U bent hier

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, vorige maandag kopte De Standaard met een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) die ongeveer een jaar geleden is verschenen. De studie licht al onze beschikbare bouwgronden door en gaat na wat dicht bij een knooppunt ligt, waar er voorzieningen zijn. Dat noemt men goed gelegen gronden, wat er te ver afligt, noemt men slecht gelegen gronden. We kunnen nog discussiëren over welke openbare ontsluitingen er nog aan mogen worden toegevoegd. De Confederatie Bouw heeft gelijk: men mag zich niet beperken tot NMBS-stations.

In elk geval is de conclusie van de studie hoopgevend, namelijk dat de zogenaamde goed gelegen bouwgrond volstaat om onze woonbehoefte tot 2050 te realiseren. Als we de criteria wat verbreden voor wat goed gelegen is, hebben we meer dan voldoende goed gelegen bouwgrond om onze woonbehoefte te realiseren. Ondertussen worden er natuurlijk vergunningen afgeleverd, er wordt aan ruimtelijke planning gedaan, ook in mogelijk slecht gelegen gebieden. Ik denk aan overstromingsgebieden, gebieden met waardevolle natuur.

Minister, er is ook een openbaar onderzoek in het kader van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Daarin gaat u bekijken wat gemeenten, steden en stakeholders vinden over wat zogenaamd goed gelegen is en hoe we daarmee verder gaan.

Minister, welk traject gaan we verder volgen om die slecht gelegen gebieden te herbestemmen en onze open ruimte te vrijwaren door voornamelijk in te zetten op die goed gelegen gebieden?

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, de studie van de VITO van februari 2016 wil ruimtelijke ontwikkeling koppelen aan enerzijds de aanwezigheid van voorzieningen en anderzijds aan de knooppunten van openbaar vervoer. Die is nefast voor een aantal gebieden, voor de provincie Limburg, voor de Westhoek en ook voor de Kempen. Zeker de provincie Limburg heeft naar aanleiding van die studie in november gevraagd om een nieuwe studie door de VITO te laten opmaken om na te gaan wat er kan gebeuren om toch andere ruimtelijke ontwikkelingskansen voor Limburg te bepalen.

Voorzitter, ook uw gemeente ligt zeer slecht qua openbaar vervoer. Dat is iets waar lokale besturen niets aan kunnen doen, maar waar de NMBS en De Lijn wel een verantwoordelijkheid in hebben. Alleszins betekent het dat als men ruimtelijke ontwikkeling voornamelijk gaat koppelen aan openbaarvervoerknooppunten, dat nefast is voor heel wat regio's. Daar maken wij ons in Limburg bijzonder veel zorgen over.

Minister, de studies van de VITO zijn er nu. Welke conclusie gaat u daar specifiek aan koppelen?

Mevrouw Pira heeft het woord.

Minister, de VITO-studie kwam plots weer opduiken en werd gerecycleerd en dat geeft ons de mogelijkheid om het nog eens over ruimtelijke ordening te hebben, wat we graag doen.

Het bewijst nogmaals dat er ruimte genoeg is in Vlaanderen om op goed gelegen plekken te bouwen voor de toenemende bevolking tot 2050 maar ook dat er slecht gelegen plekken zijn om te wonen en te werken. Ik ga u een vraag stellen die ik wel vaker heb gesteld. U hebt in mei 2015 aangekondigd dat u een negatieve lijst zou maken met gronden die niet meer zouden worden ontwikkeld en een positieve lijst met gronden die nog wel zouden worden ontwikkeld in het kader van de woonuitbreidingsgebieden. Sindsdien hebben we ettelijke keren gevraagd waar de lijst blijft. Hij is er nog altijd niet. Bij de lancering van het groenboek in 2012 heeft minister Muyters gezegd dat er een kortetermijnactie zou gebeuren en dat er zou worden nagegaan welke woonuitbreidingsgebieden zouden kunnen worden geschrapt. Binnenkort is dat vijf jaar geleden.

