U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 januari 2016, 14.16u

Voorzitter
Toespraak van mevrouw Marianne Thyssen, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit, over Europa en Vlaanderen: een sterk partnerschap voor economische en sociale vooruitgang

Dames en heren, aan de orde is de toespraak van mevrouw Marianne Thyssen, Europees Commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit, over Europa en Vlaanderen: een sterk partnerschap voor economische en sociale vooruitgang.

Geachte mevrouw Thyssen, geachte minister-president Bourgeois, geachte leden van de Vlaamse Regering, geachte collega’s, geachte aanwezigen, ik ben verheugd en tegelijkertijd vereerd om u, mevrouw Thyssen, hier in ons parlement te mogen verwelkomen.

U bent intussen de derde vertegenwoordiger uit de Europese instellingen die onze plenaire vergadering komt toespreken, na Europees president Herman Van Rompuy en de voorzitter van het Comité van de Regio’s, de heer Markku Markkula. U bent dus wel de eerste vrouw en ook de eerste Europese commissaris die hier in onze Koepelzaal het spreekgestoelte inpalmt. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat uw collega Cecilia Malmström onlangs het Vlaams Parlement al heeft toegesproken, maar dan wel tijdens een vergadering van de commissie Buitenlands Beleid. U hebt echter de eer om de plenaire vergadering toe te spreken.

U merkt het: Vlaanderen hecht eraan om de banden met Europa aan te halen. Dat uit zich ook in studiedagen en congressen, zoals dat van het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva) in september of de conferentie rond subsidiariteit in november, die we samen met het Comité van de Regio’s organiseerden en waar uw collega Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie, een van de sprekers was. Dat is geen toeval: het belang van zowel de Europese Unie als van de rol die de regio’s in de Europese Unie spelen, neemt alleen maar toe, en Vlaanderen wil als dynamische regio zijn rol als voortrekker bestendigen. Daarom rekenen wij ook op u om de Vlaamse stem in de Europese Commissie luid te laten weerklinken.

Ik som hier graag uw bevoegdheden op: Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit. Wat u beslist, heeft een impact op het leven van heel veel mensen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat er veel van de 500 miljoen Europeanen zijn die zich geen zorgen maken omtrent werkgelegenheid. Steeds vaker gaat die Europeaan zijn job zoeken over de landsgrenzen.

Bij het begin van mijn carrière heb ik zelf een tiental jaren in het buitenland gewerkt, net over de grens van Nederland, in de mooie stad Maastricht. Ik mocht toen aan den lijve ondervinden met welke perikelen grensarbeiders kregen af te rekenen. De arbeidsmobiliteit heeft intussen een veel hogere vlucht genomen en ze zorgt soms ook voor grotere problemen. Heel Vlaanderen stond onlangs in rep en roer toen bleek dat een Hongaarse firma hier driehonderd vrachtwagens kwam stallen tijdens de kerstvakantie. Die illustreerden hoeveel nood er bestaat aan een sociale regelgeving die geldt voor alle landen in Europa.

Daar wordt dan ook hard aan gewerkt op alle niveaus binnen Europa. Zo houdt het Beneluxparlement hier in deze gebouwen op 18 maart een themadebat over het bestrijden van sociale dumping. Daarom zijn initiatieven zoals de ‘Europese sokkel voor sociale rechten’, die u vorige week nog aankondigde, van cruciaal belang voor de samenhang van de Europese lidstaten.

Mevrouw Thyssen, beste Marianne, Europa beleeft woelige tijden, de cohesie van de 28 lidstaten wordt dezer dagen zwaar op de proef gesteld. Wij durven dan ook rekenen op een markante persoonlijkheid als de uwe om het project Europa te verstevigen. Ik wil uw rol daarin graag vergelijken met een wereld die u goed kent: die van de fiets.

U maakt deel uit van het team dat voor Europa een rittenkoers rijdt. U bent niet de kopman of kopvrouw, die met een gele trui op het podium staat te pronken, maar u verzorgt wel mee het tempo vanop de voorste rijen. En aangezien u ooit al fluitend de top van de Mont Ventoux gehaald hebt, rekent men zeker op u tijdens de bergritten.

Wij weten dat het leven u niet altijd gespaard heeft. U hebt een fikse valpartij meegemaakt en u hebt in uw eentje in de achtergrond een paar extra cols moeten bedwingen om weer bij het peloton aan te pikken. Maar kijk, zoals het een wegkapitein betaamt, zit u nu opnieuw in de eerste waaier. Zoiets heet karakter.

Mevrouw Thyssen, een echte flandrien, excuseer, een echte flandrienne zoals u, verdient het om als eregast uitgenodigd te worden in het Vlaams Parlement. Ik geef u dan ook graag het woord. (Applaus)

Mevrouw Marianne Thyssen, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, geachte ministers, geachte parlementsleden, laat me beginnen met een woord van dank voor de uitnodiging om als Europees commissaris met u van gedachten te wisselen.

Voorzitter, het feit dat het Vlaams Parlement daarvoor tijd maakt, betekent dat ook u het de moeite waard vindt om het hier over Europa te hebben, dat ook u ervan overtuigd bent dat, als we een sterk Vlaanderen willen, we ook moeten kunnen rekenen op een sterk Europa.

We hebben inderdaad een slagvaardige en legitieme Europese Unie nodig om onze toekomst veilig te stellen.

Geachte parlementsleden, laten we niet vergeten wat Europa ons de voorbije decennia heeft gebracht: zeventig jaar vrede en politieke stabiliteit op een continent dat voordien door opeenvolgende oorlogen werd getekend en een niet eerder geziene welvaart en sociale vooruitgang die men ons in heel veel andere delen van de wereld benijdt.

Wij hebben dat Europa als het ware cadeau gekregen van onze voorgangers, van de vorige generatie. Dat cadeau, die Europese Unie, moeten we koesteren, maar ook onderhouden, verbeteren en versterken.

Elke generatie van politici moet de problemen van haar tijd aanpakken. Voor ónze generatie zijn dat bij uitstek grensoverschrijdende uitdagingen, waarop we alleen met grensoverschrijdende oplossingen een antwoord zullen vinden. Denk aan de ongeziene financiële en economische crisis en de nasleep ervan; de klimaatverandering en de energieproblematiek; de digitalisering en de ontwikkeling van nieuwe technologie, die de globalisering in een stroomversnelling brengt en die een invloed heeft op de manier van werken, businessmodellen verandert en de arbeidsrelaties wijzigt. Denk ook aan de geopolitieke situatie en de miserie in de wereld die heel pijnlijk dichtbij komt via de aanhoudende stroom van vluchtelingen.

Stuk voor stuk zijn dat grensoverschrijdende vraagstukken die we maar beter samen, samen in en samen met de Europese Unie aanpakken en waarvan we ook overtuigd zijn dat we die samen aankunnen. Met 508 miljoen inwoners en 16,8 procent van de wereldhandel zijn we met de Europese Unie een factor van betekenis in de wereld. Die factor moeten we actief inzetten om een beleid te voeren waarbij we, samen met de lidstaten en de regio’s, van uitdagingen opportuniteiten maken.

Beste collega’s, we spreken nog altijd van de nieuwe Europese Commissie, maar ondertussen zijn we veertien maanden bezig. Toen wij met deze nieuwe Europese Commissie aan de slag gingen, nu een dik jaar geleden, konden wij al een bladzijde omslaan. Het ergste van de financieel-economische crisis lag achter ons en wij konden weer vooruitkijken en zorgen voor een nieuw perspectief. Wij hebben dan ook onmiddellijk ingezet op het economisch en sociaal beleid en op hervormingen om een goede toekomst mogelijk te maken.

We hebben er heel nadrukkelijk voor gekozen om te focussen. Ambitieus zijn in de grote dingen en bescheiden in de kleine dingen. “Big on the big things and small on the small things”, zo zei Jean-Claude Juncker. We doen dat met groot respect voor de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit.

We hebben onze hoofddoelstellingen heel duidelijk geformuleerd: jobs, duurzame groei en fairness, in een Europa waar de economische groei en de sociale vooruitgang hand in hand gaan. Daaraan is de afgelopen veertien maanden hard gewerkt en we beginnen ook de resultaten van dat werk te zien.

Ons sociaal-economisch beleid bouwt voort op het werk van onze voorgangers: ook wij blijven gaan voor budgettaire verantwoordelijkheid, ook wij blijven gaan voor structurele hervormingen. Maar wij voegen daaraan een luik toe: wij willen een beter investeringsklimaat.

Waarom moedig voortgaan met het stabiliteits- en groeipact? Omdat duurzame groei niet te combineren valt met onhoudbare schuldniveaus of met budgettaire ongeloofwaardigheid. Wij hebben lessen getrokken uit de crisis. Strikte afspraken en beter toezicht waren nodig en blijven nodig. We laten dat niet los.

Met deze commissie willen we ook de focus leggen op structurele hervormingen. Als de arbeidsmarkten of de socialezekerheidssystemen in de lidstaten bijvoorbeeld niet goed functioneren, dan zullen investeringen weinig zoden aan de dijk zetten. We moeten onze systemen hervormen en weerbaar maken in het licht van de vergrijzing en van de globalisering. We moeten onze arbeidsmarkten flexibel genoeg maken, maar er tegelijk voor zorgen dat de mensen de nodige zekerheid en bescherming hebben op momenten waarop ze die nodig hebben.

De verschillende regeringen, ook van dit land, hebben al heel wat werk verzet om een antwoord te formuleren op landenspecifieke aanbevelingen die vanuit Europa komen en om daaraan tegemoet te komen. In de aanbevelingen in de oefening van het Europees semester voor dit jaar, zal duidelijk worden gemaakt waar dat nog beter kan.

Maar wij merken met de Europese Commissie dat budgettaire verantwoordelijkheid aan de ene kant en structurele hervormingen doorvoeren aan de andere kant, niet volstaan om ons objectief van jobs en groei te halen. We hebben gezegd dat er naast die twee nog iets bovenop moet komen, en dat is zorgen dat de investeringskloof wordt gedicht, want we weten dat we nog altijd op een investeringsniveau zitten dat 15 procent lager ligt dan voor de crisis.

