U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Willem-Frederik Schiltz, Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Jos Lantmeeters, Valerie Taeldeman en Wilfried Vandaele houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de oprichting en de organisatie van de regulator betreft.

De algemene bespreking is geopend.

Voorzitter, ik ben verslaggever. Zou ik verslag mogen geven?

De voorzitter

Volgens het reglement moet de verslaggever zich voor de aanvang van de vergadering melden bij de voorzitter. Dat hebt u niet gedaan, maar omdat u Limburger bent, zal ik dat door de vingers zien. (Opmerkingen. Gelach)

De heer Danen, verslaggever, heeft het woord.

Ik sta erop verslag uit te brengen omdat het over een belangrijk voorstel van decreet gaat, over een belangrijke regulator, namelijk de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG). Ik neem aan dat de indieners het voorstel zullen verdedigen, maar ik wil enkele dingen toelichten die ik als verslaggever belangrijk vind.

De heer Schiltz deelt de voorgestelde wijzigingen aan de regulator op in vier grote blokken. Hij stelt ten eerste dat er niet langer sprake is van een extern verzelfstandigd agentschap, maar van een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid. Ten tweede wordt de raad van bestuur uitgebreid van vier naar zeven personen. Ten derde wordt de lijst van de niet te delegeren taken opgesteld. Daardoor wordt de macht van de gedelegeerd bestuurder enigszins aan banden gelegd. De meeste wijzigingen hebben tot doel ervoor te zorgen dat de regering geen organiserende of sturende macht heeft in de regulator.

De heer Bothuyne is blij dat Vlaanderen, in tegenstelling tot de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) op federaal niveau, niet kiest voor een naar zijn woorden geldverslindende veelkoppige directiedraak, maar voor één algemeen directeur en een beperkte, maar slagkrachtige raad van bestuur, beide met duidelijke bevoegdheden.

Ook de heer Lantmeeters stelt dat Vlaanderen met dit voorstel meer dan voorheen wil beschikken over een performante en onafhankelijke regulator.

Dan volgt de bespreking, waarbij Rob Beenders opent. Hij onderschrijft het belang van het voorstel, maar de werkwijze stoort hem. Hij vraagt zich af waarom niet het volledige parlement is betrokken bij de opmaak van het voorstel dat een dienst onder zijn bevoegdheid brengt. Hij stelt voor om de stemming uit te stellen en eerst te zoeken naar een inhoudelijk compromis, waarin alle fracties zich kunnen vinden.

Johan Danen weet dat Vlaanderen sterke en onafhankelijke regulatoren heeft, zeker als het over energie gaat. Dat vergt hoogopgeleide en ervaren mensen, die voldoende assertief zijn, zodat ze een tegenmacht kunnen vormen tegen de sector, onafhankelijk van de distributienetbeheerders, maar ook van de burgemeesters. Hij is het niet eens met de uitspraak dat de regulator al te eigengereid optreedt. Een sterke regulator moet doen wat hij denkt dat juist is, niet wat de regering goed acht. Nochtans is Johan Danen het eens met heel wat aspecten van het voorliggende voorstel. Bij een aantal fundamentele zaken blijft hij echter vragen hebben.

Dan stelt de heer Schiltz dat met het voorstel de regulator weg van de regering wordt gehaald en naar het parlement wordt gebracht en dat de delegatie van de bevoegdheden wordt teruggeschroefd. Hij wil dus gaan voor meer autonomie. Dat evenwicht tussen autonomie en draagvlak wordt volgens de heer Schiltz met dit voorstel bereikt.

Mogelijk is de raad van bestuur te politiek samengesteld, met een aantal mensen die weinig weten van energie. Om daaraan te verhelpen, stelt hij dat in het Energiedecreet een aantal vereisten staan waaraan een lid van de raad van bestuur moet voldoen: vooreerst, onafhankelijkheid van de sector, zowel de distributie, de productie als de leverancier, maar ook kennis van de sector, wat moet worden bewezen door een examen.

De heer Bothuyne legt uit dat de meerderheid bewust geen algemene raad of adviesraad heeft geïnstalleerd, omdat ze vreest dat het een praatbarak zou worden zonder echt stakeholdersmanagement, zoals dat nogal eens het geval is bij de CREG.

Na deze eerste lezing werd een tweede lezing gevraagd. Daarin treedt, naast de spreker die ik net heb toegelicht, ook de heer Gryffroy in het debat. Hij bevestigt dat het de zorg van de indieners is om de regulator autonoom te laten werken binnen een bepaalde stijl van corporate governance.

Voor het overige waren de argumenten in de tweede lezing van het debat ongeveer dezelfde als die in de eerste lezing. Ik beperk mij dus tot het verwijzen naar het verslag. Vervolgens was er een stemming, waarbij artikelsgewijs werd gestemd. Het decreet werd aangenomen met 10 stemmen tegen 3.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Mijnheer Danen, ik dank u voor uw uitmuntend verslag.

Collega’s, ik kan u vertellen dat de debatten in de commissie nogal turbulent zijn verlopen. U zou kunnen denken: ‘Hoe kan een technische aangelegenheid als de herdefiniëring van de regulator aanleiding geven tot felle politieke debatten?’ Maar niets is minder waar: er werd fors over gebakkeleid.

U hebt in het verslag vernomen dat de oppositie buitenspel zou zijn gezet. Het ligt niet in mijn aard om dat te doen. Wel is het zo dat we weken en maanden gewerkt hebben om de tekst van dit voorstel van decreet goed te krijgen. U moet zich voorstellen: een regulator ingebed in de administratie die daaruit losgesneden wordt en vervolgens niet wordt getransplanteerd in een ander orgaan, maar autonomie krijgt. Alle statuten van personeel, alle bepalingen die op de algemene administratie van toepassing zijn, zijn met de voorliggende versie van het ontwerp van decreet op adequate wijze geremedieerd.

