U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 26 oktober 2016, 14.03u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege
61 (2016-2017)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, een op de vier landbouwers heeft openstaande facturen met een verstreken vervaldatum. De betalingsproblemen zijn het scherpst in de dierlijke sector enerzijds en bij jonge landbouwers anderzijds. 41 procent van de varkenshouders kampt met betalingsmoeilijkheden, en 30 procent van de rundveehouders en de melkveehouders. De grootste schuldeisers zijn enerzijds de veevoederfabrikanten en anderzijds, in tweede orde, maar wel op ruime afstand, de loonwerkers.

Uit onderzoek blijkt dat de meesten onder hen proberen om die problematiek intern op te lossen en weinig een beroep doen op externe maatregelen. Ik heb al gezegd dat het probleem zich het sterkst voordoet bij jonge landbouwers. Twee derde van de mensen onder de 40 probeert op een interne wijze, binnen het bedrijf, dat probleem op te lossen.

Minister, we weten dat zowel Europa als uzelf de voorbije maanden al heel veel inspanningen hebben gedaan. Maar toch blijft de zorg in de sector, en dat is wat ik hier nogmaals naar voren wil brengen. Hoe kan Europa, hoe kan het Vlaamse beleid ons een hoopvol economisch perspectief bieden? Op welke manier kunt u daar een bijdrage aan leveren, naast de inspanningen die u al hebt geleverd?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega De Meyer, wij hebben deze studie met onze diensten zelf besteld en laten uitvoeren. We hebben dat gedaan om dat gevoel dat leeft en de signalen die je krijgt, te objectiveren en te kijken of het inderdaad klopt dat er heel wat problemen zijn met het betalen van de facturen. Die studie bevestigt inderdaad wat iedereen aanvoelt. Iedereen beseft, ook op Europees niveau, dat de landbouwsector en de steun die nu wordt verleend, niet is afgestemd op een nieuw marktgegeven. De enorme schommeling van de prijzen, het landbouwmodel en de subsidies in het gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid (GLB) zijn niet afgestemd op die nieuwe marktgegevens.

We hebben daar in de commissie al heel veel van gedachten over gewisseld. Ik zal toch even toelichten wat we aan het doen zijn en wat de toekomst kan brengen. We zien dat er nog te weinig kennis is en in de praktijk nog te weinig wordt uitgevoerd hoe een landbouwbedrijf in die nieuwe markt kan omgaan met schommelende prijzen. Vandaar dat we heel recent een nieuw systeem hebben goedgekeurd: landbouwbedrijven kunnen gratis advies krijgen op het vlak van bedrijfseconomische gegevens, over hoe een buffer aan te leggen, over het juiste model kiezen, over opvolging. Dat is KRATOS, dat is nieuw geïnstalleerd.

Een tweede probleem is de cashflow. Alle subsidies die we sneller kunnen uitbetalen, betalen we sneller uit. We zijn daarop georganiseerd. We hebben een waarborg die de overheid verleent; dat instrument bestaat alleen in Vlaanderen. Zo zorgen we ervoor dat aan de grootste noden tegemoet wordt gekomen. In communicatie, voorlichting en opleiding blijft dat bedrijfsgegeven bijzonder belangrijk.

In het kader van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid is er een bevraging gebeurd. Men is dat volop aan het voorbereiden. We hebben ingebracht dat een van de instrumenten die Europa zou moeten uitwerken een inkomstenverzekering is. Daarmee zou iedereen zich op voorhand kunnen indekken tegen de prijsschommelingen. Er zijn nog tal van andere instrumenten, maar ik zie dat mijn tijd al om is. Het is niet mogelijk om er hier lang over door te gaan. Europa moet verder inzetten op de inkomstenverzekeringen vanuit het GLB.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, de inkomstenverzekering is ongetwijfeld uitermate belangrijk om te zorgen voor meer inkomensstabiliteit voor de land- en tuinbouwers. Ik denk dat het ook alert was van u om die studie te laten uitvoeren door uw eigen administratie. Het schetst ons op een meer verantwoorde wijze een beeld van de sector dat we allemaal al vermoedden.

