U bent hier

De voorzitter

Algemene Bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016.

De voorzitter

Landbouw en Visserij

We bespreken het onderdeel Landbouw en Visserij.

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, het lijkt wel een vergadering van de commissie Landbouw, zij het in een grotere zaal.

Er is wel degelijk een toekomst voor onze landbouw. Die zal echter fundamenteel verschillen van de landbouw die we vandaag in Vlaanderen kennen. Het nieuwe klimaatakkoord heeft een impact op de manier waarop we aan landbouw doen en waarop we ons voeden. Het is duidelijk dat we met een open blik en zonder taboes moeten nadenken over een nieuwe vorm van boeren. De Vlaamse landbouw is meer dan ooit gericht op de wereldmarkt. De voedingssector telt zo’n 150.000 tewerkgestelden; het aantal mensen die belang hebben bij een leefbare landbouw is nog steeds enorm.

Het akkoord dat eind augustus werd gesloten voor de melkvee- en varkenshouderij was hoopgevend, maar blijkbaar zijn er nog steeds schakels in de keten die het liefst van al winsten maken op de kap van de landbouwer. Minister, onze landbouwers rekenen erop dat iedereen in de keten zijn verantwoordelijkheid neemt. Vandaag wordt de sector meer dan ooit geconfronteerd met diverse crisissituaties. Die vereisen crisismanagement. Via nieuwe instrumenten zoals KRATOS kunnen landbouwers advies inwinnen om te komen tot een gezonde bedrijfsvoering. Verder is het belangrijk dat we naar nieuwe businessmodellen en nichemarkten blijven zoeken.

Het gaat dus vooral om maatwerk. Daarbij zetten we alle middelen die we hebben optimaal in: biolandbouw, de korte keten, streekproducten en nieuwe teelten zoals onder andere soja, insecten en wijnbouw. Toch mogen we de intensieve landbouw niet helemaal afschrijven. Juridisch is de tendens naar vervennootschappelijking in volle ontwikkeling, niet om de familiale landbouw teniet te doen, maar eerder om ze te redden en zelfs te versterken. Dit najaar was ik in de Verenigde Staten; mijn collega-commissieleden weten dat en hebben mij ongetwijfeld gemist. We hebben het soms over grootschaligheid in Vlaanderen. Dat blijkt toch een heel relatief begrip te zijn in vergelijking met de landbouwbedrijven die ik daar bezocht. Die grootschaligheid heeft een verzekerde opvolging en instroming van jong bloed als gevolg. Zij die dromen over de keuterboertjes uit de tijd van Streuvels mogen verder dromen, want die tijden komen nooit meer terug.

Daarnaast dringt mijn fractie erop aan om zo snel mogelijk werk te maken van de langverwachte hervorming van het Landbouwrampenfonds. Die moet leiden tot een betaalbare verzekering tegen noodweer.

Beste collega’s, wat voor onze landbouw geldt, geldt uiteraard ook voor onze visserij: ze zal duurzaam zijn of ze zal niet zijn. Vlaanderen trekt die duurzame kaart uiteraard al langer. De nieuwe Europese regels zijn noodzakelijk als we onze commerciële visbestanden willen veiligstellen, maar ze stellen de visserij voor grote uitdagingen. De opleiding van onze vissers moet worden aangepast en de Vlaamse vloot – en zij niet alleen – komt stilaan op leeftijd.

Voorts zijn er de uitdagingen van de stijgende buitenlandse impact op onze vloot en het gevaar van een verminderde visafzet in eigen land. Onze land- en tuinbouwers produceren hoogkwalitatief voedsel en moeten voldoen aan veel bijkomende eisen.

Minister, kijk erop toe dat onze boeren niet het slachtoffer worden van hun eigen reputatie en dat er zowel binnen als buiten de EU wordt gestreefd naar een level playing field. Wat op de Europese markten belandt, moet aan dezelfde kwaliteitsvereisten voldoen. Het zal voor de landbouwers wellicht niet gaan over de survival of the fittest, maar over de survival of the smartest. De nieuwe landbouw is een puzzel voor gevorderden. Minister, voor deze kruisbestuiving van denksport en creativiteit rekenen onze land- en tuinbouwers op u. Wij van onze kant zullen dan ook helpen meedenken aan een nieuw model voor onze land- en tuinbouwsector. (Applaus)

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik maak van mijn korte spreektijd gebruik om nogmaals aandacht te vragen voor de dramatische, precaire situatie van onze land- en tuinbouwsector. Niet alleen de varkenssector en de melkveehouderij, maar ook de sierteeltsector is in moeilijkheden. Zoals veel vorige jaren is ook 2015 voor onze land- en tuinbouwers een jaar om vlug te vergeten. Recente krantentitels liegen er niet om. Ik citeer: “Honderdduizenden euro’s verlies”; “Blij dat ik failliet ben”; “3 op 4 varkensboeren kunnen hun facturen niet meer betalen”; “Varkensboer aan de strop”; “Groot of dood”. En dan heb ik het nog niet over de dramatische en bijzonder pijnlijke gesprekken die Riccy Focke van Boeren op een Kruispunt met landbouwers en hun gezinnen voert.

In Frankrijk beroven zich de laatste jaren gemiddeld 600 landbouwers van het leven. Het is een schrikbarend cijfer. En ook in Vlaanderen klinken de noodkreten vanuit landbouwersgezinnen steeds talrijker en luider. We kunnen en mogen dit als politici niet langer blijven negeren. We moeten met structurele oplossingen op de proppen komen. Ik betwist niet, minister, dat u de land- en tuinbouw een warm hart toedraagt. Maar er is meer nodig dan enkele goedbedoelde initiatieven. We staan inderdaad op een kruispunt. Een kruispunt, waarbij we moeten beslissen waar we naartoe willen met onze land- en tuinbouw. Alle indicatoren staan in het rood.

