U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, dat autisme een complexe aandoening is, hoef ik u niet meer te vertellen, temeer ook omdat het heel vaak samen voorkomt in combinatie met andere en zeer ernstige aandoeningen. Dat was ook het geval in het verhaal dat deze week bekend werd gemaakt over een 5-jarige jongen met een complexe zorgnood, die door zijn zware vorm van autisme in geen enkele van de voorzieningen waar hij zich had aangemeld, kon worden opgenomen. Ofwel was het aanbod niet afgestemd op zijn vraag of zijn zorgen, ofwel was er een wachtlijst voor de geschikte zorg. De jongen beschikte nochtans over een budget van ongeveer 42.600 euro, waarmee die zorg kon worden ingekocht, maar ondanks dat budget kreeg hij niet de zorg die nodig was.

In de sector van personen met een handicap zijn de noden hoog. Jaar na jaar worden er extra middelen in geïnvesteerd. Ook in deze begroting is 117 miljoen euro gepland voor uitbreidingsbeleid voor personen met een handicap. Dat is terecht, dat maakt deze zaak wel duidelijk. Toch blijft het mijn aanvoelen dat we bijzondere aandacht moeten blijven hebben voor die doelgroep van jonge kinderen en jongeren met dat kernautisme.

In het kader van de zesde staatshervorming zijn zowel de referentiecentra autisme als de Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR) Vlaamse bevoegdheid geworden. Die laatste hebben een heel gerichte werking voor jonge mensen met zwaar autisme. Daarnaast hebben we veel voorzieningen die ofwel een werking voor kernautisme hebben, of voorzieningen die overwegen om een werking op te zetten. Het hoeft niet gezegd dat de voorzieningen die al een goede werking hebben, worden geconfronteerd met een grotere vraag dan het aanbod.

Minister, wat kunnen we doen om de voorzieningen en de aanbieders die er nu zijn of die overwegen een aanbod op te zetten, beter uit te rusten en voor te bereiden op de opvang van kinderen met kernautisme, zodat ouders met hun budget in de toekomst sneller gepaste zorg kunnen vinden en inkopen?

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

Minister, we lazen allemaal het verhaal van Stan in de krant, het 5-jarige jongetje dat weliswaar een budget kreeg toegewezen voor zijn zware, complexe handicap, maar daarmee nergens terechtkan. Geen enkele voorziening wil dat kind opnemen. Het mag hier vandaag niet alleen over Stan gaan. Als ik het goed heb begrepen, zijn er niet minder dan tweehonderd mensen met hetzelfde probleem. Er is een schuif geld voor die mensen omdat ze prioritair te behandelen zijn vanwege een heel zware handicap, maar geen enkele voorziening wil die mensen opnemen.

Daarom, minister, denk ik dat u al een oplossing hebt gezocht of al aan het zoeken bent voor Stan in dit concrete geval, en dat dat een procedure is die misschien wat denigrerend een aanbesteding zou kunnen worden genoemd, waardoor er misschien een oplossing voor dat gezin uit de bus gaat komen, die maakt dat dat kind in een voorziening terecht kan 100 kilometer verder.

Minister, dan maak ik mij de bedenking of dat dan wel zo’n goede oplossing is. Als wij in ‘Perspectief 2020’ zeggen dat men de mensen meer de eigen regie van hun leven in handen moet geven, ook de mensen met een beperking, is er dan geen mogelijkheid, voor u als minister van Gezin in dit concrete geval, om dat gezin onmiddellijk ademruimte te geven en de mogelijkheid te creëren, wat nu niet kan, om dat persoonsvolgende convenant, die voucher, om te zetten in een PAB, direct, zodat dat gezin onmiddellijk ondersteuning kan krijgen?

De voorzitter

Mevrouw Van der Vloet heeft het woord.

Voorzitter, minister, de situatie is door mijn collega’s al geschetst. Toch wil ik nog even aanhalen dat dit geen alleenstaand feit is. Tweehonderd mensen zitten zo per jaar te wachten op een budget voor hulp. De manier van werken betreur ik: een soort openbare aanbesteding, die nu op zoek zal gaan naar welke voorziening die zorg mee wil helpen dragen voor deze mensen.