Wanneer we straks over dit voorstel van decreet zullen stemmen en het wordt goedgekeurd, dan zullen we beschikken over een autonome regulator die weliswaar niet wereldvreemd is. Autonomie, collega Danen, is niet hetzelfde als isolationisme of eilanddenken. We zijn van mening dat er belangrijke beslissingen in het verschiet liggen wat energie betreft; ik schuif de tarieven als belangrijkste naar voren. De manier waarop de diensten voor distributienetbeheer gefactureerd zullen worden, heeft een enorme impact op de factuur van de consumenten. De manier waarop wij daar solidariteit hanteren, waarop we bepaalde kosten voor algemene dienstverleningen vertalen, is een belangrijk maatschappelijk element. We hebben ons als parlement het voorrecht voorbehouden om kaders aan te bieden. Dat is trouwens wat ook in de Europese teksten daaromtrent neergeschreven is. Met deze nieuwe manier van werken die in het voorstel van decreet neergeschreven staat, zal het parlement in staat zijn om in dialoog met de regulator duidelijk te maken welk kader het wil. Vervolgens zal de raad van bestuur van de nieuwe regulator deze richtsnoeren omzetten in een tariefmethodologie. Uiteindelijk zal de algemeen directeur, zeg maar de uitvoerende macht van de regulator, die vertalen in zeer specifieke tarieven.

De reden waarom ik hier bij stilsta, collega’s, is dat het volgens mij een mooi voorbeeld is van een cascade van regelgeving. Het parlement biedt een algemeen kader aan, vervolgens een breed orgaan met zeven leden in de raad van bestuur, zeven specialisten die door dit parlement benoemd worden en niet langer door de regering, en die dus een brede vertegenwoordiging van de politieke vleugels zullen ondersteunen. Tenminste, een breed stuk van dit parlement zal de aanstelling van deze mensen ondersteunen. Deze schare van mensen zal er vervolgens voor zorgen dat wat wij algemeen bepalen, geconcretiseerd wordt.

Er is nog een kleine obstructie geweest in de bespreking in de commissie: er is een tweede lezing gevraagd. Er is nadien informeel contact geweest. Ik heb de oppositie de openheid gelaten om, zelfs tot in de plenaire vergadering, nog amendementen in te dienen die op hun merites zouden worden beoordeeld. Ik heb hun de openheid geboden om zelfs nog amendementen goed te keuren indien ze dienstig waren en aan de filosofie van het voorstel van decreet zouden bijdragen. Ik heb helaas niets van de oppositie vernomen, alleen veel misbaar en te elfder ure een amendement in de commissie, niet op voorhand gecommuniceerd. Ik heb het niet op voorhand kunnen appreciëren. Het moet gezegd zijn: 90 procent van wat er in die amendementen stond, had ik al in het voorstel van decreet geschreven of hadden mijn collega’s van CD&V en de N-VA ook al opgemerkt en waren al in het voorstel van decreet verwerkt. Ik denk wel te kunnen zeggen dat, los van een beetje politieke schermutselingen, de essentie van dit voorstel van decreet breed door het parlement gedragen is.

Ik zie dat collega Beenders onrustig op zijn stoel schuift.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Neen, zeker niet onrustig. Maar het woord ‘obstructie’ stoorde me enigszins.

Dat is niet intentioneel bedoeld.

Rob Beenders (sp·a)

Ik vond dat de debatten in de commissie zeer constructief zijn gevoerd. Het doel van mijn fractie was ervoor te zorgen dat bij de hervorming die nu op de tafel ligt, de belangrijke debatten en uitdagingen waar we voor staan, zo breed mogelijk zouden kunnen worden gedragen. Wat we gevraagd hebben, was eigenlijk niet zo onlogisch. Minister Turtelboom, die toen bevoegd was voor Energie, was dezelfde mening toegedaan in 2015 en wilde ook absoluut een decretaal vastgelegde adviesraad, taskforce, hebben om het middenveld te betrekken. Ze was trouwens niet de enige, want als we de uitspraken van collega Gryffroy van de desbetreffende discussie erbij halen, zien we dat ook hij die mening was toegedaan. Hij heeft dat zelfs op 10 juni verklaard in dit parlement. Hij zei: “Men kan de vroegere werking van de VREG niet vergelijken met de huidige. We pleiten voor de versterking van de raad van bestuur met onafhankelijken, naast een structureel stakeholdersoverleg.” In die optiek denk ik dat wat we gevraagd hebben in de commissie, niet onlogisch was en ook gedragen werd in 2015.

Vandaag, en ook in de commissie, stel ik me de vraag wat er gebeurd is sinds 2015 en nu. Waarom is nu ineens die samenstelling van de VREG liefst zo klein mogelijk?

Alle andere initiatieven die de meerderheid heeft aangekondigd om een breed draagvlak te creëren, zijn van tafel geveegd. Wat is er gebeurd tussen het moment dat die commissie bijeenkwam en vandaag? Eén advies roept vragen op, en sta me toe dat ik het antwoord bij u zoek. Eén advies kan misschien verklaren waarom de houding van de meerderheid is veranderd en er blijkbaar geen breed draagvlak meer nodig is en een zeer beperkte samenstelling volstaat. Het betreft het dossier-Eandis.

Zou het kunnen dat het advies inzake Eandis, dat voor een aantal partijen niet interessant was, sommigen ertoe heeft aangezet om de hervorming van de VREG te versnellen? Zo zou men kunnen proberen om dat advies alsnog te laten bijsturen, zodat de deal zou kunnen plaatsvinden. Een beperkte samenstelling zou toestaan om met de politieke afvaardiging die er dankzij de hervorming zou komen, dat advies alsnog te wijzigen. Dat is de enige verklaring die ik kan vinden waarom we van een breed gedragen structuur gaan naar een beperkte samenstelling van de VREG. Kunt u daarover wat meer uitleg geven? Misschien verklaart dat ook waarom men zo kribbig reageerde toen mensen uit de oppositie vroegen om een adviesraad met stakeholdersoverleg decretaal te integreren. Ik denk dat dit nog steeds de beste manier is om een breed draagvlak te creëren.

Ik kan bevestigen dat de debatten in het algemeen constructief zijn verlopen. Maar wat u nu doet, is niet helemaal correct. Vooreerst heb ik me nooit uitgesproken voor een brede adviesraad. De debatten daarover waren summier, en vonden aanvankelijk plaats voor het voorstel van decreet er was. Mijn voorstel lag neer al lang voor er van een Eandisadvies sprake was. In mijn initiële voorstel stond helemaal niets over die raad. Het is dus absoluut niet zo dat mijn houding ten gevolge van het Eandisdossier is gewijzigd. Wel is het zo dat ik heb gemerkt dat de vorige directeur van de regulator, die een zeer bekwaam man is en is aangesteld door uw politieke familie, soms nogal eigengereid te werk ging. Volgens de heer Daenen getuigt dat van “onafhankelijkheid’. Ik zeg niet dat het niet kan dat de regulator eigengereid optreedt. De regulator moet een eigen koers kunnen varen. Hij moet tegen de Vlaamse Regering in kunnen gaan.

