U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 1 februari 2017, 14.03u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, in een gemiddeld schoolklasje in België van twintig kinderen zitten vier kinderen die in armoede leven, in Brussel zijn er dat acht. Dat blijkt uit cijfers van de ULB en de Koning Boudewijnstichting. Bij meer dan vijf van die leerlingen is er zelfs sprake van diepe armoede.

Verder is het in die studie ook opvallend dat vooral alleenstaande moeders en moeders met een migratieachtergrond het zeer moeilijk hebben en onder de armoedegrens zitten. Kansarmoede – en dat is algemeen geweten – is gelinkt aan de grootstad. Grootsteden trekken mensen aan die op zoek zijn naar nieuw leven en die vluchten voor armoede, geweld en honger. En zij komen natuurlijk niet binnen via Zichen-Zussen-Bolder, maar via Brussel, Luik, Charleroi, Antwerpen. In die steden is inderdaad de grootste concentratie van armoede te merken.

In die steden wordt ook wel gewerkt om iets te doen tegen die armoede. We hebben een sociale lift die mensen optilt uit armoede en hun een beter leven geeft. Dat doen we door jobs te creëren, door in kwalitatieve kinderopvang te voorzien en via onderwijs. We zien dat de mensen, wanneer ze het beter krijgen, dikwijls verhuizen naar de Vlaamse Rand. Op die manier moeten Brussel en de andere grootsteden telkens opnieuw van nul beginnen.

Minister, in de beleidsbrief Armoedebestrijding zegt u: ‘Ja, ik wil meewerken aan een armoedebestrijdingsbeleid in Brussel en ik wil daarvoor samenwerken met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).’ Dat kunnen wij alleen maar aanmoedigen, want het is onze Brusselexpert van de Vlaamse overheid.  Minister Gatz heeft ook al gezegd dat u – ik citeer – “een scharnierfunctie” hebt ten opzichte van het Brusselse armoedebeleid.

Minister, welke initiatieven zult u nemen, buiten wat er nu al staat, binnen het Vlaamse antiarmoedebeleid in Brussel, samen met Brusselse partners, om de armoede daar terug te dringen?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Poschet, ik wil eerst de opmerking maken dat ik absoluut geen coördinerend minister ben voor de armoedebestrijding in Brussel. De situatie is heel ingewikkeld. U kent die beter dan ikzelf. Mevrouw Debaets, een partijgenote van u, is bevoegd in de VGC, en Pascal Smet is bevoegd in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC).

Ik heb vanmiddag in het VRT-journaal mevrouw Debaets nog uitvoerig aan het woord gehoord. Ook vanmorgen heb ik haar gehoord, in de radioprogramma’s De Ochtend en Hautekiet.

Natuurlijk investeren wij ook vanuit onze gemeenschapsbevoegdheden in de armoedebestrijding in Brussel. Dat is evident. Maar, de GGC heeft nog altijd geen armoedebestrijdingsplan opgesteld, in tegenstelling tot ons Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) dat al anderhalf jaar klaar is.  Dat is heel belangrijk. Ik hoop dan ook dat u die boodschap doorgeeft aan uw collega's in het Brusselse parlement. U maant hen dus het best aan om dat plan op te stellen.

Armoedebestrijding bevat een aantal belangrijke hefbomen. Ik heb mevrouw Debaets vanmiddag speciaal beluisterd omdat ik uw vraag had ontvangen. Zij sprak over de belangrijke hefbomen wonen en werk. Dat zijn allemaal gewestmateries. Mijnheer Poschet, met alle respect en voor alle duidelijkheid: Brussel is een afzonderlijk gewest. Als minister van Wonen kan ik niets doen wat wonen betreft in Brussel. Minister Muyters kan niets toen wat werk betreft in Brussel. Het zal de socialistische collega's en ook de collega's van Groen misschien verbazen dat ik hier nu uitpak met de recentste publicatie van Sampol. (Applaus bij Renaat Landuyt)

In die publicatie staat een bijdrage van professor Danielle Dierickx. Zij zegt wat wij eigenlijk al jaren zeggen: de beste weg om niet in armoede te belanden of om uit de armoede te kunnen geraken, is het hebben van werk. Dat is wat zij letterlijk zegt!  (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Poschet, u weet dat we vanuit Vlaanderen via de VGC het armoedebeleid in Brussel ondersteunen. Ze krijgen jaarlijks een subsidie van ons. Alle projectoproepen die uitgaan van de Vlaamse gemeenschapsbevoegdheden staan ook open voor Brussel. Er zijn ook heel forse investeringen in gemeenschapsbevoegdheden, zoals welzijn, onderwijs, jeugd en dergelijke meer.

