U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Croo heeft het woord.

Caroline Croo (N-VA)

Om de drie jaar publiceert het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in samenwerking met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en het RIZIV een check-up van ons gezondheidssysteem. Het huidige rapport geeft een overzicht van de sterke en de zwakke punten van het systeem in de periode 2008-2013 op basis van 106 indicatoren. Het helpt de beleidsmakers en de verantwoordelijken van het systeem bij het stellen van prioritieten om het systeem performant te houden en zelfs te verbeteren. Deze oefening wordt ook uitgevoerd in vele Europese landen, waardoor vergelijkingen kunnen worden gemaakt.

De doelstellingen voor preventie worden niet altijd bereikt, blijkt uit dat rapport. Zo ligt de vaccinatiedekking veel lager dan aanbevolen bij jongeren, vooral voor rappelvaccinaties tegen mazelen, ouderen worden ook minder gevaccineerd tegen griep, de screening op borst- en baarmoederhalskanker zou ook onvoldoende zijn. De resultaten van gezondheidspromotie laten ook te wensen over: het aantal volwassenen met obesitas stagneert, er wordt nog altijd veel gerookt, bewegen doen we nog altijd te weinig en bij jonge mannen is er nog veel riskant alcoholgebruik. Bovendien zijn er in dit domein nog veel sociaal-economische ongelijkheden, waardoor bepaalde gezondheidsboodschappen gewoon onvoldoende begrepen worden of zelfs niet begrepen worden.

De N-VA-fractie is ervan overtuigd dat we meer moeten inzetten op de preventie van voorkombare aandoeningen en het beperken van de kosten van de behandelingen die daaruit voortvloeien.

Zoals we reeds weten, blijft het grootste knelpunt de versnippering van de bevoegdheden. De middelen voor preventie komen uit Vlaanderen, maar de baten worden federaal geïnd.

In mijn actuele vraag van 15 oktober had ik u reeds de vraag gesteld hoe we die baten die door de federale overheid uit de gezondheidsuitgaven worden geïnd, laten terugvloeien naar Vlaanderen. U gaf toen aan hoe u die middelen en die mogelijkheden zou kunnen bundelen om tot een effectieve strategie te komen.

Wat hebt u daarvoor al gedaan? Welke stappen zult u nog zetten om dit preventieve gezondheidsbeleid nog beter te kunnen maken?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik verwijs eerst en vooral naar een vraag die, denk ik, vorige week gesteld is naar aanleiding van het alcoholplan van het kenniscentrum. De antwoorden die toen gegeven zijn, zijn natuurlijk ook breder toepasbaar op de gehele problematiek van het beleid met betrekking tot gezondheidspromotie en ziektepreventie. Ik geef toch een paar concretere zaken en beschouwingen.

Een: u haalt een belangrijk thema aan, namelijk hoe je een relatie kunt leggen tussen de financiële effecten van een proactief beleid enerzijds en wat dat aan incentives oplevert bij de ene of andere overheid anderzijds. Toen enkele jaren geleden werd onderhandeld over de zesde staatshervorming stond dat thema uiteraard op de agenda. Hoe kun je regio’s en bestuursniveaus beter responsabiliseren? Men heeft toen, zeker wat de fiscaliteit en de relatie tot de economische performantie betreft, nieuwe mechanismen gezocht. Een regio die economisch goed performeert, wat betekent dat in de manier waarop het financieringssyteem werkt?

Op een bepaald moment werd de vraag gesteld of je dat ook kunt doen voor gezondheidsbeleid. Dat oppert u terecht, mevrouw Croo. Als iemand meer inzet op gezondheidspromotie en ziektepreventie, heeft dat een effect op de ziekteverzekering en dan kun je daar een relatie tussen leggen. Theoretisch is dat denkbaar.

Toen ik er met academici over sprak, bleek dat dat niet zo simpel is, omdat er vaak geen eenduidige causale verbanden zijn. Veel factoren spelen in op het resultaat. Obesitas is een wereldfenomeen, dat kun je niet relateren aan een specifieke maatregel in de gezondheidspreventie. Bovendien zijn die effecten pas op langere termijn meetbaar. Het is dus een heel interessante oefening, maar niet zo gemakkelijk in de praktijk.

