U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over het op 13 januari 2017 bereikte akkoord met betrekking tot de hervorming van het secundair onderwijs.

Het debat is geopend.

Mevrouw Meuleman heeft het woord. De spreektijd is zeven minuten.

Collega’s, minister, laat me toe eerst en vooral mijn enorme teleurstelling uit te drukken. Voor u staat een bijzonder ontgoochelde moeder van drie scholieren, een ontgoochelde dochter uit een grote leerkrachtenfamilie, een teleurgesteld parlementslid. Echt, oprecht ontgoocheld en teleurgesteld. Minister, ik sta hier niet alleen met mijn teleurstelling. ‘Gemiste kans’, ‘gebuisd’, ‘een maat voor niets’, ‘een non-event’, ‘een non-hervorming’, ‘bric-à-brac’, ‘Crevits plat op de buik voor de N-VA’, ‘handpop van Bart De Wever: dat is een bloemlezing van reacties, niet vanuit de oppositie, minister, maar van pedagogen, koepels, ouders, leerlingen en directies.

Twee cruciale ministerposten haalde CD&V binnen om het sociale gelaat te zijn van deze regering. Van Welzijn hadden we verwacht dat u via de kinderbijslag kinderarmoede zou aanpakken, wat niet gebeurt. Van Onderwijs hadden we van u als belangrijke minister, als viceminister-president in deze regering, verwacht dat u ervoor zou zorgen dat kansen die kinderen uit kwetsbare gezinnen krijgen in ons onderwijs, zouden verbeteren. Kinderen moeten te vroeg kiezen in onderwijs, zitten vaak niet op de juiste plek en verlaten daarom met te velen het onderwijs zonder diploma. Het niveau van onze toppresteerders daalt en de groep die geen basisniveau haalt, wordt groter. Dat zijn voor het grootste deel kinderen uit kwetsbare gezinnen.

Het onderwijsakkoord lost deze problemen niet op, integendeel. Georges Monard, architect van de initiële hervormingsplannen in 2009 en uw partijgenoot, kon in De Morgen zijn teleurstelling ook niet verbergen. De kern van de noodzakelijke hervorming is uitgesteld. Helaas voor samenleving, economie en vooral voor de leerlingen, blijven de waterval, de uitstroom zonder diploma en een achteruitgang van de internationale beoordeling doorgaan.

Aanvankelijk hervorming in 2013, werd dat modernisering, en is het nu bij monde van minister Homans nog slechts een bijsturing. En zelfs dat is optimistisch uitgedrukt, want, minister, geef toe, een brede eerste graad die kinderen later laat kiezen? Bart De Wever is tevreden met de vroege studiekeuze, de studieleuze niet uitstellen, en vroeg oriënteren is volgens hem de grote verdienste van dit akkoord. Ook Lieven Boeve leest het zo. Er is eigenlijk geen duidelijke getrapte studiekeuze die voorkomt dat leerlingen in een fuik terechtkomen.

Kinderen moeten nog steeds kiezen op twaalf jaar. Niets wijst erop dat dit akkoord daar veel aan zal veranderen. Met andere woorden, minister: de Vlaamse Regering dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was. Geef toe, minister: weg met het watervalsysteem? Aso, tso en bso blijven gewoon naast elkaar bestaan. Domeinscholen kunnen, maar die bestaan nu al. Middenscholen kunnen, zoals vandaag. Aso-scholen blijven bestaan. Tso wordt verder uitgehold, want de sterkere STEM-richtingen schieten als paddenstoelen uit de grond in aso-scholen. Het zalmmodel, waarbij je doorstroomt van bijvoorbeeld een richting met minder wiskunde naar een richting met meer wiskunde, kan nu ook, maar het gebeurt nauwelijks. Schotten weg? Ach, de Vlaamse Regering dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, ik vind het wat jammer dat u zegt: alles bleef zoals het was. Ik heb er nog eens het masterplan van 2013 bijgenomen, ik heb er nog eens de conceptnota’s die in mei 2016 zijn goedgekeurd bijgenomen en ik heb eens geteld. Minister Crevits, we spreken altijd over 71 maatregelen, maar we zijn te weinig trots door te zeggen dat we 71 maatregelen nemen, want eigenlijk zijn het er 82. Dit akkoord behelst 82 gerichte maatregelen.

Mevrouw Meuleman, wat u nu doet is tegen dit parlement, maar ook tegen de mensen thuis, zeggen: het enige waarover het ging, was de matrix en het uitstellen van de studiekeuze. Wel, ik heb het al gezegd, en ik moet het herhalen, collega’s: de eindtermen begrijpend lezen moeten we dringend opkrikken. Als u die had gehaald, dan had u in het masterplan van 2013 gelezen dat daarin al was afgesproken, samen met sp.a, dat leerlingen in het tweede jaar blijven kiezen voor een basisoptie van vijf uren. Ik zal straks wat maatregelen overlopen die u blijkbaar allemaal hebt gemist, niet hebt gelezen, niet hebt gezien. Het is geen lege doos, het zijn wel gerichte maatregelen. Als u had gehoopt dat we het hele onderwijs op zijn kop gingen zetten, tja, dat zit er inderdaad niet in. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, u spreekt me persoonlijk aan. Dat is een goede zaak, maar ik kan u geruststellen: voor u zit een trotse minister van Onderwijs. Als Vlaamse Regering zijn we bijzonder consequent in de keuzes die we sinds een aantal jaren maken. De heer Daniëls heeft het op een goede manier gezegd. Deze legislatuur zijn we op een zeer ambitieuze manier hervormingen aan het doorvoeren. Dat gaat van de leerlingenbegeleiding, over zorg voor leerlingen in onderwijs, over heel zorgzame hervormingen in de manier waarop leraren worden opgeleid. Het zijn heel veel dingen bij elkaar. Ook in het secundair onderwijs verandert er heel wat straks. U doet daar heel minnetjes over, maar – het zal vandaag nog aan bod komen – hier ziet u nu voor het eerst op één A3’tje alle studierichtingen die in de toekomst zullen worden aangeboden in het secundair onderwijs, met voor ouders en kinderen op een heel heldere wijze een zicht waarop de studierichting voorbereidt en wat de inhoudelijk verwante studierichtingen zijn, indien een leerling wil veranderen van studierichting. Ik vind dat een goede zaak.

Daarenboven, wat de eerste graad betreft, zoals de heer Daniëls zei, hebben we nooit gepleit voor een volledig brede eerste graad, u wel. Het is uw volste recht om daarvoor te pleiten, maar ik geloof daar persoonlijk niet in, en mijn partij ook niet. Dat is de reden waarom we in 2013 samen hebben beslist om daar een getrapte keuze van te maken. Dat betekent in het eerste jaar een superbrede basisvorming, waarvan ik hoop dat u ook gezien hebt dat in onze plannen staat dat scholen in het lesrooster uren zullen moeten vrijmaken, ook om leerlingen te remediëren, om leerlingen die bepaalde tekorten hebben op vakken bij te werken, maar om dat niet te verplichten voor alle leerlingen, om alle andere leerlingen dan de kans te geven om zich te verdiepen, om uitdiepingsdoelen te halen. Er liggen schitterende kansen voor onze onderwijsverstrekkers.

U zegt terecht: het is nu al mogelijk om van een meer praktische naar een meer theoretische richting te gaan, maar het gebeurt niet. Waarom gebeurt het niet? Omdat er nog geen gezamenlijke dossiers gemaakt zijn die in schakels voorzien voor leerlingen om naar meer theoretische richtingen te gaan. Daarin voorzien we nu! En dat stond er nog niet in drie maanden geleden! We hebben nu beslist met deze regering om dat mogelijk te maken voor jongeren. Dat is een prachtige zaak! (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Daniëls, 82 maatregelen in het masterplan, ongeveer alles is daarbij betrokken.

Ik zou het vandaag graag willen hebben over de structuurhervorming, de beslissing van die beruchte vrijdag de dertiende. Ook daar staan inderdaad een aantal zaken in: de basisvorming, het aantal uren basisoptie die men dan heeft enzovoort. Ik denk dat we dat allemaal hebben gelezen.

Mijnheer Daniëls, minister Crevits, zoveel zaken die vandaag niet kunnen en dan wel zullen kunnen, staan daar echter in feite niet in, als je dat goed leest, voor de goede begrijpende lezer. U weet dat ook.

Scholen zullen inderdaad kunnen kiezen om meer in te zetten op remediëring en differentiëren, maar zullen net zo goed kunnen kiezen om een aantal opties aan te bieden die er wel voor zorgen dat je daarop móét voortbouwen. Dat komt omdat men niet kiest voor domeinscholen, maar omdat alles voor een stukje afhangt van wat wordt aangeboden in de derde en de vierde graad. Wat zal gebeuren, is dat men kindjes die bijvoorbeeld Latijn of STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics) volgen in zo’n aso-doorstroomschool, nog altijd samen zal zetten in gelijkaardige richtingen, in homogene klassen, om dan door te stromen binnen die aso-stroom. Wat zal er dus in de feiten op het terrein gebeuren? Het zal inderdaad allemaal afhangen van de goodwill van de mensen op het veld en van de onderwijsorganisatoren. Daar wil ik dan straks op doorgaan.

Minister, ik zou willen, en dat zijn mijn voorstellen die ik straks ga toelichten, dat die inderdaad worden gestimuleerd om te kiezen voor een aantal zaken die er wél voor zorgen dat het watervalsysteem zal worden weggewerkt, dat de schotten veel meer zullen worden weggewerkt, dat de studiekeuze zal worden uitgesteld, voor ons liever nog tot 14 jaar, maar als het moet toch op zijn minst getrapt. Dat zal echter niet afhangen van dit akkoord, want binnen dit akkoord is nog alles mogelijk. Het zal perfect mogelijk zijn om de tweedeling in ons onderwijslandschap nog verder te versterken, om de concurrentie in ons onderwijslandschap nog verder te versterken. Dat is het spijtige.

Minister, een kader van u met duidelijke stimulansen om te kiezen voor een uitstel van de studiekeuze, om te kiezen voor het doorbreken van de schotten, dát hadden wij bijzonder graag gezien en dat is er vandaag niet, niet, niet. (Applaus bij Groen en sp.a)

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, er bestaat inderdaad zoiets als de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Wat wij nu doen, is heel nauwkeurig gaan definiëren welke de studierichtingen zijn die worden aangeboden. Er is een eenheid van studierichting, waar je die ook volgt. Dat is overal hetzelfde, maar de manier waarop scholen zich organiseren, laten we inderdaad vrij. Dat is ook al in 2013 beslist.

Sommigen zijn nu ontgoocheld. Ik heb begrip voor scholen die erop wijzen dat ze nu al een aantal jaren bezig zijn om zich eigenlijk inhoudelijk te gaan clusteren, om een STEM-school te worden. Ik verwijs ook naar de landbouwscholen. Ze blijven nu een domein. Ze hebben me de voorbije weken ook gevraagd dat ik hen alsjeblieft zou laten bestaan, aangezien ze zich willen organiseren als landbouwschool, als domeinschool. Ze vroegen me hen toe te laten om ook een aantal aso-richtingen te programmeren. Wel, zij zullen dat kunnen in de toekomst. Men is niet verplicht om labels te gebruiken. Je kunt je organiseren zoals je wilt.

Het is ongelooflijk wat voor dynamiek er de voorbije maanden in heel veel scholen in de kleinere domeinen, zoals landbouw en horeca, is ontstaan. Zij willen zich in de toekomst als domein kunnen organiseren. Wel, dat is een goede zaak, maar verplicht alstublieft niet dat alle scholen in Vlaanderen zich op dezelfde wijze zouden organiseren. We hebben in 2013 gekozen om daar vrijheid in te geven, maar die vrijheid is tegelijk ook de grote rijkdom van ons onderwijs. Ons Vlaamse onderwijs is sterk, net ook omdat we niet kiezen voor één staatsonderwijs, maar omdat we kiezen voor vrijheid van organisatie en ook voor de vrijheid van mensen om zich te organiseren rond een bepaald pedagogisch project. Dat wil ik in de toekomst echt zo houden.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Collega Meuleman, u zegt dat er kansen zijn, maar dat het volledig zal afhangen van het veld. Gelukkig zal het afhangen van het veld. Wat mij daarbij verbaast, is dat u zo weinig vertrouwen hebt in dat veld, dat u zo weinig vertrouwen hebt in leerkrachten. Zij weten verdomd zeer goed wat nodig is voor leerlingen. Scholen weten zeer goed welke ruimte ze nodig hebben om te doen wat nodig is. Wat dit akkoord doet, is net ruimte geven aan leerkrachten. Voor de eerste keer zeggen wij zeer expliciet dat ze ruimte krijgen om te differentiëren. Leerkrachten geven vandaag aan dat het nodig is om dat te doen, maar dat het niet gemakkelijk is, omdat ze onvoldoende ruimte hebben. Wel, wij schrijven die ruimte nu expliciet in. We geven hun ruimte.

We geven hen die ruimte vanuit het volste vertrouwen dat ze zeer goed weten wat ze moeten doen. Dan hebben ze tenminste de mogelijkheid om dat in de toekomst effectief te doen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, als ik het resultaat zie van wat de Vlaamse Regering gemaakt heeft, ben ik fier. Ik wil de Vlaamse Regering daarom feliciteren. Ik herinner me drie en een half jaar geleden een debat hier over de uitvoering van het masterplan, en in hoeverre de N-VA loyaal zou zijn. Wat nu voorligt, leg ik met fierheid naast dat masterplan.

Twee zaken in uw betoog – en daarom wil ik nu interveniëren – ontgoochelen mij. U houdt hier een pleidooi – en dat is niet de eerste keer – om alle kinderen zolang mogelijk samen te houden, wars van verschillende talenten, wars van verschillende vaardigheden, wars van verschillende interesses, en ja, ook wars van verschillende IQ’s. In het masterplan staat ook al dat zelfs in de derde graad van het basisonderwijs, en de mensen die daar lesgeven weten ook dat de vaardigheden en capaciteiten van jongeren van 10, 11, 12 jaar al dermate verschillen, sommige moeten worden bijgespijkerd en andere moeten worden uitgedaagd, dat zit hier allemaal in.

Ik roep iedereen op om te stoppen met die term ‘waterval’. Dat is een oproep aan eenieder in het onderwijs, in alle bescheidenheid, van mezelf. Dat is: stop met dat woord ‘waterval’. We laten nog altijd uitschijnen dat jongeren in het beroeps minder zijn dan degenen die in een doorstromingsrichting zitten. (Rumoer)

En dat is niet zo! Dus stop met dat woord waterval! Er wordt gezegd dat leerlingen die in een doorstroming starten en naar een beroepsrichting overstappen, in een waterval zitten. Dat is geen waterval! Alle jongeren hebben verschillende capaciteiten, verschillende talenten! En ook die jongeren die uit beroepsrichtingen komen, die hebben we straks in Vlaanderen meer dan nodig. Als ik straks thuiskom en mijn verwarming is kapot, dan moet ik geen advocaat bellen maar een stielman! (Applaus bij de N-VA)

En die komt uit de beroepsgerichte opleiding! (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Meuleman, ik schrik van u. U bent degene die hier altijd pleit voor de leerkrachten. Nu hebt u het niet over de leerkrachten, u hebt het over de koepels! (Opmerkingen van Elisabeth Meuleman)

U staat hier gewoon te pleiten voor een staatspedagogie! (Opmerkingen. Rumoer)

Dan zou minister Crevits kunnen zeggen: ‘het is nu die dag, het is 14.20 uur en nu zijn ze allemaal dat vak aan het volgen’. Ik begrijp dat niet, want in de realiteit, mevrouw Meuleman, gebeurt het in de scholen. U kunt niet van de leerkrachten verwachten dat ze heel die spreidstand aankunnen. Dat gaat niet. We zien het al in de lagere school. Daar zeggen de leerkrachten al dat het moeilijk is om al die leerlingen samen te houden. U wilt ze tot 14 of tot 16 jaar samen houden. U zegt eigenlijk aan die leerkrachten: u moet iets doen wat een aantal pedagogen verkondigen. Ik ben ook een pedagoog, maar ik geloof niet in die onmogelijke spreidstand van leerkrachten.

