U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de bespreking van de verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2017.

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Voorzitter, minister-president, geachte leden van de regering, beste collega’s, u zult het met me eens zijn dat we toch wel een aparte zomer achter de rug hebben. Waar u ook naartoe bent getrokken om even te genieten, om even de waan van de dag achter u te laten, wat te verpozen en uit te rusten, niemand is ontsnapt aan de berichten over aanslagen, over terreurdreiging en onveiligheid. Laat ons eerlijk zijn, collega’s: het antwoord van de politiek daarop was ook niet bepaald rustgevend.

Er is heel wat polarisatie geweest deze zomer, er zijn tal van voorstellen gelanceerd. Er was de boerkinihetze, de discussie over de noodtoestand, gewapend bestuur, Patriot Act, het hield niet op. Vergis u niet, collega’s, ook dat hebben de mensen gelezen, gezien en gevoeld. Ik denk dus dat heel wat Vlamingen niet uitgerust uit de zomer zijn gekomen, maar ongerust. Die ongerustheid had niet alleen te maken met terreurdreiging en de discussies daarover.

We zijn ook geconfronteerd met verhalen die zich afspelen bij ons, verhalen die heel wat vragen oproepen omdat ze niet uit te leggen zijn, omdat iedereen vindt dat ze niet thuishoren in een welvarende regio als Vlaanderen. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de toch wel schrijnende getuigenis van een jonge zorgkundige in een rusthuis, die verbijsterd vaststelt dat ze met de chronometer in de hand mensen moet verzorgen. Of over de kok die onze senioren maaltijden moet bereiden voor 3 euro per dag. Zeg me, collega’s, wie stapt er in de zorg om met een chronometer rond te lopen? Welke kok haalt voldoening uit het afwegen van maaltijden tot op de gram?

Dan zijn er ook onaanvaardbare verhalen zoals leerkrachten die steeds vaker uit eigen zak lesmateriaal moeten kopen in de supermarkt, of met een gevoel opgezadeld zitten dat ze hun kinderen in de steek laten. Wie stapt er nu in het onderwijs als lesvoorbereidingen betekenen dat hij kleurpotloden voor de klas moet kopen?

Dan is er nog het dramatisch verhaal van Jordy, een 19-jarige jongen die in een tent op de Blaarmeersen in Gent van ontbering eenzaam is gestorven. Dit is een tafereel uit de vorige eeuw, maar het is in Vlaanderen ook een bittere realiteit.

Minister-president, geachte leden van de Vlaamse Regering, jullie zullen het met me eens zijn dat die verhalen voor onrust zorgen. Niemand wil die verhalen lezen of horen, laat staan zelf meemaken. Het goede nieuws is echter dat de Vlamingen zich hierdoor niet laten ontmoedigen. Ik heb in de loop van deze zomer veel mensen gesproken. Ik heb veel mensen ontmoet en ik heb veel veerkracht gezien. Er zijn mensen die elke dag opnieuw hard werken, een bijdrage leveren en meebouwen. Ondanks alles gaan ze er keihard voor. Ze tonen karakter en zetten er hun schouders onder.

Dat is de kracht van Vlaanderen. Ongeacht de omstandigheden, staan onze leerkrachten en onze onderwijzers elke dag met passie voor de klas. Onze straathoekwerkers zijn gemotiveerd om elke dag opnieuw het vuur onder de sloffen te lopen. Ze weten immers dat ze het verschil kunnen maken. Elke dag zijn er jonge mensen in Vlaanderen die een zelfstandige zaak opstarten omdat ze in hun creativiteit geloven. Ze geloven dat ze vooruit kunnen geraken. De mensen in de jeugdzorg en de ouderenzorg halen elke dag voldoening uit de vaststelling dat ze anderen kunnen helpen. Alle ouders en grootouders in Vlaanderen werken er elke dag aan hun kinderen en hun kleinkinderen de best mogelijke toekomst te geven.

Ik heb het eigenlijk over iedereen die elke dag het beste van zichzelf geeft. Dat is de grondstroom in Vlaanderen. Het is een grondstroom die verfrissing, hoop en mogelijkheden biedt. Het zijn die mensen waarin we moeten geloven.

Minister-president, vergis u niet. Die mensen vragen niet veel. Ze vragen wat bijkomende ruimte om te ademen, bijkomende steun om te bewegen en bijkomende kracht om te groeien. Helaas heb ik u afgelopen maandag met geen woord over al die mensen horen reppen. U strooit hier cijfers rond zonder oog voor de mensen te hebben. U pronkt met een begrotingsevenwicht waarvan kan worden betwijfeld of het daadwerkelijk een evenwicht is, maar u bent blind voor de zorgen en de bekommernissen van al die Vlamingen die van u een uitgestoken hand verwachten.

U hebt verklaard dat u in Vlaanderen veel positieve energie ziet. Waarom doet u daar dan niets mee? Waarom kiest u niet voor een weg die hoop en perspectief biedt? Waarom gaat u niet voluit voor een inclusieve samenleving waarin niemand mag worden geconfronteerd met achterstelling, armoede en discriminatie? Die laatste woorden zijn niet mijn woorden. Het zijn exact de woorden die u hier een jaar geleden hebt uitgesproken. Een jaar later staan die mensen nog steeds in de kou.

Ik heb u afgelopen maandag geen enkel antwoord horen geven op de zorgen en de bekommernissen van de Vlaamse gezinnen. Ik heb geen boodschap van hoop gehoord voor de talloze Vlamingen die dag in, dag uit het beste van zichzelf geven en al twee jaar lang de rekening betalen voor het factuurbeleid van uw Vlaamse Regering.

Deze Vlaamse Regering is zo gefixeerd op cijfers dat ze geen oog meer heeft voor de mensen. U hebt de mond vol van investeringen, maar die investeringen wegen niet op tegen de steeds groter wordende noden. Ze wegen niet op tegen de oneerlijke besparingen van de afgelopen jaren en tegen de facturen die u de Vlaamse gezinnen en kmo’s blijft sturen.

De ‘Turteltaks’ blijft ongewijzigd bestaan, de verhoogde waterfactuur blijft bestaan, het verhoogde inschrijvingsgeld voor onderwijs blijft bestaan. Tegenover die inspanningen die de Vlamingen de afgelopen jaren geleverd hebben, staat vandaag geen fatsoenlijke tegenprestatie vanwege de Vlaamse Regering. (Applaus bij sp.a en Groen)

Het enige antwoord dat u op al deze bekommernissen geeft, is: mijn boekhouding is in orde, trek verder uw plan. Minister-president, uw budget lijkt misschien in evenwicht, maar Vlaanderen is dat zeker niet. Want terwijl u uw begroting met allerlei truken in evenwicht houdt, krijgen wij berichten van gezinnen die zich oprecht zorgen maken over hoe ze hun budget op het eind van de maand in evenwicht kunnen houden. Terwijl u over cijfers praat, ontmoet ik senioren die zich oprecht afvragen hoe ze in godsnaam 1800 euro per maand moeten neertellen voor een plaats in het rusthuis. Terwijl u uw tabellen voorleest, minister-president, spreek ik met schooldirecteurs die alle moeite van de wereld hebben om hun school deftig te runnen en die zelf ook weer voor de klas moeten gaan staan omdat ze niet de nodige steun en middelen krijgen. Terwijl uw boekhouding op orde is, zijn er radeloze ouders van kinderen die hulp nodig hebben en wier enige perspectief uit een ellenlange wachtlijst bestaat.

Collega’s, dat zijn geen anekdotes. Dat zijn de verhalen van echte mensen, van Vlamingen, jong en oud, die hier wonen, die hier werken. Dit gaat over de mensen waar wij allemaal op rekenen om het waar te maken. De vraag die ik aan deze regering en deze minister-president wil voorleggen, is de volgende: hoe komt het dat u dat niet ziet? Ziet u doorheen uw cijfers die mensen nog wel? Uw budget is misschien in evenwicht, maar Vlaanderen is dat zeker niet, minister-president.

Collega’s, deze Vlaamse Regering is zich aan het misrekenen. U ziet het misschien niet, of u wilt het misschien niet zien, maar die bulldozer aan besparingen en oplopende facturen die door Vlaanderen is getrokken, heeft wel degelijk gevolgen voor het leven van mensen. Bij al die mensen, die er dag in, dag uit voor blijven gaan, zijn deze ministers een grote openstaande schuld aan het opbouwen, een schuld die met de dag onherroepelijk groter wordt. Ik heb het dan over de tsunami aan facturen, maar ook over het gebrek aan investeringen in de toekomst van de Vlamingen. Elke dag worden de files langer en ademen onze kinderen meer ongezonde lucht in. Elke dag verdwijnt er open ruimte en natuur in Vlaanderen. Elke dag worden de rusthuizen duurder. Elke dag worden de wachtlijsten voor jongeren in nood langer. Wanneer gaat u die schuld inlossen, collega’s van de Vlaamse Regering? (Applaus bij sp.a en Groen)

Als u alles wat geen boekhoudkundig resultaat oplevert, in twijfel trekt en schrapt als een overbodige kost, dan misrekent u zich. Dan zadelt u al die Vlamingen op met een gevoel van beklemming. En dat is precies het laatste wat we nodig hebben in deze tijden van onrust en onzekerheid. Wat de mensen willen, is ruimte: ruimte om bij te dragen aan ons sociaal weefsel, waar u graag de mond vol van heeft, ruimte om te hopen. En het is precies dat wat u hun elke dag ontneemt.

Minister-president, geachte leden van de regering, als uw factuur- en besparingsbeleid leidt tot oplopende schulden, waarom verandert u dan niet van koers? Neem nu de kinderbijslag. Dat is een ongelooflijke hefboom die de Vlaamse Regering in handen heeft gekregen. Het is misschien wel de belangrijkste nieuwe bevoegdheid van deze Vlaamse Regering. Tot vijf keer toe, collega’s, hebben wij de afgelopen maanden experten en adviesraden gehoord die zeiden dat die hervorming moet worden bijgestuurd. Het Centrum voor Sociaal Beleid, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Adviesraad voor Welzijn, de kinderrechtencommissaris, de Vlaamse Onderwijsraad: tot vijf keer toe hebben zij gezegd dat de kinderbijslag die deze Vlaamse Regering heeft uitgetekend, niet doet wat hij moet doen. Dat is: Vlaamse gezinnen beter ondersteunen, kinderarmoede aanpakken. Waarom verandert u dan niet van koers?

Collega’s van de regering, waarom verandert u niet van koers als de Vlaamse Onderwijsraad zegt dat de hervorming van het secundair onderwijs niet garandeert dat onze kinderen betere toekomstkansen krijgen? Waarom verandert u niet van koers als de Sociaal-Economische Raad over de plannen voor mantelzorg zegt dat daar geen concrete oplossingen in staan voor de duizenden Vlamingen die voor een zieke vriend of een ziek familielid zorgen? De ene alarmbel na de andere gaat af. Mensen uit het middenveld, die met beide voeten op de grond staan en die zien en voelen wat misloopt, waarschuwen u. Uw eigen adviesraden, de experts waar u zelf bij te rade gaat, die in onze scholen en in onze zorginstellingen komen, die op de werkvloer overleggen en luisteren, zeggen dat uw keuzes niet de juiste keuzes zijn. Zij vragen u om het anders te doen. En wat doet u, collega’s van de regering? In het beste geval worden ze genegeerd, in het andere verdacht gemaakt. U weigert koppig te luisteren en vaart halsstarrig uw koers die nergens naar leidt. U kijkt alleen naar uw boekhoudersschriftje. U verschuilt zich telkens weer achter cijfers, in plaats van naar mensen te kijken en te luisteren.

Daarom wil ik hier vandaag een oproep doen aan de Vlaamse Regering om het over een andere boeg te gooien. Om nu eindelijk koers te zetten naar een Vlaanderen dat zijn kansen benut in de plaats van ze te laten liggen, zoals deze Vlaamse Regering nu al meer dan twee jaar doet – een koers die de mensen in Vlaanderen ruimte biedt. Na twee jaar besparingen en facturen is het tijd voor actie, er zijn alternatieven genoeg. Onze fractie heeft de afgelopen twee jaar alternatieven op tafel gelegd, we zullen dat blijven doen. Samen met ons zijn er ook anderen die alternatieven op tafel leggen: het middenveld, talloze verenigingen, uw eigen adviesraden en experts.

Daarom is het tijd om de beloofde investeringen in de jeugdzorg en de ouderenzorg te realiseren, om al onze jongeren te laten opgroeien tot mondige, weerbare mensen die een goede job vinden en hun eigen leven in handen kunnen nemen, om onze senioren uitzicht te geven op een aangename oude dag zonder financiële zorgen.

Daarom is het tijd om besparingen in het onderwijs terug te draaien, om onze leerkrachten de ademruimte te geven die ze nodig hebben om voor toponderwijs te zorgen, om de talenten van al onze kinderen te ontwikkelen, om ouders de financiële ruimte te geven die ze nodig hebben om hun kinderen alle kansen te geven die ze verdienen. Het is tijd om de facturen die al twee jaar naar gezinnen en kmo’s worden gestuurd, eerlijker te verdelen. Het zijn immers altijd dezelfden die betalen.

Daarom is het ook tijd om de kinderbijslag bij te sturen. Maak daar een instrument van waarmee Vlaamse gezinnen vooruit kunnen gaan. Maak daar een instrument van om de kinderarmoede echt terug te dringen.

Ik maak er een punt van om terug te komen op het thema waarmee ik ben begonnen: de gewelddadige radicalisering, die voor zoveel onrust zorgt. Het is nu echt tijd om daar actie tegen te ondernemen. Er is afgelopen zomer zoveel over getoeterd. De uitvoering van het plan met 55 maatregelen, dat hier anderhalf jaar geleden door meerderheid en oppositie over de partijgrenzen heen is goedgekeurd, loopt mank. Hoe is het mogelijk dat werkzoekenden in Vlaanderen strenger worden opgevolgd dan teruggekeerde Syriëgangers? Hoe is het mogelijk dat er nog altijd discussies opduiken tussen Vlaamse en federale excellenties over wie nu welke opdracht precies heeft? We zijn anderhalf jaar verder. (Applaus bij sp.a)

De uitdaging in dit dossier van de aanpak van gewelddadige radicalisering is gigantisch, en zorgt voor zoveel onrust. Minister-president, ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat er een dergelijke, zelden geziene vorm van hypocrisie in dit dossier geslopen is. Als er stemmen te verdienen zijn, roept uw partij de noodtoestand uit. Maar als er geld te verdienen is, is het geen probleem om wapenonderdelen uit te voeren naar die landen waarmee we, volgens uw voorzitter, in oorlog zijn. Hoe legt u dat uit? (Applaus bij sp.a en Groen)

Hoe legt u dat uit? Is het zo dat u de Vlamingen gaat geruststellen?

Collega’s, geachte leden van de regering, in plaats van de mensen met een schuld op te zadelen die misschien niet in uw boeken terug te vinden is maar wel nog decennialang voelbaar zal zijn voor elke Vlaming, kunt u die grondstroom, al die mensen van goede wil, de ruimte geven om te ademen. Niets weerhoudt u ervan om resoluut de kaart te trekken van de talloze Vlamingen die veerkracht, karakter en goede wil tonen. Niets weerhoudt u ervan om Vlaanderen in evenwicht te brengen. Kijk en luister naar de 6.471.996 Vlamingen, dat is het enige cijfer dat ertoe doet. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, ik moet zeggen dat als ik u zie, ik een beetje heimwee heb naar de zomer. Ik heb veel op Pokémon gejaagd met de kinderen. U hebt daar wel iets van weg, moet ik zeggen.

De voorzitter

Hebt u het over mij? (Gelach)

Matthias Diependaele (N-VA)

Ik zocht een verklaring waarom u geen smartphones in de plenaire vergadering wilt. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat u dan niet gepakt kunt worden.

De voorzitter

Hier lopen veel Pokémon rond. (Gelach)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Vandenbroucke, ik ben altijd te vinden voor een eerlijk, correct en open debat. En graag ook voor een stevig debat. Maar als ik u zo hoor … U bent er deze keer zo ver over gegaan! U bent zo hard uit de bocht gegaan! Wat ik hier heb gehoord, is een beeld van Vlaanderen als een derdewereldland. De welvaart in Vlaanderen is tot niets te herleiden. Als ik uw negatief beeld over Vlaanderen hoor, moeten wij in de statistieken ergens onder Roemenië komen, waarschijnlijk nog onder het slechtste Afrikaanse land. Het beeld dat u schetst, getuigt van zo weinig overtuiging in ons eigen kunnen in wat we doen. Het beeld dat u hier hebt opgehangen, is totaal ongeloofwaardig.

Er zijn nog problemen, daar ben ik heilig van overtuigd. Er zijn nog problemen in Vlaanderen, daarover ben ik het vandaag volledig met u eens. Maar als die er nog zijn, dan is dat voor een groot deel omdat wij nog altijd bezig zijn met het opruimen van de puinhopen van het socialistische beleid. (Applaus bij de N-VA)

Als u het wilt, mijnheer Vandenbroucke, wil ik zelfs deze middag samen met u, hand in hand, hier 300 of 400 meter verder eens gaan kijken in Sint-Joost-ten-Node. De beelden die u schetst, zullen we daar in nog veel ergere mate zien. Dat is het gevolg van het socialistisch beleid dat hier in Brussel wordt gevoerd. Of we kunnen een keer in onze streek, samen met mijnheer De Croo, de taalgrens oversteken naar Henegouwen. Daar zie je die beelden ook: ook het gevolg van socialistisch beleid. Als je dat vergelijkt met hoe we het hier in Vlaanderen doen, dan gaan wij uit van een geloof in eigen kunnen. Wij maken er iets van.

