U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van artikel 92, 93, 95, 98 en 102bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint (sp·a)

Ik wil graag opmerken dat, zoals eerder in de commissie gezegd, we er allemaal wel van overtuigd zijn dat een goede kennis van het Nederlands en het beheersen van de taal een absolute voorwaarde is om op een harmonieuze manier te kunnen samenleven. Ik denk dat niemand in dit halfrond daaraan twijfelt. We hebben dat ook altijd op die manier gezegd.

Het is ook helemaal niets nieuws. Ook in de sociale huisvesting is die bekommernis niets nieuws. Twee legislaturen geleden werd de taalbereidheidsvoorwaarde al ingeschreven in het kaderbesluit Sociale Huur. In dat opzicht was iedereen er toen al van overtuigd dat dit wel van groot belang is.

Blijkbaar is men er niet meer van overtuigd dat dat het beste systeem zou zijn, dat het een goed systeem zou zijn om mensen toe aan te zetten. Daarom wordt hier vandaag een verplichting, een resultaatsverbintenis voorgelegd in plaats van een inspanningsverbintenis.

Ik heb het eerder gezegd: wat wij in dezen zeer jammer vinden, is dat hier eigenlijk geen enkele studie, geen enkel onderzoek, geen enkele evaluatie voorligt die zou staven dat het systeem dat vandaag wordt voorgesteld, betere resultaten zou garanderen en dat dit zou resulteren in meer mensen die het Nederlands machtig zijn dan het eerdere systeem dat in werking is.

Minister, wat dat betreft, blijven we absoluut voorstander van het stimuleren van mensen om de taal te leren, om de taal te beheersen. Maar we hadden wel graag gezien dat er vooraf eerst een evaluatie zou gebeuren. We hebben vandaag geen enkele garantie, zelfs geen enkele indicatie dat dit systeem efficiënter zou zijn dan het voorgaande.

De voorzitter

De heer D’haeseleer heeft het woord.

Voorzitter, ik zal kort het standpunt van onze fractie toelichten.

Ten eerste zijn we tevreden dat de minister van Wonen nu ook eindelijk inziet dat de huidige reglementering te vrijblijvend was en eigenlijk weinig effect heeft geressorteerd. Mijn partij zegt dit al jaren. Het is dan ook een goede zaak dat ook de andere partijen tot dat inzicht zijn gekomen. Tot daar het goede nieuws.

Minder tevreden zijn we echter met de oplossing die nu naar voren wordt geschoven. Die gaat voor ons in ieder geval niet ver genoeg en zal leiden tot een nog grotere administratieve rompslomp, oneindige procedures waarvan uiteindelijk niemand beter wordt en waar onduidelijkheid en willekeur zullen zegevieren.

De minister stelt in haar toelichting zelf dat het niet beschikken over een basiskennis Nederlands problemen kan veroorzaken in de sociale wooncomplexen die te wijten zijn aan de gebrekkige communicatie tussen enerzijds de sociale huurders en de verhuurders en anderzijds tussen de sociale huurders onderling. Door de gebrekkige kennis van de taal kan men de voorschriften niet of onvoldoende naleven, omdat men ze gewoonweg niet begrijpt.

Wel, collega’s, de enige juiste conclusie die daaruit kan worden getrokken, is om van de talenkennis een absolute toegangsvoorwaarde te maken. Het lijkt ons immers juist heel belangrijk dat de sociale huurders van in het prille begin verstaan wat hun rechten en plichten zijn en de voorschriften kunnen naleven. De meeste contacten tussen de huurder en de verhuurder spelen zich immers juist af in de periode vlak voor en vlak na het betrekken van een sociale woning.

De noodzakelijkheid van de talenkennis is een klare en duidelijke voorwaarde die elke kandidaat-huurder zal begrijpen en die de administratie een hele hoop ellende en werk zou besparen. Want als men het in de toelichting heeft over administratieve vereenvoudiging, dan moet u me toch eens uitleggen hoe de voorgestelde procedure in dat kader past.

Dit is dus wat ons betreft een gemiste kans. Wij blijven stellen dat sociale huurders eerst de moeite moeten doen om Nederlands te leren alvorens ze hun intrek kunnen nemen in een sociale woning. Ik denk dat dit een meer dan terechte vraag is. Het is trouwens niet zo dat van de huurders wordt gevraagd dat ze een roman kunnen schrijven. Integendeel, het laagste niveau van het Nederlands volstaat. De lat wordt dus al heel laag gelegd.