Jongerenwelzijn vraagt aan die ouders een beetje geduld. Ik denk dat die mensen al heel veel geduld hebben gehad en dat het nu echt niet aan de orde is om nog eens te vragen om nog eens te wachten. Neen, dit kan niet. Zij zeggen dat het in orde komt. Op dit moment hebben ze nog geen voorziening gevonden, maar het komt in orde. Als kers op de taart zeggen zij dat het budget er is, dat zij budget hebben voor die kleine man, maar dat er geen voorziening is die daar nu al de zorg voor kan overnemen.

Minister, waarom moeten deze mensen nog wachten? Waarom kan dit budget in het kader van de persoonsvolgende financiering, die nu vlak voor de deur staat, op dit moment niet worden omgezet naar een PAB, zodat deze mensen vanaf vandaag al hulp krijgen in hun gezin, vanaf vandaag ondersteund worden, zodat zij op een rustige manier kunnen ademhalen en op een rustige manier de verdere toekomst van hun kleine zoon kunnen gaan bekijken, en kijken door welke voorziening ze eventueel wel worden geholpen? Nu kunnen ze toch niet meer in de kou blijven staan. In het kader van de persoonsvolgende financiering, regie in eigen handen en vraaggestuurd handelen, is het geen onterechte vraag om dat nu meteen te bekijken. (Applaus bij de N-VA, sp.a en Groen)

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, ik wil enkele elementen op een rij zetten, om vervolgens te kunnen zeggen waar we concreet op kunnen inzetten.

Waarom we in de sector van personen met een handicap een geweldige omslag maken van een aanbodgefinancierd systeem naar een vraaggestuurd financieringssysteem, is juist wegens dit soort situaties. Het zal je maar overkomen dat het geen kwestie is van geen geld. Het geld is er, maar je moet je afstemmen op het beschikbare aanbod en in het aanbod is er geen aangepast aanbod beschikbaar. Ik breng wel een nuance aan. Als ik de kranten lees, gaat het hier over een bijzonder complexe situatie, waarbij expertise op meerdere terreinen noodzakelijk is, ook op het medische vlak. Ik hoed me er wel voor om nu de indruk te wekken dat al die instellingen op een zeer kortzichtige manier geredeneerd hebben. Ik denk dat ze met heel veel zorg gekeken hebben of ze in staat zijn, met de expertise waarover ze beschikken, om in opvang te voorzien.

Die omslag is bezig. U weet dat we gestart zijn met de omslag bij de volwassenen en dat het de bedoeling is om in een volgende periode de omslag naar vraagsturing ook in de sector van de minderjarigen te ondernemen. Dat is een kwestie van een aantal jaren, want je moet het op een overlegde en georganiseerde manier doen.

Ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ik niet akkoord kan gaan met een terminologie van ‘nu gaan ze iets aanbesteden, en degene die het goedkoopste is, mag het dan doen.’ Dat is absoluut niet aan de orde. In het decreet Integrale Jeugdhulp is er voor het eerst in Vlaanderen bepaald dat we een opname kunnen afdwingen van een voorziening waarvan we denken, in alle overleg en met alle expertise, dat die in staat moet zijn om die opvang te bieden en dat we daar ook de extra financiering voor kunnen geven.

Dat was tot nu toe in Vlaanderen niet mogelijk. Dat is mogelijk door het decreet Integrale Jeugdhulp. Daarin is voorzien in een procedure waarbij inderdaad eerst wordt bekeken of men een match kan vinden, waarbij er dan overleg wordt georganiseerd, en als dat alles niet leidt tot een bevredigende oplossing – en in dit geval is er sprake van een heel legitieme vraag naar een oplossing – dan bepaalt de regelgeving inderdaad dat een voorziening kan worden aangeduid die de betrokkene dan zou moeten kunnen ondersteunen. Die procedure is bezig, en dat is geen kwestie van aanbesteden of de laagste. Daarvoor is een budget uitgetrokken. Sterker nog, het budget kan nog worden aangevuld met extra middelen als je dat ook als een knelpuntdossier kunt meenemen. We hebben in Vlaanderen de jongste tijd een tweehonderdtal van die zaken behandeld. We zijn steeds meer in staat om op complexe problemen ook een echt antwoord te bieden. Van die tweehonderd situaties die we dan als knelpuntsituatie beschrijven, omdat er nu eenmaal meerdere expertises vanuit verschillende competenties nodig zijn, hebben er vijf tot nu toe geleid tot zo’n escalatie in de procedure. De vergadering waarin in die procedure is voorzien, vindt binnenkort plaats, omdat men dan vanuit het agentschap in die fase inderdaad kan overgaan, als dat nodig is, tot het aanduiden van een voorziening.