Maar een regulator is geen eiland in de samenleving. Wanneer moet worden beslist over zaken zoals tarieven, die een rechtstreekse impact hebben op de koopkracht van de mensen, of over zaken die een impact hebben op het hele energielandschap, dan is het vragen om problemen wanneer men alle macht in handen van één man legt. In de politiek zouden we daar niet aan durven te denken. Dat is een dictatuur. We hebben daarom de macht van die ene man of ene vrouw – van de directeur – gespreid over de leden van de raad van bestuur. De raad van bestuur is in elk organisme doorgaans de belangrijkste macht, net zoals in de politiek de wetgevende macht dat is, want die waakt over de werkingsprincipes. We hebben de machtsconcentratie dus opengebroken, zodat minstens zeven mensen – zeven onafhankelijke specialisten, die niet zijn gebonden aan het energielandschap – zich beraden over de belangrijke beslissingen.

U had het over de adviesraad. De CREG heeft een adviesraad. Dat is een praatbarak, waar politiek naast de politiek wordt bedreven. Als u politieke aansturing en blokkeringspogingen wilt zien, dan moet u naar de CREG kijken. Dat werkt voor geen meter. Bovendien is het zo dat ik als politicus een voorstander ben van het maatschappelijke debat en het brede draagvlak. Wanneer we hoorzittingen over tariefrichtsnoeren of de evaluatie van de begroting van de VREG organiseren, dan hebben we kansen genoeg om het brede middenveld uit te nodigen. We kunnen daarover met hen in het Vlaams Parlement debatten organiseren, zodat beslissingen een breed draagvlak krijgen. Het decreet biedt de mogelijkheid om op tal van momenten een dialoog tussen de VREG en het Vlaams Parlement te organiseren – zonder dat het parlement zijn wil kan opleggen. Dat is de delicate oefening van een evenwicht bewaren tussen toezicht, contact, het inbedden van kaderbeslissingen en nadien de praktische uitvoering waar de politiek niets meer mee te maken mag hebben.

Rob Beenders (sp·a)

Ik dank u voor uw toelichting, maar op een bepaalde vraag hebt u niet geantwoord. Wat is er gebeurd sinds de uitspraak van uw minister dat zij voorstander was van een breed gedragen adviesgroep? De N-VA bevestigt diezelfde houding, CD&V heeft in die discussie een andere mening verkondigd. Was is er gebeurd sinds de aankondiging van de hervorming van de VREG tot op vandaag? Waarom bent u afgestapt van een brede samenstelling met decretaal vastgelegde garanties dat er een maatschappelijk debat kan worden gevoerd?

U zegt dat u de concentratie van de macht hebt opengebroken, ik denk dat u ze juist hebt gesloten. De samenstelling van de raad van bestuur gebeurt door de politieke fracties. U kunt de zaken draaien en keren zoveel u wilt, dat zijn politieke aanstellingen. Er zijn onverenigbaarheden, dat is allemaal verklaard en daar is ook geen discussie over, maar uiteindelijk zijn het wel de politieke fracties die een vertegenwoordiger aanduiden in die raad van bestuur. Daarnaast verhoogt u het aantal nog eens van vier naar zeven. Onder die zeven mensen kan de VREG werken, en hangt het af van de interpretatie van die werking hoe breed deze bepaalde debatten wil voeren. Het is toch logisch dat wanneer we voor deze uitdagingen staan, we mensen maximaal willen betrekken en informeren en expertise willen binnenbrengen om ervoor te zorgen dat we die uitdagingen aankunnen.

U hebt twee vragen tegelijkertijd gesteld. Vandaag bestaat de regulator uit één gedelegeerd bestuurder en vier bestuurders. Wij maken er één directeur van die zijn directie organiseert en zeven leden van de raad van bestuur die hun bevoegdheden niet meer kunnen delegeren naar die ene. De aanstelling van die zeven mensen gebeurt effectief door het parlement en niet langer door de regering. Het is een overheveling van de macht van de uitvoerende naar de wetgevende macht, mijnheer Beenders, waarbij u alle mogelijkheden krijgt om daar debatten over te organiseren. Dat zijn goedkeuringen die door het parlement moeten gebeuren, dat is voor mij democratischer. En wie moet dat anders beslissen? Moeten we een volksraadpleging organiseren over wie als technicus in de regulator mag zetelen? Mijnheer Beenders, ik denk dat u in heel Vlaanderen misschien twintig mensen kunt vinden die het profiel hebben om in die raad van bestuur te zetelen. Wanneer u plots een raad wilt samenstellen met mensen die geen politieke agenda mogen hebben die anders is dan de onze, dan zie ik dat niet gebeuren.

Dit is een opportuniteitsoverweging. We hebben de degens gekruist. Ik heb gezegd dat ik ervoor kies om het maatschappelijke debat niet te institutionaliseren in een soort van raad waar men dan toch altijd dezelfde vergaderingstijgers tegenkomt, ik heb liever dat wij een breed maatschappelijk debat organiseren naar aanleiding van de relevante beslissingen tussen het parlement en de VREG en op het moment van de begroting. Dat is dus jaarlijks en naar aanleiding van belangrijke tariefbeslissingen.

Er is dus helemaal niets gebeurd. Kunt u mij zeggen wanneer mevrouw Turtelboom bepaalde uitspraken heeft gedaan die daarop wijzen?

Rob Beenders (sp·a)

Ze heeft die uitspraken gedaan tijdens de commissievergadering van 10 juni 2015 en in Het Laatste Nieuws. Wanneer het ging over de hervorming van de VREG heeft ze altijd gezegd voorstander te zijn van een adviesraad om een breed maatschappelijk debat te voeren. En de heer Gryffroy heeft dat voortdurend bevestigd wanneer er daartoe een forum was.

