U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 17 februari 2016, 14.07u

Voorzitter
Actuele vraag over de plannen van de minister om de informatieverlening aan de ouders betreffende het jeugdwerk in Vlaanderen te verbeteren
van Miranda Van Eetvelde aan minister Sven Gatz
199 (2015-2016)
Actuele vraag over de beeldvorming betreffende het jeugdwerk
van Tinne Rombouts aan minister Sven Gatz
200 (2015-2016)

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Minister, afgelopen maandag werden op een studiedag de bevindingen uit het onderzoeksrapport Ouders en Jeugdwerk bekendgemaakt. Uit dat onderzoek werden niet alleen jeugdbewegingen, maar ook speelpleinwerkingen, doelgroepenwerkingen en vakantiekampen onder de loep genomen.

Uit de resultaten blijkt dat heel wat ouders tevreden zijn over het Vlaamse jeugdwerk. Er zijn echter niet alleen positieve resultaten. Er zijn ook een aantal aanbevelingen. Zo vindt een derde van de ondervraagden dat de ideale leeftijd van de leiders of leidsters in de jeugdbeweging op 21 jaar ligt, terwijl dat nu net de leeftijd is waarop begeleiders vaak stoppen met hun activiteiten in een jeugdbeweging.

Een andere aanbeveling is dat er nu te weinig informatie over de geplande activiteiten, maar ook over de afspraken en regels, doorstroomt naar de ouders, terwijl een rechtstreekse communicatie natuurlijk van groot belang is.

Minister, op welke manier zult u uw voornemen – want u had gereageerd op het onderzoek – naar informatieverlening aan de ouders verbeteren? Hoe zult u dit concreet doen? Zal dit gebeuren in overleg met de jeugdsector?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik heb inderdaad een actuele vraag rond de goedbedoelde studie die u hebt aangevraagd om de relatie tussen jeugdwerk en ouders te onderzoeken. We zien in de resultaten van die studie dat 94 procent van de ouders aangeven dat het jeugdwerk een zinvolle tijdsbesteding is voor kinderen en jongeren. Als mijn dochter met zo’n rapport thuiskomt, mag ik dik tevreden zijn.

Maar wat las ik dan in de krant? ‘Ouders ongerust over jonge leiders bij jeugdwerk.’ Waar ik een beetje bezorgd over ben, minister, is dat het jeugdwerk, en jongeren in het algemeen, wel eens vaker te maken hebben met een iets negatievere beeldvorming. Denk maar aan: ‘jongeren hangen te veel voor de tv’, ‘jongeren spreken en schrijven enkel nog in sms-taal’, ‘hun sociaal leven is enkel nog de sociale media’. Dat op zich is niet bevorderlijk, terwijl de participatiesurvey net aangeeft dat het vrijwilligerswerk net bij jongeren het sterkst gestegen is. Ik denk dat we net blij mogen zijn om het engagement dat kinderen en jongeren nemen in een jeugdvereniging. Kinderen en jongeren leren nu eenmaal het meeste van elkaar, en dat in een begeleid kader van het jeugdwerk. We moeten dat net koesteren. Daarom ben ik een beetje bezorgd, minister.

De studie had alles in zich om op een positieve manier te communiceren. Er zijn een aantal aanbevelingen meegenomen. Mijn vraag is op welke accurate manier u die aanbevelingen verder vorm zult geven en het jeugdwerk zult ondersteunen in een positieve beeldvorming rond het jeugdwerk en jongeren in het algemeen.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Rombouts, ik ben blij dat u nog even het fantastische cijfer benadrukt van 94 procent van de ouders in Vlaanderen die ons jeugdwerk een zinvolle vrijetijdsbesteding vinden. Ik ben dus samen met u – en ik neem aan ook samen met de meeste collega’s hier – zeer trots op dat jeugdwerk. Dat is ook wel in de belangstelling gekomen.

