U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project “schoolbank op de werkplek” rond duaal leren in het secundair onderwijs en het ontwerp van decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Van Malderen, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, dames en heren, de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Innovatie en Wetenschapsbeleid en de Commissie voor Onderwijs vergaderden op donderdag 26 mei in verenigde commissie. Ze bespraken het ontwerp van decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen en het daarbij horende ontwerp van decreet tot bekrachtiging van een besluit over het tijdelijke project ‘schoolbank op de werkplek’.

Samen met de heer Axel Ronse werd ik aangeduid als uw dienaar om hier een mondeling verslag te geven. Geheel in de sfeer van het onderwerp zullen we een duale presentatie geven. Om onze arbeidsrijpheid te onderstrepen, zullen we beide decreten simultaan behandelen.

In zijn toelichting gaf minister Muyters initieel een historisch overzicht van het proces dat aan de basis lag van de twee ontwerpen van decreet respectievelijk besluiten. Hij startte bij het Vlaams regeerakkoord, dat de creatie vermeldt van een geïntegreerd duaal stelsel van leren en werken dat gelijkwaardig moet worden beschouwd met andere vormen van secundair onderwijs. Over de eerste conceptnota werden in het voorjaar van 2015 een reeks hoorzittingen gehouden. Dat resulteerde in juli 2015 in een conceptnota bis ‘Duaal leren. Een volwaardige kwalificerende leerweg’. De focus van het voorliggende ontwerp van decreet Alternerende Opleidingen ligt op de uitwerking van een van de bouwstenen, namelijk het uitwerken van een kader voor de overeenkomst en het eenduidige statuut. De andere bouwstenen zijn geen voorwerp van dit ontwerp van decreet. Ze worden verder uitgewerkt in een decreet Duaal Leren, dat is voorzien voor september 2017.

Tegelijk regelt het voorliggende ontwerp van decreet het probleem van de stopzetting van de paritaire leercomités werkzaam binnen het industrieel leerlingwezen – een gevolg van de zesde staatshervorming. Het ontwerp van decreet biedt tevens een oplossing voor de overeenkomsten en het statuut van de leerling binnen de proeftuin ‘Schoolbank op de werkplek’, die geregeld wordt met het bekrachtigingsdecreet en het bijhorende besluit.

De reden waarom we hier mondeling verslag uitbrengen, is dat een deel van de bepalingen van het ontwerp van decreet en de uitvoeringsbesluiten op 1 juli 2016 in werking moeten treden en de andere op 1 september 2016.

In voorbereiding op de implementatie van het duale leren, is het de bedoeling om op 1 september 2016 te starten met de zeven duale studierichtingen die voorzien zijn in het tijdelijk project ‘Schoolbank op de werkplek’. Minister Crevits gaf in haar toelichting bij het bekrachtigingsdecreet onder meer verduidelijking bij de timing, de betrokken studierichtingen en geselecteerde scholen, het kwaliteitstoezicht en de evaluatie.

Ik overloop nu de belangrijkste tussenkomsten en geef telkens kort de reactie van de minister weer.

De heer Ronse stelde dat Vlaanderen achterloopt in vergelijking met een aantal belangrijke EU-landen als het gaat om duaal leren. Ondernemersorganisaties en bedrijven zijn nochtans al lang vragende partij om mee hun verantwoordelijkheid te nemen om leerlingen op te leiden. De heer Ronse prees de ministers voor het geleverde werk. Als kanttekening merkte hij op dat het gevolg niet mag zijn dat arbeidsrijpe leerlingen – in de tussentijdse periode tot het traject voor duaal leren en werken volledig is uitgewerkt – minder zouden doorstromen naar de leertijd.

De heer Daniëls staat achter de ontwerpen van decreet en is tevreden over de snelheid en de kwaliteit waarmee gewerkt wordt. Het lid vroeg erover te waken dat niet alleen grote bedrijven maar ook kmo’s kunnen participeren. Minister Muyters beloofde daarover te waken.