Geloof of hoor het graag of niet, het maakt mij niet uit, maar wij zijn in Vlaanderen goed bezig.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik ben blij dat u vindt dat u zo goed bezig bent. We zullen misschien eens schetsen wat twee jaar rechts regeringsbeleid op federaal en Vlaams niveau ons gebracht heeft. Op twee jaar tijd is ons land van de kop van het Europese peloton naar de staart gegaan. (Applaus bij sp.a)

De inflatie is de hoogste van Europa. Johan Van Overtveldt kijkt tegen een put aan van 4,2 miljard euro. (Applaus bij sp.a)

Johan Van Overtveldt zegt dat zijn put geslagen is omdat de motor sputtert. En de minister-president komt hier beweren dat de turbo is aangeslagen. Collega, nu moet u eens zeggen wat het zal zijn. Sputtert de motor al na twee jaar, of is de turbo aangeslagen? (Applaus bij sp.a)

Ik heb het gevoel dat u de motor aan het opblazen bent. Waar ik het zonet over gehad heb, gaat over zaken waar mensen dagelijks mee bezig zijn. Hoe zal mijn rusthuisplaats betaalbaar blijven? Hoe gaan we ervoor zorgen dat middelbare scholen stoppen met het sturen van steeds hogere facturen naar de ouders van leerlingen? Hoe gaan we ervoor zorgen dat verpleegkundigen de tijd kunnen nemen om voor mensen te zorgen? Daar gaat het over, en het stoort u blijkbaar geweldig dat het daarover moet gaan. U hebt het liever over uw cijfers en uw tabellen. Wel, kijk naar de tabellen aan de overkant: een put van 4,2 miljard. En u komt hier vertellen dat u zo goed bezig bent. Dat is totaal ongeloofwaardig! (Applaus bij sp.a)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Vandenbroucke, u mist elke geloofwaardigheid. Het enige waarnaar u verwijst, is de begrotingsput. Maar weet u waar de mensen echt mee bezig zijn? Met jobs. En wat heeft de regering, zowel de Vlaamse als de federale, gedaan? We hebben gezorgd voor jobs. Waar zijn zelfstandigen mee bezig? Met een moeilijke bedrijfsomgeving. Het aantal faillissementen staat op een zeer laag niveau, het laagste van de laatste jaren. Het aantal starters is zeer hoog. Daar zijn de mensen mee bezig. De investeringen gaan alleen maar omhoog. We exporteren meer dan we ooit hebben gedaan. Dat zijn de cijfers waar de mensen mee bezig zijn. Waarom? Omdat dat de cijfers zijn die ervoor zorgen dat mensen thuis brood op de plank krijgen. Dat is het belangrijkste waar wij voor hebben gezorgd. Daarom zijn wij wel degelijk goed bezig. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Over jobs gesproken: het is me geweldig opgevallen dat in de verklaring van de minister-president over de maatschappelijke toestand in Vlaanderen – zoals dat officieel heet – en na een golf van ontslagen die ook in Vlaanderen heeft plaatsgevonden, geen woord werd gesproken over de mensen die hun job zijn kwijtgeraakt afgelopen zomer. Daar is geen woord over gegaan, collega Diependaele. Ik heb ook geen concreet perspectief gehoord voor die mensen van de minister-president. Daarover moet het vandaag gaan. U mag hier met statistieken zwaaien, met uw begroting die in evenwicht lijkt – want we weten dat dat niet zo is – dit helpt de mensen die vandaag naar een job op zoek zijn omdat ze de afgelopen maanden zijn ontslagen, niet verder. Aan die mensen maakt u blijkbaar niet graag woorden vuil. Het is genoteerd. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik ga straks natuurlijk een algemene repliek geven, maar ik wil toch eventjes zeggen dat wat de fractieleider van sp.a uitbrengt, alle grenzen overschrijdt. Hij wentelt zich in een negativisme. Hij schetst een beeld van Vlaanderen alsof het hier een sociaal kerkhof is, terwijl de realiteit is – de realiteit die u ontkent, mijnheer Vandenbroucke, want u blijft uw riedeltje herhalen – dat de koopkracht is gestegen, dat er meer jobs zijn in Vlaanderen, dat het jobaanbod een ongeziene hoogte bereikt, dat er veel meer jobs in de privésector zijn, dat er meer startende bedrijven zijn, dat er minder faillissementen zijn, dat de export ongeziene hoogtes kent, dat onze innovatie bloeit en groeit, dat er inderdaad helaas sluitingen van bedrijven zijn. Maar schuif die alstublieft niet in de schoenen van de regering. We hebben helaas faillissementen en sluitingen, maar we voeren een sterk innovatief beleid waardoor er elke week nieuwe investeringen gebeuren. Er is een nooit geziene hoeveelheid aan investeringen. Als u het hebt over een motor, dan zeg ik u: de Vlaamse motor draait. Hij gaat in turbo, maar er is één motor die stationair draait, en dat is die van sp.a: die blijft het riedeltje herhalen dat we nu al jarenlang horen, tegen de werkelijkheid in. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister-president, als er ergens een turbo op is gezet, dan is het inderdaad op de facturen die u naar de Vlaamse gezinnen heeft gestuurd. Als u dan toch zo graag met cijfers schermt, kijk dan naar de inflatiecijfers: de hoogste in Europa, om de eenvoudige reden dat uw regering, maar ook de Federale Regering, kosten blijft doorsturen naar Vlaamse gezinnen, naar Vlaamse gezinnen die u maandag verblijd hebt met de mededeling dat u nogmaals geld bij hen gaat halen. U gaat een tweede indexsprong op de kinderbijslag doorvoeren. De kinderbijslag is nu net een van de belangrijkste instrumenten die Vlaamse gezinnen moet helpen om het duurder wordende leven draagbaar te houden.

Wat doet u? In totaal neemt u 140 miljoen euro af van de middelen waar Vlaamse gezinnen vandaag recht op hebben. En dan zegt u dat de motor aanslaat. In alle eerlijkheid, uw motor rijdt achterwaarts, de enige turbo die er is, is de turbo op de facturen die u naar de burgers hebt gestuurd. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb bewust niet gereageerd op de toespraak omdat ik de mening deel dat dit zo grotesk is dat een intellectueel debat over die toespraak niet mogelijk is. (Applaus bij de meerderheid)

Ik had me mentaal voorbereid op moeilijke vragen en ik had gedacht dat u de geloofwaardigheid zou opzoeken door te zeggen dat er ondanks fundamentele kritiek ook een aantal goede zaken in de regeringsverklaring staan. Dat zelfs die goede punten niet in aanmerking komen, maakt het heel moeilijk om te spreken over een ernstige kritiek.

In de regeringsverklaring heeft de minister-president verwezen naar het feit dat er nog nooit zoveel extra geld is gegaan naar de ondersteuning van personen met een beperking. Ik had gedacht dat sp.a een paar kleine positieve puntjes zou benoemen, maar die zijn zelfs geen vermelding waard. Uw ghostwriter heeft u gezegd dat u moet vertrekken vanuit het perspectief van de Vlaming. Die Vlamingen met beperkingen en die ouders die wanhopig zoeken naar een zorggarantie voor kun gehandicapt kind, zetten met dit budget een grote stap vooruit. (Applaus bij de meerderheid)

Ik kom uit een regio die getroffen is door de sluiting van een heel groot bedrijf. Maar ik durf u te zeggen dat als wij, toen de onheilstijding kwam dat Ford zou sluiten, hadden kunnen tekenen voor de huidige cijfers inzake werkgelegenheid, wij dat zeker hadden gedaan. Dat is absoluut niet alleen de verdienste van de Vlaamse Regering, maar heeft ook te maken met de federale maatregelen en de conjunctuur. Dat is onder meer het resultaat van een ondersteunend beleid. Op dat vlak deel ik uw pessimisme niet. (Applaus bij de meerderheid)

Ik wil nog één ding zeggen over de kinderbijslag. U weet heel goed dat wij ten opzichte van andere gemeenschappen en regio’s die hun eigen beslissingen nemen en keuzes maken, die twee indexsprongen – de indexsprong uit 2015 die het gevolg was van een Belgische wetgeving maar waar Vlaanderen ook zelf in had voorzien, en de volgende indexsprong – integraal zullen investeren in de Vlaamse kinderbijslag. Elke euro daarvan gaat terug naar de Vlaamse gezinnen. We zullen dat doen op een manier die we na de adviezen en na de armoedetoets zullen finetunen en in een decreet aan dit parlement zullen voorleggen.

Mijnheer Vandenbroucke, als u gaat kijken naar de website van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), zult u merken dat het advies van de SERV alvast op één punt is bijgesteld. De adviesraad zal de budgettaire ramingen zoals hij die naar voren heeft gebracht en waar u gretig op bent ingegaan in de framing, bijstellen. Er zijn immers materiële fouten gemaakt, de adviesraad zal dat deel van zijn advies dan ook herzien omdat op basis van onze cijfers, dit aspect van de cijfers niet correct was ingeschat. Ik ben er trouwens van overtuigd dat ook andere aspecten van dat advies niet stroken met de conceptnota.

We zullen dat decreet aan het parlement voorleggen en wij zullen recurrent, vanaf 2019, een pak miljoenen euro’s extra opnieuw kunnen inzetten voor de Vlaamse kinderbijslag. Alles wat in die indexsprong niet is uitgekeerd, gaat integraal terug. Alle mensen in Vlaanderen behouden kun kinderbijslag, niemand zal een euro minder krijgen. Integendeel, het nieuwe systeem zal toelaten om startende gezinnen een extra duwtje te geven en zal in de selectieve toekenning toelaten meer Vlamingen van een toeslag te voorzien. Dat zal het resultaat zijn van deze operatie. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Wat een hoopvolle boodschap van minister Vandeurzen. Wat een hoopvolle boodschap. Ongelooflijk. Echt. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Jo Vandeurzen

Ik sta daarvoor bekend, voor mijn optimisme.

Matthias Diependaele (N-VA)

We hebben ze overtuigd. Dat is goed.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik sta er echt versteld van dat u hier de boodschap komt geven: ‘Kijk, beste Vlaamse gezinnen, de afgelopen twee jaar hebben we zo ongeveer alles duurder gemaakt wat duurder kon worden gemaakt, en als beloning gaat uw kinderbijslag niet omlaag.’ Minister Vandeurzen, we zitten met 2 procent inflatie, hoger dan elders in Europa, door de kosten die u hebt doorgeschoven naar Vlaamse gezinnen. U heb tot tweemaal toe die kinderbijslag niet geïndexeerd. Dat is tot 90 euro per kind die eraf gaan, die mensen niet krijgen terwijl ze er recht op hebben, om simpelweg betaalbaar te houden wat in het verleden betaalbaar was. En dat noemt u een hoopvolle boodschap? En dan beweert u dat de gezinnen er vandaag op vooruit zullen gaan, omdat u die middelen die u van hen afpakt, gaat investeren in een systeem waarover we tot vijfmaal toe in de diverse adviezen hebben mogen lezen – lees maar na – dat het duur, niet efficiënt en complex is en op geen enkele manier een bijdrage zal leveren aan de aanpak van de kinderarmoede. Dat is uw grote trofee. Proficiat daarmee, maar eerlijk gezegd denk ik dat dat niet volstaat. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister Vandeurzen, als u in één betoog de begrippen ‘intellectuele eerlijkheid’ en ‘zorggarantie’ gebruikt, dan zou ik u toch aanraden eens naar de feiten te kijken. Voorzitter, toen de Romeinen offerden aan hun goden, zeiden ze “do ut des”: ik geef opdat jij zou geven. Minister, u hebt daar een variant op ontwikkeld: ik neem van u opdat ik u nadien een beetje zou kunnen teruggeven. Dat is exact wat er met de begroting van Welzijn aan de hand is. U neemt met de ene hand en met de andere hand geeft u minder dan nodig is terug.

U klopt zich vandaag op de borst omdat er nooit zoveel is uitgegeven voor de zorg aan mensen met een handicap. Dat is juist, maar laten we dan ook de intellectuele eerlijkheid aan de dag leggen om te zeggen dat de noden ook nooit groter zijn geweest en dat uw bot er ook niet in zal slagen om tegen 2020 die zorggarantie te garanderen. Wat u vandaag verdedigt, dat is 300 euro op maandbasis, niet geïndexeerd, niet geïndexeerd, wetens willens, en daarmee moeten mensen het doen. Voor sommigen zal dat genoeg zijn, maar voor heel veel anderen is dat gewoon wachtgeld om op een wachtlijst te staan, goed wetend dat u ook na 2020 de zorggarantie niet kunt garanderen.

Bovendien hebben u en uw regering beslist om in deze legislatuur eigenlijk niets te doen voor de positie van minderjarigen in die zorg, want die sluit u al bij voorbaat uit. Dat verwijst u naar de Griekse kalenden. Dat zal wellicht weer eens voor een volgende legislatuur zijn. Minister, ik gun u elke euro die naar Welzijn gaat, maar alstublieft, voor alle ouders en alle kinderen die wachten op de gepaste zorg, zou een beetje bescheidenheid u sieren. (Applaus bij sp.a)

Minister Jo Vandeurzen

Collega, laten we de verslagen van de bespreking van de vorige Septemberverklaring en begroting erbij halen. U zult zich ongetwijfeld herinneren dat u, dat de oppositie toen stelde dat in mijn meerjarenraming voor het uitbreidingsbeleid voor personen met een handicap geschreven stond dat daarvoor in 2017 een groot bedrag zou komen, maar dat men dat nergens zag terugkomen, dat dat woorden waren, dat dat niet zou lukken, dat het theorie was, aangezien het allemaal niet was geraamd. Nu gebeurt het, voor de eerste keer in Vlaanderen: 117,5 miljoen euro extra financiering voor het aanbod voor personen met een handicap. In de vorige legislatuur, toen u erbij was, hebben we over de hele legislatuur 150 miljoen euro gegeven. Nu geven we op één jaar 117 miljoen euro en we zullen over de hele legislatuur meer dan het dubbele van het vorige legislatuur doen. (Applaus bij de meerderheid)

Ik heb geen moeite om te bevestigen dat er nog veel noden zijn. De schrijnende verhalen die we soms helaas moeten vernemen, moeten ons aansporen om te blijven investeren in Welzijn. In de begroting 2017, alles samengeteld, zoals de weddedriften en het uitbreidingsbeleid, gaat er 479 miljoen euro extra naar Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dat is een enorm bedrag. Dat gaat ook naar de ouderenzorg en ook naar de jeugdzorg, dat gaat ook naar de kinderopvang. Daar zijn wel degelijk uitbreidingen gepland en dat was absoluut niet evident.

Wat ik echt niet graag hoor, zeker niet van de socialisten, is dat er nu plots een probleem is in de ouderenzorg. Dat is een ernstig probleem, maar dat probleem is tot in 2014 het probleem geweest van de ziekteverzekering. Uw partij heeft in de Federale Regering altijd de budgetten van het RIZIV mee goedgekeurd. Alles wat in de residentiële ouderenzorg aan décalage van de zorgzwaartefinanciering moet worden ingehaald, werd opgebouwd in de periodes, collega, dat uw partij ten volle verantwoordelijk was voor het budget van de ziekteverzekering. Ik zal het maar één keer zeggen, ik ben het stillekesaan moe aan het worden, dat geframe. Alsof het doordat het nu overgekomen is naar Vlaanderen, alle onheil over de Vlaming is uitgestort, terwijl dat het resultaat is van een jarenlange situatie waaraan uw partij in vol bewustzijn heeft meegewerkt. (Applaus bij de meerderheid)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Vandenbroucke, ik sta in elk geval te popelen om over enige jaren de geschiedenisboeken en rapporten te lezen over deze periode. Ik ben er heilig van overtuigd dat we met deze Vlaamse Regering het rapport gaan krijgen dat we effectief goed bezig zijn. Dat mag gezegd worden. We hebben soms wel eens de neiging om bescheiden te zijn. (Gelach. Opmerkingen)

Ik spreek voor mezelf. Zelfgenoegzaamheid moeten we vermijden, maar we moeten onszelf ook niet voortdurend in de grond praten. We doen het wel degelijk goed. Het was mijn intentie om ook de oppositie daarvan te overtuigen vandaag, maar misschien gaat dat net niet lukken.

Opnieuw heeft Vlaanderen getoond dat wij veerkrachtig zijn. Opnieuw heeft de Vlaamse Regering getoond dat wij veerkrachtig zijn. We tonen opnieuw aan dat die Vlaamse begroting au fond, structureel, goed zit, in orde zit. We sluiten daarmee aan bij de vorige Vlaamse Regering die onder begrotingsminister Muyters in haar laatste meerjarenraming alleen maar een stijgende lijn kon voorleggen voor toekomstige vrije beleidsruimte. Maar zoals u weet, de zesde staatshervorming, de tegenvallende economische resultaten en de Europese begrotingsregels hebben die vrije ruimte opgesoupeerd. Nu, ongeveer halfweg van de volgende legislatuur, zitten we opnieuw mooi op koers.

Nochtans hebben we dit jaar opnieuw slecht nieuws te verwerken gekregen. Onder meer door de brexit heeft het Planbureau de groeiprognoses voor volgend jaar sterk naar beneden bijgesteld en we kregen van de federale overheid een vervroegde herrekening van de autonomiefactor die ons ook in de toekomst nog parten zal spelen. Het op orde zetten van onze financiële huishouding was zowat de kernopdracht van deze Vlaamse Regering, maar het is nooit een doel op zich geweest. Met deze begroting bewijzen we dat we een volwaardige investeringsregering zijn, en dat was uiteindelijk de intentie van deze Vlaamse Regering.

