U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 januari 2016, 14.06u

Voorzitter
Actuele vraag over de wapenleveringen aan Saoedi-Arabië
van Rik Daems aan minister Geert Bourgeois
114 (2015-2016)
Actuele vraag over de wapenexport naar Saoedi-Arabië
van Wouter Vanbesien aan minister Geert Bourgeois
115 (2015-2016)
Actuele vraag over de verklaringen van de minister-president betreffende wapenleveringen aan Saoedi-Arabië
van Ward Kennes aan minister Geert Bourgeois
116 (2015-2016)
Actuele vraag over de uitvoer van strategische goederen naar Saoedi-Arabië
van Tine Soens aan minister Geert Bourgeois
117 (2015-2016)

De heer Daems heeft het woord.

Minister-president, voorzitter, collega’s, Vlaanderen moet een eigen buitenlands beleid vormgeven. We moeten laten zien dat we in de brede wereld effectief voor iets staan, zeker wanneer het gaat over een exclusieve bevoegdheid zoals wapenexport. Dat is sinds 2003 een eigen bevoegdheid. Er bestaat sinds 2007 zelfs een samenwerkingsakkoord met België en met de andere regio’s, waarmee tot nu toe weinig is gebeurd.

Voor mij is buitenlands beleid geen emotionele bedoening. Het is integendeel uitdrukkelijk een rationele en een precieze aangelegenheid. Dat zijn trouwens, minister-president, twee karaktertrekken die u allebei bezit. In die zin ben ik van oordeel dat de situatie in Saoedi-Arabië op dit ogenblik van dien aard is dat we veel kritischer moeten worden dan we tot op vandaag al zijn geweest. Denk gewoon aan de wijze waarop mensenrechten er met de voeten worden getreden, hoe vrouwen in dat land schandalig worden behandeld. Denk aan het feit dat we allemaal weten dat minstens deels terroristische organisaties worden gefinancierd vanuit Saoedi-Arabië. In die zin denk ik dat het niet meer dan normaal is dat ook Vlaanderen, de Vlaamse Regering en u als bevoegde minister een veel kritischere houding moeten aannemen.

We kunnen nu stellen dat we die zaak ‘case by case’ bekijken. Dat is rationeel. De vraag is dan natuurlijk volgens welke criteria we dat doen en hoe we die criteria zullen wegen. Samen met mijn fractie ben ik van oordeel dat u zou moeten overwegen om in deze context, met wat we vandaag weten en met wat er recent is gebeurd, Saoedi-Arabië wel degelijk op de lijst van onholdlanden te zetten. (Applaus bij Open Vld, Groen en sp.a)

De heer Vanbesien heeft het woord.

Saoedi-Arabië heeft zich inderdaad in een zeer moeilijke positie gezet. Er zijn onder meer de massaexecuties geweest van politieke en religieuze tegenstanders, en er is de betrokkenheid bij een internationaal conflict in, onder meer, Jemen. Het is dan ook niet meer dan logisch, zoals de heer Daems vraagt, dat er vanuit Vlaanderen zou worden gezegd dat wij geen wapens meer naar dat land zullen exporteren en dat we Saoedi-Arabië op de zwarte lijst plaatsen.

Minister-president, ik heb gisterenochtend uw interview daarover op Radio 1 gehoord. Ik moest er wel even van slikken omdat er, in mijn ogen, een ongelooflijke hypocrisie in zat. Aan de ene kant zei u dat er inderdaad problemen zijn met Saoedi-Arabië, en u noemde de mensenrechten en de betrokkenheid van Saoedi-Arabië in het conflict in Jemen. U zei dat als er volgend jaar aanvragen zouden komen, dat u die waarschijnlijk niet zou goedkeuren. Maar tegelijkertijd zei u dat u Saoedi-Arabië niet op de zwarte lijst zou zetten, dat dat een stap te ver zou zijn en dat wij geen algemeen verbod op wapenexport zullen invoeren. Als reden daarvoor gaf u wat verderop in het interview dat Saoedi-Arabië onze bondgenoot is. Wij mogen een bondgenoot niet tegen de schenen stampen en wij mogen dus niet zeggen dat wij sowieso geen wapens naar Saoedi-Arabië zullen exporteren.