Zolang men echter op Europees niveau niet het cruciale belang van de land- en tuinbouw voor het voortbestaan van onze samenleving erkent, zullen nog vele beleidsbrieven nodig zijn om het tij te keren. Daarom, minister, nogmaals mijn oproep: klop op die Europese tafel en zorg ervoor dat het opnieuw de goede richting uitgaat met onze Vlaamse land- en tuinbouw. Sta mij toe te eindigen met de woorden van een open brief van een landbouworganisatie aan u: “Joke, laat ons niet alleen.”

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, onze landbouwsector zorgt voor ons voedsel. De landbouwsector draagt wezenlijk bij aan onze economie. De sector zorgt voor veel tewerkstelling en realiseert een handelsoverschot van ongeveer 5 miljard euro. Dat om maar te zeggen dat de sector bijzonder waardevol is voor Vlaanderen en we deze sector moeten ondersteunen om eindelijk een omslag te maken naar een duurzame, economische sector die structureel winstgevend kan zijn. Ik heb het afgelopen jaar met heel wat landbouwers gesproken, en als ik iets heb geleerd, dan is het dat geen enkele landbouwer afhankelijk wil zijn van subsidies. Ze willen alleen maar een eerlijke prijs voor hun product en niet langer de speelbal van andere actoren in de keten zijn.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Ondanks de Ruslandboycot doet de fruitsector het vandaag niet slecht. Het gaat ook goed met de kippen en als we de mensen van Fedagrim mogen geloven, wordt er ook nog steeds geïnvesteerd in landbouwmachines. Het is vandaag vooral de veesector die in de hoek zit waar de klappen vallen. En alle lof voor uw vele inspanningen, minister, maar het ziet er niet naar uit dat er snel structurele veranderingen zullen komen.

Het is mijns inziens geen crisis, collega’s. De veesector is gewoon wezenlijk veranderd en het is hoog tijd dat wij in Vlaanderen het geweer van schouder veranderen. Ik heb niks tegen het exporteren van louter varkenskarkassen, maar van dat soort intensieve vee-industrie mogen we toch wel verwachten dat ze zelfbedruipend kan zijn. We mogen ze dan ook benaderen als een louter economische sector. De kleinschaligere landbouwer daarentegen zal nooit kunnen concurreren met de onhaalbaar lage prijzen waar andere landen de markt mee overspoelen. En dus moeten we ons in Vlaanderen de vraag stellen of we onze middelen niet moeten inzetten om net die familiale ondernemingen te ondersteunen, zodat zij meerwaarde kunnen creëren.

Natuurlijk heeft de landbouw zijn plaats in Vlaanderen, meer dan ooit zelfs. 80 procent van de Vlamingen is bereid meer te betalen voor een kwaliteitsvol product van bij ons, voor nieuwe smaken, voor producten waarvan de consument weet dat de boer er een eerlijke prijs voor heeft ontvangen, die gemaakt zijn met extra aandacht voor dierenwelzijn en zonder antibiotica. Daarop inzetten, collega’s, is de omslag die het Vlaamse landbouwbeleid de komende jaren zal moeten maken. (Applaus)

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, zelfs in crisisomstandigheden blijft de land- en tuinbouw een heel belangrijke economisch sector. Op meer dan 24.000 land- en tuinbouwbedrijven wordt een omzet van 5,4 miljard euro gerealiseerd. Die bedrijven beheren een areaal van 616.000 hectare.

Beste collega’s, het landbouwbeleid wordt Europees aangestuurd, is WTO-gevoelig (World Trade Organization) en onderhevig aan bijzonder veel sectorale wetgevingen, die de vrijheid en mogelijkheid tot exploitatie bepalen. Het vernieuwde mestbeleid, het uitrollen van de gevolgen van de instandhoudingsdoelstellingen en het flankerend beleid, de bescherming van de poldergraslanden en de erosieproblematiek zijn daar maar enkele voorbeelden van. De minister is erin geslaagd om de begroting te vrijwaren van grote besparingen, zowel voor Landbouw als voor Leefmilieu. Dat is geen evidentie in budgettair krappe tijden.

IHD/PAS (Instandhoudingsdoelstellingen/Programmatische Aanpak Stikstof) blijft een heel belangrijk dossier. In het afgelopen jaar werd een inrichtingsnota voor de rode bedrijven goedgekeurd en werden de zoekzones sterk gereduceerd, waardoor het aantal rode en oranje landbouwbedrijven sterk is gedaald. De flexibele PAS-lijst met emissiereducerende maatregelen werd bekendgemaakt en er is een instrument beschikbaar gesteld waarmee elk bedrijf kan zien wat het effect van IHD/PAS op zijn bedrijf is.

Wij vertrouwen erop dat ook 2016 op dat vlak een productief jaar zal zijn, met een goedkeuring van de managementplannen 1.1 en het Vlaamse Natura 2000-programma, dat de wettelijke basis vormt voor de VPAS (Voorlopige Programmatorische Aanpak Stikstof). We kijken vooral ook uit naar de goedkeuring van de inrichtingsnota voor de oranje bedrijven. Op die manier kan ook aan hen de noodzakelijke rechtszekerheid gegeven worden.

We waarderen het feit dat er belang gehecht wordt aan alle bedrijfsvormen en sectoren binnen de land- en tuinbouw. Voor ons is het een en-enverhaal. Het is belangrijk dat de keuzevrijheid van de landbouwer behouden blijft. Keuzevrijheid is immers een intrinsieke eigenschap van ondernemerschap. KRATOS, het nieuwe bedrijfsadviessysteem, is daar een sluitend voorbeeld van. Voor om het even welk bedrijfsmodel kan advies verkregen worden, of het nu gaat over korte keten, een familiaal bedrijf, een jonge landbouwer, een bedrijf dat zich toelegt op producten voor de export of een biologisch bedrijf. De lancering van KRATOS in 2016 moet de veerkracht van de land- en tuinbouwbedrijven helpen vergroten.