We hebben bespaard, in de eerste plaats bij de overheid zelf, maar we hebben ook inspanningen gevraagd aan de Vlaming. Dat is niet altijd een leuke boodschap geweest. Niemand doet dat graat, maar die inspanningen werden niet zonder reden gevraagd, er zat wel degelijk een visie achter, daar kom ik straks op terug. (Opmerkingen van de heer Wouter Vanbesien)

Collega’s, een mens leeft niet van brood alleen. Ik kom erop terug, mijnheer Vanbesien, geen probleem. De gemiddelde Vlaming ligt natuurlijk minder wakker van de cijfers van een begroting, ik ben het daarmee eens, dan van de samenleving waarin hij leeft, die hij geërfd heeft van zijn voorouders en die we allemaal in een degelijke toestand willen doorgeven aan kinderen en kleinkinderen. Dat gaat dus niet alleen over materiële welvaart, maar ook over wie we zijn als groep.

De Vlaming ziet zijn maatschappij veranderen. Hij ziet vluchtelingen massaal Europa binnenkomen, terroristen – waar u ook naar verwees – en radicalen die hier zijn opgegroeid en het geweld niet schuwen en hij vraagt zich af hoe we onze samenleving hiertegen kunnen veiligstellen en bewapenen.

Wij begrijpen die angst, maar we mogen er niet aan toegeven. Een samenleving verandert voortdurend. Maar dat betekent niet dat we de rechten en vrijheden die we al decennia opbouwen en bijschaven – de waarden van de verlichting – mogen vergeten. Daarom zet deze Vlaamse Regering hard in op integratie en inburgering, om van meet af aan duidelijk te maken welke normen en waarden hier gelden, maar ook om duidelijk te maken waarom deze waarden het leven van iedereen beter maken. Ik ben daarom blij dat minister Homans samen met de Vlaamse beweging blijft investeren… (Gelach)

Excuus, ik bedoel natuurlijk de Vlaamse Regering. Iedereen wordt erbij betrokken. We vragen een resultaatsverbintenis, en dat is terecht.

Er is echter nog werk aan de winkel. We mogen de kop niet in het zand steken en evenmin mogen we de armen laten zakken. Er zijn slechte voorbeelden, maar ook goede rolmodellen. De slechte voorbeelden gaan van de jihadisten, die onze samenleving aanvallen, tot de Erdoganaanhangers die recht hebben op een eigen overtuiging, maar toch meer bekommerd zijn om de Turkse politiek dan om wat in dit land leeft. Die laatsten laten zo uitdrukkelijk blijken hoe weinig ze gehecht zijn aan onze waarden en vrijheden. Er zijn ook tal van voorbeelden dat het anders kan. Ik verwijs dan graag naar de voor iedereen inspirerende toespraak die Kader Abdollah hier een half jaar geleden in het kader van the State of the European Union heeft gegeven. Bijzonder poëtisch verwoordde hij de tocht van de vluchteling. Een van zijn zinnen is blijven hangen: “Het goud waar de vluchteling naar op zoek is, is zijn nieuwe ik, in een nieuwe maatschappij.”

Als gemeenschap en als overheid willen wij vluchtelingen ondersteunen in het vinden van die nieuwe identiteit en van hun plaats in de samenleving, met het hoofd en de voeten hier in Vlaanderen. Cruciaal daarin zijn – naast ons inburgeringsbeleid – onderwijs en werkgelegenheid. Vooral onderwijs kan als factor van emancipatie en socialisatie moeilijk worden overschat. De afgelopen zomer zagen we op dat vlak een paar mooie voorbeelden. Niemand zegt dat het simpel is. Het is niet eenvoudig voor de vluchtelingen zelf. En het is niet eenvoudig voor de ontvangende samenleving. Voor ons, als beleidmakers, is het geen eenvoudige opgave. Daarover zullen we hierover ongetwijfeld nog heel wat boeiende debatten voeren. Ik hoop dat dit open en constructief kan, op basis van de instelling dat we iedereen in onze samenleving opnemen en uitgaande van onze waarden en normen, zonder ons te laten gijzelen door kortetermijnoverwegingen van electorale aard – ook als het over het dierenwelzijn gaat.

Collega’s, ik keer terug naar de begroting. Halfweg deze regeerperiode plukken we de vruchten van het werk van de voorbije jaren. Bij elke begrotingsopmaak en begrotingscontrole moesten we besparen, voor een totaalbedrag van 2 miljard euro. Bij deze begrotingsopmaak hadden we kunnen kiezen om niet te besparen en om voort te doen as usual. Dat had allicht geleid tot een begroting die min of meer in evenwicht zou zijn. We kozen er evenwel voor om nog enkele inspanningen te leveren, precies om voor investeringen te kunnen zorgen. Die investeringen komen er niet zomaar. We willen investeren in de toekomst. We hebben een duidelijke visie over waar te investeren, want die investeringen zijn een belegging in de toekomst.

Ik begin met het onderwijs. Het succes van de Vlaamse samenleving begint met de kwaliteit van ons onderwijs. Alles begint dan bij goede, gemotiveerde en motiverende leerkrachten die niet om de haverklap bezig moeten zijn met grote systeemveranderingen of grote discussies die voor onzekerheid op het terrein zorgen. Schooldirecties die zelf weten wat het beste is, krijgen het vertrouwen om zelf beslissingen te nemen: daar staat de Vlaamse Regering voor. Uiteraard moeten leerlingen zich thuis voelen in hun klas en hun school. Ze moeten in contact komen met wat leeft en met wat ertoe doet in de samenleving. Opnieuw bedoel ik dan de waarden en attitudes die we onze jongvolwassenen willen bijbrengen.

Natuurlijk willen we die mensen een dak boven het hoofd geven. Net daarom investeert de Vlaamse Regering extra 100 miljoen euro, bovenop de 200 miljoen euro die al was gepland, in de schoolinfrastructuur.

Via Onderwijs kom ik bij de volgende stap van onze toekomst, namelijk Onderzoek en Ontwikkeling. Dat is een tweede essentiële pijler van onze kenniseconomie. Met de 195 miljoen euro extra zetten we opnieuw een stap in de richting van de 3 procentnorm waar we naar blijven streven. Ik herhaal ook hier dat het niet enkel om de centen gaat. Het gaat ook niet enkel over de centen van de Vlaamse overheid. We zullen ook ondersteuning van het bedrijfsleven nodig hebben. Het is goed om weten dat de minister de voorbije jaren al structurele voorbereidingen heeft genomen om die opstap nu te kunnen maken. We zijn structureel in orde om de extra middelen op een oordeelkundige manier te investeren. Is dat onmiddellijk zichtbaar voor de burger? Waarschijnlijk niet en je haalt er waarschijnlijk ook niet zoveel stemmen mee. Ik ben er echter heilig van overtuigd dat samen met Onderwijs, Onderzoek en Ontwikkeling de bron is van onze welvaart en van onze jobcreatie. Met innovatie kan Vlaanderen het verschil maken in deze wereld, ook en vooral in samenspraak met de bedrijven en sectoren, want een sterke economie is gebaseerd op creatieve, innovatieve mensen en bedrijven.

Dan kom ik bij een derde investeringspijler, namelijk Mobiliteit. Ook die is essentieel, zeker voor een regio als de onze in het centrum van Europa die zich opwerpt als draaischijf.

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Ik vind dat de heer Diependaele nogal snel is gegaan over het item Onderwijs. Ik wil mijn bezorgdheid uiten in verband met het basisonderwijs. Ik voel een beetje mee met minister Crevits die in de commissie altijd op een heel opbouwende en mooie manier meedenkt over zaken die nog beter kunnen en moeten in het basisonderwijs. Ik merk dat ze dit jaar een beetje in de steek wordt gelaten door haar regeringspartners. Ze is zich bewust van de items die we in de verschillende commissies en ook via actuele vragen hebben besproken in verband met de tekorten in het basisonderwijs. Ik maak me vooral zorgen omdat ik de komende weken en maanden terug de baan opga om te spreken met leerkrachten en directies. Tijdens bezoeken vorig jaar heb ik steeds gezegd dat de minister ermee bezig was, dat erop zou worden geanticipeerd en dat ze de bezorgdheden deelde. Ik moet nu opnieuw het veld in om te zeggen dat dat allemaal niet zo is.

Ik heb de nota van minister Tommelein heel grondig en goed gelezen en ik vind er niets in terug over extra middelen voor het basisonderwijs met een belangrijke nuance, namelijk de indexatie wordt wel gevrijwaard. Dat is ook niet meer dan logisch want er zijn toegenomen leerlingenaantallen en het is vooral een compensatie voor de levensduurte van het materiaal. Per leerling komt er echter geen euro bij. De 35 euro per leerling waarop de voorbije twee jaar werd bespaard, wordt niet gecompenseerd. Ik vind daar nergens iets over terug.

Mijn fractieleider haalde al aan dat zowel de directies, de coördinerende directies als de leerkrachten daar ongerust over zijn, in het belang van de kinderen en de leerkrachten. Ik vind het niet correct dat elke leerkracht gemiddeld 260 euro zelf aan schoolmateriaal moet betalen. Ik vond dat een hoog cijfer en heb het nagetrokken bij de leerkrachten van wie ik vroeger directeur was. Zij noemen dat nog een gematigd bedrag. Sommige leerkrachten zitten daar ruim over.

We moeten nu zeggen aan de directies van de basisscholen dat er weer geen ruimte is voor extra omkadering, dat er weer geen ruimte is voor extra administratieve omkadering. We moeten hun zeggen dat de leerkrachten alweer zelf de lessen Lichamelijke Opvoeding zullen moeten geven en dat de directeurs zelf weer voor de klas zullen moeten staan, wat nefast is voor hun welbevinden, de haalbaarheid om directeur te blijven en de pedagogische onderbouw die ze moeten geven aan de kinderen.

De leerkrachten, directies moeten opnieuw een jaar langer – wat ten nadele is van de kinderen – in de grote woestijn gaan wandelen zonder een optie te hebben om aan water te geraken. Ik maak me daar echt ongerust over. In de OESO-studie staat nochtans heel duidelijk dat er moet worden geïnvesteerd waar de fundamenten worden gebouwd. Dat is in de kleuter- en lagere school. Dat wordt ook dit jaar niet aangepast. Er is zelfs niet in een groeipad voorzien en dat baart ons zorgen. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Vandenberghe, dank u voor uw tussenkomst. Ik heb iets belangrijks gemist in wat u zei. U zei dat u zeer goed naar de cijfers hebt gekeken. De onderwijsbegroting 2017 stijgt met 270 miljoen euro. Wat heel vaak vergeten wordt, is dat sowieso elk jaar de begroting aanzienlijk groeit en dat komt omdat wij in 2017 opnieuw voluit investeren in extra leerkrachten, in extra omkadering, in extra werkingsmiddelen. In de OESO-studie, waar u zelf naar hebt verwezen, zien we dat Vlaanderen op plaats zeven staat als het gaat over investeringen in het leerplichtonderwijs. Dat is heel, heel ver boven het Europese en het OESO-gemiddelde. Maar de OESO merkt terecht op dat er een scheeftrekking zit tussen secundair en lager onderwijs, dat er verhoudingsgewijs te veel naar het secundair gaat en te weinig naar het lager onderwijs. Die discussie zal ik de komende maanden en ook volgend jaar voluit voeren omdat ik ervan overtuigd ben dat het OESO-rapport op dat vlak een leidraad moet zijn om alle discussies aan te vatten.

U zegt zelf dat we moeten zorgen dat de leerkrachten zeer gemotiveerd kunnen werken. Er is een loonstudie die aantoont dat onze leerkrachten goed worden betaald voor hun job. De lonen zitten boven de gemiddelden.

Daarenboven is er net een studie van het World Economic Forum naar buiten gekomen waarin u zult zien dat we top 5 zijn als het gaat over onderwijs en we een dikke pluim krijgen over de kwaliteit van het onderwijs dat in ons land, en per definitie dus ook in Vlaanderen, geboden wordt. We hebben dus alle redenen om bijzonder fier te zijn. (Applaus bij de meerderheid)

Ik ben het volkomen met u eens, minister, dat directies akkoord gaan met hun loon. (Applaus bij de meerderheid)

Ik ben het met u eens over het loon, maar het gaat om de omkadering in de scholen. De scheeftrekking tussen het secundair en het lager onderwijs is er al vele jaren. De mensen die in het basisonderwijs werken, vragen om daar nu op te anticiperen. Dat is een punt dat moet worden aangepakt. Die scheeftrekking tussen de bedragen moeten we bijsturen. Ik vind dat jammer. Ik hoop dat we eraan kunnen werken, want het gaat niet alleen over cijfers. Over aantal andere inhoudelijke dossiers zoals planlastvermindering en bestuurlijke optimalisatie, moeten we het ook hebben. Het gaat niet alleen over die cijfertjes zoals collega Vandenbroucke zei, maar ook over het welbevinden van de mensen die moeten werken. Daarover blijf ik vandaag een beetje op mijn honger.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ter aanvulling van collega Vandenberghe: de minister zegt dat er een kloof is tussen secundair onderwijs en basisonderwijs. Maar weet u hoe u die probeert te verkleinen? Door meer te besparen op het secundair onderwijs dan op het basisonderwijs. Weet u wat u zou moeten doen? Investeren in het basisonderwijs. Dan zou u effectief gelijke kansen kunnen geven aan elke leerling. Maar dat doet u niet. U geeft 35 euro per leerling minder uit in het kleuter- en basisonderwijs. In het secundair bespaart u 117 euro per leerling.

Minister, het gaat dus wel degelijk de verkeerde kant op, dat stellen we samen met u met spijt vast. Daar zou u moeten handelen. U zou de negatieve adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en van de SERV over de hervorming van het secundair onderwijs ter harte moeten nemen. Dan zou u zich inderdaad kunnen baseren op OESO-studies waaruit blijkt dat Vlaanderen inderdaad een sterk onderwijsbeleid heeft, niemand ontkent dat, maar dat we achteruitfietsen. Dat zou uw zorg moeten zijn, minister. We moeten sterk zijn en sterker worden door de lat hoger te leggen voor elke leerling en de kloof te dichten. U doet het omgekeerde: u maakt de kloof groter door te besparen op alle niveaus. Leerkrachten, leerlingen en hun ouders, die geconfronteerd worden met stijgende facturen, zijn daarvan het slachtoffer. (Applaus bij de sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Collega’s, ik was blij met de tussenkomst van collega Vandenberghe die effectief erkent dat, als er gesprekken in de commissie Onderwijs zullen plaatsvinden over de scheeftrekking die er al meerdere decennia is tussen de ondersteuning van het basis- en het secundair onderwijs, hij in ieder geval bereid is om daarover na te denken.

Maar als ik collega Gennez hoor, dan heeft zij het alleen maar over geld bijdrukken. Vlaanderen investeert in onderwijs, dat heeft de minister duidelijk aangetoond. Zijn er nog problemen? Ja, er zijn nog problemen. Willen we die aanpakken? Ja, we willen die aanpakken. Als we willen nadenken over verschuivingen, als we dingen willen aanpakken waar internationaal op wordt gewezen dat we misschien te veel in het secundair onderwijs en te weinig in het kleuteronderwijs investeren, dan wil deze meerderheid en deze minister dat doen. Ik hoop dat we vanuit de oppositie vooral de teneur van collega Vandenberghe mogen onthouden, en niet die van collega Gennez. (Applaus bij de N-VA)

Matthias Diependaele (N-VA)

Ik wil het nu hebben over mobiliteit, dat ook een essentieel onderdeel is, zeker voor een regio als de onze. De fileschade, de economische schade die we door files hebben, treft onze hele economie, zowel mensen met als mensen zonder een wagen. Die schade moeten we dringend beperken. De kilometerheffing voor vrachtwagens is zeker een belangrijke stap, maar die moet hand in hand gaan met betere infrastructuur. Daarom investeren we ook in extra openbare werken, ook in fietsostrades. De ambitie is daar wel degelijk om een begin te maken met een echte cultuuromslag, om mensen meer op de fiets te krijgen.

Door al deze maatregelen, door de drie investeringen in Onderwijs, in Onderzoek en Ontwikkeling, en in infrastructuur versterken we wel degelijk de bron van onze welvaart. Dat geeft ons natuurlijk de middelen om daarnaast te investeren in welzijn, want de Vlaamse overheid laat niemand in de steek, zeker al niet personen met een handicap. We zorgen voor meer middelen, liefst 117,5 miljoen euro extra recurrent voor de wachtlijsten van personen met een beperking. We zorgen ook voor een efficiëntere inzet van die middelen, want vanaf januari 2017 start het nieuwe systeem van persoonsvolgende financiering.

We zijn ervan overtuigd dat dit systeem niet enkel efficiënter is, maar ook minder paternalistisch. Opnieuw, we stellen de mensen en het vertrouwen in die mensen centraal, niet de structuren. De zorgvrager en zijn omgeving weten het beste welke zorg hij of zij nodig heeft. Daar moeten de middelen van de gemeenschap dan ook naartoe gaan. Wie ben ik om in zijn plaats te beslissen wat een concrete zorgvrager nodig heeft?

Dat geldt ook voor iedereen die de pech heeft in een ziekenhuis te belanden. Om het systeem dat we daar hebben geërfd, waarbij we engagementen uit het verleden moeten financieren en tegelijk plannen maken voor de toekomst, solide overeind te houden, hebben we het anders aangepakt. Het systeem dat we op poten zetten, sluit veel correcter aan bij de realiteit dan het systeem dat we erfden van de federale overheid of van de vorige Vlaamse Regering. We slaan hier nieuwe, correcte wegen in voor de financiering van onze ziekenhuizen, die door Europa zouden moeten worden aanvaard. Voor de bouw van woonzorgcentra schrijven we zomaar eventjes 100 miljoen euro in de begroting. Dus kil en asociaal kun je dat allerminst noemen.

Een vijfde pijler waarin we investeren, is klimaat. Ik heb al een beetje grijs haar, nog niet te veel, maar zelfs ik denk na over de wereld die we doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Het is belangrijk dat we vandaag voldoende beseffen dat we daarin moeten investeren om te zorgen dat we een propere wereld kunnen nalaten voor onze kinderen. Uiteraard, in deze regeerperiode moet daarin worden geïnvesteerd met zomaar eventjes 325 miljoen euro vanuit het Klimaatfonds. We rekenen op de Klimaattop van de Vlaamse Regering en het verdere werk van de klimaatcommissie in dit parlement om daar werk van te maken.