Collega’s, kinderen zijn in capaciteiten niet gelijk. Ik heb het voorbeeld hier al gegeven. Ik heb niet de benen van voetballer Messi. (Opmerkingen van Elisabeth Meuleman)

Ik zal het nooit kunnen worden. Ik heb die talenten niet – en ik zie u zuchten, omdat u blijkbaar ook denkt dat u bepaalde talenten niet hebt – en dat is gewoon de realiteit. Dan mogen de leerkrachten er nog zo hard aan trekken – en mijn vroegere turnleerkrachten deden dat, en dat ging niet. En laat ons dan ongelijke leerlingen, alsjeblieft, niet gelijk behandelen, want als we dat doen, dan organiseren we pas ongelijkheid.

Collega’s, ik nodig u uit om eens wat schoolbezoeken af te leggen, specifiek in die scholen die nu al bezig zijn en domeinschool te worden, die in een proefproject gestapt zijn, onder andere in Limburg. Daar hebben ze inderdaad de beschotten weggenomen tussen aso, tso en bso. In technische en wetenschappelijke richtingen werken ze samen. Er zijn mensen die dingen uitdenken; en met collega’s uit andere richtingen wordt dan bekeken hoe ze dat het best kunnen uitvoeren. De voeling met de praktijk is er en tegelijk wordt er nagedacht. Want inderdaad, niet iedereen is gelijk: de ene zal goed zijn in wiskunde en kan zijn ding daar kwijt, de andere heeft het wat moeilijker met talen en wordt bijgespijkerd. Dat is maatwerk.

Dat is wat gebeurt in die domeinscholen en in die scholen die ervoor gekozen hebben om de studiekeuze uit te stellen. In de tribune zit de persoon die voorzitter is geweest van de authentieke middenscholen. Dat is exact wat ze daar doen. Hij vertelde vanochtend op de persconferentie dat ze in het veld al jaren zo werken. We zijn met velen bezig met die hervorming. Ik ben het erover eens dat we pedagogie niet moeten invullen en ik ben absoluut geen staatspedagoog, integendeel. Laat scholen hun ding doen. (Applaus bij de N-VA)

Maar waarom zint het mij niet dat er te veel ‘vrijheid, blijheid’ blijft bestaan? Die school in Maaseik, die als domeinschool goed aan het samenwerken is en zijn concept aan het ontwikkelen is, ziet nu een aantal kilometer verder een aso-school, die een pure aso-school kan blijven en die nu nog eens STEM-richtingen kan oprichten met het nieuwe plan. Het is immers zo dat de STEM-richtingen in de aso-scholen als paddenstoelen uit de grond schieten. Ik dacht dat het de bedoeling was om het technisch onderwijs te versterken. Ik vrees dat die aso-scholen op die manier de sterkere leerlingen uit het technisch onderwijs zullen weghalen en het verder zullen uithollen.

Ik wil absoluut het bso en het tso versterken, maar ik zie in deze hervorming geen maatregelen om dat te doen. Mijnheer Van Dijck, het is makkelijk te zeggen dat we af willen van het watervalsysteem. Als kinderen heel bewust kiezen voor bso en tso omdat ze daar op hun plaats zitten en omdat ze dat graag doen en omdat daar hun interesses en talenten liggen, dan ben ik daar de grootste voorstander van. Maar dat is niet het geval, en net daarom is die hervorming nodig. Nu mikt men vooral op aso en dan komen daar kinderen in terecht die eerst een aantal keer gebuisd zijn en gedemotiveerd raken en geen positieve keuze maken voor dat technisch en beroepsonderwijs, en net dat is zo jammer. 

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Mevrouw Meuleman, u roept op tot vertrouwen, maar het verbaast mij dat u zelf geen vertrouwen hebt, wanneer u ziet dat er zoveel mogelijk is. U stelt zelf dat er al veel gebeurt en u vertrouwt erop dat dit zal blijven gebeuren. Waarom ziet u dit dan als een probleem? De hervorming geeft scholen de vrijheid om keuzes te maken, en u zegt dat we niet aan staatspedagogie mogen doen en dat we vertrouwen moeten geven.

Hebt u vertrouwen of hebt u geen vertrouwen? Wat is het eigenlijk?

Mevrouw Brusseel, weet u waarom het vso ondanks alle goede bedoelingen ook voor een stuk heeft gefaald? Net omdat men de vrijheid had om mee te stappen of niet mee te stappen. Het vraagt inderdaad wat inspanning om je om te vormen als school. Als klassiek aso-college is het misschien wel gemakkelijker om gewoon voort te doen en om als doorstroomschool te blijven functioneren. Net die vrijheid heeft gezorgd voor extra concurrentie en leidde tot de mislukking van het systeem. Dat willen we vermijden. We vragen een kader aan de overheid, maar de invulling gebeurt natuurlijk volledig door te scholen zelf.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, u deed het al in De Zevende Dag en u doet het hier opnieuw: u beweert dat we het watervalsysteem in de hand werken. Ik zal u zeggen waarom we dat juist niet doen. We verkondigen al jaren dat de verschillende richtingen van aso, tso, bso en kso naast elkaar moeten worden geplaatst. Wat doen we nu met de matrix? We versterken nog dat idee: die richtingen staan naast elkaar. Doordat mensen nu heel goed zien waar ze zullen uitkomen, hetzij om door te stromen, hetzij om arbeidsgericht te zijn of voor beide opties, gaan ze nu veel bewuster kiezen voor aso, tso of bso. Ze weten waar ze nu voor kiezen en waar ze later kunnen terechtkomen. Dat is de kracht van die matrix om tegen dat watervalidee in te gaan.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Meuleman, ik ga nog even door op wat mevrouw Brusseel heeft gezegd. U blijft het spijtig vinden dat op een bepaalde geografische locatie het ene schoolbestuur ervoor zal kiezen om eerder traditioneel aan te sluiten bij wat we kennen als aso, misschien aangevuld met een paar STEM-richtingen en een paar kilometer verder een school zich volledig zal omturnen tot een domeinschool. Dat hebben we inderdaad in het veld, in Maaseik en Boom, bijvoorbeeld al kunnen ondervinden. Dat is toch de essentie: ouders de keuzevrijheid geven om te kiezen voor een school die zich hetzij op een meer traditionele manier heeft georganiseerd of eerder domeingericht wil werken.

We moeten er toch van uitgaan, als nogal wat mensen in dit parlement en blijkbaar ook in de tribune geloven in het concept van domeinscholen, dat er in Vlaanderen genoeg ouders voor die scholen zullen kiezen. Mijn ouders hebben heel bewust gekozen voor een vso-school. De concurrentie in het onderwijs zal niet alleen afhangen van deze matrix, maar van de kwaliteit.

Het verschil met de jaren 70 is dat op dit moment de inspectieverslagen transparant zijn. Al meer dan vijf jaar kunnen ouders de doorlichtingsverslagen zien. Ze informeren zich meer dan vroeger. Ik ken heel wat ouders die, als er een domeinschool in hun streek komt die domeindoorbrekend werkt, willen dat hun kinderen door dezelfde poort gaan. Die mensen staan klaar om te beginnen. Dit akkoord laat die vrijheid toe. Mocht dit akkoord die vrijheid niet toestaan en de klok terugdraaien, dan had onze partij dit niet gesteund. Net omdat vrijheid centraal staat, staat onze partij achter dit akkoord als één man. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Ro, het kan ook als één vrouw zijn.

Mevrouw Meuleman, u zei daarnet dat aso-scholen alle sterke richtingen uit het technisch onderwijs weghalen. Ik weet niet of u al technische campussen hebt bezocht, maar het aso kan de expertise en knowhow van dat technisch onderwijs niet zomaar oppikken. Het is structureel volstrekt onmogelijk om dat te doen.

Ik ben trots op ons technisch onderwijs. Uit de bevraging zijn er vijftig adviezen binnengekomen. Veel beroepssectoren hebben naar ons geschreven met de vraag om een studierichting in de derde graad van het secundair onderwijs zus of zo te veranderen. Het zijn superrichtingen die voorbereiden op de arbeidsmarkt. Daar moeten we veel meer op inzetten, want dat is de manier om de schotten tussen onderwijs en arbeidsmarkt weg te halen. Het is de eerste keer dat bedrijven massaal advies hebben gegeven. Daar moeten we gebruik van maken. We hebben dat dan ook in de matrix gestopt en het is een schot waarvan heel veel ouders en jongeren vragen om het weg te nemen, en te maken dat er heel concrete vooruitzichten zijn op de arbeidsmarkt.

Mevrouw Meuleman, de Vlaamse Regering heeft nog een nota bestuurlijke optimalisatie goedgekeurd. Om te vermijden dat scholen als lone riders door het leven zouden gaan en allemaal campus- of domeinscholen zouden worden die op 500 meter van elkaar liggen, gaan we daar infrastructuurincentives voor bepalen. Dat blijft ook bestaan en dat zou uw bezorgdheid moeten wegnemen dat het ieder voor zich is. Veel scholen zijn nu al aan het uitzoeken hoe ze in de toekomst kunnen samenwerken met als enig doel zoveel mogelijk kansen te geven aan leerlingen. Daarin moeten we vertrouwen geven aan het veld. We moeten de scholen laten werken. Ze zijn verstandig genoeg. Kijk naar de enquête van Het Nieuwsblad. Een grote kop zegt wie er allemaal tegen is, maar meer dan de helft van de scholen wil zich verbreden. Dat zou je toch vertrouwen moeten geven dat we daar op een zeer verantwoorde wijze mee zullen omgaan. (Applaus bij de meerderheid)

Collega's, nu weet ik vanwaar de onrust komt van sommige tso-scholen die mij contacteren. U bent de aanstookster, mevrouw Meuleman. (Rumoer)

U maakt die scholen wijs dat aso-scholen met hun richtingen gaan lopen. Waar staat dat? Dat staat nergens. Die scholen hebben niet de uitrusting en ik zou echt niet weten waar ze de plaats hebben om ze te zetten.

Nogmaals doet u dat door te zeggen: ze gaan te snel naar bso en tso. Door dat te zeggen, zegt u dat bso en tso minderwaardig zijn. Wat zeg je dan tegen die ouders en kinderen? ‘Dat is niet goed, want u gaat er te snel naartoe. Je moet opklimmen uit bso en tso, je moet eruit weggeraken want het is de vergaarput van wat slecht en onmogelijk is in het onderwijs.’

Mevrouw Meuleman, mijn kinderen zaten in de crèche bij mensen die zes jaar verzorging in het bso hadden gedaan. Ik gaf elke morgen mijn kostbaarste geschenk af aan mensen die bso hadden gedaan. Mijn grootouders in het rusthuis worden verzorgd door mensen die verzorging hebben gedaan in het bso. U blijft maar doorgaan op structuren, maar onderwijs is mensenwerk. Het zijn leerkrachten, en daar zet deze regering op in. Daarom hebben we gezegd dat we de lerarenopleiding gaan versterken met vakkennis, klasmanagement en vakdidactische vaardigheden. Dat staat ook in het regeerakkoord. Dus stop over die structuren.

Ik zal mijn betoog voortzetten, want er is heel veel gezegd. Op een aantal zaken kom ik terug in de rest van mijn betoog. Ik wil nog één punt heel duidelijk stellen, mijnheer Daniëls, voor er misverstanden over bestaan: ik geloof in de kracht van het technisch en het beroepsonderwijs. Ik wil dat mensen daar op een positieve manier voor kiezen, op basis van hun interesse en hun gedrevenheid in technische en arbeidsgerichte vakken. Laat daar geen misverstand over bestaan.

U blijft altijd datzelfde riedeltje herhalen: ‘Mijn kinderen worden verzorgd door kinderverzorgsters die beroeps gestudeerd hebben.’ Wel, mijn kinderen ook. En mijn grootmoeder werd ook verzorgd door bejaardenverzorgsters. Ik ben die mensen ontzettend dankbaar. Ik wil dat die richtingen blijven bestaan. Maar ik vind ook dat die mensen recht hebben op een goede algemene vorming. Zij hebben ook het recht om vreemde talen te leren. We moeten hen bijwerken op momenten dat het nodig is. Zij verdienen dezelfde waarde. Maar neen, dat staat daar niet in, vandaar mijn pleidooi.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, u weet dat ik u echt apprecieer, want u hebt een hart voor onderwijs. Ik begrijp heel goed dat er verschillen in mening zijn. Ik vind dat dat moet kunnen. We zitten hier in een parlement. Je kunt perfect van mening verschillen over de aanpak.

Maar u vindt dat iemand die kinderverzorging doet, recht heeft op een basisvorming, terwijl verdorie 80 procent van de vorming in het eerste en tweede middelbaar gelijk is. Ik vind dat we het daar te weinig over hebben, dat voor die basisvorming in het eerste en tweede middelbaar die lat gelijk moet worden gelegd. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Meuleman, ik heb u net aangewezen waar het staat. In alle plannen staat dat we in de lagere school wetenschap en techniek explicieter gaan maken en er zelfs vakleerkrachten voor mogelijk maken, net om die interesses werkelijk waar te maken, dat op de rapporten van die kinderen ook staat dat ze sterk zijn in wetenschap en techniek.

Dan kom ik tot de inhoud, want daar gaat het blijkbaar niet over. Basisgeletterdheid, dat is niet zoals de eindtermen, waar de meerderheid het moet halen. Basisgeletterdheid betekent dat wij willen dat alle leerlingen, van de eerste tot de laatste, bepaalde minimumniveaus halen. Dat is inhoud. En daar gaat het over.

Kathleen Helsen (CD&V)

Mevrouw Meuleman, u wilt voor de B-stroom een veel sterkere basisvorming. Het verwondert mij dat u in het akkoord niet gelezen hebt dat net daar de basisvorming meer dan ooit tevoren versterkt wordt. Vier uren extra basisvorming in vergelijking met vroeger, dat is voor deze leerlingen een hele stap vooruit en ook een serieuze uitdaging voor het hele veld.

Ik ga verder, voorzitter, want anders gaan we nooit landen. (Opmerkingen)

Ik was dus teleurgesteld dat de schotten tussen aso, tso en bso niet meer worden weggenomen. Ik ben ook teleurgesteld over wat toch wel de finaliteit van de matrix was, zoals die vrijdag de dertiende was besproken. Dat was: minder studierichtingen, schrappen in de wildgroei en de veelheid van richtingen die geen duidelijke finaliteit hebben. Dat was het grote objectief van de screeningsoperatie en de matrix. In de tweede graad, minister, gaat het aantal richtingen van 101 naar 75. In de derde graad blijven van de 157 nog 146 richtingen over – tot zover de grote hervorming in de matrix. En dus nog één keer, minister: ze dronken een glas, ze deden een plas, en alles bleef zoals het was.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, het is goed dat u uw speech verder afleest, maar u luistert dus duidelijk niet als ik iets zeg. De commentaren die wij gekregen hebben vanuit de sectoren, kwamen vooral van sectoren die vroegen dat we duidelijk geprononceerde richtingen zouden laten bestaan of vernieuwen in de laatste jaren van het secundair onderwijs, de richtingen die voorbereiden op de arbeidsmarkt. We hebben dat gedaan. En dat is net de reden waarom er meer richtingen blijven bestaan dan we aanvankelijk dachten, net omdat die arbeidsmarkt daarnaar vraagt. Als men zo enthousiast is over bepaalde richtingen, en men vindt dat ze de leerlingen schitterend voorbereiden om werk te vinden in hun bedrijven, dan is dat toch een uitstekende zaak? Dan moeten wij die toch programmeren? Het zou toch totaal onverantwoord zijn om dat niet te doen? We hebben geluisterd naar het veld en we hebben ze inderdaad geprogrammeerd. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Meuleman, u zegt dat u verder gaat doen om te landen, maar ik zou u aanraden om gewoon te stoppen, want wat u zegt, wordt steeds grover.

Wat u nu zegt, is: ‘Beste meerderheid, u hebt uw werk niet goed gedaan, want u hebt niet genoeg geschrapt.’ Dat zegt u toch, hé? U knikt ja.

Wel, weet u wat deze meerderheid heeft gedaan? Wij zijn niet voor een bord gaan staan om te gaan schrappen. En dan minister Tommelein, achteroverleunend, tegen minister Crevits en minister Homans: ‘Hoeveel hebben we er al geschrapt? Wel, laat ons er nog tien schrappen. Wat denkt gij, Hilde?’

Neen, mevrouw Meuleman, zo is het niet gegaan. Weet u wat we hebben gedaan? We hebben naar screenings gekeken: tot wat leidt een opleiding en tot wat leidt een opleiding niet? Er waren voorstellen van sommige koepels om heel grote studierichtingen te maken rond horeca en hotel. Sectoren en scholen zeiden: ‘Doe dat niet’. Wel, we hebben daarnaar geluisterd.