Het lijkt ons ook een taak van de overheid om de markt- en productiegegevens te collecteren en ter beschikking te stellen, met als doel de prijsvorming transparanter te maken. (Applaus)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

De heer Dochy heeft sterk de nadruk gelegd op de keuzevrijheid voor de landbouwsector. De landbouwer is een ondernemer, en hij wil een maximale vrijheid hebben. Dat is een normale en correcte redenering, ware het niet dat enerzijds diezelfde landbouwsector heel wat maatschappelijke gevolgen heeft, die breder strekken dat de landbouwsector zelf, en dat anderzijds de landbouwsector zelf het slachtoffer kan worden van diezelfde vrije keuze.

Mijnheer Dochy, kijk naar de melk- maar ook de varkenssector dezer dagen. Die sectoren hebben het moeilijk. Ze worden gewurgd, in eerste instantie door buitenlandse concurrentie. Het vrijer maken van de markt door het afschaffen van beperkende regels, bijvoorbeeld de melkquota, leidt ertoe dat de prijs in elkaar stort, en dan krijg je de concurrentie van andere landen, die goedkoper produceren. Is dat een oplossing? Ligt daar nu net geen rol voor een verenigd Europa, om toch een aantal beperkende maatregelen te nemen om de leefbaarheid van de landbouw maximaal te houden? Er is toch niets ergers, als u het mij vraagt, dan dat we rommelen, als ik het zo mag zeggen, met kwaliteitsvolle voeding, waarvan we er te veel produceren en die we niet afgezet krijgen? Is dat het economisch model dat we zo fantastisch vinden, dat we enerzijds overschotten produceren en dat anderzijds een deel van de sector kapotgaat en niet leefbaar is?

Dan zijn er de maatschappelijke gevolgen. Denk aan de klimaatproblemen. Minister-president Bourgeois heeft het gisteren toch ook gezegd: ook de landbouwsector zal een serieuze tand bij moeten steken als het gaat om het beperken van de klimaatopwarming en de uitstoot van broeikasgassen. Kan die sector dat nog? Wat met het probleem van de erosie van percelen in het landschap? Wat met het probleem van instandhoudingsdoelstellingen (IHD) en Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)? Fijn voor de landbouwers dat er minder oranje en rode bedrijven zijn. Maar de maatschappelijke stikstofproblematiek van IHD/PAS blijft wat ze is.

Is het niet nodig om een krachtiger Europees beleid te voeren? Niet een beleid dat de keuzevrijheid sterk inperkt, maar wel een dat tenminste een eerlijk veld creëert, een figuurlijk veld in dezen, om in die sector een economische exploitatie te hebben die leefbaar is enerzijds, en die anderzijds aan klimatologische en omgevingsfactoren beantwoordt, zodat je ook bijdraagt aan een kwalitatieve samenleving?

Mijnheer Caron, vooral in uw laatste stuk legt u de vinger op de wonde. Wij pleiten over alle beleidsdomeinen en sectoren heen met betrekking tot alle aspecten die impact hebben op de landbouw, duidelijk voor dat level playing field. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer de landbouwers hier met dezelfde maatregelen, normen en criteria kunnen werken als elders in Europa, dat wij hier in Vlaanderen de laatsten zullen zijn die overleven omdat we hier de goede infrastructuur hebben. We hebben het agrovoedingscomplex, de toelevering en de verwerkingen. We hebben wegen, die ook belangrijk zijn voor aan- en afvoer. En we hebben vooral het management van onze landbouwers, de goede scholing van de mensen, en het engagement en de werkkracht van onze Vlamingen. Ik ben er dus van overtuigd dat wij hier zullen overleven. Maar de kritische succesfactor is dat level playing field. Wanneer wij blijvend geconfronteerd worden met strengere normen dan elders, zijn wij inderdaad een vogel voor de kat.

Maar laat ons eerlijk zijn: de markt- en prijsvorming is geen nieuw gegeven. Vooral in de varkenssector is men het gewoon om te gaan met de evolutie van prijzen. Vroeger noemde men dat de varkenscyclus. Er is vandaag inderdaad iets mis. We zitten nu al zeven jaar op de bodem van de varkenscyclus, terwijl dat vroeger een periodieke evolutie was. Er is in elk geval een probleem. We moeten bekijken hoe we daarmee omgaan. We moeten vooral ook de markt transparanter maken. Dat is een heel belangrijk aspect. Daardoor kan iedereen weten wat op de markt toekomt en wat er weggaat. Op die manier kan de prijsvorming heel wat transparanter worden.

Er is ongetwijfeld nood aan nieuwe instrumenten, een soort van ketenovereenkomsten of ik weet niet hoe je het moet noemen.

In elk geval is het voor de landbouwer belangrijk om zijn prijs dichter bij de consument te vormen. De landbouwer is onderworpen aan de goede wil van de afnemer van zijn product. Een ketenovereenkomst die zijn product prijsmatig dichter bij de consument brengt, zou waarschijnlijk leiden tot een betere prijsvorming en leefbaarheid van onze bedrijven.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Toen de melkquota werden opgestart, was er veel protest. Onze melkveehouders zijn lange tijd gewend geweest aan dat systeem. Toen het werd afgeschaft, was er niet zozeer protest, maar eerder angst.

Na de afschaffing van de melkquota is er vanuit de departementen ingezet op sensibilisering. Onze melkveehouders gingen op een correcte manier om met hun investeringen.

Mijnheer Dochy, wat de Europese level playing field betreft: wat op de markt komt, moet aan die normen voldoen. Binnen Europa moeten we dezelfde normen hanteren. Het is dan ook heel belangrijk dat we verder blijven zoeken naar nieuwe afzetmarkten voor die productie. Het mag niet meer produceren om te produceren zijn, zoals de boterbergen en de melkplassen. We moeten onze melkveehouders bewust helpen te ondernemen met groeicapaciteiten. We moeten samen met hen zoeken naar nieuwe afzetmarkten. Dat zou een zeer belangrijke oplossing kunnen zijn voor de terechte vraag die u zich stelt en de bekommernissen die u hebt.