Collega’s, zijn we nu boekhouders of koele CEO’s omdat we de economie draaiende willen houden, omdat we daarin investeren? Absoluut niet. We hebben bespaard en we hebben geïnvesteerd in Onderzoek en Ontwikkeling, in Onderwijs, in infrastructuur, net om ervoor te zorgen dat we de middelen en de welvaart hebben om het welzijn van iedereen in Vlaanderen te ondersteunen.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Ik heb hier zeker intellectueel iets aan bij te dragen, omdat de collega’s ons daarnet verweten dat we niet intellectueel eerlijk zijn. Dat kwam niet van u, mijnheer Diependaele, maar die woorden zijn gevallen. Als we het hebben over onze draaiende economie, dan wil ik even kijken naar wat de minister-president in zijn Septemberverklaring heeft gezegd en vandaag heeft herhaald. Hij klopt zich op de borst dat we vorig jaar de exportkaap van 300 miljard euro hebben genomen. Die cijfers moeten worden gekaderd en genuanceerd als we daar intellectueel eerlijk over willen zijn. In die 300 miljard euro zitten ook de doorgevoerde goederen die uit een derde land komen en gewoon via Vlaanderen naar elders worden geëxporteerd.

De toegevoegde waarde is bijna nihil. (Opmerkingen van Matthias Diependaele. Rumoer)

Het gaat om internationale cijfers. Ik zou graag uitspreken. Ik ken het belang van de haven.

De voorzitter

Mevrouw Turan, ik ben het er volledig mee eens dat u moet kunnen uitspreken.

Güler Turan (sp·a)

Die cijfergegevens worden gebruikt om de vergelijking met andere landen te maken. Dat neemt niet weg dat we ook moeten kijken naar wat de Vlaamse export in werkelijkheid inhoudt. Die export is niet gestegen. De Vlaamse Regering wil zwaar inzetten op de internationalisering en op de export door Vlaamse bedrijven. In werkelijkheid is de export sinds 2015 niet gestegen. De export is zelfs tot onder het niveau van 2012 gedaald.

Minister-president, dat zijn niet mijn woorden. De Nationale Bank van België heeft dit verklaard. Het is mogelijk dat u vindt dat de Nationale Bank van België slechts papiertjes schrijft en geen onderzoek voert om dit te berekenen. Voor het reces, in mei 2016, is dit onderwerp op basis van een vraag om uitleg van de heer Vanbesien nog eens aan bod gekomen in de commissie. U hebt dat toen zelf bevestigd. U hebt het nu over 300 miljard euro. U hebt het toen over de ‘bescheiden exportgroei’ gehad. We zien nu echter dat er geen bescheiden groei is. We blijven onder het niveau van 2012. De ‘goednieuwsshow’ en de intellectuele eerlijkheid blijven vandaag wat haperen.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik stel vast dat het motortje van sp.a steeds stationair blijft draaien. Ik heb in de commissie geantwoord dat we volgens de internationale normen werken. Ik heb aangetoond dat de professor op wie de oppositie zich baseert, zich grondig vergist. We hanteren internationale cijfergegevens. Indien we een vergelijking willen maken, moeten we een vergelijkbare basis hanteren.

Ik weet dat het sp.a niet zint dat alles vooruitgaat, dat de economie aantrekt, dat er meer investeringen zijn en dat er meer export is. Het zal zeker niet met sp.a zijn dat de export zou verbeteren. Het is sp.a die zich tegen de nieuwe handelsverdragen en tegen een stijging van de export naar de Verenigde Staten verzet. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Turan, het is sp.a dit niet wil dat het handelsakkoord met Canada wordt gesloten. Houd op met die hypocrisie. (Applaus bij de meerderheid)

Güler Turan (sp·a)

Minister-president, ik dank u voor het aankaarten van een zeer belangrijk thema. Alvorens ik u daarover van antwoord wil dienen, wil ik ingaan op uw stelling dat ik naar een of andere professor zou verwijzen. Ik zou niet weten over wie u het hebt. Ik verwijs naar niemand. Ik heb slechts één document in handen, en dat zijn de cijfers van de Nationale Bank van België. Ik weet niet welke professoren daar werken. U weet misschien beter wat daar achter de schermen gebeurt. Dat zijn echter de officiële cijfers. De Vlaamse export daalt.

Een ander belangrijk punt dat u in de commissie zelf hebt bevestigd, is dat België met betrekking tot de export van topproducten van topkwaliteit een beschamende 25e plaats inneemt. U hebt in de commissie bevestigd dat die cijfers van toepassing zijn omdat Vlaanderen 83 procent van de Belgische uitvoer voor zijn rekening neemt.

U verwijst hier naar de investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Het gaat om 195 miljoen euro. Ik zou graag vernemen waar dat geld effectief naartoe zal gaan. Het is in elk geval ‘too little, too late’.

U weet dat het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) een petitie is gestart. Op een minimumtijd van een uur hebben 600 wetenschappers die petitie ondertekend. Ze klagen de situatie aan. Ze geven een noodsignaal betreffende het structureel gebrek aan middelen voor fundamenteel onderzoek.

Wij zijn niet tegen internationale handelsverdragen of tegen akkoorden. We zijn wel tegen de verdragen waarover momenteel wordt gesproken. Om eerlijk over die handelsverdragen te kunnen debatteren en een standpunt te kunnen innemen, heb ik u een vraag gesteld. U moet uw eigen economisch onderzoek voeren. Volgens bepaalde onderzoeken zouden de handelsakkoorden onze economie een boost geven. Volgens andere onderzoeken zou dit ons jobs kosten. U hebt hier nog altijd geen resultaat gepresenteerd, maar u verwijt mij wel dat ik niet mee in onze economie wil investeren.

U spreekt over de export van onze kmo’s, maar u kunt dat zelfs niet monitoren! Exporten onder de 1 miljoen euro, daar hebt u zelfs geen database van! Waarover hebt u het? Over welke kmo’s hebt u het? (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik wil kort reageren op de kritiek die van collega Turan komt.

Behalve wat pijn aan mijn oren, heb ik ook de indruk dat het lijkt alsof u het debat van vorig jaar aan het voeren bent. Gisteren nog heeft het Wereld Economisch Forum zijn competitiviteitsranglijst gepubliceerd, en voor het eerst in vijf jaar gaan we daarop twee plaatsen vooruit. Als we zien op welke manier we die vooruitgang hebben geboekt, zien we dat onze grootste en sterkste punten de gezondheidszorg, het onderwijs- en opleidingssysteem en de hoge mate van technologische ontwikkeling – onderzoek en ontwikkeling, dus – zijn. Dat zijn drie bevoegdheden die we hier op Vlaams niveau met deze regering uitoefenen. De wereld erkent dus dat we daar vooruitgang boeken.

Voor het eerst in jaren zetten we stappen vooruit. En u komt hier nu kritiek spuien, mevrouw Turan, dat het allemaal niet voldoende zou zijn. De rest van de wereld erkent wel dat Vlaanderen hier vooruitgang boekt. Het zou u sieren, mocht u dat ook doen. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mevrouw Turan, als uw betoog één voordeel heeft, is het dat nog maar eens bevestigd is dat sp.a vandaag enkel en alleen naar het debat gekomen is om aan te geven hoe slecht het allemaal wel gaat. De verzuring is duidelijk helemaal doorgebroken bij u. Wij geven daar niet aan toe. Ik herhaal graag de kernboodschap: wij investeren met deze regering. Wij investeren zeer doordacht in de toekomst van de Vlaming.

Beste leden van de regering, ik vond het zeer goed dat de regering had beslist om niet te communiceren en de primeur maandag aan het parlement te geven. Maar dan lees je wel eens in de kranten dat deze minister toch dat heeft binnengehaald en deze dat. Dat slaat natuurlijk nergens op. Deze begroting is bij uitstek het resultaat van stevig ploegwerk, het werk van een ploeg die samen keuzes maakt en samen knopen doorhakt. (Opmerkingen)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

De ploeg die nu zoekt naar een verklaring over het dossier Eandis? Die ploeg? Die ploeg, oké. (Opmerkingen. Applaus)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Vandenbroucke, het is u daarjuist beloofd: u zult straks een verklaring krijgen. Ik heb het nu over de begroting. Het is niet zo dat enkel de minister van Welzijn met Welzijn begaan is. Ook onze partij en Open Vld vinden dat belangrijk. Het is niet zo dat enkel mijn partij onderzoek en ontwikkeling belangrijk vindt. Ik ga ervan uit dat ook Open Vld en CD&V dat absoluut belangrijk vinden. De sterkte van deze begroting is het ploegwerk dat tot dit resultaat heeft geleid.

Vlamingen mogen gerust wat trotser zijn. We mogen gerust zeggen dat we hier goed bezig zijn, dat we effectief op heel wat rankings bovenaan de lijst staan. Met deze begroting draagt de Vlaamse Regering daar een stevige steen toe bij. Ik wens ze daar heel graag proficiat mee. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, nog even in lijn met mijn betoog van daarnet: ik zie net op mijn smartphone dat Volvo Gent 450 extra tijdelijke mensen aanwerft. Er zijn dus ook aanwervingen. Dat mag ook eens gezegd worden. (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Een Chinees bedrijf? Dat doet toch geen pijn, hoop ik. (Opmerkingen. Gelach)

Het leek mij wel boeiend voor het debat.

Mijnheer Diependaele, ik vind het interessant dat ik nog maar net op het spreekgestoelte sta en u mij al begint te onderbreken, zonder dat ik iets gezegd heb. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

Goed nieuws moet inderdaad niet wachten. En het bewijst ook dat de intimidaties die op dit moment in de krant staan over het feit dat de Chinezen uit Volvo gaan vertrekken als de Eandis-deal niet doorgaat, op los zand gebaseerd zijn. (Opmerkingen van Kris Van Dijck)

U moet de kranten lezen, mijnheer Van Dijck.

Collega’s, ik sta hier een beetje met een vreemd gevoel. We hebben deze morgen een minister-president gehad die frontaal een federale instelling als de Staatsveiligheid met twee voeten vooruit tackelt, en we gaan over tot de orde van de dag.

Ik begrijp daar niets van. Ik pik meteen in waar de heer Diependaele daarnet geëindigd is. Minister-president, in uw eigen Septemberverklaring roemde u vanop dit spreekgestoelte expliciet de samenhang in uw Vlaamse Regering. Ik citeer u letterlijk. U dankte uw collega’s ‘die opnieuw bewezen dat we een ploeg vormen, gedreven door dezelfde ambities en door hetzelfde doel’. U was de deur van dit halfrond nog niet uit of u werd hier achter mij overvallen door camera’s en vragen over Eandis: een dossier waarvan u vindt dat het niet de verantwoordelijkheid is van de Vlaamse Regering, een dossier waarvan u vindt dat het eigenlijk niet netjes is dat dit debat op het publieke forum wordt gevoerd. Het weerhield er u niet van om daarnet meteen weer op het publieke forum uitspraken te doen. Wat etaleert u daarmee? Net het tegenovergestelde van wat in uw eigen Septemberverklaring staat, namelijk dat uw Vlaamse ploeg eendrachtig aan het werk is. Ondertussen is mijnheer Van den Heuvel hier weer aanwezig, nadat hij bij Villa Politica is langsgeweest. Ik heb de tweet gezien waarin hij een aanval op minister Tommelein heeft ingezet. Hij verklaarde dat minister Tommelein, die al een aantal maanden minister van Energie is, de Eandis-deal had kunnen tegenhouden.

Collega’s, ik heb geen zin om over te gaan tot de orde van de dag. Mijnheer Diependaele, Eandis, energie en klimaat zijn essentiële elementen voor Vlaanderen. Ik kan absoluut niet begrijpen dat de minister-president, die overal rode knipperlichten krijgt over de Eandis-deal en die de eerste Vlaams-nationalistische minister-president in de geschiedenis van dit land is, blijkbaar veeleer geïnteresseerd is om het Vlaamse energienetwerk aan het buitenland te verkopen, dan te proberen om het in eigen land te houden. (Applaus van Groen en sp.a)

U vindt dat dit niet de bevoegdheid is van de Vlaamse Regering, maar tegelijkertijd verklaart u maandagavond in de studio van Terzake dat het toch de bevoegdheid is van uw collega Homans, als antwoord op uw minister van Energie die zich zeer terecht afvraagt of het wel zo slim is om met een Chinees staatsbedrijf in zee te gaan in het kader van het Vlaamse energienetwerk. En wij gaan hier over tot de orde van de dag en u zegt daar eigenlijk niets over. U schoffeert de Staatsveiligheid en uw federale collega Koen Geens, die daarvoor verantwoordelijk is. De Staatsveiligheid is volgens u een onnozele dienst die wat op het internet rondsurft, daar een aantal dingen afhaalt en dan een briefje aflevert. Minister-president, mijn concrete vraag aan u is: wat hebt u gedaan nadat u kennisnam van de brief van de Staatsveiligheid? Wat heeft mevrouw Homans concreet ondernomen nadat de brief van de Staatsveiligheid op haar kabinet is terechtgekomen?

Geen nood, collega’s, Groen dient vandaag een nooddecreet in om het decreet Intergemeentelijke Samenwerking bij te sturen.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik kan mijn collega van Groen enkel ondersteunen. Minister Tommelein, misschien kunt u ook vandaag een uitspraak doen, nadat u al twee dagen op rij uitspraken hebt gedaan in de krant. Uit uw lichaamstaal bleek daarnet dat u niets gezegd hebt over uw collega Homans. Ik heb maandagavond een interview met u gezien waarin u na de gemeenteraad in Oostende zei dat u uw verantwoordelijkheid opneemt als minister en dat u van de bevoegde minister verwacht…

De voorzitter

Mijnheer Sintobin, normaal gezien kom ik niet tussenbeide in het debat. Maar we hebben heel duidelijk afgesproken – en ik heb dat met de minister-president geregeld – dat er na dit debat een verklaring van de regering komt over Eandis. Dan kan er volop gedebatteerd worden over Eandis, ook naar aanleiding van het nooddecreet. Ik heb omwille van de hygiëne van het debat gevraagd om u te beperken tot de Septemberverklaring van de Vlaamse Regering. Dat geldt voor u en dat geldt ook voor de heer Rzoska. U moet niet zeggen dat we overgaan tot de orde van de dag. Ik stel nu voor dat de heer Rzoska overgaat tot de orde van de dag en nu het debat begint over de Septemberverklaring.

Voor de hygiëne van de dag stel ik voor dat de fractieleiders ook daar geen verklaringen gaan afleggen. (Stefaan Sintobin wijst naar de Anna Bijnszaal)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, ik ben het vaak eens met u.

De voorzitter

Maar nu niet, natuurlijk.

Maar nu niet. Dat heb ik ook duidelijk gemaakt. Ik kan er ook niet aan doen. Ik heb gisteravond mijn speech bijgestuurd. Mijn eerste puntje was: Eandis. Omdat ik vind dat over een Vlaamse Regering die een Septemberverklaring aflegt en het heeft over klimaat en energie, en dan geen uitspraken doet over Eandis, maar vervolgens vechtend over straat rolt, de oppositie terecht vraagt wat het nu is. Wat is het nu? (Applaus bij Groen)

Minister Tommelein heeft 100 procent gelijk. Hij zegt dat onze Vlaamse Regering er wel degelijk iets aan kan doen. Maar de N-VA houdt hem daar tegen. Ik vind dat de minister-president deze ochtend zwaar uit de bocht is gegaan. Dan vind ik niet dat een parlement kan overgaan tot de orde van de dag. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Het parlement gaat niet over tot de orde van de dag. Mijnheer Rzoska, ik zeg het nog eens duidelijk als voorzitter van dit parlement: er zijn hier duidelijke afspraken gemaakt. De meerderheid van het parlement was het erover eens dat we eerst het debat voeren over de Septemberverklaring en daarna het debat over Eandis. Dat is heel duidelijk. Voor de hygiëne van het debat is dat heel belangrijk. Het is niet meer en niet minder. (Opmerkingen van Elisabeth Meuleman)

Mevrouw Meuleman, dat is hier zo afgesproken. Het parlement is baas van zijn agenda. De meerderheid van het parlement was het eens met mijn visie.

Mijnheer Rzoska, ga over tot de orde van de dag.

Het parlement is baas over zijn agenda.

De voorzitter

De meerderheid beslist. Dat is nu eenmaal zo in een democratie. Wat kan ik daar nu aan doen?

Misschien kunt u mij ook laten uitspreken?

De voorzitter

Ja, u mag verder uitspreken. Geen enkel probleem.

Een volksvertegenwoordiger heeft zoiets als ‘freedom of speech’.

De voorzitter

U mag hier een uur over Eandis spreken. Ik heb daar geen enkel probleem mee.

Een uur zelfs! Dat is dan een halfuur extra.

De voorzitter

Neen, dat is geen halfuur extra. Uw tijd loopt. Ik zeg niets meer. Gaat u nu maar rustig verder.

