U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 13 januari 2016, 14.01u

Voorzitter
van Michel Doomst aan minister Liesbeth Homans
141 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, hier zijn staan we weer. Amper een maand geleden werd tijdens de begrotingsbesprekingen op dit spreekgestoelte de financiële situatie van onze steden en gemeenten uiteengezet. Er is toen gezegd dat de besparingsmaatregelen heel erg ingrijpen op het budget. Die besparingsmaatregelen zijn al uitgebreid aan bod gekomen, en ik zal ze dan ook niet herhalen. Daarbovenop komt nu de financiële impact van de federale taxshift op de situatie van de steden en gemeenten. Er is voor 193 miljoen euro minder dienstverlening en minder investeringen. Minister, u zegt dat dat helemaal geen probleem is. U zegt telkens opnieuw dat er 3,5 procent groeivoet is van het Gemeentefonds en dat u die kunt vrijwaren. U weet echter heel goed dat die 3,5 procent groeivoet per jaar al lang opgepeuzeld is. Wat overblijft op het lokale vlak is ontevredenheid, kwaadheid en vooral onzekerheid. En daarom is mijn vraag hoe u de financiële en budgettaire stabiliteit van uw Vlaamse steden en gemeenten kunt waarborgen. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik heb met deze vraag een poosje getwijfeld tussen u en minister Turtelboom, maar ik heb toch voor u gekozen. Ik hoop dat dat uw antwoord nog wat kan beïnvloeden.

Taxshift is het leven zoals het is: daar zijn lusten en lasten mee verbonden. Ik neem aan dat u het liefst bij de lusten begint. Deze taxshift is absoluut noodzakelijk, we zijn heel blij dat die er is. Op het lokale vlak moeten we mee onze verantwoordelijkheid in die operatie nemen. Daar zit een flinke verschuiving in, onder meer inzake ecofiscaliteit. Mevrouw Pira, u zou daar toch groene vleugels bij moeten krijgen. Tegelijk echter is er ook een negatieve kant voor de lokale besturen. Zo moeten met name de minderinkomsten onmiddellijk worden geboekt. Vele lokale besturen zijn verrast door de omvang daarvan.

Mijn vraag aan u is: kunt u eventueel met minister Turtelboom en met federaal minister Van Overtveldt eens bekijken in hoeverre ook de positieve kanten die aan het verhaal verbonden zijn, ook kunnen worden ingeschreven, want het vertekent op dit ogenblik de beleids- en beheerscycli (BBC’s)? In hoeverre kunnen wij ook de positieve kanten die eraan verbonden zijn, concreter en duidelijker in de BBC’s inschrijven?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Pira, u hebt mijn non-verbale communicatie een beetje verkeerd geïnterpreteerd. Ik heb niet gezegd ‘het is mijn zorg niet’, ik heb gewoon uitgebeeld ‘het is mijn bevoegdheid niet’. Als u het hebt over de federale taxshift in dit parlement en wat de impact ervan is op de lokale besturen van Vlaanderen, sta me toe, maar daar moet ik niet op antwoorden. Wil dat zeggen dat ik niet bezorgd ben over de financiën van de lokale besturen? Neen. Op de dinsdag voor het kerstreces was er nog een vraag van collega Ceyssens als ik me niet vergis, in de commissie Binnenlands Bestuur en hebben we daarover gedebatteerd. Die vraag is al dertig keer gesteld. Dat mag, want dat toont aan dat jullie absoluut begaan zijn met de lokale financiën, en dat is ook terecht.

U kunt natuurlijk een beetje lacherig doen, mevrouw Pira, over de groeivoet. Maar ik moet u wel zeggen dat er bespaard wordt door elke overheid. Ik zeg niet dat de lokale overheden het niet moeilijk hebben, maar dat is ook zo voor de Vlaamse en de federale overheid, en dan zwijg ik nog over de provinciale overheid, maar dat is een heel ander debat. Voor alle duidelijkheid: in budgettair moeilijke tijden is het niet evident om een groeivoet van 3,5 procent te kunnen blijven vrijwaren. Weet u wat dat betekent op jaarbasis? 82 miljoen euro. Weet u wat het Gemeentefonds op jaarbasis betekent? 2,3 miljard euro. Op een begroting van 38 miljard euro is dat toch wel een substantieel bedrag. U kunt zeggen: u hebt dat gevrijwaard, dat is de evidentie zelf. Er zijn andere zaken die niet gevrijwaard zijn. Dus wat de lokale besturen betreft, vind ik het zeer goed dat we daarover hebben kunnen onderhandelen met de coalitiepartners en dat iedereen, ook uw partij, mijnheer Doomst, het erover eens was dat we dit niet konden loslaten.

