U bent hier

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, sinds 2011 kunnen gevangenen met een verslavingsproblematiek terecht bij een centraal aanmeldpunt dat hen op weg helpt naar de hulpverlening. Ik zeg ‘kunnen’, terwijl ik eigenlijk had moeten zeggen ‘konden’. Sinds 1 mei van dit jaar zijn die centrale aanmeldpunten weggevallen en daarmee ook de doorverwijzingen naar de hulpverlening. De reden daarvoor is dat niemand nog geld heeft vrijgemaakt om die centrale aanmeldpunten te financieren. U hebt begin mei gezegd dat de oorzaak daarvan te vinden is in de zesde staatshervorming. U zei: “De bevoegdheid van die centrale aanmeldpunten is overgeheveld naar Vlaanderen, maar de centen zijn niet meegekomen.”

Ik dacht: tiens, waar hebben we dat nog gehoord? Maar goed, daar houdt het natuurlijk niet mee op. Die doorverwijzing naar de hulpverlening van gevangenen met een verslavingsproblematiek is erg belangrijk, want voor de N-VA is repressie ten aanzien van drugsverslaafden nooit een doel op zich. Het moet altijd een middel zijn om door te verwijzen naar de hulpverlening.

Dan is de vraag natuurlijk waarom er sinds 1 mei niets meer is gebeurd. Deze morgen zag ik een hoopvolle krantenkop: Vandeurzen maakt geld vrij voor verslaafde gedetineerden. Tot ik natuurlijk de kleine lettertjes las en verder in het artikel vernam dat het pas vanaf begin 2017 was. Mijn vraag is dus niet alleen: waarom hebt u stilgezeten sinds 1 mei en is er niets gebeurd en staan de gevangenen met hun hulpvraag in de kou? Mijn vraag is vooral ook: waarom wordt er nu nog gewacht tot begin 2017 terwijl het probleem eigenlijk al maanden bekend was en is? De hulpvraag is heel belangrijk en heel terecht. De werking van die meldpunten heeft toch een grote maatschappelijke waarde.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de centrale aanmeldpunten voor drugsverslaafden in de gevangenissen hebben eigenlijk drie taken. Een: de gevangenen informeren. Twee: hen motiveren om beroep te doen op hulpverlening. Drie: hen helpen bij doorverwijzing en contacten met die hulpverlening.

In de conceptnota met betrekking tot verslavingszorg kunnen we lezen dat u stelt dat de bevoegdheid met de federale overheid zal worden uitgeklaard en dat er in het kader van de analyse daarvan beleidsmaatregelen zullen worden genomen.

Nu is een en ander natuurlijk doorkruist door een negatief advies van de Inspectie van Financiën, waardoor die aanmeldpunten sedert 1 mei niet meer actief zijn. Er is ter zake intussen een juridisch advies, dat ook niet heel eenduidig is. Nu, het is natuurlijk wel vaker zo met juridische adviezen dat ze nog alle richtingen uit kunnen, en dat het ook een gezamenlijke bevoegdheid zou kunnen zijn. Minister, u hebt, volgens mij heel terecht, intussen gesteld dat u dit zult opnemen, dat Vlaanderen vanaf 1 januari het nodige zal doen om die CAP’s hier te kunnen laten werken. U zou daarvoor ook in middelen voorzien. Hoe gaat u die CAP’s in Vlaanderen organiseren vanaf 1 januari?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Geachte leden, ik wil eerst, wellicht ten overvloede, even een kleine situering geven van de bevoegdheidsverdeling in dezen. Sinds jaren organiseert de federale overheid, meer bepaald Justitie, een centraal aanmeldpunt voor drugsverslaafden. Dat is geen hulpverlening, maar een plaats waar gevangenen informatie kunnen krijgen en kunnen worden gemotiveerd om in te gaan op een hulpverleningsaanbod, waar coördinatie en afstemming kunnen gebeuren. Dat gebeurt uiteraard ook in de ondersteuning van de psychosociale diensten in de gevangenissen.