Minister-president, ik dacht eigenlijk dat u maandag uw Septemberverklaring zou beginnen met een welgemeende sorry te zeggen aan de Vlamingen: ‘Sorry, beste Vlamingen, dat we de afgelopen jaren op een oneerlijke en ontransparante en onrechtvaardige manier jullie elektriciteitsfactuur naar omhoog hebben gejaagd. Sorry dat we de kinderen van vandaag 90 euro per jaar laten betalen om de kinderen vanaf 2019, dus de kinderen die nog niet geboren zijn, een verhoogd kindergeld te geven. Sorry dat ik wat gesneden heb in wat het buitenland bekijkt als een troef van Vlaanderen, bijvoorbeeld in cultuur, in verbinding’ – waar u toch lippendienst aan bewijst. ‘Sorry, beste Vlamingen, dat we daarin de afgelopen jaren hebben gesneden. Sorry, dat ik als Vlaams minister-president van de Vlaamse Regering de Vlamingen die het moeilijker hebben in de kou heb laten staan en ook in de toekomst in de kou zal laten staan.’ Minister-president, ik had eigenlijk gedacht dat er een sorry voor alles zou komen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik wil uw mooi opgebouwde retoriek niet bederven, maar het is niet juist wat u zegt. In het nieuwe systeem zullen wij ook sociale toeslagen geven aan kinderen die uiteraard onder het oude stelsel blijven. Wij gaan het aantal sociale correcties opdrijven. Mensen met een laag inkomen, onder de 25.000 euro ongeveer, die dat inkomen hebben uit bijvoorbeeld arbeid, zullen ook sociale toeslagen krijgen als er meerdere kinderen zijn. Dat zijn kinderen die al geboren zijn. Die voorstelling van zaken, dat we nu een buffer aan het maken zijn die moet dienen om kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 een betere kinderbijslag te geven, is helaas maar gedeeltelijk waar. Wij gaan wel degelijk ook voor de kinderen die onder het oude stelsel blijven en die dus op verworven rechten kunnen terugvallen, een aantal sociale correcties beter kunnen organiseren.

Ik begrijp dat dit geen gemakkelijk verhaal is. Het staat trouwens gewoon in de eigen begrotingstabellen die aan het parlement zijn bezorgd, en die op de persconferentie zijn voorgesteld, dat er opnieuw een indexsprong aankomt voor het kindergeld. U zegt ‘deels’, maar het is natuurlijk wel zo dat door het cumulatieve effect van de opeenvolgende indexeringen ouders vandaag 90 euro minder per jaar krijgen, terwijl – op dat punt moet ik collega Vandenbroucke gelijk geven – het leven duurder wordt. Ik vermoed dat u dat zelf ook wel een stuk ervaart. Op dat vlak laat u een groot deel van de mensen in de kou staan.

Ik begrijp dat dit moeilijk ligt voor u, maar u moet zich geen zorgen maken, ik had zelfs een aantal complimentjes voor u.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben in blijde verwachting, maar ik wil toch nog iets zeggen over de voorstellen van Groen over de kinderbijslag. Langs de ene kant zegt u dat we een universele kinderbijslag moeten hebben voor de bijdrage in de opvoedingskost van kinderen, met daarnaast een selectief deel, maar als je de voorstellen van Groen neemt, moet je nu op het spreekgestoelte aan de Vlamingen die meekijken en aan de media zeggen dat in uw voorstel het universele stuk van de kinderbijslag, dat naar alle gezinnen gaat, serieus naar beneden gaat. U maakt het selectieve stuk veel groter, maar als u dan commentaar geeft over de index, zou u moeten zeggen wat het effect zou zijn voor alle gezinnen als uw mechanisme van kinderbijslag zou worden toegepast. Dat zou pas echt een achteruitgang zijn voor alle gezinnen, met een grotere selectiviteit.

We hebben de discussie over de kinderbijslag uitentreuren gevoerd. Wij hebben inderdaad gekozen voor een ander systeem dat veel meer inkomensgerelateerd is en dat een stuk een antwoord is op de armoede die er op dit moment in Vlaanderen is. Minister, ik moet eerlijk zeggen: ik denk dat u in deze geen lessen aan mij te leren hebt. Het is uw Vlaamse Regering die de specialist bij uitstek, Bea Cantillon, gewoon met de voeten vooruit heeft getackeld, die haar, de topspecialist op het vlak van kinderbijslag, als academica zelfs als ongeloofwaardig heeft voorgesteld. Dan denk ik niet dat u mij lessen hebt te leren over het systeem van Groen. Wij hebben inderdaad een systeem dat selectiever is, en dat ervoor zorgt dat de mensen die het nodig hebben een verhoogde kinderbijslag krijgen.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ga de hoop dat er misschien nog complimenten komen niet helemaal de grond inboren, maar, u moet met wat u zegt aan de Vlamingen heel duidelijk zijn. U zegt: we maken kinderbijslag meer inkomensgerelateerd. Dan moet u mij geen les geven over een index die terug in een systeem zal worden gestoken om het nieuwe systeem, gekoppeld aan extra sociale correcties voor de mensen met verhoogde rechten, in gang te zetten. U zegt aan de Vlamingen: velen onder u zullen minder krijgen, want er komt minder universele, generale kinderbijslag. Het zal veel selectiever zijn. Dat is uw voorstel.

En het zal ook veel ruimere ondersteuning geven aan degenen die het nodig hebben. Ik weet dat politiek keuzes maken is, minister Vandeurzen. U maakt een andere keuze. Wij maken met Groen een keuze waarbij we degene die het echt nodig heeft, voluit ondersteunen via de kinderbijslag. Wij doen geen indexsprongen, dat klopt. U wel.

Minister-president, toen u twee jaar geleden begon, beloofde u met de regering van N-VA, Open Vld en CD&V dat u twee jaar ging snoeien en dat daarna de bloei ging terugkomen. Wij hadden gehoopt dat u maandag het einde van de besparingsronde zou aankondigen. U weet zelf, als u snoeit, mag u niet te diep snoeien, en u mag ook niet blijven snoeien, omdat anders een aantal hoopvolle oplevingen gewoon worden weggesnoeid. Maar dat hebt u niet gedaan. Er komt geen bloei. Er wordt zelfs een tweede besparingsronde ingezet, want ondanks uw aankondiging twee jaar geleden, zitten in de begroting die u nu indient, nog altijd besparingen. U blijft eigenlijk doorbesparen. Dat is bijzonder jammer. Het is ook in tegenstelling tot wat u de Vlaming had beloofd.

Matthias Diependaele (N-VA)

Wat de consequentie zou zijn van wat u eigenlijk zegt, is dat we een begroting in evenwicht hebben zonder de besparingen, maar dan ook zonder de investeringen. U pleit voor geen extra schoolinfrastructuur, geen extra sociale woningen, geen bijna 200 miljoen euro aan Onderzoek en Ontwikkeling, geen extra geld voor Welzijn, geen extra geld voor infrastructuur waaronder de fietsostrades. Dat is de consequentie van wat u zegt. Als u A zegt, moet u ook B zeggen.

Het is weer heel gemakkelijk van de oppositie om te staan janken over besparingen en gewenste investeringen. Het gaat hier over twee zaken: een begroting in evenwicht en investeringen in de toekomst. Die twee zaken moet men kunnen verbinden. Lukt dat? Ik wil dat wel eens van u horen.

Mijnheer Diependaele, ten eerste is uw begroting niet in evenwicht. Ten tweede hebben wij altijd gepleit voor extra investeringen. Ik herinner me mijn eerste toespraak naar aanleiding van de Septemberverklaring van twee jaar geleden. U hebt toen een begroting in evenwicht neergelegd en me verketterd en bijna het parlement buitengedragen toen ik zei dat dat niet realistisch was, dat er op dat moment moest worden geïnvesteerd en er dus geen begroting in evenwicht moest worden neergelegd. En wat gebeurde er aan het einde van de rit? Uw begroting was niet in evenwicht. Ook uw begroting van vorig jaar was niet in evenwicht. En nu legt u een begroting neer die op papier in evenwicht is, maar dat eigenlijk opnieuw niet is.

Uiteraard zijn wij voor extra investeringen in welzijn, mobiliteit en scholenbouw maar u leeft blijkbaar op een andere planeet en u gelooft een begroting in evenwicht neer te leggen terwijl dat niet zo is. Ik zal u dat straks aantonen.

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Rzoska, ik zal u niet buitendragen. U zegt dat de begroting niet in evenwicht is, maar zeg me nu eens wat er niet in evenwicht is. Waar zit het probleem?

Er bevindt zich 120 miljoen euro buiten de begroting.

Matthias Diependaele (N-VA)

Daar is een heel goede reden voor, en dat weet u. Die 120 miljoen euro zitten buiten de begrotingsdoelstellingen en dat hebben wij altijd heel duidelijk gecommuniceerd. Dat betekent niet dat we dat geld niet moeten betalen. De reden daarvoor is dat die investering zichzelf terugverdient. Dat lijkt me een heel verstandige manier van werken. Dat is ook de manier waarop een goede huisvader zijn budget thuis beheert. En wij doen dat ook voor de Vlaamse begroting.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, u hebt het over een aantal begrotingen uit het verleden die niet in evenwicht waren maar dat evenwicht is er nu wel degelijk. Ik vraag me af hoe u het zou doen. U vergeet er bij te zeggen dat er ook geen nieuwe belastingen worden opgelegd. Dat betekent dat wij besparen en streven naar efficiëntie. We gaan na waar er eventueel kan worden bespaard, niet alleen in 2017 maar ook in de toekomst en dus structureel. Ik geef u een voorbeeld van een inspanning die we leveren voor de dakisolatie waar er overgesubsidieerd wordt. Zo is er niet alleen de fiscale aftrek voor dakisolatie, maar zijn er ook nog de premies.

We gaan ervan uit dat bij elke nieuwbouw in voldoende dakisolatie wordt voorzien. In onze efficiëntieoefening doen wij dan ook een aantal verstandige zaken die u natuurlijk onverstandig noemt. Als u dat al meerekent, komt u zelfs niet aan 200 miljoen euro besparingen. U zegt er ook niet bij dat we ook investeren. Dit jaar investeren we 613 miljoen euro. Over de totale looptijd gaat het over 1,5 miljard euro. Wij mikken ook op een begrotingsevenwicht op het einde van de legislatuur. Wanneer u dus meent dat die oefening niet juist is gemaakt, dan bent u verkeerd. (Applaus bij de meerderheid)

Ik kom straks nog op een aantal punten uit die begroting terug, maar ik kan alleen maar terugvallen, minister Tommelein, op het document dat u zelf aan het parlement hebt gegeven. Op bladzijde 5 daarvan staat heel duidelijk dat de Vlaamse Regering voor 2 miljard euro aan inspanningen heeft geleverd waarvan 223 miljoen euro in 2017. Met inspanningen worden eigenlijk besparingen bedoeld.

Ik heb ook nog een tabel gevonden waarin bij maatregelen heel duidelijk staat: min 233 miljoen euro.

Mijnheer Rzoska, we moeten de mensen motiveren om hun woning te isoleren. Maar vindt u nu dat wij dat moeten dubbel subsidiëren, dat wij dat niet een, twee maar zelfs drie keer moeten doen? Als ik dat dan in vraag stel en als minister van Begroting en van Energie oordeel dat dit een onnodige uitgave is die moet worden geschrapt uit de begroting 2017 en uit de begroting 2018 en 2019, dan is dat een structurele, verstandige besparing. Hebt u daar moeite mee misschien?

Neen, daar heb ik absoluut geen moeite mee, maar dat is natuurlijk niet het enige. Dat gaat over 10 miljoen euro en u bespaart 233 miljoen euro in totaal. Dat staat in uw eigen tabel. Uiteraard moeten we dingen niet drie keer subsidiëren, en uiteraard zijn klimaat en energie van belang. Ik had, en ik kom daar straks op terug, zelfs gehoopt dat daarop tenminste eens een turbo zou worden gezet. Het is een 2pk geworden, maar enfin. Daar had ik dus naar uitgekeken. Waar u nu aan raakt, dat gaat over 10 miljoen euro. U bespaart 233 miljoen euro. U bespaart eigenlijk meer dan u twee jaar geleden hebt aangekondigd. (Applaus bij Groen)

Uiteraard zitten er een aantal goede dingen in wat u aan het parlement voorlegt. Dan kom ik terug bij minister Vandeurzen. Minister, ik kan ook niet ontkennen, en heb daar zelfs geen zin in, dat die 100 miljoen euro die u investeert in persoonsvolgende financiering een goede zaak is. Dat zal opnieuw deels die wachtlijsten korter maken en daar moeten we naartoe. Ik had gehoopt dat er ook wat meer met betrekking tot geestelijke gezondheidszorg in had gezeten. Ik weet wel dat u investeert in de rusthuizen. Dat is een goede zaak. Het is een goede zaak dat er stappen vooruit worden gezet inzake de sociale economie.

Er zijn de fietssnelwegen. Minister Weyts, ik ben niet tegen fietssnelwegen, integendeel, ik gebruik ze zelf, tenminste die die er al liggen. Ik kijk natuurlijk met veel hoop uit naar de tachtig die zijn aangekondigd. Daar moeten we naartoe. Minister-president, er is uw oproep van maandag aan de werkgevers om eens te bekijken hoe hun werknemers zich naar het bedrijf bewegen. Misschien kan dat deels gebeuren met de fiets en andere alternatieven. Goede zaak. Ik ben dus niet te beroerd om ook te zeggen wat er goed is aan die Septemberverklaring en welke goede elementen er in die begroting zitten.

U hebt maandag echter gezegd dat uw Vlaamse Regering wil verbinden. U wilt mensen verbinden, ongeacht hun afkomst of hun overtuiging. Dat vind ik zeer belangrijk. Dat is een waarde die wij delen. U bent terecht optimistisch over de Vlamingen en hun veerkracht, maar ik heb de indruk, het is mijn stellige overtuiging dat de Vlamingen weinig reden hebben tot optimisme van uw kant. Ik zal u zeggen waarom. In plaats van polariserende ballonnetjes op te laten ben ik in de zomer even onder de waterlijn gedoken. Ik ben mensen, minderjarige niet-begeleide vluchtelingen gaan opzoeken, om te bekijken in welke situatie zij leven, wat hun ambities zijn, wat hun dromen zijn. Ik heb veel van die mensen ontmoet, onder andere in Dendermonde, mensen die hopen hier een plaats in de maatschappij te krijgen, die ook hun verantwoordelijkheid willen nemen. Dan moet het me van het hart dat u op het vlak van vluchtelingen een behoorlijk cynisch beleid aan het voeren bent. U bekijkt hen als een kostenpost. U brengt ze terug tot een cijfer, 35 miljoen euro. U hebt er bij de vorige begrotingsaanpassing al heel wat miljoenen euro’s afgehaald en u haalt er nu opnieuw miljoenen euro’s af. U doet alsof Vlaanderen een eiland is. Het lijkt alsof er geen uitgaven meer moeten gebeuren voor huisvesting, voor onderwijs, voor de begeleiding van die mensen naar de arbeidsmarkt, voor vorming. U schrijft nu dus 35 miljoen euro in, terwijl u zeer goed weet dat het nog maar over het topje van de ijsberg gaat, dat nog heel wat erkende vluchtelingen op de verantwoordelijkheid van de Vlaamse Regering rekenen. Dat was de hoop, dat was het perspectief dat ik verwacht van een Vlaams minister-president die wil verbinden en pleit voor een warme samenleving.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, dat is al even grotesk als uw redenering van daarnet. U zegt dat mijn begroting niet in evenwicht is, maar verwijt me te besparen om ze in evenwicht te krijgen. Totaal onbegrijpelijk. Het is een van de twee. We hebben dit jaar inderdaad een onverwachte minderontvangst. Wees eens correct: geef toe dat we die nu op onze boterham krijgen en dat we maatregelen nemen om de begroting in evenwicht te brengen, en dat we vooruitkijken naar 2019, waarin we recurrent nog eens 300 à 400 miljoen euro minder gaan krijgen. Wees alstublieft eens consequent in uw redenering.

U stelt dat we de vluchtelingen als een kostenpost bekijken. Mochten we daarvoor geen budget hebben, dan zou u hier nog anders praten. Met collega Muyters zorgen we ervoor dat VDAB met Fedasil optreedt vanaf het moment dat mensen in de opvangcentra zitten, om daar de mensen al aan werkopleiding te helpen.

We hebben extra budget uitgetrokken om de kinderen – niet alleen van vluchtelingen maar ook van nieuwkomers, waar ze ook vandaan komen – ook in het kleuteronderwijs al OKAN-lessen te geven. Die budgetten zijn opgetrokken. Met Inburgering en Integratie vangen we die mensen op, we geven hen alle integratietrajecten die ze moeten volgen. We leiden hen tot maatschappelijke integratie en tot werk. We roepen de hele samenleving op om daaraan mee te werken, en dan zegt u: dat is een kostenpost. Dat is grotesk.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zou nog willen aanvullen, mijnheer Rzoska, wat de kinderen betreft. De middelen voor de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers zitten natuurlijk in de openendregeling van de gewone begroting van Onderwijs. Daarbij aansluitend hebben we ook de coachingbudgetten in het tweede jaar. De kinderen komen aan op school en zitten eerst in een onthaalklas in het secundair onderwijs, in het tweede jaar volgen ze een coachingprogramma. We hebben dat volledig herzien en op een nieuwe manier gefinancierd om ervoor te zorgen dat de middelen terechtkomen bij de kinderen die ze het meest nodig hebben.

Daar kunnen alleen maar positieve commentaren op gegeven worden en zeker geen kritiek.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

In dezelfde grootteorde als minister Crevits: bij de VDAB zijn er 35 mensen extra aangeworven om de bemiddeling te doen voor die asielzoekers. Dat staat in het budget. Wat de VDAB verder inzet, zal natuurlijk mee worden ingezet. Daarvoor moet er niet altijd extra budget zijn. Dat staat in de klassieke budgetten.

Ik heb morgen een achttal bladzijden antwoord aan de heer Annouri en mevrouw Talpe, over wat ik allemaal doe bij de VDAB naar die asielzoekers. Ik nodig u uit om daar mee te komen naar luisteren.

