U bent hier

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik sta hier opnieuw in verband met de jeugdverenigingen.

Eind 2014 is er een reflectiegroep opgestart met als opdracht een evaluatie te maken van het decreet inzake jeugd- en kinderrechtenbeleid. Bij de bespreking van uw beleidsbrief 2016 hebt u gezegd dat als uit de evaluatie zou blijken dat er bijsturingen aan het decreet moeten gebeuren, u dat zou opnemen. Ik heb intussen een vraag om uitleg ingediend uit bezorgdheid over hoe het verder zou lopen.

Collega’s, vorige week hebben alle organisaties een brief in de bus gekregen met de droge mededeling dat er zes nieuwe organisaties tot het decreet zouden toetreden, dat er geen bijkomende middelen zijn en dat, met andere woorden, deze organisaties geacht worden 1,5 procent op hun begroting te besparen. 1,5 procent lijkt misschien heel weinig, maar de afgelopen jaren zijn er al veel besparingen gebeurd en is er geen indexering geweest. Men vraagt dus opnieuw een serieuze inspanning van die organisaties waarvan we vorige week zo overtuigd waren dat ze zo belangrijk waren voor onze kinderen en jongeren.

Minister, de evaluatie van de reflectiegroep is afgerond. Intussen bereiden al deze organisaties reeds hun beleidsnota 2018-2021 voor, die eind dit jaar moet worden ingediend. We weten allemaal dat een decreet aanpassen enige tijd in beslag neemt.

Minister, de tijd dringt. De organisaties staan voor gigantische uitdagingen met deze extra besparing. Wat zijn de resultaten van de evaluatie? Hoe en wanneer ziet u de implementatie van de evaluatie-elementen die zijn aangereikt door de reflectiegroep?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Rombouts, we proberen in het algemeen in elk beleidsdomein, in dit geval Jeugd, een goed evenwicht te vinden tussen het behoud en de verdere ontwikkeling van bestaande verenigingen en het toelaten van voldoende nieuwe verenigingen in het systeem. We hebben dat gedaan. In het Jeugddecreet zitten we met een bijzonderheid, namelijk een modulesysteem waar jeugdinitiatieven gebruik van kunnen maken waardoor ze automatisch in het nieuwe systeem kunnen komen. Dat zijn interessante beleidspistes in tijden van groei maar moeilijke beleidspistes in tijden van budgettaire beperkingen. Dat is al een eerste uitdaging waarvoor we staan. We hebben daar trouwens zelf al iets aan gedaan via een kleine aanpassing van het decreet om dat opstapsysteem af te remmen. Ik zal niet zeggen dat dit van binnenin vernietigend is, maar we kunnen dat niet verder blijven beheren. Ondertussen is het wel zo dat we op 2 jaar tijd van 87 nationaal gesubsidieerde initiatieven jeugdwerk naar 99 zijn gegaan, met als nadeel het interen op de middelen van elke organisatie.

Op uw precieze vragen wil ik het volgende antwoorden. We hebben de adviezen van de reflectiegroep ontvangen. Wat betreft het landelijk jeugdwerk met de grote Vlaanderendekkende verenigingen, is er geen probleem met de eenduidigheid van de adviezen. Voor de verenigingen voor informatie- en participatie enerzijds en cultuureducatie anderzijds zit daar nog wat speling op. We zijn dit nu op het kabinet aan het bekijken, samen met de administratie. Het is nu een kwestie van dagen of maximum weken alvorens we de nodige stappen zullen zetten om het decreet bij te sturen volgens het advies zoals het door de reflectiegroep is gegeven.

Ik ben mij bewust van de timing omwille van de voorbereiding bij de jeugdverenigingen, maar we zouden die timing nog moeten halen.

Minister, het doet me plezier dat u aangeeft dat de reflectiegroep een zeer grondige oefening heeft gemaakt en dat u daar heel duidelijk rekening mee wilt houden en wilt kijken op welke manier u de implementatie kunt bewerkstelligen, en dat liefst zo snel mogelijk. Elke dag zijn die jeugdorganisaties bezig met hun toekomstvisie. Vandaag worden ze geconfronteerd met de extra besparingen. We moeten zorgen dat de kwaliteitsnormen die in het decreet staan, op peil worden gehouden. De organisaties mogen op dat vlak niet in mindering gaan. Ze moeten daarvoor in de toekomst de nodige ondersteuning behouden.

Ik kijk uit naar het debat over de nieuwe initiatieven en uw verdere voorstellen. Ik hoop dat u mijn roep naar hoogdringendheid duidelijk meeneemt.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Voorzitter, vorige week is hier een actuele vraag gesteld over het belang van het jeugdwerk en het feit dat 94 procent van de ouders daar zeer tevreden over is. U was daar terecht ook de grote pleitbezorger van. Waarom weigert u dan vandaag om het nodige geld vrij te maken? Of vindt u ook dat de Fernand Hutsen van deze wereld dan ook maar moeten investeren in het jeugdwerk als de Vlaamse overheid dat niet wilt doen? (Applaus bij sp.a)

De heer Caron heeft het woord.