Bovendien krijgt elke vreemdeling hier vanaf dag één het recht om op kosten van de belastingbetaler Nederlands te leren. Sommigen zijn er zelfs toe verplicht via de verplichte inburgering. Als men weet dat de wachttijd voor een gemiddelde sociale woning in Vlaanderen al vlug oploopt van twee tot vier jaar, moet die termijn toch wel voldoende zijn om Nederlands te leren.

Wanneer een vreemdeling aanspraak wil maken op sociale voordelen van een gastland, waar hij in de meeste gevallen nog geen eurocent heeft bijgedragen voor de sociale voorzieningen, spreekt het toch voor zich dat hij het fatsoen heeft de taal te leren van dat gastland. Een dergelijke voorwaarde is helder, niet discriminerend, want ze geldt voor iedereen, en streeft legitieme doelstellingen na.

Bovendien zou dit pas een echte, drastische administratieve vereenvoudiging zijn in vergelijking met de voorgestelde regeling. Dergelijke maatregel zal zeker de veiligheid en de leefbaarheid in de wooncomplexen ten goede te komen. Want we moeten toch af, minister, van steeds meer sociale getto’s, waar mensen weliswaar dezelfde taal spreken, maar die in steeds meer gevallen niet meer het Nederlands maar het Turks en het Arabisch is. Daar moeten we absoluut paal en perk aan stellen. Voor onze partij is het duidelijk dat de kennis van de Nederlandse taal een absolute toegangsvoorwaarde moet zijn. Voor ons kan onder geen enkel beding, behoudens medische redenen, een Nederlandsonkundige zijn intrek nemen in een sociale woning. Voor ons is het duidelijk: geen Nederlands is geen sociale woning!

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, in dezen streven wij hetzelfde doel na. Taal is een belangrijk onderdeel van integratie. Zoveel mogelijk nieuwkomers moeten zo snel mogelijk en zo goed mogelijk Nederlands leren.

Ondanks datzelfde doel hebben wij met Groen sterke kritiek op dit ontwerp van decreet en op het voorstel. We zullen het ontwerp van decreet niet goedkeuren, om volgende redenen.

Ten eerste vinden wij net zoals de Vlaamse Woonraad en Unia dat het ontwerp van decreet te kort door de bocht is. Er is geen voorafgaande studie of onderzoek gebeurd die bewijzen dat een dwingende of sanctionerende aanpak meer zoden aan de dijk gaat brengen dan een stimulerende. Er zijn vandaag volgens ons geen of onvoldoende garanties dat de taalkennisvereiste meer kans op slagen heeft dan de bereidheid van voorheen. In de commissie werd dit door meerderheidspartij Open Vld bestempeld als een symbooldossier voor de N-VA, en dat kunnen wij vanuit de hele oppositie – denk ik – alleen maar beamen

Ten tweede bevat een sanctionerende aanpak een boete tot 5000 euro. Dat vinden wij disproportioneel. Voor ons is het onaanvaardbaar dat u een groep die het financieel al lastig heeft op de huurmarkt, zo’n zware boete wilt geven. Bovendien is het nog de vraag of een systeem van GAS-boete naar GAS-boete niet zal leiden tot woononzekerheid. Ook Unia en de huurdersverenigingen hebben die vragen geopperd en aan u gericht.

Ten derde vinden wij de vooropgestelde termijn van één jaar niet realistisch. Het is een oud zeer, want ik heb het al vaak aangehaald. Voor kwetsbare doelgroepen is één jaar een veel te beperkte periode om het Nederlands machtig te worden. Het ontwerp van decreet voorziet, zoals u de vorige keer in de commissie hebt toegelicht, wel in een aantal uitzonderingen. Zo zal een huurder die aan de hand van een medisch attest aantoont dat hij ernstig ziek is of een mentale of fysieke handicap heeft of over beperkte cognitieve vaardigheden beschikt, een vrijstelling kunnen verkrijgen. Maar ook dat vinden wij eigenlijk contraproductief, want zo laat u mensen los die u eigenlijk met meer tijd wel zou kunnen meekrijgen.