Dat is de kern. Het gaat over inhoud: waarom schrap je een opleiding? En niet van ‘Kom, laat ons er nog eens tien schrappen.’ Alstublieft, zeg, wat een dedain!

Ann Brusseel (Open Vld)

Mevrouw Meuleman, ik heb twee concrete vragen voor u. De eerste is: welke studierichtingen wilt u geschrapt zien? Als u zegt dat er te weinig geschrapt zijn, dan willen we graag naar u luisteren. Zoals de minister daarnet zei: we luisteren graag naar elkaar.

Ik heb nog een tweede vraag. We hebben een tijd geleden gediscussieerd over de eindtermen. U had het daarnet over een goede basisvorming voor iedereen, ook voor wie beroepsopleidingen of een technische opleiding volgt. U vindt dat het geen goede zaak zou zijn om te sterk in te zetten op kennis. Nu is het van twee dingen één. Ofwel vindt u dat die leerlingen van het beroeps- en het technisch onderwijs ook wat kennis moeten opdoen en een sterke vorming moeten hebben, ofwel moeten ze dat niet hebben.

Ik kijk ernaar uit wat uw insteken zullen zijn als we het over eindtermen zullen hebben. Want als u het hebt over doelstellingen halen en ambitie hebben, dan hebben we het natuurlijk ook over eindtermen. En bij mijn weten is dat niet terug te vinden in de matrix. Daar wachten we nog even op, daarmee zijn we nog even bezig. Ik ken graag uw visie daarop.

Dat zijn eenvoudige vragen om op te antwoorden. U vraagt: ‘Vindt u dat leerlingen uit het beroepsonderwijs ook wat kennis moeten hebben?’ Ja, ik vind dat, mevrouw Brusseel, uiteraard. Dat is niet onbelangrijk. Het is een evidentie.

Ben ik er voorstander van om zomaar richtingen te schrappen? Neen. Maar waarover gaat het hier? Wat was de insteek van onder andere de onderwijskoepels toen zij zeiden dat zij in plaats van acht domeinen naar vijf domeinen wilden gaan? Het gaat dan vooral over het derde en vierde jaar. Het gaat erover om niet zo vroeg te moeten specialiseren. Hoe breder die domeinen zijn en dus hoe minder richtingen er geweest zijn, hoe meer je ook in het derde en het vierde jaar getrapt door zou kunnen kiezen, nog veel meer mobiliteit zou kunnen hebben, nog meer je studiekeuze zou kunnen bijsturen. Dat is belangrijk. Er zijn al veel enquêtes en bevragingen geweest. Welke leerling kan kiezen op 12 jaar? Welke leerling kan kiezen op 14 jaar?

Ik denk dat er in de zaal veel collega's zijn met kinderen in het secundair onderwijs. Voor mijn zoon was het eerst allemaal plezant. Hij had zeer veel vrienden op school. Hij wilde het zich gemakkelijk maken en koos voor 3 uur wiskunde. In het vierde jaar kwam hij tot het besef dat hij eigenlijk ontzettend graag economie doet en ook wel graag wiskunde. Hij zat er echter met zijn 3 uur wiskunde. Hij had graag economie-wiskunde gedaan na 6 uur wiskunde. In theorie is dat inderdaad mogelijk. Maar, om als gedreven, maar ook niet overdreven gedreven student, 3 uur wiskunde, twee jaar lang, plots te gaan inhalen om dan economie-wiskunde te doen, dat gaat niet. Hij doet nu dus economie-moderne talen, maar niet helemaal naar zijn zin.

En zo zijn er ontzettend veel kinderen die keuzes hebben gemaakt en doorheen hun loopbaan beseffen dat ze eigenlijk graag zouden willen veranderen. Dat zouden we moeten kunnen bijspijkeren. Dat is vandaag het probleem: ze moeten veel te vroeg kiezen en kunnen niet meer veranderen of hun gedacht bijstellen. En dat vragen leerlingen en ouders vandaag. Laten we de leerlingen die mogelijkheid geven.

Ann Brusseel (Open Vld)

Dus, als ik het goed heb begrepen, wilt u in een basisvorming tot de tweede graad 5 uur wiskunde voor iedereen?

Ann Brusseel (Open Vld)

Maar leg het dan even duidelijk uit. We zijn hier niet allemaal even slim, hoor. Wat wilt u precies?

Ten eerste, welke studierichtingen mochten er worden geschrapt? Hoe ziet die basisvorming er dan uit? Hoe lang duurt die? Is dat eerste graad, tweede graad? Hoeveel uur wiskunde? Zo kunnen we vermijden dat uw zoon in die situatie terechtkomt. Uw zoon mocht blijkbaar kiezen van u. Misschien zou ik een ander advies geven aan mijn dochter. Misschien is dat toch ook een beetje de verantwoordelijkheid van de ouders.

Maar hij wist het nog niet. Het is nog niet zo duidelijk op 14 jaar.

Ann Brusseel (Open Vld)

Maar natuurlijk weet je dan nog niet alles. Daarom is mijn vraag ook: is het 5 uur wiskunde voor iedereen tot en met het vierde middelbaar, ja of nee? Wees gewoon een beetje duidelijk. Als u een alternatief hebt, is het goed, hé.

Wat ik zeg, is dat keuzes niet zo determinerend moeten zijn. Ik ben het ermee eens dat je in de laatste graad van het secundair onderwijs al ongeveer zult weten waar je competenties liggen, wat je sterktes zijn, en dat je al een idee hebt van wat je wilt studeren. Maar tot dan hebben heel weinig jongeren al een beeld van wat ze willen worden, van wat ze willen studeren. Daartussen moet er nog mobiliteit mogelijk zijn. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik pleit niet voor een pakket van vijf uur wiskunde of vijf uur talen. Daar gaat het niet om. Het gaat over het nog kunnen bijstellen van keuzes, keuzes die niet omkeerbaar moeten zijn. Dat is wat het onderwijs vraagt en dat is wat leerlingen vragen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Mijnheer Daniels, u hebt uw eigen mening, dat is uw volste recht. Maar staatspedagogie, dedain… Voor het vak ‘een pak overdrijven en intentieprocessen’ krijgt u van mij alvast een tien op tien op uw rapport. Flink zo! Probeert u zich een beetje tot de inhoud te beperken en niet zomaar te schieten met losse flodders.

Mijnheer Van Dijck, u begon daarnet over het watervalsysteem: aso, tso, bso. U zegt dat we dat woord niet meer mogen gebruiken. Ik wil er gerust een ander woord voor gebruiken. Noem het voor mijn part gerust ‘Plopsaland’ of zo. Maar daarmee ga je het probleem niet wegtoveren. U zegt dat heel veel mensen bewust voor bso of tso kiezen en dat dat nodige richtingen zijn. Wel, ik hoor dat allemaal graag zeggen, collega’s. Dat is voor een groot deel zo, maar voor heel veel andere leerlingen is dat niet het geval. Kom hier dus niet doen alsof dat het enige probleem is. Er zijn heel veel leerlingen die om verkeerde redenen worden georiënteerd naar tso en bso omdat ze zogezegd niet mee zouden kunnen. Genoeg experten hebben gezegd dat het watervalsysteem een reëel feit is. Stop dus met te zeggen dat het enkel een kwestie van terminologie is, waar wij ons achter verschuilen. (Applaus bij Groen)

De man die begint over inhoud, valt dan terug op ‘Plopsaland’. Ik zal daar niet verder op ingaan.

Ik ben de hele tijd bezig over inhoud. Ik vraag heel concreet wat er moet worden aangepast aan wat nu voorligt. En nogmaals: in heel de matrix en in alle goedgekeurde teksten zijn er meer dan tachtig maatregelen. Bent u ertegen, mevrouw Meuleman, dat wetenschap en techniek in de lagere school zitten? Bent u ertegen dat wetenschap en techniek worden toegevoegd aan de basisvorming in de eerste graad? Bent u ertegen dat we met de audit van de CLB’s zullen uitkijken naar een betere oriëntering van de leerlingen? Bent u ertegen dat we op het einde van de lagere school gevalideerde proeven gaan doen? U blijft maar focussen op de structuur, maar u gaat niet naar de inhoud. Dat is waar deze hervorming over gaat: over gericht bijsturen op inhoud.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Annouri, ik geef u nog een aanvulling die misschien voor u nuttig kan zijn. De onderwijsverstrekkers vroegen om eindelijk in de mogelijkheid te voorzien dat zij samen, over de netten en de koepels heen, in uitdiepingspakketten zouden kunnen voorzien voor leerlingen, om het net mogelijk te maken dat je, als je die tabel neemt, nog naar links en naar rechts zou kunnen overschakelen. Wij geven nu de tweede en de derde graad de kans om dergelijke pakketten te maken. Het is heel belangrijk dat ze dat doen, net omwille van datgene wat u aanhaalt. Sommige ouders zeggen dat hun kind naar de dichtstbijgelegen school moeten gaan. Anderen voelen zich verwant met een bepaalde groep, en kiezen in functie daarvan. Maar soms zijn leerlingen veel theoretischer of veel praktischer ingesteld. Dat bestaat al in theorie, zoals mevrouw Meuleman zegt. Maar het gebeurt niet, en jongeren slagen er vaak niet in. Nu is het de eerste keer dat we die schakelpakketten effectief gemaakt willen zien, net om ervoor te zorgen dat leerlingen dat gemakkelijker zullen doen. Dat zou u eigenlijk heel tevreden moeten stemmen.

Au fond ben ik het met u eens: dat spreken over ‘zalm’ of ‘waterval’ is onmiddellijk al een hiërarchie aanbrengen tussen richtingen. Ik vind dat niet zo ideaal. Maar als je de studierichtingen bekijkt, moet je als jongere in de loop van je schoolse carrière nooit vast komen te zitten. Er moet altijd de mogelijkheid zijn om te schakelen. Dat is net waarvan we werk willen maken, samen met de onderwijsverstrekkers. Dat staat expliciet in de tekst die we vorige vrijdag hebben goedgekeurd.

Mijnheer Annouri, in de eerste graad spreken we niet over aso, tso of bso. Maar het een waterval noemen wanneer men in de tweede graad kiest voor het aso en nadien naar het tso gaat: dat weiger ik, want dat wil zeggen dat het minderwaardig is ten opzichte van het aso. Daartegen verzet ik me voor 200 procent.

We spreken misschien niet van aso, bso en tso, maar wel van een A-stroom en een B-stroom. Voor heel veel leerlingen, mijnheer Van Dijck, wordt op dat moment al heel veel vastgelegd. Dat is de realiteit die ik zie.

Ik zeg niet dat u geen gelijk hebt wanneer u het hebt over de meerwaarde van tso- en bso-richtingen, maar dat is vandaag niet voor elke leerling het geval en dat moet u ook durven te erkennen. Minister, u zegt dat u daar een oplossing voor probeert te vinden zodat niemand komt vast te zitten. We kunnen hierover van mening verschillen, maar het is wel belangrijk dat er iets aan gedaan wordt. Wij staan daar redelijk sceptisch tegenover. U kunt vandaag niet zeggen dat het voor iedereen een keuze is en dan zien wat daar allemaal van komt.

Mijnheer Annouri, u deed een oproep om het over inhoud te hebben maar de A- en B-stroom op die manier duiden in een oriëntering tweede graad, is echt wel van de put gerukt. Het verschil tussen de A- en de B-stroom gaat terug naar de opleiding en het getuigschrift basisonderwijs. Ik weet nog hoe het vroeger ging voor diegenen die niet mee konden in de derde graad van het lager onderwijs. Die leerlingen mochten een briefje binnenbrengen bij de directeur en de planten water geven en de vuilnisbakken buiten zetten. Zij bleven in de lagere school voor het zevende en achtste jaar en gingen nadien werken. Ja, mijnheer Vandenbroucke, dat heb ik nog meegemaakt.

Die kinderen in de B-stroom worden zeer doelgericht en op maat opgeleid voor die bso-opleidingen. Dat zijn kinderen die niet verder kunnen maar wel een optimale opleiding krijgen. Wat is daar verkeerd mee? Ik wil u ook vragen die A- en B-stroom niet te verwarren. We zullen de B-stromers niet in een richting krijgen die ze qua niveau niet aankunnen, maar wel in een richting die op hun maat is gesneden.

Minister Hilde Crevits

Het is ook de lagere school en de leerkracht zelf die meekijkt of een leerling al dan niet kan starten in de A-stroom. Net om die B-stroom te versterken, voorzien we in 4 uur extra basisvorming voor de leerlingen. Dat zal niet zo evident zijn, want dat zijn leerlingen die het moeilijk hebben. En in het tweede jaar wordt zelfs voorzien in een opstroomoptie. Dat betekent dat leerlingen de kans krijgen om opnieuw in die A-stroom te geraken. Dat zijn net grote veranderingen in vergelijking met wat er vandaag mogelijk is in het secundair onderwijs. Dat zou u toch moeten zien.

Minister, die eerste graad is zogezegd breed, maar door het feit dat die domeinscholen er niet komen en men aso-, bso- en tso-scholen krijgt, kiest men de facto al in het eerste jaar in functie van wat er nadien komt en van wat er in de bovenbouw zit. Wanneer men in een bso- of tso-school zit, gaat men niet veranderen naar een andere school in een bovenbouw. Eigenlijk zit men al vast ondanks die basisvorming die in theorie misschien wel gelijk is. Dat gaat niet veranderen omdat er geen verandering komt in het concept van de aso-, bso- en tso-scholen.

Wij hebben die verandering wel gewild, mijnheer Daniëls. Er komen gerichte bijsturingen, dat zijn de woorden van minister Homans, men spreekt niet meer over modernisering of hervorming. Voor ons is dat echter onvoldoende, die structuurhervorming is belangrijk en dan heb ik het nog niet over een aantal andere maatregelen die ook belangrijk zijn. Een structuurhervorming is heel belangrijk. Er bestaat ontzettend veel wetenschappelijke evidentie dat het uitstel van studiekeuze ontzettend belangrijk is. Dat wordt echter ontkend. Bart De Wever zegt dat daar net niet voor gezorgd is, er is wel voor gezorgd dat het mogelijk wordt om vroeger keuzes te maken omdat die vroegere oriëntering belangrijk is. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zegt in een landenreview op basis van wetenschappelijke studies echter dat België latere keuzes moet maken.

Minister, wij zijn teleurgesteld dat er zo weinig verandert. Er zijn bijna geen sectoren waar er zo weinig wordt veranderd. Stel je voor dat de geneeskunde of de wetenschappen zo behoudsgezind waren. Wij zitten met een superdiverse maatschappij en samenleving die ontzettend veel uitdagingen met zich meebrengt. Daar moet een ander antwoord op komen, maar dat is er niet.

Scholen moeten zich in acht domeinen organiseren, het aso valt daar volledig buiten. Dat versterkt volgens ons de segregatie en de polarisatie. Daar kunt u toch ook niet voor zijn, minister.

Wat willen we wel? We zijn teleurgesteld en velen met ons. We hebben ontzettend veel reacties gekregen. Er zijn bevragingen geweest door kranten. Directeurs zijn teleurgesteld. Onderwijsmensen zijn teleurgesteld. Maar zij mogen de moed niet laten zakken. We hebben hen nodig. We hebben enthousiaste, dynamische mensen nodig die het onderwijs maken elke dag. Daarom durf ik al verder te kijken en zie ik drie grote werven die u nu moet aanpakken om de schade van dit non-akkoord te beperken.

U moet iets doen aan de segregatie aan de schoolpoort. We willen geen A-scholen en geen B-scholen. We willen niet dat de concurrentie wordt versterkt. Daarom vragen we om te zorgen voor een aantal doorbraken in andere decreten, onder andere het Inschrijvingsdecreet. Zorg dat dit Inschrijvingsdecreet ten minste zorgt voor een sociale mix. De segregatie aan de schoolpoort die zorgt voor zoveel ongelijkheid, moet worden tegengegaan. Minister, stimuleer middenscholen en domeinscholen. Daarvan hebt u al gezegd dat u dat zult doen. U hebt dat gezegd in juni toen u het akkoord presenteerde. We hebben het niet teruggevonden in het masterplan hervorming secundair onderwijs, maar doe het via andere decreten. Doe het via het decreet Bestuurlijke Optimalisatie. Zorg met stimulansen op het vlak van technische infrastructuur, apparatuur en ICT dat domeinscholen wordt gestimuleerd om domeinschool te worden en te blijven.