Door de zesde staatshervorming is aan die bevoegdheidsverdeling in de gevangenissen geen letter veranderd. Dat is gewoon de situatie zoals ze was vóór de staatshervorming. Daar is niets gewijzigd. Wat wel is gebeurd, is dat door de zesde staatshervorming de financiering van sommige vormen van verslavingszorg, en dan heb ik het over een aantal RIZIV-conventies en bijvoorbeeld ook over het Verslavingsfonds en over beschut wonen, onder de gemeenschapsbevoegdheden is terechtgekomen. De andere aspecten van verslavingszorg, als u dat als een categoriale zorg wilt blijven definiëren, zoals de psychiatrische ziekenhuizen, de afdelingen toxicomanie enzovoort, blijven echter federale bevoegdheid. Dat blijkt ook heel duidelijk uit dat advies dat we inderdaad hebben ingewonnen. Nogmaals, de bevoegdheidsverdeling in de gevangenissen is daardoor niet gewijzigd.

Wat is er gebeurd? De federale minister van Justitie heeft absoluut zijn intentie geuit om met die centrale aanmeldpunten door te gaan. Hij is er nog altijd van overtuigd dat hij dat federaal moet doen, dat dat belangrijk is. Hij heeft ook een evaluatie gevraagd van dat instrument. Hij is dan, wellicht tot zijn verbazing, gestuit op het probleem dat zijn Inspectie van Financiën hem daarin niet is gevolgd. Hij is ter zake nu dus een en ander aan het ophelderen, maar hij heeft altijd bevestigd, en dat heeft hij vandaag en gisteren ook gedaan, dat als het van hem afhangt, hij uiteraard federaal blijft financieren, en wel tot op het ogenblik dat er met de gemeenschappen iets anders kan worden afgesproken.

Omdat ik in de loop van de jongste maanden had begrepen dat die discussie federaal bleef aanslepen, heb ik gesuggereerd dat wij bij de opmaak van de begroting 2017 maatregelen zouden nemen om die centrale aanmeldfunctie te integreren in onze bevoegdheid, namelijk de bevoegdheid die voornamelijk te maken heeft met het voorbereiden van gedetineerden op de terugkeer naar de samenleving. We hebben een strategisch plan voor gedetineerden. Daarin staan een aantal acties met betrekking tot onze verantwoordelijkheid, die in hoofdzaak bestaat uit het geven van een antwoord op de vraag hoe je een terugkeer naar de samenleving voorbereidt.

Ik heb dan gezegd dat het de betrokkenen natuurlijk worst zal wezen wie bevoegd is, maar dat we vanuit onze bevoegdheid met betrekking tot het voorbereiden op integratie en re-integratie ook wel een invulling kunnen geven aan die functie. Ik ben bereid om dat te doen, omdat ik natuurlijk ook denk dat we de nodige hulp en ondersteuning moeten kunnen aanbieden aan wie een drugverslavingsprobleem heeft en terug naar de samenleving moet. Om die reden hebben we afgesproken dat we zullen proberen dat in de Vlaamse geestelijkegezondheidsbenadering en het strategisch plan voor gedetineerden te integreren op het ogenblik waarop we dat kunnen, namelijk als de budgettaire middelen er zijn. Die waren er natuurlijk niet in 2016, aangezien ik nooit heb geweten, en de minister van Justitie evenmin, dat er een probleem zou zijn met het continueren van wat nog steeds federale bevoegdheid is. Je kunt vanuit meerdere invalshoeken naar dat CAP kijken. Daarom ook heb ik gezegd: laten we niet blijven discussiëren, we zullen bekijken wat we kunnen doen en een oplossing is dat we dat beter laten aansluiten bij onze bevoegdheid.

