U bent hier

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Voorzitter, minister, we staan aan de vooravond van de zomervakantie: traditioneel de periode waarin de jeugdbewegingen massaal op kamp vertrekken. Voor dat kamp doen de jeugdbewegingen een beroep op het tentenaanbod van de Uitleendienst Kampeermateriaal. Nu bereikten ons bij herhaling signalen dat het aanbod van de uitleendienst veel vroeger en sneller uitgeput raakt. Dat is een jaarlijks terugkerend probleem. Ik heb hier vorig jaar ook de problematiek aangekaart. Ook toen trokken de jeugdbewegingen aan de alarmbel, maar door een samenspel van diverse alternatieven naast de uitleendienst heeft men in 2015 aan twee aanvragen niet kunnen voldoen. Begin deze week bereikten ons via de media geruchten dat er een ruim tekort aan slaapplaatsen dreigt, namelijk 15.000 slaapplaatsen.

Minister, in een recent antwoord op een parlementaire vraag hebt u gezegd dat er in de drukste periode van dit seizoen 81.606 aanvragen zijn, waarvan er toen, ondertussen een aantal weken geleden, 66.140 waren toegezegd. Kloppen de cijfers die deze week in de media werden aangehaald? Is er een tekort aan slaapplaatsen? Of zijn er andere cijfers, zeker als rekening wordt gehouden met de diverse alternatieven?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Van Eetvelde, ik dank u voor de vraag, die me de gelegenheid geeft om u en hopelijk ook de rest van het halfrond en de Vlaamse jeugdbewegingen gerust te stellen. Ik was immers ook wat verrast toen ik dat cijfer in de pers zag opduiken van 15.000 jongeren die geen slaapplaats op kamp zouden hebben. Dat is gelukkig niet het geval. Het gaat over een 1000-tal plaatsen. Waar komt het cijfer vandaan? U bent ondertussen ook al een specialist in de materie geworden. Nadat de jeugdbewegingen op een bepaald moment in het najaar hun formele aanvraag hebben kunnen indienen, begint men bij onze uitleendienst te bekijken hoe men vraag en aanbod het best met elkaar kan verzoenen. Dat cijfer van 15.000 is eigenlijk op een gegeven moment in een schriftelijke vraag in april aan bod gekomen. Ondertussen zijn we alweer meerdere maanden verder en hebben we het probleem dus tot 1000 kunnen terugdringen, wat eigenlijk tussen de 1 en 2 procent van de gevraagde tentencapaciteit is. Vorig jaar zijn we erin geslaagd om dat nog verder terug te dringen, tot meer dan 99 procent. Nu zitten we aan iets meer dan 98 procent. Ik ga er dus van uit dat het dit jaar ook nog wel moet lukken om de 100 procent bijna te bereiken. We krijgen daarbij ook steun in de vorm van enkele tientallen tenten van Defensie en de provincie Vlaams-Brabant, waarvoor uiteraard dank. Op dit ogenblik is er van de ongeveer 1100 aanvragen van groepen een kleine 1000 waarbij onze eigen uitleendienst, die in dezen toch wel schitterend werk verricht, heeft kunnen helpen. Met het extraatje van de provincie Vlaams-Brabant en Defensie komen we er bijna allemaal.

Er is ook een mechanisme, dat ik toejuich, waarbij als er problemen ontstaan – en dat die kunnen ontstaan en ontstaan wil ik niet onder mat vegen –, groepen onderling oplossingen vinden wat het uitlenen van tenten betreft. Ook met de bemiddeling van onze uitleendienst worden, ook door dagen van het afhalen of inleveren van tenten te verschuiven, de problemen nog week na week teruggedrongen. Het probleem is er dus, maar veel minder omvangrijk dan in de pers staat. We halen op dit ogenblik een rapport van 98 procent. Dat lijkt me goed in deze examentijd. Ik wil natuurlijk mijn uiterste best doen, samen met alle partners, om ook dit jaar naar die 100 procent te kunnen gaan.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik voel me toch een beetje gerustgesteld, want ik keek wel zeer vreemd op toen ik die cijfers hoorde begin deze week. Als overheid moeten we er echt wel alles aan doen om de stock van de uitleendienst op peil te houden. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid: enerzijds een stabiel contingent beschikbaar houden en anderzijds zoeken naar die samenwerkingsverbanden met de verschillende alternatieven. U hebt er zelf een aantal van opgenoemd: Defensie, de provinciale uitleendienst Vlaams-Brabant, de jeugdbewegingen onder elkaar, eventueel een aanbod op de private markt. Ik heb er wel vertrouwen in dat het in orde komt. Nu is het het drukste moment voor de uitleendienst om alles met elkaar te matchen. Ik hoop dat we binnen een aantal weken een volledig zicht op de situatie hebben, maar uit uw antwoord kan ik afleiden dat het nog redelijk geruststellend is. Dat wil niet zeggen dat we niet op onze hoede moeten zijn en de zaken verder blijven opvolgen.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil de minister eerst en vooral danken voor de duiding van de cijfers. Het is van belang in eerste instantie te kunnen debatteren op basis van correcte cijfers. Daarnaast weten we dat de uitdaging van de tenten een verhaal is dat elk jaar weer naar boven komt en al tien tot twintig jaar meegaat in het parlement. We moeten vaststellen dat het aantal jongeren dat op kamp wil gaan, nog stijgt. Door de organisatie van het academiejaar wordt de piekperiode waarin jongeren op kamp gaan, ingekort. Met andere woorden: de nood aan tenten op een hele korte periode, stijgt alleen maar.

