U bent hier

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016.

We zijn bezig met het onderdeel Kanselarij en Bestuur.

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, geachte dames en heren van de Vlaamse Regering, met de bevoegdheid Binnenlandse Aangelegenheden wil de Vlaamse overheid komen tot een optimale organisatie en afstemming van de verschillende bestuurslagen in Vlaanderen. De Vlaamse overheid opereerde in het verleden onder het motto ‘vertrouwen is goed, controle is beter’. In deze legislatuur is het uitdrukkelijk de bedoeling om daarvan af te stappen en om de gemeenten meer vrijheid te geven. Getuige daarvan de afschaffing van de verplichting tot opmaak van diverse beleidsplannen en de afslanking van rapporteringsverplichtingen. Hoera, want gemeenten kunnen meer zelf hun keuzes maken. De planlast vermindert, en wie wil, kan substitueren tussen planning en actie binnen een zelf te bepalen evenwicht.

De groei van de globale pot van het Gemeentefonds met 3,5 procent blijf ik een prestatie noemen in deze budgettair barre tijden. Alleen spijtig, minister, dat we nog geen consensus konden vinden over het herijken van de verdelingscriteria, maar ooit komt dat. Ik ga ervan uit dat we er dan eentje op drinken.

Het nieuw beleid – 100 miljoen euro extra voor rustoorden, 60 miljoen euro extra subsidies voor rioleringen, 50 miljoen euro extra voor scholenbouw, 30 miljoen euro extra voor ziekenhuisinvesteringen – komt de gemeenten geheel of gedeeltelijk ten goede. Dit zijn allemaal incentives die aantonen dat de Vlaamse overheid het goed meent met de lokale besturen.

Maar toch, minister, moet er mij iets van het hart. Zonder voorafgaand overleg werd een subsidiestroom van 34 miljoen euro voor materieel en outillering drooggelegd. Gemeenten hebben heus wel begrip voor de budgettaire situatie van Vlaanderen. Maar: zonder overleg! Dit zorgt er trouwens voor dat de groei van het Gemeentefonds voor heel wat gemeenten op nul komt.

Minister, mag ik u vragen dat u als minister van Binnenlandse Aangelegenheden, als een soort burgemeester van Vlaanderen, als, bij wijze van spreken, een moeder van alle gemeenten, erover zou waken dat dergelijke zaken in de toekomst niet meer gebeuren. Want hier neemt u het risico dat Vlaanderen wordt bestempeld als wat het zeker niet wil zijn, namelijk onbetrouwbaar.

Betrouwbaarheid is ook het sleutelwoord in de overheveling van de bevoegdheden tussen provincies enerzijds en Vlaanderen of gemeenten anderzijds. Een volwassen dialoog als evenwaardige partners is de enige goede basis voor succes.

Tot slot, minister, wil ik als luis in uw pels toch nog even de aandacht vragen voor het volgende. Ik merk dat vijf steden nog middelen ontvangen in het kader van het in het verleden opgezette grootstedenbeleid. Ik begrijp dat deze middelen in de toekomst opgenomen zullen worden in een investeringsfonds voor gerichte stads- en plattelandsontwikkeling. Niet langer geleden dan gisteren, en ook vandaag, werd hier gepleit voor extra middelen voor Vilvoorde. De Inspectie van Financiën heeft ook gezegd en geschreven dat zij geen objectieve redenen ziet waarom de stad Genk niet kan delen in deze middelen. Mag ik aannemen, minister, dat u in het komende jaar een nieuw verdelingsmechanisme daaromtrent zult maken?

Mijnheer Dochy, ik zal u er zeker niet van weerhouden er eentje op te drinken. Maar ik heb een concrete vraag voor u. U hoopt dat die herijking van het Gemeentefonds er ooit komt. Ziet u dat dan al dan niet nog deze legislatuur gebeuren?

Ik wil diezelfde vraag ook graag stellen aan de moeder van alle gemeenten.

Mijnheer De Loor, u weet evengoed als ik dat de herijking als dusdanig heel duidelijk was opgenomen in het vorige regeerakkoord. In dit regeerakkoord is het niet zo expliciet vermeld. De groei is vastgelegd. Er is wel nog iets te doen met de extra middelen die beschikbaar zijn door die groei. De vraag is echter of de politieke wil daartoe bestaat. Wat ons betreft wel. Ik neem aan dat we daarvoor binnen de meerderheid een consensus moeten vinden.

Minister Liesbeth Homans

Over de herijking van de criteria en de verdeelsleutels van het Gemeentefonds hebben we tijdens de onderhandelingen uitgebreid gepraat. We zijn niet tot een consensus gekomen. Het staat dus ook niet in het regeerakkoord. Mijnheer Dochy, hoezeer ik u ook een plezier zou willen doen, ik moet u hier teleurstellen.

Gelet op de overheveling in het kader van de, voor ons niet zo fantastische, zesde staatshervorming, weet u – of misschien niet – dat we voor het grootstedenbeleid maar 15 miljoen euro van de 20 miljoen euro middelen hebben overgekregen. Dat is natuurlijk een behoorlijke besparing van 25 procent.