De heer Daniëls merkte verder op dat wat het onderscheid betreft tussen contracten van meer of minder dan 20 uur de verloning een belangrijke motivator is voor een bepaalde doelgroep. Hij vroeg welke sectoren in het proefproject jongeren een contract van meer dan 20 uur bieden en om dit ook te monitoren. Minister Crevits verduidelijkte in de commissie dat de studierichtingen Se-n-Se chemische procestechnieken en de derde graad tso elektromechanische technieken zullen werken met overeenkomsten van minder dan 20 uur.

Mevrouw Ann Brusseel feliciteerde de ministers, maar ze zette, net zoals de Vlaamse Onderwijsraad, vraagtekens bij de ‘saucissonering’ van het dossier duaal leren. Verder stelde ze vragen bij de timing van de evaluatie van de proefprojecten, de selectie van de opleidingen, de incentives om in te stappen in het proefproject, de vakantie- en aansprakelijkheidsregeling, de beëindiging van een duale opleiding en de opleiding van de mentoren. Mevrouw Brusseel zal me ongetwijfeld aanvullen als ik niet al haar vragen heb weergegeven.

Minister Crevits antwoordde dat in het proefproject zal worden uitgezocht hoe de kwaliteit op de werkvloer kan worden gerealiseerd en of daarvoor een extra opleiding voor mentoren nodig is. Er is echter al expertise aanwezig en bedrijven zullen moeten investeren in opleidingen omdat de school een kwalificatie moet uitreiken. Ook minister Muyters benadrukte dat er bottom-up initiatieven van de sectoren moeten komen voor de professionalisering van mentoren. Beide ministers gaven aan dat in de proeftuinen te zullen evalueren.

Tot zover het eerste deel van het verslag. Collega Ronse brengt u het vervolg, met nog een hele reeks interessante bijdragen.

De voorzitter

De heer Ronse, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Hartelijk dank, mijnheer Van Malderen. Aan u, collega’s, om uit te maken wie van ons het meest arbeidsrijp is.

Ik start meteen bij collega Van Malderen. Hij had de ontwerpen van decreet liever grondig besproken. Ze werden lange tijd voorbereid door de regering, maar het parlement kreeg maar weinig tijd om ze te behandelen. Volgens collega Van Malderen wordt bovendien maar om een klein onderdeel geregeld en dan nog alleen maar voor arbeidsrijpe leerlingen. Dat wekt volgens hem de indruk dat het systeem leidt naar één job in één bepaald bedrijf in de plaats van naar het klaarstomen van jongeren voor de arbeidsmarkt. Minister Muyters ontkende dit met klem. De bedoeling is volgens hem een brede opleiding te bieden en competenties aan te leren die ook inzetbaar zijn in andere bedrijven.

Verder wees collega Van Malderen op een aantal hiaten in de definities van alternerende opleiding en mentor. De tweedeling tussen overeenkomsten met meer of minder dan 20 uur vindt hij nodeloos complex. Er is geen duidelijkheid in het ontwerp van decreet over de verloning. De vrees bestaat volgens hem dat jongeren die hun opleiding zelf moet financieren, massaal zullen kiezen voor VDAB-opleidingen en de bijbehorende uitkering. Volgens minister Muyters is het echter onwaarschijnlijk dat jongeren ouder dan 18 zich plots massaal bij VDAB zouden inschrijven. Dat kan nu ook al en bovendien gaat het niet om een grote groep in het secundair onderwijs.

Volgens collega Van Malderen zijn de voorwaarden voor de erkenning als werkplek flinterdun en waarborgen ze niet de kwaliteit. Tot slot was hij ook kritisch voor de overgangsregeling, die mogelijk een aanzuigeffect zal creëren voor het afsluiten van overeenkomsten onder het oude systeem. Collega Van Malderen ziet het ontwerp van decreet Alternerende Opleidingen als een gemiste kans.