Vandaar mijn vraag, minister-president: beschouwt u Saoedi-Arabië als een bondgenoot van Vlaanderen? Is dat de reden waarom u weigert Saoedi-Arabië voor wapenexport op de zwarte lijst te zetten? (Applaus bij Groen en sp.a)

De heer Kennes heeft het woord.

In 2011 heeft toenmalig minister-president Kris Peeters een aantal landen uit het Midden-Oosten op de onholdlijst gezet. Dat had te maken met geweldpleging, de miskenning van de mensenrechten en het gevaar voor escalatie. Daar staan op dit moment nog drie landen op: Syrië, Libië en Jemen. Bahrein werd er opnieuw afgehaald. Steeds meer rijst de vraag waarom Saoedi-Arabië daar niet op staat. Zijn er goede redenen voor die het verschil maken met die andere landen? Wat zijn de pertinente argumenten en criteria om vandaag voor Saoedi-Arabië, waarvan mijn collega’s net hebben geschetst wat er allemaal aan de hand is, dat ook in Bahrein een opstand heeft neergeslagen, dat zeer sterk betrokken is in de burgeroorlog in Jemen en dat ook intern niet alleen de mensenrechten schendt maar ook een zeer bloedige repressie hanteert, case per case te werken en om in dit geval niet over te gaan tot het on hold plaatsen?

Dit leidt tot meer onduidelijkheid, ook voor het Vlaamse bedrijfsleven, over wat er nu nog wel kan. Het zijn mogelijk vrij omslachtige administratieve procedures – u hebt de lat hoog gelegd, u hebt gezegd streng te zullen zijn – om dan uiteindelijk tot hetzelfde resultaat te komen en te zeggen dat we toch niet gaan exporteren. Als ik u gisteren goed heb gehoord, hebt u als boodschap gegeven dat u de lat zeer hoog gaat leggen, dat er niet direct aanvragen voor wapenexport naar Saoedi-Arabië bekend zijn, en mocht er een vraag komen, dat u dat waarschijnlijk niet zult toestaan. Tegelijkertijd zegt u dat u Saoedi-Arabië toch niet op die lijst zult zetten. Vandaar mijn vraag: wat is het verschil met die andere landen? Is het niet duidelijker om die on-holdlijst aan te vullen met Saoedi-Arabië? (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

Mevrouw Soens heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, ik ben blij dat hier vier partijen staan, twee van de meerderheid. Dat betekent dat het thema leeft. Ik ben er oprecht blij om. Ik dring er al langer bij u op aan om de wapenhandel met de regio en specifiek met Saoedi-Arabië on hold te zetten. U wilt daar tot op vandaag niet op ingaan. Wij als sp.a vinden dat wapenhandel met Saoedi-Arabië niet kan, ongeacht waar die wapens vandaan komen. We kunnen niet enerzijds terreur bestrijden in ons land en anderzijds vrolijk wapens gaan verhandelen.

Gisteren zei u op Radio 1 terecht dat u de wapenuitvoer vanuit Wallonië veroordeelt. Ik ben het daarover met u eens. Maar ik ben het er niet mee eens dat u een ander veroordeelt maar ondertussen uw eigen Vlaamse verantwoordelijkheid niet opneemt. Mijn vraag is heel duidelijk: hoeveel redenen hebt u eigenlijk nodig om die wapenhandel naar Saoedi-Arabië stop te zetten? (Applaus bij sp.a, Groen en Open Vld)

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, ik ben het met u eens, het is een zeer zinvol debat. Het is ook een zeer actueel debat. Alleen betreur ik dat een fractie het dan nodig vindt om mij van hypocrisie te gaan beschuldigen en een andere fractie mij ervan te beschuldigen mijn verantwoordelijkheid niet op te nemen. Ik neem altijd en overal, in elk dossier, ook in dit en in elke individuele beslissing, mijn verantwoordelijkheid. (Applaus bij de N-VA)

Collega Daems heeft zeer terecht de vraag gesteld – ik heb de schriftelijke toelichting gelezen – welke de criteria zijn op grond waarvan beslist wordt om al dan niet een uitvoervergunning te verlenen. Hij stelde de vraag: is dat op economische gronden? Het antwoord is neen. Jobs en tewerkstelling hier in Vlaanderen spelen daarbij geen rol.