Daarom hebben wij met de nieuwe Commissie, als een van onze eerste beleidsprioriteiten, al in januari vorig jaar een investeringsplan gelanceerd. Het meest opvallende onderdeel daarvan is het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).

Concreet zetten we 16 miljard euro van het Europees budget in om, in partnerschap met de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds, op drie jaar tijd zo’n 315 miljard euro privé-investeringen los te weken. We willen slapend privékapitaal wakker maken, wakker schudden, opwekken en naar de reële economie loodsen om zo minstens 1 miljoen nieuwe jobs te creëren. Dat cijfer komt van de Internationale Arbeidsorganisatie. Daar is het ons om te doen.

Dit fonds is sinds september operationeel. Vandaag zijn er al voor meer dan 50 miljard euro contracten getekend. Ook in Vlaanderen is er een eerste schijf van 40 miljoen euro aan voordelige kredieten gelanceerd. Samen met de minister-president mochten we getuige zijn van die ondertekening. In Vlaanderen is dat gebeurd in partnerschap met de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV), die aan meer dan 700 Vlaamse kmo’s investeringskredieten zal verlenen.

Maar dat investeringsplan, beste parlementsleden, omvat meer dan alleen het investeringsfonds. Naast dat fonds zetten wij ook in op het investeringsklimaat omdat we ervan uitgaan dat als we het beetje tekort aan vertrouwen dat er nog is om privé-investeerders te doen investeren, hebben hersteld, we dat duurzaam moeten maken en daarvoor een betere bodem moeten creëren.

Concreet betekent dit dat wij in deze Commissie ons beleid richten op innovatie, op het afwerken en verdiepen van de interne markt, op het tot stand brengen van een digitale interne markt, op een vooruitstrevende energie-unie, op een kapitaalmarktenunie om bedrijven ook op andere manieren toe te laten te investeren of te financieren dan enkel via de banken, en op het afwerken van de bankenunie, want daar zijn de laatste loodjes nog niet gelegd. We doen dat met specifieke aandacht voor de kmo’s die, niet alleen in Vlaanderen, maar in heel Europa de belangrijkste scheppers van jobs zijn.

Tegelijk investeert de Commissie ook volop in menselijk kapitaal. Naast de input vanuit het Europees Investeringsfonds zal België voor de periode 2014-2020 in totaal 2,7 miljard euro krijgen van de structuurfondsen uit Europa, van de cohesiefondsen, waarvan 855 miljoen euro voor Vlaanderen.

394 miljoen daarvan komt uit het operationeel programma van het Europees Sociaal Fonds (ESF). Voor Vlaanderen betekent dit een flinke ondersteuning voor jobcreatie, professionele mobiliteit en investeringen in vorming en sociale integratie van de meest kwetsbaren.

Ook het Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB) is actief en biedt voedselhulp aan via de OCMW’s ter waarde van 73 miljoen euro voor België, over dezelfde periode.

We hebben ook nog het Europees Globaliseringsfonds (EGF), dat de gevolgen helpt opvangen van ondernemingen die sluiten onder druk van de mondialisering, die moeten herstructureren. Opnieuw is er geld beschikbaar met een focus op opleiding en herintegratie in de arbeidsmarkt. Onder meer de ex-werknemers van Ford Genk werden via deze weg ondersteund.

Dames en heren, u weet dat ik niet alleen commissaris ben voor werkgelegenheid en sociale zaken, vaardigheden en mobiliteit, maar dat ik ook verantwoordelijk ben voor Eurostat. Ik weet dat sommigen onder u zich zorgen maken over de manier waarop publieke investeringen die gebeuren via publiek-private samenwerking (pps) moeten worden geboekt onder de ESR-regels, onder de boekhoudregels voor de publieke overheden.

Uiteraard is het belangrijk dat overheden in het licht van hun engagementen onder het stabiliteits- en groeipact duidelijkheid en zekerheid krijgen over de manier waarop hun investeringen worden geklasseerd en waarop ze statistisch en boekhoudkundig moeten worden ingeschreven.

Ik ben in nauw overleg met Eurostat en de Europese Investeringsbank om ervoor te zorgen dat publieke en privé-investeerders de noodzakelijke informatie en assistentie krijgen voor het opstellen van pps-overeenkomsten.

Er is ook een taskforce opgericht binnen Eurostat voor de nationale statistische instellingen om, geval per geval, hun vragen te beantwoorden met betrekking tot bepalingen in pps-overeenkomsten en hun statistische behandeling, nogmaals, met het oog op duidelijkheid en rechtszekerheid.

Ik heb Eurostat ook belast met het opstellen van modelcontracten die aan de voorwaarden voldoen om de investeringen – als dat de bedoeling en de wens is – buiten de rekeningen van een overheid te houden.

Dames en heren, Europa investeert volop in mensen, niet alleen met fondsen, ook in ons beleid. Er moeten niet alleen jobs gecreëerd worden, er moeten ook mensen klaar staan en in de mogelijkheid zijn om ze op te nemen. In het eerste werkjaar van de Commissie heb ik me toegespitst op twee kwetsbare groepen: de jonge werklozen en de langdurig werklozen. We hebben voor beide groepen specifieke maatregelen genomen die erop gericht zijn hen betere kansen te bieden. We gaan hen zoveel mogelijk individueel begeleiden met het oog op integratie in de arbeidsmarkt. Ook de mensen met een beperking willen we beter integreren in het dagelijkse leven en in de arbeidsmarkt, en daartoe heb ik in december een voorstel van richtlijn gelanceerd voor een betere toegankelijkheid van producten en diensten. We gebruiken daarvoor de internemarkttechnieken, en ik ben ervan overtuigd dat ook dat voorstel van richtlijn snel door het Europees Parlement en de Raad van Ministers kan worden geloodst en dat dan iedereen aan de slag kan.

Voor dit jaar bereid ik een brede EU-strategie inzake vaardigheden voor, want we moeten ervoor zorgen dat mensen meer, betere, meer relevante vaardigheden hebben en onderhouden om de jobs van vandaag en morgen in te vullen. We moeten de link versterken tussen de arbeidsmarkt, het bedrijfsleven en de onderwijswereld, het niveau van digitale vaardigheden opschroeven, en de erkenning van kwalificaties over de landsgrenzen heen verbeteren.

En ook dit jaar, en wat mij betreft hoe eerder hoe beter, leg ik mijn voorstellen voor een mobiliteitspakket neer, u hebt ernaar verwezen, voorzitter. Dat was voor eind december gepland, dat was mooi aangekondigd en netjes voorbereid, maar ik heb dit moeten uitstellen – u weet onder welke omstandigheden ­, onder andere omwille van de lopende onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk. Ik weet dat de mensen, ondernemers en werknemers, ook hier in Vlaanderen, op dat pakket zitten te wachten. En ik stel u gerust: het komt er.

Wij weten dat, in het algemeen, de arbeidsmobiliteit in Europa vrij laag is. Slechts 4 procent van de EU-burgers op werkbare leeftijd, tussen 15 en 64 jaar – zowat 15 miljoen mensen – leven en werken in een andere lidstaat dan waar ze geboren zijn. In de Verenigde Staten is dat meer dan het dubbele. Nochtans heeft arbeidsmobiliteit enorme voordelen, zowel voor individuele werknemers en werkgevers, als op macro-economisch vlak. De vrijheid om in een ander land te gaan studeren, werken of er met pensioen te gaan is een van de grootste verworvenheden van de Europese Unie. We moeten die vrijheid koesteren, we moeten die verder uitbouwen en ik wil die ook verder faciliteren.

Maar natuurlijk moet die arbeidsmobiliteit wel georganiseerd worden op een manier die eerlijk is voor iedereen. Dat geldt ook voor de zogenaamde detachering van werknemers – mensen die mee verhuizen naar een andere lidstaat – die past binnen de grensoverschrijdende dienstverlening. Detachering van werknemers hoort thuis in het vrij verkeer van diensten, ook dat moeten we verder faciliteren. België is in Europa een van de belangrijkste ontvangers van gedetacheerde werknemers – het overgrote deel daarvan komt uit onze buurlanden. Maar onze bedrijven, bijvoorbeeld onze banken, verzekeringsmaatschappijen en consultants, detacheren ook zelf veel naar andere lidstaten. We ontvangen 130.000 per jaar en sturen meer dan 60.000 mensen per jaar uit.

Het doel van mijn mobiliteitspakket is ervoor te zorgen dat de regels duidelijk zijn, dat ze eerlijk zijn en dat ze op het terrein afgedwongen worden en afgedwongen kunnen. Ik zal daartoe voorstellen lanceren om de bestaande verordeningen op de socialezekerheidscoördinatie aan te passen. Ik zal de richtlijn openen op de detachering van werknemers, onder meer om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk’ te realiseren en om een aantal andere dingen aan te passen, om hier, zoals gezegd, te gaan voor betere, fairdere, duidelijke en afdwingbare regels.

Dames en heren, ook de vluchtelingencrisis smeekt om een gezamenlijk Europees antwoord. In 2015 hebben meer dan één miljoen mensen de weg naar Europa gevonden, op zoek naar internationale bescherming. En het ziet er niet naar uit dat de vluchtelingenstroom in 2016 al helemaal zal stilvallen.

Op dit vlak zijn we met de Commissie, onder het leiderschap van Jean-Claude Juncker, onmiddellijk in actie geschoten. In mei al heeft de Commissie een gamma van maatregelen gelanceerd, een hele agenda uitgebouwd, om de vluchtelingenstroom onder controle te krijgen.

De reddingsacties op zee zijn opgevoerd, maar ook de strijd tegen de mensensmokkelaars is opgedreven.

Er is een akkoord met de lidstaten over de herlocatie van 160.000 vluchtelingen, mensen waarvan men weet dat ze recht hebben op internationale bescherming en die volgens een bepaalde verdeelsleutel verspreid moeten worden over de verschillende lidstaten. Maar de Commissie verwacht van de lidstaten dat ze sneller werk maken van de uitvoering van dit akkoord. Om te beginnen moeten Italië en Griekenland verder werk maken van hun registratieplicht. We hebben goede hoop dat het nu eindelijk allemaal van de grond zal komen. Dat is ook hoognodig.