Voor collega Talpe is de aantrekkelijkheid van het systeem voor de ondernemingen belangrijk. Ze deelde de bezorgdheid over de leertijd en pleitte voor het bewaren van de goede elementen uit het oude systeem. Ze had vragen bij de samenwerking tussen de trajectbegeleider en de mentor en het stemrecht van deze laatste in de klassenraad. Tot slot vroeg ze welke criteria bepalen wie arbeidsrijp is. Minister Muyters verduidelijkte in de commissie dat een jongere die als niet-arbeidsrijp wordt beoordeeld door de klassenraad, toch in een bedrijf kan starten als het bedrijf dat wenst.

Collega Soens vond dat de focus te veel ligt op de arbeidsmarkt, eerder dan op het onderwijs. Het gaat volgens haar niet om de aangekondigde grote hervorming van het werkplekleren, maar om een beperkte bijsturing met de focus op de versnelde doorstroming van een specifieke groep, zonder dat er een duidelijke kwaliteitsgarantie is. Dat onderwijsverstrekkers geen zeggenschap hebben in de erkenning van ondernemingen is voor haar problematisch. Dat geldt ook voor het feit dat de overeenkomst door een opleidingsverstrekker niet eenzijdig kan worden opgezegd. Collega Soens betreurde de onrealistische timing, ondanks de snelle behandeling in het parlement.

Collega Van Eetvelde verbaasde zich over de negatieve reacties van de oppositie en wees erop dat in Duitsland duaal leren helemaal geen negatieve connotatie heeft. Het gaat volgens haar om een positief project met een grote meerwaarde.

Collega De Meyer wil het proefproject alle kansen geven in het werkveld, maar vroeg een zeer goede opvolging ervan en een tussentijdse evaluatie, zodat bijsturing mogelijk is.

Mevrouw Meuleman wees op de kritische opmerkingen van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de overlegpartners en de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), onder meer over de snelheid van invoering en de ‘gesaucissoneerde’ aanpak. Duaal leren verdient volgens haar een grondige aanpak met het oog op een volwaardige leerweg.

Minister Muyters repliceerde dat de Vlaamse Regering ten volle wil leren van het proefproject en dat evaluaties, gezamenlijk door Onderwijs en Werk, tijdens de loop van het project mogelijk zijn.

Nog volgens mevrouw Meuleman moet de lerende centraal staan en moet men dus vanuit Onderwijs vertrekken. Ook uitte zij haar bezorgdheid over de niet-arbeidsrijpe leerlingen. Het is een van de vele bouwstenen die nog ontbreken.

Minister Crevits benadrukte in haar antwoord dat flexibele trajecten nodig zullen blijven voor niet-arbeidsrijpe jongeren die ook hun gading niet vinden in het voltijds onderwijs. Dat is volgens haar een grote zorg en een grote opdracht. Ze wijst daarbij naar de oproep aan bedrijven om ook mee te investeren in nog niet-arbeidsrijpe leerlingen.

Volgens mevrouw Meuleman moet de keuze voor duaal leren een positieve keuze zijn om schooluitval tegen te gaan en daarvoor zijn incentives nodig. Het is niet duidelijk of de vergoeding, de vakantieregeling enzovoort daartoe zullen volstaan. Dat geldt des te meer voor de stageovereenkomsten van minder dan twintig uur waarvoor er geen vergoeding is. Volgens haar is de timing ook problematisch: enerzijds is die te snel omdat tegen 1 september 2016 de proefprojecten moeten starten, en anderzijds te traag omdat op 1 september 2017 een volwaardig systeem moet worden ingevoerd terwijl de projecten nog lopen.

De heer Bothuyne onderstreepte het belang van het systeem duaal leren, en hij pleitte voor voldoende middelen en mensen voor SYNTRA Vlaanderen, dat terecht een belangrijke rol krijgt in de alternerende opleidingen. De heer Bothuyne wees verder op het probleem van het tekort aan werkplekken of werkplekken die niet ingevuld geraken. Hij vroeg dat de leertijd vanaf 1 september 2016 volwaardig kan deelnemen aan het proefproject. Minimum 60 procent aanwezigheid op de werkplek is voor hem belangrijk, net zoals het voortzetten van brug- en voortrajecten.