Voorzitter, vragen over de federale taxshift moeten worden gesteld in het federaal parlement. Ik heb dat ook gelezen. Ik heb ook bepaalde percentages en bepaalde bedragen gelezen in de kranten tijdens de kerstvakantie, maar ik ken de finesses er niet van. U hebt genoeg bekwame collega’s aan de overkant van de straat om die vragen daar te stellen. Ik ga daar echt niet op antwoorden. Als ik daaraan begin, dan sta ik hier elke week, niet voor acht actuele vragen maar voor twintig. Daar ga ik echt niet mee beginnen.

Mevrouw Pira en mijnheer Doomst, ik kan u wel zeggen dat elke Vlaamse gemeente momenteel een positieve autofinancieringsmarge (AFM) behaalt tegen 2019. We zullen dat ook monitoren. Het is ook in mijn eigen belang als minister van Binnenlands Bestuur om te kijken dat er geen enkele Vlaamse gemeente in structureel onevenwicht verzeilt. Dat is absoluut belangrijk.

Ik ga niet in op de federale zaken, maar wat de heer Doomst heeft gezegd, is belangrijk. Hij heeft zelf aangegeven dat er negatieve effecten zijn van hogere overheden, maar ook positieve. Ik heb dat in de commissie ook al gezegd. Er wordt hier gerefereerd aan bijvoorbeeld de ‘mat & out’ en dergelijke meer, de integratie van de zeven sectorale subsidies in het Gemeentefonds, wat trouwens geen besparing is maar wat gewoon getuigt van meer vrijheid en autonomie geven aan de lokale besturen. Maar waar nooit met een woord over gerept wordt, is bijvoorbeeld de impact van de indexsprong op de lokale besturen. Dat is 100 miljoen euro per jaar. Dus, ik begrijp de bekommernis van iedereen in het parlement die ook een lokaal mandaat heeft voor de financiële situatie van de lokale besturen. Als u, terecht, vragen hebt over de financiële maatregelen die door de federale collega’s worden getroffen, moet u die aan hen stellen. Ik kan alleen maar zeggen dat we in het regeerakkoord geprobeerd hebben – ik denk dat we er ook in geslaagd zijn – om de financiële draagkracht en slagkracht van de lokale besturen in Vlaanderen te vrijwaren. (Applaus bij de N-VA)

Ingrid Pira (Groen)

Minister, wees gerust, mijn intelligente en alerte collega’s op het federale niveau zullen daar zeker vragen over gesteld hebben en nog stellen. Maar sorry, uit uw antwoord blijkt dat u uw verantwoordelijkheid gewoon ontloopt. U bent voogdijminister, u bent verantwoordelijk voor de steden en gemeenten. U wordt de moeder van de steden en gemeenten genoemd.

Ik vraag gewoon of u de globale impact van alle maatregelen van de twee regeringen wilt optellen en in het oog houden. U zegt dat u niets te maken hebt met de federale maatregelen, maar ik ben het daar helemaal niet mee eens. Ik zou u willen vragen om u eens in de plaats te stellen van een schepen van Financiën. Drie jaar geleden stelde die een meerjarenplanning op, zeer strikt, want dat vraagt de Vlaamse Regering. En wat maakt die schepen nadien mee? Dat telkens weer maatregelen genomen worden waardoor er op die meerjarenplanning ingebroken wordt en die meerjarenplanning herbekeken moet worden. Of die maatregelen nu van het Vlaamse of het federale niveau komen, dat doet voor die schepen en die burgemeester niets ter zake. Het is een globale pot.

Bent u bereid, minister, om elke maatregel die nu genomen wordt, te toetsen op zijn budgettaire impact op de meerjarenplanningen van de gemeenten? (Applaus bij sp.a en Groen)

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik vind dat onze horizon wel aan de overkant moet liggen, in die zin dat het belangrijk is voor de lokale financiën in Vlaanderen dat wij de juiste impact, ook de positieve impact, van die maatregelen kennen. Ik noem maar iets: de schoolgebouwen en de schoolomgeving. De werken die gebeurd zijn in 2015, kunnen die ingeschreven worden of niet? Kun je voor je inkomsten de positieve kanten van die taxshift inschrijven of niet? Wat gebeurt er met de verlaging van de werkgeversbijdragen? Zal dat gelden via de sociale Maribel? Gaan we daar toch compensatie krijgen of niet? Ik vind het wel belangrijk om de totaalsom te kennen. In die zin is het van hieruit niet onbelangrijk om te weten wat de federale weerslag is, vooral lokaal, in het kader van het opstellen van de beleids- en beheerscyclus (BBC).

