dat is totaal onaanvaardbaar. Het moet voor Europa een absolute prioriteit zijn om de eigen voedselnormen te bepalen.

Collega’s, het is natuurlijk ook het gevolg van het type landbouw. Intense landbouw moet heel veel produceren, en daarom moet er heel veel op gespoten worden, want dat ene grassprietje zou bij wijze van spreken wel eens de opbrengst kunnen verminderen.

Er zijn veel alternatieven. Ik ben een fietser. Ik ben de voorbije maanden talloze velden voorbijgereden die roestbruin stonden. U kent het wel: bruingespoten graslanden. Ploeg die gewoon om en zet er een eg op. Het zal wat langer duren vooraleer het gras verteert, maar er zijn alternatieven voor de reguliere landbouw maar ook in de biotoepassingen. Ik hoop dat de beslissing niet lang uitblijft, zeker niet zo lang als de bescherming van, pakweg, de waardevolle bossen. (Applaus bij Groen)

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, ik twijfel nu al de hele tijd wie ik het liefste heb: de oude minister van Leefmilieu of de nieuwe.

Voorzitter, veel collega’s hebben vandaag een button opgespeld om de strijd tegen kanker te ondersteunen. Het opspelden van buttons is natuurlijk één ding, maar het nemen van politieke beslissingen die ook de strijd tegen kanker vooruithelpen, is – zoals wij allemaal weten – veel ingewikkelder en veel moeilijker. Maar laten we het in elk geval proberen.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ik was een beetje gechoqueerd toen u het over ‘gold plating’ had. Als ik mij niet vergis, is onder meer in Nederland het gebruik van dit product op kleigronden in de landbouw verboden. Niet omdat men aan ‘gold plating’ wil doen maar omdat men heeft vastgesteld dat het wordt teruggevonden in het grondwater en dat het dus een gevaar is voor de volksgezondheid. Zorgen voor de volksgezondheid, voorzichtig omspringen met de gezondheid van de mensen in dit land of in deze regio, dat is geen ‘gold plating’, dat is verantwoordelijkheid nemen, ook als men daarvoor beslissingen moet nemen die tegen de kar van een aantal sectoren of tegen een aantal bedrijven ingaan.

Dat is gewoon verantwoordelijk bestuur. Als de Vlaamse Regering dat trapsgewijs en met stapjes wil doen, dan vind ik dat jammer. Ik vind die stapjes op zich misschien positief, maar het is bijzonder jammer dat u niet ver genoeg wilt gaan en dat u die risico’s blijkbaar niet wilt nemen. Alle buttons van de wereld zullen dan niet helpen om de besluiteloosheid te compenseren die op dit moment de volksgezondheid in gevaar brengt. (Applaus bij sp.a)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.