Eén element wil ik nog eens aanstippen. Het is een van de conclusies van de studies. Dat is het bijzonder grote belang van de begeleiding van adviseurs en andere relevante dienstverleners naar de bedrijven toe. Ik zou toch uw bijzondere aandacht voor dit element willen vragen.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

De heer De Meyer kaart een prangende problematiek aan. We hebben er in de commissie al vaak over gepraat. U volgt het van zeer nabij op, minister. Ik weet dat er heel wat zaken op stapel staan. Inderdaad, heel wat jonge landbouwers hebben het moeilijk. Ze doen grote investeringen en daartegenover staan geen vaste prijzen voor hun producten. Hun inkomen is zeer onzeker.

Ik verwijs naar een advies van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) van 12 juli 2016 dat aandacht besteedt aan de generatiewissel en het nieuwe ondernemerschap in de landbouw. Het somt wat maatregelen op ten gunste van jonge landbouwers zoals een opstartpremie, extra GLB-betalingsrechten, top-upbetaling.

Een cruciaal punt is nog altijd de toegang tot de gronden. We werken daar nog altijd aan in de commissie. Ik hoop dat de bijsturing van de bestaande pachtwetgeving daar ook opportuniteiten kan brengen, ook voor jonge landbouwers.

In het kader van het Vlaams Ruraal Netwerk in 2015 is er ook een actiegroep voor jonge landbouwers opgericht. Minister, wat is de stand van zaken van de besprekingen en acties ter zake?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, wij hadden in feite geen studie nodig om te weten dat landbouwers en vooral jonge landbouwers in de problemen zitten om al hun investeringen terug te betalen. Niet alleen zijn de investeringen groot en zwaar, er zijn natuurlijk ook nog de milieueisen, eisen in verband met klimaat, in verband met voedselveiligheid, en die zorgen ervoor dat de jonge landbouwers meer en meer onder druk komen te staan en dat ze minder geneigd zijn om het bedrijf van hun ouders over te nemen.

U hebt het over schommelende prijzen. Dat klopt, maar een van de grote problemen is niet alleen de schommelende prijzen maar de lage prijzen. We hebben het in het verleden al meerdere keren gehad over het fameuze federale prijzenobservatorium. De vorige jaren is daar weinig of niets mee gebeurd, tenzij wat aankondigingen. Bestaat het prijzenobservatorium nog? Welke initiatieven worden ontwikkeld?

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Goed risicomanagement is van essentieel belang voor het voortbestaan van onze bedrijven. Er zijn heel wat initiatieven genomen, bijvoorbeeld KRATOS, bijvoorbeeld Boeren op een Kruispunt.

Uit het onderzoek van ‘Krap bij Kas?’ bleek ook dat onze Vlaamse land- en tuinbouwers moeilijk de weg vinden naar die dienstverlening, en dat er vaak sprake is van drempelvrees. Het is bijzonder jammer dat de tools die we ter beschikking stellen onderbenut blijven. Minister, misschien kunnen we daar nog meer op inzetten.

Collega’s, wij hadden ook die studie niet nodig om te weten dat het moeilijk gaat in die sectoren. Daarom hebben wij daarover in de commissie Landbouw al heel vaak van gedachten gewisseld, en zoeken we samen wat we nog meer kunnen doen. Er zijn al heel wat initiatieven genomen. Wel goed aan die studie is dat je het ook eens exact aan de mensen zelf vraagt, en dat je al die informatie samenbrengt. Daar leer je uit. Je kunt er een aantal bijkomende elementen uithalen. Zo was het ook al ons aanvoelen, en het wordt nu zwart op wit bevestigd, dat de jongere generatie het moeilijker heeft dan wie nog de goede tijd heeft meegemaakt en een spaarpotje opzij heeft kunnen zetten.

Mevrouw Joosen, men zoekt inderdaad al te vaak naar advies, naar wie kan helpen, en men vindt de weg niet. Er wordt nochtans heel veel ingezet op communicatie. Het feit dat we nu een echt onafhankelijk advies gratis maken – de heer De Meyer verwees er ook naar – sterkt mij in de overtuiging dat dit voor velen een belangrijk bijkomend element is. Het onafhankelijke KRATOS heeft expertise in huis. Daar moeten we zoveel mogelijk zoekende landbouwers naartoe sturen, voor het te laat is, om ervoor te zorgen dat de bedrijfseconomische inzichten op het bedrijf zelf worden toegepast. Dat is één stap. We zullen er alles aan doen om dat zo bekend mogelijk te maken via alle kanalen. Ik denk dat ik bijna wekelijks in de commissie herhaal dat wij dat doen op alle fora waar wij komen.