Ik wilde zeker zijn van die timing. Vandaag is het 16 november 2016. Hebt u van mijn één uitspraak gehoord waaruit blijkt dat ik zo’n raad een goed idee vind? Dat hebt u niet gehoord. De minister is geconsulteerd en heeft een aantal vragen gekregen. Ze heeft inderdaad gealludeerd op een persoonlijke mening die zij had, die was niet afgetoetst in de regering, daar was nog helemaal niets concreet over. Ik ben binnen de meerderheid van dit parlement begonnen met het opmaken van een voorstel van decreet, het is niet mijn bedoeling om een voorgekauwd voorstel van een kabinet er hier door te rammen. U hebt goed genoeg gezien hoe grondig hieraan is gewerkt en hoe minutieus het advies van de Raad van State, van het Rekenhof en van de juridische diensten van het parlement is omgezet in een amendement bij dit decreet. Er is helemaal geen koerswijziging geweest. Vanaf de ontwerpfase van dit voorstel was er van zo’n raad helemaal geen sprake. Er is dus helemaal niets gebeurd, mijnheer Beenders, u zoekt spijkers op laag water.

Rob Beenders (sp·a)

Ze heeft letterlijk gezegd in dit parlement: “We moeten kijken op welke manier we ervoor kunnen zorgen dat er in de organisatie ook stakeholdersoverleg is en een adviesraad.” Als ze in dit parlement niet spreekt namens de regering, dan weet ik het niet.

Als u de democratische controle zo belangrijk vindt en zegt dat ons voorstel van decreet op tafel lag voor het advies van de VREG over het Eandis-dossier binnen was, waarom hebt u dan niet het volledige parlement geconsulteerd, inclusief de oppositie, om dit voorstel van decreet samen te stellen en te schrijven?

Mijnheer Beenders, u hebt drie weken tijd gehad om daarop te amenderen. U hebt een amendement ingediend dat u op voorhand helemaal niet hebt gecommuniceerd aan ons. Doe nu niet alsof we u willen doodzwijgen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Als we van nul zouden kunnen beginnen – ‘from scratch’, zoals dat heet – dan zou ik misschien geneigd zijn om dit voorstel van decreet goed te keuren. Meer helaas is dat niet het geval.

Ik ben bijzonder wantrouwig omdat er in de voorbije maanden en jaren uitspraken zijn gedaan door leden van de meerderheid, die de onafhankelijkheid van de VREG geen goed zullen doen. Ik ben er zeker van dat bepaalde beslissingen die de VREG heeft genomen in de voorbije maanden en jaren, zullen worden omgeturnd in de komende maanden. Ik hoop dat ik me vergis, maar ik vrees dat ik gelijk zal hebben. Ik heb het over het capaciteitstarief, over de drie of vijf jaren dat de oude groenestroomcertificaten moeten worden doorgerekend, en over de Eandis-deal. Dat zijn drie zaken waarover ik leden van de meerderheid in de commissie en soms in de plenaire vergadering knarsetandend heb horen zeggen dat ze het niet eens zijn met die beslissingen, en dat eenmaal de VREG onder de hoede van het parlement zal komen, ze de zaken wel eens anders zullen aanpakken. Wel, het maakt me heel wantrouwig dat die VREG heel onafhankelijk zal kunnen werken.

Ik vind het maatschappelijk debat hierover en ook over dingen die moeten worden beslist in de komende maanden en jaren, toch wel belangrijk. Er zullen heel belangrijke zaken moeten worden beslist in het energiedebat.

De raad van advies van de CREG werkt inderdaad niet goed. Daar ben ik het mee eens. Maar het is toch niet omdat een adviesraad toevallig niet goed werkt, dat je nergens nog een adviesraad moet hebben. Dat is heel kort door de bocht. De consultatierondes zijn decretaal verankerd en blijven bestaan, en daar ben ik blij om. Maar het stakeholdersoverleg bestaat nu ook in de VREG, en ik hoor daar heel goede geluiden over.

Samen met collega Beenders zal ik zo dadelijk een amendement indienen, waarmee we dat stakeholdersoverleg willen institutionaliseren, omdat dat nu op een informele manier gebeurt, omdat het stakeholdersoverleg bijdraagt tot een breder maatschappelijk debat. Dat moeten we hebben en dat zorgt voor betere beslissingen. Ik vraag daarom aan de meerderheid om dit amendement te steunen.

Het is wel heel jammer dat het te elfder ure wordt ingediend en dat we dat nu pas te zien krijgen. Als de kritiek is dat de meerderheid niet wil luisteren naar de oppositie en ik niet constructief wil samenwerken, wel, so be it.

Die uitspraken over ‘ik ben het niet eens met de uitspraken van de regulator’ zal onze fractie niet beamen. Het is logisch dat een uitvoerende macht soms tegen de regulator aanloopt. Soms vernietigt een rechter beslissingen die een meerderheid of een regering heeft genomen. Dat is vervelend, maar we leven nog altijd in een democratische rechtsstaat, dus aanvaard ik dat, al is het soms niet leuk of omdat we een andere mening hebben, maar ik aanvaard het. Wat ik niet aanvaard en nooit zal aanvaarden, is dat de macht die door de wil van het volk bij het parlement berust, wordt getransfereerd naar een of twee technici of een stakeholdersoverleg, waar enkele organisaties met elkaar kunnen bakkeleien. Dan weiger ik de primauteit van het stakeholdersoverleg. Dat is hier in het parlement en daar hoort het te blijven.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Mijnheer Schiltz, het viel me op in uw betoog dat u de door collega Danen onderstreepte onafhankelijkheid van de gewezen gedelegeerd bestuurder van de VREG hebt bestempeld als eigengereidheid. Wat bedoelt u met onafhankelijkheid als u dat als eigengereidheid bestempelt? Betekent onafhankelijkheid voor u dat je alleen maar beslissingen neemt en adviezen uitbrengt die in lijn zijn met wat een regering wil en wat de bevoegde minister wil? Waar ligt voor u de grens tussen eigengereidheid en onafhankelijkheid? Waarom zegt u dat in het verleden eigengereid werd opgetreden?

Ik zeg dat omdat heel veel macht binnen de regulator bij één man of één vrouw lag. Die ene man of die ene vrouw werd aangeduid door de toenmalige regering.