Wat betreft de leeftijd van de monitoren, de leiders en leidsters, is het zo dat meer dan 80 procent dat niet echt een issue vindt. De minister van Jeugd vraagt soms aan de minister van Media: waarom halen de media er sommige dingen uit? En dan zegt de minister van Media aan de minister van Jeugd: de media zijn vrij, ze doen wat ze willen. Ik wil maar zeggen dat de meeste ouders niet echt een probleem hebben met de leeftijd van de monitoren, de leiders en leidsters, die trouwens ook goed opgeleid worden binnen de verschillende sectoren van het jeugdwerk.

Uw beider vragen gingen erover dat er misschien toch een verbetering mogelijk is qua informatie van het jeugdwerk ten aanzien van de ouders. Dat klopt ook wel. We moeten dan natuurlijk bekijken wat de informatiekanalen en de dragers zijn. Doet men dat nog steeds – zoals op veel plaatsen gebeurt – met huisbezoeken? Zijn er contactmomenten aan een jeugdlokaal? Doet men dat via Facebook of andere kanalen? Het is in eerste instantie de opdracht van de koepels en het steunpunt, dat de lokale werkingen ondersteunt – en ook gemeenten kunnen dat, en doen dat ook – om die informatie zo correct mogelijk te laten doorstromen.

Wat kunnen we nog bijkomend doen? Er zijn twee dingen. Er zijn de beleidsnota’s van de verschillende koepels, die de volgende maanden zullen worden ingediend, om de volgende jaren gesubsidieerd te worden. We zullen daar zeker ook bekijken in welke mate dat informatievraagstuk nog beter beantwoord kan worden. Daarnaast hebben wij een regelmatig overleg met de jeugdorganisaties, of het nu binnen de Vlaamse Jeugdraad of breder is. We zullen die informatiebehoefte zeker nog verder aankaarten en kijken waar we dit kunnen verbeteren.

Maar het blijft een eerstelijnsgegeven van een lokaal jeugdinitiatief ten aanzien van die ouders. Ik wil wel mee zorgen voor de context om die informatiedoorstroming te verbeteren, maar dialogeren doet men natuurlijk zelf. Dat doe ik niet voor de Chiro of de scouts of de jeugdhuizen. Het is misschien best dat ik dat niet doe.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Ik deel uiteraard ook de bekommernissen en de bezorgdheden van mijn collega. Ik heb nog één specifieke vraag over iets wat mij een beetje triggert. In een van uw reacties liet u weten dat u meer ouders warm wilt maken voor het Vlaamse jeugdwerk door te focussen op een educatieve functie. Hoe ziet u dat juist? Hebt u concrete acties voor ogen om dat te doen? Ik weet niet juist wat ik me daarbij moet voorstellen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik weet, ook uit uw vorige reacties, dat u duidelijk achter het jeugdwerk staat. Dat is heel belangrijk. Het zijn inderdaad het jeugdwerk, de ouders en de leiding die in eerste instantie de communicatie moeten behartigen. Ik denk dat ze dat effectief wel doen maar dat extra aandacht hen misschien ook wel ondersteunt.

Minister, ik denk dat u alles in u hebt op vlak van bevoegdheden om mee te zorgen voor de algemene beeldvorming van het jeugdwerk en jongeren in het algemeen. Vertrouwen is belangrijk en kleine dingetjes kunnen zo’n vertrouwen heel snel wegnemen. Het is goed om extra in te zetten op de mogelijkheden voor beeldvorming.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik was maandag op de voorstelling van het onderzoek. Ik zag daar heel veel gedreven jonge mensen met een hart voor het jeugdwerk.

In het onderzoek staat ook te lezen dat 94 procent van de ouders jeugdwerk een zinvolle besteding voor hun kinderen vindt. 94 procent van de ouders is tevreden of zelfs zeer tevreden over het jeugdwerk. 200.000 kinderen gaan wekelijks naar een jeugdbeweging. Dat is uniek in de wereld. Het is inderdaad jammer dat die cijfers niet in de krant komen. Waarom zetten we dat engagement van die jonge mensen, al die positieve signalen uit het onderzoek, niet meer in de verf?