Een concreet voorbeeld dat we ook in de commissie hebben aangehaald, is het voorbeeld van een huurder met een diepe depressie. Met het ontwerp van decreet dat vandaag voorligt, krijgt deze persoon een vrijstelling. Dat is in het kader van deze taalkennis vereist en met amper een jaar tijd noodzakelijk, iemand met een diepe depressie kan in een jaar tijd geen Nederlands kennen, maar het is ontzettend jammer, want ik weet uit ervaring dat men zulke mensen gerust kan meenemen en perfect kan begeleiden bij hun integratie. Ze kunnen wel Nederlands leren, met de nodige omkadering en tijd. Maar dat kan dus niet in één jaar, met de dreiging van een taalboete van 5.000 euro boven het hoofd.

Besluit: voor Groen is het ontwerp van decreet een gemiste kans. Het is een stap achteruit. Het is symboolpolitiek die voor de nieuwkomers nefast zal zijn. Groen zal dus met overtuiging tegenstemmen.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Voorzitter, collega’s, dit ontwerp van decreet wijzigt de taalvoorwaarden in de sociale huursector. Van een inspanningsverbintenis gaan we naar een resultaatsverbintenis, mét respect voor het recht op wonen. We doen dat omdat het samenleven in sociale woonwijken allesbehalve vanzelfsprekend is. Vaak is het zelfs problematisch, en een van de belangrijke redenen is de onoverkomelijke taalbarrière tussen bewoners. Voorts is het zo dat in een sociale woonwijk mensen dichter op elkaar wonen dan op andere plaatsen. Het is dan ook logisch dat we de taalvoorwaarden verstrengen en vragen dat iedereen die een sociale woning huurt, ook een mondje Nederlands praat. Dit is geen heksenjacht op wie het Nederlands niet kan leren, bijvoorbeeld om medische redenen. Voor ons is het belangrijk dat er een stok achter de deur staat voor wie niet wil. Ik vind het dan vreemd dat er kritiek komt op het feit dat er boetes kunnen worden uitgeschreven. Het boetesysteem bestaat al meer dan tien jaar. Op dat punt verandert er dus niets.

Voorts wekt men de indruk dat er boetes tot 5.000 euro worden opgelegd. Dat is nog nooit gebeurd. Gemiddeld bedragen die boetes tweemaal een maandhuur. Men vreest dat boetes de woonzekerheid in het gedrang zullen brengen. Men is niet verplicht om het zover te drijven dat men een boete krijgt. Men kan die boete pas krijgen zodra men er zelf voor heeft gekozen om niet de inspanning te leveren om het resultaat te bereiken dat men moet bereiken. Wie een boete krijgt, heeft dat aan een persoonlijke keuze te danken. Men moet dan niet het grote slachtoffer gaan uithangen en zeggen dat de woonzekerheid in het gedrang komt. Wat ons betreft, is de aanscherping van de taalvoorwaarde een logische zaak. Samenleven in sociale woonwijken is bijzonder belangrijk. Bij een verhaal van rechten – in dit geval sociaal wonen en het recht op wonen in het algemeen – komen, wat ons betreft, ook plichten kijken.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, collega's, in tegenstelling tot sommige sprekers vind ik dit een goed ontwerp van decreet. In plaats van een inspanningsverbintenis gaan we naar een resultaatsverbintenis. Vroeger moest men gewoon een verklaring ondertekenen waarin men zei dat men bereid was om Nederlands te leren. Daar bleef het bij. Nu wordt men verplicht om resultaten te boeken. Dat is goed voor onze samenleving, maar ook voor alle mensen van allochtone afkomst die voor zichzelf en hun kinderen in onze samenleving een plaats willen verwerven. Een mondje Nederlands praten in ruil voor een sociale woning, is echt niet te veel gevraagd. Dat past in het verhaal van rechten én plichten. Mevrouw Hostekint, er is wel degelijk onderzoek verricht. De directeur van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH) zegt dat u – en ook anderen – ijverig hebt gezocht naar de onderzoeksresultaten. Het verbaast me echt wel dat zowel sp.a als Groen ertegen is dat mensen die een sociale woning bewonen, een mondje Nederlands moeten kunnen praten. Nederlands spreken is echt belangrijk, en de heren D’haeseleer en Anseeuw hebben dat ook gezegd. Dat is nodig om leefbaarheidsproblemen te kunnen aanpakken. De Raad van State was ook erg positief.

Ik besluit. Een: er is wel degelijk onderzoek verricht. Twee: de Raad van State was erg positief.