De enige criteria die gelden, zijn die van artikel 26 van het decreet dat mij bindt. Een eerste belangrijk criterium – ik ga ze niet allemaal opsommen – is de naleving van internationale sancties. Dat is evident. Daartoe hebben we ons als land verbonden, en ook de landen van de Europese Unie. Het gaat om sancties die zijn uitgesproken door de VN Veiligheidsraad en sancties die zijn uitgesproken door de Europese Unie. Een tweede criterium zijn de mensenrechten. Een derde is de schending van het internationaal humanitair recht. Een vierde criterium is onze veiligheid en die van de bondgenoten. Een vijfde is de stabiliteit van de regio. Dat zijn grosso modo de criteria in het decreet. Die worden telkens opgenomen in elke afweging en elke beslissing die wordt genomen.

Alle collega’s stellen de vraag: waarom niet een algemene maatregel, een on-holdmaatregel, een embargo of hoe je het ook wilt noemen, ten aanzien van Saoedi-Arabië? Wel, collega’s, ik heb het aan de commissieleden meegedeeld, ik heb het al herhaaldelijk gezegd in de commissie: naar mijn bescheiden mening hebben we geen rechtsgrond in het decreet om tot een algemeen embargo over te gaan, tenzij het gaat om de naleving van internationale sancties, afgesproken binnen de Europese Unie of door de VN-Veiligheidsraad. We hebben ons ertoe geëngageerd. Het is de eerste bepaling van artikel 26. Dan leven wij die internationale sancties na.

Ik heb gezegd dat elke beslissing het verdient om een afweging, een individuele motivering te krijgen. Dat doen we ook. Naar mijn bescheiden mening biedt het decreet daar voldoende criteria voor. De dienst Controle Strategische Goederen van het Departement internationaal Vlaanderen bezorgt telkens een uitgebreid, afgewogen advies. We kunnen de afwegingen maken en we kunnen tot besluiten komen. Dat doen we ook iedere keer.

In 2015 is er geen geweest, maar vandaag is er wel een aanvraag voor Saoedi-Arabië en op grond van het advies van de dienst Controle Strategische Goederen is een uitvoervergunning geweigerd, precies hoofdzakelijk wegens de betrokkenheid in de oorlog in Jemen.

Collega’s, dat is ook het standpunt van de Europese lidstaten. Working Party on Conventional Arms Exports (COARM) heeft zich daarover gebogen. De meeste landen, met inbegrip van Zweden en Duitsland, hebben toen gezegd om geval per geval te beoordelen. Er is geen beslissing gevallen om tot een embargo over te gaan of een algemeen sanctiebeleid te voeren. Dat is de positie van de Europese landen, weze het dat in de meeste landen, net als bij ons, een zeer grote terughoudendheid bestaat om tot die leveringen over te gaan. Dat heb ik gisteren ook gezegd in het radio-interview, en vandaag heb ik dat toegelicht.

Ik heb voldoende rechtsgrond in elk criterium van het decreet om tot een afgewogen beslissing te komen. We maken een afweging en we komen tot een gemotiveerde beslissing. Mijnheer Kennes, er is inderdaad een onholdlijst, maar daar is geen ministerieel besluit van. Dat is een feitelijke praktijk die mij, naar mijn bescheiden mening als jurist, er niet van ontslaat, als er zelfs voor die landen een aanvraag zou komen, om te motiveren waarom ik de vergunning verleen, of, in dit geval, hoogstwaarschijnlijk niet verleen.

De rechtsbasis voor een algemene sanctie ten opzichte van een land, gaat over de naleving van internationale sancties opgelegd door de Europese Unie of door de VN Veiligheidsraad. Die onholdmaatregel is beperkt tot puur militair materieel voor de levering aan overheden. Het slaat niet op ‘dual use’, niet op dubbel gebruik en niet op civiele eindgebruikers. Dat is de beperking van de onholdmaatregel.