Om die reden hebben we gisteren opnieuw afgesproken de evaluatie te gebruiken die de federale minister heeft besteld. We zullen ervoor zorgen dat we dit vanuit onze invalshoek in de verantwoordelijkheden in de gevangenissen kunnen integreren. We hebben hiervoor in de begroting voor 2017 budgettaire ruimte gezocht. We hebben afspraken met de minister van Justitie gemaakt. Hij heeft gisteren nogmaals bevestigd dat hij ervoor zal trachten te zorgen dat de continuïteit tot dat ogenblik door de federale overheid zal worden verzekerd. Ik heb het dan over de Vlaamse Gemeenschap. Op de situatie in Wallonië heb ik geen zicht.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb uit dit antwoord, zeker als ik het naast het antwoord leg dat u in mei 2016 op een vraag om uitleg over hetzelfde onderwerp in de commissie hebt gegeven, twee zaken geleerd.

Na de zesde staatshervorming is het er niet duidelijker op geworden wie nu waarvoor bevoegd is. U geeft toe dat u zelf de verantwoordelijkheid kunt en moet nemen. U bent dat van plan vanaf 1 januari 2017. De vraag is natuurlijk waarom het zo lang heeft geduurd voor u aanstalten bent beginnen te maken om die verantwoordelijkheid op te nemen. Waarom doet u dat dan nog in uitgesteld relais, pas vanaf 1 januari 2017?

Mijn concrete vraag is over hoeveel middelen het gaat. Hoeveel zult u vanaf 2017 vrijmaken om de werking van de CAP’s in onze gevangenissen opnieuw op gang te brengen en te houden?

Mijnheer Anseeuw, ik denk dat zeer duidelijk is geschetst dat ter zake een traject was afgesproken. Dit is echter doorkruist door een negatief advies van de Inspectie van Financiën.

Minister, met het oog op de uitstroom, de reïntegratie en het voorkomen van herval, is Vlaanderen bevoegd voor de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. We moeten deze kans aangrijpen om de CAP’s hiervoor mee in te zetten. Hoe kan binnen de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden in een gecoördineerd traject worden voorzien? Is het afzonderlijk bestaan van die aanmeldpunten op die manier nog nodig?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, na de zesde staatshervorming zijn we bevoegd voor de revalidatiecentra, waaronder de revalidatiecentra voor verslaving. Binnen die bevoegdheid beschikken we momenteel over heel wat expertise. In welke mate wilt u die expertise in de revalidatiecentra inzetten om de outcome te verbeteren?

De voorzitter

De heer Landuyt heeft het woord.

Renaat Landuyt (sp·a)

Voorzitter, vooreerst wil ik benadrukken dat ik de historische analyse van de minister deel. Dit geschil heeft niets met de zesde staatshervorming te maken. Er was vanaf het begin onduidelijkheid. De federale overheid heeft een initiatief genomen om hier iets aan te doen. Dat is de reden waarom de CAP’s bij de federale overheid horen. Ze zijn daar gesteund omdat geen enkele andere gemeenschap de juiste initiatieven heeft genomen. Dat is de waarheid. Dit heeft niets met de zesde staatshervorming te maken.

Minister, ik ben het ermee eens dat we er nu voluntaristisch, alle juridische adviezen ten spijt, voor moeten kiezen dit zelf te doen. Dat is altijd onze plicht geweest. Het is tijd dat we dit op ons nemen.

Ik wil u echter ook verwittigen. Afspraken met een minister van uw eigen partij volstaan duidelijk niet. Met deze Federale Regering moet u zeker zijn dat u een afspraak met heel de Federale Regering hebt. Ik zou er niet op vertrouwen en ik vind het zelfs onrustwekkend dat u zuiver op het woord van een goede collega afgaat. Deze problematiek raakt veel mensen en raakt de maatschappij. Als we een goed strafuitvoeringsbeleid willen, als we het Vlaamser willen doen en als we ons meer op welzijn willen richten, mogen we de risico’s die we sinds mei 2016 nemen niet meer nemen.

We moeten gebruik kunnen maken van een begrotingswijziging. Ik wist niet dat de Vlaamse overheid slechts een keer een begrotingswijziging opstelt. Tussen de maanden mei en december bestaat er niets dat op een begrotingswijziging lijkt. Ik begrijp dat niet.

