U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, gisteren was het de dag van de directeur, en uiteraard is het een dag waarop leerkrachten en leerlingen hun directie in de bloemetjes zetten. Als ik de kranten mag geloven, is dat ook uitgebreid gebeurd, en dat is heel verdiend. Het is ook een dag waarvan gebruik wordt gemaakt om opnieuw de werkdruk aan te kaarten en om te zeggen dat het soms toch echt wel veel is. Niet zozeer de kerntaken wegen op de directies – en vooral op de directies van het basisonderwijs, die toch minder ondersteuning hebben –, maar vooral de extra taken wegen. We spreken dan over administratieve taken, financieel beleid, logistiekondersteunende taken die niet tot de kerntaken behoren. Directies behoren zich bezig te houden met pedagogisch-didactische taken, met het ondersteunen van hun team, met het personeelsbeleid, met de kinderen op school en uiteraard ook met de organisatie en de planning van allerlei activiteiten.

Minister, u geeft in uw beleidsbrief aan dat u werk wilt maken van het schoolleiderschap, via het loopbaanpact. U geeft ook aan dat u legislatuuroverschrijdend een plan basisonderwijs wilt uitwerken. Het is heel belangrijk om daar actief werk van te maken. We merken dat de motivatie van onze directies achteruitgaat door die extra taken die op hen afkomen. Mensen haken soms af en kiezen er dan voor om terug voor de klas te staan omdat ze eigenlijk een beetje teleurgesteld zijn in die inhoud van hun taken.

Minister, welke concrete maatregelen wilt u nemen, ook nog deze legislatuur, om ervoor te zorgen dat de directie zich meer en meer kan toespitsen op die kerntaken die zo belangrijk zijn? 

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, in het kader van de dag van de directeur van gisteren kreeg ik een noodoproep van een collega-directeur van een basisschool, een heel geëngageerde, vriendelijke en gemotiveerde dame. Naast haar fulltimejob als directeur – en geloof me, directeur zijn ís een fulltimejob – moet zij zelf een halve week voor de klas staan en kan zij amper rekenen op anderhalve dag administratieve ondersteuning per week. En zij is niet alleen. Samen met haar zitten velen in dezelfde situatie.

En jobs combineren, dat gaat niet. De mensen haken af, geven er de brui aan of vallen uit. En zo gaat er heel wat talent verloren. Minister, dat kan onmogelijk de bedoeling zijn.

Ik weet, we hebben er al veel over gedebatteerd in de commissie. U werkt aan een plan rond het basisonderwijs. Maar de directeurs vragen geen wonderen. Zij verwachten dat niet. Ze vragen een stappenplan, een signaal, een perspectief, waardoor zij zien dat er stappen vooruit worden gezet.

Minister, welke stappen zult u op korte termijn nemen om die problematiek aan te pakken en vooral een signaal te geven naar die directeurs die dagelijks heel hard bezig zijn met hun job, in het belang van de ouders, de leerkrachten, maar in de eerste plaats de kinderen? (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Vandenberghe, als ik me niet vergis, bent u directeur in het basisonderwijs? (Opmerkingen van Steve Vandenberghe)

Voilà. Ik denk niet dat dat bij mevrouw Krekels het geval is? (Opmerkingen van Kathleen Krekels)

Collega’s, we hebben al heel vaak discussie gevoerd in het parlement over de directeurs in onze scholen. Gisteren was het dag van de directeur. Een paar dagen geleden heb ik de vereniging van directeurs van het katholiek basisonderwijs ontvangen. Zij hadden een aantal scores mee. Ze zeiden: ‘We zijn bijzonder blij dat deze regering de eerste is die objectief erkent dat er een verschil in belasting is en dat er ook de bereidheid is om dat meerjarenactieplan te maken.’

Mijnheer Vandenberghe, u zegt terecht dat we in dat stappenplan geen wonderen kunnen beloven, aangezien ook de budgettaire ruimtes beperkt zijn. We kunnen daarin wel stap per stap een aantal objectieve en subjectieve zaken erkennen. Wat is het onderscheid? Het is objectief dat de omkadering van de directeurs van het basisonderwijs veel minder goed is dan die in het secundair onderwijs. Je kunt daar niet naast kijken, het is gewoon een gegeven. We moeten daaraan werken. Het is ook objectief dat sommige directeurs van het basisonderwijs vandaag ook nog lesgeven in de klas. Het is ten slotte ook objectief dat de verloning ongelijk is tussen de directeurs. Dat zijn drie zaken die vaststaan. Je moet geen ingewikkelde rekenoefening maken om dat in te zien. We moeten in ons plan dus bekijken hoe we daar meer beterschap in kunnen brengen voor de directies basisonderwijs.