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Minister, ik begrijp de bezorgdheid van de collega’s. Het behalen van die positieve autofinancieringsmarge is vandaag echt niet evident. Er is geen enkele lokale bestuurder die vandaag zal ontkennen wat hier gezegd is. De situatie is bijzonder precair. Die was al precair bij het begin van de legislatuur, en we staan nu echt voor bijkomende uitdagingen.

Ik vind wel, collega’s, dat er ook gezegd moet worden dat niet alles kommer en kwel is aan de maatregelen die vandaag op ons afkomen. De minister heeft het vandaag al gezegd: het is voor de Vlaamse Regering ook niet evident geweest om de groeimarge van 3,5 procent te handhaven. De indexsprong heeft ook een grote impact op onze uitgaven, aangezien de personeelskost bij alle steden en gemeenten minstens 50 procent van de uitgaven bedraagt.

Dus niet alles is kommer en kwel, maar dat neemt niet weg dat er moeilijke maatregelen worden genomen. Maar persoonlijk ervaar ik die maatregelen in mijn gemeente niet als ‘besparen om te besparen’, maar wel: besparen om de welvaart van mijn gemeente veilig te stellen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, niemand twijfelt eraan dat de federale taxshift nodig en noodzakelijk was. Uit de eerste berekeningen van de VVSG blijkt toch wel dat die federale taxshift aan de Belgische gemeenten 264 miljoen euro zou kosten, aan Vlaanderen 193 miljoen euro. Sommige maatregelen zullen pas ingaan vanaf 2017, andere vanaf 2019 en 2020, maar vanaf 2017 zal die impact zeker al serieus voelbaar zijn. Men spreekt over 20 miljoen euro bij de Vlaamse steden en gemeenten.

Mijn zorg gaat uit naar de meerjarenbegroting van de lokale besturen en de investeringen die voor de Vlaamse economie enorm belangrijk zijn. Momenteel is het nog onduidelijk welke de effecten – zowel positief als negatief – zullen zijn van de federale maatregelen op de lokale besturen. Ik sluit mij dan ook graag aan bij de heer Doomst. Ik zou graag vernemen welke de precieze effecten zijn. Ik denk dat het enorm interessant zou zijn om te weten welke invloed dat heeft op de lokale besturen.

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, het is gewoon hallucinant hoe u er zich weer gemakkelijk van af tracht te maken. Zowel de Vlaamse als de Federale Regering schuift de facturen niet alleen door naar de Vlaamse gezinnen, maar ook naar de Vlaamse steden en gemeenten. En ze doen dat en cours de route: terwijl de Vlaamse steden en gemeenten een meerjarenplanning hebben opgesteld, komt er een eenzijdige schrapping door van de compensatie voor materieel en outillage, komt er een besparing door op de sectorale subsidiestromen, een besparing op de gesubsidieerde contractuelen.

Mijnheer Doomst, het is goed dat u hier aan de alarmbel trekt, maar ik zou u het advies willen geven om dat ook binnen uw eigen partij te doen, want uw partij draagt zowel in de Vlaamse als in de Federale Regering een verpletterende verantwoordelijkheid. Er is al ontelbare keren aan de alarmbel getrokken, niet alleen door de oppositie maar ook door de VVSG, door de 48 burgemeesters in een open brief, en vorige week ook nog door professor Ackaert, die pleitte voor een Marshallplan voor de steden en gemeenten.

Minister, ziet u eindelijk de sense of urgency en de noodzaak in om in te grijpen vanuit uw bevoegdheid voor Binnenlands Bestuur, als belangenbehartiger van de Vlaamse steden en gemeenten?

Voorzitter, ik ben absoluut bereid om de belangenbehartiger van de lokale besturen in Vlaanderen te zijn. Ik heb dat ook al bewezen tijdens de onderhandelingen. Maar vraagt men nu echt in dit parlement van mij dat ik allerlei berekeningen zou maken over wat de impact is op de lokale besturen van de Europese maatregelen, van de federale maatregelen, van eventueel provinciale maatregelen? In godsnaam, ik wil wel, met de beste wil van de wereld. Maar er bestaan verschillende bevoegdheidsniveaus. Ofwel gaan we die bevoegdheden samenvoegen, en dan is het probleem van de kaart… (Applaus van de heer Bart Nevens)

U kunt toch van mij niet verwachten dat ik hier over elk bevoegdheidsniveau ga antwoorden? Mijnheer Doomst en mijnheer De Meulemeester, ik ben het natuurlijk met u eens dat ik moet waken over de financiële gezondheid van de Vlaamse gemeenten. Ik heb u ook gezegd dat we zullen blijven monitoren. We hebben gezien dat iedereen in 2019 zijn autofinancieringsmarge (AFM) zal halen. Vooralsnog – maar ik spreek met twee woorden – dreigt er geen enkele Vlaamse gemeente in een financieel onevenwicht te belanden. Maar ik ben het met u eens, gelet op alle maatregelen die er worden genomen vanuit verschillende niveaus, dat we dit moeten blijven monitoren. Dat is meteen een antwoord op de vragen van mevrouw Sminate en van de heer De Meulemeester. Ik wil dat blijven monitoren. Ik ben mij bewust van de noodzaak dat dit moet gebeuren.