Er is nu een evaluatie bezig van het decreet. Daar zal iedereen bij betrokken zijn, uiteraard ook het parlement. Ik herhaal dat ik geen rechtsbasis zie om een algemene maatregel te nemen, maar een regering wordt geïnterpelleerd over haar beslissingen. Wij bezorgen elke maand een mededeling over de beslissingen en we rapporteren op gezette tijden aan het parlement, dat daarover alle mogelijke vragen kan stellen, driemaandelijks, zesmaandelijks en dan nog eens bij het jaarrapport.

Over elk van die beslissingen kan de controle gebeuren. De vraag om nu tot een algemeen verbod over te gaan, vindt geen rechtsgrond, maar dat belet niet dat we zoals in elk dossier, zeer grondig afwegen, zeer scrupuleus motiveren, maar ook leveringen ten aanzien van Saoedi-Arabië met een zeer grote kritische zin benaderen. (Applaus bij de N-VA)

Minister-president, ik betreur met u dat het debat terechtkomt in oppositie-meerderheid. Mensenrechten en terrorisme zijn geen zaken van meerderheid en oppositie. Ik wil dan ook vragen aan de twee collega-vragenstellers om deze zaak toch rationeel en precies aan te pakken.

Er zijn wel degelijk zaken die u kunt doen. Er is een samenwerkingsakkoord met België en de andere regio’s. Er is vandaag geen lijst van actieve opvolging van probleemlanden. Dat zou u kunnen vragen. Er is geen post-exportevaluatie inzake Saoedi-Arabië. Dat zou u kunnen vragen. Bovendien zou onze Europese afvaardiging een initiatief kunnen nemen in Europa om uitgerekend de onduidelijkheid over wat dan wel on hold zou zijn, uit te klaren en een gezamenlijke positie in te nemen.

Voor mij is de zaak heel duidelijk. U hebt het net gezegd. Feitelijk kunt u perfect on hold reageren en een onholdbeleid voeren. Het gaat wel degelijk over een overheid en wapens aan een overheid. Als we de situatie van de mensenrechten en de terroristische links bekijken, dan is een feitelijke on hold de enige juiste positie. Als de regering die positie juridisch gesproken niet kan aannemen, dan kan het parlement Saoedi-Arabië wel on hold zetten. (Applaus bij Open Vld, Groen en sp.a)

Mijnheer Daems, ik ben een beetje verrast dat u zegt dat hier een meerderheid-oppositiespel wordt gespeeld. Dat is het duidelijk niet. Het is een spel van de N-VA tegen de rest. (Applaus bij Groen en sp.a)

Als ik zie wie hier op het podium staat en als ik hun vragen hoor, dan is er, ook van de andere meerderheidspartijen, een heel duidelijke vraag om Saoedi-Arabië op een zwarte lijst te zetten.

Ik heb een vraag gesteld naar aanleiding van uw uitspraak gisteren op de radio dat u Saoedi-Arabië als bondgenoot beschouwt, maar u hebt daar niet op geantwoord. Voorts hebt u de Europese paraplu opengetrokken en gezegd dat wij dat niet zomaar mogen doen, ook niet van Europa. En wanneer er een wapenembargo moet komen, dan moet dat volgens u op Europees niveau gebeuren.

Minister-president, ik wil u erop wijzen dat dit wel mag van Europa. Er zijn andere landen binnen de Europese Unie die Saoedi-Arabië op de zwarte lijst hebben gezet. Wanneer u bovendien zegt dat er een Europees embargo moet zijn voor Vlaanderen handelt, zegt dat nu en hier in dit Vlaams Parlement dat u en de Vlaamse Regering voorstander zijn van een Europees wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Zeg dat dan! (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister-president, wanneer u voorstander bent van een Europese aanpak – en dat is een goede keuze, dat staat ook in ons Wapendecreet, dat gebaseerd is op die Europese aanpak – dan wil ik u vragen om via die kanalen, via de Permanente Vertegenwoordiging, de nodige contacten te leggen in Europa om duidelijkheid over te krijgen, onder meer over wat ‘on hold’ en ‘dual use’ nu exact betekenen. We spreken in dit geval over de staat Saoedi-Arabië. Wat er gebeurd is in Bahrein en in Jemen na veroordelingen, betreft de staten zelf en geen privé-initiatieven. Die Europese aanpak is belangrijk. Mijn vraag is om expliciet aan onze vertegenwoordiger opdracht te geven om dit dossier op Europees niveau aan te kaarten. (Applaus bij CD&V)

