U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, het is uw ambitie om prioritair in te zetten op zon en wind. Voor wind wilt u tegen 2020 tot 280 bijkomende windmolens. Als ik het puur procesmatig bekijk, moet u kiezen voor een top-downbeslissing of een bottom-upaanpak. U wilt het doen met de bottom-up om degenen die mee verantwoordelijk zijn voor de vergunningen mee te helpen beslissen waar er mogelijkheden zijn, lees afspraken via de provincies. Die afspraken via de provincies moeten zijn ingeleverd tegen 1 april.

Ik ben ervan overtuigd dat men tot die 280 windmolens zal komen, over de provincies heen. Men zal kijken wat waar mogelijk is, men gaat akkoorden maken, enzovoort. Ik vrees een beetje voor wat we bijvoorbeeld ook in Oost-Vlaanderen hebben gezien en wat vertragend heeft gewerkt op een bepaald ogenblik. Sinds 2012 is daar nog geen enkele windmolen bijgekomen. Er was een Oost-Vlaams windplan, maar de next step is de vergunningen zelf. Dan kan het volgens mij gebeuren dat wegens redelijke natuureisen bepaalde windzones of windturbineprojecten niet vergund zouden geraken. Dan gaan we plots zien dat het akkoord tussen de verschillende provincies over 280 stuks niet wordt bereikt. Op dat ogenblik komt dit terug in het parlement aan bod, want hoe raken we dan aan onze 2020-doelstelling?

Daarom mijn vraag: u geeft nu de kans aan de provincies en de lokale overheden om samen te zitten en hun verantwoordelijkheid te nemen om zo tot die 280 stuks te komen, maar wat gaan we doen als we achteraf moeten constateren bij de feitelijke vergunningstrajecten dat we niet aan die 280 komen?

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Het is duidelijk. Wij hebben de doelstellingen 2020. We moeten die halen. Die zijn vastgelegd en in het Energieplan hebben we gezegd dat dat x aantal zonnepanelen zijn, en in het Windplan hebben we gezegd dat dit x aantal windmolens zijn. Die vertegenwoordigen een aandeel in dat energieplan.

Iedereen heeft zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik kan begrijpen dat er een aantal natuureisen zijn. Ik kan ook begrijpen dat er een aantal omgevingsvereisten zijn, maar op een bepaald moment moeten wij in Vlaanderen toch wel eens zelf zeggen: kijk, dit zijn de logische plaatsen waar die windmolens het best zouden worden geplaatst.

Ik ga ervan uit dat de provincies, die dicht bij de gemeenten en de lokale besturen staan, daar het meest zicht op hebben. De meest logische plaatsen zijn voor mij de industriegebieden en de havengebieden, Antwerpen, Gent, Zeebrugge, Oostende. Ook met andere factoren moeten we rekening houden, zoals de luchtvaart, zowel de burgerluchtvaart als defensie. Bepaalde zaken moeten ook worden weggewerkt en we hebben dertien actiepunten in het plan opgenomen. De zones moeten nu eenmaal van onderuit worden geïdentificeerd. We kunnen niet vanuit Brussel bepalen waar we de windmolens zullen plaatsen. We moeten kijken waar we het grootste draagvlak hebben. Het is echter niet de bedoeling dat windmolens alleen kunnen worden geplaatst in de zones die de provincies identificeren. Daar ben ik het niet mee eens. De provincies moeten de meest geschikte plaatsen aanwijzen, maar als het daar niet lukt, dan moet het ook kunnen op plaatsen die iets minder geschikt zijn. Uiteindelijk moeten we wel ons eindresultaat halen.

In het Windplan zijn er dertien concrete acties opgenomen. We zijn al volop met de uitvoering bezig, en ik hoop dat we met alle vijf de Vlaamse provinciegouverneurs tegen 2020 tot een goed eindresultaat kunnen komen. Anders zal daar een kost tegenover staan.