Mevrouw Helsen uitte haar bekommernis over een kwaliteitsvolle uitvoering en vroeg om het parlement te informeren over mogelijke bijsturingen door middel van een verslag. Dit werd door beide ministers toegezegd.

In zijn antwoord benadrukte minister Muyters dat het niet gaat om het toevoegen van een nieuw systeem. De bedoeling is om te komen tot één systeem. Het proefproject dient om lessen te trekken.

Minister Crevits zei dat er dringend stappen nodig zijn omdat er in het dbso en de leertijd veel schooluitval is. Daarom is een vertrouwensband tussen Onderwijs en Werk nodig.

Het ontwerp van decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project “schoolbank op de werkplek” rond duaal leren in het secundair onderwijs werd aangenomen met zeventien stemmen bij drie onthoudingen.

Het ontwerp van decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen werd aangenomen met zeventien stemmen voor en drie stemmen tegen. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik wil nogmaals bekommernissen benadrukken in deze plenaire vergadering omdat er op het werkveld bekommernissen zijn. Ik kreeg gisteren nog telefoon van een trajectbegeleider uit het dbso, die vertelde dat er toch wel een vreemde reactie was vertrokken vanuit SYNTRA naar een bedrijf dat zich wilde aanmelden voor een werkplaats voor een leerling uit het dbso. Men geeft er blijkbaar nog steeds de voorkeur aan om meteen zaken te regelen voor de meisjes en jongens die bij SYNTRA zelf de opleiding volgen, zo werd mij verteld. Er is dus vanuit het onderwijs een zekere ongerustheid. Ik kan daar begrip voor opbrengen. Ik heb ook al begrepen dat de ministers daar begrip voor opbrengen. Daarom herhaal ik dat Open Vld het belangrijk vindt dat de evaluatie grondig gebeurt en dat alle elementen uit de evaluatie van de proeftuinen een nuttig gevolg krijgen.

De opmerking van de Vlor is immers terecht: er wordt al een decreet geschreven en ingevoerd op het moment dat er wordt geëxperimenteerd. Minister Muyters, ik zie aan uw lichaamstaal dat u vindt dat er toch vooruitgang in moet worden geboekt. Dat is zo, en ik ben ook blij dat dit ontwerp van decreet er is. Het is een heel belangrijk ontwerp. Het is noodzakelijk voor het werkveld, voor de toekomst van ontzettend veel jongeren. Het is noodzakelijk voor bedrijven en het is ook noodzakelijk voor het onderwijs. We zijn dus zeer blij dat het er is. Desalniettemin zijn er bezorgdheden. Minister Crevits, we moeten de bezorgdheden van het werkveld meegeven. Dat is onze plicht. Ik wil dus benadrukken dat de ervaring uit het dbso moet worden meegenomen, omdat er nu eenmaal veel jongeren zijn die het moeilijk hebben, die dat systeem nodig hebben, maar daar ook heel veel begeleiding in nodig hebben. Het kan niet de bedoeling zijn dat men aan cherrypicking gaat doen en alleen die jongeren meteen kansen geeft die zich heel snel als een vis in het water voelen in een bedrijf of zaak. Voor sommige jongeren is het moeilijk en mochten we die jongeren niet voldoende ondersteunen, dan gaan we daar op een dag ook de prijs voor betalen. Vandaar mijn pleidooi.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, ik wil nogmaals benadrukken dat we dit duo van ontwerpen niet zullen steunen. Die houding hadden we al in de commissie. Die is niet veranderd sinds het debat in de commissie, hoewel we het een nuttig debat vonden. Dat wil ik toegeven. De beide ministers hebben daar toch toegezegd dat het absoluut niet de bedoeling kan zijn om ervoor te zorgen dat jongeren naar één specifieke job worden toegeleid, maar dat het integendeel de bedoeling moet zijn om hen te wapenen voor de arbeidsmarkt en het leven. Ik vind het belangrijk genoeg om dit te benadrukken, zodat men dat later ook kan terugvinden in de besprekingen. Aan de beide ministers wil ik zeggen dat we dat zullen blijven opvolgen. Dat is voor ons immers een heel belangrijk gegeven. We zullen die toezegging die u hebt gedaan, ook actief gaan bewaken.