U hebt terecht aangegeven dat we die grootstedenbeleidsmiddelen zullen integreren in het Investeringsfonds. Nadien zullen we de criteria herbekijken. U vraagt nu concreet om de stad Genk op te nemen. We moeten objectieve criteria vooropstellen. Aangezien we die bevoegdheid hebben overgekregen, hebben we voor het geven van geld aan de gemeenten dit jaar nog de verdeelsleutel gebruikt die de federale overheid in het verleden ook zou hebben gehanteerd.

Voor alle duidelijkheid: ik heb hier niets gevraagd. Ik heb in het dossier gelezen dat de Inspectie van Financiën vaststelt dat ze geen objectieve redenen ziet waarom de stad Genk niet in aanmerking zou komen. Ik heb dat gelezen. Het gaat over 15,3 miljoen euro die werd overgeheveld. Daarvan gaat, beste collega’s, – in alle objectiviteit vastgesteld – 75 procent naar één stad. 25 procent wordt verdeeld over een aantal andere steden, die ook niet in volgorde de grootste van Vlaanderen zijn. De criteria zijn op zijn minst wat onduidelijk. (Applaus bij CD&V)

De heer Meremans heeft het woord.

Voorzitter, in tegenstelling tot anderen ben ik niet naar de kapper geweest. (Gelach)

Er is ook geen ‘Jammerende jeremiade’. Ik heb gehoord dat dat een nieuw album van Suske en Wiske is, waar een kalende man in voorkomt.

Met een zekere zin voor realisme, maar ook met hoop, wil ik een aantal dingen zeggen. Welke gemeenten willen wij, collega’s? Wij willen bestuurskrachtige gemeenten die meer bevoegdheden aankunnen. Daartoe heeft de Vlaams overheid in een instrument voorzien, namelijk de bestuurskrachtmonitor. Het is een instrument dat de gemeenten toelaat om in de spiegel te kijken. Vlaanderen zegt dat het budget wel begrensd is, maar dat het een incentive kan zijn om die oefening aan te gaan.

Omdat mijn eigen stad financieel de dieperik in gaat, hebben wij vanuit de oppositie het stadsbestuur voorgesteld om die oefening te maken, om daarop in te schrijven. Het zal alleszins worden besproken op het schepencollege. Dat vind ik belangrijk. Want als steden en gemeenten minder investeren, zoals het geval was in mijn eigen stad, moeten we nagaan wat we eraan kunnen doen om die investeringen op peil te houden. Dan moet je ook de oefening durven maken. Dat gebeurt nog altijd te weinig. Dat ligt gevoelig. Ik weet dat sommige mensen nogal snel de emotrom roeren. Ik vind dat je daar rationeel tegen aan moet kijken en de oefening moet maken. Bij vrijwillige fusies wil ik iedereen oproepen om te bekijken of er een betere dienstverlening is, of de gemeente de uitdaging beter aankan en meer tewerkstelling kan bieden. Met andere woorden, kunnen we via schaalvergroting komen tot een bestuur dat beter is voor de burger?

Ik betreur dat sommige partijen dan heel snel een motietje in de gemeenteraad brengen om te zien hoe de anderen reageren om daarna snel het debat te begraven. Dat vind ik geen goede zaak.

Er is in een financiële bonus voorzien, er komt een draaiboek, en ook in de ondersteuning van het agentschap is voorzien.

De regiovorming werd al aangehaald door de heer Doomst. Er komt een praktijkgids lokale samenwerkingsverbanden. De regioscreening door de gouverneurs bracht aan het licht dat nog heel wat gemeenten er toch nog werk aan hebben. Ik zie een rol weggelegd voor de gemeenten zelf, die eventueel een beroep kunnen doen op de gouverneur.

Minister, ik herhaal wat ik gisteren aan de vakminister heb gezegd over de afslanking van de provincies en de overdracht van bevoegdheden. Ik heb gisteren boer Sven genoemd, ik zou vandaag aan jonkvrouw Liesbeth willen vragen om toch goed na te gaan of bij de provincies – want we merken een verschuiving van persoons- naar grondgebonden bevoegdheden en elke euro is een euro – de budgetten terechtkomen waar ze moeten terechtkomen. We weten dat de provincies soms terughoudend zijn en die oefening niet altijd te goeder trouw uitvoeren. (Applaus van de meerderheid)

De heer Kennes heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega’s, Vlaanderen is op het vlak van inburgeringsbeleid altijd een voorloper en een voortrekker geweest. En vandaag geven de feiten ons gelijk: het is een ontzettend belangrijk thema, het is goed dat we daar de afgelopen jaren zwaar op hebben ingezet. Het is brandend actueel.

Het aantal vrijwillige inburgeringstrajecten gaat omhoog. Daaruit kunnen we concluderen dat er een hele groep heel gemotiveerde mensen is. Dat zijn vooral de Midden- en Oost-Europeanen. Ze zijn heel gemotiveerd om de kansen te grijpen.