Er is een lijst opgesteld van veilige landen van herkomst.

Er zijn initiatieven gelanceerd om een efficiënter terugkeerbeleid te organiseren voor mensen die geen aanspraak hebben op internationale bescherming.

Er is een coördinatie opgezet tussen de Balkanlanden, want we hebben ontdekt dat die zelfs niet met elkaar spraken. Het ene land zet de grens bovenaan open waarna het andere land de grens ook openzet: hoe rapper ze erdoor zijn, hoe beter. Er werd niet eens met elkaar gesproken, laat staan dat er werd afgesproken. Ook dat hebben we op touw gezet. 

Er wordt diplomatiek gewerkt met de landen van oorsprong en de buurlanden van Syrië, vanwaaruit velen verder door willen trekken naar Europa.

Er wordt in het bijzonder samengewerkt met Turkije. Dat gebeurt om de buitengrenzen beter te beschermen, om ervoor te zorgen dat de vluchtelingen daar onder betere omstandigheden worden opgevangen. Het zijn er niet weinig: meer dan 2,6 miljoen mensen zitten in Turkije, een deel in kampen, een deel zwermt door het land. We hebben 3 miljard euro steun toegezegd, niet om het beleid van Turkije als zodanig te ondersteunen, maar om projecten om de vluchtelingen beter op te vangen, om hun de kans te geven om vorming en onderwijs te krijgen in de kampen, mee mogelijk te maken.

Eind december zijn er nog revolutionaire voorstellen aangenomen voor een Europees stelsel van een kustwacht en een buitenlandwacht om uiteindelijk de buitengrenzen beter te controleren zodat we niet zo lang op de sukkel moeten blijven met onze binnengrenzen in de Schengenzone.

Waarom zo voortvarend? Omdat het onze morele en juridische plicht is om mensen in nood, die volgens het internationaal recht aanspraak maken op bescherming, wanneer ze bij ons aankloppen, ook bescherming te bieden. Maar ook omdat we weten dat er meer dan 60 miljoen mensen op de dool zijn in de wereld. De meesten van die mensen worden opgevangen in ontwikkelingslanden. Het gros van de anderen zit in de landen rondom ons. In Turkije zitten er 2,6 miljoen. In Libanon is op dit ogenblik een op vier inwoners iemand die op de vlucht is. In Jordanië, niet direct een groot land, zijn meer dan 600.000 vluchtelingen aanwezig.

Wij moeten met onze 508 miljoen inwoners in Europa in staat zijn om ook een deel van het werk op ons te nemen. We weten dat we dat aankunnen als we het samen aanpakken, als we de lasten verdelen en als we op dit vlak heel goed samenwerken. We hebben dat geleerd in de vorige crisis, de financieel-economische crisis. Ook toen was het heel moeilijk. Er werden allerlei negatieve voorspellingen gedaan: alles zou in elkaar stuiken. We hebben geleerd dat als we nieuwe regels afspreken en samen voor die regels gaan, als elk zijn deel doet en daar toezicht op aanvaardt, als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, we dan de problemen aankunnen. Dezelfde filosofie moeten we volgen bij de vluchtelingenproblematiek.

We staan niettemin voor een belangrijke uitdaging. Het is niet simpel. Het is een verhaal van rechten en plichten. Vrijheid en niet-discriminatie, respect hebben voor de rechtsstaat en voor de democratie, en gelijkheid tussen man en vrouw zijn voor de Europese Unie onaantastbare waarden.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren, vandaag hebben we in het College van Commissarissen ook gesproken over een Europese sociale pijler, die we in het Engelse vakjargon ‘the pillar of social rights’ noemen. Wij plannen de ontwikkeling van een nieuw referentiekader, gestoeld op de principes en waarden die de essentie uitmaken van ons socialemarkteconomiemodel. Dat referentiekader moet ons helpen om alles eens te herijken. Welke waarden en normen houden we aan? Wat zijn de rechten en de bescherming die we de mensen willen bieden? We moeten aftoetsen of de wetgeving in Europa en in de lidstaten en de samenwerking, zoals we ze op dit ogenblik onder de lidstaten en de regio’s organiseren, nog aangepast zijn aan de steeds sneller wijzigende omstandigheden in de samenleving en in de economie.

We zien dat businessmodellen, arbeidsrelaties en sociale relaties tussen mensen veranderen. Het is dus tijd om dit even te herijken. Daarom ontwikkelen we een referentiekader en zullen we daarover heel breed consulteren. Ik nodig het Vlaams Parlement uit om daar zijn licht over te laten schijnen.

Nog voor de lente brengen we daarover een document uit, en daarmee gaan we dan overal in Europa de boer op: bij de sociale partners, de regio’s, de lidstaten. We laten alles nog breed open, maar we willen ervoor zorgen dat er een soort reset komt zodat we opnieuw weten wie de zwakke partij is, wie bescherming nodig heeft en op welke manier we dat moeten aanpakken in de 21e eeuw. Als van mensen meer flexibiliteit gevraagd wordt, hoe zorgen we ervoor dat we ze ook de nodige bescherming bieden? We beogen een moderne manier van bescherming, die activerend is, maar ook ondersteunend. Mensen moeten weten dat ze op moeilijke momenten in hun leven of op transitiemomenten kunnen rekenen op de sociale bescherming en op de ondersteuning die iedereen af en toe nodig heeft. Die sociale pijler kan zo’n referentiekader bieden.

In dat kader, of parallel daarmee, besteden we ook aandacht aan onze concrete sociale agenda. We zijn nu bezig met het herzien van de 24 richtlijnen met betrekking tot veiligheid en gezondheid op het werk. Later dit jaar komt er nog een actieplan inzake skills en vaardigheden en, zoals reeds gezegd, het mobiliteitspakket.

Geachte voorzitter, minister-president, ministers, geachte parlementsleden, dames en heren, Europa krijgt veel kritiek te verduren: soms terecht, soms totaal naast de kwestie. Maar de laatste jaren hebben we bewezen dat Europa crisissen kan doormaken en er toch sterker uit kan komen. Ook nu, met grote uitdagingen voor de deur, zoals migratie, terrorisme of de klimaatsverandering, hebben we nood aan meer Europa. Deze problemen kennen geen grenzen, dus heeft het ook geen zin om ons te verschuilen achter muren of landsgrenzen. Terugplooien op onszelf is geen optie. Natuurlijk kunnen we niet negeren dat er een groeiende vertrouwenscrisis is onder de Europeanen. We moeten daar niet voor weglopen of de schouders laten hangen. Als beleidsmakers op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau moeten we er daarentegen alles voor doen om de problemen te erkennen en het vertrouwen door middel van een resultaatgerichte aanpak te herstellen. We zullen de mensen alleen kunnen overtuigen als ze resultaten zien. We zullen ze alleen kunnen overtuigen als ze zien dat Europa, zoals de andere beleidsniveaus, er is voor hen, dat het beantwoordt aan hun behoeften en jobs brengt, dat het een stimulerend ondernemingsklimaat creëert en dat het hen beschermt waar nodig. We weten ook dat in een geglobaliseerde wereld Europa de enige garantie is om onze Europese waarden te verdedigen en om de zelfbeschikking over onze manier van leven en samenleven te behouden.

Voorzitter, zoals ik daarnet in uw mooi gastenboek heb geschreven, denk ik dat een sterk Vlaanderen, in een sterk België, in een sterk Europa ons beste wapen is voor de toekomst. Ik hoop dat we die mening delen en dat u die mee uitdraagt. Alle politici moeten vanuit de basis onder druk worden gezet om juist te handelen en om niet in de verleiding te komen om mee te doen met het populistisch discours. Met het Europees beleid is dat heel gemakkelijk. Ik hoop dat u daar ook weerstand tegen biedt en dat we er samen voor kunnen zorgen dat we de problemen aanpakken, ieder op zijn terrein. Als we dat doen, ben ik er zeker van dat we die moeilijke uitdagingen waar wij vandaag mee geconfronteerd worden en de crisissen waar wij nu voor staan en waarvoor men naar ons kijkt om oplossingen te vinden, goed kunnen doorkomen.

Voorzitter, ik dank u dat ik dit hier in het Vlaams Parlement mocht komen zeggen.

Ik dank u allen voor uw aandacht. (Applaus)

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Mevrouw de eurocommissaris, ik wil u eerst en vooral namens de N-VA-fractie welkom heten in dit Vlaams Parlement. Uw aanwezigheid spoort perfect met onze ambitie. Verklaring 51 bij het Verdrag van Lissabon zegt dat wij geen regionaal parlement zijn, maar een component van het geheel, van het nationale parlementaire stelsel. Dat is een bevoegdheid, dat is ook een ambitie die we hebben en dat is een opdracht waar ikzelf en heel veel collega’s de schouders onder zetten.

Het is vooral wanneer je buiten Europa gaat dat je ziet wat voor een prestatie hier is neergezet. U hebt er zelf ook al naar verwezen: van de loopgraven van Verdun en de Westhoek over de verwoestingen en de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, over het IJzeren Gordijn dat ons continent een halve eeuw heeft verdeeld, over diep wantrouwen en onderlinge haat naar een unie van 28 lidstaten. Het is inderdaad een unie waarin het goed is om te leven. Of je het nu vergelijkt met andere plekken op de wereld of met andere periodes in onze geschiedenis, we moeten ons bevoorrecht voelen dat we in zoveel welvaart, in zoveel vrijheid kunnen leven, dat we zoveel kansen tot zelfontplooiing krijgen, dat we in welvaart en stabiliteit leven. Dat is niet enkel de verdienste van de Europese instellingen, maar we zijn ervan overtuigd dat Europa dat mee mogelijk heeft gemaakt.