Ik heb daar moeite mee. Ik vind dat minder van onpartijdigheid en autonomie blijk geven dan het systeem dat wij nu voorstellen, waarbij niet zo veel macht kan worden geconcentreerd bij één iemand en die persoon bovendien niet kan worden aangeduid door de regering. Het is immers vooral de taak van de regulator om de regering in de gaten te houden, om te beletten dat de uitvoerende macht over de schreef gaat en zich begint te bemoeien met hoe bepaalde decreten moeten worden geïnterpreteerd. Het is dus niet bij de confrontatie tussen parlement en regulator waar de ‘checks and balances’ liggen. Dat is niet waarvoor zo’n regulator bedoeld is. Als er sprake is van een regulator, van één persoon aan de stuurknuppel in de cockpit die zijn eigen lijn volgt en die daar is gezet door één bepaalde politieke strekking, dan heb ik daar minder vertrouwen in dan als het gaat over een college van zeven leden van de raad van bestuur die door het hele parlement zijn aangeduid en die in hun schoot op basis van assessments een directeur aanduiden. Dat is het enige dat ik daarmee heb willen zeggen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Beste collega’s, ik denk dat we eerlijkheidshalve eventjes moeten teruggaan in de geschiedenis. Op 5 november 2015 hebben we in onze commissie de hoorzitting gehad in verband met de historische schulden. Op drie jaar of op vijf jaar: dat had een budgettaire impact. Ik denk dat de meerderheidspartijen er toen heel duidelijk verbaasd over waren dat de regulator toen op basis van een consultatieronde met slechts vijftien stakeholders, die er dan nog verdeeld over waren of het drie of vijf jaar moest zijn, heeft beslist dat het vijf jaar zou zijn. Dan gaat men erover discussiëren of we nu de onafhankelijkheid in vraag stellen.

De discussie lijkt me veeleer te gaan over de vraag of het parlement – vroeger de regering – richtsnoeren mag voorstellen aan de regulator of niet, en hoe ver men daarin mag gaan. Dat is een moeilijke discussie. Er werd gesproken over een structureel stakeholdersoverleg. Nu, een stakeholder, dat is een aandeelhouder, en een aandeelhouder, dat is geen adviesraad. Een stakeholdersoverleg, dat zijn wij. Ik heb op 10 juni 2015 inderdaad gepleit voor een structureel stakeholdersoverleg. Ik bedoel daar heel duidelijk een structureel overleg met de commissie mee, dus met ons, en niets meer en niets anders. Ik denk niet dat ik op die bewuste commissievergadering in 2015 heb gepleit voor een adviesraad. Ik heb nooit gepleit voor een adviesraad. Wat minister Turtelboom heeft gedaan in het verleden, en waar u dat hebt opgevangen, zo zij het, maar ik heb nooit gepleit voor een adviesraad.

In het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht is bovendien specifiek over deze problematiek een document verschenen in het kader van een doctoraat geschreven door mevrouw Laura De Deyne van de Universiteit Hasselt, toch een zeer goede Limburgse universiteit. Ik zal uiteraard die twintig pagina’s niet voorlezen, maar ik zie dat collega Schiltz aan het knikken is, dus hij kent het document ook. Er zijn twee belangrijke conclusies. De facto bevonden we ons toen in een situatie, en dat hebben we toen ook ondervonden in die fameuze commissievergadering van 5 november 2015, dat alle leden van de commissie werden beschouwd als bij voorbaat ‘verdacht’, omdat we toch maar eventueel connecties zouden hebben met bijvoorbeeld distributienetbeheerders enzovoort. Alsof die vijftien middenveldorganisaties en particulieren die waren geconsulteerd, ook niet ‘verdacht’ zouden zijn. Zij zijn immers verbruikers. Ze hebben dus een belang als ze een rapport opsturen naar de regulator met hun visie.

Zij zijn met andere woorden even ‘verdacht’ als wij, parlementsleden die toen als verdacht werden beschouwd.

Een van de conclusies ging erover dat het parlement controle uitoefent op de minister, in dit geval op een minister van Energie, maar dat die minister geen enkele inhoudelijke bevoegdheid heeft om die regulator aan te sturen. Die heeft enkel een functionele controle. Je zit dus in de situatie dat het parlement niet rechtstreeks toezicht kan uitoefenen op een regulator, en dat moet doen via een minister die daar geen bevoegdheid voor heeft. Dat noemt men dan een democratisch deficit.

Een tweede element dat in het besluit staat, is: net door te voorzien in rechtstreeks toezicht en controle door het parlement, in de plaats van de regering, verhoogt men het democratische gehalte van de controle op de energieregulatoren, wat ook hun democratische legitimiteit ten goede komt.

Aangezien ik een structuurman ben, ben ik inderdaad op zoek gegaan naar een oplossing, samen met collega’s Schiltz en Bothuyne. Je gaat dan kijken naar wat er elders leeft. Bij de federale regulator heb je geen raad van bestuur. Daar heb je enkel een directiecomité, dat benoemd wordt door een regering, en een adviesraad waarvan we weten dat hij niet werkt. Dat is een praatbarak. In Duitsland werken ze op de manier waarop wij vanaf vandaag zullen werken.

Heden heeft de Vlaamse regulator geen adviesraad, maar ze doen wel een consultatieronde. Bij alles wat ze moeten beslissen, worden er brieven uitgestuurd om te weten wat belangrijke partners daarvan vinden. Vroeger zaten we in een situatie dat de Vlaamse regulator zeer beperkt was in zijn bevoegdheid: het toekennen van groenestroomcertificaten, klachten behandelen, adviezen maken, studies maken. Maar de belangrijkste bevoegdheid, zijnde de tarieven, zijn pas overgekomen met de zesde staatshervorming. Voor die periode werd er ook een belangrijke delegatiebevoegdheid doorgestuurd naar de voorzitter van de raad van bestuur en naar de gedelegeerd bestuurder, aangeduid door de regering. Dat betekende de facto dat we tot op heden in de situatie zaten dat de gedelegeerd bestuurder en de voorzitter van de raad van bestuur de delegatie hadden over de tariefmethodologie, het technisch reglement, de timing enzovoort. Wij zeggen in het voorstel van decreet heel duidelijk dat die taak niet toebehoort aan de gedelegeerd bestuurder. We zullen geen gedelegeerd bestuurder hebben. De taak behoort toe aan de raad van bestuur.

