U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 januari 2016, 14.16u

Voorzitter
De voorzitter

We gebruiken geen papieren meer, ook de ministers zullen we dat afleren. Dat maakt dat het allemaal veel vlotter gaat.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Voorzitter, minister, eerder deze week werd de indruk gewekt dat er bespaard werd op sociale leningen. Ik heb daar twee kanttekeningen bij.

Het budget is toegenomen met 200 miljoen euro in vergelijking met vorig jaar. De bewering klopt dus al niet.

Een tweede vergelijking om de suggestie te maken dat er wordt bespaard, is er een tussen 2014 en 2015. Gezien de regelgeving gaat die vergelijking eenvoudigweg niet op, appels worden hier met peren vergeleken.

Dit gezegd zijnde, is het ondersteunen van eigenaarschap op de Vlaamse woningmarkt ook voor de mensen die net niet terechtkunnen bij private banken om de financiering van hun eigen woning rond te krijgen, heel erg belangrijk. Het is daarbij niet enkel belangrijk om in voldoende middelen te voorzien, het is minstens even belangrijk om de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk, zo gericht mogelijk in te zetten.

Het stond al in het Vlaams regeerakkoord en u hebt er zich ook toe geëngageerd, om het instrument van de sociale leningen te verfijnen en te objectiveren. Mijn vraag is vrij eenvoudig: hoe staat het daarmee? Wat is de stand van zaken in die oefening van het objectiveren en verfijnen van het instrument van de sociale leningen?

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, niet iedereen in Vlaanderen beschikt over voldoende financiële middelen om een lening aan te gaan bij een commerciële bank voor de aankoop van een woning of appartement. Net daarom is het instrument van de sociale lening heel waardevol in ons woonbeleid.

2014 was een recordjaar voor het toekennen van sociale leningen. Er werden er meer dan 7500 toegekend. In 2014 moest er echter ook ingegrepen worden om het budget voor de sociale leningen niet te laten ontsporen.

Er zijn strengere voorwaarden opgemaakt om in aanmerking te komen voor een sociale lening met als gevolg dat er in 2015 toch opvallend minder sociale leningen zijn toegekend.

Minister, u heeft aangekondigd dat u nog meer werk wilt maken van regionale differentiatie in de modaliteiten van een sociale lening. Nochtans is er nu al een regionale differentiatie, want in centrumsteden ligt de maximale verkoopprijs van een woning 10 procent hoger dan in andere steden en gemeenten in Vlaanderen.

Wat gaat u nog meer invoeren op vlak van regionale differentiatie? Hoe gaat u de modaliteiten van die sociale lening nog meer verfijnen? 

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Anseeuw en mevrouw Taeldeman, ik dank u voor uw vragen. Ik heb de berichten daarover in de media ook gelezen. Voor alle duidelijkheid: er is niet bespaard op de sociale leningen, integendeel, en ze zijn ook niet gedaald. Ik weet dat de voorzitter niet wil dat we van een papier aflezen, maar sta me toe om in dit verband toch enkele cijfers te noemen. (Opmerkingen van de voorzitter)

Bedankt voor uw empathie. In 2010 werd er machtiging gegeven voor 560 miljoen euro aan sociale leningen, in 2011 was dat 670 miljoen euro, in 2012 680 miljoen euro, in 2013 700 miljoen euro en in 2014, dat zoals mevrouw Taeldeman al zei, een recordjaar was, 1,3 miljard euro. In 2015 ging het om 720 miljoen euro en in 2016 is het 920 miljoen euro.

Dat is dus een stijging met 200 miljoen euro ten opzichte van 2015. Waarom? Het spijt me dat ik u moet teleurstellen, maar het heeft niets te maken met de economische situatie en evenmin met het feit dat banken minder hypothecaire kredieten zouden verstrekken. Ik citeer, nogmaals, een aantal cijfers. Het aantal hypothecaire kredieten verstrekt door banken in 2013 was 207.000, in 2014 was dat gestegen tot 231.000. In 2015 waren er 240.000.

