U bent hier

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Collega’s, eergisteren ging de Week van de Zorg van start met als jaarthema ‘Beweging’. Toeval of niet, maar maandag lees ik in de krant een artikel dat, ondanks alle campagnes, 88.000 jongeren te dik zijn. Nu trek ik best mijn buik ook eventjes in want ik heb misschien ook wel wat overgewicht, maar die titel baart ons toch zorgen. We lezen in het artikel dat er steeds meer jongeren zijn met overgewicht.

Waarom vinden we dit zo belangrijk? Dat komt, minister, doordat één van uw zes gezondheidsdoelstellingen net voeding en beweging was. U probeert dus ook om onze jongeren meer aan het bewegen te krijgen en ze te laten kiezen voor een gezonde en evenwichtige voeding.

Een gezonde voeding en veel bewegen zijn zo belangrijk omdat ze overgewicht bestrijden en dat biedt een aantal voordelen. Op die manier kunnen we immers een aantal problemen op latere leeftijd en misschien zelfs in de nabije toekomst vermijden. Overgewicht leidt immers tot medische, psychische en sociale problemen.

Het enige echte middel daartoe is veel meer inzetten op preventie. U doet al heel veel, er zijn al heel veel campagnes geweest. We stellen echter vast dat veel van die campagnes niet alle jongeren bereiken. In het bijzonder de jongeren die het meest kwetsbaar zijn, worden niet geprikkeld door de campagnes.

Minister, hoe denkt u de negatieve trend van het steeds groeiende aantal jongeren met overgewicht te kunnen bestrijden en terugdringen, zoals u hebt vooropgesteld in uw gezondheidsdoelstellingen? (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Godderis heeft het woord.

Danielle Godderis-T'Jonck (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, deze week is de Week van de Diëtist. En één op zes jongeren tussen 11 en 18 jaar is zwaarlijvig. De collega heeft al veel gezegd. Ik heb nog een drietal punten.

Eén, het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) doet campagnes, maar zegt dat bepaalde doelgroepen moeilijk te bereiken zijn.

Twee, er moet een goede samenwerking zijn tussen de beleidsdomeinen, want dit betreft niet alleen Welzijn, maar ook Sport, Media, Jeugd en Onderwijs, en tussen de beleidsniveaus.

Drie, er is nog altijd versnippering bij de Vlaamse en federale overheid. Federaal minister De Block van Volksgezondheid is bezig met een nationaal gezondheidsplan. U bent bezig met een actieplan over gezonde voeding en beweging.

Minister, welke initiatieven zult u nemen om een sterk preventief beleidsplan inzake goede voeding en beweging te maken voor de kwetsbare doelgroepen? Zult u hiervoor samenwerking met uw federale collega?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, dames en heren, de cijfers uit de studie, die trouwens ook vanuit Vlaanderen is gefinancierd, zijn op zich natuurlijk niet verbazingwekkend. Overgewicht is een wereldfenomeen. Het is heel duidelijk dat de westerse wereld de effecten ervan meemaakt.

De studie geeft aan dat de situatie in Vlaanderen zeker niet extreem is. We zitten ongeveer op het gemiddelde voor zwaarlijvigheid en overgewicht. En als we de regio’s binnen België bekijken, doet Vlaanderen het iets beter dan beter dan de andere.

U weet dat we de aanpak van gezondheidspromotie en ziektepreventie, een bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap, proberen te realiseren door middel van gezondheidsconferenties. Daar wordt een evaluatie gemaakt van de acties die werden ondernomen. De evaluatie moet uitwijzen wat effectief was en wat niet. We proberen daarmee een nieuw strategisch plan en acties te concretiseren.

De conferentie is gepland op het einde van het jaar. We zullen het hebben over levensstijl, dat wil zeggen over voeding en beweging, maar ook over middelengebruik, in één globale aanpak. De conferentie is in volle voorbereiding. De stakeholders worden bevraagd, er zijn de wetenschappers en de internationale literatuur. Alles wordt in de steigers gezet om ervoor te zorgen dat de conferentie een evaluatie kan maken, maar vooral ook een vooruitblik kan doen.