Mijnheer Vanderjeugd, ik ga niet akkoord met wat u zegt over de melkquota. Tijdens de vorige legislatuur heeft het departement de cijfers en vooruitzichten gebracht over wanneer de melkquota zouden wegvallen. Men heeft de melkveehouderij de hemel op aarde beloofd, waardoor de mensen zwaar zijn gaan investeren. Nu blijkt dat het niet is zoals werd verwacht en enigszins werd beloofd.

Achteraf heeft men bijgestuurd en gesensibiliseerd. In eerste instantie werd enorm veel verwacht van het vrijlaten van de melkquota. Het Vlaams Belang was trouwens de enige partij die daartegen was.

In verband met de concurrentie binnen Europa, klopt het natuurlijk wat u over het level playing field zegt. Wat mij vooral verontrust, is de import van voedingswaren, vleeswaren en landbouwproducten uit landen buiten Europa. Daar is het probleem namelijk natuurlijk nog veel groter. In Amerika, Canada enzovoort zijn de milieueisen, de eisen van dierenwelzijn in vergelijking met wat wij hier toepassen van generlei waarde. Bij het sluiten van handelsovereenkomsten met Amerika of Canada moeten we proberen een soort van level playing field te creëren. Het gevaar van buiten Europa lijkt mij groter dan van binnen Europa, hoewel we ook daar altijd moeten opletten.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik sta eerder sceptisch tegenover dat level playing field. Zelfs met een level playing field zal de kleinschalige familiale landbouwer altijd verliezer zijn in een concurrentiële markt binnen Europa.

Daarom herhaal ik dat we moeten inzetten op de creatie van die meerwaarde. We moeten een meerwaarde creëren, zodat de varkenskarkassen die we exporteren niet zomaar varkenskarkassen zijn die men overal produceert. We moeten meerwaarde kunnen geven aan die producten. Ik kan niet genoeg herhalen dat ook de landbouwsector een economische sector is. Hoe meer varkens wij op ons grondgebied produceren, hoe lager de prijzen zijn en hoe moeilijker de boeren het zullen krijgen. Enerzijds geven wij de landbouwer miljoenen euro’s aan investeringssteun om stallen te bouwen. Anderzijds zullen we straks helaas miljoenen euro’s subsidies moeten geven om sommige bedrijven te laten stoppen.

Ik pleit ervoor om te kijken of er geen meer generieke aanpak mogelijk is binnen de landbouwsector om er zo voor te zorgen dat er alleszins geen verdere uitbreiding zou kunnen komen van de veesector. Dan spreek ik nog niet over inkrimping.

Ik heb begrepen dat er begin volgend jaar in de commissie een debat of hoorzitting zal worden gepland over de schaalvergroting- of verandering. Ik hoop dat dat thema daar eens ten gronde aan bod zal komen. 

Bart Caron (Groen)

Ik sluit me aan bij wat de heer Engelbosch zegt, maar ik wil ook nog een algemene opmerking maken. Ik ben niet tegen wereldhandel of tegen export en import, ook van voedingsproducten. Maar een week na het klimaatakkoord moeten we toch durven stellen dat we voedsel het best produceren zo dicht mogelijk bij waar we het consumeren. Dat is toch het meest eerlijke en klimatologisch verantwoorde standpunt dat men kan innemen. Het is zinloos – en daarbij maak ik even abstractie van de Vlaamse situatie – om Chinees vlees in België in te voeren en Belgisch vlees in China in te voeren, maar dat is wel wat we vandaag doen. Wij verheerlijken die wereldmarkt en vrijhandel, maar wij stellen wel de hoogste milieu-en kwaliteitseisen. Bij onze land- en tuinbouwers is de afstand tussen productie en gebruik veel kleiner. Daarnaast zijn er ook systemen als diepvriezen, waardoor ook na bewerking langdurige bewaring mogelijk is. Laten we ook in Europa dat principe naar voren schuiven en productie en consumptie zo dicht mogelijk bij elkaar brengen. Het zal de kwaliteit van de waren ten goede komen, en we steunen er de eigen producenten mee. Ik vind dat een heel belangrijk principe.

Wat de varkenssector betreft, wil ik de collega’s vragen om eens goed na te denken. In de nieuwsbrief op de website van de vrienden van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) pleit Hendrik Vandamme opnieuw en vreemd genoeg voor een warme sanering. We kunnen dat misschien combineren met een heroriëntering van bedrijven en met nieuwe keuzes voor de toekomst. Ik denk dat we ook die discussie niet uit de weg mogen gaan. Wanneer het gaat over de productie van karkassen of van bulk tout court op de wereldmarkt, dan zullen wij de strijd niet winnen.

Hier valt iets voor te zeggen, maar het is een complex verhaal. Sloganesk verkondigen dat het nuttig zou zijn om een deel van de veestapel af te bouwen, is pure nonsens. Vlaanderen heeft een productie van 1 procent van de Europese productie. Een inkrimping van die 1 procent zou slechts een zeer marginaal effect hebben op de wereldmarkt en op de prijsvorming.

In het kader van de WTO is in 1994 beslist landbouw mee op te nemen in de besprekingen. Vanaf dat moment zitten die landbouwproducten ook op de wereldmarkt, en daar geraken we vandaag, vrees ik, niet meer af. Wij moeten rekening houden met die omstandigheden.

Wij zijn voorstander van de ondersteuning van diegenen die zich richten op de korte keten en op de biologische productie. We moeten proberen om op die manier een meerwaarde te creëren. We moeten echter ook vaststellen dat de consument daarin af en toe een hypocriete houding aanneemt. Op televisie en in debatten beweert de consument dat die meerwaarde belangrijk is dat hij daarvoor meer wil betalen, maar in de supermarkt opteert hij vaak voor het goedkoopste.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Mijnheer Sintobin, ik weet niet welke beloftes er tijdens de vorige legislatuur zijn gemaakt. Ik veronderstel dat er positieve vooruitzichten waren op lange termijn.

Mijnheer Caron, u was aanwezig op Foodture. Ik ben dat boek aan het lezen. Als we zien wat er via het klimaatakkoord nog afkomt op onze sector, dan moeten we dat instrument aangrijpen. Wij moeten blijven streven naar een innovatieve landbouwsector en moeten blijven inzetten op het recupereren van reststromen. Dat kan een oplossing zijn om onze landbouw blijvend op de kaart te zetten.

