U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 24 februari 2016, 14.00u

Voorzitter
van Katia Segers aan minister Jo Vandeurzen
219 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Pesten is verschrikkelijk. Pesten verwoest mensenlevens, letterlijk. Er gaat bijna geen week voorbij of we horen in de media berichten van mensen die zich om het leven hebben gebracht naar aanleiding van pesterijen. De strijd tegen pesten moeten we zeer hard voeren en intensief aanpakken. Sp.a is blij dat er gisteren in de Kamercommissie een wetsvoorstel is aangenomen dat het bestraffen van pesten makkelijker maakt. Bestraffen is belangrijk, maar daarmee helpen we het pesten zelf niet de wereld uit, vooral ook omdat cyberpesten steeds meer voorkomt. Daarover staat er in het wetsvoorstel niets.

Minister, daarom richt ik mij tot u. De problematiek van cyberpesten wordt steeds acuter omdat vroeger het pesten stopte aan de schoolpoort, maar nu gaat het gewoon door. We zijn allemaal meer en meer online, niet enkel via onze computer maar ook met onze smartphone. Het pesten wordt ook ingrijpender voor de slachtoffers, want de berichten blijven bestaan en er zijn meer omstaanders of getuigen. We mogen daar dus niet licht over gaan.

Vorig jaar tijdens de Week tegen het Pesten heeft de Vlaamse Regering een integraal actieplan aangekondigd tegen pesten. Enkele weken geleden hebt u hetzelfde gedaan tijdens de Week tegen Pesten van dit jaar. Hoever staat u met dat actieplan? Hoever staat u met de oprichting van de werkgroep? Hoever staat u met het uitschrijven van een onderzoek rond cyberpesten?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De Vlaamse Regering heeft inderdaad een nieuwe synthese gemaakt van de acties rond geweld en pesten, ook als het gaat over minderjarigen. We hebben dat gedaan met de collega’s bevoegd voor cultuur, sport, onderwijs en uiteraard welzijn. Die aanbevelingen zijn natuurlijk in heel concrete uitvoering. Het is de bedoeling dat het vooruit gaat. Er is een budget om dat wetenschappelijk onderzoek te organiseren. Dat kennisplatform wordt opgericht.

Om u aan te tonen hoe snel het kan gaan, kan ik u zeggen dat een van de engagementen die wij genomen hebben, was om de 1712-hulplijn veel toegankelijker te maken voor minderjarigen. Welnu, de sites voor min 13-jarigen en plus 13-jarigen zijn online en in maart komt er een campagne rond de toegankelijkheid van de hulplijn, waarin ook het cyberpesten uitdrukkelijk meegenomen wordt. Op die manier hopen we een antwoord te geven op een van uw vragen over een grotere impuls in de preventie. We willen ook duidelijk maken dat niet alleen de betrokkene, als slachtoffer, maar ook zijn omgeving iets kan doen. Dat zou dan kunnen samenvallen met de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Kortom, dat onderdeel van de engagementen zal concreet in maart worden uitgevoerd.

Ik ben blij te horen dat na een jaar ter plaatse trappelen in dit dossier er eindelijk een beetje schot in de zaak komt en dat er werk gemaakt wordt van een aantal maatregelen. Het zijn tot nog toe vooral losse maatregelen.

Minister, wanneer de problematiek van cyberpesten door de Vlaamse Regering wordt benaderd, spitst men dat vooral toe op kinderen en jongeren, maar ook onder volwassenen wordt er gepest. Veel volwassenen zijn pesters of worden online gepest. Beledigende berichten, gênante foto’s worden vaak door volwassenen verstuurd of gepost. Ik vraag u dus inderdaad om werk te maken van een integraal plan dat niet alleen over scholen en jeugdverenigingen gaat, maar ook over sportclubs, de werkvloer en daarbuiten.

Ten tweede wil ik u vragen om vooral ook met uw federale collega’s te gaan praten. Er zijn een aantal aspecten, bijvoorbeeld rond de anonimiteit van pesters, waarover u zou moeten praten met uw collega Tommelein. Cyberpesters blijven immers vaak anoniem en het is moeilijk om hun identiteit te traceren.