Minister, wanneer komt u nu eindelijk met die lijst?

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega's, we hebben nog maar pas tijdens een actuadebat gezegd – het was eigenlijk geen debat want we waren het er kamerbreed over eens – dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen nodig is om in Vlaanderen de cultuuromslag te creëren om op een andere manier na te denken over de ontwikkelingen om ruimte-inname op termijn te stoppen. Tegen 2025 mag dit maar 3 hectare per dag zijn, tegen 2020 mag dit maar 0 hectare meer zijn. Er zijn allerlei voorstellen van maatregelen zoals ruimtelijk rendement, ontwikkelingen bij knooppunten, ontwikkelingen bij voorzieningen.

We hebben inderdaad opnieuw kennis genomen van de VITO-studie. De analyse die ik daaruit maak – en dat is geen onverwachte analyse –, is dat er best nog wel wat gebieden in Vlaanderen zijn waar redelijk wat voorzieningen aanwezig zijn maar waar het totaal ontbreekt aan mobiliteitsknooppunten. Onze fractie heeft bij het actuadebat ook in de verf gezet dat het hoognodig is om werk te maken van toekomstige mobiliteit in functie van het ontwikkelen van een aantal gebieden, om Limburg bijvoorbeeld niet bij naam te noemen.

Minister, mijn vraag is dan ook heel concreet. Ik had ze oorspronkelijk ingediend aan minister Weyts, maar ik heb begrepen dat minister Schauvliege zal antwoorden. Welke initiatieven hebt u al ontwikkeld sinds het tot stand komen van dit plan om de mobiliteitsknooppunten versneld te realiseren in functie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega's, u vraagt wat er nu met die VITO-studie zal gebeuren. Het is een studie van februari 2016. Wat hebben wij gedaan? Op basis van onder andere die studie – want het was een van de elementen die daarin heeft meegespeeld – heeft de Vlaamse Regering het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd. Daarin staat inderdaad de ambitie, die hier heel wijd gedeeld wordt, dat de ruimte-inname, elke dag 6 hectare en elke dag 2,5 hectare verharding, moet stoppen. De ambitie is om tegen 2040 tot 0 hectare te komen. Hoe gaan we dat doen? Verdichten, verweven, meer bouwen in de kernen. Er staat ook in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat we grote ontwikkelingen met heel veel mobiliteit gaan enten op knooppunten. Het gaat niet alleen over collectieve vervoersmodi maar ook over andere knooppunten. We hebben heel uitdrukkelijk in het witboek verankerd dat het niet alleen gaat over knooppunten die vandaag de dag al bestaan, maar dat het ook gaat over geplande en toekomstige knooppunten. Het is ook statisch. Het is niet omdat er vandaag geen collectief vervoer is dat dit in de toekomst niet kan worden gepland en gerealiseerd. Het staat heel uitdrukkelijk in het witboek.

Hoe gaan we verder? We zijn volop in consultatie over het witboek. Het moet uiteindelijk leiden tot een definitief ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Er volgt nog een openbaar onderzoek en begin 2018 zal het definitief een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moeten opleveren.

Wat gaan we niet doen? Mevrouw Pira, ik heb het al een paar keer gezegd, dat is: op basis van een academische studie en vanop een bureel in Brussel met de rode balpen lijnen trekken door woongebieden of woonuitbreidingsgebieden. We gaan daarover in consultatie gaan, we gaan ervoor zorgen dat we de juiste instrumenten daarnaast zetten. Als men die keuzes maakt, moet men ervoor zorgen dat het Instrumentendecreet werkt: planschade, planbaten, verhandelbare ontwikkelingsrechten en tal van andere instrumenten moeten ter beschikking zijn zodat men voldoende rechtszekerheid kan geven aan de mensen en hen niet zomaar gaat raken in hun eigendomsrecht zonder dat de overheid daar goed over heeft nagedacht en dat er overleg is gebeurd. Het Instrumentendecreet zal daar dus deel van uitmaken en moet ervoor zorgen dat we dat in de praktijk kunnen uitvoeren.