Dat is wat er op korte termijn mogelijk is aan de hand van de beschikbare regels en budgetten. Ik bevestig nogmaals dat dit geen kwestie van een budget is. Het gaat over de vraag of men een adequate opvang heeft. Ondertussen heeft de betrokkene wel degelijk de toezegging dat er een kortdurend persoonsvolgend convenant beschikbaar is. Men heeft dus een mogelijkheid om zich te wenden tot een voorziening die wil opnemen en extra gefinancierd kan worden.

Kan men dat switchen naar een persoonlijk assistentiebudget? Geachte leden, dat is een vraag die we niet zomaar naar aanleiding van een casus kunnen oplossen, hoe belangrijk die situatie ook is. Je moet immers correct zijn tegenover iedereen die op dat vlak vragen heeft. Het parlement heeft ervoor gekozen om de persoonsvolgende financiering in te voeren, eerst startend met de operatie bij de volwassenen. Dat is ook met zoveel woorden in de beleidsnota en de beleidsbrief gezegd. We zijn nu dus gestart met de Taskforce minderjarigen. Ik heb uiteraard ondertussen aan het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) gevraagd of het mogelijk is dat er ondertussen toch een wisseling mogelijk is tussen bestaande toezeggingen. Het VAPH zal dat onderzoeken. Het was echter op korte termijn niet mogelijk om nu te zeggen dat we dat als regelgeving als verworven kunnen beschouwen. We moeten de administratie toelaten dat grondig te onderzoeken.

De middelen zijn er dus. De procedure om te bekijken of er desnoods een instelling zal worden aangeduid die de opvang moet doen, is bezig. We moeten begrip hebben voor het feit dat dat over een complexe situatie gaat. We hebben steeds meer succes als het gaat om het goed kunnen ondersteunen van jongeren met complexe problemen. Daar zijn de jongste jaren echt wel belangrijke inspanningen voor gebeurd. Op korte termijn vragen we aan het VAPH of, zolang we aanbodgestuurd moeten blijven financieren in de sector van de minderjarigen, een aantal zaken in het algemeen toch meer mogelijk kunnen worden gemaakt.

Een laatste punt is het uitbreidingsbeleid van volgend jaar. Het budget dat beschikbaar is voor de sector van de personen met een handicap, zal dus worden geventileerd over een aanbod voor volwassenen en een aanbod voor minderjarigen. Mevrouw Jans, ik verberg niet dat we enige prioriteit zullen geven aan een extra impuls qua capaciteit voor voorzieningen en diensten die werken met gedrags- en emotionele stoornissen (GES-plus). Het is me immers heel duidelijk dat daar zeker de grootste noden zijn als het gaat over minderjarigen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het spreekt voor zich dat ik dat laatste element van uw antwoord absoluut niet onbelangrijk vind. Ik moet ook zeggen dat ik van de parlementaire luwte van de afgelopen zomer heb gebruikgemaakt om met een grote werkgeversorganisatie een inleefstage te doen. Dat was bij een gehandicaptenvoorziening waar men een heel specifiek beleid en aanbod heeft voor kinderen met kernautisme, in de GES-groepen die u omschrijft. We kunnen hier veel debatteren, maar zo’n werkbezoek in de praktijk blijft uiteindelijk toch altijd heel verhelderend. Ik steun dus niet alleen dat uitbreidingsbeleid, maar zeker ook de nadruk die u bij die minderjarigen gaat leggen op die heel moeilijke groepen, de zogenaamde GES-plus-groepen.