U stelt die vraag nu hier. Maar wat doet de Commission Communautaire Française (COCOF)? Wat doet de COCOF?

Voorzitter, ik rond af. Ik heb in de studie gelezen en in alle interviews van vandaag gehoord dat de armoede in Brussel jammer genoeg ook te maken heeft met migratie. Migratie staat gelijk aan integratie, het leren van de taal. Het kennen van de taal is de sleutel tot integratie. Mag ik u bij dezen oproepen om uw Brusselse collega's erop attent te maken dat er eindelijk werk moet worden gemaakt van de verplichte inburgering in Brussel? Want die bestaat de dag van vandaag nog steeds niet! (Applaus bij de meerderheid)

Joris Poschet (CD&V)

Minister, u hebt eigenlijk niets gezegd op mijn vraag: wat gaat u nog extra doen? Ik heb niet gezegd dat u coördinerend minister bent van Armoedebestrijding in Brussel, u bent coördinerend minister van Armoedebestrijding van de Vlaamse Gemeenschap. Dat is uw grondwettelijke taak en bevoegdheid in Brussel. Ik zou dus willen vragen om daar een actievere rol te spelen. Ik weet dat u een bijdrage levert en 220.000 euro geeft aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in het kader van kinderarmoedebestrijding. Dat is eigenlijk vergelijkbaar met wat u doet voor de Vlaamse centrumsteden. U opent ook oproepen voor Brusselse projecten, alleen zijn die oproepen zo geschreven dat ze niet van toepassing zijn of dat ze heel moeilijk invulbaar zijn vanuit het Brusselse terrein. (Rumoer. Opmerkingen bij de N-VA)

Ik zou u willen vragen om contact te nemen met onze Brusselexpert van de Vlaamse overheid, de VGC, om samen te zitten op voorhand en die projectoproepen specifieker in te vullen. (Opmerkingen)

Ze willen dat wel.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

We hebben het hier al elke week over gehad. Een cijfer dat opvalt, is dat een op vier kinderen in armoede opgroeit in een gezin waar niet gewerkt wordt. Werk is dus effectief wel een zeer determinerende factor voor de toekomst van kinderen. Daarbij is er nog het onderwijs. Als mensen geen diploma hebben, geraken ze moeilijk aan een job en zo gaan we de generatiearmoede niet doorbreken.

Ik weet wel dat Werk een gewestelijke en federale materie is, maar er zijn nog bevoegdheden zoals Onderwijs, Welzijn en Armoedebestrijding. Wordt er overleg gepleegd tussen de ministers?

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik was gisteren op de voorstelling van deze studie, die eigenlijk wel wat meer aandacht verdient dan we in het bestek van een actuele vraag kunnen behandelen.

Ik wil hoopvol zijn, want als u, minister, begint te citeren uit 'Samenleving en politiek', dan is de verandering misschien echt wel ingezet. Ik hoop dat u voortaan een beetje minder selectief citeert. Ik hoop dat, als u deze studie leest, u echt leest wat er staat, want het is lang niet zo dat de conclusie is dat er alleen maar gewestbevoegdheden zouden zijn. Heel helder wordt erin gezegd dat er aandacht moet zijn voor kinderopvang, dat er moet worden gewerkt in het onderwijs, dat er moet worden gewerkt vanaf de kleuterschool enzovoort. Dat zijn allemaal gemeenschapsbevoegdheden waar wij wel voor bevoegd zijn, en waarvan ik u vraag om de handschoen op te nemen, om te gaan coördineren, en zoals mevrouw Saeys vraagt, om te gaan samenzitten met federaal staatssecretaris van Armoedebestrijding Sleurs en alle anderen in een interministeriële conferentie, die dit jaar nog niet heeft plaatsgevonden. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, u hebt uw spreektijd bijna volledig gebruikt om te zeggen waarom u niet bevoegd bent en waarom anderen verantwoordelijk zijn.

Dat er een probleem is bij de Brusselse Regering, bij de VGC en bij de GGC, daarover hebt u gelijk. Die moeten dringend uit hun pijp komen. Dat dit u en uw regering volledig vrijpleit van verantwoordelijkheid, daar hebt u geen gelijk in. De laatste maanden zijn er systematisch door collega’s van uw regering initiatieven of subsidies stopgezet die net op die kinderarmoede inspelen.

U zegt terecht: werk is belangrijk. Een van die initiatieven is Groot Eiland. De Vlaamse Regering zet die subsidies stop terwijl zij uitstekende resultaten hebben om jonge werkloze Molenbekenaren naar werk toe te leiden. Nog één: vzw Toekomst verliest zijn subsidies van de Vlaamse overheid, terwijl zij net inzet op het activeren en enthousiasmeren van jongeren. Drie: hier zitten parlementsleden die een spaghetti-avond inrichten voor vzw Askima en deze Vlaamse Regering ondersteunt die vzw nog altijd niet volwaardig.