Er is echter niet enkel goed nieuws. Wat is er immers over van het grote enthousiasme dat we kenden na de val van de Muur? Wat is er over van het optimisme dat we nog maar enkele jaren geleden kenden, na de zogenaamde Arabische Lente, van de droom van een almaar uitdeinend Europa met daarrond een brede zone van toenemende welvaart, toenemende democratie, toenemende stabiliteit, zowel in het oosten als in het zuiden. Vandaag bevinden we ons in een multipolaire wereld waar onze rol duidelijk afneemt, met in het oosten een Rusland met een duidelijk eigen agenda en in het zuiden een zeer brede zone van chaos, instabiliteit en ellende, wat we zelf ook merken door de terreur die toeslaat tot in het hart van ons eigen continent. Daarbovenop komen de breuklijnen die u zelf hebt beschreven: een breuklijn tussen Noord en Zuid, een even grote breuklijn die ontstaat tussen Oost en West, een breuklijn tussen een aantal landen die zeggen dat er meer Europa moet komen, dat we sneller vooruit moeten, en landen die zeggen dat ze daar toch niet voor hebben getekend, dat het zonder hen zal zijn als men die richting uitgaat. Dat zijn landen die een ander Europa willen: een efficiënter Europa, maar niet noodzakelijk meer Europa.

Gooi daar nog eens de grootste migratie- en vluchtelingencrisis sinds 1945 bovenop, die we toch niet mogen onderschatten en die ook zorgt voor een gigantische vertrouwenscrisis, niet alleen ten opzichte van de Europese instellingen, maar óók ten opzichte van die instellingen.

Het is zeer onbillijk om dat alles in het bakje van de Europese Commissie te gooien. Heel veel bevoegdheden zijn immers nog bevoegdheden van lidstaten. Grensbewaking is bijvoorbeeld in de eerste plaats een bevoegdheid van lidstaten. Ik hoop dat er in de Europese Commissie genoeg wijsheid verzameld is om met al die uitdagingen om te gaan, en om er rekening mee te houden dat we niet alleen op een continent wonen met 500 miljoen inwoners die consumenten of producenten zijn, die werknemers of werkgevers zijn, maar dat Europa ook een gemeenschap is van lidstaten, van naties, van culturen, van talen, van een manier van leven waaraan de mensen gehecht zijn en waarmee je dus maar beter rekening kunt houden. Het zal in de toekomst dus zaak zijn om te focussen op de essentie, om de voeten op de grond te houden.

En dan nog een allerlaatste bekommernis. De lidstaat heet België, maar de economische realiteit toont twee verschillende landen: Vlaanderen en Wallonië, ook als het over economie en tewerkstelling gaat. En die realiteit, mevrouw de eurocommissaris, zien wij niet altijd vertaald in de communicatie van de instellingen, in bijvoorbeeld de landenspecifieke aanbevelingen en in de rapportage. Kunt u dat bijvoorbeeld voor Eurostat eens bekijken? Als u daar iets aan kunt doen, zou ons dat een groot plezier doen en zou ons dat nog meer motiveren om de rol te spelen die ons als Vlaams Parlement toekomt.

Sta mij toe om u nogmaals te bedanken voor uw aanwezigheid in ons Vlaams Parlement. (Applaus van de meerderheid en van Renaat Landuyt)

De heer Kennes heeft het woord.

Voorzitter, mevrouw de eurocommissaris, ministers, collega’s, de Europese Unie heeft sinds haar ontstaan landen dichter bij elkaar gebracht. Mevrouw de eurocommissaris, u schetste het al: meer vrede, meer welvaart, meer tewerkstelling, meer kwaliteit in de tewerkstelling en een groene economie. Ook de landen die niet tot de EU behoorden, zagen daarvan de voordelen, en zij stonden steeds meer in het rijtje om zich bij deze Unie aan te sluiten.

Onder meer kwaliteitseisen en veiligheidsvoorschriften van producten vinden zo ingang in steeds meer landen. Dit leidde tot een markt die intussen is uitgegroeid tot 28 lidstaten. Het grote Europa heeft dus impact op zowat alle beleidsdomeinen en op alle levensdomeinen van de burgers. Samen met uw collega’s van de Europese Commissie zoekt u naar oplossingen voor de uitdagingen waarvoor we staan: de budgettaire orthodoxie, de bankenunie, de structurele hervorming van de arbeidsmarkt, het dichten van de investeringskloof, de vluchtelingencrisis. Om ons ervan te verzekeren dat de Europese aanpak het nodige draagvlak heeft en behoudt, is het belangrijk om ook als Vlaams Parlement de vinger aan de pols te houden en steeds na te gaan hoe de Europese keuzes een impact hebben op de Dorpsstraat.

Het vrij verkeer van personen en daaruit volgende arbeidsmobiliteit maakt de kern uit van de grote Europese arbeidsmarkt. Maar ondanks de vele voordelen die dit biedt, zijn er ook knelpunten. Ik wil inzoomen op één cruciaal element: detacheringsfraude, schijnzelfstandigheid, sociale dumping. Deze problematiek bewijst eens te meer dat een eenzijdig economische benadering niet leefbaar is. Europa moet ook sociale bescherming bieden. In deze optiek is uw portefeuille Sociale Zaken, Vaardigheden, Werkgelegenheid en Arbeidsmobiliteit een van de belangrijkste van de Europese Commissie. Sommige bedrijven zetten immers schijnconstructies op om selectief te genieten van de voordelen van zowel het gastland als het land van herkomst. Met goedkope werkkrachten bieden ze hier diensten aan tegen veel lagere prijzen. Vlaamse werknemers en bedrijven zijn daar de dupe van. De daaruit volgende ontslagen en faillissementen veroorzaken drama’s. Daarom komt u naar buiten met uw mobiliteitspakket. U biedt oplossingen in het kader van een faire toepassing van de Detacheringsrichtlijn, van meer samenwerking tussen Europese bemiddelingsdiensten en van meer coördinatie tussen de socialezekerheidssystemen. Gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde locatie moet het mantra zijn!

U hebt daarvoor niet alleen onze politieke steun. U hebt daarvoor ook de steun van de sociale partners. Uw plannen zijn een essentieel sluitstuk om onze economische concurrentiepositie, maar ook de sociale evenwichten en onze sociale zekerheid te beschermen. Uw plannen moeten ervoor zorgen dat iedereen in ons land tegen gelijke voorwaarden werkt en dat buitenlandse bedrijven in ons land enkel tegen gelijke voorwaarden aan de bak komen en niet onheus onze bedrijven uit de markt prijzen. Het behoud van tewerkstelling moet de leidraad zijn. We hebben er vertrouwen in dat u daartoe de juiste stappen zet.

We zouden nog dieper kunnen ingaan op andere initiatieven, zoals de Europese middelen die u vrijmaakt, de garantieprogramma’s, de langdurig werkzoekenden en de werkloze jongeren. Maar de tijd is beperkt. Het neemt niet weg dat we uitkijken naar uw mobiliteitspakket. Uw werk is van niet te onderschatten belang voor de blijvende geloofwaardigheid van de Unie.

Als Vlaamse christendemocrate met een belangrijke functie in Europa treedt u in de voetsporen van Leo Tindemans, Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy. We zijn fier op u en we rekenen erop dat u binnenkort met dat mobiliteitspakket ook successen gaat boeken. Vanuit het Vlaams Parlement wensen wij u daarbij alle succes toe. (Applaus)

De heer Daems heeft het woord.

Mevrouw de commissaris, er is een vooral Brits eurosceptisch credo dat zegt: de vreemdelingen pikken onze jobs en bedreigen onze sociale zekerheid. Ondanks het feit dat er cijfers zijn die bewijzen dat men in Groot-Brittannië eigenlijk een netto positief effect heeft van de immigratie uit de EU, heeft dit soort uitspraken toch wel een zekere impact. U zult het met mij eens zijn dat, terwijl het vroeger druppelde in Brussel als het in Parijs regende, men nu in Brussel nogal gauw naar een zakdoek grijpt als men in Londen nog maar niest. Ik denk dat dat waar is.

Dat geeft ons twee elementen aan. Een eerste element is dat van de sociale zekerheid, waar ik het toch even over wil hebben. Er is dus een vraag, een vrees van lidstaten dat hun en onze sociale zekerheid in gevaar zou kunnen zijn. Ik heb een heel praktische vraag voor u: denkt u dat we niet verder moeten gaan in het verschil maken tussen sociale zekerheid en sociale bijstand – dat zit in de Europese regelgeving –, waarbij we bijvoorbeeld sociale rechten die men opbouwt op basis van bijdragen, zou moeten kunnen meenemen naar verschillende lidstaten? Ik denk dat dat al een begin van oplossing zou kunnen zijn om dat onevenwicht, waar collega Kennes naar verwezen heeft, voor een stuk weg te werken. Er is een verschil tussen bijdragen die verzekeren of die pensioenrechten opbouwen, en sociale bijstand voor mensen die bijstand nodig hebben. Dat is een belangrijk verschil.

Het tweede element dat uit uw betoog naar voren is gekomen, is de arbeidsmobiliteit – ‘vreemdelingen stelen onze jobs’. Arbeidsmobiliteit, collega’s hier in dit Vlaams Parlement, is ontzettend belangrijk voor Vlaanderen. Al degenen die dat vertellen, moeten dat toch wel even beseffen. We hebben onder meer een lange lijst van knelpuntberoepen die we anders niet ingevuld krijgen en die we nog altijd niet ingevuld krijgen. En daarnaast hebben we ook een zekere krapte op onze arbeidsmarkt, vrij vaak.

Voor ons, Vlaanderen, is arbeidsmobiliteit onder correcte voorwaarden ontzettend belangrijk, en niet alleen voor ons, maar voor heel Europa. In de States is er maar één op drie die uiteindelijk in zijn geboortestaat werkt. Hier is het ocharme maar 4 procent dat elders gaat werken. Eigenlijk is dat veel te weinig. Meer Europa op dat vlak is dus zeker nodig.