We hebben nog niet zo lang geleden, ik meen vorige week, in onze commissie uitvoerig stilgestaan bij de analyse die het Rekenhof heeft gemaakt van de gezondheidspreventie in Vlaanderen. Die bevat goede punten, maar ook werkpunten.

Het Rekenhof heeft ook bekeken of we voldoende risicogroepen en kansarme groepen bereiken. Wellicht kunnen zij immers door een gedragswijziging het meeste gezondheidswinst boeken. Bij het aanpakken van de gezondheidskloof is dat natuurlijk een van de grote uitdagingen. Hoe kunnen we gezondheidswinst boeken door gedrag te beïnvloeden en mensen te overtuigen de juiste keuzes te maken?

Er zijn in dat kader al heel wat initiatieven genomen, en de laatste en wellicht meest effectieve techniek om mensen tot meer bewegen en het aanhouden van een gezonde levensstijl aan te zetten, is het project ‘Bewegen op voorschrift’, waarin ook de huisarts een rol speelt. Het werd uitgetest in het Leuvense, en daar blijkt dat we met deze techniek specifieke risicogroepen beter bereiken. We hebben ook beslist budget vrij te maken om het project in Vlaanderen uit te breiden.

Iedereen weet dat een effectieve preventieve aanpak een appel doet op alle bestuursniveaus en beleidsdomeinen. Daarom heb ik vorige week de aandacht van mijn collega’s in de regering voor onze conferentie gevraagd. Ik heb de medewerking van alle beleidsdomeinen en administraties gevraagd om na te gaan hoe we in onderwijs, werk en andere sectoren deze acties mee kunnen ondersteunen. Daarom wordt er ook onderhandeld over een protocol met de federale overheid, dat we op korte termijn zullen afronden. Daarin willen we precies afspreken wie wat kan doen in zijn bevoegdheidsdomein, want nogal wat aspecten zijn federale materie, en welke collega’s we op ons eigen bevoegdheidsdomein kunnen sensibiliseren. Ik hoop dat we die afspraak kunnen maken, zodat de bezorgdheid over de geïntegreerde aanpak een politiek engagement van de betrokken ministers krijgt. We zijn goed op weg om dat af te ronden.

Ik wil nog één punt toevoegen. We kijken vaak naar de federale overheid, omdat zij inderdaad bevoegd is voor allerlei elementen, maar ook de lokale overheid zal in een succesvolle strategie een belangrijke rol spelen. Velen hebben de ervaring dat de problemen met de groepen die hier vernoemd zijn, niet zomaar aan te pakken zijn met een eenmalige actie of een kleine brochure. We moeten werken met gemeenschapsgerichte activiteiten waarbij de groep belangrijk is en mensen elkaar motiveren en meetrekken. De lokale overheid is daarbij vaak zeer goed geplaatst, en daarom zetten we op het ogenblik sterk in op het concept ‘gezonde gemeente’, waarbij gemeentebesturen zich engageren om mee de schouders onder die doelstellingen te zetten. Dat is een zeer succesvolle campagne, en zeer veel gemeenten hebben de stap al gezet.

De conferentie, de voorbereiding, het protocol met de federale overheid, het appel aan de andere Vlaamse beleidsdomeinen, het staat allemaal in de steigers. Ik kan u natuurlijk een hele lijst van concrete initiatieven geven, maar dat gaat wellicht het kader van een actuele vraag te buiten.