Onze zorg is op dit moment dat er voldoende capaciteit moet zijn om met het stijgende aantal vrijwillige inburgeraars, ook voldoende trajecten te kunnen aanbieden aan vluchtelingen die erkend zijn en dus ook verplicht inburgeraar worden. Dat aantal zal de volgende maanden ongetwijfeld stijgen. Het zal een uitdaging zijn voor de inburgeringssector.

De lokale besturen maken zich momenteel ook zorgen over betaalbare huurwoningen, voldoende sociale tolken en psychosociale ondersteuning voor deze specifieke groep nieuwkomers. De heer Doomst had het over de 20 miljoen euro, maar die middelen zullen nodig zijn om de lokale besturen te ondersteunen.

Begin september is er een ministerieel comité opgericht om het beleid rond vluchtelingen en asielcrisis van de verschillende ministers op elkaar af te stemmen. Ik denk dat het comité de volgende maanden zijn handen zeker nog vol zal hebben.

Voor het inburgeringsattest gaan we van een inspanningsverbintenis naar een resultaatverbintenis. Ook daar zou ik de minister willen vragen om werkgevers, de sociaal-culturele wereld en de brede Vlaamse samenleving erop attent te maken dat het gewicht van dit certificaat stijgt en sterker wordt. Die kans moet gegrepen worden: mensen moeten sterker gemaakt worden en we moeten daar allemaal ook van bewust zijn. Ik hoop dat ook de mensen die deze cursussen verzorgen, zich daar voldoende op voorbereid hebben. Het vergt een andere pedagogische en didactische aanpak: van een inspanning naar een resultaat. Daarvoor moet men zich goed wapenen.

Radicalisering: ook daar zijn we dit land voortrekker. Het is de afgelopen weken ook erkend door andere entiteiten in België dat Vlaanderen daar heel wat te bieden heeft.

We zijn erin geslaagd, dat kan niet genoeg gezegd worden en het werd vandaag ook in een vrije tribune nog eens onder de aandacht gebracht, dat we hier 55 heel concrete aanbevelingen hebben kunnen formuleren over meerderheid en oppositiegrenzen heen. Dat is een sterkte van het parlement op een moeilijk moment en in een complexe materie. Ik doe een oproep aan de Vlaamse ministers en hun administraties om dit allemaal verder uit te werken. Ik heb deze week vernomen dat de langverwachte hulplijn voor de familie en de omgeving van radicaliserende jongeren die minister Vandeurzen heeft voorbereid, ook op heel korte termijn van start zal kunnen gaan.

Minister, u zegt dat het horizontaal integratiebeleidsplan wordt uitgewerkt tegen begin 2016. Ik reken erop dat u ook uw collega-ministers mee in het bad trekt om te werken aan Werk, Onderwijs, Huisvesting en Welzijn. Integratie is immers niet alleen uw materie maar ook die van uw collega’s. We kijken uit naar een sterk integraal beleidsplan.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Voorzitter, minister, tijdens uw presentatie in de commissie bleek dat uw beleid meer dan nodig is. De cijfers liegen er niet om. Meer dan 18 procent van de bevolking in het Vlaamse Gewest heeft een buitenlandse herkomst. Wetende dat de participatiegraad van personen van vreemde herkomst beduidend lager ligt dan die van personen van Belgische herkomst, bevestigt nogmaals het belang van een omvattend en horizontaal integratiebeleid.

We beseffen intussen dat diversiteit geen keuze is maar een realiteit. Hoe we met dit gegeven omgaan, zal onze gezamenlijke toekomst bepalen. Deze regering maakt duidelijke keuzes en schuift vier bijzonder belangrijke deelaspecten naar voren.

Als we die deelaspecten afzonderlijk bekijken, moeten we een aantal conclusies trekken. Het bestaan van de herkomstkloof wordt niet in twijfel getrokken. De cijfers bewijzen het gewoon. De cijfers over arbeidsdeelname, armoede, huisvesting en onderwijs liegen er niet om. Minister, we juichen uw inspanningen toe om die cijfers terug te dringen.

De taalverwerving is voor mij eveneens een cruciaal aspect. Ik heb in het verleden al meermaals benadrukt dat de kennis van het Nederlands voor de inburgeraar een van de cruciale aspecten is om tot integratie te komen.

Ook het invoeren van de resultaatsverbintenis die eindelijk op de agenda staat, is een bijzonder grote stap, die ik alleen kan toejuichen. Dank u wel daarvoor.

Minister, de extra middelen die u vrijmaakt in het kader van de asielcrisis zijn heel erg nodig. België en uiteraard ook Vlaanderen worden geconfronteerd met een nooit geziene stroom aan vluchtelingen. De erkenningsgraad binnen die groep vluchtelingen ligt zeer hoog: 60 à 65 procent van de mensen die zich aanbieden, zal worden erkend. Dat zal een invloed hebben op uw beleid.

Tot slot wil ik nog benadrukken dat de integratie van deze nieuwkomers een kans op slagen zal hebben enkel en alleen wanneer de volledige Vlaamse Regering zich daarvoor inzet. Minister, u bent daar een voorbeeld van. (Applaus bij de N-VA)

Mededeling van de voorzitter
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.