Minister-president, u neemt geen verantwoordelijkheid, en dat is net het probleem. U verschuilt zich achter een decreet om niets te moeten doen, terwijl u perfect die onholdlijst kunt uitbreiden. Dat is een bestaande praktijk van de administratie. U kunt perfect zeggen dat u Saoedi-Arabië op die lijst zet, dat zou pas een krachtig signaal zijn. Maar u doet dat niet. Ik begrijp niet waarom dat wel kan voor Libië, voor Egypte en voor Jemen, maar niet voor Saoedi-Arabië. Is het misschien omdat uw Antwerpse burgemeester nog in onderhandeling is met de Saoedi’s?

De heer Diependaele heeft het woord.

Ik was eigenlijk niet van plan om te reageren, maar ik val hier echt van mijn stoel. Wij delen de bezorgdheid, zoals de minister-president heeft gezegd, over de situatie in Saoedi-Arabië.

Er wordt gezegd dat de minister-president zich niet mag verschuilen achter een decreet. Mevrouw Soens, wanneer een decreet wordt goedgekeurd in dit parlement, dan verwacht ik dat de minister-president zich daaraan houdt. (Applaus bij de N-VA)

Ik hoor alle partijen hier pleiten voor meer Europa, maar als er wordt verwezen naar Europa om ons aan die regelgeving te houden, dan zegt mijnheer Vanbesien dat de minister-president zijn Europese paraplu opentrekt. Wat zal het zijn? Gaan we naar meer Europa of naar minder Europa?

Mijnheer Daems, dit is inderdaad geen spel tussen meerderheid en oppositie. Wij delen uw bezorgdheid, maar ik zou u willen vragen om de Handelingen uit 2012 over dit decreet na te lezen. Uw partij heeft er toen vierkant voor gepleit om een versoepeling door te voeren van de regelgeving in dat decreet, om het dus nog gemakkelijker te maken om uit te voeren naar landen. Nu plotseling zegt u het tegenovergestelde. Mevrouw Brusseel heeft toen gevraagd om die regeling nog te versoepelen.

De vraag is: gaan wij uitvoeren naar Saoedi-Arabië? Het antwoord op dit moment is: neen. We blijven de regel volgen dat we geval per geval, zoals alle landen doen, zullen kijken of het opportuun is om dat te doen. Op dit moment antwoordt de minister-president heel duidelijk: neen. Dus stop die hypocrisie.

De heer Van Grieken heeft het woord.

Voorzitter, dat u op uw verjaardag, als pacifist wie de nooit-meer-oorloggedachte na aan het hart ligt, nog moet meemaken dat er hier een N-VA/PS-front is wanneer het gaat over wapenleveringen naar Saoedi-Arabië: qua kracht van verandering kan dat wel tellen.

Saoedi-Arabië is een land dat in het nieuws komt met massa-executies en dat geen hoge pet opheeft van mensenrechten. Dit debat, ook vandaag, is doorspekt van hypocrisie van de N-VA, die in de pers wel stoere verklaringen doet over de verdediging van de Verlichtingswaarden en -normen maar tegelijkertijd veel minder problemen heeft met wapenleveringen of investeringen van Saoedi-Arabië in de Antwerpse haven. Maar ook link is heel hypocriet in dit debat. Nu roeren zij de trom en zeggen zij dat wapenleveringen aan Saoedi-Arabië en het salafisme een brug te ver zijn, maar tegelijkertijd hebben zij veel minder problemen met dat salafisme wanneer het gaat over de financiering van moskeeën, wanneer het gaat over onze eigen Vlaamse maatschappij die wordt ondermijnd door extremistische moslims.