Ik zal dat met veel plezier doen, minister. Maar ik kan niet om de vaststelling heen dat deze Vlaamse Regering vindt dat Vlaanderen eigenlijk een eiland is. Uiteraard is de stroom van vluchtelingen niet gestopt. Uiteraard gaan we niet iedereen achter de muren van Turkije kunnen tegenhouden. Het is trouwens onze opdracht als westerse samenleving om die mensen een plaats te geven. Dan vind ik het bizar dat een budget zo snel daalt: van 120 gaat er 40 af bij de begrotingsaanpassing en nu schiet er 35 over. Terwijl de mensen die ik ontmoet op het terrein, mij vooral zeer veel noden signaleren. Ik zou het voluntaristisch vinden, mocht die Vlaamse Regering zeggen: we gaan daar voluit in.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, u moet eens kijken naar de middelen die nu in de reguliere middelen zitten. We voeren een recurrent beleid. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Voer dit debat intellectueel correct. Er is voor elke kleuter een budget opgenomen in het budget om OKAN-lessen te geven. Er is 35 man bij aangeworven bij de VDAB om zeer vroeg, in het allervroegste stadium, op het moment dat die mensen nog geen Nederlands spreken, al te beginnen met werktoeleiding. We zetten alle mogelijke middelen daartoe in. Wees alstublieft een klein beetje correct, mijnheer Rzoska.

Minister Hilde Crevits

Ik wil het pleidooi van de minister-president echt ondersteunen. Veel van die middelen zitten in de reguliere begroting. Per kindje dat er bijkomt, komen er ook lestijden bij. Dat is niet onbelangrijk. Als het aantal kinderen stijgt, gaan de budgetten mee omhoog. Omgekeerd, als het aantal kinderen daalt, dalen de budgetten natuurlijk ook. Daarmee volgen we het principe van de openendregeling.

Minister-president, wat me stoort, is dat u verwijst naar de reguliere middelen, die echter niet worden geïndexeerd. Ook dat staat in uw begroting 2017. Die worden niet geïndexeerd behalve – en dat is de uitzondering waar minister Crevits over spreekt – voor het lager onderwijs.

Ik moet eerlijk zeggen dat de niet-indexering van uw werkingsmiddelen en de verwijzing naar de reguliere middelen een kromme redenering is. Dat is pas grotesk.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Rzoska, het elementaire is toch dat als er kinderen op school aankomen, er leerkrachten zijn. En daar zit geen rem op, die systemen bestaan. In het basisonderwijs stromen ze in en komt er extra omkadering. In het secundair onderwijs stromen ze eerst in aparte klassen in en erkennen wij de scholen en het jaar erop is er een coachingprogramma. Dat heeft helemaal niets te maken met besparingen.

We zijn nu natuurlijk zwaar aan het focussen op onderwijs, en het siert u dat u uw winkel zo verdedigt, maar er is natuurlijk ook nog huisvesting. Ik hoor zeer veel lokale besturen op dit moment aan de alarmbel trekken, want de meeste erkende vluchtelingen stromen uit naar de private huurmarkt.

We moeten tanden bij steken om ervoor te zorgen dat de private huurmarkt – die al onder druk staat – wordt ontlast. Vandaar mijn opmerking. Ik hoop dat de Vlaamse Regering, die zegt zo veel mogelijk mensen te willen verenigen, daar oog voor heeft. Zelf vind ik dan dat het bedrag van 35 miljoen euro te laag is. Dat is mijn punt.

Voorzitter, ik behandel nu de begroting. Minister-president, ik had gehoopt dat u vorige maandag zou hebben gezegd dat u twee jaar hebt moeten besparen, en daarom een aantal niet-evidente zaken zou schrappen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ‘Turteltaks’. Waarom hebt u die niet geschrapt? Iedere Vlaming hoopte dat die taks zou worden geschrapt. Minister Turtelboom is weg, maar zij was niet het probleem, wel de taks. Minister Tommelein kwam in de plaats, verwoordde grote ambities en zei dat hij de ‘Turteltaks’ zou aanpakken wanneer hij dat zou kunnen. Wel, als u dan toch in 2017 een beleid met meer investeringen wilt voeren, dan begrijp ik niet waarom de ‘Turteltaks’ – die bij veel mensen zwaar op de maag ligt – niet wordt afgeschaft. (Applaus bij Groen en sp.a)

Mijnheert Rzoska, ik heb veel gezegd, maar het klopt niet dat ik dat heb gezegd. Nog niet zo lang geleden, van bij de aanvang, zeg ik dat ik niet kan toveren. Dit moet stoppen, mijnheer Rzoska. Ik zou hier nogmaals eens haarfijn kunnen uitleggen hoe de vorige regeringen een aantal zaken hebben ondernomen die niet erg verstandig waren. Zelf heb ik wél beslissingen inzake de energieheffing genomen. Op de ministerraad van 15 juli heb ik voorgesteld om de onbedoelde neveneffecten aan te pakken. Wees eerlijk en zeg dat ik bepaalde aspecten van de Energieheffing heb aangepakt. Voorts zeg ik dat ik alles in het werk zal stellen om de komende jaren de elektriciteitsfactuur te doen dalen. Maar ik kan niet toveren. Ik kan een miljardenschuld uit het verleden – en ik kijk niet toevallig in een bepaalde richting – niet wegtoveren. Ik vind u een toffe gast, mijnheer Rzoska, maar ik vind het sneu dat u steeds opnieuw de indruk wekt dat politici kunnen toveren. Ik kan veel en zal veel proberen, maar toveren kan ik niet.

Minister, mocht u daaraan twijfelen: die gevoelens zijn wederzijds. Ik vind u een toffe pee. Maar veel Vlamingen spreken mij aan over de ‘Turteltaks’. Ik weet dat u wordt geconfronteerd met zaken uit het verleden. Maar veel Vlamingen wijzen me op de onrechtvaardigheden van de ‘Turteltaks’. U hebt dat al licht geremedieerd. Maar die taks moet van tafel worden geveegd. Het kan niet dat mensen die op energie besparen, extra worden belast. Het kan niet dat grote bedrijven ten dele de dans ontspringen en kleine en middelgrote bedrijven de factuur betalen. Maar ik reken op u, met de rozige toekomst in 2017, 2018 en 2019 voor ogen, om te zorgen voor een fundamentele bijsturing.

Ik nodig iedereen die het goed met Vlaanderen en het klimaat meent, uit om zich te concentreren op wat we moeten doen: tegen 2020 de doelstellingen inzake hernieuwbare energie realiseren. We moeten dat allemaal samen doen. Er moeten zo veel mogelijk zonnepanelen en fotovoltaïsche installaties worden geplaatst. Op de overheidsgebouwen, minister Homans. Op de onderwijsgebouwen, minister Crevits. Ook op de gebouwen van de federale instellingen, en daartoe heb ik al contacten gelegd. Ook bij burgers moet dat. En dat moet gebeuren zonder oversubsidiëring, mijnheer Rzoska. De volgende jaren zal dat ook gebeuren: massale investeringen, zonder oversubsidiëring.

We gaan dat ook doen voor wind. We zullen een Windplan maken. Ik krijg meestal ook de positieve medewerking van de heer Danen. We zullen proberen om ervoor te zorgen dat er ook een Windplan komt. We zullen er ook voor zorgen dat we doelstellingen behalen zodat we niet meer dezelfde fouten uit het verleden maken.

Als u zegt dat dit allemaal niet weg kan worden gedaan, dan vraag ik u om het tot de juiste proporties terug te brengen en eerlijk te zijn. Zeg niet dat grote bedrijven en kmo’s niet betalen of niet meer betalen dan een gewone particulier. Er wordt steeds gesproken over de energieheffing voor de gewone gemiddelde Vlaming. Er wordt nooit bij gezegd dat 260.000 gezinnen een verminderde energieheffing betalen die met moeite een halve euro per week bedraagt. Er zijn heel veel bedrijven die meer betalen, maar daar wordt altijd over gezwegen. U doet alsof de bedrijven niet betalen, en dat is niet correct. Voor de gemiddelde Vlaming bedraagt de heffing inderdaad 100 euro. Dat is nog geen 2,5 euro per week. Mijnheer Rzoska, ik weet niet in welke cafés u gaat, maar daar kunt u met moeite tegenwoordig nog een pint voor drinken.

De boodschap die u als groenen zou moeten geven, is dat men dit moet proberen te vermijden door er eerst en vooral voor te zorgen dat men minder elektriciteit verbruikt, dat men zijn huis goed isoleert en dat men de spouwmuren isoleert. Men kan een aantal dingen doen om de energiefactuur naar beneden te krijgen. Als men dan nog verstandig genoeg is om de prijzen te vergelijken en te werken in een concurrentiële, liberale sfeer, dan kan men ervoor zorgen dat op het einde van de rit de factuur absoluut draaglijk wordt. U moet dan wel de moed hebben om tegen de mensen te zeggen dat ze in plaats van te zeuren, moeten kijken waar de opportuniteiten liggen. Dat verwacht ik van u in de toekomst. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, ik hou van uw voluntarisme en ik vind dat u straf bent begonnen op Energie. We hebben dat altijd ondersteund en we hebben wel degelijk ook met de heer Danen en anderen duidelijk gemaakt dat het momenteel zeer interessant is om te investeren in zonnepanelen. Het is zeer interessant om te kijken hoe men zelf een stuk energie kan opbrengen en hoe men zelf voor een stuk energiebesparing in de hand kan werken. Ik kan er echter niet omheen – en u moet me dat dan maar vergeven – dat de ‘Turteltaks’ op dit moment nog altijd blijft leven als zijnde onrechtvaardig en niet op een correcte manier in elkaar gestoken.

Ik heb daarnet niet gezegd dat kmo’s niet betalen. Ze betalen wel degelijk, maar ze betalen meer dan een aantal grote bedrijven die worden gespaard. Het is intellectueel correct om dat te erkennen.

Voorzitter, dames en heren, ik kom tot de begroting in evenwicht, want ik weet dat de heer Diependaele daar met spanning op zit te wachten. Ik heb eens goed gekeken – en ik vermoed dat dit een van de redenen is waarom het Eandis misschien handig uitkwam dat de camera kon verschuiven – naar de tabellen die op de tafel zijn gelegd inzake de inkomsten, de gewestbelastingen. Daar zitten een aantal dingen in die me zeer onlogisch voorkomen. U bent terecht opgetogen over de ontdieseling als gevolg van de vergroening van de verkeersbelasting. We hebben een paar dagen geleden nog in de krant kunnen lezen dat dit aan het lukken is en dat meer Vlamingen een groenere wagen kopen, wat goed is. Toch gaat de verkeersbelasting volgend jaar, uw inkomsten, met 25 miljoen euro naar omhoog. Ik vind dat zeer bizar. We zijn een beleid aan het voeren tot ontdieseling, en dat lijkt te lukken in de praktijk. De groenere wagens betalen geen belasting op de inverkeerstelling (BIV) en worden tot 2020, als ik me niet vergis, vrijgesteld van verkeersbelasting. Toch zie ik in de post Verkeersbelasting 25 miljoen euro erbij. Dat is bizar. (Opmerkingen)

Dat is waarschijnlijk een raming van minister Van Overtveldt. Dat kan zijn. (Rumoer)

De fiscale regularisatie gaat maal vier: 100 miljoen euro aan inkomsten fiscale regularisatie. U gaat ervan uit dat alle belastingzondaars – ik zal ze maar zo omschrijven – zich spoorslags zullen aanmelden. De verkooprechten gaan plus 110 miljoen euro. U gaat er dus van uit dat de vastgoedmarkt nog zal verhitten en dat we daar extra inkomsten uit zullen halen.

Met andere woorden: u hebt bij wijze van spreken uw begroting gedopeerd, u hebt uw inkomsten kunstmatig naar omhoog gedreven op een aantal posten die wat mij betreft haaks staan op het beleid dat u voert en waar u uzelf voor op de borst klopt. Langs de andere kant, minister-president en mijnheer Diependaele, hebt u een aantal uitgaven buiten de begroting geparkeerd. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn scepticisme over de begroting bijzonder groot is, en ik zal u zeggen waarom. U hebt zelf verklaard dat u diverse boekhoudkundige ingrepen hebt gedaan – u wou het geen trucks noemen – om uw begroting in evenwicht te krijgen. Nog geen anderhalve week geleden konden we lezen dat er ongeveer 560 miljoen euro moest worden gezocht. Dat zijn geen cijfers van de oppositie, want wij hebben die niet. Op één nacht tijd gaan we naar een begroting in evenwicht. Wat zeg ik? Naar een overschot: 8 miljoen euro overschot. Op één nacht tijd! U hebt dat ‘diverse boekhoudkundige ingrepen’ genoemd. Ik noem dat boekhoudkundige trucs, waarvan ik dacht dat de N-VA, met ‘de kracht van verandering’, daar openlijk afstand van nam in het verleden. Maar blijkbaar past ze nu zelf, zonder enig probleem, boekhoudkundige trucs toe om een begroting in evenwicht op papier te kunnen indienen in het parlement. Op één nacht tijd. Bijzonder merkwaardig.

Om dat evenwicht te forceren, zet u Oosterweel en de ziekenhuisfinanciering buiten de begroting. Ik wil aan u vragen hoe het nu staat met uw vraag aan Europa. Mag het nu? Dat is de discussie waar we keer op keer op terugkomen. Ik meen begrepen te hebben uit wat vandaag in sommige kranten ‘Europese kringen’ worden genoemd, dat men niet zo opgezet is met de truck die u toepast met uw begroting in evenwicht. Hebt u nu trouwens officieel de vraag al eens gesteld aan Europa of én Oosterweel én de ziekenhuisfinanciering buiten de begroting kunnen staan? Ik dacht dat in uw regeerakkoord stond dat als u wilt afwijken van een aantal Europese regels, u eerst toestemming ging vragen aan Europa. Dat staat in uw eigen regeerakkoord. Ik stel nu vast dat u in één nacht tijd – Oosterweel had u er al buiten gezet – ook nog eens de ziekenhuisfinanciering erbuiten zet en u aan de Vlaming zegt dat u een begroting in evenwicht hebt, met 8 miljoen euro overschot. Nu zijn bepaalde inkomsten gedopeerd en bepaalde uitgaven uit het beeld geschoven. Dat zijn inderdaad boekhoudkundige ingrepen. Dat zijn bij wijze van spreken boekhoudkundige trucs om aan de Vlamingen wijs te maken dat u goed bezig bent. (Applaus bij sp.a en Groen)

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Rzoska, wat de ziekenhuisfinanciering betreft, een zeer ingewikkeld systeem waar ik gisterenavond naar aan het zoeken ben geslagen, gebeurt het volgende. We zitten met een federaal systeem dat ervoor zorgde dat je per jaar maar iets op je begroting moest nemen. Op een bepaald moment heeft Europa gezegd dat dat niet meer kon en dat men dat volledig moest nemen. Infrastructuur die volgend jaar zou worden gebouwd, moesten we in één keer op de begroting nemen. Blijkbaar pleit u ervoor om te zorgen dat die dan niet doorgaat of dat we ergens anders gaan schrappen, ik weet het niet. In elk geval zorgen we nu met dit systeem dat we effectief teruggaan naar een jaarlijkse betaling en het daardoor de komende jaren kunnen spreiden. Ik vond het interessant eens na te kijken van wanneer dat oud federaal systeem kwam, dat u nu een boekhoudkundige truc noemt, en dat niet aanvaard is door Europa. Dat komt blijkbaar uit 2002, op een moment dat Agalev in de Federale Regering zat. Het is eigenlijk de rommel van toen die we opkuisen met het nieuwe systeem. (Applaus bij de meerderheid)

Amai, mijnheer Diependaele, ik ben onder de indruk. U hebt dat dus op één avond bijeen gepuzzeld.

Matthias Diependaele (N-VA)

Ziekenhuizen gaan zeer lang mee, mijnheer Rzoska. We doen toch aan politiek en beleid voor de toekomst. Een beetje vooruitkijken, alstublieft.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik ben stomverbaasd over de kritiek van de heer Rzoska. Stomverbaasd. Wat Oosterweel betreft, hebben wij in alle rust van meet af aan gezegd dat we, gelet op de grote omvang van de investering, alle eigenlijke Oosterweelinvesteringen buiten de begrotingsdoelstellingen zouden houden. We nemen er een pak in de begroting op, net zoals we vorig jaar er een pak in de begroting opgenomen hebben die betrekking hebben op de voorbereidende werken en net zoals Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) er een groot aantal betaalt met eigen inkomsten. Het kan gewoon niet dat je grote, zware, duurzame investeringen, die jobs en welvaart creëren en die een oplossing betekenen in dit geval voor een prangend mobiliteitsprobleem, in de begroting boekt tijdens de constructie.

Ik dacht dat ook de oppositie van oordeel is dat die Europese boekhoudregels contraproductief zijn voor grote, duurzame investeringen. Ik kom uit het Overlegcomité, waar door alle federale entiteiten is gezegd dat we stappen moeten zetten versus de Europese Commissie om voor dat soort investeringen te kunnen werken met afschrijvingen. Dit is de logica zelve. Nu ben ik verbaasd dat u zegt dat u daar voor het eerst mee wordt geconfronteerd. We hebben dat van meet af aan zo meegedeeld. Dit jaar, het begrotingsjaar 2017, gaat het over een bedrag van maximum 100 miljoen euro.

Voor de ziekenhuizen hebben we niets anders gedaan dan de boekhoudkundige boekingen af te stemmen op de kasuitgaven. We hebben de inkanteling gekregen van die grote ziekenhuisfacturen, louter boekhoudkundig, ESR-matig, die leidde tot zware, negatieve bijstellingen in 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021. We hebben een zeer goed systeem om die betalingen, die boekingen af te stemmen op de kasuitgaven en tegelijk brengen we een zeer goed systeem in lijn voor de financiering, de forfaits van die ziekenhuizen die op de bouwlijst stonden, plus daarbovenop een forfait voor instandhouding, voor investeringen voor alle ziekenhuizen. Dat is een zeer goed systeem dat in de begroting staat, collega’s.

