U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 13 januari 2016, 14.01u

Voorzitter
van Sabine de Bethune, Ingeborg De Meulemeester, Herman De Croo, Karim Van Overmeire, Johan Verstreken en Karl Vanlouwe
552 (2015-2016) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Sabine de Bethune, Ingeborg De Meulemeester, Herman De Croo, Karim Van Overmeire, Johan Verstreken en Karl Vanlouwe betreffende conflictmineralen.

De bespreking is geopend.

Mevrouw Soens, verslaggever, heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Voorzitter, collega’s, in de Commissie voor Buitenlands beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking, Toerisme en Onroerend Erfgoed werd op 8 en 15 december 2015 het voorstel van resolutie betreffende conflictmineralen besproken. Sabine de Bethune, eerste indiener van het voorstel van resolutie lichtte toe dat de tekst die hier vandaag voorligt, in grote mate overeenstemt met de resolutie die de Kamer op 23 juli 2015 heeft aangenomen. De indieners van het voorstel willen hiermee reageren op de signalen van het Europees Parlement en het voorstel van regelgeving van de Europese Commissie omtrent mineralen en metalen uit conflict- en hoogrisicogebieden. Het is een oproep aan de Vlaamse Regering om in overleg met de Federale Regering een signaal te sturen dat de regelgeving aangescherpt en dwingender moet. In het voorstel van resolutie vragen de indieners dat er een passende zorgvuldigheid uitgewerkt wordt voor alle importeurs binnen de Europese Unie en dat die via externe audits gecontroleerd wordt.

Bij de bespreking nam de N-VA-fractie als eerste het woord. Collega De Meulemeester noemt het een belangrijk signaal naar alle betrokkenen dat financiering van gewapende groepen door het verhandelen van minerale grondstoffen uit conflict- en risicogebieden niet kan en ook een halt toegeroepen moet worden. Voor de N-VA mag een invoering van een dergelijk systeem echter geen concurrentienadeel voor de Vlaamse bedrijven mee zich meebrengen. Zo moet er absoluut vermeden worden dat er bijkomende kosten opgelegd worden. Vervolgens kwam collega De Croo aan het woord. Hij hoopt dat deze resolutie meer mag betekenen dan een druppel op een hete plaat en dat dit een begin mag zijn van bewustwording en van het opnemen van verantwoordelijkheid. Volgens de sp.a, bij monde van Güler Turan, is het jammer dat hier geen hoorzittingen over gehouden werden, zoals het geval was in de Kamer. Voor sp.a is het voorstel relatief vooruitstrevend, maar is het te vrijblijvend en te flexibel, vooral voor grote downstreambedrijven. Voor zowel sp.a als Groen is een soepele informatieplicht onaanvaardbaar, maar moeten zeker grote downstreambedrijven een strikte en passende zorgvuldigheid opgelegd krijgen. Voor sp.a heeft de resolutie pas zin als de hele toeleveringsketen afgedekt is, ook importeurs en fabrikanten van afgewerkte producten en halffabricaten moeten hun verplichtingen inzake een conflictvrije bevoorrading nakomen. Tot slot kwam Wouter Vanbesien van Groen aan het woord. Sp.a diende samen met Groen een aantal amendementen op het voorstel van resolutie in. Volgens Groen is dit een goed voorstel, maar de amendementen vormen hierop een nodige aanvulling. Ze nemen een aantal mogelijke onduidelijkheden in de tekst weg.