Als toezegging is dat op zich echter niet voldoende om het onevenwicht dat er in dit duo van ontwerpen is tussen onderwijs en werk, afdoende te corrigeren. Evenmin kunnen we voorbijgaan aan het feit – en die analyse is helemaal niet weerlegd – dat dit duo van ontwerpen eigenlijk vooral de sterksten viseert, terwijl een groep buiten beeld blijft: diegenen waarvan de nood het hoogst is, waarvan we zien dat de uitvalcijfers het hoogst zijn, die het het moeilijkst hebben om het voltijds engagement in te vullen, waarvoor de nood aan samenwerking absoluut het grootst is. Dat zijn allemaal zaken die uit de hoorzittingen naar voren zijn gekomen. Die analyse is haarfijn gemaakt en eigenlijk had de regering genoeg tijd, aangezien die hoorzittingen al van april 2015 dateren, om dit kader terdege uit te werken en een aanvang te nemen met het wetgevend werk, zodat hier geen tijd verloren zou gaan.

In tegenstelling tot de lofkreten die we daarnet ook in het verslag hebben gehoord, zijn we hier geen getuige van het ontwikkelen van een brede visie, zien we hier niet de beoogde afstemming, hebben we hier geen garantie op het nodige maatwerk. Dit is een vorm van depanneren. Dit is typisch Vlaamse aanbouw, en we weten dat aan dit hokje wellicht nog een ander hokje zal worden bijgebouwd, maar zonder dat we weten hoe dat er precies zal uitzien, laat staan wanneer dat precies zal opengaan of welke prijskaartjes enzovoort eraan hangen.

Wat nog erger is, is dat er zelfs in dit ontwerp van decreet ook serieuze gaten zitten.

Wij hebben tijdens de bespreking gewezen op de flinterdunne voorwaarden die bijvoorbeeld bestaan voor mentoren. Wij hebben erop gewezen dat het onderscheid tussen contracten met meer en minder dan 20 uur de zaak eigenlijk nodeloos compliceert. Er is ook de bestaande onduidelijkheid inzake verloning en er zijn zeer povere erkenningsvoorwaarden voor ondernemingen. Dit staat in schril contrast met de heel precieze bepalingen over welke punten op welke formulieren moeten komen enzovoort, daar was de inspiratie blijkbaar groter.

Die kritiek hebben we geuit, maar daar zijn mijns inziens te weinig antwoorden op gekomen. Mevrouw Brusseel heeft al verwezen naar een bezorgdheid die effectief op het werkveld bestaat. Als u ons niet gelooft, collega’s van de meerderheid, dan kunt u voor de stemming nog snel de adviezen van de Vlor en de SERV, lezen want daar staan gelijkaardige boodschappen in. Ik wil u vragen om dit ernstig te nemen en er niet blindelings over te stemmen. Op het terrein zijn immers heel gemotiveerde leerkrachten en begeleiders bezig met een doelgroep die vandaag niet tot de gemakkelijkste behoort in arbeidsomstandigheden die niet gemakkelijk zijn, maar die toch elke dag het beste van zichzelf geven om jongeren een toekomst te geven op de arbeidsmarkt na een traject dat vaak niet het meest evidente is.

Aan de andere kant hebben we jongeren die bij wijze van spreken staan te popelen om in een vernieuwd systeem te stappen, in een echt volwaardig kader van duaal leren dat ertoe moet leiden dat hun talenten optimaal kunnen worden benut. Uiteraard zijn er ook bedrijven die smeken om arbeidskrachten.

