U bent hier

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, minister, ik zou het graag met u hebben over inburgering in Brussel.

In Vlaanderen bestaat inburgering reeds sinds 1 april 2004. Dat was geen aprilgrap, maar een goede beleidsdaad. Dat is ondertussen bijna twaalf jaar geleden. Mijn partij is een gemeenschapspartij. We leggen de nadruk op de kennis van de taal en onze normen en waarden om zich goed te voelen in een samenleving en om in te burgeren. We willen gastvrij zijn voor nieuwkomers, maar anderzijds willen we absoluut niet naïef zijn en zeker niet onnozel. 

Voor ons is het de bedoeling nieuwkomers te begeleiden in onze samenleving, iedereen kan er maar beter van worden. Helaas, driewerf helaas, is er in 2016 en in mijn stad, de hoofdstad, nog steeds geen verplichte inburgering. Blijkbaar hebben onze Franstalige collega’s nog steeds niet het nut ervan ingezien. Ik ben wel blij dat de inburgering in Wallonië ondertussen sinds een klein jaar is ingevoerd. Maar hier in Brussel is er inderdaad veel blablabla, of heeft men er inderdaad wel al decretale initiatieven voor genomen. Ondanks het feit dat de PS hier toch al twintig jaar aan de macht is, is hier dus veel blabla, maar in de praktijk is er nog niet veel van terechtgekomen.

Dit is ‘too little, too late’. Too late, dat is klaar en duidelijk, twaalf jaar nadat Vlaanderen al de nodige initiatieven genomen heeft. Too little, omdat nu de discussie begint te ontstaan over de capaciteit inzake de inburgeringstrajecten.

De Franse Gemeenschap, namelijk de Commission Communautaire Française (COCOF), is bevoegd met betrekking tot de inburgeringstrajecten , maar het verplicht maken ervan is een bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), met een bevoegdheid voor Vlaanderen en een bevoegdheid voor de Franse Gemeenschap. Er moet dan ook worden samengewerkt.

Minister, wat is de stand van zaken van het overleg met de Franse Gemeenschap, met de COCOF, om te komen tot een goed en gedragen inburgeringstraject, waarbij de nadruk wordt gelegd op taalkennis en tegelijkertijd ook op onze normen en waarden?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, u en de collega’s hier aanwezig weten ook dat de verplichte inburgering hier al dikwijls het onderwerp van debat is geweest, niet alleen in de plenaire vergadering, maar ook in de commissie, niet alleen door toedoen van u, mijnheer Vanlouwe, maar ook door collega Poschet en collega Bajart, als ik me niet vergis.

Ik heb ook de recente Franstalige persberichten gelezen, die gewag maken van de nood aan minstens 20.000 inburgeringstrajecten in Brussel, onder andere gelet op de actuele asielcrisis en dergelijke meer. Ik kan u zeggen dat vandaag 17 procent van alle inburgeringstrajecten van de Vlaamse Gemeenschap plaatsvinden in Brussel. Dat stemt overeen met 3000 trajecten die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd worden en geïnitieerd worden door ons Agentschap Integratie en Inburgering in Brussel. De Franse Gemeenschap heeft er momenteel nul. Wij 3000, de Franse Gemeenschap nul.

Wat het overleg betreft, hebben we al meermaals aangedrongen bij collega Vervoort en de andere personen die actief zijn in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Zij weigeren elk moment van overleg over verplichte inburgering. Ik vind dat jammer want, mijnheer Vanlouwe, u hebt zelf aangegeven dat wij al meer dan elf jaar expertise hebben. Het is ook dankzij onze collega Marino Keulen, die het in 2004 verplicht heeft ingevoerd. Daarom kunnen wij zeggen dat we wel degelijk expertise hebben om ook een insteek te geven met betrekking tot de verplichte inburgering in Brussel. Er wordt echter geen overleg gepleegd, er wordt niets gedaan.