Minister Jo Vandeurzen

Voor een goed begrip, er is juridische grondslag genoeg om te zeggen dat Justitie ook in 2017 deze financiering op zich kan nemen. Er is dus zeker voldoende argumentatie om te stellen dat er voor een deel een grijze zone is. Het feit dat Justitie dit jarenlang heeft gedaan en dat er aan de juridische grondslag niets is gewijzigd door de staatshervorming, is de beste illustratie dat de financiering wel degelijk vanuit een justitiële invalshoek kan gebeuren.

Als we dit integreren in een meer globale benadering van reïntegratietrajecten, van een vertrek uit de gevangenissen, kunnen we ook zeggen dat we zullen proberen om daar een inspanning voor te doen. Ik zie het niet graag dat de betrokkenen slachtoffer worden van de discussie over wie bevoegd is. Ik heb die discussie niet met de federale minister van Justitie, want die heeft alle mogelijke initiatieven genomen om zijn bevoegdheid uit te oefenen. Ik heb dan ook gezegd dat we dit moeten integreren in onze aanpak. Het gaat over budgettaire volumes van 3,5 tot 4 voltijdsequivalenten. Voor alle duidelijkheid, daardoor kunnen we andere zaken niet doen.

Mevrouw Saeys, u had het over de RIZIV-conventies die zijn overgekomen, over de revalidatieconventies met betrekking tot verslavingszorg. Toen ze federaal waren, was het uitgesloten dat ze voor gedetineerden konden worden ingezet want de RIZIV-reglementering geldt niet in de gevangenissen. Er is wel degelijk federale regelgeving die zegt hoe een en ander moet worden geregeld in de gevangenissen. We zijn niet bevoegd voor de geneeskundige zorgen in de gevangenissen. Nu dit Vlaamse materie is, staat het ons vrij om de werking in de toekomst te organiseren. Het is zeker niet zo dat ze vroeger inzetbaar waren in de gevangenissen.

Ik hoop dat we in functie van ons strategisch plan in overleg met het gevangeniswezen, Justitie en Volksgezondheid kunnen komen tot een goed geïntegreerd drugbeleid in de gevangenissen, en van de gevangenissen terug naar de samenleving. Daarin moeten we een verantwoordelijkheid opnemen. Het feit dat we dit zullen doen in een materie waarover er blijvend zou kunnen worden gediscussieerd over de bevoegdheidsverdeling, toont aan dat we bereid zijn onze verantwoordelijkheid op te nemen. 

Björn Anseeuw (N-VA)

Het gaat inderdaad om 3,5 of 4 vte’s. Daarop zitten die gevangenen met een heel concrete hulpvraag al maanden te wachten. Ik vind het vreemd dat het zolang moet duren eer daar een oplossing voor komt.

Ik vind de discussie over de bevoegdheidsverdeling ook niet de belangrijkste. Het raakt inderdaad heel wat mensen. Daar moet onze zorg naar uitgaan.

Wat betreft de zesde staatshervorming hebt u dat argument ingebracht in de discussie in een debat over hetzelfde onderwerp in de commissie. U moet nu niet naar mij wijzen alsof ik een taboe heb aangeraakt, helemaal niet.

In de bevoegdheidsdiscussie is nu plots iedereen bevoegd of heeft nu plots iedereen de vrijheid om een initiatief te nemen, zowel Justitie op het federale vlak als Welzijn op het Vlaamse vlak. Ik stel jammer genoeg vast dat niemand tot op heden iets gedaan heeft en dat ook niet van plan is tot 1 januari 2017. Dat vind ik onbegrijpelijk. (Applaus bij de N-VA)

We betreuren allemaal dat we door omstandigheden die volstrekt buiten de wil waren van de verantwoordelijke ministers, in een vacuüm zijn terechtgekomen. Het is goed dat de beslissing nu is genomen om voor de centrale aanmeldpunten in middelen te voorzien vanuit Vlaanderen vanaf 2017. Ik doe de oproep om die kans aan te wenden om daar een geïntegreerd traject van te maken en te zorgen dat ze worden ingepast in het strategisch plan ‘hulp en diensteverlening aan gedetineerden’.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.