Er staat inderdaad één postje van 40 miljoen euro buiten de begrotingsdoelstellingen, maar dat wist u al. Want u hebt deelgenomen aan het parlementair debat over het stabiliteitsprogramma. We hebben dat toen ook meegedeeld. Boven op alles wat nu in het bouwprogramma zit en waarvoor een oplossing moet worden gevonden, boven op de 5 miljard euro schulden die we nog eens ingekanteld gaan krijgen, want Vlaanderen gaat nog eens 5 miljard euro schulden voor de ziekenhuizen op zich mogen nemen, gaat dat over 40 miljoen euro waarover de federale gezondheidsinspectie in zes jaar tijd nooit de controle heeft kunnen doen. De federale overheid heeft gezegd dat Vlaanderen de controle van de werken die al waren uitgevoerd – niet voor werken die nog in dat bouwprogramma zitten – op zich moet nemen.

We hebben dan in het stabiliteitsprogramma gezegd dat dat een beetje van het goede te veel is, dat we dat nu nog niet eenmalig gaan rechtzetten, maar voor één keer – het gaat over één keer 40 miljoen euro – buiten de begrotingsdoelstellingen houden. Dat is goed bestuur. Dit is een begroting in evenwicht met open vizier. Voor die twee posten – ook voor Oosterweel, ik herhaal het in alle rust – hebben we van meet af aan gezegd dat we die techniek zouden toepassen. (Applaus bij de N-VA)

Ik sluit me aan bij de minister-president, mijnheer Rzoska, want ik heb al gezegd dat we geen tovenaars zijn, maar we zijn ook geen goochelaars. Het vermelden van trucs is helemaal niet correct. Wat we gaan doen met de ziekenhuisfinanciering, is duidelijk afgetoetst. We hebben daar adviezen over van Eurostat, en we hebben adviezen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Dit is exact hetzelfde als wat we doen met de financiering van de rusthuizen. Dit is dus helemaal geen truc.

Over Oosterweel hebben we al heel wat discussies gehad in de lange periode dat ik minister van Begroting en Financiën ben, maar ook daar kunnen we niet toveren. Leg mij eens uit, mijnheer Rzoska, hoe je in een begroting van iets meer dan 40 miljard euro, een eenmalige investering van 3,5 miljard euro kunt inbrengen in de begrotingsdoelstellingen en waar u dan zult besparen? Als u dat in de doelstellingen in de begroting van ongeveer 40 miljard euro – ondertussen iets meer dan 41 miljard euro – binnenbrengt en het klopt en is in evenwicht, als u weet dat de totale begroting al voor meer dan de helft bestaat uit dingen die ons nauw aan het hart liggen zoals onderwijs en welzijn, en waarvan we weten dat een groot stuk van die begrotingsmiddelen lonen en wedden zijn, dan moet u me eens uitleggen – ik daag u uit – hoe u dat gaat doen. Ik wil wel, maar dat gaat niet. In zo’n kleine begroting zo’n investering binnenbrengen, toch een van de belangrijkste op dit moment in Europa, dat kun je niet doen.

Als ik eerste minister Charles Michel hoor zeggen dat we naar een investeringspact moeten gaan en dat we moeten blijven investeren, dan ga ik honderd procent akkoord. Maar als ik mevrouw Thyssen hoor zeggen dat ze in de toekomst toch rekening zal moeten houden met een aantal zaken, dan moeten we duidelijk maken dat als we dergelijke investeringen moeten doen … We moeten die doen, want als één iemand zegt dat we de investering in Oosterweel niet moeten doen omdat het allemaal niet zo belangrijk is, wel, mij lijkt dit cruciaal voor de economie en de welvaart van Vlaanderen, en niet alleen van Vlaanderen, maar van de Euregio.

Ik wil tot die investeringen overgaan. Als u nu zegt dat die investeringen binnen de begrotingsdoelstellingen moeten passen, daag ik u uit om me te vertellen waar ik dan moet besparen.

Minister Tommelein, het probleem is dat u de Vlamingen in economisch moeilijke tijden probeert uit te leggen dat de begroting in evenwicht is. Dat was niet mijn ambitie. Ik heb twee jaar geleden verklaard dat we, precies om de economie te laten opleven, de moed zouden moeten hebben om dat evenwicht tijdelijk te lossen en naar een structureel evenwicht in 2019 te streven.

Wat de Oosterweelverbinding betreft, hebt u me geen lessen te leren. De vorige Vlaamse Regering, waar u geen deel van uitmaakte, is met de pps-constructies begonnen. Ik zie toenmalig minister-president Peeters hier nog keer op keer zeggen dat hij dat zou regelen met Europa. Eurostat heeft keer op keer een negatief advies gegeven: het kon niet. Uw voorgangster, mevrouw Turtelboom, wilde het bedrag in vijf schijven snijden en in de begroting inbrengen. De minister-president vindt dat nu economische waanzin. Ik vraag me af hoe die investeringen buiten de begroting kunnen blijven als de Europese Commissie nog steeds niet heeft verklaard dat dit kan.

Toen ze hier begon, heeft mevrouw Turtelboom verklaard dat het geen pps-constructie kon worden. Ze had de les begrepen en wilde het bedrag in vijf schijven snijden en vijfmaal in de begroting opnemen. Ik heb die documenten nog liggen. U wilt de Oosterweelverbinding nu opnieuw uit de begroting houden.

Ik ben uiteraard voor investeringen, maar misschien moeten we eens met de Europese Commissie nagaan of we de afschrijvingsregels misschien kunnen aanpassen. Op dit ogenblik hoor ik echter dezelfde riedel als voormalig minister-president Peeters destijds heeft gebruikt. Er worden nog onderhandelingen met de Europese Commissie gevoerd.

Minister Tommelein, weet u hoelang we al met de Europese Commissie over dit dossier onderhandelen? Binnenkort zullen we over dit dossier vijftien jaar hebben onderhandeld en is er nog steeds geen toegeving van de Europese Commissie die uw budgettaire aanpak van de Oosterweelverbinding mogelijk maakt.

Minister-president, ik heb nog een tweede vraag. Ik heb u hierover in de Septemberverklaring niets horen zeggen. Hebt u al met premier Michel over zijn investeringspact vergaderd? Een van de suggesties van de Europese Commissie houdt in de Oosterweelverbinding op het niveau van de Federale Regering te bekijken. Het gaat tenslotte niet enkel voor Vlaanderen, maar ook voor België om een oplossing. Hebt u, toen premier Michel zijn oproep voor het investeringspact lanceerde, de telefoon genomen en hem gemeld dat u dit interessant vind en dat u graag eens zou willen praten over een dossier dat hier volgens u mogelijk in past? Hebt u dat gedaan?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, u blijft op twee benen hinken en u blijft totaal onsamenhangende betogen houden, waar geen mens bij kan. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Als de Europese Commissie er niet mee akkoord gaat dit buiten de begrotingsdoelstellingen te houden, moeten we die eenmalige investering, de tweede grootste publieke investering in de EU, in de begroting opnemen. Volgens u moeten we dit bedrag, ongeveer een half miljard euro, de komende jaren in de begroting opnemen. U moet me eens vertellen hoe u dat zou willen doen en hoe in 2019 tot een evenwicht zou komen. Dat is immers het tweede punt waar u steeds op terugkomt.

U moet me eens uitleggen hoe we in dat geval in 2019 een evenwicht zouden kunnen bereiken. U weet immers dat we volgend jaar ongeveer 900 miljoen euro minder zullen ontvangen. Dat is het gevolg van de eenmalige terugzetting van de Bijzondere Financieringswet. Vervolgens zullen we vanaf 2019 structureel en recurrent 300 miljoen tot 400 miljoen euro minder ontvangen.

U wilt met uw maatregelen in 2019 een evenwicht bereiken. Het gaat dan om blijheid en niet om inspanningen leveren. U wilt deficits boeken en u gebruikt onsamenhangende taal over de Oosterweelverbinding. Wat u zegt, hangt niet samen.

We voeren vanaf de eerste dag een beleid dat tot een evenwicht leidt om tot zware investeringen te kunnen overgaan. Heel deze ploeg zal in alle domeinen grote investeringen doorvoeren. Ik heb in de Septemberverklaring gesteld dat het werk niet af is. We zullen inspanningen moeten leveren om de jaren nadien nog meer inspanningen te kunnen leveren. U beweert dat dit kan zonder moeite te doen. Dat klopt niet. Iedereen begrijpt dat wat u vertelt niet samenhangend is. U moet ten aanzien van uzelf logisch zijn.

Minister-president, wat ik zeg, hangt wel degelijk samen. Ik heb nooit voor een evenwicht vanaf het begin gepleit. U hebt dat wel gedaan. Dat staat in uw regeerakkoord.

Wat de Europese Commissie betreft, wil ik u ergens aan herinneren. We zaten toen met een ander dossier, namelijk Scholen van Morgen. Op een bepaald ogenblik heeft de Europese Commissie het zwaard van Damocles laten vallen en beslist dat die scholen in de begroting moesten worden opgenomen. U hebt dat toen gedaan.

U presenteert hier een begroting in evenwicht op papier, maar in de realiteit is die absoluut niet in evenwicht. U dopeert de inkomsten en zet bepaalde uitgaven erbuiten. U kunt altijd gemakkelijk de paraplu opensteken naar Europa, maar op het moment dat de beslissing komt dat Oosterweel er toch in moet, dan hebben we een Scholen van Morgen-scenario, zelfs een nog veel groter scenario dan Scholen van Morgen.

U kunt mij tot op de dag van vandaag nog altijd niet aantonen dat Europa mee is in die piste. Ik wou voor u dat Europa mee was, maar op dit moment kunt u mij geen officieel stuk voorleggen waarin Europa zegt dat u dat budgettair zo kunt aanpakken. Dat kunt u niet.

Minister-president Geert Bourgeois

Die redenering mangelt. Dit is geen scenario Scholen van Morgen. Die zijn inderdaad geconsolideerd. Trouwens: de allerlaatste, die van de Duitstalige Gemeenschap, die ook door Eurostat goedgekeurd was, is ook ingekanteld. Blijkbaar wil de EU dus geen enkele pps-constructie meer in dit land, want zelfs bij de Duitstalige Gemeenschap, die niet alleen van het INR, maar ook van Eurostat het aval gekregen had, is er geconsolideerd.

Maar dit is geen schema Scholen van Morgen. Wij zeggen hier met open vizier dat we dat opsplitsten in vijf loten. We nemen dit op in de begroting, collega’s. We zeggen alleen dat we het buiten onze begrotingsdoelstellingen houden. Dit staat in de begroting. Het is niet iets wat je weggegomd ziet in de begroting. Het bedrag staat erin.

Dit is de tweede grootste publieke investering in de Europese Unie. Die is van belang voor Antwerpen, voor Vlaanderen, voor heel het land, voor heel Europa. Wij vragen om dat, gelet op het bijzondere karakter, buiten die begrotingsdoelstellingen te kunnen houden. Want elke mens met gezond verstand zegt dat als je dat moet inkantelen, je mag ophouden met andere investeringen. Bovendien staan daar inkomsten bij BAM tegenover, net zoals BAM ook in 2017 grote investeringen zal uitvoeren, die ze doet met eigen inkomsten.

Er is niets verborgens aan. Dit staat in de begroting. Anders zou u de post niet kunnen aanduiden. Die 100 en die 40 staan daar. We zijn daar inderdaad over in onderhandeling met de Europese Unie. Ik kan alleen maar vaststellen dat in heel de Europese Unie stemmen opgaan dat die Europese boekhoudregels aan een aanpassing toe zijn, mét respect voor de budgettaire orthodoxie en het feit dat je grote, zware en groeibevorderende extra investeringen moet kunnen afschrijven, met een budget in evenwicht.

Mijnheer Rzoska, u had ook nog een aantal opmerkingen over de gewestbelastingen en de ontvangsten. Het is inderdaad zo dat die stijgen en dat we die hoger inschatten dan bij de begrotingsaanpassing van 2016. Wat de schenkbelastingen betreft, houden we rekening met een verdere groei, want wij stellen vast dat door de verlaging, de vereenvoudiging en de vergroening van een aantal tarieven de schenking van onroerende goederen een groot succes is.

U ziet in de begroting ook dat wij rekening houden met een fiscale regularisatie. We hebben al voor de zomer aangekondigd dat we in principe een akkoord hebben binnen de regering om naar een fiscale regularisatie van de erfbelastingen te gaan. Op dat moment was er nog een discussie met de andere gewesten. Ondertussen hebben wij met collega Vanhengel en collega Lacroix van de andere gewesten een akkoord bereikt dat we daarin verder gaan. We hebben daar op dit moment ook gesprekken over met de federale overheid. En we verwachten effectief dat daar dit jaar extra inkomsten van zullen binnenkomen, waarvan ik ook verwacht dat ze een aantal effecten zullen hebben op de reguliere aangiften.

Wat de verkeersbelastingen betreft, spreekt u over een verhoging van 25 miljoen euro. Die is gebaseerd op de monitoring, op de reële ontvangsten die wij vandaag binnenkrijgen van het wagenpark. Het gaat over meer dan een miljard euro inkomsten. 25 miljoen euro op dat miljard euro, dat is niet ongelooflijk veel. Maar als ik vandaag vaststel dat dat de reële cijfers zijn, dan neem ik in mijn volgende begroting ook de reële cijfers mee. Wat had u gedacht? Dat ik die zou verlagen en ervan zou uitgaan dat er minder auto’s gingen rijden?

Daarbij heb ik voor een aantal andere zaken wel degelijk rekening gehouden met de vergroening. Dat zou u als muziek in de oren moeten klinken: de vergroening van het wagenpark die onmiskenbaar bezig is dankzij de maatregelen van deze regering en van mijn voorganger. Deze week las ik nog in de kranten dat de ontdieseling van Vlaanderen volop aan de gang is. U zou daarvoor moeten applaudisseren. Als ik erin slaag om dat verder af te bouwen, maar er via de monitoring toch voor kan zorgen dat die verkeersbelastingen op peil blijven, dan denk ik dat we goed bezig zijn.

In bepaalde media werd aangekondigd dat ik nieuwe taksen zou invoeren. U weet dat ik niet van plan ben om nieuwe taksen in te voeren. Wat ik, samen met mijn collega Schauvliege, wel ga doen, is een vergroening van het wagenpark van kleine zelfstandigen tot stand brengen. Daar zijn nog veel bestelwagens die op diesel rijden. Ook die moeten vergroenen. Dat is geen extra taks. Het is een sturing voor de nieuwe wagens die aangekocht worden omdat wij willen dat er schone wagens in het verkeer komen en de vervuilende wagens eruit gaan. U zou deze regering dus moeten bedanken omdat ze met vergroening bezig is en ervoor zorgt dat er meer schone wagens rijden in Vlaanderen.

Minister, ik ben het grotendeels eens met het betoog dat u afsteekt. U zegt zelf dat u een succesvol beleid aan het voeren bent als het gaat om vergroening. Ik heb die cijfers in de krant ook gezien. Maar ik zie wel dat er 25 miljoen euro verkeersbelasting bijkomt. Er klopt iets niet aan uw redenering. Op pagina 17 hebt u het over vermoedelijke realisaties voor het begrotingsjaar 2016 en iets verderop schrijft u dat de raming 2017 rekening houdt met de negatieve effecten voor de begroting als gevolg van het groener aankoopgedrag. Eén plus één is twee en niet drie. Hoe komt het dan dat de inkomsten uit de verkeersbelasting stijgen? Dat is toch absoluut onlogisch en dat staat toch haaks op het gevoerde beleid. Ik blijf bij mijn stelling, want we hebben het in de commissie al meermaals gehad over inkomsten die achterblijven wat betreft de verkeersbelasting, dat u inkomsten gedopeerd hebt om inderdaad een begroting in evenwicht op papier in te dienen.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, u wekt hier de indruk dat wij nattevingerwerk doen. Uit de voorlopige resultaten en de indicaties die we krijgen van de administratie voor 2016, blijkt nu al dat er in 2016 nog een stijging is ten opzichte van wat we bij de begrotingsaanpassing begroot hebben. In 2017 zullen we maar een heel minimale stijging hebben, namelijk minder dan 1,5 procent. Als die verkeersbelasting stijgt na onze vergroeningsmaatregelen, dan zijn dat objectieve factoren, en is dat een correcte inschatting.

Dus de inkomsten stijgen na de vergroening?

Ja, en ik zal u ook uitleggen waarom. Denkt u nu werkelijk dat als we een vergroening van de verkeersbelasting doorvoeren, alle Vlamingen meteen een nieuwe auto kopen? Zo gaat dat niet. Een aantal mensen maken de keuze om met hun oude wagen te blijven rijden. Die oude wagens blijven in het huidige systeem van de vergroening van de verkeersbelasting meer opbrengen. Dat is toch logisch. Als u mij nu vraagt of ik niet liever wat minder inkomsten daaruit zou halen, zit ik met een dubbel gevoel. Als minister van Financiën vind ik het goed dat ik daar nog wat meer inkomsten uit haal, als minister van Energie en pleitbezorger voor een beter klimaat zou ik daar inderdaad liever minder inkomsten uit zien voortvloeien. Als Jules en César beslissen om nog een tijdje met een oude auto te blijven rijden, zullen ze wat meer betalen. Zo simpel is het. Dat zal de Vlamingen er ook toe aanzetten om sneller over te gaan op nieuwe, propere wagens. Mijnheer Rzoska, u zou dit dus opnieuw moeten toejuichen. (Applaus bij de meerderheid)

Er zit iets bizars in uw redenering. Enerzijds zegt u dat die vergroening aan het lukken is. Als Jules en César nog niet aan een nieuwe wagen toe zijn, dan hebben Herman en Rik misschien wel al een nieuwe auto gekocht en zullen ze minder betalen. Dat blijkt toch uit de cijfers en de hoeraberichten over de ontdieseling van de jongste dagen, die ik toejuich. Anderzijds gaat u ervan uit dat die oude auto’s allemaal gewoon blijven rijden. Zo komen er meer auto’s in Vlaanderen. Dat is het klimaatbeleid van deze regering: meer auto’s, meer inkomsten.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister Tommelein, ik wil niet te technisch worden, maar ik denk dat er aan uw uitleg iets niet klopt. Als Jules en César met hun auto blijven rijden, die ingeschreven was voor de datum waarop de verkeersbelasting is veranderd, dan blijft het oude systeem van toepassing voor hen. Jules en César betalen exact dezelfde verkeersbelasting als vorig jaar en het jaar daarvoor. Het kan dus niet zijn dat uw inkomsten stijgen doordat zij meer betalen. De enige mogelijke verklaring is dat er allicht meer wagens verkocht worden in Vlaanderen, elk jaar opnieuw. (Applaus bij sp.a)

Ik zal nog wat les geven aan de heer Vandenbroucke. Om zeker niet de indruk te wekken dat ik niet voor diversiteit ben, zijn het deze keer Mohammed en Ali die een oude diesel kopen. Zij gaan vanaf nu meer verkeersbelasting betalen.