U sprak over warme sanering. Ik wil graag met u meedenken. Volgend jaar kunnen we daar misschien in de commissie zonder taboes over spreken. We moeten nadenken over hoe we de sector goed kunnen hervormen. Het is niet zinvol om geld te blijven steken in een sector die aan hervorming toe is. We moeten er absoluut met een open blik naar kijken.

U zegt dat we niet altijd naar de exportmarkt moeten kijken. In mijn bedrijf is er een gemeente met een enorm grote afzet van vleeswaren in China. China is vooral vragende partij. Wat men zo goed vindt aan onze producten, is dat ze kwalitatief zo hoogstaand zijn. Ze worden apart ingevroren en behandeld, los van het voedsel dat op onze markt komt. Alles gaat rechtstreeks naar China. Er is wel veel vraag. Zeggen dat we dit moeten afbouwen, is onjuist, maar we moeten durven kijken naar een goede hervorming van onze sector.

Mijnheer Engelbosch, mijnheer Vanderjeugd, we hebben in het verleden al een paar keer de discussie gevoerd over wat familiale landbouw is. Dat betekent niet noodzakelijk kleine landbouw. Er zijn familiale landbouwbedrijven in Vlaanderen die heel groot zijn. Het is een begripsverwarring die soms gebruikt of misbruikt wordt in de discussie. Maar ik weet ook wel dat steeds meer landbouwbedrijven onder druk komen te staan van integratoren. Ze worden overgenomen en er worden loonwerkers ingezet.

Mijnheer Caron, wat betreft de warme sanering bleek vorige week bij de actuele vraag van de heer De Meyer dat zowat alle partijen op dezelfde lijn zaten. Iedereen is het erover eens dat er moet worden nagedacht over het niet verder uitbreiden van de sector, over inkrimping, over warme sanering. Ik zeg daar wel altijd onmiddellijk bij dat het op Europees vlak moet gebeuren. Indien alleen wij inkrimpen of niet verder uitbreiden, wordt dat stukje van de markt onmiddellijk ingenomen door andere landen. Ik denk niet dat dat de bedoeling kan zijn.

Voorzitter, we kunnen natuurlijk wel zeggen dat de minister een aantal maatregelen moet nemen. Ik zou graag hebben dat ze straks wat uitleg geeft over het opnieuw verkeerd aflopen van het ketenoverleg. We kunnen er niet omheen dat de discussie zich op Europees niveau moet situeren. We hebben de massale boerenbetogingen gehad en de reactie van de Europese Commissie erop, maar sedertdien is het doodstil in Europa en lijkt het alsof er geen crisis meer is in de landbouwsector.

Minister, daarom herhaal ik mijn vraag. Ik dacht trouwens dat het afgelopen maandag Europese landbouwraad geweest is. Misschien kunt u daar wat meer uitleg bij geven.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, ik was al een beetje ongerust over de ‘minutering’ van de debatten. Ondertussen heb ik begrepen dat we in de replieken veel meer tijd krijgen dan op het spreekgestoelte. Ik maak daarom eerst deze opmerking ten aanzien van de heer Caron.

Mijnheer Caron, China is de wereldfabriek van vele producten waarmee ze ons bevoorraden. Maar u mag niet vergeten dat wanneer een containerschip naar hier komt, het ook terugkeert. Wanneer een vrachtwagen een traject doet van A naar B, doet die ook het omgekeerde traject. Wanneer producten van hier naar China worden gevoerd om het schip op de terugweg te vullen, dan is dat ook een manier – misschien een beetje origineel – om voor de vermindering van de ecologische voetafdruk te zorgen. Ook daar moet u aan denken.

De voorzitter

De heer De Croo heeft nu aansluitend het woord op de tribune.

Herman De Croo (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, zeggen dat de wereld van de boer in het jaar 2015 complexer is geworden, is een open deur intrappen. Er zijn veel uitdagingen: duurzame landbouw, vergroening, nichemarkten, nieuwe businessmodellen en bedrijfsvormen, nood aan innovatie, vorming, diversificatie en zoeken naar de juiste plaats van nieuwe technologieën zoals ggo’s en drones. Maar, minister, de overheid kan nog steeds haar rol spelen.

Er is de precisielandbouw, er is het kweken van insecten, er zijn de alternatieve eiwitbronnen en noem maar op. Er is natuurlijk ook een plan om de administratieve lasten – en ik kan ervan meespreken – te doen dalen. En boven, naast en onder alles is er toch Europa.

De ruimte is schaars in Vlaanderen. Ze wordt schaarser en duurder. Dat brengt me even bij de modernisering van onze Pachtwet. Ik ben niet voor een revolutie, maar wel voor een evolutie, zodat die wet onder meer wordt aangepast aan moderne businessmodellen, zoals de contractteelten in de groentesector en de seizoenpacht, waarbij langdurige productiemiddelen qua kosten kunnen worden verdeeld tussen eigenaars en seizoenpachters. Er moet een juist evenwicht worden gevonden tussen het aanmoedigen van kleine en andere grondbezitters om gronden ter beschikking van pachters te stellen en het geven van stabiliteit. Ik zal later terugkomen op iets dat me boeit, namelijk het benutten in Vlaanderen van on- of laagwaardige landbouwgronden voor bebossing. Dat zou ons duizenden hectaren subsidieloze bossen in Vlaanderen kunnen bezorgen.

Landbouw moet duurzaam zijn. Het GLB dringt daarop aan. Men moet er echter over waken dat de in dat kader ontwikkelde plattelandspijler geen containerbegrip wordt, waarbij men het Plattelandsfond, de volkstuintjes, de paardenhouderij, het dorpenbeleid en de rol van de vrouw vermengt. Minister, ik vind het positief dat u in uw beleidsbrief de rol van de vrouw benadrukt. Dat is terecht. De landbouw is nog steeds te veel een mannenbastion. Ik zeg vaak dat de landbouwer een mecanicien is, en zijn vrouw een computerexpert. Door de toename van vrouwen in een aantal adviesraden en raden van bestuur zal er geen tekort aan gezond verstand en pragmatisme zijn.