Wat is, volgens mijn bescheiden mening, dan wel de oorzaak? Ik denk bijvoorbeeld aan het éénleningenbesluit, dat op 1 januari 2014 in werking is getreden. U weet dat de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een sociale lening, verschilden bij het Vlaams Woningfonds en bij de VMSW. Zo moest je bij het Vlaams Woningfonds kinderen hebben, wat geen vereiste was bij de VMSW. Op 1 januari 2014 zijn die voorwaarden eengemaakt, wat ervoor zorgde dat veel meer Vlamingen wisten dat er zoiets bestond als een sociale lening. Mijn voorgangster heeft dan inderdaad van de Vlaamse Regering een bijkomende inbreng van 600 miljoen euro gekregen. Tegelijkertijd was er al in mei 2014 afgesproken om per 1 januari 2015 een aantal voorwaarden te wijzigen. Zo kon een sociale lening niet meer aangewend worden voor de aankoop van een grond, voor nieuwbouw of voor herfinanciering, tenzij in geval van echtscheiding. Dat waren goede beslissingen die ik mee gesteund heb, net als u, mevrouw Taeldeman.

Dan kom ik tot de differentiatie. Die bestaat momenteel inderdaad al. U verwees naar de maximale waarde van een woning, die op 224.000 euro is vastgesteld. In kernsteden en in de Vlaamse Rand ligt dat 10 procent hoger. Onder meer tijdens de bespreking van de beleidsbrief heb ik al duidelijk gezegd dat het misschien wel nodig is om nog meer te differentiëren. Daarom hebben we al enige tijd geleden aan het Steunpunt Wonen de opdracht gegeven om dat te onderzoeken. Midden april wordt die studie opgeleverd en kunnen we kijken of er nog meer differentiatie nodig is. Laten we eerlijk zijn, 224.000 euro lijkt wel veel, maar in bepaalde kernsteden en in de Vlaamse Rand moet je al veel moeite doen om voor die prijs een woning te vinden. Het gaat niet alleen over de verkooprijs, het kan bijvoorbeeld ook gaan over de inkomensvoorwaarden.

Het gaat dus om een onafhankelijk onderzoek van het Steunpunt Wonen. Ik wil die mensen de tijd geven die ze nog nodig hebben, tot midden april. Als de studie opgeleverd is, denk ik dat het nuttig kan zijn de resultaten in de commissie Wonen te bespreken, om alle pistes te kunnen overlopen en te komen tot een extra differentiatie, die in mijn ogen nodig is wat de sociale leningen betreft.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het verheugt me dat u inderdaad werk wilt maken en wilt laten maken, samen met alle belanghebbenden, van een gedragen en goed doordachte oplossing. Ik heb ook begrepen dat er een duidelijke timing is voor het opleveren van de resultaten.

Ik heb wel nog een bijkomende vraag. Vandaag vragen steeds meer private banken van kandidaat-kopers, van toekomstige eigenaars een eigen inleg van minstens 20 procent. Voor velen is dat niet vanzelfsprekend. Een van de mogelijkheden die al werd geopperd, is dat men zou helpen die 20 procent te overbruggen binnen het stelsel van de sociale leningen. Is er vandaag ook een oefening gaande ter zake, waarbij de mogelijke hinderpalen om dat op die manier op te lossen worden opgelijst en wordt bekeken of die hinderpalen kunnen worden weggewerkt?

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U zegt de opdracht te hebben gegeven aan het Steunpunt Wonen om een wetenschappelijke studie te maken over de vraag hoe men die sociale leningen nog effectiever en nog rechtvaardiger kan maken. We wachten de resultaten van die studie dus af. We mogen die midden april verwachten. Ik ga graag in op uw uitnodiging om die uitgebreid te bespreken in de commissie Wonen.

Mijn aanvullende vraag is eigenlijk dezelfde als die van collega Anseeuw. Bij de bespreking van de beleidsbrief hebt u inderdaad gezegd open te staan voor het systeem van een ‘combilening’, als ik dat zo mag noemen. Als iemand niet het volledige bedrag van de woning kan lenen bij een commerciële bank, dan zou u bereid zijn om het resterende bedrag dat niet kan worden geleend bij die bank, toe te kennen via het systeem van een sociale woning. Ik vind dat een interessante mogelijkheid. Wordt die ook meegenomen in de verdere besprekingen?

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, de Vlaming is inderdaad met een baksteen in de maag geboren. Het hoge percentage eigenaars in ons Vlaanderen is daarvan het levende bewijs. We moeten dat inderdaad blijven ondersteunen. Daarom zijn we uiteraard ook heel tevreden met de verhoging van het budget dit jaar met 200 miljoen euro. Dat is een heel goede zaak. Het is uiteraard ook even belangrijk dat de zorg voor het aantal mensen dat kan genieten van een sociale lening, kan worden gemaximaliseerd. We vinden het dus ook een zeer goed idee om streekgebonden rekening te gaan houden met de prijzen en zo het aantal mensen die kunnen genieten van die lening, te vergroten.