Mijnheer Doomst, de totaalsom is inderdaad belangrijk. Maar ik heb u al gezegd dat ik absoluut mijn verantwoordelijkheid neem vanuit mijn eigen bevoegdheid. Ik ga niet alles herhalen over de groeivoet en de totaalsom van het Gemeentefonds per jaar, en dergelijke meer. Sommige collega’s vinden 2,3 miljard euro per jaar evident, op een begroting van 38 miljard euro. Dat is blijkbaar de evidentie zelve. Ik vind dat ook! Maar jullie vinden het evident terwijl hierop geen euro wordt bespaard, terwijl andere collega’s op allerlei zaken moeten besparen. Maar dat is een verdienste, niet alleen van mij, maar van alle collega’s in deze meerderheid, die hebben ingezien dat we moeten begaan zijn met het lot en zeker met de financiële situatie van onze lokale besturen.

Mijnheer De Loor, u draait altijd dezelfde plaat. Ze is een beetje grijsgedraaid, als u mij toelaat om dat te zeggen. De inkanteling van de zeven sectorale subsidies in het Gemeentefonds is geen besparing. Dat is een vrijheidsgraad voor de lokale besturen om die middelen te kunnen spenderen aan dezelfde doeleinden als voordien, maar dan zonder dat ze stapels plannen moeten indienen, zonder dat ze vier tot vijf voltijdse medewerkers in dienst moeten hebben om die plannen op te stellen. U vindt dat allemaal niet nodig. Ik vind dat belangrijk in het kader van de administratieve vereenvoudiging. Net hetzelfde voor de gesco’s. Dat is ook geen besparing. Elke gemeente, elk lokaal bestuur krijgt de vrijheidsgraad om met die gesco’s te doen wat ze willen, om ze om al dan niet om te zetten in een regulier arbeidsstatuut.

Voorzitter, ik sluit af. Is de financiële situatie van onze lokale besturen belangrijk? Ja. Zie ik erop toe? Ja. Heb ik er samen met mijn collega’s in de Vlaamse Regering voor gezorgd dat de middelen gevrijwaard bleven en dat er een groeivoet is in het Gemeentefonds? Ja. Voorzie ik nog in andere middelen voor een aantal andere steden die met bepaalde problemen te maken hebben? Ja. Mijnheer Doomst, we hebben het er gisteren in de commissie nog over gehad. U kunt nu veel van mij zeggen – en, mijnheer Doomst, u doet dat niet – maar ik zit wel degelijk in met de financiële situatie van de lokale besturen. Ik zal erop toezien dat iedereen zijn structureel evenwicht behoudt. Als het nodig is, zal ik ingrijpen. Ik zal blijven monitoren. Maar het is absoluut een verdienste dat we in budgettair krappe tijden alle middelen die er waren voor de lokale besturen niet alleen hebben behouden, maar dat we ook in de groeivoet hebben blijven voorzien. (Applaus bij de N-VA)

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik wil afsluiten met het teruggrijpen naar onze vraag, die eigenlijk een vraag is van veel parlementsleden hier, van meerderheid én oppositie: houd die totaalimpact op de financiën van de steden en gemeenten, waar steeds meer verantwoordelijkheden naartoe gaan, alstublieft in het oog. Er zijn al regelmatig alarmkreten geweest. Neem die ernstig.

Ik weet dat in 2008 de toenmalige Vlaamse Regering, de toenmalige minister van Begroting een fiscaal pact heeft gesloten met de lokale besturen. We stellen voor dat er een globaal pact, dus niet enkel een fiscaal pact, zou worden gesloten tussen de Vlaamse Regering en de lokale besturen, met afspraken over alle maatregelen die een impact hebben op de steden en gemeenten. Minister, als u niets extra doet, dan wordt het voor onze besturen, voor onze burgemeesters en schepenen zeer moeilijk om te besturen, en vooral om vooruit te zien. (Applaus bij Groen en sp.a)

Michel Doomst (CD&V)

Ik wou gewoon nog even de zonnige inslag van mijn vraag benadrukken. Ik meen dat nu de BBC, zoals collega De Meulemeester ook zei, een te negatief aspect geeft aan de totaliteit. Nu geeft men de indruk: wir 'shiften' es nicht. Ik meen echter dat we dat net wel kunnen. Net daarom moeten alle achtergronden van alle beslissingen ook duidelijker zijn, om het op die manier uitgewerkt te krijgen.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.