Mijnheer D'haeseleer, als u zegt dat men eerst moet bewijzen dat men Nederlands kent vooraleer men een sociale woning toegekend krijgt: daar hebben we in de commissie uren over gedebatteerd. Er is zoiets als een Grondwet. Artikel 13 van de Grondwet zegt dat er een recht is op wonen. U weet dat we dat niet kunnen. Wij proberen wel heel streng te zijn, en we zijn al heel streng, maar rechtvaardig.

Mevrouw Moerenhout, die boetes waar u op wijst, staan al heel lang, al tien jaar in de Wooncode. Ze zijn niet nieuw. Wij vragen een A1-niveau. Dat is redelijk laag, het is aan je buurman of buurvrouw kunnen vragen: wanneer moet ik mijn vuilniszak buiten zetten? Wanneer komt de vuilkar langs? We vragen echt niet om een roman van Tom Lanoye of van Hugo Claus, godbetert, te kunnen lezen. Neen, wij vragen alleen te kunnen communiceren met de buurtbewoners. Het is belangrijk om dat te stipuleren.

Dit is geen symboolpolitiek zoals sommigen hier beweren, integendeel. Het is een politiek die rekening houdt met de actuele omstandigheden. Het is in het huidige klimaat absoluut nodig met alle mensen van gelijk welke achtergrond en gelijk welke origine, mee te kunnen functioneren in onze maatschappij, niet alleen in het belang van henzelf, maar ook in het belang van hun kinderen. We vragen dat ze een mondje Nederlands kunnen praten. Als de Vlaamse overheid iets geeft, zijnde een sociale woning, dan vragen wij ook een klein beetje in ruil, zijnde een mondje Nederlands kunnen praten. Ik vind dat absoluut niet veel gevraagd. Ik hoop dat dit door een volledige meerderheid – wat niet zal gebeuren, maar in elk geval dan toch met een goede meerderheid – zal worden goedgekeurd.

Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, ik wil even corrigeren wat u hier zegt. We zijn helemaal niet tegen het feit dat mensen Nederlands zouden leren of dat men aan mensen zou vragen dat ze Nederlands leren. Ik ben begonnen met te zeggen dat het wel heel belangrijk is dat men de taal beheerst om op een harmonieuze manier te kunnen samenleven. Er werd ook aan mensen gevraagd om minstens die bereidheid te tonen. Er was vandaag al een stimulerend beleid, waar mensen die bereidheid moesten aantonen op het moment dat ze een sociale woning wilden huren. We hebben gezegd dat we daar zeker voorstander van zijn, dat we zo'n stimulerend beleid toejuichen. Wij vinden dat dat nodig is, dat daar nog meer op moet worden ingezet. De kritiek die u hier uit, is dus niet terecht.

Bovendien hebben we ons onthouden in de commissie, en we zullen dat vandaag ook doen. Wij stemmen hier dus helemaal niet tegen. Minister, u zegt dat er wel degelijk een onderzoek is gebeurd. Ja, er is een bevraging gebeurd door de VVH, en ik ben ijverig op zoek geweest naar de resultaten. Dat is ook mijn plicht als volksvertegenwoordiger, en zeker als oppositieparlementslid. Het zou natuurlijk gemakkelijker zijn dat, als u in een memorie verwijst naar een onderzoek of een bevraging, we dat dan ook gemakkelijker zouden terugvinden, dat we zelf niet moeten jagen achter die informatie. Nu, ik ontzie me dat niet, het is mijn taak om dat te doen en ik heb dat ook gedaan. Maar het is natuurlijk nog iets anders dan een evaluatie.

Ik ga ervan uit dat beleid het best doordacht gebeurt, dat het best gebeurt op basis van feiten, op basis van cijfers waarmee men een en ander kan staven. Ik vind het oprecht jammer dat als we een systeem hebben van taalbereidheid, dit vandaag niet is geëvalueerd alvorens over te schakelen naar een ander systeem. We hebben vandaag geen enkele garantie, we hebben zelfs geen enkele indicatie dat dit systeem dat u vandaag voorlegt, beter zou werken dan de taalbereidheidsvoorwaarde die al was ingeschreven in het kaderbesluit Sociale Huur.