Die mens wordt blijkbaar zeer veel gesolliciteerd dezer dagen … (Gelach)

In dit parlement heeft ooit een heel wijze mens gezeten – er zitten trouwens veel wijze mensen in het parlement, maar ze gebruiken niet allemaal Latijnse spreekwoorden – die zei: “Pacta sunt servanda.” Ik heb geleerd dat dat ook de regel is die bijvoorbeeld bij de zonnepanelen en dit soort vergoedingen wordt gebruikt. Helaas ontsnapt de zachte sector blijkbaar aan dat soort principes. Voor de zoveelste keer worden de partjes van de taart in kleinere stukken verdeeld. Het gaat blijkbaar niet over veel, maar als de taart al zo vaak in kleinere stukken is verdeeld, dan gaat het niet meer.

Ik betreur, minister, dat we dat deze week moeten horen, nadat vorige week in ditzelfde parlement het jeugdwerk met heel veel retoriek bejubeld werd, zoals het ook in het regeerakkoord staat. Maar als er in de praktijk iets meer mensen van de taart willen mee-eten, wordt een soort van verplichte solidariteit opgelegd en moet iedereen die binnen is, 1,5 procent inleveren.

Minister, ik hoop dat de aanpassing van het decreet in de nabije toekomst niet leidt tot een dusdanige verstrenging die de bedoeling heeft om vooral het budget onder controle te houden in plaats van om aan het jeugdwerk vleugels te geven. Dat is in een warm Vlaanderen het belangrijkste. (Applaus bij Groen)

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Minister, u hebt hetzelfde bedrag ter beschikking gesteld voor het decreet, maar de koek wordt nu verdeeld onder meer organisaties. Dat zorgt uiteraard voor nieuwe instroom. We hadden natuurlijk ook liever gezien dat het budget mee kon stijgen. Als N-VA denken we dat u met het programmadecreet terecht een stap hebt gezet om deze situatie te vermijden in de toekomst. Dat kreeg ook de steun van de politieke meerderheid, maar onder andere ook van de Vlaamse Jeugdraad. In een nieuw toekomstig decreet moeten we goed bekijken hoe we hiermee omgaan. In een opinie lezen we dat wijzigingen in het decreet uitgesteld worden. Ik had daar van u graag wat meer duidelijkheid over gekregen.

Minister Sven Gatz

Ik dank de leden van dit parlement, kamerbreed, om meer middelen voor jeugd vrij te maken de komende weken en maanden. We zullen ons beste beentje voorzetten.

Mevrouw Soens, ik vind uw appel aan de heer Huts eerder ongepast. Wanneer ik op een creatieve manier probeer om de cultuursector met aanvullende financiering te versterken, dan is het zeker nooit mijn bedoeling geweest dat voor de jeugdsector te doen. Daar moet de overheid volledig haar verantwoordelijkheid kunnen nemen. Ik denk dat de parlementsleden goed de hand in eigen boezem mogen steken, niet u, want u bent vers verkozen. Het is allemaal goed om decreten te maken waarin automatische intrede van organisaties gebeurt zonder dat men daar de budgettaire consequenties van kent en op die manier de betrokken minister maar moet volgen. Dat is allemaal leuk, dat is een mooie belofte aan de sector, maar je moet die wel kunnen houden. Ik erken zeker dat het niet prettig is om 1,5 procent te moeten besparen, maar ik wil er nu wel degelijk werk van maken op basis van de voorstellen van wijzigingen van de reflectiegroep om ervoor te zorgen dat we enerzijds inhoudelijk wijzigingen doen die zij belangrijk vinden en anderzijds, mijnheer Caron, we het budget een beetje onder controle houden.

Deze regering heeft altijd gezegd dat 2015 en 2016 geen eenvoudige jaren zijn. Wil dat daarom zeggen dat het jeugdbudget de komende jaren niet de hoogte in kan gaan? Absoluut niet. Ik zal me daarvoor blijven inzetten. Maar dit is een bredere verantwoordelijkheid dan enkel die van de minister van Jeugd.

Minister, dank u wel. Op het moment dat het decreet is goedgekeurd, was vanaf dag één een bezorgdheid: wat met het decreet en wat met de bevoegdheid als er meerdere organisaties zouden voldoen aan de modules? We kunnen er natuurlijk niet rouwig om zijn dat er goede organisaties zijn die op een goede manier het werk en de doelstellingen die we als parlement voor ogen hebben, bewerkstelligen. Anderzijds moeten we er wel rekening mee houden dat het geen negatief effect heeft op de andere organisaties die er al jaar en dag staan en die ook al aan heel wat voorwaarden voldoen en hun kracht reeds hebben bewezen in het verleden. Dat is een belangrijk luik. We moeten erover waken dat organisaties die misschien wel ondersteuning nodig hebben, niet op een of andere manier de andere kunnen fnuiken in het hele verhaal. Dat is een bezorgdheid. Dat is ook de reden waarom in 2014 de reflectiegroep is opgestart voor de evaluatie. Daarom doe ik een oproep om daar snel samen over te kunnen nadenken en bijsturingen te doen zodat iedereen kan rekenen op wat hij nodig heeft om een krachtig jeugdwerkbeleid in de toekomst te kunnen blijven uitbouwen.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.