Twee: de studie van het kenniscentrum. Enkele jaren geleden heb ik op de interministeriële conferentie aangedrongen dat als België internationaal moet rapporteren over het gezondheidssysteem en de performantie ervan, er ook regionaal gedifferentieerde cijfers beschikbaar zouden zijn. Als u het rapport leest, zult u merken dat dat voor een aantal rubrieken wel gebeurt.

Wat me enigszins stoort in de communicatie die het kenniscentrum daarover heeft gedaan, is dat men van die regionale verschillen niet veel meer merkt in de synthese in het perscommuniqué. Als u kijkt naar het gemiddelde van de vaccinaties en van een aantal initiatieven in de kankerscreening, dan krijg je bepaalde resultaten, maar ik durf toch zeggen dat van een aantal van die indicatoren die regionaal uitsplitsbaar zijn, je wel degelijk ziet dat er, relatief gezien, een verschil is in performantie tussen de verschillende regio’s.

Het is belangrijk te zien – en dat zeg ik zonder leedvermaak – dat bepaalde zaken die we doen in Vlaanderen, wel degelijk tot differentiatie aanleiding geven. Ik had in alle eerlijkheid gehoopt dat het kenniscentrum de intellectuele eerlijkheid zou opbrengen om dat ook te zeggen in het perscommuniqué. Vanuit ons perspectief is het belangrijk dat we dat met zoveel woorden zien in de resultaten. De meeste indicatoren spreken over 2012-2013. Er worden conclusies getrokken met jaren achterstand, en dat heeft niets te maken met het kenniscentrum of de kwaliteit van de studie, dat is de beschikbaarheid van de data. Ook dat is een van de aanbevelingen van het kenniscentrum.

Drie: het is niet één overheid die zich zwaar moet engageren in de gezondheidspreventie en die daar alleen de budgettaire verantwoordelijkheid voor heeft. Dit soort beleid is geïntegreerd beleid. Het is heel duidelijk dat een fiscale politiek op het vlak van taksen op tabak en andere producten een zeer significante invloed heeft op wat aan de meet het resultaat is als je kijkt naar projecten zoals kankerpreventie of levensstijlgebonden indicatoren of overgewicht.

Je kunt uit de indicator afleiden dat daar een verantwoordelijke overheid zou moeten worden op aangesproken. Fiscaliteit is een voorbeeld, maar ook in de ziekteverzekering zijn er duidelijk prestaties – het stellen van diagnoses, het toedienen van vaccins enzovoort – waarvan de prestaties in het RIZIV zitten, maar die een duidelijke link hebben met het preventieve beleid. We zijn dus geroepen om samen dat soort zaken te bekijken en ook de budgettaire mogelijkheden binnen ieders bevoegdheden – daarvoor hoef je geen grote, nieuwe staatshervorming te organiseren – te mobiliseren.

We zijn daaraan bezig. We zijn druk aan het onderhandelen met de federale overheid om rond gezondheidspromotie en ziektepreventie een protocol af te sluiten. We moeten inderdaad duidelijkheid krijgen over de vraag of we gezamenlijke doelstellingen kunnen formuleren. Als we samen bepalen wat we behartigen in het gezondheidsbeleid, moeten we ook kijken hoe we vanuit ieders bevoegdheid – wij moeten inderdaad ook inspanningen doen – kunnen mobiliseren om dat waar te maken. We moeten dus een beetje weg van het idee dat als het over preventie gaat, we zeggen dat het zwart-wit is, dat het duidelijk gescheiden is. Het is complexer dan dat. De geïntegreerde aanpak gaan we proberen in een protocol vast te leggen voor de toekomst.

Caroline Croo (N-VA)

Het is leuk te horen dat het federale niveau ook iets wil doen, maar als we weten dat er sedert 1998 al doelstellingen zijn in Vlaanderen, en er op het federale niveau nog geen enkele is, dan moet daar inderdaad wel iets aan worden gedaan.