Daarnaast zijn er een aantal subjectieve factoren. Om die goed in kaart te brengen, heb ik professor Devos van de Universiteit Gent gevraagd om daarrond een onderzoek te doen. Wat zijn die subjectieve zaken? Een, hoe komt het dat er in sommige scholen een veel groter verloop van directeurs is dan in andere? Heeft dat te maken met de populatie van de school? Heeft het te maken met de manier waarop die directeur de zaken aanpakt? Dat is niet heel duidelijk, omdat het beeld in Vlaanderen wat verschillend is. Twee, hoe wordt op een school omgegaan met papier? Sommige ouders ondernemen vaak juridische stappen tegen de school. We zien dat directies daar heel verschillend op reageren. Misschien kan dat ook wel de papieren rompslomp voor sommige directies verhogen, afhankelijk van de maatregelen die men neemt.

Drie, soms hebben directeurs het gevoel dat ze er helemaal alleen voor staan. Het is anders als meerdere scholen samenwerken. Dat kunnen scholen basisonderwijs zijn. Dat kunnen samenwerkingsverbanden zijn met het secundair onderwijs. Er zijn subjectieve zaken die we in kaart kunnen brengen, maar die los staan van het objectieve, namelijk de omkadering en de eventuele extra taak van lesgeven.

We verwachten die resultaten binnen enige tijd. Maar ik zal niet wachten om ons plan basisonderwijs uit te werken. De Vlaamse Onderwijsraad heeft nu gevraagd om zelf advies te mogen uitbrengen tegen eind februari, begin maart. In dat plan basisonderwijs kunnen we ook een aantal maatregelen meenemen voor de directies, want een directeur is zeer bepalend voor zijn school, en daarnaast, in het kader van de gesprekken rond de loopbaan die op dit moment lopen, hebben onderwijsverstrekkers gezegd dat ze ook wel echt eens willen kijken naar het profiel van directeur dat we nodig hebben. Het is niet noodzakelijk zo dat de beste onderwijzer in de school ook de beste directeur is, maar soms wordt daar wel van uitgegaan. Uiteraard kiezen de onderwijsverstrekkers, de scholen, zelf wie ze als directeur aanstellen, maar het zou wel handig zijn als we een betere profielschets hebben. Mevrouw Krekels zei het: mensen die overstappen naar het directeurschap, komen soms tot de conclusie dat het heel anders is dan ze verwachtten. Dat kan aan de werkdruk liggen, maar ook aan het gebrek aan inzicht in de job.

Op die twee terreinen moeten we werken. Ik hoop zo snel mogelijk dat plan te kunnen voorstellen.

Ik ben blij met uw antwoord, minister. U toont aan dat er al heel veel actieve stappen zijn ondernomen in dit plan. Misschien komt u in deze legislatuur nog met een en ander naar buiten.

Ik wil niet vooruitlopen op het onderzoek van professor Devos, maar een aantal dingen die u aanbrengt, wijzen toch ook enigszins op de professionalisering. We hebben het in de commissie al vaker gezegd, dat we dat echt wel heel belangrijk vinden. Nu is het nog een beetje een vrijblijvende invulling van de verschillende netten die ook wel eens wat wisselt. Het is heel belangrijk – u hebt het ook aangegeven – dat de directies leren om zich te organiseren, een visie te ontwikkelen en een team aan te sturen. Dat kan niet zomaar iedereen. Het is een zeer terechte opmerking, en we sturen daar ook op aan. Misschien moeten we ook eens bekijken, afhankelijk van de resultaten van het onderzoek, of er ook resultaatsgericht kan worden gewerkt. Nu is het vrijblijvend, ze moeten het niet volgen. Misschien moeten we dat resultaatsgericht maken, zodat we er een goede uitkomst aan kunnen geven met betrekking tot het gewenste profiel.