Wij denken dat die drie groepen in de samenleving onvoldoende worden bediend met dit ontwerp van decreet. Zij hebben onvoldoende garanties op wat er zal komen. De twee ministers hebben verwezen – en zullen dit wellicht opnieuw doen – naar het ruimere kader waarin we dit moeten zien. Maar helaas, wetgevend is dat er niet. We moeten het doen met intenties, maar ik kan de filosofische vraag stellen wat we daar vandaag aan hebben. Als parlementsleden moeten wij naar de teksten kijken die ons zijn voorgelegd. Daar zitten gaten in, die zijn onvolledig en bijgevolg zullen wij dit ontwerp van decreet niet steunen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Mijnheer Van Malderen, als ik u zo bezig hoor, vraag ik me af of wij wel dezelfde teksten hebben gelezen. Ik denk het niet, ofwel kijkt u met een heel donkere bril naar iets wat eigenlijk een positief project is. Dit positief project staat ook al in het masterplan secundair onderwijs en krijgt nu eindelijk invulling. Die invulling moet ervoor zorgen dat jongeren die arbeidsrijp of bijna arbeidsrijp zijn een positieve keuze kunnen maken door leren en werken. Als ik beide ministers daar zie zitten, dan zie ik al een voorbeeld van leren door werken aangezien minister Muyters al op de stoel zit van de minister-president voor dit belangrijke ontwerp van decreet. Naast hem zit een heel goed opgeleide mentor die hem bijstaat bij deze taak.

Hier wordt gezegd dat we in hokjes denken. Excuseer me, maar wat wij hier net oplossen, zijn de hokjes en de koterijen van vandaag waar niemand nog aan uit kan. We gaan naar een traject duaal leren en ja, het zijn proefprojecten. En ik ben blij dat het proefprojecten zijn, want dat betekent dat we met een aantal concrete zaken op het werkveld nagaan waar er moet worden bijgestuurd. En ik roep inderdaad ook op om die evaluatie zeer grondig te doen, ik treed mevrouw Brusseel daarin bij. De ministers hebben zich daartoe geëngageerd omdat het net zo’n specifieke sector is waarin we werken. Wil dat zeggen dat de niet-bijna arbeidsrijpe jongeren uit de boot vallen? Absoluut niet, maar dit gaat nu net over de arbeidsrijpe en de bijna arbeidsrijpe jongeren.

Er zijn inderdaad opmerkingen en gevoeligheden, want we brengen een aantal sectoren samen. Er bestaan vandaag een aantal trajecten die elk een eigen manier van werken hebben, en die zullen inderdaad bekijken of ze hun eigen manier van werken daarin zullen terugvinden. En dat zijn die proefprojecten.

Collega’s, als jullie echt bezorgd zijn om kinderen en jongeren die leren door te werken, als jullie echt willen dat het een positieve keuze wordt en niet het laatste dat er nog rest, dan roep ik op om dit te steunen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Collega’s, sommige bezorgdheden die hier zijn geformuleerd, zijn volgens mij terecht en moeten leiden tot een goede opvolging, evaluatie en, indien nodig, bijsturing. Anderzijds is het toch wel hoog tijd om deze proefprojecten alle kansen te geven. Zij kunnen leiden tot een strijd tegen vervroegde schooluitval. Dat is een van de punten uit het masterplan hervorming secundair onderwijs dat vorige legislatuur is goedgekeurd.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Ik heb drie opmerkingen, waarvan twee voor de oppositie.

De eerste opmerking voor de oppositie. Stop met het onderscheid tussen Economie en Onderwijs. Vertrek vanuit het belang van de leerling, vanuit de bijna arbeidsrijpe en arbeidsrijpe jongeren en geef hen de kans om in een systeem te stappen dat transparant is, dat duidelijk is en dat vooral erkend wordt en gewaardeerd wordt door de samenleving. In Duitsland zit 60 procent van de jongeren in zo’n systeem.