Minister, wanneer gaat Vlaanderen nu eindelijk stoppen met zoete broodjes bakken met Saoedi-Arabië en wanneer gaat u het salafisme in Vlaanderen aanpakken? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president Geert Bourgeois

Ik zal proberen om te antwoorden op alle elementen die nog aangebracht zijn.

Er is nu ook andere partij die mij van hypocrisie beschuldigt. We hadden natuurlijk niets anders verwacht van het Vlaams Belang, mijnheer Van Grieken, maar niet dat u er ook ERS zou bijhalen, want dit dossier heeft daar niets mee te maken. ERS is een dossier van het Antwerps Havenbedrijf en van de betrokken privéfirma. ERS is een privébedrijf, dat is niet de Saoedische overheid. Die vestiging kan, zoals u weet, negenhonderd jobs opleveren en kan een versterking zijn van de chemische cluster. Het is bovendien een erg toekomstgericht project, want het gaat over circulaire economie, over afvalverwerking, over plastics die omgezet worden in nieuwe grondstoffen.

Dit heeft er niets mee te maken, tenzij u er allemaal voor pleit om een internationaal embargo te stellen ten aanzien van investeringen uit landen die niet democratisch zijn of uit landen waar mensenrechten worden geschonden. Zeg dat dan nu! Zeg dan dat u speelt met onze welvaart hier in Vlaanderen! Wij leven van de export en we hebben investeringen nodig. (Applaus bij de N-VA)

Nogmaals over de on hold. Wat betekent 'on hold'? Voor zover ik het begrijp, betekent het dat we iets opschorten, dat we er voorlopig geen beslissing in nemen. Het decreet zegt: weigeren of toelaten. Ik heb u gezegd dat er een algemeen verbod kan zijn als er een internationale sanctie uitgesproken is. En dat lijkt me ook zinvol. We hebben ons ertoe geëngageerd met de EU om als de EU gezamenlijk sancties uitspreekt, die ook loyaal na te leven. We hebben ons ertoe geëngageerd om als de VN sancties uitspreekt, die loyaal na te leven.

Voor de rest zie ik niet in wat het probleem is. Ik begrijp niet wat men hier komt te zeggen over een minister die zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Ik voer het decreet uit, ik leef het decreet na. U kunt me daarover interpelleren. Ik beweer dat ik zelfs voor de landen die nu op de onholdlijst staan, als ik daar een aanvraag voor krijg een gemotiveerde beslissing moet nemen. Ik kan niet zeggen dat het een feitelijke praktijk is om niet uit te voeren naar die drie betrokken landen. Dat lijkt me een motivering die geen stand houdt bij aanvechting voor de Raad van State.

Het is hier dus niet de N-VA tegen de rest, beste collega’s, dit is een gedelegeerde bevoegdheid. Ik probeer het decreet in eer en geweten na te leven. Ik ken de criteria van het decreet. Ik heb u gezegd dat ik ten aanzien van Saoedi-Arabië een heel kritische houding aanneem. Ik loop niet vooruit – dat zou ongepast zijn – op beslissingen die ik nog moet nemen. Ik zeg u: vandaag heb ik een beslissing genomen tot weigering van een vergunning aan Saoedi-Arabië.

Kom dus niet af met de bewering dat ik mijn verantwoordelijkheid ontloop, en alleszins niet, mevrouw Soens, met uw goedkope oneliner die u voorbereid had over de burgemeester van Antwerpen. Komaan! We zijn niet zo ver meer af van de walgelijke bewering van de heer Van der Maelen dat we voor 900 jobs 130 mensen laten afknallen in Parijs. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Dat is schandelijk, gewoon schandelijk! (Applaus bij de meerderheid)

Collega’s, u vraagt dat de Vlaamse vertegenwoordiging in de EU initiatief zou nemen om tot een EU-sanctie te komen. U weet dat het een Belgisch standpunt moet zijn. We gaan dit dus eerst intra-Belgisch bespreken, mijnheer Kennes.