Bert Moyaers (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Ik hoor u zeggen dat u meer budget zult uittrekken voor preventie en dat u zult samenwerken met uw collega-ministers. Dat is voor mij absoluut een topprioriteit. U wilt ook de lokale besturen betrekken, en daar ligt misschien wel uw grootste uitdaging. Denk maar aan het project ‘10.000 stappen’. Niet meer alle lokale besturen doen daaraan nog mee. Slechts een op de drie is er nog mee bezig. Het blijft dus een uitdaging de lokale besturen te motiveren en vooral ook de kansarme jongeren. Hen prikkelen met goed visueel materiaal wordt misschien wel uw allergrootste uitdaging. Wat denkt u daarvoor eigenlijk uit te trekken?

Danielle Godderis-T'Jonck (N-VA)

Minister, dank voor uw uitgebreid antwoord. Ik wil de nadruk leggen op één beleidsdomein, namelijk onderwijs. Veel scholen hebben automaten met frisdranken staan. Geef kinderen de kans om uit die automaten ook water te halen. In mijn dichte omgeving, in Veurne, heeft een bepaald college zelfs een MOS-lokaal (milieuzorg op school), waar leerlingen fruit, rijstwafels en plat water kunnen kopen. Dat werkt stimulerend. Onderwijs heeft nog veel werk op het vlak van gezonde voeding en beweging voor de boeg.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Het aanleren van een gezonde levensstijl, gezonde voeding en voldoende beweging is inderdaad geen zaak van Welzijn alleen, maar van heel veel verschillende beleidsdomeinen. Onderwijs werd hier al genoemd. Het thema kwam al herhaaldelijk aan bod in de commissie Onderwijs. Men verwees ook naar het label ‘gezonde school’. In tegenstelling tot wat u zegt, mevrouw Godderis, stellen heel veel scholen vandaag al waterfonteintjes of gratis water ter beschikking. Dat is niet meer dan terecht: dit kadert immers niet alleen in een gezondheidsbeleid, maar ook in een armoedebeleid. Gezonde voeding en beweging is niet alleen een zaak van Vlaamse welzijnsdomeinen, maar ook van verschillende overheidsniveaus.

Minister, u verwees bijvoorbeeld naar het project ‘gezonde gemeenten’, waaraan heel veel gemeenten al participeren. Er zijn er toch nog een aantal die het niet doen. Hoe zult u hen motiveren het alsnog te doen? Op welke manier zullen de acties van de gemeenten worden opgevolgd?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, we weten allemaal in theorie wel wat we moeten doen, gezonde voeding en bewegen, maar in de praktijk blijkt dat niet altijd zo evident. Vandaar dat ik in de commissie een conceptnota heb ingediend in verband met nudging, namelijk op een subtiele manier mensen een duwtje in de goede richting geven, zonder hun keuzevrijheid te beperken. Ik denk dat dit goed kan aansluiten bij de traditionele instrumenten die we nu gebruiken, maar waaruit blijkt dat we toch onze doelstellingen nog onvoldoende halen. Ik zie in het buitenland dat dit instrument toch wel heel vaak wordt gebruikt, ook op andere beleidsdomeinen. Daar is binnen de administratie zelfs een eenheid opgericht om verschillende beleidsdomeinen advies te geven. Mijn vraag is of u bereid bent zo’n eenheid te bekijken.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, u zegt dat de cijfers op zich niet verbazingwekkend zijn, maar ze zijn natuurlijk wel zorgwekkend. Ook al liggen ze in de lijn van de verwachtingen, we moeten bij die cijfers stilstaan. Zoals mevrouw Saeys zegt, als we tieners willen overtuigen gezonder te leven, dan moeten we niet met een voedingsdriehoek afkomen. We moeten ze de voedingsdriehoek leren, maar vooral op een slimme manier met hen communiceren. Als we moeten opboksen tegen de communicatie van Quick, McDonald’s en Coca-Cola, moeten we onze promotie voor een gezonde levensstijl op een veel intelligentere manier opzetten. Ik hoor u graag zeggen dat u de budgetten voor gezondheidspromotie wilt verhogen en alle niveaus wilt betrekken. Mijn vraag is: bent u ook bereid de manier waarop we communiceren, te herzien en andere technieken te gebruiken om onze jongeren van een gezonde levensstijl te overtuigen?