Wat de tweedegeneratiewissel betreft – de stap die men moet zetten voor de toegang tot grond – hebben wij de pacht die binnenkort in het parlement zal kunnen worden besproken. Wij zullen de pachtwetgeving, die nu Vlaamse materie is geworden, aanpassen. Zo zullen wij de toegang tot grond gemakkelijker maken voor de jonge generatie. Wij zijn zo goed als klaar met die oefening. Wij hopen daarmee snel naar het parlement te kunnen gaan. Het is de bedoeling om ervoor te zorgen dat er nog voldoende rechtszekerheid is op de lange termijn, maar om er toch ook voor te zorgen dat het op een iets efficiëntere, soepelere manier kan gebeuren, en dat veel meer eigenaars geneigd zullen zijn om een pacht te verlenen op de grond. Ik ben er ook van overtuigd dat een aantal fiscale instrumenten van groot belang kunnen zijn om nog meer het in pacht geven te stimuleren.

Men laat hier uitschijnen dat het stimuleren van investeringen op het vlak van duurzaamheid en milieueisen ten nadele zou zijn van de landbouw. Ik ben het daar niet mee eens. Ik ben ervan overtuigd dat wij daar een koploperspositie hebben en dat wij die nog veel meer ‘in the picture’ moeten plaatsen. Overal is men meer op zoek naar duurzaamheid. Wij produceren hier met de laagste ecologische voetafdruk van de hele wereld. Dat doen we al jaren, ook uit noodzaak, omdat we klein zijn en dicht op elkaar zitten. Wij doen op het vlak van duurzaamheid serieuze investeringen omdat we ervan overtuigd zijn dat het nodig is. Dat zorgt ervoor dat onze ecologische voetafdruk veel kleiner is dan bij de productie van hetzelfde voedsel ergens anders op deze aardbol. Ik vind dat we daar een keurmerk, een handelsmerk van moeten maken en daar veel meer fier op moeten zijn en dat veel meer ‘in the picture’ plaatsen. Ik zie dat als een voordeel, niet als een nadeel. Trouwens, heel veel investeringen in duurzaamheid zorgen ervoor dat de factuur naar beneden gaat. Als je investeert in het minder verbruiken van energie, is dat natuurlijk veel beter voor de factuur van de landbouwer die die investering doet. Bovendien hebben we het Landbouwinvesteringsfonds, dat daarin onze boeren ondersteunt.

Wat het prijzenobservatorium betreft, heeft Vlaanderen werk gemaakt van een website waar alle gegevens zeer snel op komen. Dat was eigenlijk al heel accuraat, ook op Europees niveau, voor melk en zuivel. Dat was absoluut nog niet het geval voor bijvoorbeeld varkensvlees. Om die reden hebben we in Vlaanderen het initiatief genomen om al die informatie op te lijsten en beschikbaar te stellen.

Mijnheer De Meyer, u hebt hier een terechte zorg geformuleerd. Wij doen er alles aan om onze boeren een duurzame toekomst te geven. En als ik het over duurzaamheid heb, dan gaat het over de drie pijlers van duurzaamheid. Aan die pijlers zullen we verder moeten werken, zowel op Vlaams als op Europees vlak.

Jos De Meyer (CD&V)

We weten met zijn allen dat er een langdurige crisis is. De minst goede oplossing is daarover te zwijgen: we moeten blijvende aandacht vragen voor de problematiek. Ik wil herinneren aan de twee pijlers van het Europees landbouwbeleid, enerzijds voldoende voeding tegen betaalbare prijzen voor de consument en anderzijds een redelijk inkomen voor de land- en tuinbouwers. Als Vlaanderen en Europa wensen dat jonge mensen morgen nog worden gestimuleerd om bedrijven over te nemen, dan zullen we ervoor moeten zorgen dat het Europees landbouwbeleid wordt bijgestuurd en voldoende aandacht heeft voor de economische pijler bij dat beleid. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Actuele vraag van Bart Van Malderen aan Philippe Muyters, Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, over de toekomst van de jongerenbonus

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.