Dank voor het antwoord, minister. We weten dat er sowieso tijdens het vergunningstraject een zekere uitval zal zijn. Is het dan niet beter om voor de zoektocht van de provincies de lat hoger te leggen, want die zullen zich nu op die 280 stuks focussen? Leggen we de lat hoger, dan komen we tot een netto vergund aantal van 280 stuks tegen 2020.

Bijkomend is het ook interessant te weten wat het reëel windenergiepotentieel is. Dat getal hebben we eigenlijk nog niet gekregen. Op 20 juni hebben we in de commissie gediscussieerd over de subdoelstellingen en u hebt toen gezegd dat u nog naar de stakeholders moest gaan en eind september zou terugkeren naar de commissie, maar dat is niet gebeurd. Misschien is het windenergiepotentieel wel veel groter dan we nu in onze subdoelstellingen hebben opgenomen. Ik zie dus een zekere incoherentie.

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, in het kader van uw conceptnota Windkracht 2020 kan ik vanuit mijn regio alvast goed nieuws brengen. Op basis van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan Energielandschap Maldegem-Eeklo wordt eerstdaags de bouw- en milieuaanvraag ingediend voor het plaatsen van twintig windturbines langs de expresweg. Wij praten er dus niet alleen over, wij zetten ook concrete stappen naar meer windenergie.

De lokale besturen van Maldegem en Eeklo hechten heel veel belang aan het creëren van een lokaal draagvlak en rechtstreekse participatie. Een van de actiepunten in uw conceptnota gaat ook over het creëren van dat draagvlak en over rechtstreekse participatie, maar dat wordt nog niet echt hardgemaakt. Hoe kunnen we dat hardmaken bij de milieu- en bouwaanvraag?

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister; we kunnen dit bottom-upverhaal ten zeerste toejuichen. Ik heb nog volgende bijkomende vraag. In uw plan Windkracht 2020 zegt u werk te zullen maken van een werkgroep Defensie. We vernemen dat er op het vlak van defensie toch nog heel wat drempels zijn. Ik wil dan ook graag informeren hoever het daarmee staat.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil me bij deze laatste vraag aansluiten, minister, want radarcontroles en luchtvaart vormen volgens mij een van de belangrijkste hinderpalen. Ik wil daaraan nog het volgende toevoegen. Dit gaat uiteindelijk over ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening is in Vlaanderen altijd een conflictgebied. Iedereen wil die 280 windmolens, collega Gryffroy, maar als we ze echt willen, hebben we er alle belang bij om op het terrein, in al die gemeenten geen onrust te creëren. Ik ken situaties van burgers die van 5 verschillende ontwikkelaars over 3 stukken grond in hun omgeving brieven hebben gekregen om te melden dat er een windmolen komt. Dat soort ongerustheid creëren is de beste manier om ervoor te zorgen dat er géén windmolens komen.

Ik hoor hier en daar ook uitspraken om dat in natuurgebieden te doen of overal te doen, maar als u wilt maken dat er geen komen en van ieder dossier een slagveld wil maken, moet u dat vooral doen. Ik wil heel erg ondersteunen wat de minister doet, namelijk de verantwoordelijkheid vragen van de provincies om klaar en duidelijk en met de nodige rechtszekerheid af te bakenen waar ze wel en waar ze niet kunnen komen. Dat gaat een hoop conflicten vermijden en dat zal maken dat er meer windmolens zullen komen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Minister, er wordt al een jaar of twee gesproken over de Fast Lane ‘Wind’. Ik neem aan dat het Windkrachtplan 2020 een opstapje is naar die Fast Lane of er een onderdeel van uitmaakt. Belangrijk is dat er meer molens komen. Het voorbije jaar 2016 zijn maar 22 nieuwe molens geplaatst tegen 76 in 2015. Dat is veel minder dan onze doelstelling. U bepleit een bottom-upbenadering. De provincie Oost-Vlaanderen heeft bijvoorbeeld in het verleden al dergelijke initiatieven genomen, maar die hebben niet geleid tot meer windmolens. Wat hebben we geleerd uit het verleden wat betreft de provinciale planning zodat we nu wel op korte termijn kunnen komen tot meer windmolens?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik begrijp dat u de doelstelling van 280 extra windmolens wilt halen, maar wat u vraagt aan de provincie is net wat de provincies al lang geprobeerd hebben. Tijdens de vorige legislatuur werd hier verschillende malen gedebatteerd over het afbakenen van de zoekzones, met als gevolg dat de provincies, en in het bijzonder de provincie West-Vlaanderen, daarvan afgestapt is en enkel nog ad hoc windmolens vergunt. Als u nu opnieuw wilt werken met zoekzones, weet ik niet hoe u de provincies gaat overtuigen om dat effectief te doen.

