U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 18 november 2015, 13.38u

Voorzitter
Toespraak van de heer Markku Markkula, voorzitter van het Comité van de Regio's, over de rol van het Comité van de Regio's in 'Betere regelgeving voor betere resultaten'

Geachte aanwezigen, het is een grote eer dat ik deze bijzondere plenaire zitting van ons Vlaams Parlement mag openen.

Wij verwelkomen in ons midden namelijk de heer Markku Markkula, voorzitter van het Comité van de Regio’s, dat hier in samenwerking met ons Vlaams Parlement sinds gisteren belangrijk werk levert op een tweedaagse subsidiariteitsconferentie.

Geachte heer Markkula, wij hechten een groot belang aan uw aanwezigheid hier in uw huidige hoedanigheid van voorzitter van het Comité van de Regio’s. Ze bewijst de nauwe band tussen enerzijds de grote overkoepelende entiteit die Europa heet, en anderzijds het parlement van een relatief kleine regio, namelijk Vlaanderen.

Wij beschouwen het ook als een belangrijk signaal dat u hier staat als de eerste Fin uit de geschiedenis die president is van een Europese instelling.

Finland heeft namelijk iets gemeen met Vlaanderen. Ook al beslaat uw wondermooie ‘land van 1000 meren’ een oppervlakte die bijna dertig keer groter is dan die van Vlaanderen, met circa 5,5 miljoen inwoners zit uw land in dezelfde grootteorde als Vlaanderen.

U hebt nog meer pijlen op de boog: u bent namelijk burgemeester geweest van de stad Espoo. Daar hebt u geleerd om het centrale Finse bestuur op maat te snijden voor de bevolking van uw stad, en in de andere richting, om de beslissingen van die stad te behartigen op het nationale niveau.

Het beste voorbeeld daarvan is het Verdrag van Espoo, uit 1991. Dat verdrag vormt al bijna een kwarteeuw de basis voor de regelgeving over grensoverschrijdende milieueffectrapporten. U was meer dan een bevoorrechte getuige van dit verdrag, want ten tijde van de ondertekening ervan was u voorzitter van de gemeenteraad van Espoo.

Dat verdrag is bij uitstek een voorbeeld van overleg tussen bestuursentiteiten, en laat dat nu precies het terrein zijn waarop het Comité van de Regio’s zich constant begeeft. In wezen vond u in dat verdrag een voorafspiegeling van de taak die u nu vervult bij het Comité van de Regio’s.

In dat comité zetelen niet minder dan elf leden namens dit Vlaams Parlement. Dat zijn met name de vaste leden Jan Durnez, Bart Somers, Luc Van den Brande, Karl Vanlouwe en Karim Van Overmeire en de plaatsvervangende leden Rik Daems, Andries Gryffroy, Marc Hendrickx, Wouter Vanbesien, Wilfried Vandaele en Koen Van den Heuvel.

Zij vinden in dat comité heel wat inspiratie, onder meer over ‘Betere Regelgeving’, want dat is het thema van uw toespraak van vandaag.

Daarom, dames en heren, geef ik nu graag het woord aan onze gast, de heer Markku Markkulla.

Siispä, hyvät naiset ja herrat, minulla on ilo antaa puheenvuoro vieraallemme, herra Markku Markkulalle. (Applaus)

Collega's, voor de duidelijkheid: dit was Fins. (Gelach)

De heer Markku Markkula, voorzitter Comité van de Regio's

Voorzitter, minister-president, leden van het Vlaams Parlement,

Ik weet nu niet of ik voort moet gaan in het Fins, aangezien u die taal zo goed begrijpt. Het is ook een mooie taal. Ik wil u allen bedanken voor uw uitnodiging om hier het parlement toe te spreken. Gisteren was ik hier al enkele uren, tijdens de conferentie, en ook vandaag was dat het geval. Ik zie hier enkele vriendelijke gezichten die ik al heel goed ken.

Vijftien jaar geleden, toen ik al acht jaar parlementslid was, heb ik verschillende bezoeken aan de Kamer en de Senaat afgelegd. Op dat ogenblik was ik voorzitter van een controleorgaan van het Europees Parlement. Ik wil nog even terugkeren naar wat u zei over milieuvraagstukken. Het is een echt privilege om ten bate van onze globale ontwikkeling nieuwe technologieën te mogen ontwikkelen.

Als voorzitter van het Comité van de Regio’s is het een eer en een privilege om te mogen spreken in een halfrond waar de democratie gegrondvest is en wordt beleefd. Het is ook een halfrond dat de Europese wetgeving en het Europese politieke debat sterker maakt. Laat me duidelijk zijn: de parlementen op regionaal, nationaal en Europees niveau zijn het hart van onze democratie. We moeten ervoor zorgen dat deze drie niveaus samenwerken als we willen dat Europa een echt democratisch proces, met respect voor de principes van subsidiariteit en bestuur op verschillende niveaus, vormgeeft.