De amendementen voorgesteld door Güler Turan, Wouter Vanbesien en mezelf werden helaas weggestemd met 10 stemmen tegen 3. Het voorstel van resolutie werd aangenomen met 10 stemmen bij 3 onthoudingen.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, het is een goed voorstel van resolutie, dat onze aandacht vestigt op een aantal problemen. Ik wil kort een beetje uitbreiden over iets wat ik ook in de commissie heb gezegd, namelijk de plundering door een aantal groepen in de Democratische Republiek Congo van iets wat geen mineraal is, namelijk de ‘makala’ of houtskool. Congo is een land waar ongeveer 40 procent van de regen die over Afrika valt, belandt. Een boom op vijftien in de wereld groeit in Congo. We zien schade van onherstelbare aard door het kappen en het uitvoeren bij naburige landen voor de zogenaamde makala, die noodzakelijk is voor het bereiden van maaltijden. Makala is geen conflictmineraal, maar het is een grondstof die tot conflicten leidt. Men ziet bijvoorbeeld ook dat men in Rwanda, Oeganda, Burundi en in Congo-Brazaville gronstoffen vindt die daar niet te ontginnen zijn, en dat men in zekere zin misbruik maakt van vitale elementen die voor de economie van dat grote land onontbeerlijk zijn. Ik wou daarom van deze tussenkomst gebruikmaken om deze bedenking toe te voegen aan de bedenkingen die het voorstel van resolutie verwoordt en die ik volledig deel.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Voorzitter, collega's, mevrouw de Bethune benaderde me enige tijd geleden met een initiatief rond conflictmineralen. Zeker met het oog op het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Raad moet onze federale overheid één gezamenlijk standpunt innemen. Op federaal niveau hebben onze collega’s reeds een soortgelijke resolutie aangenomen waarin wordt gepleit voor het verplicht certificeren. Nu is het onze beurt om over dit discussiepunt te debatteren. Toestellen zoals laptops en telefoons hebben specifieke ertsen en mineralen nodig om te kunnen functioneren. Echter, de ontginning van deze grondstoffen speelt een centrale rol in het financieren van gewapende conflicten in Centraal-Afrika en andere delen van de wereld. De winsten uit de handel van deze conflictertsen worden zowel door rebellen als door bepaalde veiligheidstroepen gebruikt. Zij oefenen vaak een directe controle uit over ontginningsgebieden en hun toegangswegen. Zo is in Oost-Congo bij meer dan 54 procent van de mijnexploitaties minstens één gewapende groep betrokken.

Ongeveer een kwart van de wereldwijde handel in conflictmineralen en producten waarin deze mineralen verwerkt zijn, gebeurt in Europa. In 2013 voerde Europa meer dan 100 miljoen laptops en 240 miljoen mobiele telefoons in die conflictmetalen bevatten. Het doel van dit voorstel van resolutie kan ik alleen maar onderschrijven. Financiering van gewapende groepen dankzij het verhandelen van minerale grondstoffen uit conflict- en risicogebieden kan gewoonweg niet. We moeten dat een halt toeroepen. De Europese Commissie heeft een voorstel klaar dat die handel moet inperken. Zeker met de huidige gebeurtenissen, zowel in het Midden-Oosten als in Europa, voor ogen, is het belangrijk dat we een duidelijk signaal geven.

Graag wil ik de mogelijke impact van dit voorstel van resolutie benadrukken. Dankzij een goede interne organisatie en participatie in de verkoop van minerale grondstoffen kunnen gewapende groepen zichzelf van blijvende financiering verzekeren. Dat kan omdat er momenteel geen systeem bestaat dat het volledige traject van een grondstof traceert. Een aantal jaren geleden werden dezelfde bemerkingen gemaakt over conflictdiamanten, ook bloeddiamanten genoemd. De ontginning en verkoop hiervan gebeurde volledig ten voordele van de warlords. Om toch een zekere ethiek in te voeren werd het Kimberley Process uitgewerkt, teneinde duidelijkheid te verkrijgen over de oorsprong van de diamanten en zo conflictdiamanten uit het handelsproces te halen. Dit willen we nu ook bekomen met dit voorstel van resolutie, maar nu voor alle minerale grondstoffen.

Het is belangrijk op te merken dat de lijst met bedoelde ertsen in dit voorstel van resolutie niet definitief is, maar kan worden uitgebreid. We pleiten voor een verplichte audit door onafhankelijke derden voor upstreambedrijven – de bedrijven die rechtstreeks ertsen invoeren, zoals importeurs en raffinaderijen of smelterijen. We pleiten ook voor een informatieplicht voor downstreambedrijven, van de smelterijen tot aan de consument. Natuurlijk wordt voor de bedrijven in een overgangsperiode en in een passende begeleiding bij de afhandeling van de administratieve vereisten voorzien.

Mijn fractie zal dit voorstel van resolutie goedkeuren, maar ik wil hier ook de kans te baat nemen om nog enkele belangrijke punten te vermelden. Ten eerste is het voor ons zeer belangrijk dat de diamanten worden uitgesloten van het algehele systeem voor minerale grondstoffen. We hebben hier reeds een goed werkend systeem, het Kimberley Process, en dat moeten we handhaven. Ten tweede willen we dat er een lijst van smelters wordt opgesteld – een lijst die natuurlijk steeds kan worden uitgebreid. Wanneer deze smelters na een grondige controle een positieve beoordeling krijgen, zal dat ook als een kwaliteitslabel kunnen dienen in de hele toeleveringsketen. Ten derde is het belangrijk dat we niet enkel pleiten voor een systeem op Europees niveau. Dit is inderdaad een eerste goede stap, maar Europa is niet de wereld. We moeten streven naar een mondiaal systeem. Niet alleen de EU en de VS, maar ook andere grootmachten moeten deelnemen aan het systeem.