Mijnheer Daniëls, misschien vinden we elkaar in het volgende. Waarom worden scholen niet automatisch domeinscholen als het toch zo goed zou zijn? Omdat het zorgt voor een aantal uitdagingen. Er moet meer worden gedifferentieerd en daarvoor hebben we leerkrachten nodig die dat kunnen. Wat heeft de Vlaamse Regering gedaan? Ze heeft enorm bespaard op nascholing en op mentoruren die ervoor moeten zorgen dat beginnende leerkrachten begeleid worden. Net dat is nodig om te kunnen differentiëren, om het maatwerk dat broodnodig is in een eerste graad te kunnen bieden. Minister, zorg alstublieft voor een lerarenloopbaanpact dat ervoor zorgt dat leerkrachten ondersteund worden, dat leerkrachten de professionalisering krijgen die ze nodig hebben. Deblokkeer dat dossier dat ook al jaren vastzit. Zult u de besparingen – we steunen daar de Christelijke Onderwijscentrale (COC) – die jaarlijks structureel door de desindexering gerealiseerd worden, investeren in het lerarenloopbaanpact? Zo zou u stappen vooruitzetten.

Minister, zult u via omwegen – het zal immers niet gebeuren via deze hervorming en dit akkoord –, via andere decreten, waar mogelijk, zorgen voor de sociale mix, voor het tegengaan van segregatie, voor gelijke kansen? Grijp die aan. U hebt nog twee jaar. Maak dit goed. Beperk de schade, want het onderwijs rekent op u. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, ik heb met veel aandacht geluisterd en ik wil wat relativeren. Ik heb destijds de vso-hervorming meegemaakt en ik heb de discussies meegemaakt over het eenheidstype, en dan leer je wat relativeren. Bij deze hervorming is uitzonderlijk veel vertrouwen gegeven aan de schoolbesturen. Vrijheid van onderwijs, er is meermaals naar verwezen. Ik zou een oproep willen doen aan schoolbesturen, aan koepels om hun verantwoordelijkheid te nemen, samen met de leerkrachten, en ervoor te zorgen dat er voor de hervormingen die zij in hun gemeente en hun stad toepassen, een draagvlak is bij het personeel. Het zijn immers die mensen die het dagdagelijks zullen moeten toepassen. De grote toets was niet vorige week vrijdag: de grote toets komt de volgende jaren in de praktijk, in de scholen. Vandaar dat de discussie die nog moet komen over de curricula, over de eindtermen, zo bijzonder belangrijk is. Vandaar ook, aangezien het de leerkrachten zijn die dit zullen moeten uitvoeren, is de discussie over de lerarenopleiding nog veel essentiëler. Deze beschouwing wou ik nog maken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, ministers, dames en heren, om maar meteen aan te pikken bij de heer De Meyer: het is veelzeggend dat een vertegenwoordiger van de partij van de minister, CD&V, een oproep moet doen aan het veld, aan de leerkrachten, aan de scholen, aan de directies, aan de vertegenwoordigers van de leerkrachten, aan de netten om een onderwijshervorming die naam waardig, door te voeren.

Wij hebben vertrouwen in het veld, mijnheer De Meyer, u hebt klaarblijkelijk geen vertrouwen in deze regering en in uw eigen minister. (Applaus bij sp.a en Groen)

Jos De Meyer (CD&V)

Ik heb weinig zin in polarisatie, laat dat duidelijk zijn. Het dossier is daarmee niet gediend, integendeel. Toen minister Pascal Smet destijds zijn plannen toelichtte, heb ik eigenlijk soortgelijke betogen gehouden en er altijd op gewezen dat de kracht van de vernieuwing afhankelijk is van de wijze waarop dat in het veld wordt ingevuld.

Wat gisteren op dat vlak waar was, is morgen ook nog waar. Daar een politieke discussie rond maken, mevrouw Gennez, daar doe ik niet aan mee. Dit is niet in het belang van de opleiding van onze kinderen. (Applaus bij de meerderheid)

Het vertrouwen in het onderwijsveld, ook vanuit sp.a, onder de vorige regering en de deze is grenzeloos. Maar we ondersteunen mensen natuurlijk alleen maar als we hen een kader aanbieden, een houvast geven dat het onderwijs voorbereidt op de 21e eeuw. Dan is ‘the proof of the pudding in the eating’, collega's.

Laat ons het 'wittevrijdagakkoord’ – het heeft 15 jaar geduurd om het te laten landen en uw partij, mevrouw Homans, heeft 15 jaar in de regering gezeten en de mijne 10 jaar – toetsen op de inhoudelijke aspecten. Het heeft de verdienste van te bestaan, maar vangt deze kat ook muizen? Deze vragen willen we met u beantwoorden.

Het algemeen niveau van ons onderwijs – zo blijkt uit PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment) – daalt jaar na jaar een beetje, ook al zijn we globaal genomen goed. Wij vanuit sp.a vinden dat het niet goed is dat we ons neerleggen bij een achteruitgang van het algemeen niveau. Een tweede vaststelling is dat er een schrikbarend grote kloof is tussen kinderen uit kansrijke en kinderen uit kansarme milieus. Het is onze ambitie om kinderen, ongeacht hun thuissituatie, te laten kiezen op basis van hun talenten, op basis van hun interesses. Draagt dit akkoord hiertoe bij? Twee hele simpele vragen.

Als we kijken naar de studiekeuze en of er een goede oriëntatie mogelijk is, dan zegt 95 procent van het wetenschappelijk onderzoek – de heer Daniëls heeft één Amerikaanse studie gevonden die het omgekeerde zegt – dat goed kiezen, jongeren veel prikkels geven is. Ze echt laten proeven van verschillende domeinen en ze dan op basis van hun talenten en interesses zelf laten kiezen, niet op basis van het imago van school, niet op 11 jaar als de ouders kiezen – de heer De Ro heeft daarnet gezegd dat zijn ouders voor hen het VSO hebben gekozen. Ik denk dat het beter is dat kinderen zelf kiezen op basis van hun talenten. Dan zal die waterval als vanzelf gaan verdwijnen en zal de demotivatie, die je nu te vaak bij zittenblijvers ziet, als vanzelf verdwijnen.

Wat zien we als we naar de studiekeuze kijken? Mevrouw Meuleman heeft het ook gezegd: er verandert eigenlijk niets. Zo weinig. En dat is het wezenskenmerk van dit compromis, van dit politiek compromis. Er verandert zo weinig dat de kabinetschef van de minister tweet: “De studiekeuze vervroegt niet. Men moet niet bang zijn. We gaan je niet voor je 12 laten kiezen.” En de heer Daniëls tweet: “Je moet niet bang zijn. De studiekeuze verlaat niet.” Wel, dat is de beste definitie, de beste samenvatting van de status quo. Dat is de beste samenvatting van deze regering. De ene zegt dat het niet vervroegt, de andere zegt dat het niet verlaat. In de feiten gebeurt er niets. De kracht van verandering.

Mevrouw Gennez, u maakt er een potje van. U maakt er echt potje van. U maakt een analyse en u zegt: "De heer Daniëls heeft maar één studie. Eén studie.” Eén, zegt u. U hebt dat gezegd? Voorzitter, ik kan niet anders dan ze opsommen: Rindermann & Ceci, Reis & Renzulli, Kulik & Kulik, de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), Mulkey, Gentry & Owen, Hanushek & Woessmann, Rindermann & Thompson. Dat is er niet één.

Dat is er niet één, hé? Dus de eindterm ‘tellen’ is bij dezen ook niet behaald door u, mevrouw Gennez.

Ik kijk altijd naar het buitenland. Ik geef een kort citaat uit Nederland van de plaatselijke onderwijsraad en het rapport-Dijsselbloem – dat vergeet u allemaal te zeggen want dat past niet in uw kraam: “In het beleid zijn grote risico’s genomen met kwetsbare leerlingen” – daar had u het over, hé – “voor wie het onderwijs te (lang) theoretisch was en voor wie er geen aparte leerroutes mochten komen.” Dat wil u, hé. “Voor deze leerlingen is de nadruk komen te liggen op wat zij niet konden, in plaats van hun talenten te benutten.”

Wel, mevrouw Gennez, waar wij als N-VA voor pleiten is de talenten van leerlingen benutten. We gaan er ook naar op zoek. U wilt dus duidelijk niet zien dat we in de lagere school die technische en beroepscompetenties gaan zoeken. Dat wil u niet zien. U wilt ook niet zien dat deze regering, deze meerderheid beslist heeft – u zou het eigenlijk moeten weten want ten tijde van het akkoord van 2013 was Pascal Smet uw minister van Onderwijs – dat we in het eerste en tweede jaar secundair onderwijs in differentiatie-uren gaan voorzien. En het gaat niet alleen in de plus om te excelleren – fantastisch, zeer goed, wij vinden dat ook goed – maar het gaat ook om remediëren om de basisvorming te kunnen halen. Maar u negeert dat, u zegt dat dat niet waar is. Sorry, dat staat daarin.

Kathleen Helsen (CD&V)

Collega Gennez, u stelt het voor alsof er niets verandert en alles bij het oude blijft. Ik vind het bijzonder jammer dat u absoluut niet wilt zeggen waar de verschillen zitten tussen het nieuwe akkoord en de situatie vandaag, want er zijn wel duidelijke verschillen. U zegt dat leerlingen geprikkeld moeten worden op verschillende manieren. Wel, die basisvorming zal zo breed zijn dat ze op verschillende manieren zullen worden geprikkeld. Er zullen verschillende vakken in voorkomen die belangrijk zijn om goed voorbereid te zijn op de samenleving. Ze zullen leerlingen prikkelen. Er zal zo geprikkeld worden dat daar waar leerlingen onvoldoende kunnen kennismaken met een aantal vakken, er in de diepte nog verder op wordt ingegaan en daar waar extra uitleg nodig is, daar ook op wordt ingegaan. Er staat heel duidelijk in de nota dat die differentiatie net gebruikt moet worden om leerlingen beter te begeleiden in het maken van een studiekeuze, gaandeweg. Dit is opgenomen in de differentiatie. Dit is een duidelijk verschil. Het wordt duidelijk benoemd wat daar concreet van verwacht wordt. In het tweede jaar kunnen leerlingen nog extra geprikkeld worden met datgene wat ze goed kunnen, wat ze graag doen en waar ze meer kunnen voor kiezen om net in die eerste graad een meer verkennende en oriënterende fase door te maken. Dus datgene wat u vraagt, wordt net meer dan vandaag gerealiseerd. Bijzonder jammer dat u het niet ziet.

Ann Brusseel (Open Vld)

Mevrouw Gennez, ik heb een paar vragen voor u. U zegt dat die studiekeuze pas evident wordt wanneer men van alles heeft kunnen proeven en met alles kennis heeft gemaakt. Dan neem ik aan dat u weet welke vakken aan bod komen in de eerste graad. Wat lijkt u daarin te kort, zowel vandaag als morgen? Wat is er te kort in de eerste graad? Wat is het probleem met de eerste graad? Welke keuze is volgens u zo fundamenteel?

U zegt dat er eigenlijk niets zal veranderen. U weet dat er een aantal proefprojecten opgestart zijn onder minister Vandenbroucke, iemand die u goed kent. Ik weet niet of u nog vaak praat met hem, maar die proefprojecten hebben een hele tijd gelopen en die worden gewaardeerd door deze hervorming. Kunt u mij aantonen dat de ervaring die is opgedaan in die proefprojecten over domeinscholen en de eerste brede graad, niet zal mogen worden gebruikt? Deze onderwijshervorming biedt elke school de vrijheid om een aantal zaken voort te zetten of er nieuw mee te beginnen en men zal daarin ondersteund worden. Wat vertelt u eigenlijk? Wat probeert u de mensen thuis eigenlijk wijs te maken? Dat vraag ik me af.

U hebt het over een studiekeuze die niet kan worden gemaakt omdat men geen kennis maakt met verschillende vakken, maar bij mijn weten komt alles aan bod in de eerste graad, of niet?

U heeft het ook over – en dat vind ik bijzonder pijnlijk – achteruitgaande resultaten in het onderwijs de voorbije tien jaar.

Ja, kijk maar naar PISA.

Ann Brusseel (Open Vld)

PISA? Bij mijn weten is het in Vlaanderen achteruitgegaan toen we twee socialistische ministers van Onderwijs hadden. Ik weet dus niet waar u het over hebt.

Over PISA gaan we het morgen hebben en dan gaan we ook eens de vergelijking maken tussen landen met ‘early tracking’ en zonder ‘early tracking’. Maar, mevrouw Gennez, u verbaast me toch wel. Mevrouw Meuleman is consequent: ze was in 2013 tegen het masterplan, ze was in mei 2016 tegen wat op tafel lag en ze is nu even consequent. Het masterplan, dat hebben we samen gemaakt. Waar zit het verschil of de grote bochten tussen wat er in het masterplan staat  en wat er nu op tafel ligt? Er wordt verder gewerkt op het masterplan. In die optiek verbaast het me. Ik stel vast dat er nog maar twee partijen zijn die consequent zijn ten opzichte van 2013. Open Vld zat toen in de oppositie en was ook heel kritisch, terecht. Enkel CD&V en N-VA zijn sinds 2013 consequent aan dit plan aan het werken.

Mevrouw Gennez, wanneer u het over het prikkelen van leerlingen hebt, springt u direct naar de eerste graad. U onderschat blijkbaar wat het effect van de maatregelen zal zijn die ook in het lager onderwijs, in het basisonderwijs, zijn genomen. We gaan via vakleerkrachten, via de initiatie van vreemde talen, via wetenschap en techniek en mens en maatschappij veel meer en gerichter de leerlingen van de lagere school kunnen prikkelen, om te laten voelen waar hun sterktes, hun zwaktes, hun talenten en interesses zitten, juist om beter te kunnen oriënteren naar de eerste graad. Het hoeft zich niet in de eerste graad af te spelen. Het speelt zich al af in de lagere school. Dat is de kracht van de hervorming.

Aangezien u het mij vraagt, zal ik inderdaad citeren uit het masterplan en uit wat jullie nu hebben beslist. In het masterplan staat zeer duidelijk wat hier vandaag in alle toonaarden wordt ontkend: dat er een hiërarchie is in de maatschappelijke appreciatie voor de onderwijsvormen aso, bso en tso en dat dat mee de studiekeuze van de leerling bepaalt. Dat staat in het masterplan. In het masterplan staat ook zeer duidelijk dat na het opstellen van een matrix, die de transparantie voor de studiekeuze vergroot, we willen stoppen met labels op kinderen te kleven: ‘Jij bent een goede, theoretisch sterke leerling van het aso, en, sorry, voor jou wordt het wat moeilijker, dus begin maar in de B-stroom.’ Jullie hebben inderdaad beslist dat die tussenschotten mordicus moeten blijven bestaan. Het aso is zelfs helemaal uit de hervorming gehouden. Vandaag hebben we al een beetje een brede vorming met 27 uren basisoptie en 5 uren studiekeuzevoorbereiding. Dat hebben we vandaag, dat blijft in het masterplan overeind en dat blijft in deze hervorming overeind. Wij vonden dat een te minimale keuze.

Een leerling zou nog kunnen stromen, of ‘opzalmen’ zoals de minister dat noemt, als je tussenschotten laat vallen. Maar nu zet je niet gewoon een tussenschot, niet gewoon een hekje dat je kan omduwen, maar een betonnen muur en die laat je godverdomme betalen door de scholen, de netten en de directies. Het is op hun kosten dat die hervorming, die tussenschotten worden versterkt. Dat is gewoon een gigantisch gemiste kans. (Applaus bij sp.a)

Jo De Ro (Open Vld)

Collega Gennez, het afschaffen van een label door Brussel, door dit parlement of door de regering, dat is al eerder gebeurd. De opleiding A2, of A3, of A1, is volgens mij al langer afgeschaft dan ik op deze planeet rondloop.