De heer Annouri heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de collega’s die de vraag hebben gesteld. Het doet me ook plezier om te zien dat zowel de minister als de collega’s van verschillende partijen meteen heel duidelijk stellen dat die jeugdige leeftijd van de leiding geen probleem is. We hebben geen controle over wat er in de media verschijnt, maar het is goed om duidelijk vanuit dit parlement te zeggen dat jongeren van 16, 17, 18 jaar verantwoordelijkheid kunnen opnemen, willen opnemen en het ook doen, elke dag opnieuw. Dat is een heel goede zaak. Het is onze verantwoordelijkheid om te communiceren met die ouders die zich zorgen maken, maar ook om ervoor te blijven zorgen dat er een goed kader is waarin die jongeren ook de tools krijgen om een zo goed mogelijke leiding te worden.

Minister Sven Gatz

Ik wil zeker de roep van mevrouw Rombouts, de heer Annouri en mevrouw Soens voor een verdere positieve beeldvorming ondersteunen. Mevrouw Van Eetvelde, u hebt dat ook gedaan, maar het was eerder een oproep om het jeugdwerk positief onder de aandacht te brengen, wat we zeker zullen blijven doen. Dat is al voor een deel gebeurd en we moeten ons ook niet te veel zorgen maken. Ik zou me grotere zorgen maken als de media goed waren en het onderzoek slecht, maar het onderzoek was zeer goed en de media hebben daar een aantal accenten uit gehaald.

Mevrouw Van Eetvelde, wat ik de komende maanden samen met de koepels, de Vlaamse Jeugdraad en alle jongeren die geïnteresseerd zijn, wil doen, is nagaan hoe een aantal contacten nog kunnen verbeteren. Je merkt wel dat ouders – en dat is hetzelfde voor andere sectoren – met een bepaalde kansarmoede moeilijker de weg naar het jeugdwerk vinden. Ik wil daarop inzetten onder meer door de komende maanden met een aantal mensen in de vorm van een burgerkabinet rond jeugd en diversiteit – in de brede zin van het woord – na te gaan hoe we vanuit de praktijk een aantal dingen kunnen verbeteren. Dat zullen we zeker ook nog in de commissie Jeugd kunnen bespreken.

Minister, we zullen het zeker blijven opvolgen.

Ik onthoud twee dingen uit uw antwoord en de reacties van de collega’s. Er is een heel sterk Vlaams jeugdwerk, een van de sterkste in Europa. We worden heel vaak als voorbeeld genomen. En de verantwoordelijkheid van de vele, jonge vrijwilligers die in leiding staan, is voor ons veel belangrijker dan de leeftijd op zich. Als ze 16, 17, 18 jaar zijn en ervaring opdoen als leider, dan nemen ze dat mee voor de rest van hun leven. Daar willen wij vooral op inzetten. (Applaus bij de N-VA)

Minister, de ouders met een migratie- of armoedeachtergrond hebben in de studie aangegeven dat er voor hen een aantal drempels zijn. Een gerichte informatie en communicatie naar die specifieke doelgroepen is misschien wel belangrijk. Lokaal ligt net dat misschien wat moeilijker. Misschien kunt u vanuit Vlaanderen de rol opnemen om die gerichte communicatie te doen. Het is ook belangrijk om daarover met hen in overleg te gaan.

Minister, u had het over het burgerkabinet. Ik wil ook suggereren om de Ambrassade en de Vlaamse Jeugdraad in dit verhaal te betrekken omdat ze heel wat ervaring hebben opgebouwd in het communiceren met kinderen en jongeren. (Applaus bij CD&V)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Actuele vraag over het overleg met Marokko betreffende de toekomst van het Vlaams-Marokkaans culturenhuis Daarkom
van Karl Vanlouwe aan minister Sven Gatz
198 (2015-2016)
Actuele vraag over het standpunt van de Vlaamse Regering betreffende een mogelijke brexit
van Güler Turan aan minister Geert Bourgeois
201 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of het PDF iconJaaroverzicht 2016-2017 (pdf) voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.