Het heeft niets met politieke spelletjes te maken. Ik vind de insinuatie die u daarnet gedaan hebt, mijnheer Beenders, vrij laag-bij-de-gronds. U stelde de vragen aan collega Schiltz, maar u wou ze eigenlijk aan mij stellen. Dat was duidelijk te merken, want u hebt drie keer mijn naam genoemd. Ik heb niet gepleit voor een adviesraad. Ik heb gezegd dat we voor een structureel stakeholdersoverleg gaan. Dat is het overleg tussen ons, commissie en parlement, en hen. Dat kunnen we nu ook rechtstreeks doen. We brengen ze nu inderdaad onder het parlement. We breiden de raad van bestuur uit naar zeven. Er zal geen delegatiebevoegdheid meer zijn. Die raad van bestuur, die zeven mensen, moeten collectief beslissen over een tariefmethodologie, tariefstructuur en technisch reglement. We pleiten niet voor een adviesraad om de eenvoudige reden dat men via de consultatierondes sowieso bij het middenveld terechtkomt. Dat middenveld kan dan sowieso zijn reactie en opinie geven. De regulator is dan ook verplicht om daar een antwoord op te geven.

Er zal een algemeen directeur zijn, en geen gedelegeerd bestuurder. U weet perfect dat een algemeen directeur in corporate governance wordt aangeduid door de raad van bestuur, en niet door de regering. Zodra de raad van bestuur voltallig is, zal hij dus een assessment moeten opstarten om naar de gepaste algemeen directeur te zoeken.

Mijnheer Gryffroy, u weet dat ik erkentelijk ben omdat u vaak vanuit uw technische kennis over energie heel goede oplossingen aandraagt. Technisch is dit werkstuk goed en op dat vlak steun ik dat wel, maar er is nog een verschil tussen wat technisch goed in elkaar steekt en wat maatschappelijk wenselijk is. Onze grote kritiek is dat de consultatieronde die in het decreet staat te beperkt is en dat we het maatschappelijk debat over zulke belangrijke zaken zoals de toekomst van ons net en de prijzen breder willen voeren, onder andere door een stakeholdersoverleg. Ik blijf het een rare redenering vinden dat u zegt dat de raad van advies bij de CREG slecht werkt, dus doen we dat maar niet, alsof het niet mogelijk zou zijn dat een raad van advies goed werkt. Zorg er dan voor dat de raad van advies, het stakeholdersoverleg of hoe u het ook wil noemen wel goed werkt. Maar betrek de mensen erbij die u erbij wil betrekken. De laatste maanden en jaren hebt u gezien dat tal van middenveldorganisaties, zoals de Gezinsbond, de vakbonden, maar ook werkgeversorganisaties veel kritiek hadden op tal van beslissingen, van de regering maar ook van de VREG. Als je die mensen in het proces betrekt, zullen ze beter begrijpen waarom bepaalde dingen zo beslist worden. Dat ze geen kritiek meer zullen hebben, is niet gegarandeerd, maar ze zal meer ingebed zijn in het maatschappelijk debat in Vlaanderen. Volgens ons wint iedereen daarbij. Ik begrijp niet waarom u geen stakeholdersoverleg wilt installeren. Nu werkt het goed bij de VREG en ik zou het jammer vinden dat dit zou worden afgeschaft.

U haalt twee zaken door elkaar. Een adviesraad die een bindend advies moet geven, waar de algemeen directeur verder mee moet werken én een raad van bestuur staat Europa niet toe. Het moet één van beide zijn. Bij de CREG heeft men gekozen voor een adviesraad, wij kiezen voor een raad van bestuur. Als u zegt dat u met de stakeholders wilt overleggen, dan kunnen wij dat vanuit het parlement perfect doen via hoorzittingen in de commissies en zo meer. Daar zie ik helemaal geen probleem, want daar moet zoiets juist gebeuren. Daar moet die boodschap worden meegegeven aan de regulator. Een adviesraad die een bindend advies geeft, kan volgens de Europese richtlijn niet gecombineerd worden met een raad van bestuur. Ik heb dat ook al aangekaart in de commissie, maar u blijft wat dit betreft nogal hardhorig.

Wat betreft Eandis en nog aan aantal andere zaken is mijn visie over het eigengereid zijn inderdaad gesterkt door enkele recente gebeurtenissen. Als men in een regeringsverklaring een richtsnoer maakt, als men duidelijke beslissingen neemt, bijvoorbeeld dat de kostprijs van de laadpaleninfrastructuur niet mag worden doorgerekend in de kostprijs van iedereen, met inbegrip van wie niet elektrisch rijdt, dan is dat een duidelijk statement. Als er gesteld wordt dat historische saldi binnen de eigen distributienetbeheerder zelf eerst moeten worden opgehoest, dan is dat ook een duidelijk statement. Als je dan achteraf te horen krijgt dat er waarschijnlijk een blanco cheque komt in verband met die laadpaleninfrastructuur en dat men over tien jaar eventuele tekorten wel zou mogen verrekenen via de elektriciteitsfactuur, dan denk ik dat het normaal is dat ik mag reageren en in die omstandigheden het woord ‘eigengereid’ mag gebruiken. Als we dat niet meer mogen doen, gaan die mensen inderdaad in een ivoren toren zitten en worden ze wereldvreemd. Ik vind het maar normaal dat, als een regering iets beslist heeft, bijvoorbeeld om de kosten niet te laten opdrijven door de laadpaleninfrastrucuur of door de solidarisering van de historische saldi en naderhand gebeurt dat toch, ten gevolge van wat ik het Eandis-arrest zou willen noemen of door het concentratieverslag met betrekking tot de laadpalen, ik daar dan op reageer, al dan niet knarsetandend.

Collega Danen, u beweerde daarnet dat ik zou hebben gezegd dat als het eenmaal bij het parlement zit, de zaken anders zullen lopen. (Opmerkingen van Johan Danen)

U hebt mijn naam niet genoemd, maar u zei dat de meerderheid de zaken anders zou aanpakken. U moet misschien het verslag letterlijk voorlezen. Niemand van ons, noch collega Bothuyne, noch collega Schiltz, noch ikzelf hebben dit ooit gezegd. Het klopt dat we soms knarsetanden, dat is ook logisch, u zou dat ook doen als u het ergens niet mee eens bent. Dit mag nog in een democratie, of niet soms?