Ik dank u voor uw toelichting, minister. Ik wil al meteen een schot voor de boeg lossen. Al is mijn fractie absoluut voorstander van de gelijkschakeling van de lonen in het basisonderwijs, toch is dat niet de grootste bekommernis van de directeurs. Dat heb ik gemerkt in de vele rondetafelgesprekken. Wél grote bekommernissen zijn: een voltijdse directie zonder lesopdrachten, voldoende administratieve ondersteuning, voldoende uren zorgcoördinatie, zodat het middenkader wordt ingevuld, en de eenvormige, transparante, professionele opleiding en aanvangsbegeleiding voor de directeurs.

Ik kijk uit naar uw plan. Ik hoop dat we dat heel vlug kunnen doen, zodat we dat signaal kunnen geven aan die directies. Uiteraard zullen we daar – zoals gewoonlijk – op een zeer constructieve manier aan meewerken.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord

Minister, we verwachten inderdaad steeds meer van onze directeurs. De uitdagingen worden groter. We verwachten dat ze een sterke pedagogische visie hebben, dat ze heel veel beleidsvoerend vermogen hebben om hun school goed te runnen vanuit die visie, maar ze verdrinken nog in administratieve en logistieke taken. Dat is zeker zo in kleine scholen.

Ik heb onlangs een weekplanning doorgekregen van een directeur van een school in mijn buurt, en deze stond mijlenver af van het werkbaar werk waar we het net over hadden. Die agenda was niet leefbaar. Dat kan men niet combineren met een gezinsleven. Dat is niet realistisch. Ik denk dat we nood hebben aan een realistische inschatting van de taken van een directeur. Er moet voldoende vorming zijn – daar is grote vraag naar –, maar er moet vooral voldoende ondersteuning en omkadering komen, minister. We lezen dat al in rapporten van de Vlor van 2004-2008: zolang gaat het al mee. Ik hoop echt dat u erin slaagt om de zaken te verbeteren. De nood is zeer hoog op het terrein.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Vooraf wil ik naar aanleiding van de dag van de directies alle directeurs feliciteren met hun geweldige inzet.

Minister, ik heb uw voorgangers meermaals ondervraagd over de verschillende omkadering voor het secundair onderwijs en het basisonderwijs, over de ongelijke betaling van directies in het basisonderwijs, het feit dat sommige directeurs wel les moeten geven en andere niet. Ik hoop dat het bij u niet alleen bij beloftes zal blijven, maar dat u er, in tegenstelling tot uw voorgangers, in zult slagen om effectief beslissingen te nemen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, ik zal niet herhalen wat een aantal collega’s als terechte bezorgdheid hebben geuit. Ik sluit mij ook aan bij de appreciatie voor de directies.

Ik wil toch voor één bijzondere groep directies aandacht vragen bij de stappen die u nog wilt zetten. We vragen al twee jaar aan de directies buitengewoon basisonderwijs wel om fundamenteel anders te gaan werken. We hebben het er gisteren nog met een aantal schepenen van Onderwijs binnen OVSG over gehad. We vrezen een beetje dat de stress en de druk op hen nog groter zal worden. Als zij de waarborgteams trekken, dan hebben ze niet alleen de verantwoordelijkheid over hun eigen personeel dat binnen de school staat en alles wat er bij een buitengewone school komt kijken, maar sturen zij ook mensen aan die in ander scholen ondersteuning gaan bieden. Voor veel van die directies is dat wel een grote stap geweest. Ze doen dat met veel enthousiasme, maar we moeten erkennen dat dit een stap is die we in het buitengewoon of gewoon basisonderwijs nog nooit eerder gezet hadden. Daarom verdienen ze extra aandacht van de pedagogische begeleiding.

Minister Hilde Crevits

Ik zal al uw suggesties meenemen. Ik wil even inpikken op de geschiedenis. De laatste die ik gevonden heb die iets heeft gedaan om aan die lesopdracht te werken, was minister Frank Vandenbroucke. Toen stond men ook voor het dilemma: gaan we de lesopdrachten bij de directies wegnemen of laten we ze bestaan? De vraag was ook: gaan we de verloning gelijk trekken of laten we die verschillen bestaan? Toen hebben de directies er heel expliciet voor gekozen om aan de omkadering te werken.

Mijnheer Vandenberghe, het klopt dat er loonverschillen zijn, maar dat is niet de grootste zorg. De grootste zorg is het feit dat als je voltijds directeur bent, je helemaal anders naar die school kijkt dan als je dat niet bent. Zovele jaren geleden heeft men er niet voor gekozen om dat af te schaffen, hoewel ik het eigenlijk vrij logisch vind dat die lesopdrachten wegvallen voor iemand die een directiefunctie vervult. Dat kan voor mij uiteraard deel uitmaken van het geheel, maar er moet ook een budget voor worden uitgetrokken.