Voorts vind ik het goed dat we in afwachting van de persoonsvolgende financiering van minderjarigen toch al de vraag hebben gesteld of er niet meer flexibiliteit nodig is om dergelijke situaties zo veel mogelijk te voorkomen.

Martine Taelman (Open Vld)

Minister, ik heb niet denigrerend willen spreken over de oplossing waarnaar u zoekt. Wel denk ik dat het geen optie is om aan een gezin dat al vier jaar op zijn tandvlees zit, te vragen nog wat te wachten. Ik vraag u dus nogmaals om dat gezin onmiddellijk soelaas te bieden. Als u onze steun nodig hebt om bij hoogdringendheid de regelgeving aan te passen en onmiddellijk dat geld voor dat kind vrij te maken, dan zullen we die geven. Het gaat niet alleen om Stan. U bevestigt de cijfers: jaarlijks zijn er meer dan tweehonderd mensen die in zo’n situatie zitten. We zijn het onszelf verplicht om daar iets aan te doen.

Minister, u zei zelf dat het een erg complexe situatie is. Het is niet eenvoudig een voorziening voor Stan te zoeken. Voor die ouders is het ook niet eenvoudig om elke dag opnieuw voor Stan te zorgen, zonder 1 euro extra, zonder enig zorgadvies. U zegt dat het VAPH zal onderzoeken of het budget wat meer kan worden toegekend via de vraaggestuurde aanpak, waarbij men de regie in eigen handen neemt. Ik hoop dat dit op zeer korte termijn kan, en liever vandaag dan morgen. Ik hoop ook dat u dat van nabij opvolgt, zodat dit snel wordt opgelost.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u zet de waarheid op zijn kop door te stellen dat het Vlaams Parlement verantwoordelijk is voor het feit dat minderjarigen van persoonsvolgende financiering worden uitgesloten. Ik ben blij met de tussenkomsten van de collega’s.

We hebben deze zaak ook al aangekaart tijdens de debatten over de Septemberverklaring. Het is immers zonneklaar dat dit niets te maken heeft met vraagsturing en met zorggarantie. In theorie kan dat kind 100 kilometer van huis terechtkomen. Het kind staat zoals vele anderen in de kou. En het ergste is wel dat de ouders bereid zijn om de zorg op zich te nemen als ze dat zouden mogen. Maar ze mogen niet. Mijn vraag is dus erg eenvoudig: bent u bereid om uw besluit persoonsvolgende financiering waardoor minderjarigen worden uitgesloten, aan te passen, zodat het mogelijk wordt om een persoonsvolgende convenant om te zetten in een PAB? Antwoordt u eens heel eenvoudig met een ja of een neen.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, de oppositie wijst u er nogal vaak op dat er te weinig middelen zijn om de wachtlijsten voor jongeren en volwassenen met een handicap weg te werken. Ik beloof u om dat bij de begrotingsopmaak opnieuw te doen, want dat is erg terecht.

Hier gaat het evenwel over een groep van jongeren waarvoor u in een budget hebt voorzien. U hebt de middelen. De enige voorwaarde om die te gebruiken, is dat de jongeren in een voorziening worden opgevangen. Ouders die zelf de kinderen willen opvangen of die dat moeten omdat geen enkele voorziening bereid is om dat te doen, kunnen geen aanspraak maken op die middelen. Dat is bijzonder cynisch. Ik heb hier een meerderheid aan het woord gehoord, met mensen van Open Vld, de N-VA, sp.a en Groen, die duidelijk bereid zijn om ervoor te zorgen dat de zorgconvenant kan worden omgezet in PAB’s. We zullen het wetgevend werk verrichten dat daarvoor nodig is.