Er is nog een afspraak gemaakt in het kader van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, namelijk dat we een budgettaire impactanalyse maken. We moeten consequent zijn en kijken welke vergoedingen of andere instrumenten we daar tegenover stellen.

Welke initiatieven worden genomen om ervoor te zorgen dat er meer wordt ingezet op verdere ontwikkelingen onder andere van het openbaar vervoer? Namens minister Weyts kan ik meedelen dat de beleidskredieten Openbare Werken in 2017 met 407 miljoen euro zijn gestegen – dat is 13 procent in een jaar tijd – en dat er ook heel sterk wordt ingezet op de verdere ontwikkeling.

Specifiek voor Limburg, omdat daar nu naar gevraagd wordt, wordt er verwezen naar Spartacus 1 wat intussen vlot getrokken wordt, maar ook naar de versnelde uitrol van Spartacus 2 met de verbinding Hasselt-Maasmechelen, en naar Spartacus 3 met de spoorlijn Hasselt-Neerpelt als prioriteit in de Vlaamse spoorstrategie. Er zijn nog andere projecten zoals de Noord-Zuidverbinding. De Vlaamse Regering werkt volop aan een robuuste oplossing daarvoor. De grote hefboominvesteringen in Limburg zijn geraamd op 20 miljoen euro in de volgende drie jaar. Er is nog eens in 62 miljoen euro voorzien voor focusinvesteringen voor een volledige vervoersregio Limburg.

We gaan niet over één nacht ijs, collega’s. Als de overheid een degelijk ruimtelijk beleid wil voeren, moet ze dat in overleg doen, er de lokale besturen bij betrekken. Dat gebeurt op dit moment met het witboek, er is volledige consultatie. We gaan ondertussen zorgen dat er een goed instrumentarium is, dat we goed doordachte keuzes maken en dan pas kunnen we op een juiste manier beslissingen nemen zonder de mensen te raken in hun eigendomsrecht.

Het gaat hier niet om een bouwstop, ik wil het nog eens herhalen, het gaat erover om op een andere manier ontwikkelingen te doen, vooral gericht naar kernen, ook op het platteland, ook in West-Vlaanderen, en ook in Limburg. We zullen er beter over nadenken waar het beter en aangenamer zal zijn om te wonen. Op die manier zal men misschien minder in de file staan en zal er een goede ontsluiting zijn.

Minister, ik hoor het u graag zeggen natuurlijk, dat u de vele investeringen in Mobiliteit die minister Weyts plant, meeneemt in het verhaal van wat goed gelegen is. Dat wordt een beetje verbreed ten aanzien van de VITO-studie, dat heb ik goed genoteerd.

Ik begrijp en ik deel de bekommernis van die gebieden die na het lezen van de VITO-studie zeiden: oei, wat nu met onze ontwikkeling? Die bekommernis mag natuurlijk ook niet de andere kant uitslaan, het mag geen blanco cheque zijn of vrijkaart om echt slecht gelegen gebieden verder te gaan ontwikkelen. Vandaar het belang van dat Instrumentendecreet en uw verdere stappen om wat echt slecht gelegen is, een andere bestemming te geven.

Daarbij aansluitend een tweede bezorgdheid waar u ook op bent ingegaan: de rechtszekerheid. We nemen niemand zijn grondwaarde af. In dat kader hebt u net een aantal zaken toegelicht zoals verhandelbare bouwrechten. U hebt in december in Het Laatste Nieuws aangegeven dat een eerste raming op ongeveer 1,5 miljard euro kwam. Kunt u dat nog wat nader toelichten?