Het is ook hoog tijd dat er werk wordt gemaakt van de gegevensdeling, zoals in de aanbeveling over het uniek patiëntenidentificatienummer staat, waarbij gegevens kunnen worden gelinkt via de kruispuntbank, zodanig dat zorgverstrekkers van de eerste lijn – of het nu verplegers, tandartsen, artsen of apothekers zijn – toegang hebben. Laten we eindelijk eens aan die gegevensdeling geraken. Dat er eindelijk eens niet wordt getalmd, maar er werk van wordt gemaakt.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Mevrouw Croo, ik heb ook gelezen dat de bezoeken aan de tandartsen ondermaats zijn. Buiten dat punt wijst het rapport inderdaad op gekende knelpunten. We scoren inderdaad onvoldoende, maar, zoals de minister heeft gezegd, toch wel beter dan in andere landsgedeelten. We weten allemaal dat we een tandje bij moeten gaan steken, zeker nu we een toename zien van het aantal obesitaspatiënten en diabetespatiënten.

Ik heb in de commissie een conceptnota ingediend in verband met nudging. De nudge is wetenschappelijk onderbouwd om mensen te gaan helpen om gezonde keuzes te maken. We kunnen mensen daardoor een duwtje geven in de goede richting, zonder echt hun keuzevrijheid te gaan beperken. Uiteindelijk kunnen we als overheid enkel tools aanbieden aan mensen. Zijzelf moeten ze natuurlijk nog altijd aannemen.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, het rapport over de performantie van het gezondheidssysteem toont toch wel aan dat ook in het kader van een geïntegreerd beleid er nog gebreken of verbeterpunten zijn aan ons preventief gezondheidsbeleid. Ik neem aan dat u dat ook niet ontkent. Het is, zoals de onderzoekers ook hebben gezegd, een duidelijke inspiratiebron tot noodzakelijke actie, tot een tandje bij steken, zoals collega Saeys daarnet zei. Uw eigen agentschap Zorg en Gezondheid heeft daar intussen ook al op gereageerd en heeft al verschillende verbeterpunten of actiepunten aangeduid. Ik neem aan, en wij wensen dat ook, minister, dat u daar ook actie onderneemt en een tandje bij steekt.

Er moet me toch nog iets anders van het hart. Uw situatie is echt wel niet te benijden, minister. Ze is soms betreurenswaardig. U wordt door uw eigen coalitiepartners gedwongen in een financieel carcan: u moet in welzijn en ook in preventie financieel de buikriem aanhalen. En dan moet u hier bijna elke week komen antwoorden op vragen van uw eigen collega’s tot meer actie. Ik neem aan dat uw coalitiepartners ook daar eens een consequent gedrag gaan tentoonspreiden en u dan ook de noodzakelijke middelen geven, zodat u hier niet elke week moet komen spitsroeden lopen.

Hoe gaat u de inspiratie uit het rapport en de acties die uw eigen agentschap al in een reactie hebben voorgesteld, uitvoeren en wanneer?

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik wil het hoofdstuk Geestelijke Gezondheidszorg even uit het rapport lichten. In verband daarmee is de conclusie dat de situatie letterlijk alarmerend is. De hervormingen die in de sector zijn gebeurd, hebben nog geen zichtbaar resultaat op het terrein. Het aantal zelfdodingen blijft onrustbarend hoog en het aantal opnames in psychiatrische instellingen ook. De duur dat mensen in een psychiatrische instelling blijven, neemt toe. U wilt graag dat de regionale verschillen worden gemaakt. Dit is een regionaal verschil: in Vlaanderen is die duur veel hoger dan in de andere landsdelen. Mensen verblijven gemiddeld tot een jaar in een psychiatrische instelling. Als oorzaak hiervoor geeft het rapport dat de toegankelijkheid van onze geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen wellicht onvoldoende is. De wachttijden bij de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s) zijn te lang. Dat komt allemaal uit het rapport. Ze vragen u om dit te onderzoeken, om er werk van te maken, om oplossingen te bieden. Mijn vraag aan u is: zult u dit onderzoek doen en zult u zorgen dat de wachttijden bij de cgg’s omlaag gaan?