Arbeidsmobiliteit brengt ons meteen bij de thematiek van oneerlijke concurrentie, sociale dumping, waar ik het ook even met u over zou willen hebben. Er is terecht verwezen naar sectoren, zoals bouw en transport, die daaronder lijden, die effectief die oneerlijke concurrentie ondervinden. Een ‘level playing field’, een gelijk speelveld, een speelveld van eerlijke concurrentie, is dus van essentieel belang om die arbeidsmobiliteit correct te laten verlopen, en is nog meer van essentieel belang om de Europese instanties hun credibiliteit te laten behouden, en met andere woorden de vermaledijde eurosceptici niet nog meer wind in de zeilen te geven om de verworvenheden die we nu zo lang hebben opgebouwd, aan te vallen op valse gronden.

Ik wil u daar een suggestie over doen. Los van het feit dat men in Vlaanderen en op federaal vlak de loonlasten naar beneden toe aanpakt zonder onze sociale zekerheid in gevaar te brengen, wel integendeel, denk ik dat de Detacheringsrichtlijn een opportuniteit biedt. U hebt er zelf naar verwezen. Waarom zouden we niet de socialezekerheidsbijdrage innen in het land waar de activiteit gebeurt? Waarom zouden we niet een soort afsprakenkader maken tussen de landen, wetende dat de socialezekerheidssystemen verschillend zijn? De dekking is verschillend, maar je zou het volgens mij meteen al aanpakken door wanneer er een activiteit gebeurt op plaats A in Europa, ook op die plaats A de socialezekerheidsbijdrage te innen. Dan heb je meteen iets in handen om die sociale dumping en die oneerlijke concurrentie wel degelijk uit de wereld te helpen.

Het bestaat op sommige vlakken. De ‘split pay’ bestaat. Waarom zou er geen ‘split social pay’ kunnen zijn, waarbij je inderdaad in dat sociaal veld over heel Europa op die manier greep zou kunnen krijgen op het wegwerken van oneerlijke concurrentie, die uiteindelijk de Europese instanties in gevaar brengt?

Daarom durf ik dit te zeggen: als u vanuit Europa op de middellange termijn – en het liefst op de korte termijn – aan de Detacheringsrichtlijn werkt door bijvoorbeeld dit voorstel te aanvaarden, dan denk ik dat Vlaanderen de Federale Regering gerust mag zeggen dat op de korte termijn flexijobs mogen worden ingevoerd in de sectoren met problemen. Op dat moment zullen we een goed evenwicht realiseren en zal er in Vlaanderen weer eerlijke concurrentie bestaan. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de eurocommissaris, mevrouw Thyssen, leden van de regering, collega's, Commissievoorzitter Juncker claimde bij zijn aanstelling dat dit de commissie van de laatste kans is. Europa socialer maken, dat was zijn missie. Mevrouw Thyssen, bij uw aantreden als eurocommissaris waren wij dan ook hoopvol. En we waren als Belgen zeer blij met uw bevoegdhedenpakket. Onze fractie in het Europees Parlement heeft u dan ook voluit gesteund. Als Belgische weet u immers zeer goed hoe detacheringsfraude en sociale dumping worden georganiseerd. Werkkrachten worden uit EU-landen waar de lonen en sociale bijdragen het laagst liggen naar hier gehaald, vaak via postbusbedrijven. Er ontstaat een neerwaartse spiraal waarbij loon- en arbeidsvoorwaarden steeds verder worden afgebouwd. Buitenlandse werknemers worden uitgebuit, werknemers van hier ontslagen, eerlijke kmo’s die wegens deze oneerlijke concurrentie niet kunnen overleven, gaan failliet, zelfstandigen worstelen met niet-betaalde facturen en de overheid loopt een pak inkomsten en sociale bijdragen mis. We spreken dan ook terecht van moderne slavernij.

Ons land is jarenlang een innovator geweest in de aanpak van sociale dumping. Maar onze regelgeving stuitte verschillende keren op de grenzen van een Europa dat respect voor arbeidsrechten enkel ziet als een obstakel voor de vrije markt. Toen in 2012 België de antimisbruikbepaling invoerde, klaagde de Europese Commissie ons land aan. Dat overkwam ook Duitsland toen het land een minimumloon invoerde dat ook voor buitenlandse truckers zou gelden. Mevrouw de commissaris, wij geloven dat u daar verandering in wilt brengen. U plaatste de hervorming van de Detacheringsrichtlijn bovenaan de agenda en er zou een gemeenschappelijke databank komen. Gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats, dat principe zou centraal komen te staan. Niettegenstaande uw goede intenties, stellen wij vast dat tot vandaag geen enkele vooruitgang is geboekt in de strijd tegen sociale dumping. U knikt dat dit wel zo is. Nochtans is het zo dat in december 2015 uw pakket maatregelen door de Commissievoorzitter op een groot njet werd onthaald. U mocht het pakket niet voorstellen. De reden: het Verenigd Koninkrijk dreigt ermee uit de Unie te stappen als het zijn goesting niet krijgt. U hebt dat zo-even zelf nog gezegd. Het feit dat de Commissievoorzitter de lancering van het pakket maatregelen heeft uitgesteld, getuigt van een gebrek aan politieke wil om de problemen aan te pakken.

Als we opnieuw trots willen zijn op Europa; als we mensen opnieuw willen doen geloven in Europa, zal Europa socialer moeten zijn. En dat is niet het Europa van Cameron en zijn fractie in het Europees Parlement. De conservatieven gijzelen beslissingen over jobs en welvaart. Het sociale Europa dat Juncker heeft beloofd, gaan we niet realiseren als we plooien voor de eisen van Cameron en afpingelen op sociale bescherming. Hoe we dat wel zullen kunnen? Door ervoor te zorgen dat alle bouwvakkers, alle truckers, alle arbeiders in de vleesindustrie en ga zo maar door dezelfde rechten, lonen en sociale bescherming krijgen. En wij rekenen daarvoor op u.

Mevrouw de eurocommissaris, ik heb één eenvoudige vraag. U hebt een ambitieus mobiliteitspakket aangekondigd en u hebt net bevestigd dat dit er komt. Mijn vraag is: wanneer mogen we dit verwachten en wat zal daarin staan? Wat blijft er over van uw ambities? Welk pakket zullen we krijgen? Graag kreeg ik meer duidelijkheid. Dank u wel. (Applaus bij sp.a, CD&V, Open Vld en Groen)

De heer Vanbesien heeft het woord.

Geachte mevrouw de eurocommissaris, beste collega’s, Vlaanderen heeft de Europese Unie nodig, zoals een mens zuurstof nodig heeft. Vlaanderen kan enkel meespelen op het politieke wereldtoneel, als we ons stevig vastklikken in die Europese Unie. De Europese Unie is door haar schaal, door haar grootte, een overheidsniveau dat we broodnodig hebben om in tijden van globale dyamieken zoals vluchtelingenstromen, klimaatopwarming en economische globalisering, mee te kunnen spelen.

Maar het gaat niet goed met de Europese Unie, en dat baart me grote zorgen. De Unie zucht van vermoeidheid – u sprak zelf over een vertrouwenscrisis. De Unie wordt gegijzeld door de lidstaten – u zei het zelf een beetje eufemistisch dat de lidstaten hun verantwoordelijkheid moeten nemen. De Europese Unie lijkt haar problemen niet langer de baas te kunnen. Het gevaar doemt op dat Europa verbrokkelt.

En dat is mijn centrale oproep aan u, mevrouw Thyssen: laat het niet zover komen. Zorg ervoor dat Europa versterkt in plaats van verzwakt. En ik weet ook wel dat dat niet alleen van u kan komen, maar ik vind dat het óók van u moet komen.

En ik geef u drie opdrachten mee, drie domeinen waarin de unie moet worden versterkt. Het eerste is heel actueel, namelijk het asielbeleid. U hebt er ook over gesproken. De Europese Unie staat mogelijk op het punt om het Verdrag van Schengen te begraven en dat zou een enorme stommiteit zijn. Dat personen vrij mogen bewegen in Europa is een pijler van de unie, die een ongelooflijk positieve impact gehad heeft op de levens van de Vlamingen. Het geeft praktische voordelen, de barelen op de grens met Frankrijk zijn weg, het heeft voor een economische boost gezorgd, het is een zichtbaar element van Europees burgerschap. In plaats van dat vrij verkeer van personen te laten afbrokkelen, moet je net Europa versterken. Zorg voor een gezamenlijk asiel-, migratie- en grensbeleid. Zorg voor een gezamenlijke registratie en verdelingssystemen van vluchtelingen. Zet je macht als wereldspeler in om de oorzaken van de vlucht, oorlog en uitzichtloosheid, te bestrijden. En alstublieft, alstublieft, zorg ervoor dat er geen mensen, in wanhoop op zoek naar asiel, sommigen met hun kinderen op hun schoot, meer verdrinken voor de Europese kusten.

Een tweede opdracht is de crisis van de eurozone: een jaar geleden brandend actueel, nu wat naar de achtergrond verdrongen, maar nog altijd niet opgelost. Ook daar dreigt verbrokkeling, de afbouw van de eurozone, ook daar zou dat een weg achteruit zijn. Veel interessanter en toekomstgerichter is om de muntunie te combineren met een fiscale unie en een sociale unie. Zeker in die laatste doelstelling, mevrouw Thyssen, kunt u een belangrijke rol spelen, als commissaris die Europa een sociaal gelaat moet geven. U werkt aan een Europese sokkel van sociale rechten. U sprak daarnet over een sociaal referentiekader waarmee u de boer opgaat. U kunt het belang daarvan, indien het ambitieus genoeg is, niet onderschatten. Het zou een verademing zijn dat de Europese Unie na al dat brute besparingsgeweld, de motor wordt van sociale verbetering. Het is een cruciaal element in het creëren van nieuw enthousiasme rond de Europese Unie. Vandaar mijn vraag: waar ligt uw lat, wat wilt u precies bereiken? U hebt er in zeer algemene termen over gesproken. Het zou me benieuwen als u iets concreter kon zijn.