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, mijn partij wil vooral vooruitkijken, mensen incentives geven en niet alleen mensen in steden, maar ook in het buitengebied. Wat dat betreft, denk ik dat we er zeker voor moeten opletten dat het BRV dat er straks komt, een groot draagvlak heeft. Dat is één.

Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat er een aantal incentives komen. We hebben het vorige week in de commissie uitgebreid gehad over de 6 procent-btw-regeling voor nieuwbouw, voor verdichting conform het BRV. Daarvoor was er in onze commissie een groot draagvlak. Ik hoop dat u daar verder werk van zult maken.

U zegt vandaag dat u ruimtelijke ontwikkeling niet zult koppelen aan openbaarvervoersknooppunten zoals in de studie van VITO staat. Ik ben blij met dat antwoord. Niet zo heel lang geleden heb ik de bouwmeester een heel andere klok horen luiden. Hij zei expliciet dat, conform het kaartje van VITO, West-Vlaanderen, maar ook Limburg, eigenlijk geen kansen op ruimtelijke ontwikkeling meer heeft. U zegt nu dat u daar geen rekening mee zult houden en dat u niet alleen focust op die openbaarvervoersknooppunten. Wel, ik hoop dat u zeker woord houdt en dat de ruimtelijke krimp in Limburg zich niet zal doorzetten. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Minister, u stelt mijn geduld ongelooflijk op de proef. Nochtans ben ik een heel geduldig iemand.

Vijf jaar geleden heeft minister Muyters al gezegd dat de slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden moesten worden geschrapt en dat hij daarrond een kortetermijnactie zou ondernemen. Nu zegt u dat u niet over één nacht ijs zult gaan en dat er eerst een Instrumentendecreet enzovoort moet worden ontwikkeld. Ik heb daar uiteraard begrip voor. Maar hoelang zal het nog duren vooraleer u met een stuk rechtszekerheid komt? Want u hebt het wel over ‘lokale besturen en consultatie’. Maar heel veel besturen zitten te wachten op het moment dat u actie onderneemt. Elk bestuur heeft een ruimtelijk ontwikkelingsplan. Dat is allemaal gesneden koek, minister. Ik vraag mij af hoeveel tijd u daar nog voor nodig hebt.

Soit, ik ben geen minister. Ik kan daar niets aan doen. Ik kan alleen maar wachten op u. Maar dan vraag ik u intussen toch één ding. U communiceert in de media over die betonstop of de bouwshift – hoe het ook genoemd wordt. Wat denkt u dat er gebeurt? Mensen die nog ergens een eigendom liggen hebben, worden wakker gemaakt. Daarom vraag ik u: waarom stelt u geen moratorium in op de woonuitbreidingsgebieden op dit moment?

Minister, ik ben tevreden dat u herhaalt dat ontwikkelingen ook moeten kunnen bij toekomstige mobiliteitsknooppunten. Dat is alleszins een boodschap die ik, wellicht net als andere collega’s, met veel plezier meeneem naar Limburg, naar streken waar men reeds lang wacht op bepaalde mobiliteitsontsluitingen. Inderdaad, dit Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zal een budgettaire impact hebben. Het zal ongetwijfeld economische terugverdieneffecten hebben. Dat debat moeten we hier niet meer voeren.

Ik hoor u namens minister Weyts spreken over bijkomende beleidsruimte in functie van openbare werken. Mijn vanzelfsprekende vraag is dan ook: mogen we er dan van uitgaan dat de bijkomende beleidsruimte integraal is bestemd om die missing links weg te werken?

De heer Tobback heeft het woord.

Ik vind sommige pleidooien toch wel wat verrassend. We weten allemaal dat een groot deel van ons fileprobleem, de reden waarom we elke dag opnieuw – ook vandaag – in de file staan, te wijten is aan het feit dat we ongecontroleerd hebben gebouwd op plaatsen waar je alleen maar met de auto geraakt en alleen maar met de auto weggeraakt.