Minister, u hebt verwezen naar het stijgende aantal leningen bij de banken. Wat zijn uw prognoses voor 2016? Hebt u daar al een zicht op? De studie wordt in april opgeleverd, dus misschien hebt u daar toch al een zicht op.

Mevrouw De Vroe, het is me wat onduidelijk of u daarmee bedoelde of ik in een glazen bol kan kijken wat de banken betreft of wat onze eigen sociale leningen betreft. Ik ben u dankbaar voor uw lovende commentaar. U hebt immers aangegeven het ook een goede zaak te vinden dat we toch die machtiging van 2015 naar 2016 met 200 miljoen euro hebben verhoogd, zodat er voor 200 miljoen euro meer sociale leningen kunnen worden verstrekt in 2016 ten opzichte van 2015. In deze budgettair krappe tijden is 200 miljoen euro niet niets. Dat is dus nog altijd een stijging, zoals de oorspronkelijke vraagstellers ook hebben gesteld.

Ik heb het in de commissie inderdaad gehad over gesprekken die ik heb met banken. Ik kan u zeggen dat het niet alleen bij gesprekken is gebleven. Ze hebben absoluut hun bereidheid getoond en willen daaraan meedoen. Mevrouw Taeldeman, ik verwijs naar het voorbeeld dat u hebt gegeven. Het gaat niet alleen over mensen die niet het volledige bedrag kunnen lenen, die er maar 80 procent van kunnen lenen, maar ook over mensen die dikwijls gewoon 120 procent moeten lenen omdat ze de notariskosten en de registratierechten en dergelijke niet zelf kunnen betalen. Als ze dat willen lenen, dan vinden banken dat dikwijls een beetje te veel van het goede. We zijn met de bankensector dus zo goed als tot een akkoord gekomen. Zij zullen bijvoorbeeld 80 procent lenen, en wij zullen dan de rest lenen, 20 of 40 procent, afhankelijk van het bedrag dat de betrokkene wil lenen.

Ik vind dat een heel goede zaak. En waarom? Enerzijds hebben we de machtiging verhoogd met 200 miljoen euro ten opzichte van 2015: meer Vlamingen kunnen een sociale lening genieten en meer Vlamingen kunnen een eigendom verwerven, wat nog altijd goed is, denk ik. Tegelijkertijd kunnen we er ook voor zorgen dat we nog veel meer Vlamingen kunnen helpen: de mensen die bij de banken terechtkunnen en voor een klein deel bij ons. Dat is een zeer goede zaak. De bankensector is absoluut bereid om dat te doen.

Dit maakt voor alle duidelijkheid geen onderwerp uit van de studie van het Steunpunt Wonen. Maar ik ben absoluut bereid om dat mee in het debat te trekken als het moment is aangebroken om deze studie in de commissie te bespreken. 

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik ben heel tevreden met uw antwoord. Het is een zeer creatieve oplossing voor een probleem waarmee veel mensen worden geconfronteerd. Eigenaarschap is inderdaad heel belangrijk in de Vlaamse woningmarkt. Mevrouw De Vroe zei al dat het percentage heel hoog is. Dat klopt, maar het stond de voorbije jaren wel onder druk. Het was dus erg nodig om met oplossingen te komen. U doet dat vandaag. Ik vind dit zeer goed nieuws, niet alleen voor de Vlaamse woningmarkt maar vooral voor de vele mensen die die eigenaarsdroom koesteren. Wanneer die combileningen mogelijk worden, zullen zij die droom gemakkelijker kunnen realiseren dan vandaag het geval is.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Minister, dank u voor het goede nieuws, dat u erin geslaagd bent om met de bankensector een akkoord te sluiten om in de toekomst die gecombineerde leningen aan te bieden aan diegenen die een eigen woning willen verwerven in Vlaanderen. Dat is goed nieuws. Mijn fractie is al veel legislaturen een grote voorstander van het instrument van de sociale leningen, want het biedt aan bepaalde doelgroepen de kans om toch een eigen woning te verwerven. We kijken dan ook uit naar de bespreking van de studie van het Steunpunt Wonen medio april.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.