En ten slotte, als we op iets fier mogen zijn, als we op iets fier moeten zijn in Europa, is het onze democratische traditie. Dat is een fundamenteel uitgangspunt binnen de unie waar we geen duimbreed mogen toegeven. Als je dan naar de regimes in Hongarije en Polen kijkt, zie je daar dingen gebeuren die in een democratie niet horen; fundamentele principes worden met voeten getreden. Mevrouw Thyssen, doe daar iets aan, zorg ervoor dat Europa luid en duidelijk met één stem deze praktijken veroordeelt. Koppel er sancties aan, maar geef het antidemocratisch gif geen kans om zich in Europa te verspreiden. Laat Europa niet verbrokkelen, versterk het. Het is in het belang van alle Vlamingen. Dank u. (Applaus bij Groen, N-VA, CD&V, Open Vld en sp.a)

De heer Janssens heeft het woord.

Mevrouw de commissaris, u mag me niet kwalijk nemen dat ik vandaag namens het Vlaams Belang onze rol als enige EU-kritische partij ook hier ter harte zal nemen en dat ik u dus confronteer met een aantal EU-kritische stemmen die ook in Vlaanderen steeds meer opgaan. Die stemmen klinken vanuit de basis steeds luider. Tijd heeft ons immers geleerd dat de profeten van de Europese integratie ervan houden om grenzen neer te halen. In de negatieve gevolgen die daaruit voortspruiten, zoals die ook nu weer blijken naar aanleiding van de huidige stroom van asielgelukszoekers, zijn ze minder geïnteresseerd. En dat die asielzoekers inderdaad in grote meerderheid economische gelukszoekers zijn en geen oorlogsvluchtelingen, werd deze week zelfs nog bevestigd door uw collega, Frans Timmermans. Ik weet niet of het dat was waar u naar verwees toen u het had over een populistisch discours.

De voorbije weken werd het nieuws inderdaad gedomineerd door alle onheil dat gepaard gaat met immigratie vanuit voornamelijk islamitische landen. De negatieve gevolgen van de Europese integratie en het opengrenzenbeleid zijn voor de man en de vrouw in de straat. De gemiddelde Vlaming heeft immers geen auto met chauffeur die hen snel door onveilige wijken loodst en de gemiddelde Vlaming heeft geen superbeveiligde villa, al dan niet in Toscane, of pakweg een onbetaalbare woning in Leuven, nietwaar, mijnheer Daems.

Maar u, mevrouw de commissaris, u bent de eurocommissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken, en ik wil u dan ook vooral aanspreken over een ander element van het opengrenzenbeleid waarvan de Vlaamse bevolking ook het slachtoffer is, en dan vooral de Vlamingen die in de bouw of de transportsector werken en die op een oneerlijke manier beconcurreerd worden vanuit Europese lageloonlanden.

Mevrouw Thyssen, grenzen laten verdwijnen is zoveel gemakkelijker dan de problemen oplossen die erdoor worden veroorzaakt. De problematiek van de sociale dumping ten gevolge van het vrij verkeer van personen laat zich nu al decennia voelen. De problematiek van de oneerlijke concurrentie en het daaraan gekoppelde jobverlies voor de eigen werknemers en ondernemers begint steeds meer dramatische vormen aan te nemen.

De problemen geraken inderdaad niet opgelost door wat gerommel in de marge. Het is de EU-Detacheringsrichtlijn zelf die totaal niet aangepast is aan de EU met haar 28 lidstaten. Het probleem van sociale dumping zit ingebakken in een van de basisprincipes van de EU zelf, met name dat vrije verkeer van personen.

Mevrouw de commissaris, recent nog vernamen wij dat in de wereldvreemde EU-cenakels plannen werden uitgedokterd om de visumplicht te versoepelen voor Turken die de EU in willen reizen en zelfs een nieuw hoofdstuk te openen in de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Alsof het nog niet genoeg is, willen de herauten van de EU-superstaat nog eens een blik laagloners opentrekken om Europa mee te overspoelen. Met onze Europese fractie ‘Europa van Naties en Vrijheid’ zullen we in elk geval alles uit de kast halen om dat tegen te gaan. Turkije is geen Europees land en hoort dus niet in de EU.

Ik hoop dat u het met mij eens kunt zijn dat de plannen om Turkije te laten toetreden absolute waanzin zijn, zeker gezien de nu al woekerende problemen van sociale dumping en oneerlijke concurrentie.

Aansluitend daarbij zou ik graag van u vernemen welke initiatieven nu eindelijk eens zullen worden genomen tegen de problematiek van de sociale dumping en de oneerlijke concurrentie vanuit Europese lageloonlanden.

Geeft u hier vanuit het Vlaams Parlement een krachtig signaal hoe u zich vanuit uw functie ten dienste van de Vlaming zult stellen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de commissaris, beste Marianne, collega’s, namens de Vlaamse Regering heet ik u hartelijk welkom in dit halfrond. We zijn niet alleen blij met uw aanwezigheid, we zijn ook blij met uw geïnspireerde en inspirerende toespraak. U bent niet alleen over uw eigen belangrijke bevoegdheden gegaan, u hebt ook een breed palet geschetst. Ik heb woorden genoteerd als proportionaliteit, subsidiariteit, sterke economie om een sociaal beleid te kunnen voeren, duurzame groei en duurzame jobs te creëren.

Dames en heren, met deze ontmoeting wordt een goede traditie voortgezet. Destijds is Herman Van Rompuy als eerste voorzitter van de Europese Raad hier ontvangen. We hebben de voorzitter gehad van het Comité van de Regio’s. We hebben amper veertien dagen geleden uw collega-eurocommissaris Malmström in de commissie gehad. Ik verneem dat het de bedoeling is om in het najaar Frans Timmermans, die overigens ook zeer goede banden met Vlaanderen heeft, hier te ontvangen. Namens de regering verwelkom ik deze praktijk. Het is bijzonder goed dat de Europese Commissie in confrontatie gaat met wat aan de basis leeft. Het kan alleen maar het draagvlak versterken en de kloof tussen Europa en zijn burgers verminderen. Het geeft ook vorm aan de subsidiariteit. De heer Van Overmeire heeft erop gewezen: dit parlement is een van de nationale parlementen in het kader van verklaring 51 toegevoegd aan het Verdrag van Lissabon.

Ik heb zelf mogen ondervinden – en ik neem aan de collega’s met mij – dat in de commissie de dialoog met eurocommissaris Malmström zeer goed was en aanleiding gaf tot zeer goede vraagstelling en tot zeer directe antwoorden. Dat was ook het geval in het onderhoud dat ik daarna met haar had.

Voorzitter, ik heb hier alleen maar voorstellen te doen, maar in Duitsland is het bijvoorbeeld de traditie dat de eurocommissaris minstens één keer per jaar naar het parlement gaat. Misschien kan dit de start zijn van ook een goede traditie op dit vlak.

Mevrouw de eurocommissaris, ik weet dat u – u hebt dat ook benadrukt bij onze eerste ontmoeting – boven het landbelang moet staan, boven het lokale belang moet staan. U bent Europees commissaris en gaat voor het Europees belang. Het is meer dan een stille hoop van ons en een verwachting dat u minstens in Europese aangelegenheden, minstens in de gesprekken en discussies binnen de Europese Commissie, toelichting kunt geven bij de situatie in Vlaanderen, dat u de situatie kunt kaderen. Er komen nogal wat belangrijke dossiers op ons af, waar ook voor Vlaanderen heel belangrijke belangen op het spel staan. Ik denk aan de klimaattop met zijn consequenties, aan het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsverdrag (TTIP) en aan de markteconomische status voor China, allemaal zaken die rechtstreeks belangrijk zijn voor de Vlaamse Gemeenschap.

Dames en heren, mevrouw de eurocommissaris, u weet dat deze regering een investeringsregering wil zijn, waarbij we willen inzetten op dringende maatschappelijke noden, maar ook willen inzetten op belangrijke en duurzame infrastructuur die we nodig hebben als logistieke draaischijf, als kennisregio binnen de Europese Unie. Daarvoor willen we een basis leggen met gezonde overheidsfinanciën, structurele hervormingen ook. Het Europees semester en het Vlaams hervormingsplan vormen hiervoor het ideale kader.

We erkennen het belang van een Europees beleid als een van de hefbomen voor het dichten van de investeringskloof – u had het erover – met betrekking tot jaarlijkse, publieke investeringen die uw Commissie schat tussen 230 en 370 miljard euro van voor het jaar 2008 en de periode na de crisis. Voor ons is de positieve spiraal van begrotingsdiscipline, structurele hervormingen en investeringen een belangrijk thema en een belangrijke doelstelling, maar dit is geen vanzelfsprekendheid. We waren dan ook gezond kritisch, maar ook constructief ten aanzien van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) dat u vorig jaar hebt opgezet. We zijn ervan overtuigd dat EFSI kan bijdragen aan het dichten van de investeringskloof. We zijn heel blij dat de eerste investeringsprojecten in Vlaanderen zijn goedgekeurd, maar het mag natuurlijk meer zijn. Het gaat tot nu toe over kleinere projecten. We hopen dat er EFSI-ondersteuning komt voor grote, belangrijke, duurzame investeringsprojecten.

Om die nodige investeringen mogelijk te maken, ook in de hardware van onze zorg- en onderwijssector, mevrouw de eurocommissaris, veroorloof ik het mij nogmaals om terug te keren op twee belangrijke, concrete voorstellen van de Vlaamse Regering. Ten eerste is dat de mogelijkheid om grote investeringsprojecten over een langere periode dan de constructieperiode te kunnen afschrijven, let wel, binnen het kader van het stabiliteits- en groeipact en met behoud van de begrotingsdiscipline.

Maar we zijn ervan overtuigd dat dit ook voor kleinere deelstaten ademruimte kan geven om investeringen te doen. Een deelstaat als Vlaanderen kan niet de middelen opbrengen om in één regeerperiode met Europese begrotingsregels een twintigtal grote infrastructuurprojecten te realiseren.

Ten tweede zijn wij sterk vragende partij voor een grotere rechtszekerheid bij de pps-constructies. Maar ik ben blij met wat u daaromtrent gezegd hebt: u gaat voor duidelijkheid, u gaat voor rechtszekerheid, u gaat voor het aanbieden van modelcontracten. Dit is voor ons een verademing. Wij willen rechtszekerheid, wij willen daarvan gebruik kunnen maken, maar het is goed dat er voorafgaandelijk duidelijkheid geschapen kan worden.