We weten allemaal dat we daarmee moeten stoppen. Het gezond verstand zegt dat. Er zijn twee manieren om daarmee te stoppen. Ten eerste zou je kunnen zeggen dat je niet meer mag bouwen of niet meer mag wonen in Limburg en West-Vlaanderen. Dat doe ik uitdrukkelijk niet. Ik kan de collega’s geruststellen. Maar het maakt mij wel bezorgd dat de collega’s dan niet de andere logische consequentie trekken en, in plaats van ervoor te pleiten om gewoon voort te doen en het probleem erger te maken, ervoor zouden pleiten – de heer Ceyssens doet dat tenminste nog een klein beetje – inderdaad te koppelen aan openbaar vervoer en aan collectieve knooppunten en om daarin dan ook te investeren.

Mevrouw Peeters, u zou dit kunnen gebruiken om meer en beter openbaar vervoer in Limburg te kunnen hebben. U zou daarmee ongelooflijk veel Limburgers een plezier doen die nu vandaag op de E314 ondertussen ook alweer uren staan aan te schuiven. U doet dat echter niet. U zegt: ‘Laat ons gewoon verder doen zoals we doen.’

Minister, mijn vraag aan u is heel concreet. Praat met deze Vlaamse Regering. Neem die verantwoordelijkheid. Baken de gebieden inderdaad af. Geef duidelijk aan waar u in de toekomst zult investeren. Koppel die twee aan elkaar: bouw nog alleen maar waar we in de toekomst ook kunnen garanderen dat je er weggeraakt. Zult u dat doen? (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Sintobin heeft het woord.

Het heeft voor mij geen belang of de studie één jaar oud is of niet. Ik deel wel de bekommernis van vier burgemeesters bij ons in de Westhoek en trouwens ook van de gedeputeerde in de provincie Limburg. Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat er niet mag worden gebouwd waar er weinig mobiliteitsknooppunten zijn en dergelijke. Maar ik sta toch voor mijn provincie wanneer ik mij perfect kan aansluiten bij de kritiek van enkele burgemeesters, dat als er decennialang niet geïnvesteerd wordt door de NMBS, door De Lijn, door de Vlaamse overheid, je dan niet moet komen zeggen dat daar niet meer mag worden gebouwd. Ik denk dan ook dat de Vlaamse overheid daar een taak heeft te vervullen.

Wij trekken mensen weg uit West-Vlaanderen en Limburg. Wij houden hier al jaren debatten over braindrain vanuit die provincies en over armoede op het platteland, en jullie gaan er nog voor zorgen dat er minder gebouwd wordt en dat er minder mensen wonen. Ik vraag u dan ook uitdrukkelijk om het overleg te organiseren met de betrokken burgemeesters, om zo het draagvlak te verhogen.

Collega’s, ik daag iedereen uit om de inhoud van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen eens goed te lezen. Er wordt heel veel over verteld en allerlei speculaties doen de ronde, maar het zou misschien goed zijn om toch eens terug te keren naar wat de Vlaamse Regering heeft beslist en naar wat ook in het witboek staat.

Ik herhaal nog eens dat er een ruim draagvlak was tijdens het actualiteitsdebat over het witboek. De manier waarop we vandaag de open ruimte innemen, met 6 hectare per dag en een verharding van 2,5 hectare per dag: daar moeten we iets aan doen. Dan moet je inderdaad keuzes maken. De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om mensen te stimuleren om in de kernen te gaan wonen. We gaan meer inzetten op verdichting en verweving. Ik heb het al een paar keer gezegd en ik zal het blijven herhalen: het gaat er niet om dat iedereen in de stad of in de Vlaamse Ruit Brussel-Gent-Antwerpen-Leuven moet gaan wonen. Het gaat om ontwikkeling, ook in de Westhoek en in Limburg.