De tweede opmerking voor de oppositie. Heb vertrouwen in de Vlaamse ondernemers. Zie hen als volwaardige mentoren in dat systeem. Heb er vertrouwen in dat ze het goed menen en de jongeren niet zien als een arbeidskracht. Ze zien de jongeren echt wel als mensen die ze mee kunnen opleiden en werken hieraan vanuit een zeker idealisme mee.

De derde vraag is voor beide ministers. Zorg er alstublieft voor dat de bestaande goede systemen zoals de leertijd – die het op dit moment niet gemakkelijk heeft wat instroom betreft – niet uitdrogen tegen het moment dat er effectief een echt systeem van duaal leren door werken is.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, minister, onderwijs en arbeidsmarkt zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onvoldoende aansluiting kan de intrede op de arbeidsmarkt bemoeilijken. Deze ontwerpen van decreet beogen net de aansluiting te verbeteren en de kansen van de jongeren op de arbeidsmarkt te verhogen. Wij ondersteunen de terechte keuze voor harmonisatie van de statuten en transparantie. Het doel is een toegankelijk, kwalitatief, maar ook werkbaar en wendbaar traject voor de leerling en de scholen, maar evenzeer ook voor de bedrijven die zich engageren. We streven inderdaad geen tabula rasa na van bestaande, waardevolle trajecten zoals de leertijd. We behouden wat goed is. We schaven bij en hervormen tot een beter, efficiënter en eenvoudiger systeem.

De sleutelwoorden zijn dan ook samenwerking, overleg, evaluatie en bijsturing. Vandaar ook het grote belang van het kader voor het proefproject dat hier vandaag ter goedkeuring voorligt.

Met alle lof voor de verslaggever om hier het accent van mijn betoog in de commissie te leggen, het bewaken van de aantrekkelijkheid voor de ondernemingen is voor ons een heel belangrijk aandachtspunt. We moeten de ondernemingen die hun deuren openstellen volwaardig betrekken en inspraak geven, zowel op de werkvloer als in de klassenraad. Die eerste werkplekervaring vormt voor veel jongeren een essentiële bouwsteen voor hun latere houding op de arbeidsmarkt. Ook de bedrijven zullen des te enthousiaster zijn als ze die verantwoordelijkheid krijgen en als ze voelen dat ze hebben bijgedragen om die jongeren naar een kwalificatie te leiden en finaal naar een waardige plaats op de arbeidsmarkt.

De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Voorzitter, ik wou eerst niets zeggen want mijn twee collega’s hebben dat al voortreffelijk gedaan. Maar als ik mijnheer Van Malderen hoor, wil ik toch echt nog wel eens een poging wagen om hem te overtuigen, om hem tot andere inzichten te brengen.

Ik wil echt nog eens spreken vanuit mijn ervaring als bemiddelaar van VDAB. Duaal leren is echt broodnodig voor de Vlaamse jeugd. Ik heb heel veel jonge mensen gezien die nood hadden aan een concrete praktijkervaring of mensen die nood hadden aan het verwerven van competenties. Ik vind dat dit systeem van duaal leren er absoluut een antwoord op geeft. Ik versta de kritiek van de oppositie dan ook niet goed. Wij geven net kansen aan jongeren, aan zij die het het meest nodig hebben. Ik vind dat deze ontwerpen van decreet een antwoord moeten bieden op het vroegtijdig de school verlaten van veel jongeren. Het moet ook helpen in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid. Mijnheer Van Malderen, ik hoop dat ik u alsnog heb kunnen overtuigen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik dank u eerst en vooral namens minister Muyters en mezelf voor de zeer uitvoerige en correcte verslaggeving. We dachten dat er daarna geen betogen meer zouden volgen omdat die zo volledig waren. Maar het was dus een beetje anders.

We hebben voor een stuk het debat van in de commissie opnieuw gehoord. Ik wil een paar punten aanhalen. Ten eerste, dit is geen salamiwerk of ‘saucissoneren’. (Opmerkingen)

Salami of saucisse, er is inderdaad nog een verschil. (Gelach)

Het is geen ‘saucissoneren’. Het duaal leren is een bouwsteen van het masterplan hervorming secundair onderwijs. Dat masterplan omvat 71 maatregelen. Duaal leren is een van de belangwekkende maatregelen die we moesten uitrollen.