Dat is ‘ethnic profiling’. Ik zou daarmee opletten. Mohammed en Ali en een oude diesel …

U gaat ervan uit dat er geen oude diesels meer verkocht worden. (Opmerkingen)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister Tommelein, ik dacht dat het de bedoeling van de hervorming was om mensen te ontmoedigen wanneer ze een nieuwe wagen kopen, opdat ze dan een diesel kopen. De ontdieseling is aan het lukken, dat is onmiskenbaar zo. Maar u hebt daarnet gezegd dat mensen die ervoor kiezen om met een oude auto te blijven rijden, meer betalen. Dat klopt niet want zij vallen niet onder het nieuwe systeem. De vraag is dus: vanwaar komen die inkomsten? We kunnen het er in de commissie nog eens over hebben.

Mijnheer Vandenbroucke, ik zal een afsluitende les geven. Zoals u weet, ben ik, in tegenstelling tot u, een liberaal, een groene liberaal, maar ik wil de mensen niet verplichten om bepaalde auto’s te kopen. Als Hilde en Liesbeth beslissen om een propere wagen te kopen … (Gelach bij de ministers Hilde Crevits en Liesbeth Homans)

Maar dat is nog altijd de keuze van de mensen. Tenzij u nu wilt zeggen dat ik een decreet moet maken dat alle dieselwagens vanaf nu worden verboden op de markt. Dat zal ik niet doen!

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Daar zijn wij niet voor.

Mijnheer Rzoska en mijnheer Vandenbroucke, jullie houden geen rekening met het feit dat er nog altijd zoiets als een index bestaat. Die helpt wel vooruit. Stop daar nu eens mee. 25 miljoen euro op meer dan 1 miljard euro verkeersbelastingen. We zien, zoals de minister-president zegt, de inkomsten binnenkomen, zelfs meer dan ik hier inschat. En dan gaat u nog eens zeggen dat ik te veel doe. Maar wat moet ik nog doen? De auto’s van de autostrade halen? Dat zou natuurlijk goed zijn. Maar dat is niet realistisch.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Ik zou graag van de minister van Financiën, die wat lesgeeft, nog wat toelichting krijgen over de transparantie van zijn begroting en zijn begrotingsdoelstelling. Wij zijn ook voor investeringen. Ja, investeringen in de Antwerpse mobiliteitsknoop. We hebben het er in de commissie al een paar keer over gehad, dat we zeker moeten praten met Europa over de investeringen in de Antwerpse mobiliteitsknoop. Die mogelijkheid moet blijven bestaan.

Maar ik blijf een beetje ongerust over de ziekenhuisfinanciering. Minister Tommelein, u gaat er nogal gemakkelijk overheen. Met minister Vandeurzen hebben we het daarover ook al even gehad. U loopt daar wel een groot risico. U zegt hier even vlotweg dat er adviezen zijn van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) en van Eurostat. U trekt de parallel met de rusthuisfinanciering. Maar u vergeet één groot probleem. Ministers Tommelein en Vandeurzen, die ziekenhuizen zijn momenteel al geconsolideerd in de begroting. Europa doet dat al. De rusthuizen nog niet. Daar bestaat een groot verschil. Mijn vraag gaat niet over de 40 miljoen euro waarover de minister-president het heeft. Mijn vraag gaat over een correctie van 300 miljoen euro die u hebt gedaan. Dat heeft De Tijd een boekhoudkundige truc genoemd, en het is echt wel een truc. Op welke adviezen van het INR of Eurostat baseert u zich om te zeggen dat die ziekenhuizen niet meer geconsolideerd zullen worden in de begroting?

Minister Jo Vandeurzen

Wat het goede is, is dat we na de bevoegdheidsoverdracht, waardoor we nu bevoegd zijn geworden voor heel het investeringsbeleid in ziekenhuizen, een nieuw financieringssysteem hebben ontwikkeld om de investeringen in de toekomst te kunnen blijven doen. Wat dat betreft baseren we ons op de redenering die ook voor de residentiële ouderenzorg is gevolgd, namelijk: als men die financiering koppelt aan objectieve parameters zoals het aantal bedden, en onderdeel maakt van de exploitatiefinanciering, dan mag men dat ESR-matig aanrekenen zoals we dat nu doen. Het zijn de oude engagementen die, in overleg met de ziekenhuizen, ook in dat nieuwe systeem worden ingeschoven. Dat is de beste manier om dat ESR-matig te vertalen. De minister-president heeft dat heel terecht aangehaald: honderden miljoenen euro heeft men in het verleden eenmalig moeten imputeren op één jaar op het ogenblik van de ingebruikname. Dat is economisch echt niet logisch. Dit systeem zal het mogelijk maken om dat geleidelijk te doen.

Jan Bertels (sp·a)

Mijn vraag ging niet over het toekomstige financieringssysteem, want daar probeert u een goede piste te bewandelen. Hopelijk aanvaardt Europa die ook. De vraag was aan minister Tommelein, die vlot komt zeggen dat we ons baseren op adviezen van het INR en Eurostat over de ziekenhuizen. Ik vroeg me af welke adviezen dat zijn. Ik kan ze niet terugvinden. Ik ken alleen adviezen waar ze momenteel geconsolideerd zijn, net het tegenovergestelde, waardoor u geen 300 miljoen kan corrigeren in uw begroting. Dan heb ik het niet over de toekomst.

De forfaits zijn op zich als systeem goedgekeurd door het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen heeft op zich met de forfaits geen probleem. Dat heeft daar, binnen of buiten de consolidatie, in feite niets mee te maken. De forfaits zijn goedgekeurd. Of dat nu binnen of buiten de consolidatie is, heeft daar niets mee te maken.

Jan Bertels (sp·a)

U zegt nu dat de ziekenhuizen niet meer geconsolideerd gaan worden?

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Die vraag blijft hangen, mijnheer Bertels. Dat is dan voor de commissie.

Ik wil een voorlaatste onderwerp aansnijden: klimaat. Wat we in uw Septemberverklaring misten, was een behoorlijke ambitie op het vlak van klimaat en van energie. U hebt er wel naar verwezen en u hebt ook gezegd 50 miljoen euro te zullen vrijmaken in 2017, maar het was me niet helemaal duidelijk: is dat extra budget dat er bovenop komt? Hoe zit het met de klimaatdoelstellingen die al door de Vlaamse Regering zijn aangenomen tot 2020? In uw zelfde Septemberverklaring koppelt u die 50 miljoen euro aan een klimaattop. Voor alle duidelijkheid: de klimaattop waarnaar u verwijst, gaat natuurlijk over post-Parijs, dus post 2020. Het was ons niet helemaal duidelijk waar de 50 miljoen euro eigenlijk bij komt.

Minister-president, eigenlijk hadden we gehoopt dat u voluntaristisch eindelijk een omschakeling zou maken op het vlak van klimaat en energie. Binnenkort moeten de landen die het Parijsakkoord hebben onderhandeld, immers ook de ratificatie doen. Dat moet gebeuren vóór de volgende top op 7 november in Marrakesh. Daarover horen we zeer onrustwekkende signalen: landen die niet ratificeren vóór 14 oktober zetten zichzelf buitenspel. Ik hoop dat u erin zult slagen om te ratificeren vóór 14 oktober, want anders gaan we opnieuw met rode kaken op de internationale klimaatscène staan, net zoals op de vorige klimaattop in Parijs.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik wou antwoorden op de vraag over de 50 miljoen euro. U weet dat we voor deze legislatuur in totaal in 325 miljoen euro extra hebben voorzien. De maatregelen gaan prioritair naar gebouwen, sociale huisvesting, scholen, maar ook naar mobiliteit. Op alle vlakken worden bijkomende maatregelen genomen. U weet dat elke collega op dit moment bezig is, samen met de sectoren, om rondetafels te organiseren om die maatregelen heel concreet te maken. Dat is de 50 miljoen euro. Dat zal dus vanaf nu al worden ingezet om de klimaatdoelstellingen te halen.

U zegt dat de klimaattop alleen gaat over de periode post 2020, maar dat is niet het geval. De klimaattop gaat ook over bijkomende engagementen voor de periode tot 2020, maar intussen bereiden wij ook de periode richting 2050 voor. De klimaattop op 1 december zal dus ruimer gaan dan de maatregelen richting 2050.

Er was ook een opmerking over de ratificatie. Ik wijs u erop dat de Vlaamse Regering op dat vlak op schema zit.

Minister; het is goed dat er in het klimaat wordt geïnvesteerd, maar die 50 miljoen euro komt boven op die meer dan 300 miljoen euro die een deblokkering is van middelen die heel lang hebben vastgezeten. Wanneer de Vlaamse Regering werk wil maken van een sterk milieu- en klimaatbeleid, verwacht ik een even grote investering als in bijvoorbeeld een aantal betonprojecten zoals Oosterweel van 3,5 miljard euro. Voor de Brusselse ring gaat het over 2 miljard euro. Bij Oosterweel gaat het bovendien bijna uitsluitend over automobiliteit. Ik had gehoopt dat deze Vlaamse Regering op het vlak van klimaat en energie eindelijk een hoopvol perspectief voor de Vlaming zou bieden, zodat we van Vlaanderen een bijzondere regio kunnen maken. Ten opzichte van die andere bedragen gaat het hier over peanuts. Ik zie geen substantiële bedragen waarvan ik vind dat we er een omslag mee kunnen maken op het vlak van energie en klimaat. We zouden daar veel meer in moeten investeren. Nu gaat het om een schamele 50 miljoen euro extra.

Mijnheer Rzoska, als u het Vlaams klimaatbeleidsplan hebt gelezen, dan weet u dat wij in totaal 1 miljard euro investeren in de aanpak van de klimaatverandering en in de vermindering van de uitstoot van de broeikasgassen. We boeken ook resultaat en we zitten op schema om de doelstellingen 2020 te halen. Het gaat niet alleen over die opstap van 50 miljoen euro voor 2017. Wij investeren in totaal 1 miljard euro.

Maar dat gebeurt niet tijdens deze legislatuur, minister. Het gaat tot 2020. Ik had verwacht dat er een groeipad zou zijn voor het klimaat. In dit parlement hebben we een klimaatcommissie. Een van de meest interessante passages in die commissie was afkomstig van degene die in Nederland verantwoordelijk is voor de Energiesprong. De hele commissie was onder de indruk van de presentatie die de man in kwestie heeft gegeven. Nederland pakt al een aantal jaren uit met een nationaal energieakkoord tussen de overheid, de bedrijven en de civiele samenleving en investeert daar gigantisch veel geld in. Men beseft daar immers wat dit oplevert voor de maatschappij, met onder meer green deals die zorgen voor experimenteerruimte. Wanneer ik deze Septemberverklaring vergelijk met de Nederlandse ambitie, dan stel ik vast dat wij daar nog heel ver af staan. De volgende jaren moeten er extra investeringen gebeuren in energienetten, energierenovatie, energieopslag en hernieuwbare energie. Het verhaal uit Nederland en het interessante advies van de SERV op vraag van de klimaatcommissie van dit parlement, duiden op twee sprongen: investeren in grote maatschappelijke uitdagingen zoals scholen, publieke gebouwen en duurzame mobiliteit en erop toezien dat al die investeringen nagenoeg CO2-neutraal worden uitgevoerd en maximaal bijdragen aan het halen van onze klimaatdoelstellingen, en dat op eigen kracht, in Vlaanderen zelf dus. Pas dan zullen we zien, zoals ook in het SERV-advies staat, dat klimaatinvesteringen jobs opleveren, en dat wat goed is voor het klimaat, ook goed is voor de levenskwaliteit van de Vlamingen. Ik had gehoopt dat deze Vlaamse Regering een stevig plan op tafel zou hebben gelegd om die klimaatdoelstellingen te tackelen. Ik zie echter heel veel geld voor klassieke betonprojecten en heel weinig geld voor een energie- en klimaatinvestering die naam waardig.

U weet heel goed dat de Vlaamse Regering al beslissingen heeft genomen in een aantal voorbeelden die u opsomt. Wat de gebouwen betreft, wil ik u erop wijzen dat we bijzonder ambitieus zijn inzake het E-peil van nieuwe gebouwen en woningen.

Op 1 december zullen wij ook het energievraagstuk aanpakken. Minister Tommelein kan bevestigen dat wij niet alleen over klimaat zullen praten, maar dat er ook een heus energiepact zal worden afgesloten.

De beide sporen worden op dit moment dus bewandeld. We hebben tal van maatregelen genomen. Daarnet was er een hele discussie over de ontdieseling. U moet weten dat we ook bij de vergroening van de verkeersfiscaliteit een heel belangrijke CO2-component hebben ingebracht. We zien dat ook dat een succesverhaal is. Dat geeft resultaat. Het klopt dus helemaal niet dat wij niets doen op klimaatvlak. Er zijn heel veel maatregelen. Zoals ik daarnet heb gezegd, wordt die 50 miljoen euro prioritair ingezet voor het energiezuiniger maken van gebouwen. Het is niet zomaar dat deze Vlaamse Regering dat heeft beslist, maar net omdat wij er ook van overtuigd zijn dat we ter zake heel wat winst kunnen boeken. Het klopt dus helemaal niet dat wij niets doen, dat we daar geen visie op hebben. We hebben op dit moment ons Vlaams Klimaatbeleidsplan. U weet dat het onze ambitie is om samen met alle actoren op 1 december een groot energie- en klimaatpact af te sluiten en daar ook allemaal voor te gaan. Dat is de ambitie van deze Vlaamse Regering, en dat u doet alsof die er niet is, vind ik wel bijzonder flauw. (Applaus bij CD&V)

Minister, ik heb niet gezegd dat er niets gebeurt. Ik heb gezegd dat er te weinig gebeurt. Ik heb gezegd dat, als een minister-president in zijn Septemberverklaring het klimaat terecht naar voren schuift, ik dan ook verwacht dat daarop substantieel wordt ingezet in de begroting voor het komende jaar die daarachter zit, en dat heb ik niet gezien.

Ik kom terug op het energiebeleid. Ik hoop dat we in de klimaatcommissie van dit parlement naar een gemeenschappelijk resultaat kunnen gaan, om de Vlaamse Regering op te jagen op het vlak van energie. In Nederland bewijst men immers dat het wel degelijk anders kan, dat het met meer ambitie kan, dat het met meer kracht kan. Ik kan me toch niet van de indruk ontdoen dat de Vlaamse Regering van de afgelopen jaren niet zo’n goed rapport op het vlak van klimaat kan voorleggen. Ik hoopte dus dat er, om het met de woorden van de minister-president te zeggen, ook onmiddellijk boter bij de vis zou komen ter zake. Ik heb daarnaar gezocht. Ik heb iets gevonden, maar veel te weinig om die stap vooruit te zetten die Vlaanderen op dat punt echt moet zetten.

Ik word niet meer onderbroken, dus daar gaat men dan mee akkoord. (Gelach)

Ik denk dat deze Vlaamse Regering een kans heeft gemist om een aantal cruciale dossiers op te lossen. Dan kom ik inderdaad terug op de ‘Turteltaks’. U zegt daarover tegen de meeste Vlamingen dat ze hun plan moeten trekken. Dan kom ik terug op de indexering van de kinderbijslagen. Het is jammer dat u dat niet te baat hebt genomen om aan de Vlaming te zeggen dat u hem op dat vlak zult ondersteunen. Ook daar is het dus ‘trek uw plan’. Minister-president, met een aantal boekhoudkundige ingrepen, zoals u het noemt, hoewel ik ze liever omschrijf als boekhoudkundige trucs, zegt u tegen de Vlaming dat u goed bezig bent, dat u normaal gezien zelfs 8 miljoen euro over zult hebben in 2017. Uw regering zegt dus gewoon ‘trek uw plan’ aan mensen die het moeilijk hebben. Voor ons moet het helemaal anders: menselijker, gezonder, beter en met meer daadkracht, vooral op het vlak van klimaat en energie.

Minister-president, ik sluit af zoals ik ben begonnen. Ik kijk uit naar de verklaring over Eandis deze namiddag. Beste Vlaamse Regering, ik hoop immers dat u beseft dat een essentieel onderdeel van het beleid qua klimaat en energie het eigen elektriciteitsnetwerk is. Ik hoop dat u deze namiddag aan de Vlaming komt zeggen dat u dat in Vlaanderen gaat houden, dat u op zoek gaat naar een participatie van hem in dat elektriciteitsnetwerk, dat we toch niet een dergelijk essentieel onderdeel van een energiebeleid aan het buitenland gaan verkopen. Ik kijk met spanning uit naar datgene waarop u vanmorgen niet wou antwoorden. Houd Eandis in Vlaamse handen. Mijnheer Diependaele, misschien moet u dan eens met de Vlaamse beweging bellen. Objectief V lijkt me: Eandis in Vlaanderen houden. (Applaus bij Groen)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.