Dat is gewoon vervangen door een ander label.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik daag iedereen uit om zondag of zaterdag de weekendkranten te nemen en eens te bekijken in hoeveel vacatures men het nog altijd heeft over dat label. Wij in Brussel moeten ook eens bescheiden durven te zijn. Het is niet met het afschaffen van labels dat we ons onderwijs verbeteren. Ben ik een fan van een label als aso, tso of bso? Neen. Dat raakt eerlijk mijn koude kleren niet. Wat wel essentieel is, is dat we kinderen beter voorbereiden voor dat secundair onderwijs, ongeacht of ze dan in een domeinschool terechtkomen, waar men niet meer zal werken met die labels. Een onderwijsinrichter, het provinciaal onderwijs, heeft gisteren al heel duidelijk gezegd niet meer te zullen werken met die labels. Wie ben ik om hun die vrijheid te ontnemen? Ook die vrijheid heeft men. Dat mag. Dat is de vrijheid van onderwijs. Dat is de vrijheid van dit akkoord. Het gaat er echter om om beter voorbereid te zijn op het secundair onderwijs door in het kleuteronderwijs meer aanwezig te zijn, en de uitvoering komt hier binnenkort op onze banken, met OD XXVII, door vroeger met taal bezig te zijn en meer talen te krijgen. Voor de uitvoering daarvan gaat de minister zorgen in OD XXVII. Wetenschap en techniek, dat is al eerder gerealiseerd. Er is de betere studiekeuzebegeleiding. Ik denk dat we dat nodig hebben, en die strijd die sommigen in meerderheid en oppositie nog altijd willen voeren over labels afschaffen of behouden, is voor ons en voor de meeste ouders niet essentieel. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Gennez, ik begrijp u niet zo goed. Ik begrijp ook niet wat Onze-Lieve-Heer hier in krachttermen komt doen, maar goed, dat is voor uw rekening. De matrix heeft één grote verdienste: ze is duidelijk. Je kunt dit gewoon in je school ophangen. (Koen Daniëls toont een document)

Minister, u hebt het in het oranje afgedrukt. Ik heb het zonder kleur gedaan, maar het document is even duidelijk. Je kunt ervoor gaan staan en aan de ouders uitleggen waar welke studierichting zit. De matrix van vandaag, die kan ik niet afdrukken. Ik krijg die zelfs niet afgedrukt. Ik krijg die zelfs niet uitgelegd. Nu kunnen we dat. Waarom zijn die termen aso, tso, kso, bso, buso en OV3 er nog? Collega De Ro, ik heb het voorbeeld van de elektricien A1 inderdaad al zeer veel gegeven. Dat heet nu een ‘gegradueerde’. Ik wil met u rondlopen op zoek naar een gegradueerde. Dan vragen de mensen over wat het nu gaat. ‘Een A1. Ah, een A1, ja, dat kennen we.’ Maar een gegradueerde, dat kennen ze niet. Mevrouw Gennez, binnen de finaliteit doorstroom zijn er twee kolommen. U zult dat allicht al goed hebben bestudeerd. De ene kolom is domeinoverschrijdend aso, de andere is domeingebonden tso-kso. Dat staat er. Die opdeling is dus duidelijk voor de ouders: wat is de finaliteit daarvan, wat is de doelstelling daarvan en hoe zit die opleiding in elkaar? Dat, mevrouw Gennez, wens ik alle ouders toe, dat ze nu eindelijk weten wat het is, waar zoon of dochter zit en waar dat op voorbereidt. Daarvoor zijn die termen aso, tso, kso en bso zeer duidelijk. (Applaus bij de N-VA)

Voorzitter, men motiveert hier het behoud van labels door nog andere labels boven te spitten, die ook niemand verstaat. In het masterplan stond zeer duidelijk dat ze een negatieve connotatie hebben en dat dat ook de studiekeuze negatief beïnvloedt. Als die vaststellingen nu verdwijnen, als men denkt dat de waterval verdwenen zal zijn door de oproep om niet meer over die waterval te spreken, dan is dat volgens mij wishful thinking. Dan hoop ik voor u allen, voor ons onderwijs en onze kinderen dat dat klopt, maar sta me toe om daar samen met heel veel actoren in het veld aan te twijfelen.

Collega’s, ik wil nog iets zeggen over de nobele intenties die misschien wel aan de basis van dit akkoord liggen. Minister, u hebt eigenlijk gezegd geen akkoord te zullen maken zonder een brede consultatie en overleg met het veld. U hebt daar ook extra tijd voor gekocht en gekregen, ook van onze fractie.

Wel, het veld heeft meteen na de beslissing en communicatie over dit 'wittevrijdagakkoord' zeer negatief gereageerd. Veel negatiever dan sp.a bijvoorbeeld, omdat wij vertrouwen hebben in dat veld. Lieven Boeve van het KOV heeft gezegd: dit is niet de hervorming met de ambitie van mijn dromen. Raymonda Verdyck zegt: dit zal inderdaad die foute studiekeuze en dat watervalsysteem niet oplossen. De katholieke oudervereniging zegt: dit zal de waterval niet stoppen. De Vlaamse Scholierenkoepel zegt: dit is niet ambitieus, minister.

Dan hebt u misschien wel overlegd met dat veld, maar dan hebt u toch onvoldoende geluisterd. In dit memorandum zegt u: de netten zijn misschien wel kritisch, maar de scholen zijn het met me eens. Als we de bevraging van Het Nieuwsblad bekijken – die zal niet wetenschappelijk sluitend zijn – maar die zegt heel duidelijk dat twee op de drie schooldirecteurs deze hervorming een dikke buis geven! Dat is niet sp.a, beste collega’s uit de meerderheid. Dat is niet groen, dat zijn de mensen op het veld. Wij willen hier hun stem vertolken, omdat een onderwijshervorming een debat is – politiek – dat misschien maar één keer om de tien of vijftien jaar zijn beslag krijgt, maar dat maatschappelijk zo belangrijk is, en de ondersteuning aan die mensen die het dagelijks moeten doen, dat het onze stem verdient. Dan mogen we ook hun stem zijn, hier in dit parlement. (Applaus bij de sp.a)

Mevrouw Gennez, deze minister van Onderwijs in deze Vlaamse Regering heeft op het moment dat de koepelorganisaties advies geven, naar het Vlaams Parlement gebeld en gevraagd: ‘Kunnen jullie mijn mailbox groter te maken, want ik krijg zoveel reacties uit het Vlaamse veld die het met ons voorstel blijkbaar niet eens zijn?’ Meer zelfs, ze kreeg mails van directies en leerkrachten die zeiden: ‘Advies? Op 15 september? Ik weet van niets. Waarover gaat dat? Wie heeft dat gemaakt?’

En inderdaad, het was minister Crevits, het was deze Vlaamse Regering die vond dat ze haar advies ruimer moest maken. Ze moet ook rekening houden met advies van sectoren, van scholen, en adviezen van leerkrachten. En dat is niet enkel en alleen vanuit eigenbehoud dat die een advies sturen. Neen mevrouw Gennez, dat is omdat zij dagelijks met die leerlingen werken. En dat maakt dat dit akkoord nu inderdaad op gemor stoot bij een aantal die dachten dat ze iedereen vertegenwoordigden, ik zou in hun geval stilletjes geweest zijn en kijken naar inhoudelijke structuren alvorens te zeggen: ‘Al degenen die achter ons staan zijn fout, want wij wisten het eerst.’

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, u bent lid van de oppositie, het is logisch dat u hier al het ongenoegen komt vertolken, maar ik wil u wijzen op een wijziging van 2013 door mijn voorganger Pascal Smet. Uit een enquête in de Knack bleek dat 80 procent van de leraren totaal veroordeelde wat hij wilde doen. Hij heeft toen een heel aangenaam interview gegeven, u moet dat misschien nog eens lezen.

We hebben inderdaad een brede consultatie gedaan en ik heb uiteraard grote waardering voor het uniform voorstel van de onderwijsverstrekkers inzake de indeling in domeinen. Ze hadden een beperkter voorstel dan wij; zij stelden vijf domeinen voor, geen acht; we hebben er toch acht gemaakt. Om tegemoet te komen aan hun wensen, hebben we een domein talen ingevoerd. We hebben wel beslist om én sport, én horeca, én landbouw te behouden. We hebben immers gemerkt dat die sport- en landbouwscholen en de scholen voor horeca en voeding erop staan om hun eigenheid te behouden. Is het dan aan ons om te zeggen: neen, we gaan u liquideren, we geven u geen plaats in de domeinen? Neen.

De heer Boeve en mevrouw Verdyck – waar ik bijzonder veel respect voor heb – zeggen: wat jullie opleggen, is niet onze droom. Voor mij is het veel belangrijker dat zij – en bij uitbreiding elke school in Vlaanderen en elke leraar – in staat zijn om hun droomschool te realiseren. Dat maken wij met dit akkoord mogelijk. (Applaus bij de meerderheid)

Ook de vakbonden die de leerkrachten vertegenwoordigen hebben zeer ontgoocheld gereageerd. Die groep was ik nog vergeten te vermelden.

Een tweede belangrijke toetssteen voor de evaluatie van dit akkoord is uiteraard de duidelijkheid. We hebben allemaal de mond vol over transparantie, zowel voor de ouders als voor de scholen. En dan wordt, onder het mom van de vrijheid van onderwijs, die we een zeer warm hart toedragen, vrijblijvendheid en chaos gecreëerd. Dat is echt wel een zwaktebod. Scholen vragen duidelijke ankerpunten. Scholen vragen de mogelijkheid om die studiekeuze uit te stellen. Scholen vragen inderdaad de mogelijkheid om die domeinschool te kunnen worden. Dan zegt u: ‘Maar we houden hen toch niet tegen!’ Dat kan vandaag de dag ook al.

Als ik dan vraag hoe dat zal worden gestimuleerd, indien u dat een goed idee vindt, antwoordt de minister–president dat daar in geen geval extra middelen tegenaan zullen worden gegooid en dat het niet de bedoeling is om dat te stimuleren, maar dat het gewoon één van de opties is. Als we vragen hoe ervoor gezorgd zal worden dat die doorstroom en dat opzalmen wordt versterkt, zolang de waterval bestaat, dan is het antwoord dat er in de B-stroom voorzien wordt in wat extra algemene vorming. Voor het terugvloeien naar de A-stroom is er geen enkele incentive. Vandaag kan dat ook al maar in de feiten, zien we dat slechts 3 procent van de leerlingen daarin slaagt. Wezenlijk verandert daar niets aan. Die transparantie, die duidelijkheid, die ambitieuze hefbomen, dat kader voor het onderwijsveld is absoluut onvoldoende.

Tot slot nog dit. De heer De Ro verwees naar de ambitie in het onderwijsveld en naar de proeftuinen die een aantal jaren gelopen hebben. Mevrouw Brusseel zegt dat ze zullen worden gevaloriseerd en versterkt en dat die positieve ervaring zal worden meegenomen. Dat is geruststellend. Maar ik hoor dan de koepel van het provinciaal onderwijs Vlaanderen zeggen dat ze voor hun technische scholen vandaag geen nood hebben aan die labels aso, tso, enzovoort. Als ze zeggen dat ze puur op doorstroom of op arbeidsgerichte finaliteit zullen werken, dan is het eerste wat ik hoor van de heer Daniëls dat het een schande is omdat het provinciaal onderwijs weer buiten de lijntjes kleurt. Dat zou u moeten verontrusten, mijnheer De Ro, want wat is het nu eigenlijk? Is die vrijheid van onderwijs nu echt zo belangrijk? Willen we echt die stakeholders op het veld die vernieuwing laten incarneren, een voorhoede zijn voor dat onderwijs dat we echt nodig hebben? Of gaan we naar iedereen van goede wil, die vandaag iets doet in het onderwijs een belerend vingertje opsteken en hen terugdringen in het carcan van elitair conservatisme? Wat gaan we doen met al die mensen die positief geïnspireerd zijn?

De voorzitter van de grootste regeringspartij verklaart op zijn nieuwjaarsreceptie af te willen van die zever, volgens welke wie Latijn volgt ook Hout en Mechaniek en dan ook nog talen moet volgen. Wat vrezen jullie eigenlijk, collega’s van de N-VA? Dat iemand met een brede algemene ontwikkeling en heel veel capaciteiten, en misschien ook de capaciteit om door te stromen naar de universiteit, in de klas zou komen te zitten met een jongen met vuile handen? Is dat de vrees? Want dat is inderdaad elitaire waanzin. Dat is wat de sp.a niet wil. (Applaus bij de sp.a en Groen)                            

Mevrouw Gennez, het eerste wat u zegt, is dat we falen met onze B-stroom omdat maar 3 of 4 procent daarvan in de A-stroom terechtkomt. Weet u over welke jongeren we spreken? Weet u welke moeilijkheden die jongeren moeten overwinnen om die B-stroom ook al tot een goed einde te brengen en zich vervolgens te vervolmaken in het beroepsonderwijs?

U stuurt een verwijt naar mijn partij als het gaat over de boodschap van het provinciaal onderwijs. In dit ontwerp en het masterplan staat duidelijk dat het belangrijk is dat studenten niet alleen van studierichting maar ook van school kunnen veranderen. Er staat ook heel duidelijk dat de concepten die worden uitgebouwd, in samenspraak zullen moeten gebeuren met de verschillende onderwijsverstrekkers. Als dan opeens een onderwijsverstrekker zegt dat hij daar niet aan meedoet – want we spreken hier toch over domeinen, maar ook over studierichtingen –, hoe pas je dat dan in in het verhaal van overstappen van de ene school naar de andere?

Die koepel, mijnheer Van Dijck, zegt toch: wij gaan verder. We werken in de geest van de initiële hervorming van het masterplan dat toen was goedgekeurd.

Maar het gaat over studierichtingen waarin eindtermen en uitbreidingsdoelen moeten worden afgesproken. Dan kun je niet zomaar helemaal je eigen weg gaan. Dat moet toch beantwoorden aan wat in het parlement straks zal worden goedgekeurd.

Ja, daar ben ik het mee eens, ook al denk ik niet dat wij voor gaan stemmen. Ik ben het er wel mee eens dat de eindtermen en de curriculumdossiers ambitieus moeten zijn en over de netten heen moeten worden samengesteld. Wij willen zelfs verder gaan met de leerplannen. Minister, als u zover geraakt, dan mag u zeker op onze steun rekenen. Eindtermen, curriculum, leerplannen, daar vindt u een constructieve hand van de sp.a-fractie.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, ik heb daarnet gezegd dat die curriculumdossiers voor de tweede en derde graad in het oorspronkelijke masterplan van 2013 niet stonden, toen uw partij in de regering zat. Vorige vrijdag hebben we in het akkoord uitdrukkelijk ingeschreven dat zulke dossiers voor de tweede graad kunnen worden gemaakt. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat het jongeren de kans geeft te schakelen tijdens de studiejaren van een meer praktische naar een theoretische richting of omgekeerd. Dat is dus een bijzonder goede zaak.

Mevrouw Gennez, met alle respect voor uw mening, maar soms wringt u zichzelf in bochten, maar u komt hier nu orakelen dat u had gewild dat het overal domeinscholen zouden worden. Uw eigen partij heeft op het actuadebat in 2013 gezegd, ik citeer: “Scholen zullen zich op termijn kunnen ontwikkelen tot domeinscholen. Uiteraard zijn er collega’s die zeggen dat ‘kunnen’ te vaag is, maar ik wil wijzen op de vrijheid van onderwijs die hier nog steeds is in Vlaanderen. Ik ben ervan overtuigd dat als domeinscholen ontstaan en zich op bepaalde vlakken specialiseren, dat ouders de keuze zullen maken om de kinderen naar die scholen te sturen.” Dat heeft sp.a in 2013 gezegd. U moet toch niet van gedacht veranderen. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Gennez, ik was niet van plan iets te zeggen, maar ik kan me niet inhouden na wat u hebt gezegd over mijn partij. U zegt dat we kiezen voor aparte scholen zonder kinderen met een migratieachtergrond. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Dat vind ik schandelijk. Dat is wat u indirect hebt gezegd. Dat is echt schandelijk. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Dat hebt u wel geïnsinueerd, mevrouw Gennez. Het woord ‘segregatie’ hebt ú niet gebruikt, maar wel mevrouw Meuleman. Dat is een woord waarvan ik beschaamd zou zijn het in 2017 in Vlaanderen te gebruiken. Dat hebt ú niet gezegd, maar ik neem uw beschuldiging aan het adres van mijn partij ook niet.

Collega’s, het akkoord dat we vorige vrijdag hebben bereikt, is wel degelijk een modernisering. Dat is heel belangrijk. Minister Crevits heeft hier al heel veel en zeer goede uitleg over gegeven.