We zullen dat wel op een slimme manier doen. In het witboek staat dat wij bij grote ontwikkelingen zullen enten op collectieve vervoersknooppunten, maar ook op wat er in de toekomst gepland wordt en wat er nog zal worden gerealiseerd. Ik zei het daarnet al en ik herhaal het nog eens uitdrukkelijk: je kunt een momentopname doen en je kunt een studie van de VITO hebben, maar je moet natuurlijk ook wel rekening houden met geplande bijkomende investeringen.

Maakt u er zich maar geen zorgen over dat ik zou moeten praten met burgemeesters. We zijn op dit moment echt aan het werken aan het draagvlak van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het is niet voor niets dat wij nu de tijd nemen om dat witboek met de lokale besturen te bespreken, dat we nadien naar een eerste beslissing gaan, dat we dan ook nog eens een openbaar onderzoek hebben, en dat we pas in 2018 tot een definitief Beleidsplan Ruimte Vlaanderen komen.

Ik ben trouwens zelf naar de Westhoek gegaan. We hebben daar gedebatteerd over de plannen voor verdere ontwikkelingen. We hebben daar zeer goede gedachtewisselingen gehad.

Mevrouw Pira, ik ben het helemaal niet met u eens dat de overheid zomaar vanuit Brussel van de ene op de andere dag plots zou zeggen dat er niet meer mag worden gebouwd, dat zij zich niets zou aantrekken van het eigendomsrecht en dat zij zou zeggen: ‘U moet maar uw plan trekken.’ Dat is uw visie. Dat is niet de visie van de Vlaamse Regering. Wij willen dat op een doordachte manier doen. Wij willen de juiste instrumenten hebben. Wij willen ook overleg met de lokale besturen. Als u zegt dat de lokale besturen zitten te wachten tot Vlaanderen iets doet, dan ken ik heel veel lokale besturen, mevrouw Pira, die nu al heel goede en moedige beslissingen nemen, ook wat betreft woonuitbreidingsgebieden. De instrumenten zijn er. Zij kunnen daar heel snel mee aan de slag. De meesten hebben dat trouwens al gedaan. Zeggen dat de lokale besturen wachten tot Brussel iets doet, is een foute houding. Heel wat instrumenten zijn nu al in handen van de lokale besturen. Ik zie dat die keuzes op heel veel plaatsen worden gemaakt.

Mijnheer Ronse, u zegt dat het geld zal kosten. Er is een raming gebeurd. Waar komt die 1,5 miljard euro vandaan? Ik heb dat ook al een paar keer geschetst. Dat is een heel ruwe raming van onze diensten, die louter en alleen hebben gekeken naar de instrumenten die vandaag bestaan: planbaten en planschade. Dat is een eerste worp die daaruit is voortgekomen. Dit moet uiteraard verder verfijnd worden. Dat is ook de afspraak binnen de Vlaamse Regering. We moeten ook bekijken welke nieuwe instrumenten kunnen worden ingezet. De verhandelbare ontwikkelingsrechten zijn een nieuw instrument, dat op zich ook geen geld hoeft te kosten en dat nieuwe rechten kan laten ontwikkelen op een andere plaats omdat dat op een plaats waar je eigendomsrecht hebt, misschien niet kan. 

Dat zijn nieuwe instrumenten die nu op een goede manier worden uitgewerkt. Ze zullen zorgen voor een goed kader. De VITO-studie is één van de elementen die in het witboek aan bod komen. We zien het ruimer. En we gaan niet over een nacht ijs. Ik herhaal nogmaals dat het er niet om is te doen om iedereen in de stad te laten wonen en evenmin gaat het over een bouwstop. Het gaat er ook niet om dat men van West-Vlaanderen tot Limburg geen ontwikkelingen meer kan initiëren. Wel willen we goede, slimme keuzes maken en als overheid consequent zijn, zodat er rechtszekerheid is en met de juiste instrumenten wordt gewerkt.