Minister, u hebt het ook gehad over de paardenhouderij. Ik roep u op om de nodige voorbereidingen te doen en de dialoog ter zake te organiseren. Dat zal ons genoegen doen.

Vorige week kenden we een regen aan zegebulletins uit Parijs over het nieuwe klimaatakkoord. Toen ik hier ben binnengekomen, heb ik tot mijn verbijstering ontdekt dat grote landbouwproblemen zoals de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), erosie, het Mestactieplan (MAP) en de poldergraslanden in de commissie Leefmilieu worden besproken, en niet in de commissie Landbouw. Ik heb er al op aangedrongen bij de voorzitter om daar een evenwicht in te verkrijgen. Misschien komt dat er in een volgende legislatuur.

U weet dat ik heel dikwijls de boer opga, maar vandaag zie ik helaas de boer afgaan. Minister, het is positief dat u in uw nota probeert een plan uit te werken om die landbouw te redden. We zullen daar straks nog een debat over hebben. Het is een concept dat ruimte biedt voor plattelandsbeleid, en ook meer plaats voor de boer als ecologisch beheerder. Het stuurt hem ook in de richting van diversificatie. We zullen deze toestand blijven evalueren en bijsturen. Volgens mij moeten we voor de boeren, als sleutelfiguren in het mee bewaren van de natuur en de open landschappen, immers een toekomst blijven verzekeren. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, geachte leden, de begroting en de beleidsbrief van het beleidsdomein Landbouw en Visserij leggen een duidelijke focus op land- en tuinbouw. Gelukkig zijn er ook een aantal paragrafen waarin de visserijsector wordt vermeld.

In de dertig pagina’s tellende beleidsbrief tel ik voor de visserijgerelateerde topics twee pagina’s. Inderdaad, collega’s, de visserijsector is een zeer kleine sector in vergelijking met de landbouw, maar de visserij kampt ook met problemen die grote gevolgen kunnen hebben voor de sector, als men er niet voldoende aandacht aan besteedt. De sector slaagt er namelijk niet in om voldoende kapitaal op te bouwen, met een weerslag op de bedrijfsopvolging en de leeftijd van vaartuigen. De opvolgings- en bemanningsproblematiek zijn bovendien op middellange termijn nefast voor de sector.

Buiten het feit dat de visserij een gevaarlijk en hard beroep is, zijn er meer perspectieven nodig voor de sector. Door de hoge productiekosten en de lage visprijs is de kapitaalskracht in de sector laag, waardoor er weinig financiële middelen beschikbaar zijn om te investeren. Vooral nieuwbouw is noodzakelijk, maar privémiddelen ontbreken en de banken blijven weigerachtig.

Het goede nieuws is dat in 2016 het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquicultuursector (FIVA) projecten zal ondersteunen die betrekking hebben op investeringsdossiers door de visserij en de aquacultuur en dat de subsidies opengesteld worden voor de verwerkende industrie. Het omzetten van onze wetenschappelijke kennis van de aquacultuur naar vermarkting kan hierdoor stimulansen krijgen.

Maar het minder goede nieuws is dat men blijft zitten met een zeer rigide EU-kader, dat nauwelijks investeringssteun toelaat. Zo laat Europa enkel een maximale steun toe van 75.000 euro voor vaartuigen voor beginnende vissers onder de 40 jaar met ten minste vijf jaar professionele ervaring in de sector. En dat bemoeilijkt de instroom en de verjonging van bedrijfsleiders. Want nog meer dan voor de landbouwsector blijft het een grote uitdaging om goed opgeleide starters te vinden om de toekomst van de visserij te verzekeren.

Als we willen vermijden dat we hier volgend jaar staan over maar over één pagina visserijbeleid te spreken, vraag ik met aandrang – en met mij de Rederscentrale – dat men van het bevorderen van de instroom en verjonging van bedrijfsleiders een topprioriteit maakt. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Ik deel de bezorgdheid van mevrouw Vermeulen. Ik wil tegenover de minister nog eens benadrukken dat de verhoging van de toelage van de Vlaamse overheid voor het FIVA met 559.000 euro elk jaar nodig zal zijn om de daling van de Europese subsidies door het stopzetten van de vorige Europese meerjarenplanning op te vangen. Ik dring erop aan dat de regering daar echt rekening mee houdt. Als dat bedrag nog eens wegvalt, komt de visserij in de problemen. Dat is cruciaal: al is het voor de komende jaren, de sector heeft die zekerheid nodig.

Bart Caron (Groen)

Mevrouw Vermeulen, is het uw wens dat onze vloot weer uitbreidt? Ik ben net als u bekommerd om de instroom, maar aan de andere kant zitten we met visquota waardoor de productie uit de visvangst beperkt wordt. Dat vecht toch met elkaar?

Heel vaak worden natuur en landbouw tegen elkaar opgezet en uitgespeeld. Het is altijd een strijd. Via het visconvenant in de sector trekken alle partijen samen aan de kar, of het vistuig in dit geval. Daarvoor wil ik in dit halfrond mijn waardering uitspreken. Van reders tot Natuurpunt, van de lokale overheid tot het ILVO enzovoort streven ze allemaal naar een leefbare visserij en een ‘biodiverse’ kustzee en een sterk visbestand. Dit mag een voorbeeld zijn, ook voor de landbouw. Samenwerking in ieders belang is mogelijk.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Mijnheer Caron, ik denk dat we eerst moeten pleiten voor het behoud van onze huidige vloot. Dat moet onze eerste betrachting zijn.

Het klopt dat de quota dalen. Het staat vandaag opnieuw in een persbericht op de website van het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT), dat de quota opnieuw geregeld zijn en dat er voor de Vlaamse visserij opnieuw een daling in zit. Het is een iets kleinere daling dan eerst was aangekondigd. Het is belangrijk dat onze tong een grote marge heeft behouden.