En voor degenen die mij beschuldigen van een front met de PS: de PS staat wapenleveringen aan Saoedi-Arabië toe. Ik heb vandaag geweigerd! Ik heb geweigerd, mijnheer Van Grieken. Degenen die denken dat er een front is, wens ik ‘good luck’ voor het intra-Belgisch standpunt nadat u de publieke standpunten van de minister-president van Wallonië hebt gehoord. (Applaus bij de N-VA)

Ik twijfel niet aan het feit dat de minister-president zijn verantwoordelijkheid wel neemt, dat is duidelijk. (Applaus bij de N-VA)

Alleen is het kader waarbinnen dit vandaag ‘juridisch’ gebeurt, naar mijn aanvoelen niet efficiënt.

Mijnheer Diependaele, ik ben natuurlijk een ‘freshman’, zoals dat heet, in dit parlement, maar het is wel mijn verdomde ambitie om Vlaanderen internationaal op de kaart te zetten.

Dat betekent voor mij – wat het decreet in 2012 ook moest hebben gezegd – dat een nieuw decreet of een aanpassing ervan in ieder geval een verstrenging zal inhouden en ook heel duidelijk een onholdprocedure zal invoeren. (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

Minister-president, ik merk dat u op mijn vragen niet antwoordt. Ik heb gevraagd wat het standpunt van de Vlaamse Regering is over een Europees wapenembargo voor Saoedi-Arabië. U hebt gezegd dat het een Belgisch standpunt zal zijn en wat Vlaanderen daarover zal zeggen, verzwijgt u. Als ik u vraag waarom u Saoedi-Arabië een bondgenoot noemt op de radio, dan antwoordt u daar niet op. Ik merk alleen dat zowel de oppositiepartijen maar ook uw twee coalitiepartijen vragen om een duidelijk standpunt in te nemen en Saoedi-Arabië op de zwarte lijst te zetten, maar dat u weigert.

We weten het al lang, maar het wordt vandaag nog eens duidelijk dat de N-VA en de vroegere Volksunie twee heel verschillende partijen zijn. De Volksunie was een Vlaams-nationalistische partij die principes had op internationale fora, die het vredesstreven belangrijk vond. De N-VA is een platte machtspartij die enkel naar economische belangen kijkt en de principes daarvoor inslikt. Ik denk dat Vlaanderen beter verdient. (Applaus bij Groen en sp.a. Opmerkingen bij de N-VA)  

Minister-president, uit uw toelichting blijkt dat u uw verantwoordelijkheid hebt genomen om een concrete aanvraag geval per geval te onderzoeken. Ik hoop dat we hierover binnenkort nog meer duidelijkheid krijgen, want daar kunnen we ons nu niet over uitspreken.

U vraagt zich af of een onholdlijst een juridische toetsing zou kunnen doorstaan en dat die niet volstaat om een weigering te funderen. Ik denk dat zo’n onholdlijst een politiek statement is. Als destijds minister Kris Peeters beslist heeft om een aantal landen op een onholdlijst te zetten, dan had dat een politieke draagwijdte. Het creëert ook duidelijkheid voor het bedrijfsleven dat er geen exportvergunningen zullen worden afgeleverd. Dat moet worden onderbouwd – dat is niet het punt –, maar het gaat om een duidelijk politiek statement en dat heeft in de politiek absoluut meer dan zijn waarde. (Applaus bij CD&V, sp.a en Groen)

Er zijn in het Wapenhandeldecreet een aantal criteria rond mensenrechten en regionale stabiliteit. Die hebben niet belet dat er uitvoer was naar Saoedi-Arabië in 2014, dat er uitvoer was van dual useproducten in 2015.

Het zou vanuit Vlaanderen een heel krachtig signaal zijn als u nu zou zeggen dat u Saoedi-Arabië alsnog op de onholdlijst zet zoals wij vragen, zoals Groen vraagt, zoals de twee meerderheidspartijen ook vragen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Motie van orde
Actuele vraag over de gevolgen van een recent advies van de Raad van State voor het verdere verloop van de afslanking van de provincies
van Marius Meremans aan minister Liesbeth Homans
118 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of het PDF iconJaaroverzicht 2016-2017 (pdf) voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.