Ik heb wel vastgesteld dat in de GGC een conceptnota is voorgesteld met een aantal uitgangspunten over verplichte inburgering. Er is bijvoorbeeld een verdeelsleutel afgesproken voor het aantal inburgeringstrajecten dat georganiseerd moet worden door de Vlaamse Gemeenschap, enerzijds, en door de Franse Gemeenschap, anderzijds. Zo moet de Vlaamse Gemeenschap instaan voor 20 procent van alle inburgeringtrajecten in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, en de Franse Gemeenschap voor 80 procent. Vandaag hebben we al 3000 trajecten in Brussel, en met de bijkomende middelen in het kader van de asielcrisis plannen we nog 2400 extra trajecten, wat een totaal geeft van 5400 trajecten. De Vlaamse Gemeenschap is verantwoordelijk voor 20 procent van de 20.000 trajecten die in de Franstalige media worden vooropgesteld, wat neerkomt op 4000 trajecten. Wij hebben 5400 trajecten in 2016, de Franse Gemeenschap heeft er nul. Dit parlement neemt dus wel degelijk zijn verantwoordelijkheid in Brussel, het is de Franse Gemeenschap die haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Het is klaar en duidelijk: Vlaanderen heeft zijn verantwoordelijkheid genomen, in de eerste plaats in het gehele Vlaamse Gewest, maar tegelijkertijd ook in Brussel, door hier reeds 3000 trajecten aan te bieden, maar dan wel op vrijwillige basis. Ik had uiteraard veel liever gezien dat het op verplichte basis zou zijn.

Tot op heden is er aan Franstalige kant geen enkel inburgeringstraject. Men start met twee trajecten. Ik ben blij dat dit nooit een bevoegdheid is geworden van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, dat het een bevoegdheid is van de gemeenschappen. Als het een geregionaliseerde bevoegdheid was geweest van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, dan zou er waarschijnlijk nog 25 jaar over worden gepalaverd en dan zou er helemaal niets terechtkomen van de inburgering in Brussel.

Recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat onze normen en waarden jammer genoeg nog niet zijn gekend bij verschillende nieuwkomers. Ik hoop dat er snel een akkoord kan worden gevonden. Brussel kan er alleen maar beter van worden. Vlaanderen heeft zijn verantwoordelijkheid al genomen; de Franse Gemeenschap moet dat nog doen. Ik hoop alleen dat we in de komende jaren geen discussie gaan voeren over de capaciteitsproblemen, die we met betrekking tot het onderwijs veelvuldig zullen voeren, en waarvan ik nu …

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mijnheer Vanlouwe, u zegt dat u hoopt dat we niet gaan praten over capaciteit. Wel, we moeten wel praten over capaciteit. Als we iets gaan verplichten voor alle nieuwkomers, dan moeten we een aanbod hebben voor al die nieuwkomers. Dat spreekt voor zich.

Minister, u zegt dat Vlaanderen zijn deel doet en dat de Franse Gemeenschap niets doet. Ik zal de Franse Gemeenschap niet verdedigen, want ze blijven inderdaad achterwege, en dit debat heeft te lang in de ijskast gezeten. Maar er is wel een aanbod, alleen heeft het een andere vorm. Dus je kunt die twee niet vergelijken. Er is een aanbod, maar het is te weinig.

Het aanbod van Vlaanderen, 3000 plaatsen, dat zijn goede plaatsen en dat is belangrijk, maar het is onvoldoende als er morgen een verplichting is om onze eigen verantwoordelijkheid op te nemen. De Brusselnorm, die in het regeerakkoord staat, betekent dat we 30 procent vanuit Vlaanderen organiseren. Dat betekent dat we naar minstens 5000 of 6000 plaatsen moeten gaan, en dat is bijna een verdubbeling van het aanbod. U kondigt hier doodleuk aan dat dat er komt. Ik wil graag weten tegen wanneer dat komt en met welke budgetten, omdat dat het eerste is dat we daarvan zouden horen.

De voorzitter

Helemaal binnen de tijd.

Joris Poschet (CD&V)

Inburgering en integratie zijn voor onze partij altijd van groot belang geweest voor de integratie van de personen zelf, maar ook voor een betrokken en verbonden samenleving. Zeker in Brussel is dat op dit moment nodig. Dat verdient een breder debat, maar het kan in de commissie Brussel of een andere commissie. Voor ons neemt Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid op en blijft de Franse Gemeenschapscommissie, COCOF, achter en hinkt ook de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) achterop met het verplicht maken van de inburgering, want daar ligt het paard gebonden. Ze verdienen dus absoluut een schop onder de kont.