Ik pleit vooral voor het behoud en de instroom zodat de boten die we nu hebben, kunnen worden vervangen en dat de vissers die in pensioen gaan, worden vervangen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, dames en heren, we gaan in de commissie Landbouw het debat over schaalverandering de komende maanden zoals afgesproken op een intensieve manier voortzetten.

Ik ga even in op de actualiteit. We weten allemaal dat de land- en tuinbouwsector in transitie is en dat dit gepaard gaat met veel schrijnende menselijke, sociale en financiële zorgen.

Toen enkele maanden geleden in het ketenoverleg een akkoord werd bereikt om de sector te ondersteunen, werden in de commissie Landbouw maar ook in de media de grote woorden niet geschuwd. Er werd gesproken over een heel belangrijk, zelfs historisch akkoord. Het niet kunnen implementeren van de principiële afspraken voor het mee ondersteunen van de varkenssector wordt met veel ontgoocheling ervaren binnen die sector. Niet alleen vanwege de relatief kleine financiële ondersteuning die men moet derven – mogelijk toch –, maar ook omdat men opnieuw wordt geconfronteerd met het besef dat de boer de zwakste schakel in de keten is en blijft.

Minister, u hebt al enkele oproepen gedaan naar de keten om de gesprekken te hervatten. Recentelijk hebt u dat opnieuw gedaan. Ook federaal minister Borsus heeft zijn nek uitgestoken. Uiteraard weten we allemaal dat het ketenoverleg autonomie heeft en dat men wenste dat dit zou worden gerespecteerd. Maar ik vraag me toch af of het niet zinvol is om nog voor Kerstmis een overleg te organiseren onder leiding van onze landbouwministers – ik spreek in het meervoud – en met de hele keten. Ik weet dat er technische problemen zijn, maar technische problemen mogen geen hinder zijn om tot een oplossing te komen. De hele sector moet kleur bekennen of ze al dan niet solidair zijn met de zwakste schakel in de keten, zijnde de landbouw.

Het Europees landbouwbeleid had als oorspronkelijke doelstelling voldoende voedsel voor de consument aan betaalbare prijzen voor die consument, maar met een leefbaar inkomen voor de land- en tuinbouwer. Vandaag is dat laatste voor veel bedrijven in Vlaanderen niet meer het geval.

Samengevat hou ik een sterk pleidooi voor meer solidariteit enerzijds, en anderzijds is het aan de politieke overheden om het voortouw te nemen, gezien de uitzonderlijke crisis die de sector vandaag treft. (Applaus bij CD&V)

Jelle Engelbosch (N-VA)

Mijnheer De Meyer, wordt het geen tijd dat we naar een toezichthouder gaan in dat ketenoverleg? Die persoon kan dan bevoegd worden om toe te kijken op de naleving van de afspraken die er zijn gemaakt.

Jos De Meyer (CD&V)

Enkele maanden geleden werd het ketenoverleg algemeen gerespecteerd. Ook uw fractie heeft daar waarderende woorden over uitgesproken. Uw specifieke vraag is al aan bod gekomen in de commissie. We hebben er uitvoerig over gediscussieerd. Verschillende fracties hebben er een antwoord op gegeven en de minister heeft een duidelijke stelling ingenomen.

Mijnheer Caron, voor mij telt niet de wijze waarop we een akkoord bereiken, maar wel dat we stappen vooruit zetten.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ook wij zijn voorstander van het akkoord dat is gemaakt. Maar als we vandaag merken dat er wat ruis op de lijn zit van het ketenoverleg, moeten we ons durven afvragen of we op termijn niet moeten evolueren naar een toezichthouder die bepaalde gemaakte afspraken kan afdwingen.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik heb een voorstel gedaan om voor het einde van het jaar nog een doorbraak te forceren in het ketenoverleg. Vandaag in twee minuten de grote discussie voeren over hoe dat ketenoverleg in de toekomst moet worden georganiseerd, is wat moeilijk. Die discussie is toch wat genuanceerder.

Bart Caron (Groen)

Minister, wilt u straks even ingaan op de problematiek van het ketenoverleg? Dat is inderdaad zeer belangrijk. Gisteren hebben Colruyt en Delhaize op eigen initiatief de prijzen voor de varkens verhoogd. Ik weet niet of dat de juiste weg is, met veel respect voor die bedrijven. De minister heeft ook aangekondigd om inspanningen te doen.

Jos De Meyer (CD&V)

Mogelijk zal ik dadelijk nog reageren, maar voorlopig niet.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil als laatste spreker nogmaals het belang van de huidige debatten in de landbouw onderstrepen. De financiële middelen op korte termijn die Europees werden vrijgemaakt, zijn druppels op een hete plaat, en dat weten wij allemaal. Ze bieden geen structurele oplossing voor de landbouwcrisis. Minder rendabele bedrijven blijven actief en het overaanbod wordt kunstmatig in stand gehouden.

We hebben nood aan structurele maatregelen. Kansen liggen voor ons op het vlak van innovatie, risicomanagement en opleidingen. We moeten kijken naar de sectoren die nog groeipotentieel hebben, zoals de biosector, vooral omdat we nu voor biovoeding ook een beroep moeten doen op producten uit het buitenland.

Onze fractie is voorstander van een sterk ketenoverleg om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, met voorstellen vanuit de keten zelf waarbij de overheid een faciliterende rol zal opnemen. We maken ons zeker zorgen over het niet beslissen over een varkenstoeslag.

Thema’s die een jaar geleden nog taboe waren, worden nu bespreekbaar. We merken dit ook in de commissie. We moeten het debat niet alleen voeren in Vlaanderen, maar ook Europees aan die kar trekken en het debat daar voeren. En ja, ik ben van mening dat Vlaanderen ambities en verwachtingen mag hebben van de Europese highlevelgroep.