Minister, ik ben positief over het feit dat u effectief streeft naar 100 procent en dat u alle mogelijkheden uit de kast haalt om nog efficiënter tenten in te zetten, ook naar organisaties die zelf tenten hebben. Ik wil u nog een suggestie meegeven. De tenten van Defensie worden hier ingezet, maar misschien zijn er ook in buurlanden bij Defensie of veiligheidsdiensten die ook zouden kunnen worden ingezet en op die manier meer aanbod kunnen betekenen.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik dank collega Van Eetvelde voor de vraag op basis van mijn cijfers, die ik heb opgevraagd aan minister Gatz. De meest recente zaten donderdag in mijn mailbox. U kunt natuurlijk niet weten of de cijfers die in de pers staan, al dan niet kloppen, want die komen letterlijk uit het antwoord van de minister op mijn schriftelijke vraag.

Voor vele jeugdverenigingen is het hebben van tenten via de uitleendienst de enige mogelijkheid om al dan niet op kamp te kunnen gaan. Het is jammer dat we elk jaar opnieuw zien dat er tenten te kort zijn en dat dit jaar opnieuw 25 groepen eind juni niet weten of ze tenten zullen hebben om in juli op kamp te kunnen gaan. Ik zou toch willen vragen om in de begrotingsopmaak voor 2017 daar rekening mee te houden en er extra centen voor uit te trekken.

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit me graag aan bij de vraag van de collega. Ik heb ook een zeker déjà-vugevoel. Elk jaar lijkt opnieuw hetzelfde debat naar boven te komen. Ik wil me niet verliezen in cijfers. Inderdaad, 98 procent, is een heel mooi cijfer. Wat wel elk jaar opnieuw terugkomt, is de bezorgdheid, de signalen van onrust vanuit de sector, die elk jaar opnieuw aangeven dat het knip- en plakwerk is en dat men moet proberen alles in orde te krijgen, wat heel veel druk legt. Het neemt heel veel tijd in beslag die men niet kan steken in het voorbereiden van een kamp om ervoor te zorgen dat dat goed verloopt. Men geeft, los van de tenten, wat inderdaad een groot probleem is, nog een paar andere dingen aan. Het gaat ook over de kosten van het transport, de regelgevingen bij de verschillende gemeenten enzovoort, enzovoort.

Minister, u gaat in overleg met de sector. Neem die bezorgdheden ook mee en zorg ervoor dat we volgend jaar niet opnieuw ditzelfde debat moeten voeren. Zoals collega Soens ook aangaf: zorg ervoor dat dit debat tot het verleden zal behoren, maar durf ook te investeren in jeugd. Wat mij betreft, hebt u een van de mooiste bevoegdheden van al uw collega’s, bij een sector die ook volledig in bloei is. Er komen inderdaad altijd leden bij. De sector groeit. Zorg ervoor dat daar middelen tegenover staan, want elke cent die u steekt in de jeugdsector, krijgt u meermaals terug.

Minister Sven Gatz

Het is zo – en dat weten de vraagstellers vanuit de commissie Jeugd – dat we jaarlijks een substantieel budget blijven inzetten om nieuwe tenten aan te kopen. Daarop wordt niet bespaard. Ik wil wel de suggesties meenemen, maar er is inderdaad een dilemma. Als we 100 procent vraag en aanbod met elkaar willen verzoenen, dan moeten er eigenlijk 105 tot 110 procent tenten zijn, net vanwege de piekperiode. Ik wil onderzoeken wat de beste oplossing is. Het kan zijn dat nog meer investeren in tenten vanuit de overheid een antwoord is. Het kan ook zijn dat we met het masterplan Bivakplaatsen, dat met de collega’s Weyts en Schauvliege is afgesloten en binnenkort operationeel wordt, nagaan hoe de uitleningen tussen groepen kunnen verbeteren en hoe we groepen die uitlenen, kunnen ondersteunen. Ik ben zeker bereid dit te onderzoeken.

Dit jaar was er voor het eerst een digitale inschrijvingsprocedure van de tenten, die we nu evalueren. Het maakt de zaken toch wel wat gemakkelijker. Het kan er misschien voor zorgen dat de periode van onzekerheid – die er altijd wel een stukje zal zijn: een maand om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen – naar voren kan worden geschoven om op die manier minder dicht bij de deadline van de kampen te zitten.

Ik ga zeker de dialoog met de Vlaamse Jeugdraad en de jeugdbewegingen aan om na te gaan hoe we dat masterplan wel geëngageerd en ambitieus kunnen invullen. Op dit ogenblik is de eerste zorg om voor deze zomerkampen de vork tussen 98 en 100 procent nog toe te rijden.

Collega’s, ik dank u voor de suggesties om misschien ook over de grens te kijken. We maken er een NAVO-oefening van, om het met een grapje te zeggen. Nee, maar we gaan die suggestie zeker onderzoeken, mevrouw Rombouts.

Minister, ik dank u voor de aanvulling.

Het is duidelijk dat er in Vlaanderen een zeer sterk jeugdwerk is. Het bewijs is het groeiend aantal nieuwe leden. We delen allen dezelfde bekommernis: we moeten ernaar streven om de niet-ingevulde slaapplaatsen te beperken en tot nul te herleiden.

Ik zou er wel voor willen waarschuwen om niet aan paniekzaaierij te doen. Het is ieder jaar een moeilijk moment om alles op elkaar af te stemmen. We moeten vooral de jongeren die dagelijks instaan voor die jeugdbeweging, waarvan er velen nu nog examens hebben en die tijdens de examenperiode stress hadden omdat ze wegens stakingen mogelijk niet op hun examen geraakten, niet nog meer stress bezorgen door te gaan rondstrooien dat ze niet op kamp kunnen of dat er niet genoeg slaapplaatsen zijn. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.