Wat betreft de bestemmingsneutraliteit vrees ik dat u het maatschappelijk draagvlak voor windmolens onderuit zult halen als u overal waar het maar kan, windmolens wilt zetten. Ik vrees dat u dan veel problemen zult krijgen met bewoners.

Ook in de industriezones zult u de nodige afbakening en meer bepaald de afstandsregel deftig moeten bepalen.

Mijnheer Gryffroy, ik denk dat u gelijk hebt. We moeten netto minstens uitkomen bij 280 windmolens tegen 2020. Dat betekent niet dat we na 2020 niet verder moeten gaan. Als we naar een nieuw energiemodel willen evolueren met meer decentrale productie, zullen we na 2020 nog verder moeten gaan. Die lat mag wat mij betreft dus nog wat hoger gelegd worden.

Wat de subdoelstellingen voor hernieuwbare energie betreft, ligt de bal in het kamp van de stakeholders. Dat zal begin januari aan de regering worden voorgelegd, zodat het ook begin januari hier in het parlement kan worden besproken.

Mevrouw Taeldeman, ik wil u bedanken voor de twintig windmolens in Oost-Vlaanderen. De provincie die niets leverde, zal er nu ineens twintig leveren, en daar ben ik blij om. Er werd verschillende keren gevraagd hoe we dat hard zullen maken. Ik probeer een draagvlak te creëren en ik probeer iedereen mee verantwoordelijk te maken voor het feit dat wij wel een draagvlak hebben bij de bevolking maar dat het op het terrein regelmatig tot problemen komt omdat er onvoldoende of gebrekkige communicatie is maar ook onvoldoende inspraak- en participatiemogelijkheden. Ik ben al in de streek rond Maldegem en Eeklo gaan kijken, daar heb je een goede samenwerking met de bevolking. Dat is daar uitgegroeid tot een zeer positief resultaat.

Mevrouw De Vroe, ik dank u voor uw vraag over Defensie. Vorige week is er al een eerste vergadering geweest met Defensie. Het Windplan is vorige week in Alden Biesen door de Vlaamse Regering goedgekeurd. We hebben onmiddellijk aan de minister van Defensie een signaal gegeven dat we wilden samenzitten. De richtlijnen zouden op die vergadering al bepaald zijn. Ik zal daar eerstdaags duidelijkheid over krijgen. Op basis van die beslissing van Defensie, genomen in aanwezigheid van minister Vandeput, zouden er regionaal bepaalde werkgroepen kunnen worden opgericht vanaf volgende maand. Dat betekent dat we heel concreet met Defensie zullen bekijken op welke punten we kunnen samenwerken en tot realisaties kunnen komen. Kortom, voor het actieplan Defensie zijn nu dus al concrete stappen gezet in overleg met het ministerie van Defensie.

Mijnheer Tobback, wat de natuurgebieden betreft, ga ik nog even de puntjes op de i zetten. Ik heb niet gezegd dat ik alleen maar windmolens wil in natuurgebieden of alleen maar in gebieden waar de omgeving daar niet om vraagt. Ik zou dat zelfs zo veel mogelijk willen vermijden.