Ten vierde moeten we onze Vlaamse bedrijven nauwlettend volgen. Er moet absoluut worden vermeden dat zij bijkomende kosten krijgen opgelegd. De invoering van dergelijk systeem mag geen concurrentienadeel met zich meebrengen. In Vlaanderen zijn het vaak kleine kmo’s die de sector van de minerale grondstoffen gaande houden.

Met dit voorstel van resolutie willen we allesbehalve bereiken dat enkel de grote multinationals zullen overleven. Veel lokale bedrijven hebben immers ook al geïnvesteerd in effectieve controlesystemen. De sector heeft ze op eigen initiatief ingevoerd en we moeten met dit voorstel van resolutie in het achterhoofd ook deze voortrekkersrol respecteren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Sabine de Bethune (CD&V)

Voorzitter, collega’s, ik wil graag namens mijn fractie even stilstaan bij het voorstel van resolutie dat vandaag ter stemming voorligt. Ik wil graag eerst ingaan op het proces van besluitvorming, ik wil het voorstel dus procedureel kaderen. De tekst die we in de commissie hebben goedgekeurd en die we vandaag aan u voorleggen, komt, zoals de verslaggever al zei, in verregaande mate overeen met de tekst van een resolutie die de Kamer heeft aangenomen in juli 2015.

De doelstelling hiervan is het initiatief van de Europese Unie voor een verordening over mineralen en metalen uit conflict- en hoogrisicogebieden mee te sturen. Vanuit de Europese Commissie en met input van de lidstaten was een eerste draft van regelgeving ontwikkeld, maar het Europees Parlement heeft terecht geoordeeld dat die niet ver genoeg ging en dat er een meer dwingende regelgeving moest komen. Daardoor zal in de Europese Raad opnieuw een standpunt moeten worden ingenomen in deze zaak.

De indieners van dit voorstel van resolutie vinden het belangrijk om positief te reageren op de signalen van het Europees Parlement – ik meen dat de hele commissie daar achter stond – en om het voorstel van regelgeving van de Europese Commissie aan te scherpen en dwingender te maken. Ook daarover zijn we het allemaal eens, een aantal collega’s wensen nog verder te gaan, ze zullen straks hun amendement toelichten. Ik heb er begrip voor, de discussie ligt open. In de commissie hebben we met de meerderheid gemeend om hier te kunnen landen en om hiermee al een grote stap vooruit te zetten.

Dit voorstel van resolutie is een oproep aan de Vlaamse Regering om er in het kader van het overleg met de Federale Regering voor te zorgen dat er vanuit ons land een signaal in die zin wordt gegeven aan de Europese Raad.

Tot hier de duiding over het proces van besluitvorming. Het toont aan hoe wij geschakeerd impact kunnen hebben op de Europese besluitvorming. Ik hoop dat veel collega’s in andere lidstaten dezelfde bezorgdheid formuleren en proberen om hun regering in die richting te doen bewegen.

Het staat vast dat er een verband is, een samenhang tussen conflict en het illegaal verhandelen van mineralen. Het kan veel verder gaan dan mineralen, collega De Croo heeft dit toegelicht door een ander voorbeeld te duiden. In de tekst die we vandaag behandelen, gaat het in grote mate over conflictmineralen, over ertsen als tin, wolfraam, tantaal en goud. Als ze in Centraal-Afrika al niet de aanleiding zijn tot oorlog of conflict, zijn ze vaak het motief om de conflicten te laten duren en om zo de civiele maatschappij, de mensen, te kwellen in het hun dagelijkse leven en om de instabiliteit te bevorderen.

Ik zoom even ten gronde in op de inhoud van de tekst. Via dit voorstel van resolutie vragen we dus om te pleiten bij de Europese Raad voor een bindende verordening inzake ‘due diligence’ of passende zorgvuldigheid, afhankelijk van en op maat van de activiteiten van de ondernemingen, hun grootte en hun plaats in de toeleveringsketen. Dat wil zeggen dat de maatregelen gedifferentieerd zijn en verschillen voor upstream- en downstreambedrijven.