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Cindy Franssen (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, het is goed dat we om de drie jaar voor een check-up van ons gezondheidssysteem zorgen, want dat houdt ons scherp. De zorg voor veel indicatoren zijn federale bevoegdheden, maar een aantal aandachtspunten inzake preventie kunnen perfect worden geïntegreerd in de gezondheidsconferenties over gezonde voeding, beweging en de eerstelijnsgezondheidszorg. Er wordt verwezen naar health literacy en gezondheidspromotie. Ik heb van uw federale collega begrepen dat men daarin ook in een rol voor de mutualiteiten voorziet.

Mijn aandacht ging vooral uit naar het voorschrijfgedrag voor ambulante patiënten. Te veel verschillende medicatie zorgt voor bijwerkingen als die samen worden ingenomen. Mijn vraag luidt dan ook: kunnen we de rol van de apothekers in de eerstelijnsgezondheidszorg versterken? Apothekers weten immers het beste wat en hoeveel medicatie de patiënten wordt voorgeschreven.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, het is duidelijk dat de rol van de huisapothekers een belangrijk thema van de gezondheidsconferentie wordt. Apothekers kennen de patiënten en hun familiale situatie, en beschikken over de elektronische versie van het medicatieschema. De vraag is gesteld wat zij als meerwaarde kunnen aanleveren wanneer complexe zorgvragen en het gebruik van meerdere geneesmiddelen aan de orde is. De Vlaamse apothekersvereniging is betrokken bij de voorbereiding van die conferentie. Ik ben ervan overtuigd dat apothekers voor een meerwaarde kunnen zorgen. Mijnheer Bertels, het is niet verstandig om op de vraag die steeds opnieuw wordt gesteld elke week een ander antwoord te geven. De conferentie staat voor de deur, en we zullen proberen om die te laten sporen met de federale inspanningen betreffende het alcohol- en tabaksgebruik.

Mevrouw Van den Brandt, we mogen dat rapport niet selectief lezen. Het kenniscentrum zegt over suïcide dat de cijfers voor Wallonië hoger zijn. Er zijn zelfs geen betrouwbare cijfers voorhanden, en dat is zeker voor Brussel het geval. Wat zegt dat over de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg? De cijfers gaan over 2013. De hele hervorming van artikel 107 is allicht amper in de cijfers verwerkt. U verwijst naar de wachttijden in de CGG’s. In de tabel staat er voor het Waalse Gewest een nul. Men kan voor het Waalse Gewest zelfs geen cijfer geven! Dat kan niet. Ik zeg niet dat we geen problemen hebben en niet voor uitdagingen staan, wel integendeel. De toegang tot de geestelijke gezondheidszorg is een belangrijk luik van het gezondheidsbeleid. Maar u mag de cijfers van het KCE niet op een selectieve manier lezen.

In het rapport staan pertinente zaken. Wat er staat over het aantal verblijven in de verpleegafdelingen van de psychiatrie is erg pertinent. We zijn daar wel nog niet voor bevoegd. U moet dus het geheel in ogenschouw nemen. Ik ontken niet dat de toegankelijkheid van de zorg en de preventie belangrijke aandachtspunten zijn, maar als u het geheel bekijkt, dan moet u toch besluiten dat er inzake suïcide bedenkingen kunnen worden geformuleerd bij de toestand in andere regio’s, in het licht van de toestand bij ons.

Caroline Croo (N-VA)

Ik hoop dat u minister De Block houdt aan wat ze vandaag in De Tijd zegt. Ze wil de mutualiteiten een grotere rol op het vlak van preventie toekennen. Gegevens moeten beter worden uitgewisseld. Maar dat betekent dat ze in actie moet schieten. Als zij alles blokkeert, staat ook Vlaanderen nergens.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.