Voorzitter, dames en heren, de vervollediging van de interne markt, in het bijzonder op vlak van de digitale economie, de transportunie en de energiesector, moet de grootste prioriteit zijn voor de wetgevende agenda van de Europese Commissie. Het werkprogramma 2016 bevat ter zake zeker relevante initiatieven. Wij als Vlaamse Regering leggen nu de laatste hand aan de prioriteiten van het Commissiewerkprogramma en binnen dat werkprogramma zullen wij onze eigen prioriteiten gaan bepalen. Europese wetgevende initiatieven, ook op het vlak van de arbeidsmobiliteit en het vrij verkeer van werknemers – inderdaad een van de fundamentele pijlers van de Europese Unie –, is een belangrijke verworvenheid die we niet mogen prijsgeven.

Maar u hebt het gehoord, diverse collega’s hebben het erover gehad: wij moeten sociale misbruiken tegengaan. Ook daar ben ik blij met uw aankondiging van initiatieven op dat vlak. In één woord: gelijk werk, gelijk loon in een lidstaat. Ik denk dat dit de ambitie moet zijn, zo niet wordt het draagvlak van de Europese Unie, dat weet u heel goed, onderuitgehaald. Europese burgers hebben het bijzonder moeilijk met wat u een vorm van deloyale concurrentie kunt noemen. Ik ben dan ook blij dat u het woord ‘eerlijk’ in de mond hebt genomen. Ik hoop dat u erin slaagt om op dat punt echt baanbrekende stappen te kunnen zetten.

Mevrouw de commissaris, de Unie beleeft moeilijke tijden, gaat door zwaar water. De punten zijn aangehaald: we hebben de Griekse crisis gehad, we hebben de vluchtelingencrisis, we hebben het Brits referendum. Het is aan de Europese Commissie om doordachte antwoorden te geven. Wat ons betreft, kijken wij uit naar de voorstellen die de Commissie op dat vlak de komende maanden zal formuleren. (Applaus)

Dank u wel, minister-president.

Nu geef ik graag het woord aan mevrouw Thyssen.

Mevrouw Marianne Thyssen, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan alle fracties voor de opmerkingen en voor het met mij delen van een aantal opvattingen.

Voorzitter, ik ga proberen op de meeste vragen op een min of meer georganiseerde manier een antwoord te geven. Wat betreft uitbreiding en verdieping is er opgemerkt dat Europa groot is geworden en uitgebreid is. We mogen niet vergeten waarom dat gebeurd is. We hebben een verhaal gehad van vrede en politieke stabiliteit, waar ik naar verwees in het begin van mijn uiteenzetting. De oefening die we gemaakt hebben met de uitbreiding van Europa, zeker ook die van 2004 en 2007, heeft ook daarmee te maken. Dat was ook een verhaal van hoe zorgen we ervoor dat die politieke stabiliteit en die vrede op dit continent bewaard kan blijven. Dan moeten er op een bepaald ogenblik ook politieke keuzes worden gemaakt. Ik hoop dat u niet vergeet dat in dat kader die uitbreidingsoefening heeft plaatsgehad.

Zelf ben ik altijd, persoonlijk dan, een voorstander geweest van eerst verdiepen en dan uitbreiden. Het is niet altijd in die orde gebeurd, maar ik wou dit toch even allemaal in herinnering brengen.

Dan is er het mobiliteitspakket, de detachering van werknemers, sociale dumping: we hebben al die woorden hier gehoord. Laat me eerst dit toelichten: uitstel van het pakket. Waarom is het uitgesteld? Niet: uw voorzitter heeft u verhinderd van het pakket enzovoort. Neen, er is het Britse referendum. Er is de discussie die gaande is tussen de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk en de andere lidstaten, een discussie die zich afspeelt op het niveau van de eerste ministers, van de Europese Raad. Zij moeten tot afspraken komen of kijken of ze tot afspraken kunnen komen.

U weet wat de terreinen zijn waarover premier Cameron vragen heeft gesteld. Een van die terreinen interfereert regelrecht met mijn mobiliteitspakket. Dan kun je twee dingen doen: dat negeren en gewoon doorgaan of even wachten, zien wat er uit de bus komt en nagaan hoe we die dingen samen kunnen laten sporen.

Wanneer we met zo’n mobiliteitspakket komen, moeten we er vooral voor zorgen dat we een aantal dingen die we misschien kunnen gebruiken in de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk, niet al op voorhand cadeau geven. Het is dus ook een kwestie van sterker te staan in de onderhandelingen en niet alleen van wachten, niet durven, niet mogen of wat dan ook. Het is een kwestie van zo goed mogelijk te onderhandelen en zo sterk mogelijk op te komen voor onze principes. Dat zullen we ook doen.

Wanneer komt dat mobiliteitspakket er? We zullen moeten afwachten wat er gebeurt op de Europese top eind deze maand. Dan moeten we uitzoeken wat de verstandigste aanpak is en wanneer we daarmee kunnen komen. Ik weet dat er ongeduld is. Zelf ben ik ook ongeduldig. Ik zou er graag snel mee komen en ervoor zorgen dat we dat debat eindelijk allen samen kunnen voeren.

Wat zit erin? Wat is de stand van zaken? Ten eerste willen we de mobiliteit blijven faciliteren. Verschillende collega’s uit dit parlement hebben onderstreept hoe belangrijk die mobiliteit is, hoe die uiteindelijk de interne markt is, ook voor onze economie, onze werkgelegenheid en onze welvaart. We zullen die dus blijven faciliteren.

Wat zullen we verder doen? Er ligt een brief klaar, gericht aan alle ministers die daarvoor verantwoordelijk zijn in de lidstaten. In mei 2014 werd de handhavingsrichtlijn voor de detachering goedgekeurd. Die richtlijn biedt ons een aantal extra elementen om beter te controleren en naar een meer rechtvaardige aanpak te gaan. In die brief dringen we er bij de lidstaten op aan dat die richtlijn op tijd en kwalitatief wordt omgezet in nationaal recht in elk van de 28 lidstaten. Dat moet gebeuren tegen juni 2016. Het zal ons een heel stuk vooruithelpen.

Met deze Commissie hebben we echter gezegd dat dat niet genoeg is. Wij willen meer, onder meer op het vlak van detachering. We willen dat evalueren en bekijken of we niet iets moeten doen op dat vlak. Iedereen heeft mij gewaarschuwd die doos van Pandora niet te openen. Ik zal die doos van Pandora wél openen, omdat ik zie dat er elementen zijn die ik, vanuit eerlijkheidsoverwegingen, niet kan verdedigen. We hebben daarover een oriëntatiedebat gevoerd in de Europese Commissie. Ik heb daarvoor de steun van mijn collega’s. Ik zal de Detacheringsrichtlijn dus wél openen, maar dan gefocust: ik zal dus niet alles opnieuw in vraag stellen.

Een van de grote zaken betreft de loonvoorwaarden van de gedetacheerde werknemers. De minimum ‘rate of pay’, het respect voor het minimumloon, moet een serieuze invulling krijgen. We moeten ervoor zorgen dat het uiteindelijk neerkomt op gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats.

Een tweede zaak zijn de twee bestaande verordeningen die de sociale zekerheid coördineren, die voor mensen die grensoverschrijdend gaan, uitmaken onder welk stelsel ze vallen: het ene of het andere. Vanaf wanneer schakel je over naar het andere? Welke rechten kun je meenemen, welke niet? Het gaat zowel over elementen van de sociale zekerheid, als over een aantal elementen van sociale bescherming.

We zullen daarnaar kijken om ervoor te zorgen dat er meer rechtszekerheid is. Nu zijn een aantal zaken niet duidelijk. We krijgen de ene case na de andere voor het Hof van Justitie. Het is niet aan het Hof van Justitie om de regels te bepalen. Als vrouw ben ik uitermate tevreden over de ontwikkeling van het Europees recht, waarin het Hof van Justitie heel creatief heeft gewerkt. Op één zin in één artikel, namelijk ‘gelijk loon voor gelijk recht’, hebben ze een hele rechtspraak gebouwd. Uiteindelijk is daarop een heel beleid van gelijke kansen gebouwd. Ik wil dus zeker geen kritiek uiten op dat hof. Maar het is aan ons, politici, die verantwoordelijk zijn ten aanzien van de burgers, om de regels vast te leggen en ervoor te zorgen dat ze duidelijk zijn. Op het vlak van die sociale rechten zijn er een aantal zaken niet duidelijk. We zullen die in de eerste plaats duidelijk maken en duidelijk aantonen wie wanneer recht heeft op wat.

In 1996 kwam die Detacheringsrichtlijn er. Het was toen de bedoeling om voor een ‘level playing field’ te zorgen. Als we onze diensten ergens anders mogen verrichten, wat doen we dan met de werknemers die we meenemen? Op welke voorwaarden worden die tewerkgesteld? Wat met de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsbescherming, het loon, de sociale zekerheidsstelsels? Daarvoor werden regels uitgewerkt. Die regels waren redelijk in 1996. Maar de wereld is veranderd. Europa is uitgebreid. Er zijn veel meer lidstaten. De verschillen tussen de lidstaten zijn groot. Die waren dichter bij elkaar aan het komen, maar doorheen de crisis hebben we gezien dat de verschillen weer groter worden. Vandaar ook ons idee van de Europese pijler, om te herijken, maar ook om te zorgen dat de lidstaten opnieuw meer convergeren en dat we dichter naar elkaar toe groeien. De verschillen zijn op dit ogenblik groot, dat moeten we niet onder stoelen of banken steken. Daarom is het tijd dat we daar wel naar kijken zodat er meer rechtszekerheid komt, meer duidelijkheid en meer controlemogelijkheden op het vlak van lonen, arbeidsinspecties, maar ook op het vlak van socialezekerheidsinspecties, want ook aan die kant moet er veel meer worden gecontroleerd.