Ik geloof absoluut in gelijke onderwijskansen. Of het nu een kind van autochtone of van allochtone oorsprong is, maakt niet uit. Ik geloof in gelijke onderwijskansen. Maar ik geloof niet in gelijke onderwijsresultaten. Ik heb zelf twee kinderen. Die zullen ook niet dezelfde resultaten hebben. Wat jullie willen doen, is iedereen dezelfde kans geven – wat wij ook willen – maar tegelijk zeggen dat er geen onderscheid mag zijn en dat iedereen hetzelfde resultaat moet hebben. En daar passen wij voor. (Applaus bij de N-VA)

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Gennez, ik denk dat ik daarnet niet duidelijker had kunnen zijn over het provinciaal onderwijs. Er zitten hier, over de partijgrenzen heen, genoeg mensen die in een vorig leven als provincieraadslid bestuurder zijn geweest van provinciale scholen, het zeer gewaardeerde provinciaal onderwijs, zeer sterk in technisch en beroepsonderwijs. Als het POV beslist om in domeinen te gaan denken en niet langer te spreken over aso, bso en tso, dan juichen wij dat toe. Zeggen wij daarmee dat het verkeerd is dat anderen dat wel nog gaan gebruiken? Neen. Iedereen die zich daaraan ergert, dat laat ik voor hun persoonlijke mening. Ik heb daarstraks al gezegd dat onze partij overtuigd is door dit akkoord van vrijdag, net omdat we vrijheid geven aan degenen die voor het ene of het andere kiezen. Dan is het aan ouders en kinderen om keuzes te maken. En wij willen die ouders en die kinderen versterken.

Minister Homans, ik schrok daarnet wel, toen u zei dat we beschaamd moeten zijn om over segregatie te spreken. We hebben daarnet al de waterval moeten weggommen. Het ministerie van Onderwijs heeft de segregatie in ons onderwijs in kaart gebracht ter voorbereiding van een nieuw Inschrijvingsdecreet. Segregatie bestaat. Ik wil het gerust anders noemen – scholen waar meer kinderen van bepaalde afkomst zitten en andere scholen waar andere kinderen zitten – maar de segregatie is in onze steden aanwezig. Ik denk net dat het een overtuiging is, over de grenzen van minstens vijf van de zes partijen hier heen, om segregatie weg te werken. Over de methodes zijn we het nog niet eens. Maar dat segregatie in onderwijs bestaat en dat we die moeten bestrijden, was toch al langer een strijdpunt van bijna alle democratische partijen in dit halfrond.

Mevrouw Gennez, ik begrijp u niet goed meer. U citeert ook fout. Ik heb nergens geschreven dat het een schande was wat het provinciaal onderwijs heeft gedaan.

Ik begrijp u niet goed. U zegt dat we transparant en duidelijk moeten zijn. Hoe gaan we transparant en duidelijk zijn tegenover ouders als vervolgens sommigen dan toch weer andere benamingen gaan gebruiken? Ik lees in het persoverzicht van het provinciaal onderwijs dat zij een ‘domeinstream’ gaan maken. Boeiend, maar dan stellen ouders zich direct de vraag: wat is dat nu?

Ik vraag mij ook af hoe zij dan het onderscheid gaan uitleggen tussen technologische wetenschappen, wat tso-domeingebonden doorstroom is, en natuurwetenschappen, wat domeinoverschrijdend aso is. Want dat is wel een verschil. Je kunt dat verschil beginnen uit te leggen, en daar hebben ze dan een hele pagina van een persbericht voor nodig, maar ik respecteer de vrijheid. Als zij het aan die ouders met hele pagina’s tekst willen uitleggen, om toch maar die letters niet te moeten gebruiken, à la bonne heure. Ik vind wel dat ze heel rap zijn. Ik vraag mij af hoe snel ze hun leerkrachten hebben kunnen informeren.

U zei daarnet nog iets waar ik het absoluut niet mee eens ben. U hebt blijkbaar spijt dat u niet op onze geweldige nieuwjaarsreceptie was, waar u de speech van de voorzitter live kon horen. Maar dat ging verder. Hij heeft ook gezegd dat we blij zijn dat we eindelijk technische richtingen opwaarderen. U blijft die technische richtingen hier ‘de leerlingen met de zwarte handen’ noemen. Hoe durft u? Hoe durft u dat op die manier te blijven benoemen? Dat is toch gewoon een schande? (Applaus bij de N-VA)

Met deze hervorming, mevrouw Gennez, willen we eindelijk af van die ‘blue collar’ en ‘white collar’. Maar u staat hier weer vooraan voor heel Vlaanderen te zeggen dat die van tso degenen met vuile handen zijn. Hoe durft u?

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik wil het ook eens hebben over die vuile handen, mevrouw Gennez. Ik vind dat u dat debat nogal ideologisch voert. En onderwijs is niet gebaat bij ideologie, maar bij sterke pedagogie. We hebben er lang over gediscussieerd welke pedagogische modellen de beste zijn.

Ik zal u iets in vertrouwen vertellen. Ik heb altijd Latijn gestudeerd. Maar eerlijk gezegd heb ik jongens met vuile handen altijd wel leuk gevonden. (Rumoer. Gelach. Opmerkingen)

Je moet niet denken dat het allemaal tot segregatie en dramatische gevolgen leidt. Mevrouw Gennez, mijn eerste lief was een elektricien. We hebben nooit samen in de klas gezeten. Wat zou je ook samen in de klas doen? Waar of niet? (Gelach. Opmerkingen)

Ik kom even terug op een belangrijk woord dat u daarnet hebt gezegd. U gebruikte het woord ‘carcan’. U verwijt de N-VA dat ze iedereen in een carcan wil duwen. Wel, mevrouw Gennez, de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Want, u wilt een ander carcan. En wat is deze onderwijshervorming? Geen carcan, maar vrijheid. Dat is deze onderwijshervorming. Interessante concepten zijn in een matrix gegoten. We hebben respect voor wat er op het terrein gebeurt. Wat op het terrein gebeurt dat vernieuwt, dat anders is, kan worden voortgezet. En wat goed is, kan blijven. Er is voor elk wat wils. Daarmee hebt u het blijkbaar moeilijk. U verwijt anderen dat ze naar een carcan streven. Daar zakt mijn broek van af. (Applaus bij de meerderheid)

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, twee elementen. Eerst en vooral denk ik dat de minister van Onderwijs daarnet iets uitermate belangrijks heeft gezegd in verband met de curriculumdossiers en de verantwoordelijkheid die de onderwijsverstrekkers daarbij hebben.

Voor alle duidelijkheid: ik pleit voor een heel grote vrijheid van onderwijs. Ik vind niet dat bij het eventuele valideren de politici, de regering of het parlement de grootste rol moeten spelen, maar wel de onderwijsinspectie.

In dit hele debat wil ik ook iets relativerends, met de knipoog en een beetje filosofisch zeggen, voorzitter. Er zijn mensen voor wie de hervorming nooit ver genoeg gaat en er zijn mensen die elke bijsturing een brug te ver vinden. Behoud wat goed is, daarmee gaan we allemaal akkoord. Tene quod bene, zeggen ze in het Latijn. Hoe dat in het klassiek Arabisch klinkt, voorzitter, weet ik niet. Maar voor mij is het Arabisch nooit aan bod geweest om het Latijn of het Grieks te vervangen.

Wat ik wel weet, is dat de beroemde Al-Chwarizmi geen redevoeringen schreef, maar wiskundige analyses. Als grondlegger van de algebra en als grootvader van de informatica is hij voor onze moderne tijd natuurlijk minstens even belangrijk als Cicero. Behouden wat goed is, betekent niet, voorzitter, minister, collega’s, dat er geen ruimte is voor vernieuwing. Denk bijvoorbeeld aan het hele STEM-verhaal.

Kortom, ik wil mijn oproep van daarnet graag herhalen. Schoolbesturen die de vernieuwingen reeds hebben ingezet: alstublieft, ga daarmee door. Schoolbesturen die daar meer tijd voor nodig hebben: neem uw verantwoordelijkheid, doe dit samen met uw leerkrachten, zorg voor het draagvlak. Het essentiële voor mij is dat elk kind maximale ontplooiingskansen krijgt. (Applaus bij CD&V)

Mevrouw Gennez, ik begrijp de moeilijke situatie waarin u zich op dit moment bevindt. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Ik heb ook in de oppositie gezeten, nog niet zo lang geleden. (Opmerkingen)

Mevrouw Gennez, we voelen ons goed bij dit akkoord. We hebben dat ook voluit gesteund, omdat – en dat is de essentie van dit verhaal – de vrijheid van keuze doorheen dit hele akkoord ademt. Als ik het goed hoor, gaat het er voor u voornamelijk om opnieuw te pamperen, opnieuw te betuttelen, en vooral opnieuw te zeggen wat een ander niet kan en niet mag.

Voor ons is het akkoord transparant en duidelijk. Er is de reductie van het aantal studierichtingen. Er is de kans om excellente leerlingen uit te dagen, maar ook om leerlingen die het moeilijk hebben aan boord te houden. Niettegenstaande u de vorige keer in de meerderheid zat en de grote basis van de plannen al gelegd hebt, begrijp ik heel goed dat u het moeilijk hebt met het feit dat u, na vijftien jaar discussiëren en na twee socialistische ministers van Onderwijs, niets hebt gerealiseerd, en dat er vandaag een akkoord is. (Applaus bij de meerderheid en van de ministers Homans en Crevits)

Voorzitter, ik probeer globaal te antwoorden want er is heel veel gezegd. Er wordt hier lippendienst bewezen aan de vrijheid van onderwijs. Inderdaad, sp.a betreurt, samen met de onderwijsverstrekkers en met heel veel scholen, ook de nijverheidstechnische scholen, niet de vrijheid maar de vrijblijvendheid van dit akkoord.

Mevrouw Brusseel, om het onderwijs te hervormen, heb je misschien niet de grote ideologische bril, maar wel visie nodig. Je hebt een duidelijk kader nodig, en eensgezindheid om die visie in de praktijk om te zetten, samen met de mensen op het veld, de leerkrachten en de scholen. Die eensgezindheid, die andere klemtonen en die andere uitleg van een politiek akkoord: dat heb ik hier vandaag wel weer gehoord. Ik hoor de heer De Ro zeer terecht zeggen dat er segregatie is in ons Vlaams onderwijs en dat we de sociale mix nog veel meer moeten nastreven. Dat zal de kwaliteit van ons onderwijs bevorderen, zeker in een stedelijke context.

Ik hoor anderen, van de N-VA, het licht van de zon, de maatschappelijke realiteit, de toestand vandaag in onze steden en gemeenten ontkennen. Met pure newspeak zeggen ze dat we niet meer over de waterval en segregatie zullen spreken, en dat we niet zullen doen alsof er een imagoverschil is tussen bso en aso. Ze zetten de oogkleppen op en doen de ‘blaffeturen’ dicht en ze hopen dat het vanzelf zal overgaan en dat het vanzelf beter zal gaan, en dat we het heel vriendelijk zullen vragen aan de mensen op het veld – wel, ik heb veel bewondering en veel respect voor die mensen op het veld, maar ik concludeer dat zij toch niet echt een geschenk hebben gekregen op die witte vrijdag. Zij hebben vooral een lege doos gekregen met een heel zwarte strik rond, en daarmee moeten ze hun plezier zien te doen. Eigenlijk heeft men vijftien, zelfs twintig jaar rond de pot gedraaid om tot een onderwijshervorming te komen. Tot slot is men er gewoon naast gaan zitten. Helaas. (Applaus bij de sp.a en van Bart Caron)

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Voor die vijftien jaar is de huidige regering amper drie jaar verantwoordelijk.

Maar uw partij toch al dertien jaar, mijnheer Van Dijck. (Applaus bij de sp.a )

Wij hebben het masterplan goedgekeurd.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord. Mijnheer Daniëls, u hebt zeven minuten.

Collega’s, u ziet hier een blije ouder, een blije voormalige leerkracht in het tso en bso, een blije pedagoog, een blije oud-leerling uit het aso, en een blije politicus. Het is jammer dat minister Crevits nu net even weg is, maar ze zal het nadien wel horen: ik moet deze Vlaamse Regering en de drie ‘vices’, minister Tommelein, minister Homans en minister Crevits, proficiat wensen. U hebt een beslissing genomen, en daarbij rekening gehouden met alles. Absoluut! Ook met de scholieren. Want zij vroegen transparantie bij oriëntering. Ook dat zit in dit masterplan.

En ja, beste collega’s, er zitten een aantal zaken niet in het akkoord. Maar daar is een reden voor. Er is geen brede eerste graad omdat de N-VA ervan overtuigd is – en niet wij alleen, maar gestoeld op wat wij op het terrein horen – dat niet alle leerlingen dezelfde capaciteiten hebben. Dat is zo. Niet alle leerlingen, helaas, hebben dezelfde capaciteiten. Dus gaan we ze ook niet samen zetten.

Dan heb je twee opties. Een daarvan is dat men zich richt op diegene die net meekan, dat is nivellering. Dat betekent dat men de sterke profielen niet uitdaagt. Die sterke profielen zijn de taartenbakkers van de welvaart van morgen. Die taarten gaan we verdelen in ons sociaal welvaartmodel. De N-VA wil dat niet mee afbreken.

Ook inzetten op leerlingen met andere capaciteiten zit in deze hervorming met die differentiatie. We hebben het hier echter al genoeg gehad over die brede eerste graad en over zogenaamde schotten. 

Collega’s, ik wil u graag wijzen op een aantal andere zaken die ook in het akkoord zitten, zoals wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Voormalige sp.a-ministers vroegen zich af waarom niemand kiest voor technische richtingen. Wanneer men dan gaat kijken in het basisonderwijs, ziet men dan het vak wereldoriëntatie. Volgens de gemiddelde ouder is wereldoriëntatie aardrijkskunde omdat daar het woordje ‘wereld’ in zit. Wij gaan echter zeer weinig op zoek naar wetenschap en techniek.

U was erbij tijdens de reis naar Korea tijdens de vorige legislatuur. Weet u wat Pascal Smet toen zei? Hij vond het fantastisch dat daar werd gewerkt met Lego Technics in de basisscholen. Mevrouw Gennez, uw minister zei toen dat dat ook dringend bij ons moest worden ingevoerd om die talenten te ontdekken. Welnu, deze beslissing wordt door de huidige regering genomen.

Soms wordt het toch iets te gortig, mijnheer Daniëls. Het licht van de zon ontkennen is misschien populair in Korea, eerder nog in Noord-Korea dan in Zuid-Korea, maar de introductie van wetenschap en techniek in het basisonderwijs hebben wij mee ontworpen en goedgekeurd. Dus nu komen doen alsof dit een uitvinding is van de N-VA van de laatste twee jaar, dat is de waarheid geweld aandoen, zelfs verkrachten en ontkennen. En dat doet u wel vaker in onderwijsdiscussies, mijnheer Daniëls. U verwijt anderen dat ze zaken noemen die er niet in staan, maar zelf probeert u de publieke opinie om de tuin te leiden met zaken die nergens zijn beslist. De heer De Meyer heeft het daarnet ook gezegd. Waar kwam die insinuatie met betrekking tot klassieke talen en Arabisch vandaan? Dat was gewoon iets dat de N-VA heeft opgeduikeld om de Vlaamse publieke opinie schrik aan te jagen. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar u misschien wel.

De verdienste van deze regering is dat we dit apart zullen benoemen, dat we die eindtermen zullen operationaliseren en dat we vakleerkrachten mogelijk maken om de stap van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs beter in the picture te zetten. We gaan van één leerkracht naar meerdere leerkrachten.

Wat staat er nog in het akkoord? De Nederlandse taal, we hebben het daar nog niet over gehad. Hoe komt het dat veel leerlingen niet kunnen aansluiten en niet kunnen volgen? Omdat ze de leerkracht en de handboeken gewoon niet verstaan. En dan kun je moeilijk verwachten dat begrijpen wel zal volgen. De laatste PISA-resultaten hebben aangetoond dat een van de cruciale zaken – zelfs als gecorrigeerd voor SES – taal is. Ik heb soms wat heimwee naar Frank Vandenbroucke bij de socialisten want die man begreep dat.