Ten derde zou ik u willen vragen om te gaan praten met de sociale netwerksites zelf. Ik heb nu immers gelezen dat Facebook behalve de ‘vind ik leuk’-knop, zes andere knoppen gaat installeren, maar de meldknop op Facebook voor het aangeven van pesten zit ver weg. We weten uit het onderzoek van collega Heidi Vandebosch, dat wanneer jongeren die knop dan gebruiken, er geen opvolging is. De sociale netwerksites hebben daar dus ook een zeer grote verantwoordelijkheid.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Ik wil zeker de ernst en de omvang van de problematiek van cyberpesten onderschrijven. We hebben er in de commissie Welzijn al enkele keren over gedebatteerd, onder andere over het kinder- en jongerenluik van de site 1712, het nummer dat je belt bij vragen over geweld. Ook in de commissie Onderwijs zijn er, onder andere met de Vlor, al hoorzittingen of gedachtewisselingen geweest waarin de problematiek naar voren kwam. De vraag die ik me stel, is of ook niet een bijzondere opdracht is weggelegd voor de minister van Media, die bevoegd is voor het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid. Dat kenniscentrum bestaat drie jaar. Het heeft als een van de kernopdrachten om eenieder, kinderen en jongeren, maar eigenlijk ook hulpverleners, professionals, onderwijzers en noem maar op, kritischer en bewuster te laten omgaan met de zeer sterk gemediatiseerde samenleving. Dat aandachtspunt willen we vanuit onze fractie inbrengen, al heeft minister Gatz daar ook al positieve uitspraken over gedaan in zijn respectieve commissie.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Zoals mevrouw Jans al aangeeft, is dit al meerdere malen aan bod gekomen in de commissie Welzijn. Vorig jaar had ik ook een vraag gesteld omtrent de problematiek voor het oprichten van een Vlaams kenniscentrum tegen pesten. De minister verwees toen naar de oprichting van een beleidsdomeinoverschrijdende werkgroep. Die werkgroep had als opdracht om de divers genomen initiatieven en lacunes in de verschillende beleidsdomeinen in kaart te gaan brengen en na te gaan welke strategieën een antwoord zouden kunnen bieden op deze problematiek. Men ging gebruikmaken van de verschillende actoren die men daarbij zou betrekken: de jongeren zelf, de experten inzake kinderrechten, en ook de mensen van op het terrein. Wat is de stand van zaken in verband met deze werkgroep?

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Het is een moeilijke knoop om te ontwarren, zeker als het over cyberpesten gaat. Het gaat onder andere niet alleen over pesten, maar ook over het veilig gebruik van internet. Er is ondertussen al heel veel kennis verzameld. Het is belangrijk om nu een lijn te trekken in de manier van aanpak, zowel naar slachtoffers toe, of het nu kinderen of volwassenen zijn, maar ook naar ouders van kinderen die slachtoffer zijn, naar onderwijsinstellingen en alle betrokken actoren. We moeten nu vooral werk maken van het delen en verspreiden van die kennis zodat we inderdaad die bijzonder hardnekkige kwaal de wereld uit kunnen helpen.

Minister Jo Vandeurzen

Collega Jans, vanuit het aspect media en mediawijsheid wordt er meegewerkt. Dat is heel duidelijk. Ze hebben daar trouwens een belangrijke rol, zeker als het gaat over de thema’s die de collega in de vraag heeft aangebracht. Voor alle duidelijkheid, datgene wat ook in de commissie Welzijn aan bod is gekomen, is nu inderdaad in uitvoering. Als je kijkt naar het plan dat we in januari op de regering hebben gebracht, zult u merken, wat ook de heer Anseeuw aangeeft, dat de optie om alles te verzamelen en te integreren in een kennisplatform waarvan iedereen gebruik kan maken, en waar ook de beste praktijken worden uitgewisseld, in uitvoering is. Ik heb de exacte stand van zaken niet, maar het is heel expliciet meegenomen omdat we ook hebben vastgesteld – en we werden er trouwens ook door velen onder u op aangesproken – dat dat wel degelijk zinvol zou kunnen zijn op dit ogenblik.

De collega heeft een aantal vragen gesteld met betrekking tot de federale overheid. Ik zal aan de mensen die daarmee bezig zijn, vragen of het zich opdringt om daaromtrent contact op te nemen met de federale overheid. We hebben een aantal zaken die met de federale overheid besproken worden in het kader van de kadernota integrale veiligheid en het interministerieel overleg. Als zou blijken dat daar echt specifieke punten zijn, ben ik uiteraard bereid om die ook vanuit Welzijn daar op de agenda te zetten.

Bedankt, minister. U hebt nog geen precies antwoord kunnen geven in verband met de werkgroep, noch in verband met het onderzoek.

Ik ben tevreden dat er een aantal acties zijn, maar van de geïntegreerde, globale visie die vorig jaar al werd aangekondigd en die dit jaar werd herhaald, zie ik eigenlijk nog niets concreets in uitvoering. Daarom roepen wij om er heel snel werk van te maken, want pesten is een ongelooflijk belangrijk maatschappelijk probleem, dat ons allemaal nauw aan het hart ligt, waar we samen tegen moeten vechten. U zult de volle steun van onze fractie krijgen, over alle beleidsdomeinen. U zult onze steun hebben, als u er nu werk van maakt. (Applaus bij sp.a en CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

van Martine Taelman aan minister Jo Vandeurzen
218 (2015-2016)
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.