We moeten opnieuw een constructief landbouwverhaal creëren met een duidelijke langetermijnvisie. Minister, u hebt in het verleden al meermaals uw engagementen aangegeven. Onze fractie zal u hierin ten volle steunen en we rekenen erop dat u ze kunt waarmaken. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik heb nog een opmerking over de operationele doelstelling ‘exploreren van duurzame alternatieven in de visserij’. In de commissie is dat kort aan bod gekomen. Daar staat niets vermeld over het verminderen van de impact van de visserij op de beschermde habitats en soorten in het mariene milieu. Nochtans is meer natuur een van de zeven doelstellingen van het vistraject. Het uitwerken van een impactanalyse van verschillende visserijtechnieken op het mariene milieu is een noodzakelijke stap. Wat zult u doen om de impact van de visserij op de beschermde habitats en soorten te verminderen? Zal er de komende maanden werk worden gemaakt van een dergelijke impactanalyse?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Ik heb heel wat bezorgdheden gehoord over de crisis. Het is ook gegaan over duurzaamheid en de impact van het Klimaatakkoord. Er waren ook vragen over het feit dat het ketenoverleg niet goed loopt en over de visserij. Ik zal kort ingaan op al deze elementen.

In de commissie en tijdens verschillende plenaire vergaderingen hebben we het al heel vaak gehad over de crisis. We zijn het er allemaal over eens dat er twee soorten maatregelen zijn: kortetermijnmaatregelen en structurele langetermijnmaatregelen. Wat betreft die op korte termijn, is gisteren de steun vanuit Europa uitbetaald. Het gaat om 7 miljoen euro die dient om een oplossing te bieden voor de cashflow van de getroffen sectoren. Ik ben het ermee eens dat dit er niet voor zal zorgen dat er op lange termijn een structurele oplossing komt. Er bestaat consensus in dit halfrond dat dit in de toekomst anders moet worden aangepakt en dat er structurele oplossingen moeten komen voor een aantal zwaar getroffen sectoren. We denken daarover na. Ik verwijs naar de melkdagen die we hebben georganiseerd waar heel concrete structurele maatregelen zijn opgelijst. Dat waren er vijftien en er zal verder uitvoering aan worden gegeven. De melksector is iets beter georganiseerd dan de varkenssector en dat maakt het gemakkelijker om structurele oplossingen te bieden.

In de varkenssector is dat complexer omdat het vaak om individuele bedrijven gaat die weinig gestructureerd zijn of samenwerken om de crisis te lijf te gaan. Daarom organiseer ik in januari een G30 om een aantal structurele maatregelen in die sector af te dwingen en te kijken hoe er kan worden gedifferentieerd en meerwaarde kan worden gecreëerd. We weten allemaal dat de massaproductie van allemaal hetzelfde Europees en wereldwijd geen oplossing is voor de boeren. We moeten differentiëren en op een andere manier nichemarkten zoeken, andere producten maken die ons onderscheiden van de massaproductie.

In januari gaan we daar op Vlaams niveau verder aan werken. We hebben al een varkensoverleg, maar we voelen dat we dat moeten opentrekken. Het geeft ook wel wat zuurstof dat andere sectoren, zoals de voedselverwerkende industrie, mee aan de tafel kunnen zitten.

Een tweede punt is de duurzaamheid en het klimaat. Laat mij duidelijk zijn, collega’s, de toekomst van de landbouw zal duurzaam zijn of er zal geen landbouw zijn. Laat ons daar niet aan twijfelen. Dat is ook de reden waarom wij vanaf dit jaar het Landbouwinvesteringsfonds hervormd hebben. Collega Engelbosch, ik ben het met u niet eens dat het alleen om de uitbreiding van grote stallen gaat. We leggen in het Landbouwinvesteringsfonds heel sterk de focus op energiebesparing, waterbesparing en dierenwelzijn. De bedoeling is om vanuit het Landbouwinvesteringsfonds de duurzaamheid op te krikken. Ook in het klimaatbeleidsplan zijn er heel concrete maatregelen genomen ten aanzien van de landbouw. Ik denk aan de specifieke landbouwconsulenten en het feit dat aan warmtenetten wordt gewerkt. Het zijn allemaal bijkomende initiatieven die op het vlak van klimaat genomen zijn. Uiteraard zal landbouw een van de beleidsdomeinen zijn die prominent aanwezig zullen zijn op de klimaattop. Van daaruit zullen ook ‘pledges’ op de tafel liggen om nog bijkomende maatregelen te nemen om de impact op het klimaat aan te pakken.

Een laatste punt is het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik heb een aantal tegenstrijdigheden gehoord in sommige uiteenzettingen. Ik heb een collega horen zeggen bij de start van een uiteenzetting dat landbouwers niets hebben aan subsidies, en op het einde was het: geef subsidies aan de familiale landbouw. Daar zit een tegenstrijdigheid in. Voor alle duidelijkheid, de ondersteuning die wij geven vanuit Vlaanderen is ook gefocust op familiale landbouw. Het is niet omdat er een vennootschapsstructuur is dat het niet om familiale landbouw gaat. Wij stimuleren juist bij de familiale landbouw ook de oprichting van een vennootschap omdat dat heel wat gezinnen beter beschermt tegen marktimpacten op dat bedrijf. Vaak is er een spraakverwarring. Het is niet omdat het over een vennootschap gaat dat het geen familiale landbouw is. Bijna alle landbouw in Vlaanderen is trouwens familiaal en is opgebouwd aan de hand van het familiale kapitaal.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid vanuit Europa heeft al een hele slingerbeweging gemaakt en zet nu heel sterk in op die vergroening en duurzaamheid. Als je niet meestapt in dat verhaal, zul je niet langer die toeslagen of subsidies vanuit het gemeenschappelijk Europees landbeleid kunnen ontvangen. Voor mij is duurzaamheid cruciaal voor de landbouw. Ik wil het nog eens herhalen: de landbouw zal duurzaam zijn of zal niet zijn in Vlaanderen. Maar duurzaamheid gaat natuurlijk over drie pijlers: people, planet en profit. Die drie pijlers moeten goed in evenwicht zijn.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.