We hebben twee basisopties ingevoerd – STEM-wetenschappen en STEM-technieken – heel specifiek om eindelijk aan te duiden dat er ook sterke STEM is. We hebben opstroom in de B-stroom. Daar wordt wat lacherig over gedaan. De N-VA erkent echter dat er leerlingen zijn met capaciteiten en dat het mogelijk is dat zij in de A-stroom en verder kunnen. Alleen gaan wij ouders niet zeggen dat dat voor alle leerlingen kan. Ik heb in mijn vroegere school leerlingen van een humane richting in het tso naar een scheikundige richting zien opstromen. Dat kan vandaag al, maar we gaan alle ouders en leerlingen niet wijsmaken dat dit voor iedereen kan. Dan pas krijgt men ongelukkige kinderen.

Voorzitter, ik wilde eigenlijk niks meer zeggen, maar soms wordt het me te veel. Het is mij te veel geworden toen de heer Daniëls letterlijk zei dat er ook sterke STEM is. Dat wil dus zeggen dat STEM in het tso geen sterke STEM was. Is het dat wat u zegt? Ben ik diegene die tso en bso onderschat en minderwaardig acht? Ik denk dat de echte persoon – en de echte partij – die het tso en bso niet naar waarde schat, daar staat. U hebt zich jammerlijk versproken. (Applaus bij Groen en sp.a)

Mij was precies hetzelfde woordje opgevallen. Ik zat echt te wachten tot het moment dat de woorden ‘zwakke of sterke leerlingen’ zouden vallen. (Opmerkingen)

Neen, mijnheer Van Dijck, we spreken over zwakke of sterke leerlingen omdat we de capaciteiten van de leerlingen enkel definiëren in termen van cognitieve vaardigheden. Voor mij zijn de sterken de metsers, de mechaniekers. Wat jullie vandaag met een wereldvreemdheid, waar ik sta van te kijken, vanuit de meerderheid blijven ontkennen, is dat de labeling een realiteit is. De labeling is een realiteit. Beeld je in hoe het voelt als kind om gedurende de hele lagereschoolcarrière op het oudercontact te moeten horen dat je zwak bent, dat je dan maar naar de B-stroom mag gaan, wetende dat dit betekent dat je in het tso of bso zult belanden. Daar krijg je dan te horen dat je maar goed genoeg bent om mechanieker of metser te worden. Daar moeten we van af. We hebben alle talenten nodig van al onze kinderen. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Meuleman, ik sprak over de basisopties STEM-wetenschappen en STEM- technieken. Als onderwijsexperte zou u moeten weten dat de basisopties in het tweede jaar zitten en dat daar geen tso of bso is. Uw opmerking valt in het niets. Deze Vlaamse Regering zet biotechnische wetenschappen heel duidelijk bij de finaliteit ‘doorstroom’. Eindelijk laten we aan ouders zien dat het niet omdat het tso is dat de leerling niet naar de universiteit of naar het hoger onderwijs zou kunnen gaan. Dat doet deze regering. Dat is de duidelijkheid die u onder de mat wilt moffelen, maar de N-VA en deze meerderheid niet.

U heb niet geantwoord op de vraag wat voor u zwakke en sterke STEM-richtingen zijn.

Het gaat over basisopties, mevrouw. U moet de tekst lezen. Lees nu toch eens waarover het gaat. Als volksvertegenwoordigers worden we geacht te weten waarover het gaat. U spreekt maar over richtingen in tso en bso, terwijl ik het heb over basisopties in de eerste graad. U weet niet waarover u spreekt. 

U hebt het gehad over sterke en zwakke STEM-richtingen. Wat bedoelt u daarmee?

Voorzitter, is hier een bord waarop ik het duidelijk kan maken? (Gelach. Opmerkingen)

Als de kracht van het woord geldt, zal ik het nog eens didactisch proberen uit te leggen. Er zijn STEM-richtingen waarmee we nu duidelijk aantonen binnen tso dat ze leiden naar de universiteit of het hoger onderwijs. Tso-scholen hebben het momenteel lastig om uit te leggen dat je met een IW of biotechnologische wetenschappen perfect naar de studie bio-ingenieur kunt gaan. Ze krijgen dat nu niet uitgelegd. Nu zeggen we tegen ouders dat we het niet moeten uitleggen omdat ze het kunnen zien. Dat is de kern van de zaak.

Minister Hilde Crevits

Voor zij die zich afvroegen waar ik daarnet was: ik hield even een plaspauze. Ik heb zes glazen water gedronken. Dat is heel gezond, schijnt het. Ik heb dat gedaan zonder mijn vinger op te steken. Hopelijk vergeeft iedereen mij dat. (Gelach)

In de basisopties hebben we inderdaad STEM-wetenschappen en STEM-technieken gedefinieerd. Daar zitten duidelijke verschillen op. Het ene is veel meer toepassingsgericht dan het andere. Ik ben het eens met de technische scholen die zeggen dat het bij STEM-richtingen in de tweede en derde graad duidelijk moet zijn dat ze te maken hebben met wetenschappen en techniek en niet zomaar ingevuld mogen worden met van alles en nog wat. De uren die eraan worden besteed, moeten worden bestemd met datgene waarvoor ze bedoeld zijn.

Vandaar dat we zelfs twee opties hebben gemaakt: STEM-wetenschappen en STEM-technieken. De industriële wetenschappen staan heel duidelijk bij de STEM-wetenschappen. Het is een basisoptie die ook nu al door jongeren gekozen wordt, maar die we wat willen verbreden. In het tweede jaar zijn er dus al heel wat kansen om STEM te volgen als voorbereiding, eventueel, op domeinen later.

Jo De Ro (Open Vld)

Collega Segers, we komen van dezelfde basisschool in Liedekerke. Het zal u niet verbazen dat mijn drive om aan politiek te doen net het vermijden van segregatie is en om arbeiderskinderen die getalenteerd zijn, te kunnen laten doorstromen op basis van hun talenten en niet vanuit het huis of het appartement waarin ze opgroeien.

Ik verwacht geen heil van het afschaffen van labels. En, collega Daniëls, ik denk ook dat alleen transparantie in het studieaanbod onvoldoende is. Ik ben tweede generatie. Niet dat mijn roots buiten Vlaanderen liggen, maar ik ben tweede generatie omdat mijn ouders allebei de eerste generatie waren die mochten studeren. Waarom hebben ze mogen studeren? Omdat eerst de dorpsonderwijzer hun talenten had gezien en hun had gezegd dat ze na de vierde graad lager onderwijs niet naar het veld of naar de fabriek moesten gaan, maar moesten doorstromen naar de middenschool. In die middenschool hadden ze leerkrachten die hun talenten ontdekten en die hen stimuleerden om normaalschool te doen na het middelbaar. Ik ben tweede generatie omdat mijn ouders leerkrachten hadden die de talenten hebben gezien, los van het feit dat mijn grootouders landbouwers waren en dat mijn grootmoeder meid was bij de dokter.

We zijn hier al heel lang een debat aan het voeren, maar ik denk dat we moeten inzetten op een betere studiebegeleiding door leerkrachten die daar sterker in worden gemaakt door nascholing en vorming. We moeten elkaar niet blijven doodslaan met labels. Mensen die mij aan het volgen zijn, sms’en mij dat het niveau van het aantal verwijten dat hier door de zaal gaat, heel laag is. Collega Annouri, ik was blij met uw eerste tussenkomst daarover. We halen geen niveau, en ik probeer dat niet pedant te zeggen, want net over dat pedant zijn, komen er vele opmerkingen.

Jo, we komen inderdaad van dezelfde school in Liedekerke waar er een goede mix was in de lagere school. We weten ook dat segregatie in de middelbare scholen gebeurt. Zolang de situatie bestaat waarin kinderen die in tso- of bso-richtingen terechtkomen, opvallend vaak uit een milieu komen waarin ook de ouders lageropgeleid zijn, is er een probleem. En dat moet we opgelost krijgen. Dat begint helaas wel bij de connotatie die gemaakt wordt bij die labels. Laat ons dus inzetten op sterke richtingen en stoppen met de labels. De vrees is dat door de hervorming – die er geen is, maar die louter een cosmetische opsmuk is – de segregatie in stand wordt gehouden.

Het momentum is een beetje voorbij, maar ik wou toch nog even reageren. Mevrouw Segers, ik heb echt een steek door mijn hart gekregen als voormalig zorgcoördinator over hoe u denkt dat in de lagere school wordt geoordeeld over een sterk of een zwak kind, met andere woorden over een kind dat het wat moeilijker heeft of niet. Ik kan als zorgcoördinator en voor alle zorgleerkrachten getuigen dat dat tegenwoordig niet meer het geval is. Ik weet niet hoelang uw kinderen uit de lagere school weg zijn, maar zo gebeurt het niet meer tegenwoordig. Wij proberen vanuit de talenten en de interesses en de sterktes van kinderen na te gaan waarheen we ze het best kunnen oriënteren. Wij zeggen niet: ‘U bent niet slim genoeg, u moet naar de B-stroom’ en ‘U bent fantastisch. U mag naar de A-stroom.’ Dat zijn dingen die misschien in het verleden gebeurden, maar dat gebeurt al jaren niet meer.

Op de fiches die wij maakten bij de overgang van de lagere school naar het middelbaar, stonden de talenten van de kinderen op de eerste bladzijde. Het kind heeft oog voor dat en dat en dat. Het kind is sterk in dat en dat. Op de tweede bladzijde, aan de achterkant, kwamen de resultaten die ze al of niet behaald hadden. We hebben al onze kinderen georiënteerd op hun sterktes en hun kwaliteiten. Ik denk dat dit van een ver verleden is waar u over hebt gesproken. (Applaus bij de N-VA)

Collega's, de lerarenopleiding staat ook in het regeerakkoord. Tot spijt van wie het benijdt, maar onderwijs gebeurt in de klas of het gebeurt niet. Onderwijs gebeurt niet in structuren maar gebeurt met inhoud. En om die reden staat in dit regeerakkoord dat we gaan inzetten op vakkennis, vakdidactische vaardigheden en klasmanagement bij de leraren. Een leraar, beste collega's, beïnvloedt in zijn carrière duizend leerlingen. Dat gaan we niet veranderen met structuren. Er is nog een maatregel uit het masterplan en de conceptnota's: wij hebben ingezet op een niet-bindende toelatingsproef voor de aanvang van de lerarenopleiding.

Wat zit er nog in het akkoord? Een beter oriënteringstraject, waarbij we rekening houden met de gegevens van de planlast van leerkrachten. Collega Vandenberghe verwijst er regelmatig naar, en collega Krekels ook. Leerkrachten maken leerlingvolgdossiers in de lagere school. Daar wordt tijd en energie in gestoken. Vervolgens gaan de leerlingen naar het secundair onderwijs, en dan is die informatie weg, die wordt niet meer gebruikt. Dat is toch zonde. Wel, hierin staat dat we die info meenemen voor een goede oriëntering.

Collega's, eindtermen, inhoud: in dit akkoord staat dat we de algemene eindtermen gaan versterken voor iedereen. Er staat ook dat we specifieke eindtermen gaan maken voor domeinoverschrijdend aso, domeingebonden tso, arbeidsmarkt en de arbeidsprofielen in bso. Dat is kwaliteit, dat is inhoud. We voegen daar nog aan toe dat we basisgeletterdheid willen. Collega's, deze meerderheid legt eindelijk een lat waarvan we zeggen: dat stuk vinden wij cruciaal om in onze maatschappij überhaupt te kunnen overleven en eraan te kunnen participeren. Het is toch een verdienste van deze meerderheid dat dit erin zit.

Duaal leren: eindelijk wordt erkend dat je ook kunt leren op de arbeidsvloer. Al die zaken maken onderdeel uit van dit akkoord. Kan men nog overstappen van de ene richting naar de andere? Ja, maar wel binnen realistische perspectieven. Wij willen niet voor iedereen hetzelfde. De vrijheid van de scholen? Ja, maar wel de vrijheid van de individuele scholen. Daar zit de kennis.

Collega's, afsluitend, ‘tene quod bene’, behoud wat goed is, maar met zeer gerichte maatregelen bijsturen om onze sterke leerlingen te versterken en om onze leerlingen die iets extra's nodig hebben, op het minimumniveau te krijgen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Voorzitter, collega's uit de regering, collega's uit het parlement, er is natuurlijk al veel gezegd. Alle aspecten zijn ondertussen wel aan bod gekomen. Maar ik vind het toch zinvol om ook vanuit onze fractie een uiteenzetting te houden bij het akkoord dat bereikt is.

Ik wil beginnen met te stellen dat we inderdaad vele jaren van discussie nodig hebben gehad om ten gronde van gedachten te wisselen over alle studies die wijzen op de knelpunten binnen ons onderwijs. Gelukkig heeft deze regering na vijftien jaar van discussie, vrijdag een akkoord over de hervorming van ons secundair onderwijs bereikt. De belangrijkste vaststellingen uit onderzoek en uit de praktijkervaring zijn legio. Wij willen nog eens heel duidelijk stellen dat ons onderwijs wereldtopniveau haalt, maar dat vooral de gemiddelde leerling daar vandaag ten volle van profiteert. We moeten bekijken op welke manier de sterke leerlingen maar ook de leerlingen die het moeilijker hebben in ons onderwijs, kunnen worden versterkt zodat zij niet afhaken en zij ook gemotiveerd zijn om ten volle een opleiding af te werken en zich enorm goed voor te bereiden op de samenleving waarin ze terechtkomen.

Daarom was het ook nodig om te kijken hoe ons onderwijs nog beter kan aansluiten op de arbeidsmarkt, die continu verandert, maar ook om te kijken hoe we beter aansluiting kunnen maken met het hoger onderwijs, zowel de universiteit als de hogescholen. Het juiste antwoord formuleren op de vraag hoe we de sterktes die we effectief in ons onderwijs hebben, kunnen behouden, en daaraan gekoppeld, kunnen verbeteren waar nodig, was niet eenvoudig. Die vraag was niet eenvoudig. De antwoorden waren niet altijd onmiddellijk helder. Vandaar dat we toch heel wat tijd nodig hebben gehad om de discussie te voeren. Twee ministers, aan deze regering voorafgaand, hebben daaraan gewerkt. Vandaag mogen we heel duidelijk stellen dat dat een zeer grote verdienste is van minister Crevits en de hele Vlaamse Regering, dat ze na twee en een half jaar tijd, na zeer grondig overleg met alle stakeholders, erin geslaagd zijn om deze sterke stap vooruit te zetten.

Ik stel vandaag vast dat niet iedereen ervan overtuigd is dat dit een sterke stap vooruit is. Ik wil daarom nu niet zozeer stilstaan bij wat niet in het akkoord zit, maar vooral bij de kansen die er wel in zitten, want dat zijn de kansen waar iedereen verder mee aan de slag moet. Het gaat niet enkel en alleen over een matrix, het gaat over 71 maatregelen die we nemen om ons onderwijs te hervormen. Het gaat niet enkel en alleen over secundair onderwijs, het gaat ook over het basisonderwijs. Het gaat over vele aspecten die te maken hebben met heel ons onderwijs. Het nieuwe secundair onderwijs zal onderwijs zijn dat meer dan ooit inspeelt op individuele noden van leerlingen. Niet enkel en alleen een stevige basisvorming komt aan bod, maar ook voldoende differentiatie, differentiatie om nog niet op zeer jonge leeftijd te kiezen, maar om tegemoet te komen aan wat leerlingen nodig hebben. En in het tweede jaar van de eerste graad kunnen leerlingen een keuze maken voor een heel beperkt pakket in het totale urenaantal. Dat geeft hun net de mogelijkheid om studierichtingen waarvoor ze later kunnen kiezen beter te verkennen, aan de hand van een basisoptie die wordt vooropgesteld en die verschillende leervakken bundelt waarin ze meer geprikkeld kunnen worden en meer kunnen verkennen welke studierichting in de tweede en de derde graad het best bij hen past. Maatwerk en differentiatie staan zeer sterk voorop. Dat is nodig opdat het onderwijs voor alle leerlingen boeiend blijft en motiverend werkt. Daar is in dit akkoord veel aandacht aan geschonken, om net tegemoet te komen aan die knelpunten.

Er wordt ook een mogelijkheid gecreëerd om de domein- of campusscholen te creëren. De opmerking werd gemaakt dat dit niet als een verplichting, als één model, wordt opgelegd. Het is een zeer bewuste keuze om net die vrijheid te geven aan het terrein, om zeer bewust, zeer overtuigd te kunnen kiezen voor het model van school dat het best past daar waar school wordt gemaakt.