Maar wat ik met deze situatie wél wil bereiken, is dat op voorhand niet wordt uitgesloten dat er iets kan gebeuren. Er zijn situaties, ook in het havengebied rond Antwerpen, waar een aantal zaken niet kunnen en waar je op een bepaald moment zegt: ‘Dit zou daar wel moeten kunnen.’ Als er in een klaverblad, waar verschillende autosnelwegen samenkomen, een stukje natuurgebied is met een poel waar vogels of bepaalde andere diersoorten samenkomen, dan kan dat daar wel vlakbij. Dit zijn zo van die zaken waar het op voorhand uitsluiten geen goede zaak is. Maar het is niet de bedoeling om in het natuurgebied van Het Zwin of op de Kalmthoutse Heide of in de bossen van Limburg volop windmolens te plaatsen. Wij zullen altijd rekening houden met de natuur en met de omgeving. Wij moeten dat daar zoveel mogelijk op afstemmen. Ik zoek voornamelijk, samen met de provinciegouverneurs en de provincies, naar logische plaatsen en logische gebieden waar veel meer mogelijk is.

We hebben ook beslist om een aantal zaken in de omzendbrief samen met minister Schauvliege af te schaffen. Er zijn een aantal regeltjes vastgelegd die niet altijd even efficiënt waren. Wat met het op één lijn plaatsen? In een aantal situaties kan een tweede of een derde lijn. Men doet het in Duitsland en in Nederland. Dat zijn toch zaken die we moesten herbekijken.

Mijnheer Danen, u vraagt of dit een opstapje is. Neen, dit is een serieuze uitdaging. Ik probeer alleen maar een draagvlak te zoeken waar dat bijna weg was. Op een bepaald moment hadden de mensen bijna niet meer de indruk dat zij zelf inspanningen moesten leveren op het vlak van hernieuwbare energie. Een grote biomassacentrale in Gent en een in Genk en de kous was af. Dan hadden wij onze doelstellingen 2020 nagenoeg of bijna zeker kunnen halen. In de voorbije maanden hebben we duidelijk aan de bevolking gezegd: neen, wij moeten blijven investeren in zonnepanelen. Niet alleen omdat we dat willen maar omdat het noodzakelijk is voor het nieuwe energiemodel dat we in de toekomst willen in Vlaanderen. Het model dat was gebaseerd op centrale productie, die naar beneden ging naar bedrijven en gezinnen, moet nu veel meer worden omgeschakeld naar een model van onderuit. Mijnheer Gryffroy, u zei het gisteren: gezinnen, wijken en bedrijven die zelf produceren en opslaan. Windmolens horen daar heel zeker bij.

Mijnheer Sintobin, het zal niet gaan als het ad hoc is. Dat is geen goede zaak. Voor ik met het Windplan ben begonnen, heb ik de vijf provinciegouverneurs individueel gesproken. Bij alle vijf bestaat de wil en de vastberadenheid om samen aan de kar te trekken en om globaal voor Vlaanderen tot een goed resultaat te komen. Ik heb daar goede hoop op. Ik blijf optimist. Optimism is a moral duty!

Als men zover gaat dat men streeft naar een rechtszekerheid via de ruimtelijke ordening, mijnheer Tobback, dan kun je achteraf evengoed werken met tendering. Maar dat is het probleem. We zullen momenteel nog niet op een rechtszeker pad zitten. Dus heb je timing nodig, tijd. Oost-Vlaanderen is het mooiste voorbeeld: tussen het begin van het Windplan tot de opstart liggen er zes jaar. Zes jaar plus 2016 is meer dan 2020. Maar, minister, ik ga ermee akkoord dat het over netto 280 windmolens gaat. Want we komen van netto 200 mét de biomassacentrales tot netto 280 zonder de biomassacentrales. Wat is het windpotentieel? En dan moet je bekijken waar de logische plaatsen liggen. Want nu leeft de perceptie dat er maar 280 moeten komen. Straks zullen de provincies er 280 gedefinieerd hebben, maar blijven er in 2050 misschien maar 140 over. Dat zou een fout signaal zijn.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.