Collega’s, ik wil een belangrijke, partijoverschrijdende oproep doen. We hebben allemaal een verpletterende verantwoordelijkheid inzake onze ruimtelijke ordening. De toekomst van vele generaties Vlamingen op het vlak van mobiliteit, klimaat, wonen en werken zullen wij bepalen. De Vlaamse Regering heeft de bijzonder moedige beslissing genomen om het ruimtebeslag tegen 2040 drastisch af te bouwen. In concreto gaat het over ongeveer 48.000 hectare harde bestemmingen die een andere bestemming zullen krijgen. Het is erg gemakkelijk om in bepaalde regio’s paniek te zaaien met een oude VITO-studie in de hand, en te stellen dat de koper mag beslissen waar hij mag bouwen. Laat ons dat gratuite gedrag achter ons laten.

Minister, u maakte twee zaken duidelijk. Een: iedere eigenaar van grond waarvoor de bestemming wijzigt, zal correct worden vergoed. Twee: de toekomstige ontsluitingen van knooppunten worden meegenomen. Geen enkele regio wordt doodgeknepen. De doelstelling is een verstandige omgang met onze open ruimte. Wij allen hebben op dat vlak een verpletterende verantwoordelijkheid. Laat ons dus stoppen met mensen bang te maken. (Applaus)

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik ben blij te vernemen dat u de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling niet alleen zult koppelen aan het huidige, ondermaatse openbaarvervoersaanbod, maar ook rekening zult houden met technologische ontwikkelingen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de elektrische auto’s en de elektrische fietsen, en aan de aanleg van fietsautosnelwegen. Ik hoop dat u ervoor zorgt dat Limburg geen schrik moet hebben dat er een ruimtelijke krimp komt. Ik verwijs dan graag naar de woorden van de gedeputeerde van de provincie die verantwoordelijk is voor ruimtelijke ordening, uw partijgenote Inge Moors. Tijdens de besprekingen in november heeft ze opgeroepen om samen te werken en om het beeld van Limburg op Vlaams niveau te veranderen. Op dat punt ben ik haar bondgenoot, en ik hoop dat u dat ook bent. (Applaus bij Open Vld)

Minister, als politica heb ik te veel ervaring om ondoordachte uitspraken te doen. U schetst een beeld alsof Brussel ondoordacht en zonder overleg woonuitbreidingsgebieden schrapt. Wel, dat is een karikatuur. Dit is wat ik wou zeggen: de tijd staat niet aan uw kant. Al in 2012 is gezegd dat slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden dringend moeten worden geschrapt. Nu zegt u dat pas in 2018 iets zal gebeuren, na een reeks raadplegingen en openbare onderzoeken. Wat zal er in de tussentijd gebeuren? Woonuitbreidingsgebieden zal men verder volbouwen. Signaalgebieden en overstromingsgebieden zal men evenzeer volbouwen. Ik voorspel het u: dat zal er gebeuren. We blijven dus een moratorium op bouwen in die slecht gelegen gebieden vragen. (Applaus bij Groen)

Minister, ik begrijp dat u niet hebt kunnen antwoorden op mijn vraag of die bijkomende beleidsruimte integraal is bedoeld voor de missing links. Ik zal de vraag opnieuw stellen aan minister Weyts, want dat is essentieel voor de realisatie van de ambitieuze doelstellingen.

We zijn er allemaal van overtuigd dat we er vandaag aan moeten beginnen, zo niet zullen we in 2025 niet die doelstelling van 3 hectare bereiken en in 2010 niet de doelstelling van 0 hectare. Er moet dus dringend worden geageerd. Er moet dringend worden gezorgd voor de realisatie van de mobiliteitsprojecten waar we het al zo lang over hebben. Zo zorgen we ervoor dat er niet enkel een ruimte-innamestop komt, maar dat Vlaanderen ook blijft evolueren als een dynamische regio.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.