Die lesopdracht is één zaak, maar u had het daarnet ook over voldoende zorgcoördinatie. Dat zijn flankerende zaken: er moet ook voldoende administratieve ondersteuning zijn. We zullen prioriteiten moeten stellen, maar het is van belang dat alles objectief in kaart wordt gebracht, ook die subjectieve elementen, en dat we kijken hoe scholen, door op een andere manier te werken, toch al een aantal zaken opgelost kunnen krijgen.

Mijnheer De Ro, ik neem uw opmerking over het buitengewoon onderwijs zeker ook mee. Het is goed om naar de goede voorbeelden te kijken, maar ook na te gaan hoe we er maximaal voor kunnen zorgen dat die nieuwe opdrachten zo goed mogelijk vervuld worden. Onderwijs is immers permanent in beweging.

Wat de timing betreft, vragen sommigen om daar heel snel mee te komen. Het had er al lang kunnen zijn. Ik heb een artikel gevonden uit 2010 waarin minister Pascal Smet in het parlement verklaart dat hij weet wat de problemen zijn. Maar er is geen plan gekomen of zelfs geen aanzet daartoe. De Vlor heeft zelf een document op tafel gelegd met de prioriteiten voor een geïntegreerd plan basisonderwijs. Daar is niets van terechtgekomen en er is nooit een opdracht geweest om daaraan te werken.

De directeurs zeggen mij nu dat ik de eerste ben die het probleem erken en die uitdrukkelijk in de beleidsbrief laat opnemen dat eraan gewerkt zal worden. Ik zal dat grondig proberen te doen en op zoek gaan naar een voldoende groot draagvlak. Er zijn de directies, maar daarnaast zijn er ook nog het personeel en de sociale partners, die ik een stem in het debat wil geven. Ik heb de handschoen opgenomen en ik zal mij tot het uiterste inspannen om een plan te maken voor ons basisonderwijs. Sommigen hadden de indruk dat in het kader van het masterplan het basisonderwijs een stukje van het secundair onderwijs aan het worden was. Ons basisonderwijs verdient echt wel beter, en ik zal daar zeker werk van maken. Ik ben volop bezig met het uittekenen van die krijtlijnen en daarmee de positie van de directeur ook mee te bepalen voor de toekomst.

Minister, dank u voor uw antwoorden en voor uw engagement. U hebt vandaag twee vragen gekregen van twee mensen die uit het onderwijsveld geplukt zijn en in het politieke veld zijn neergezet. Wij hebben dat heel bewust gedaan omdat wij denken dat wij hier het verschil kunnen maken. Wij kunnen dat uiteraard niet alleen. Wij hebben u daarvoor nodig. Ik zal u herinneren aan uw engagementen. Wij zullen af en toe vragen naar de stand van zaken van het plan, en naar wat wij daarin eventueel kunnen betekenen. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Met betrekking tot het budget kunnen wij suggereren dat er misschien nog wat geld valt te rapen in structuren die overbodig zijn en waar u misschien nog middelen kunt vinden om ervoor te zorgen dat het op de werkvloer kan, bij de directies die heel veel en heel graag arbeid en inzet willen tonen aan de leerkrachten en aan de leerlingen, maar die zich vooral met de kerntaken willen bezighouden. (Applaus bij de N-VA)

Minister en streekgenoot Tommelein, ik hoop dat u de opmerkingen van uw minister van Onderwijs over de budgetten hebt gehoord.

We hebben er inderdaad alle belang bij om naar de toekomst te kijken, voor de mensen in het veld. Ik heb er alle vertrouwen in dat we dat op een heel goede manier kunnen doen.

De directeurs klagen zeker niet, maar alle stappen die we zetten voor de omkadering van die mensen, zijn er niet alleen in het belang van de ouders en de leerkrachten, maar vooral in het belang van de kinderen. Daar gaat het nog altijd om in het onderwijs: de kinderen. Die moeten centraal staan. Wij gaan constructief meewerken. Binnenkort is mijn fractie klaar met een aantal constructieve voorstellen naar aanleiding van onze rondetafelgesprekken. Ik hoop, en ik ben ervan overtuigd, dat we, over alle partijpolitieke grenzen heen, ook daarover zullen kunnen debatteren. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.