Kijk, ik haal alleen maar officiële uitspraken aan, wat mensen gezegd hebben in de commissie of tijdens de plenaire vergadering. Het gaat zeker niet over gesprekken in de wandelgangen.

Twee, ik heb geen namen genoemd.

Drie, bij de hoorzittingen van de VREG vorig jaar heb ik heel duidelijk gehoord dat sommigen de onafhankelijkheid van de regulator in vraag stelden. Ik kan me voorstellen dat sommige directieleden zich daardoor gemanipuleerd hebben gevoeld.

Rob Beenders (sp·a)

Ik sluit me aan bij de bezorgdheid van de heer Danen. Er zijn wel degelijk uitspraken gedaan, en vooral door u, mijnheer Gryffroy, over de VREG. U hebt in de commissie zelfs aan de minister gevraagd – omdat een advies van de VREG u niet aanstond – of de minister geen druk kon uitoefenen om dit dossier sneller te laten gaan. Dat zijn uw woorden. Dan kunt u het ons toch niet kwalijk nemen dat we bezorgd zijn?

Als de hervorming wordt doorgevoerd, gaan er meer bevoegdheden naar een politiek samengestelde raad van bestuur. Er zijn tal van discussies gevoerd in de commissie Energie, waarbij u geregeld liet uitschijnen dat het na de hervorming van de VREG anders zal zijn. Ik maak me daar zorgen om.

Het klopt wat de heer Danen zegt: theoretisch is dit voorstel van decreet technisch perfect in orde, maar over de uitvoering maak ik me wel degelijk zorgen.

U wilt de afschrijving van de schuldenberg van de groenestroomcertificaten en de distributietarieven niet op vijf jaar maar op drie jaar. Ik ben blij dat de VREG een voortschrijdend inzicht heeft gehad en kiest voor een spreiding op langere termijn, omdat u de factuur met andere maatregelen zo de hoogte in hebt gejaagd.

Ja, wij zijn bezorgd, en neen, wij hebben geen garanties dat er geen dingen gaan gebeuren die eigenlijk de consument kwaad gaan doen.

Als u dan toch graag werkt met officiële stukken, ik heb ze hier ook bij van 5 november 2015. Ik lees letterlijk voor wat ik gezegd heb: “Ik betreur dat de VREG wel een consultatieronde heeft gehouden maar geen rekening houdt met het standpunt van de Vlaamse Regering die opteert voor een periode van drie jaar. De Vlaamse Regering wordt nochtans gesteund door een meerderheid in het Vlaams Parlement en heeft de steun van de Vlaamse kiezers. Bijgevolg zou de regering ook als een belanghebbende kunnen worden beschouwd.” Dat heb ik inderdaad gezegd, en dat meen ik ook.

Als de regering beslist dat er niets van de infrastructuur als kost kan worden doorgerekend in de kilowattuurprijs en de regulator achteraf zegt dat er toch overleg is geweest met de distributienetbeheerder – want zo is het gegaan, lees het consultatierapport, er zou binnen tien jaar een afrekening kunnen komen, een blanco cheque –, dan mag ik daar toch kritiek op hebben?

Als u zegt dat ik druk uitgeoefend heb, dan weet u heel goed over welk dossier het gaat. Het gaat over het capaciteitstarief. Ik heb inderdaad gezegd: we kunnen het ons niet permitteren om een tarief te moeten invoeren over capaciteit dat pas ingaat vanaf 1 januari 2020. Ik wil dat die 1 januari 2018 al ingaat, ten laatste. Dat is ook logisch. We zitten in een volledige transitie van energie, maar we moeten nog vier jaar wachten. Tegen 2020 moeten we rond zijn met onze Europese doelstellingen rond klimaatbeleid enzovoort. We mogen toch nog wel kritiek en commentaar geven? Als u dat beschouwt als druk op de gedelegeerd bestuurder, waardoor die niet meer kan functioneren, dan is dat uw interpretatie, en niet de mijne.

Dus onze bezorgdheid is terecht. U citeert zichzelf twee keer, en bewijst wat bewezen moest worden.

Collega’s, het is net om dit soort discussies – die nu stilaan bedroevend wordt – te vermijden dat we voor een zuivere cascade van bevoegdheden hebben gekozen. Er wordt geroepen en getierd dat de onafhankelijkheid van de regulator in het gedrang komt, want er zijn politiek benoemde mensen die erover moeten beslissen. Mijnheer Beenders, wat denkt u dat het nu is? Het is geen vier man en een paardenkop; het is vier man en een gedelegeerd bestuurder. Er zijn twee personen die erover gaan. Wij breken dat open naar zeven mensen plus een directie en een veel intensere samenwerking met het parlement. U bent hier eigenlijk gewoon uw eigen belang aan het ondergraven. U vindt eigenlijk dat wat u hier doet, gedelegeerd mag worden naar een soort algemene raad, potverdorie.

Ik wou besluiten: dit zit goed in elkaar. De toekomst zal uitwijzen of wij gelijk hebben, ofwel dat jullie gelijk hebben en we er spelletjes mee proberen te spelen, wat absoluut niet de bedoeling is. Integendeel, er is de cascade, zoals de heer Schiltz heeft aangekaart, de consultatierondes blijven, u stuurt het overleg met de commissie en het parlement, het wordt zelfs versterkt tegenover vroeger, met andere woorden: als in verband met de historische saldi er slechts vijftien bedrijven, organisaties en particulieren reageren om er commentaar op te geven, om te zeggen hoe zij het zien, motiveer dan uw achterban, de middenveldorganisaties waarmee u verbonden bent, om ervoor te zorgen dat er geen vijftien, maar misschien driehonderd een consultatieronde raadplegen, waardoor we inderdaad een veel breder draagvlak krijgen. Immers, iedereen kan erop intekenen. Dat zou de boodschap moeten zijn. Ik denk dat dit corporate governancegewijs zeer sterk in elkaar zit. Ik dank de collega’s van de meerderheid en de diensten van het Vlaams Parlement om al het juridische, technische, helemaal in orde te krijgen. In de toekomst kunnen we hiermee zeker debatten met een breed draagvlak  krijgen.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

De VREG heeft een sterke naam en faam opgebouwd. Met dit decreet en het onderbrengen van de regulator onder het Vlaams Parlement kan die alleen maar sterker worden, en de onafhankelijkheid wordt ook verder versterkt.