Minister Jo Vandeurzen

Als de overheid de jongste jaren in het kader van middelengebruik, bijvoorbeeld rond cannabis, campagnes heeft opgezet, dan heeft het campagnebureau dat daarvoor werd geselecteerd, uiteraard de test gedaan. Het heeft jongeren betrokken om te kijken of men op de juiste manier kon communiceren om de boodschap voldoende te laten doordringen. Dit lijkt me overigens nogal elementair voor een professionele aanpak. Men moet vertrekken vanuit een leefwereld en aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep en daar herkenbaar zijn. Zonder enige discussie.

Mevrouw Saeys, ik hoop dat uw voorzet in de commissie aanleiding kan geven tot enkele uitspraken in het parlement die ons kunnen inspireren om ons te oriënteren naar de realisatie van de gezondheidsdoelstellingen. Nudging is een issue dat we op een of andere manier zullen moeten meenemen.

Als daaromtrent in het parlement een draagvlak wordt gevonden, ga ik ervan uit dat de bakens zijn uitgezet. Dat lijkt me een mooie manier voor een wisselwerking tussen de wetgevende en de uitvoerende macht. Het staat in ieder geval op de agenda. Ik voel trouwens dat dat ook een punt is bij de discussie met professionelen en de sectoren.

Mevrouw Schryvers, wat het lokale niveau betreft, we zijn met deze regering gegaan voor grote autonomie en respect voor de autonomie van de lokale besturen.

Ik vind het ook niet zo verstandig om daar nu zeer directief in te worden. Als we stellen dat ‘health in all policies’ is, dan moeten lokale besturen beseffen dat ook zij op het vlak van gezondheidsbeleid een rol te vervullen hebben. Als je dat goed ondersteunt en materiaal aanlevert, dan heb ik de ervaring dat vele lokale besturen dat ook doen. Ik heb liever een samenwerkingsgedachte dan het idee dat we opnieuw erg directief moeten zijn. Er doen heel wat gemeenten mee aan wat we tot nu toe hebben gedaan. Lokale besturen zijn echt wel met deze thema’s bezig.

Ook in Onderwijs zijn we echt wel met dit thema bezig. Ik denk aan schoolfruit, de uitbreiding naar het buitengewoon secundair onderwijs, het betrekken van kansengroepen enzovoort. Er gebeurt al heel wat, maar zo’n conferentie is het moment om het allemaal nog eens scherp te stellen en om na te gaan of er nieuwe en betere acties kunnen worden geïnitieerd.

Bert Moyaers (sp·a)

Minister, tot twee weken geleden stond ik zelf nog voor de klas met tieners. Een van mijn lesonderwerpen had de titel ‘Weinig beweging en zot van zoet’. Als ik daarover sprak met leerlingen, merkte ik dat ze zich onvoldoende bewust zijn van de gevolgen van te weinig bewegen en zot te zijn van zoet. U slaat de goede weg in door meer op preventie in te zetten. Preventie is volgens mij het enige middel. Elke euro die u daarin investeert, kunt u later in een veelvoud terugverdienen doordat zorgbehoeftes niet meer moeten worden uitbetaald. (Applaus bij sp.a en Groen)

Danielle Godderis-T'Jonck (N-VA)

Minister, in de studie van 2010 ging het om ongeveer 12 procent zwaarlijvigen tussen 12 en 18 jaar. In 2014 bedroeg dat 16 procent. Als we in 2018 kunnen terugvallen naar 12 procent, dan zijn we dik geslaagd. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mijnheer Moyaers, u hebt vorige week de eed afgelegd en u hebt toen al iets gezegd in de plenaire vergadering. Vandaag staat u al op het spreekgestoelte voor een actuele vraag zonder enig papier. (Applaus)

Dat wijst andermaal op de Limburgse degelijkheid. (Gelach)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.