Ten tweede, het is niet iets kleins. We herleiden 17 verschillende statuten tot één statuut om transparantie en helderheid te brengen in de manier waarop jongeren een diploma secundair onderwijs kunnen verwerven via de werkvloer en de school. Collega’s, het gaat hier dus niet over gaan werken, maar over het verwerven van een diploma secundair onderwijs door een deel van je tijd op school en een deel van je tijd op de werkvloer door te brengen.

Ten derde, het gaat hier over de sterksten. De doelgroep die hier wordt geviseerd, is een groep jongeren die vandaag ofwel al deeltijds beroepssecundair onderwijs volgt of welberoepsonderwijs volgt. Daar is de schooluitval het grootst. Daarom moeten we prioritair inzetten op deze groep. We willen op termijn inderdaad jongeren uit het technisch onderwijs warm maken om aan duaal leren te doen. Dat is de reden waarom we daarrond een proefproject hebben.

Ten vierde, het feit dat we werken met proefprojecten, is geen teken van slordigheid, maar net een teken van zorgvuldigheid. Uit die proefprojecten willen we namelijk leren. We moeten inderdaad een decretaal kader opstellen om dat mogelijk te maken, maar tegelijk maken we gebruik van ons bestaande Proeftuinendecreet, dat ons de kans biedt om te werken zoals we het nu doen.

Voor de groep jongeren waarover sommigen, waaronder ikzelf, zeer bezorgd zijn, voor wie duaal leren geen oplossing is omdat ze niet arbeidsrijp zijn of andere zorgen of problemen hebben, hebben we ook al maatregelen genomen. Er is de nota ‘Samen tegen schooluitval’. Mijnheer Van Malderen, u moet eens in de stukken kijken: we maken het verder ook al mogelijk voor scholen om flexibele trajecten aan te bieden en op maat van de leerling te werken.

Collega’s, tot slot: er is heel wat gezegd over de schotten die moeten worden weggenomen tussen bedrijven en scholen. Ik apprecieer alle betogen, zowel vanuit Onderwijs als vanuit Werk. Dat willen we nu net gaan doen. We moeten investeren in dat vertrouwen. Dat is niet zo gemakkelijk, omdat Onderwijs een andere cultuur heeft dan Werk. We denken echter dat we met dit ontwerp van decreet een grote stap voorwaarts kunnen zetten.

Collega’s, ik heb vandaag een woordje dialect geleerd van minister Muyters. Ik wil dit graag met jullie delen. Deze decreten zijn geen ‘gesjoefel’, maar zullen zeer grondig en zorgvuldig worden uitgewerkt. We zullen dat samen in grote transparantie met dit parlement doen.

Ik vind ‘sjoefelen’ fantastisch klinken, maar als ik het goed heb begrepen, betekent het eigenlijk foefelen. (Applaus)

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik heb eerlijk gezegd niet veel meer toe te voegen aan wat minister Crevits heeft gezegd. We hebben hieraan hard gewerkt, samen met Onderwijs en Werk. Ik ga ervan uit dat we de invoering van duaal leren en werken maar één keer kunnen doen. We moeten gebruikmaken van de opportuniteit die er nu is. Ik reken erop dat we dat, zoals in het verleden, samen kunnen realiseren.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik heb een zeer korte repliek, ook naar collega Van Eetvelde. We beoordelen hier niet het duaal leren. We beoordelen twee decreten. Het is de stellige overtuiging dat wat hier voorligt, niet het antwoord is waar de jongeren, waar u terecht voor pleit en waar we met zijn allen kansen voor willen creëren, op zitten te wachten. Ik ben het trouwens volmondig eens met minister Muyters als hij zegt dat we dit maar een keer goed kunnen doen. Ik vrees alleen dat met wat voorligt, dit niet die ene goed keer is.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.