Mijnheer Beenders, ik kies inderdaad voor eenvoud en verantwoordelijkheid. Eenvoud: één algemeen directeur en een sterke, beperkt uitgebreide raad van bestuur met duidelijke bevoegdheden die niet te delegeren zijn.

Met betrekking tot het hele debat over het stakeholdersoverleg, adviesraden en dergelijke meer, is het uiteraard een taak voor de VREG, inherent aan zijn werkzaamheden, om de vinger aan de pols te houden, om te luisteren naar alle mogelijke stakeholders. Wij wensen dat niet te doen met een algemene raad met 37 mandaten zoals u in de commissie hebt voorgesteld, en ook niet met in een decreet gebetonneerd stakeholdersoverleg, met een verre van perfecte samenstelling. Ik geef een voorbeeldje, ingaande op wat ik in de tekst van uw amendement lees: u wilt bijvoorbeeld de leveranciers van elektriciteit en aardgas laten vertegenwoordigen door de Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (FEBEG). Ik wil erop wijzen dat er ondertussen een hele evolutie in onze energiemarkt heeft plaatsgevonden, waardoor een aantal leveranciers helemaal geen lid zijn van FEBEG, maar wel een belangrijke positie in de markt innemen. U sluit die met uw voorstel van amendement dus uit van het overleg dat u zo belangrijk vindt in de schoot van de VREG.

Ik wil er nog op wijzen dat we in dit parlement net vorig jaar op, 18 november, een decreet hebben goedgekeurd met betrekking tot de tarieven die de VREG vast had. Dat is de belangrijkste opdracht van de VREG, het vaststellen van de tarieven. In artikel 14 van dat decreet is opgenomen dat de VREG een openbare raadpleging moet organiseren waarbij alle mogelijke stakeholders worden gehoord. Mijnheer Danen en mijnheer Beenders, alle mogelijke stakeholders moeten worden gehoord in een open consultatie, waarvan achteraf een schriftelijk verslag moet worden geleverd, zodat ook de consultatie en hetgeen de stakeholders inbrengen, transparant en voor iedereen heel duidelijk gebeurt. Dus, het stakeholdersoverleg dat u bepleit, is al decretaal ingeschreven, niet gebetonneerd met een verouderde samenstelling zoals u tracht te doen, maar op een moderne en open wijze. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de VREG dat op een goede manier gaat organiseren. Mochten we niet voldoende vertrouwen hebben in de VREG, dan kunnen we nog vertrouwen hebben in onszelf, want met dit decreet wordt ook bepaald dat we niet alleen de regulator onder het Vlaams Parlement brengen, maar dat we ook een versterkte dialoog met die regulator gaan voeren. Met betrekking tot het ondernemersplan, het jaarrapport en de tarieven, gaan wij als parlement, dat is een taak voor onszelf, de permanente dialoog aan met de regulator en kunnen we ook zelf hoorzittingen met alle mogelijke belanghebbenden organiseren waarvan wij vinden dat ze betrokken moeten worden in de werkzaamheden van de VREG. Daar hebben we heus geen orgaan van 37 mandaten voor nodig.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Ter afsluiting, want ik denk dat de meeste van onze argumenten zijn verduidelijkt in het debat. Ik blijf wel herhalen dat ik het betreur dat, als het parlement toch zo belangrijk is om die bevoegdheden over te nemen, u ons niet vanaf de eerste vergadering echt betrokken hebt. Nu hebben wij bij de hervorming van een belangrijke regulator een valse start genomen.

Ik vraag mij ook af of het de ambitie is van deze regering om alle regulatoren onder het parlement te brengen. Of is het alleen maar de bedoeling om dat te doen voor de VREG? Alle argumenten die u hebt gegeven waarom u de VREG onder het parlement wilt brengen, kunt u ook toepassen bij de andere regulatoren. Dus lijkt het me nuttig daar een antwoord op te krijgen. Het zou veel sterker geweest zijn mocht hier een kamerbreed akkoord zijn gesloten over de hervorming van de VREG, om er samen voor te zorgen dat we geen schrik moeten hebben van dat middenveld, dat het effectief op een decretale manier betrokken zou zijn, zodat het de uitdagingen waarvoor we staan, samen mee kan bediscussiëren. Dan hadden we geen welles-nietesdebat moeten hebben, zoals nu, maar dan hadden we al een debat kunnen voeren op basis van de uitdagingen waarvoor we staan. Ik betreur dat, maar u kunt, zoals steeds, op onze constructieve houding rekenen.

Ik hoop ten zeerste dat de uitspraken die hier vandaag werden gedaan, worden waargemaakt, en dat de hervorming van de VREG een verbetering is en geen verslechtering.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik zal ook kort zijn omdat de meeste argumenten al gegeven zijn, vandaag en in de commissie. Mensen die daar echt in geïnteresseerd zijn, kunnen het commissieverslag ter zake nalezen.

Een onafhankelijke regulator vraagt sterke en onafhankelijke mensen, zowel in het management als in de raad van bestuur. Ja, zelfs mensen die een beetje tot soms heel erg veel eigengereid zijn. Het is geen gemakkelijke materie, en het is zaak om tegen heel wat belangen in toch het beste te doen voor de toekomstige elektriciteitsmarkt. Nogmaals, ik erken dat het voorliggende voorstel van decreet een technisch goed werkstuk is, maar het maatschappelijke debat erover had volgens ons nog wat beter en scherper kunnen worden ingebed. Ik betreur dat dit niet het geval is.

De citaten die vandaag, onder andere door de heer Gryffroy, werden gegeven, sterken mij in mijn overtuiging dat we wantrouwig moeten zijn en dat we de ogen open moeten houden om toe te zien of de VREG inderdaad een onafhankelijke koers zal kunnen blijven varen.

Ook ik wil mij constructief opstellen als blijkt dat alles loopt zoals hier wordt gezegd. Dan ben ik gerust bereid om binnen een paar maanden of een jaar te verklaren dat de VREG echt goed werkt en dat dit een goed werkstuk is. Vandaag ben ik daar nog niet van overtuigd.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2015-16, nr. 812/7)

– De artikelen 1 tot en met 15 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er zijn amendementen tot invoeging van een artikel 15/1 en een artikel 15/2. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2015-16, nr. 812/8)

De stemmingen over de amendementen worden aangehouden.

– De artikelen 16 tot en met 35 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.