Minister, u hebt hefbomen, u kunt veel doen, gebruik ze.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Ik zag hier bijna een paraplu omhoog gaan bij sommige vraagstellers of sprekers. We zaten met een zesde staatshervorming en plots was het de Vlaamse Regering die ook bevoegdheden had in Brussel waarvoor ze eigenlijk niet bevoegd was.

Mijnheer Poschet en andere collega’s, waar blijft het GGC-college met zijn armoedebeleidsplan? We hebben vandaag mevrouw Debaets verschillende keren horen reageren, maar zij is tot op heden nalatig gebleven om effectief een armoedebeleid in Brussel uit te voeren. Het is een terechte opmerking dat Vlaanderen tussenbeide kan komen, en het doet dat ook via de VGC. Vlaanderen maakt daar budgetten voor vrij. Het zijn evenwel de Brusselse collega’s die tot heden schuldig verzuim plegen en de oorzaak zijn van dit probleem van armoede in Brussel. Het is een verantwoordelijkheidsprobleem. Tegelijk mag ook gezegd worden dat mensen er niet voor kiezen om in armoede te leven, ze worden erin geboren. Er is dus ook een verantwoordelijkheid van de ouders. Maar we moeten vooral kijken naar de Brusselse politici die nalaten om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Mijnheer Van Malderen, ik dacht dat ik er mij niet enkel van had afgemaakt door te verwijzen naar de gewestbevoegdheden. Ik heb ook gezegd dat werken en wonen belangrijke hefbomen zijn in het bestrijden van armoede. Ik heb ook verwezen naar belangrijke gemeenschapsbevoegdheden zoals welzijn en onderwijs. Er is nog nooit zo fors geïnvesteerd in onderwijs in Brussel door Vlaanderen. Dan stel ik opnieuw de vraag: wat doet de COCOF? Ik weet niet wat zij doen, maar ik vind wel dat wij onze verantwoordelijkheid vanuit de Vlaamse Regering moeten opnemen en we doen dat ook.

Het is niet voor niets dat het Nederlandstalig onderwijs veel populairder is dan het Franstalig onderwijs. Dat is zo omdat het meer kwaliteit biedt. Kortom, investeren wij fors? Het antwoord op die vraag is: ja.

Mijnheer Poschet, ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen, maar zoals de heer Vanlouwe heeft gezegd, ben ik niet verantwoordelijk voor het armoedeplan van de GGC. Ik moet daar de mensen niet gaan zeggen hoe ze dat moeten aanpakken. Ik heb het VAPA, in samenspraak met mijn administratie, ook alleen geschreven. Ofwel ben je een volwaardig gewest en neem je volwaardige bevoegdheden en verantwoordelijkheden op, ofwel kijk je altijd naar anderen die het in je plaats moeten doen. Van twee dingen één.

Op 20 juni heb ik de zoveelste brief gestuurd naar de VGC om tot een afspraak te kunnen komen en om te kijken hoe we dat concreet kunnen aanpakken wat de Gemeenschapsbevoegdheden betreft. Ondertussen heb ik al twee herinneringsbrieven verstuurd. Ik krijg als antwoord dat ze er bij de VGC niet in slagen om een contactpersoon aan te duiden wat armoedebestrijding betreft. Uw vraag is terecht, maar u zou ze beter in het Brusselse parlement stellen. (Applaus bij de N-VA)    

Joris Poschet (CD&V)

Minister, het was helemaal niet mijn bedoeling om hier een rondje Homans-bashen of Brussel-bashen van te maken. De problematiek is daarvoor veel te ernstig.

Ik kan er ook niet tegen dat er constant naar een ander beleidsniveau wordt verwezen, terwijl u bevoegd bent voor armoedebestrijding voor de Vlaamse Gemeenschap en Brussel is daarvan de hoofdstad, dacht ik. Mijnheer Vanlouwe, de zesde staatshervorming heeft daar geen jota aan veranderd.

Ik kan dus niet anders dan u oproepen tot voluntarisme. Neem contact op met al wie u daarnet hebt opgesomd. Ik zal onze collega’s ertoe aanzetten om dit in het Brusselse parlement en in de GGC-raad en de VGC-raad verder op te volgen om samen tot een beter resultaat te komen en om zuurstof te geven aan die sociale lift, om zoveel mogelijk Brusselaars uit die armoede te halen. Dat zal de Vlaamse Rand ook ten goede komen. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.