Minister, even ter aanvulling. Ook ik ben mijn betoog begonnen met te zeggen dat we wel degelijk dezelfde doelstelling nastreven. Ik denk dat u dat ook wel weet van onze partij. We willen dat nieuwkomers-sociale huurders zo goed mogelijk Nederlands spreken. Dat is ons doel. Dat is al een aantal jaren de kern van mijn betoog.

Wij denken niet dat dat objectief met dit ontwerp van decreet zal worden gehaald, net door die sanctionerende aanpak, de disproportionele boete en amper een periode van een jaar. Dat heb ik zopas uitgelegd. Om die redenen zijn we ervan overtuigd dat uw voorstel contraproductief is. Het is net door onze bezorgdheid dat we ons zo sterk in dit debat mengen.

Daarop aansluitend zou ik willen zeggen dat we uiteraard de komende jaren heel nauwlettend zullen volgen wat de gevolgen zijn van dit ontwerp van decreet op het terrein. Ik wil u ook vragen om kandidaat-huurders, wanneer dit ontwerp van decreet van kracht wordt, zo snel mogelijk volledig in te lichten, want de gevolgen zullen sterk voelbaar zijn en daar moet zo goed, zo snel en zo omzichtig mogelijk mee worden omgesprongen.

Björn Anseeuw (N-VA)

Collega Moerenhout, ik begrijp eigenlijk niet waarom u zo’n probleem hebt met het boetesysteem. Dat bestaat ten eerste inderdaad al tien jaar, en ten tweede is er ook een stok achter de deur nodig voor zij die niet willen. Ik heb dat heel duidelijk gesteld, niet alleen vandaag, maar ook bij de vorige gelegenheden toen we daarover hebben gedebatteerd. Dat lijkt me niet meer dan logisch.

Ik maak een vergelijking. Stel dat iemand een flink stuk te snel rijdt op de weg, en die krijgt een boete opgelegd, dan vinden we dat allemaal normaal, want hij heeft er zelf voor gekozen om veel te snel te rijden. Als het gevolg van die boete is dat hij geen benzine meer kan kopen om nog verder te rijden met zijn auto, dan is hij niet het slachtoffer van het systeem: hij heeft er zelf voor gekozen. Wel, ook hier wordt niemand verplicht om onmiddellijk een boete te betalen. De boete zal alleen maar het gevolg zijn van de eigen, persoonlijke keuze om niet te voldoen aan een voorwaarde waaraan je wel kunt voldoen.

Dus, mensen die een boete opgelegd krijgen, zijn hier niet het slachtoffer. Neen, dat zijn net degenen die kwaadwillig zijn, en daarvoor heb je een stok achter de deur nodig. In elk ander geval vindt u dat allemaal logisch dat er een stok achter de deur moet zijn, en in dit geval is dat blijkbaar een taboe. Ik begrijp echt niet waarom.

Ik begrijp de negatieve commentaar op dit ontwerp van decreet eigenlijk absoluut niet. Hoe ging het er in het verleden aan toe? Men moest gewoon een verklaring ondertekenen dat men bereid was om Nederlands te leren, en daar stopte het. Men moest niets bewijzen en dergelijke meer. Die boetes, zoals de heer Anseeuw ook terecht zegt, bestaan al tien jaar. Die staan al tien jaar ingeschreven in de Wooncode. Dat is niet nieuw.

Mevrouw Hostekint, we hebben absoluut geen evaluatie nodig om aan de mensen te vragen een mondje Nederlands te spreken. We zitten met de vluchtelingencrisis. We zitten met de asielcrisis. We zitten met een multiculturele samenleving, waarvan we allemaal het beste willen maken. We leggen verplichtingen op met betrekking tot het spreken van de Nederlandse taal, voor zichzelf, om werk te vinden, voor de kinderen, opdat die goede resultaten zouden boeken op school en dergelijke meer. Dan vind ik het een zeer vreemde redenering van Groen en sp.a om het daar niet mee eens te zijn. Mevrouw Moerenhout, ik wil nogmaals benadrukken dat het boetesysteem al tien jaar bestaat.

Geachte leden, ik denk dat dit absoluut een verbetering is. We gaan van inspanning naar resultaat. Men zal nu na één jaar resultaat moeten boeken en kunnen en moeten aantonen dat men in ruil voor een sociale woning bereid is om ook iets terug te doen voor de Vlaamse overheid die iets heeft gegeven, zijnde een mondje Nederlands kunnen spreken.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2016-17, nr. 1045/1)

– De artikelen 1 tot en met 8 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.