Ik heb heel veel respect voor het VAPH en de administratie. Ik denk dat we een politiek signaal moeten uitsturen, en hun moeten vragen om daarvoor te zorgen. We mogen niet wachten tot er nog meer onderzoeken zijn verricht. Deze mensen – en niet enkel de ouders van Stan – zitten op hun tandvlees. Ze verdienen onmiddellijk te worden ondersteund door de politieke wereld.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, collega's, als ik het cijfer van tweehonderd in de mond heb genomen, van gevallen waarbij ogenschijnlijk voor minderjarigen geen passende oplossing was gevonden maar toch via bemiddeling en extra rugzakjes het in orde is gekomen, dan is het duidelijk dat het systeem werkt. De oplossingen zijn wel degelijk gevonden. In vijf gevallen hebben we de procedure moeten de procedure moeten laten escaleren, zodat de administratie het mandaat krijgt om in eer en geweten een instelling aan te wijzen die de opname moet doen. Voor die ‘aanpassing’ staan we nu en zoekt de administratie en de betrokkenen naar een oplossing op korte termijn. Dat is de stand van zaken.

Ik heb aangegeven dat ik uiteraard wil laten onderzoeken of er een omwisseling mogelijk is tussen een aantal toezeggingen van vormen van aanbodondersteuning in de sector minderjarigen. Ik zal vragen om dit te onderzoeken. Maar collega’s, wat ik niet ga doen, is een gigantische transformatie van de ondersteuning. Het gaat hier over een megaproject waarin we met zoveel mensen moeten spreken over hoe we van een aanbodgefinancierd systeem naar een vraaggestuurd systeem gaan. Ik ga dat niet plots doorkruisen met nieuwe mogelijkheden en nieuwe inzichten. We hebben met enorm veel energie, omdat we overtuigd zijn dat net zulke situaties in de toekomst moeten kunnen worden vermeden en dat de vraagsteller in staat moet worden gesteld om met het budget aan de slag te gaan, een gigantisch proces opgezet. Ik denk dat we er alle belang bij hebben om dat consequent, stap voor stap verder uit te voeren. Voor de minderjarigen starten we die oefening. We zijn met de stakeholders druk in overleg om concreet stappen vooruit te zetten. Op korte termijn gaan we na of er toch een aantal zaken kunnen gebeuren om tussen het aanbod een aantal reconversies mogelijk te maken. Die vraag zal ik aan de administratie stellen.

Voor dit heel concrete geval weet u dat we in een fase zijn dat, als het moet, er inderdaad een toewijzing kan gebeuren.

Ik denk dat we kunnen ondersteunen dat de omslag naar de persoonsvolgende financiering een immense en moeilijke oefening is. Minister, ik hoor u zeggen dat we die consequent en stap voor stap en daadkrachtig gaan uitvoeren. Dat is zeer belangrijk.

In dit concrete geval, en bij uitbreiding de soortgelijke gevallen, is de conversie mogelijk. We gaan vragen om ze mogelijk te maken. De bereidwilligheid is er. Het is erg belangrijk om dit soort casussen aan te grijpen om ervoor te zorgen dat we ze bij de omslag naar de persoonsvolging niet meer tegenkomen. De maatregelen die u voorstelt, samen met het uitermate ruime uitbreidingsbudget, moeten ons hiervoor de handvatten geven voor het volgende jaar.

Martine Taelman (Open Vld)

Minister, 200 gevallen waarvan u terecht zegt dat er nog 5 overblijven waarvoor we die procedure moeten opstarten. (Opmerkingen van minister Jo Vandeurzen)

Ze zijn in orde geraakt. Goed zo. Maar we hebben nu weer te maken met een gezin dat op zijn tandvlees zit en niet meer kan. Het neemt al vier jaar de zorg op zich.

Als men hier kamerbreed zegt dat men ondersteunt dat de voucher, dat het geld dat er is en toegewezen is aan dat gezin, op korte termijn wordt omgezet naar een persoonsvolgende financiering, dan denk ik niet, minister, dat het die gigantische transformatie in gevaar zal brengen. Ik roep u dan ook op om er niet te lang mee te wachten en om te zorgen dat het gezin de steun krijgt waarop het recht heeft. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, dit verhaal beklemtoont nog maar eens dat we de omschakeling naar minderjarigen niet op de lange baan mogen schuiven. Ik lees in een antwoord op een schriftelijke vraag van mij: uiterlijk 2020. Uiterlijk 2020 is volgens mij nog veel te ver weg. Minister, ik hoop dat we toch al veel vroeger de omschakeling voor de minderjarigen kunnen maken. (Applaus bij N-VA)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.