Vanuit deze overwegingen stellen wij in het voorstel van resolutie voor om de verplichtingen zwaarder te maken voor alle EU-importeurs, raffinaderijen en smelterijen van tin, tantaal, wolfraam en goud en de daarvan afgeleide metalen. Bovendien vragen wij om stimulerende maatregelen in te voeren om de downstreambedrijven aan te sporen tot ‘due diligence’. Een evaluatie wordt ook vooropgesteld na drie jaar om na te gaan of een bijsturing nodig blijkt.

We focussen met andere woorden op de volgende elementen: een zo efficiënt en effectief mogelijk beleid door zich in eerste instantie te richten op de kern van de waardeketen, namelijk het niveau van de importeurs, de raffinaderijen en de smelterijen, maar ook op de importeurs van de metalen onder diverse handelsvormen zoals baren, staven, draden enzovoort.

We focussen er ook op dat een globaal geografisch toepassingsgebied voor de definitie ‘conflictgebied’ wordt gebruikt, opdat er geen stigmatisering zou zijn van één bepaalde regio om de facto een embargo te vermijden.

We vragen ook aandacht voor de competitiviteit van onze ondernemingen door te voorzien in een overgangsperiode en de kmo’s hierin te begeleiden.

We vragen ook aan de Europese Unie om stimulerende en sensibiliserende maatregelen te treffen via hun openbare aanbestedingen, via een toegankelijke lijst van verantwoordelijke smelterijen, raffinaderijen en importeurs wereldwijd, en om te voorzien in een overgangsperiode en de nodige ondersteuning. Op die manier zullen kleinere bedrijven ook de nodige aanpassingsperiode en ondersteuning krijgen en houden we het systeem in zekere zin beheersbaar.

‘Due diligence’ zal in dit zwaartepunt het meest uitgewerkt moeten zijn, met niet alleen de nadruk op het uitwerken van een beleid, een risicoanalyse, het beheersen van die risico’s, maar ook door het invoeren van onafhankelijke audits door een derde en publieke rapportering. Met andere woorden: er moet een verplichting komen.

Door te focussen op de spelers in de productieketen kunnen we vat krijgen op een aanzienlijk deel van de productieketen. Daardoor kunnen we het proces ook controleerbaar maken.

Ook grote downstreambedrijven zullen aan ‘due diligence’ moeten doen en hierover rapporteren. Ze zijn immers al onderhevig aan de bestaande Europese richtlijn met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit.

Die richtlijn schrijft voor dat bepaalde grote ondernemingen en groepen verslag dienen uit te brengen over, onder andere, hun beleid inzake mensenrechten, de bestrijding van corruptie en passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen. Ook daarop wordt de nadruk gelegd.

Voor de andere downstreambedrijven, voornamelijk kmo’s en microbedrijven, opteren we ervoor om hen geen al te zware verplichtingen op te leggen, maar hen wel aan te sporen om de nodige passende zorgvuldigheid of ‘due diligence’ aan de dag te leggen. We vragen de Europese Commissie om dit te omkaderen en de nodige instrumenten daartoe aan te reiken. We hopen met deze tekst, als hij wordt goedgekeurd, te wegen op de Belgische besluitvorming en zo ook een impact te hebben op de Europese besluitvorming.

Ik dank u.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Ik zal kort mijn motivatie toelichten om achter de amendementen te staan die we samen met de sp.a hebben ingediend.

Er zijn vier amendementen. Het initiatief is heel waardevol en belangrijk. Het thema kan niet worden onderschat. Na het intense internationale werk dat er is gebeurd rond het marginaliseren van bloeddiamanten, willen we ook conflictmineralen die een aandrijver zijn van conflicten en voor financiële middelen van conflicterende partijen zorgen, reglementeren. Het is dus een heel belangrijk thema. Het is goed dat het Vlaams Parlement daarmee bezig is.

Als we dat dan doen, moeten we het ook goed, volledig en consequent doen. Daarom wilden we ook amendementen indienen op de voorliggende tekst. Twee van die amendementen, met name nummer 5 en 8, wijzen erop dat er toch een zekere dualiteit zit in de tekst. Er wordt tegelijkertijd gas gegeven en geremd. Er wordt vertrokken van een ethisch principiële houding die stelt dat de conflictmineralen eruit moeten, maar tegelijkertijd worden er argumenten aangedragen dat we moeten uitkijken dat we hiermee geen concurrentienadeel krijgen. Eigenlijk begint men heel wat argumenten op te sommen die kunnen worden gelezen als ‘we zijn er wel tegen, maar we zijn niet bereid daarvan de consequenties te nemen op economisch vlak’. Ik denk dat dat zelfs niet de bedoeling is van de mensen die ze hebben ingediend. Daarom vragen we ook om dat te schrappen.