Minister, los van het feit hoe de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) wordt betrokken in dit verhaal – ik mag maar een vraag stellen, dus heb ik dat niet gevraagd –, hoe zou de financiering van de inburgering en integratie in Brussel precies verlopen? Blijft dat lopen vanuit de Vlaamse Gemeenschap voor het Nederlandstalige traject en vanuit COCOF voor het Franstalige traject? Of circuleren er andere modellen, bijvoorbeeld vanuit het gewest, wat tot constitutionele vragen leidt?

Mevrouw Van den Brandt, ik heb gezegd dat er momenteel 3000 plaatsen beschikbaar worden gesteld door de Vlaamse Gemeenschap met Vlaams geld. In het kader van de asielcrisis gaan we er met bijkomende middelen nog eens 2400 plaatsen bovenop doen. Dat zijn er 5400. Ik herhaal, wat doet de Franse Gemeenschap? Nul.

U spreekt nu over de Brusselnorm en hebt het over 30 procent. Als de GGC natuurlijk zonder voorafgaandelijk overleg met ons zelf verdeelsleutels afspreekt en zegt dat de Vlaamse Gemeenschap 20 procent van de trajecten op zich neemt en de Franse Gemeenschap 80 procent …

Elke Van den Brandt (Groen)

Hun eigen norm is 30 procent, dus 20 procent is een cadeau.

Mag ik misschien uitspreken, mevrouw Van den Brandt?

We hebben herhaaldelijk gevraagd om in overleg te gaan, om een beroep te doen op de expertise in verband met verplichte inburgering die we in Vlaanderen nu al elf jaar hebben – dat kan, voor alle duidelijkheid, geen enkel ander gewest zeggen. Als men in Brussel natuurlijk zelf in de schoot van de GGC toch tot een conceptnota komt en een verdeelsleutel van 80/20 afspreekt, dan kan ik u alleen maar zeggen dat, als we die verdeelsleutel respecteren, we 4000 trajecten moeten doen, en dat we er vanuit de Vlaamse Gemeenschap nu al 5400 hebben. Ik deel uw bezorgdheid, maar ik kan u alleen maar zeggen dat er voldoende inburgeringstrajecten moeten zijn in Brussel. Ik raad u echter aan om in Brussel op tafel te kloppen. Wij doen vanuit dit parlement meer dan wat we moeten. Wat doet de Franse Gemeenschap? Nul! Geen enkel traject!

Mijnheer Poschet, over de financiering bestaat onduidelijkheid. Ik heb een conceptnota gezien, waar wij helemaal niet bij betrokken zijn geweest. Als ik me niet vergis, maken de heer Smet en de heer Vanhengel deel uit van de GGC. In die conceptnota heb ik gelezen dat er een enveloppe is bepaald van 11 miljoen euro. Wie gaat dat betalen? Dat is mij een raadsel. Wat ik wel weet, is dat wij de 5400 trajecten waar ik nu over gesproken heb, betalen vanuit de Vlaamse begroting. Ik vraag, en ik eis zelfs, dat de Franse Gemeenschap ook haar verantwoordelijkheid in deze opneemt.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is inderdaad nuttig om daar een grondig debat over te voeren. Ik wil ook nog verwijzen naar een interessant opiniestuk dat recent verscheen in Brussel Deze Week, waarin klaar en duidelijk aan de hand van cijfers is aangetoond dat Brussel hopeloos te laat is.

Mevrouw Van den Brandt, ik wil er u toch even op wijzen dat uw partij vijf jaar heeft meegeregeerd in de Brusselse Regering. Toen is er geen enkele stap vooruitgezet inzake inburgering. Geen enkele stap, terwijl Ecolo en Groen aan die Brusselse Regering hebben deelgenomen. Ik denk dan ook dat u niet echt het recht hebt om nu de N-VA met de vinger te wijzen. Tegelijkertijd wil ik ook wijzen op de Brusselnorm. U spreekt steeds over de doelgroep van 30 procent. Met een budget van boven de 5 procent van de gemeenschapsmiddelen heeft de minister aangetoond dat ze investeert in integratie, inburgering. Ook wat inburgering betreft doet de N-VA in deze regering dus inspanningen voor de nieuwkomers.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.