Een achtbaar lid van dit parlement verwees naar de case die de Commissie heeft geopend tegen België over het A1-document. Het A1-document is voor mensen die mobiel zijn en dient om te bewijzen dat ze aangesloten zijn bij het socialezekerheidsstelsel in het land waar ze vandaan komen. Op basis daarvan moet worden uitgemaakt onder welke stelsel iemand valt. We weten dat dat document niet is wat het moet zijn. Dat wil echter niet zeggen dat een lidstaat eenzijdig kan oordelen dat het document niet in orde is en het daarom niet aanvaardt en eenzijdig beslist dat de persoon in kwestie onder zijn socialezekerheidsrecht valt, dus dat die persoon aan die lidstaat betaalt en onderworpen is aan zijn systeem en niet meer aan het land waar hij vandaan komt. Ik spreek over gedetacheerde werknemers. Dat zijn zaken die niet eenzijdig kunnen worden beslist. Europa heeft daar procedures voor. Die staan al in de wet, en ook ons land moet de procedures naleven.

Als men een statement wil maken door het zich niet meer aan te trekken en het eens te laten zien, dan kan dat op zich geen kwaad, maar dan mag men niet verwachten dat er niet wordt gereageerd op wat op zijn beloop wordt gelaten.

Duitsland heeft een minimumloon ingevoerd. Dat hebben we verwelkomd in de Europese Commissie. We moedigen de landen aan om minimumlonen in te voeren omdat we denken dat dat op zich een goede zaak is. Maar als men dat minimumloon gaat toepassen op vrachtwagenbestuurders die passeren, dan wordt het iets ingewikkelder. Er zijn klachten gekomen, ook vanuit ons land: hoe moeten we dat doen, die administratieve rompslomp? Kan Duitsland dat zomaar doen?

De Commissie heeft daar inderdaad op gereageerd en gevraagd dat Duitsland uitleg verschaft, en dat is nu in behandeling. Als bepaalde vormen van vervoer worden beschouwd als detachering van werknemers, dan zijn die loonnormen daarop van toepassing. Het is vooral als er wordt vervoerd van punt A naar punt B in een andere lidstaat, als er daar wordt gelost en geleverd en dan weer vertrokken, als er dus een echte dienstverlening is, dan is de vraag hoe die Detacheringsrichtlijn moet worden toegepast. Dat moet worden verduidelijkt.

Sociale zekerheid innen in het land waar de activiteit gebeurt, is een van de voorstellen, maar dat is niet meteen de richting die we uitgaan. We denken dat dat voor ongelooflijk veel administratieve rompslomp gaat zorgen. We hebben ook detacheringen van heel korte duur. De gemiddelde duur van een detachering in Europa is vier maand, niet langer. Er zijn mensen die een maand hier, drie maand ginder, twee weken hier en nog vijf maand in een andere lidstaat zijn. Telkens vragen dat de sociale zekerheid wordt geïnd in het land waar ze een paar weken of een maand aan de slag zijn, wordt allemaal heel moeilijk. We denken dus niet dat dat de weg zal zijn.

Sommige lidstaten zouden dat ook niet aanvaarden. Er is veel wantrouwen tussen burgers, maar dat is er ook tussen de landen onderling. We moeten er ook nog op rekenen dat het juist gebeurt, dat het wordt doorgestort. Dat is een zeer groot kluwen.

We willen er wel voor zorgen dat de sociale zekerheid wordt betaald waar ze moet worden betaald. We gaan zorgen voor betere regels in die verordeningen en voor een veel sterker A1-document. Dat kan niet gewoon een stukje papier zijn waarop we een paar vakjes aankruisen, dat we niet eens volledig invullen, dat nergens is gecertifieerd, dat, zodra je het meekrijgt, voor onbeperkte tijd geldig is. Daar gaan we anders mee omgaan. We gaan proberen dat sterker en bruikbaar te maken als een element van controle zonder te veel administratieve lasten te laten oplopen.

We gaan er ook voor zorgen dat de socialezekerheidsinspecties beter samenwerken. Dat wordt nu georganiseerd in de Handhavingsrichtlijn voor de arbeidsinspectie, maar ook de socialezekerheidsinspecties moeten veel meer samenwerken, en dat zit in ons mobiliteitspact.

Er werd hier ook iets gezegd over Schengen. Dat is heel belangrijk. We zijn voor een vrije markt, voor vrij verkeer. Als we opnieuw naar grenscontroles gaan, al onze grenzen tussen de landen sluiten, dan nemen we zeer grote economische risico’s en spelen we met onze werkgelegenheid. Dat is niet wat we willen. De interne markt is ons dierbaar, we moeten die in stand houden. Schengen moet overleven en we zullen daar alles aan doen.

Dat wil niet zeggen dat er niet af en toe tijdelijk iets kan of moet gebeuren. Dat is een heel ander verhaal. Op dit moment gebeuren in sommige landen grenscontroles: dat is daar momenteel verantwoord. Ik wil vragen dat men niet doet alsof dat het definitieve einde van Schengen is. We zitten in een overgangsperiode. We moeten de buitengrenzen beter controleren. We moeten een heel aantal zaken aanpakken. Ik heb u een hele lijst genoemd van zaken die op de agenda van de Commissie staan: sommige zijn al beslist, andere staan op stapel bij de Europese wetgever. Europa is inderdaad ook een democratie. Er is een parlement, er is een raad van ministers.

Dat vraagt even tijd. Het is niet omdat de Commissie met de vingers knipt dat de wereld ’s anderendaags veranderd is. We zitten in een moeilijke periode, we moeten daar door. Het is de bedoeling dat we duidelijk orde op zaken krijgen en dat na verloop van tijd die grenscontrole binnen het Schengengebied terug naar af kan en dat het Schengengebied weer werkt zoals het moet.

Economie is één punt werd gezegd, maar het fiscale en sociale aspect zijn ook belangrijk, daar zijn wij ons zeer goed van bewust. Op de beide vlakken wordt er gewerkt. Commissievoorzitter Juncker heeft gezegd: “Jobs, groei en fairness, daar is het ons om te doen; dat is de leidraad, niet alleen van mezelf, maar van heel het college.”

Er zijn belangrijke structurele hervormingen gebeurd en de sociale aspecten zitten in nu in het Europese ministerpakket. Denk maar aan de ‘social pillar’ en het mobiliteitspakket. We tonen dat we daar serieus mee bezig zijn en dat we iets bereiken.

Dat gebeurt ook op fiscaal vlak. Er is heel veel in beweging. Het is de bedoeling van de Commissie, samen met de OESO, en er is gelukkig ook veel internationaal in beweging, dat zal ons helpen om de zaken op orde te krijgen, dat er belastingen worden geheven waar winst gemaakt wordt. Dat moet op een eerlijke manier gebeuren. De lidstaten moeten een beleid voeren waarmee ze geen vliegen van elkaar afvangen en een neerwaartse spiraal vermijden. Dat bedrijven geen belastingen betalen en de kmo’s de volle pot, zulke zaken kunnen wij niet aanvaarden. Daar wordt keihard aan gewerkt. Het zal niet langer duren dan morgen dat mijn collega-eurocommissaris Moscovici het pakket zal voorstellen waar we al een paar maanden aan werken, om ook op dat vlak meer rechtvaardigheid te brengen.

Nog een woordje over Turkije, voorzitter. Deze Commissie heeft er bij de start van deze legislatuur voor gekozen, in de nasleep van de financieel-economische crisis en intussen met een andere crisis, om in deze legislatuur niet uit te breiden. Dat was een optie en dit is duidelijk. Mogen we dan met de landen rondom ons niet meer praten? Natuurlijk wel, we moeten ermee praten. We moeten ermee onderhandelen, ook met Turkije. Dat is een nabuurland. Dat is een heel belangrijk land voor energie, veiligheid en militaire samenwerking. Dat is een heel belangrijk partnerland om de vluchtelingencrisis aan te pakken. Dat is de reden waarom we niet te beroerd zijn om met Turkije te onderhandelen, en om financiële steun te geven voor humanitaire opvang in de kampen. Er worden heel veel mensen opgevangen in Turkije, en als er afgesproken wordt om visa te geven aan een aantal mensen, heel selectief, dan kan dat voor mij ‘part of the deal’ zijn.

Er moet diplomatiek onderhandeld worden. Landen moeten met elkaar spreken. We leven in een geglobaliseerde wereld, laat ons alstublieft met zoveel mogelijk landen open contacten onderhouden, goed samenwerken en zien hoe we samen onze problemen het best kunnen oplossen.

Voorzitter, ik hoop dat ik de belangrijkste punten heb aangekaart. Ik ben heel blij dat ik hier mocht zijn. Het is een eer voor mij om naar het Vlaams Parlement te komen. Ik wil iedereen danken voor de opmerkingen, vragen en reacties. Mocht u er in de toekomst nog hebben, wij hebben ook e-mail, aarzel niet, spreek ons maar aan, en dan blijven we op die manier in contact. (Applaus)

Mevrouw Thyssen, beste Marianne, ik heb daarstraks aangehaald dat u de eerste vrouw en de eerste Europese commissaris bent die ons hier heeft toegesproken in onze plenaire vergadering. Er moet altijd iemand de eerste zijn. Wij mogen er trots op zijn dat u Vlaanderen vertegenwoordigt op het Europese forum. Vanuit uw functie weegt u mee op de democratische besluitvorming voor iets meer dan 500 miljoen burgers.

Wij zijn er wel van overtuigd dat u de ideeën uit de dialoog die u hier vandaag aangegaan bent met onze volksvertegenwoordigers – ik weet het, die is weliswaar beperkt, want iedereen, behalve de minister-president, heeft zich keurig aan de spreektijd gehouden –, ook zult meenemen naar uw werkterrein. Belangrijk voor ons, voor het Vlaams Parlement, is dat u op die manier de Vlaamse ideeën mee op de internationale kaart plaatst.

Als voorzitter van dit parlement, en in naam van alle Vlamingen, wil ik u daarvoor heel hartelijk danken. (Applaus)

Verontschuldigingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.