De finaliteit komt sterk in beeld. In de discussie wordt heel veel aandacht geschonken aan de labels, maar wat de matrix doet, is net de finaliteit van studierichtingen vooropstellen en duidelijk perspectief geven aan leerlingen en duidelijk maken waarvoor ze kiezen, waarop ze zich voorbereiden, want in het secundair onderwijs bereiden ze zich op iets voor dat na het secundair onderwijs komt. Het is belangrijk om dat in beeld te brengen en zo brengt dit akkoord toch wel een secundair onderwijs dat perspectief biedt aan leerlingen.

Een derde belangrijk element in deze hervorming is dat het nieuwe secundair onderwijs maatschappelijk relevant onderwijs is. Studierichtingen die vandaag worden aangeboden die niet leiden tot een werkplek op de arbeidsmarkt, worden geschrapt maar de opleidingen die wel goed voorbereiden op hoger onderwijs, of die wel goed voorbereiden op de arbeidsmarkt, worden behouden. Er is ook oog voor de nicheopleidingen waarvoor we niet zozeer veel leerlingen aantrekken, maar die op de arbeidsmarkt wel heel erg nodig zijn en waar we hopen straks invulling aan te kunnen bieden.

Dit akkoord is dus een akkoord waar wel heel wat kansen in zitten om naar een nieuw secundair onderwijs te gaan, waar plaats is voor alle leerlingen, waar wordt tegemoetgekomen aan de vele talenten en capaciteiten die aanwezig zijn.

Maandenlang is er in dialoog met het onderwijsveld, de koepels, de hogescholen, de universiteiten, de bedrijfswereld samengewerkt, en vandaag ligt het resultaat op tafel. De tabellen en de schema’s zijn er, de hefbomen liggen er, maar het zullen vooral de schoolteams zijn die er aan de slag mee moeten gaan, die zullen worden uitgedaagd om met die instrumenten die er liggen, vorm te geven aan hun school, op maat van hun leerlingenpopulatie. Dé leerling, dé school bestaat immers niet. Daarom is het niet verstandig om met deze hervorming een one-size-fits-allmodel op tafel te leggen, waarin iedereen moet passen, want dat zou onvoldoende tegemoetkomen aan de grote diversiteit die aanwezig is.

Ik heb zelf heel lang als veldwerker in het onderwijs gestaan en ik heb zelf heel sterk kunnen ondervinden hoe moeilijk het is als je als veldwerker in een strak keurslijf wordt gedwongen. Daarom ben ik er ten volle van overtuigd dat we met dit akkoord vooral ruimte bieden aan het onderwijsveld, dat we kansen geven om te doen wat nodig is. We moeten er alle vertrouwen in hebben dat de kwaliteit van ons onderwijs niet enkel en alleen op een kantoor hier in Brussel tot stand zal worden gebracht, maar vooral via de magie tussen leerkracht en leerling. Dat is wat deze onderwijshervorming ook versterkt en in de toekomst vooral mogelijk zal maken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Beste collega’s, ministers, voorzitter, maar vooral beste ouders en leerkrachten die thuis nog het debat aan het volgen zijn, dit is niet het gemakkelijkste debat, niet alleen omdat we in Onderwijs al eens in jargon durven te vervallen, maar vooral ook omdat we iets te snel in zwart-witdiscussies vervallen, die voor het onderwijs en vooral de kinderen en de leerkrachten geen belang hebben. Ik heb dat daarjuist ook vanop de banken gezegd.

Ik heb de afgelopen weken al gehoord, en ook vandaag opnieuw, dat voor sommigen het akkoord een ongelooflijk succes is en dat het voor anderen nergens op lijkt. Sommigen zien er de ultieme vette vis in, anderen vinden het maar een dode mus. De verwijten vliegen dan ook rap over en weer: ‘u wilt een eenheidsworst’, ‘u wilt een niet te realiseren vorm van maatwerk’, ‘u wilt toekomstig ingenieurs en metsers verplicht in dezelfde klas zetten’, ‘u wilt een elite in bepaalde scholen’. Er zijn er zelfs die ons proberen wijs te maken dat erover werd gedacht om mensen tot 16 jaar in richtingen te zetten waar men én Latijn én haartooi én wiskunde én automechanica zou krijgen. Beste collega’s, dit debat heeft daar geen nood aan. Demagogie en verwijten heen en weer op sociale media zijn echt wel het laatste waar het onderwijs en Vlaanderen op zaten te wachten. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Ik heb het al een paar keer herhaald, en ook onze minister, de heer Tommelein, heeft het daarnet nog gezegd: voor onze partij valt het akkoord van vrijdag samen te vatten in één belangrijk woord, namelijk ‘vrijheid’, de vrijheid voor scholen om zich zo te organiseren dat ze er voor hun leerlingen alles aan kunnen doen om niemand achter te laten en ieder op zijn niveau mee te krijgen.

Laten we om dat te illustreren eens vertrekken vanuit het verhaal van diegenen waarover het gaat, de leerlingen. Laten we drie vriendjes uit dezelfde straat nemen. Dat mag Liedekerke zijn, dat mag Antwerpen zijn of Vilvoorde. Dat maakt mij niet uit, maar u zult wel een aantal verhalen kunnen herkennen. Ze zitten op dit moment nog in de buurtschool achter de hoek. Het eerste kind, Ellen, was altijd een zeer snelle en leergierige leerling. Ze kan niet snel genoeg naar de grote school gaan en zegt al twee jaar met heel veel overtuiging dat ze dolgraag wil leren over het oude Rome en de taal die men daar sprak. Gaan haar ouders een school kunnen vinden die op de interesses en de leergierigheid van dit meisje inspeelt? Absoluut. Scholen hebben door dit akkoord de vrijheid om zich zo te organiseren dat Ellen vanaf het eerste jaar zal kunnen kennismaken met klassieke talen.

Ellens buurjongen die links van haar woont, gaat heel graag naar school op de dagen dat er veel rekenen, sport en techniek op het programma staan. Maar o wee als Bram een lange tekst snel en foutloos moet voorlezen volgens de AVI-methode, dan steekt algauw stress de kop op. Zal Bram zijn buurmeisje moeten volgen naar dezelfde secundaire school of gaan zijn ouders een school kunnen kiezen die zich zo gaat organiseren dat ze domeinbreed binnen STEM alles gaat aanbieden, zowel doorstroom- als arbeidsmarktgerichte richtingen en alles wat daartussen zit? Ja, die school zullen Brams ouders kunnen vinden. Want scholen en inrichtende machten zullen de vrijheid hebben om zich zo te organiseren. Als die scholen op een bepaald moment de oude labels van aso, tso en kso verlaten, gaan wij dan vanuit dit parlement, vanuit Brussel, ons vingertje opsteken en zeggen dat het niet mag? Nog eens, als een grote speler op het vlak van beroeps- en technisch onderwijs, die ik altijd zeer gewaardeerd heb, het provinciaal onderwijs, die piste kiest, dan kan dat sinds vrijdag effectief.

Ten slotte hebben we Mehdi, de buurjongen die rechts van Ellen woont. Mehdi kwam samen met zijn zus Sarah zeven jaar geleden in Vlaanderen wonen. Zijn oudere zus heeft het moeilijk. Na twee B-attesten is ze van de Latijnse naar de moderne gegaan; dit jaar is ze van school veranderd en nu zit ze in de richting handel. Sarah had eigenlijk Latijn willen blijven volgen, ze was daarin de beste van de klas. Maar haar wiskunde was te zwak voor de Latijnse. Door dat oordeel en doordat Sarah haar lievelingsvak niet langer kon volgen, sloop demotivatie langzaam binnen. De ouders van beide kinderen willen vermijden dat Mehdi dezelfde weg opgaat. Ze zijn voor de vakantie naar de leerkracht van het vijfde leerjaar gestapt waar Mehdi volgend jaar in de klas zal zitten. Ze hebben het probleem voorgelegd want ook zijn wiskunde is niet sterk genoeg. Die leerkracht heeft hen gerustgesteld. De school zet vanaf volgend jaar in op remediërende trajecten die dit akkoord mogelijk maakt en die in het masterplan zitten. Men zal de eindtermen voor de leerlingen die er nog niet zijn, bijwerken in het laatste jaar van het basisonderwijs om beter voorbereid te zijn op het secundair onderwijs. Ik hoop dat die ouders zulke scholen gaan vinden. Ik hoop ook dat de Sarah van dit verhaal zal kunnen opzalmen en op basis van haar talenten een richting zal vinden waar ze meer met die oude talen kan doen.

Beste collega’s, het akkoord van vorige vrijdag is natuurlijk maar een kader. We moeten ons daarin bescheiden opstellen. Alles wat we verwachten inzake hervormingen, zal niet alleen door een kader bereikt worden. De groep van ‘beste leerlingen’ die krimpt, zal niet spontaan gaan groeien door een nieuw kader. Het aantal diploma’s secundair onderwijs dat kinderen nu niet halen, zal niet spontaan groeien door alleen dat kader.

Daarom hebben de ministers en vele collega’s terecht gezegd dat alle maatregelen van het masterplan, van de conceptnota’s moeten worden uitgevoerd. Cruciaal daarbij, voor mijn partij, voor deze regering en deze meerderheid, is de leerkracht. Als we zeggen dat mensen belangrijker zijn dan structuren, als kinderen moeten vooruitgaan, zal dat alleen maar kunnen als we leerkrachten versterken. Minister, voor ons is niet het label belangrijk, maar de opdracht, van u en van ons als meerderheid, maar ook van de sociale partners, om de komende weken akkoorden te sluiten over de lerarenloopbaan, de lerarenopleiding en een adequatere nascholing voor de mens, de man, de vrouw vóór de klas, waar mijn vader en moeder als eerste studerenden van de familie, alles aan te danken hebben om kansen te krijgen gekregen. Niet toevallig was het een leerkracht die hen overtuigd heeft, hun ouders overtuigd heeft.

De ouders van Mehdi en Sarah, de ouders van Ellen en Bram, verdienen ook zulke leerkrachten. Die leerkrachten verdienen een meerderheid en een oppositie en sociale partners die werk maken van die dossiers. Anders heeft de oppositie gelijk en is dit een hervorming voor niets geweest. Maar dat zeggen we al jaren: mensen vóór structuren, vertrouwen in mensen en vrijheid voor scholen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Mijn grootste bezwaar tegen deze hervorming van het secundair onderwijs is dat het een akkoord is van de politiek, in gang gezet dan nog door een voormalig socialistische minister van Onderwijs, en dus geen akkoord aangestuurd door zij die er het voorwerp van zijn: leerlingen, hun ouders en mensen uit het onderwijs.

De oorspronkelijke plannen zetten een hele hervormingslobby in gang, die in de ban leek van een gelijkheidsobsessie. Een obsessie die er mijns inziens alleen maar toe zou leiden dat diploma’s aan waarde zouden verliezen. Dat kan en mag in geen geval de bedoeling zijn van welke hervorming dan ook.

Het gelijkheidsideaal van diegenen die het hele secundair onderwijs overhoop willen gooien, dreigde van ons onderwijs een proefterrein te maken voor allerlei egalitaire experimenten. Die piste wilden en willen wij geenszins bewandelen. Het Vlaams Belang heeft er altijd voor gepleit dat de schotten tussen aso, tso, bso en kso konden blijven bestaan.

Capaciteiten van kinderen verschillen nu eenmaal. Sommige leerlingen zijn inzichtelijk sterker dan anderen die meer praktisch zijn aangelegd. Dat is geen waardeoordeel over aso of over het al te vaak als lager bestempelde bso of tso, die onterecht met een negatieve perceptie kampen; het is gewoon de realiteit. Leerlingen verdienen onderwijs dat aangepast is aan hun eigen noden, behoeften en talenten. Alle leerlingen in eenzelfde sjabloon stoppen, dreigt te leiden tot een nivellering naar beneden.

Wij zijn dus tevreden dat een allesomverwerpende onderwijshervorming in het secundair onderwijs is vermeden. Ons onderwijs is van hoge kwaliteit, scoort internationaal voorlopig nog zeer goed en geniet een groot vertrouwen van de burger.

In de enquêtes van de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) staat ons onderwijs jaar na jaar met stip op nummer 1 van de ranglijst van instellingen waar de Vlamingen vertrouwen in hebben. Het onderwijs wekt bij de burgers veel meer vertrouwen dan bijvoorbeeld de vakbonden, de regering, de administratie, de pers of het gerecht. Ons onderwijs wordt door de modale Vlaamse burger dus allerminst als een probleem ervaren.

Voor mijn partij was er geen enkele nood aan nog eens een nieuwe revolutie in het onderwijs, aan nutteloze experimenten die dreigen kapot te maken wat goed functioneert. Het Vlaams Belang is van meet af aan tegenstander geweest van ideologisch gedreven hervormingen waarbij egalitaire doctrines aan de basis liggen.

De nood aan dergelijke hervormingen leeft meestal enkel en alleen bij een minderheid van linkse kamergeleerden en politici die dogmatisch een nieuwe sociale gelijkheid willen creëren. Dat leeft niet bij de bevolking, zoals trouwens de VRIND-enquêtes duidelijk bewijzen.

Het Vlaams Belang is dus tevreden dat het aso niet werd opgedoekt en zichzelf kan blijven en niet wordt ondergebracht in de matrix van beroepsgerichte studiedomeinen. Het aso is algemeen vormend en moet dat ook blijven. Mijn partij heeft nooit geloof gehecht aan theorieën dat het afschaffen van de schotten tussen aso, tso en bso zou leiden tot een herwaardering van tso en bso en ook maar een oplossing zouden kunnen betekenen voor eender wat.

Jongeren verdienen het onderwijs dat aangepast is aan hun talenten en mogelijkheden. Onderwijsvrijheid kan maar gerealiseerd worden wanneer er voldoende studiediversiteit is binnen onze onderwijsinstellingen.

De verdienste van dit akkoord is vooral dat het niet zo ver gaat als oorspronkelijk gepland. Uiteindelijk lijkt de berg een muis te hebben gebaard. De meerderheidspartijen wilden met deze hervorming vooral een politieke trofee. Leerkrachten en leerlingen verdienen het echter niet om de speelbal te zijn bij electorale spelletjes.

Wat vooral nodig is, is dat men het secundair onderwijs nu eindelijk eens rust gunt, dat het alle hervormingen nu eens tot volwassenheid kan laten groeien. Minister, dat is meteen ook mijn oproep aan u, en aan de andere partijen: stop de hervormingsdrift en geef het onderwijs de kans zich te schikken naar de hervormingen van de voorbije jaren. Alleen dan zullen we onze groep toppresteerders kunnen vergroten en de groep laagpresteerders verkleinen en zullen we het algemeen niveau verhogen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Tot besluit van dit tweeënhalf uur durend debat wil ik nog enkele beschouwingen maken. Ik hoop dat iedereen het erover eens is dat ons Vlaams onderwijs geen revolutie verdraagt, maar dat we integendeel vandaag in Vlaanderen wel een onderwijs zien dat elke dag permanent in beweging is. Als de Vlaamse Regering ons onderwijs moderniseert, dan maken we geen tabula rasa, maar nemen we wel een aantal evenwichtige en gerichte maatregelen die ervoor moeten zorgen dat onze scholen in Vlaanderen een kader en een aantal instrumenten hebben om het best mogelijke onderwijs te geven aan alle leerlingen. Geen eenheidsworst, geen ‘one size fits all’, maar eliteonderwijs voor elke leerling op basis van zijn talenten, interesses en mogelijkheden.

Beste collega's, in onderwijs zijn het niet de structuren die het verschil maken, het is de cultuur op school die onderwijs en kansen realiseert. Het zijn onze koepels, ons net, onze onderwijsmensen, onze leraars, onze directeurs, ons ondersteunend personeel die dag na dag stenen in de rivier verleggen. Ik roep iedereen in dit parlement op om de kansen die in ons akkoord zitten, voluit te gebruiken in de toekomst. Ik twijfel er niet aan dat de kansen die deze modernisering biedt, echt zullen worden gegrepen, met een inspirerende en wervende projectvorming in de diverse scholen.

We kunnen discussiëren over structuren. We kunnen discussiëren over de middelen die naar onderwijs gaan, maar over het doel is er geen discussie mogelijk. Dat doel is het best mogelijke onderwijs voor elke leerling op basis van zijn of haar talenten, interesses en mogelijkheden. Daar gaan we aan werken. (Applaus)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Groen en sp.a kondigen aan een motie te zullen indienen.

De moties moeten uiterlijk om 17 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.