Wat de twee andere amendementen, 6 en 7 betreft, is de onderliggende gedachte dat we ook alle achterpoorten moeten sluiten en ervoor moeten zorgen dat we streng zijn en duidelijk gecontroleerd voor iedereen, ook als het gaat over mineralen die al in afgewerkte of half afgewerkte producten zitten, ook als het gaat over downstream-bedrijven.

Ga resoluut voor waar het hier om draait, het bestrijden van conflictmineralen, en doe het voor iedereen. Dat was de motivatie voor het indienen van onze amendementen.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Ik wil het initiatief van de collega’s en vooral van de eerste indiener, mevrouw de Bethune, ondersteunen. We hebben daar in de commissie discussie over gevoerd. Ik wil ook de verslaggever, mevrouw Soens, bedanken.

Ik wil de frustratie die ik tijdens de commissievergadering had, hier even verduidelijken. Ik vind het spijtig dat over dit onderwerp alleen een hoorzitting is georganiseerd in het federale parlement, waar er ook, terecht, een resolutie over is aangenomen. Internationale handel is een Vlaamse materie die wij heel belangrijk vinden. Ik vind dan ook wat wij met de commissie de kans hadden moeten grijpen om daar zelf een dossier over op te bouwen, hoorzittingen over te organiseren, een standpunt in te nemen op basis van informatie die wij rechtstreeks hadden kunnen krijgen. Dat is een gemiste kans.

Ik heb verschillende collega’s al horen bevestigen hoe onmenselijk het is dat die conflictmineralen in de handel komen. Daarmee speelt men de rebellen in de kaart en komen de vrede en de veiligheid van verschillende bevolkingsgroepen over heel de wereld, onder andere in Congo, ernstig in het gedrang. En dan kunnen wij niet anders dan onze verantwoordelijkheid te nemen.

Het voorliggende voorstel van resolutie is inderdaad een eerste stap in de goede richting, dat moet ik bevestigen, maar de tekst zelf is zo duaal opgesteld, zoals de heer Vanbesien terecht heeft gezegd, dat ik vrees dat dit een druppel op een hete plaats is, mijnheer De Croo. Dat zijn uw wijze woorden. Waarom zeg ik dat? Omdat het technisch niet mogelijk en logisch is om aan Europa te vragen om een bindende due diligence te organiseren wat betreft rapportering, enkel voor upstreambedrijven en voor de downstreambedrijven, zoals het hier geformuleerd staat, aan te moedigen om redelijke maatregelen te nemen teneinde de herkomst te kennen. Collega’s, we moeten weten waarom we over dit voorstel van resolutie stemmen en waar we paal en perk aan willen stellen. En dat kan niet met kalme aanmoedigingen. Ik vind het terecht dat kleine kmo’s de nodige ondersteuning moeten krijgen en niet moeten worden verzwaard maar men kan de nodige ondersteuning bieden opdat elk bedrijf, ongeacht de grootte, upstream of downstream, de plicht heeft om te rapporteren en bij te dragen naar vermogen zodat de hele keten van de conflictmineralen kan worden afgesloten.

Wat nu voorligt, is ‘too little’. Het is een begin. Daarom hebben sp.a en Groen amendementen ingediend. Een van de meest onaanvaardbare argumenten is dat van de concurrentievervalsing. We hebben het daarnet gehad over wat die illegale handel van ertsen veroorzaakt in die landen van herkomst. Dan past het niet om economische motieven en concurrentievervalsing van onze Vlaamse bedrijven op de voorgrond te schuiven.

Om geen lippendienst te bewijzen aan de handel van die conflictmineralen, maar die export effectief te kunnen stopzetten, wil ik iedereen vragen om de vier amendementen die sp.a en Groen hebben ingediend, goed te keuren.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de stemmingen over de amendementen en de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

van Ingeborg De Meulemeester, Sabine de Bethune, Herman De Croo, Tine Soens en Wouter Vanbesien
439 (2014-2015) nr. 1
van Sabine Vermeulen, Bart Dochy, Herman De Croo, Jelle Engelbosch, Jos De Meyer en Sofie Joosen
572 (2015-2016) nr. 1

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.