Via de prioriteiten van het Comité van de Regio’s benadrukken we sterk dat we een andere aanpak willen, waarbij regio’s, gemeenschappen en steden een meer concrete rol spelen, zeker voor het creëren van jobs en voor het omgaan met klimaatverandering.

Gisteren werd hier de zevende conferentie over subsidiariteit gehouden, in aanwezigheid van de heer Peumans, de voorzitter van dit huis, eerste vicepresident van de Europese Commissie de heer Timmermans, de heer Schmitt en de heer Svoboda, voorzitter van de commissie Juridische Zaken. Ik wil nogmaals mijn dank uitdrukken aan het Vlaams Parlement voor het organiseren van dit echt Europese evenement.

Geachte leden en collega’s, wij pleiten niet noodzakelijk voor meer regulering in de EU, dat hebben we gisteren vaak gehoord, maar voor betere regulering, met een grote deelname van alle belanghebbenden, zo dicht mogelijk bij de burgers. Beleid zo efficiënt en effectief mogelijk ontwikkelen en implementeren kan enkel als het subsidiariteitsbeginsel correct is toegepast. Dat is een leerproces voor ons. Wat kunnen we doen met nieuwe innovaties en ontwikkelingen om ons eigen proces te veranderen?

Betere wetgeving moet ook een betere territoriale beoordeling inhouden. Uw parlement kan daartoe bijdragen. Het Comité van de Regio’s kan juridische instrumenten en politieke platformen aanbieden. In deze context waarderen we uw bijdrage aan ons Subsidiariteitsplatform en uw volledige rol binnen het Belgische parlementaire systeem, bij het monitoren van de subsidiariteit. We hebben uw hulp nodig bij het lezen en controleren van de Europese wetgeving. We hebben ook uw inbreng nodig, meer groene dan rode kaarten, om Europa beter te laten werken.

Er is altijd ruimte voor verbetering. Vanuit een regionaal oogpunt kunnen we bekijken hoe we ervaring en expertise met andere regio’s kunnen verbeteren, zeker met andere regionale parlementen met legistieke macht. Zo kunnen we de regionale dimensie versterken door de hele levenscyclus van het Europese beleid. Dat is des te belangrijker nu we een sterke roep horen om een grotere betrokkenheid van de nationale parlementen in Europa. Laat me nogmaals duidelijk zijn: deze roep mag niet de belangrijke verwezenlijkingen van Europa ontmantelen. Het moet een kwalitatieve verbetering zijn van de wetgeving.

Het Vlaams Parlement is een voorbeeld van best practice. U bent een koploper op het vlak van Europees engagement door een regionaal parlement. Dat is gedeeltelijk te danken aan de aard van het Belgische federale systeem. Door die unieke opzet kunt u een rol spelen in de subsidiariteitscontrole. En langs regeringszijde geeft het unieke rotatiesysteem voor de vertegenwoordiging van België in de Raad van Europa de Vlaamse ministers een directe rol in het Europese beslissingsproces.

Het Verdrag van Maastricht maakte dit mogelijk. Een beperkt aantal regio’s maakt hiervan gebruik: België, Duitsland, Oostenrijk, Spanje. We willen de regionale parlementen helpen om hun rol in Europa te vergroten. Daarvoor hebt u sterke persoonlijkheden nodig in het Comité van de Regio’s, en die hebt u.

We verwelkomen het maken van politieke allianties bij de regio’s die niet formeel vertegenwoordigd worden, maar die toch onze steun vragen. We hebben steunaanvragen gekregen van Nederlandse provincies.

Door het voorzitterschap wordt het Comité regelmatig geraadpleegd. Het Letse voorzitterschap heeft gevraagd naar onze input. Ook het Luxemburgse voorzitterschap heeft onze input gevraagd. Ik zal binnenkort ook met de Nederlandse eerste minister hun voorzitterschap bespreken. Tijdens dat voorzitterschap zal er gesproken worden over het stedelijk beleid, want dat staat hoog op de agenda. Vrijdag heb ik een ontmoeting met de Slovaakse minister om de prioriteiten van het Slovaakse voorzitterschap te bespreken. We hebben al afgesproken om in juli een Europese top over steden en gemeenschappen te houden in Slovakije.

‘Impact assessment’ moet in een heel vroege fase in ogenschouw genomen worden. Artikel 2 van het Protocol over Subsidiariteit van het Verdrag van Lissabon stelt dat de Europese Commissie regionale en lokale dimensies van acties in rekening moet brengen. Het Comité doet dit tijdens het jaarlijks wetgevend werkprogramma. Hierdoor kunnen lokale en regionale bevoegdheden invloed uitoefenen op de Europese beleidslijnen en worden de risico’s aangepakt gedurende deze procedure. Er zijn ook administratieve en financiële kosten. We moeten directer zijn. We moeten veel van onze hervormingen versnellen. We moeten experimenteren en pilootprojecten opstarten in plaats van te plannen. Het Comité werkt heel actief. Misschien zal het te laat zijn wanneer alles geïmplementeerd of getransponeerd moet worden. U kunt begrijpen hoe belangrijk het is dat de regio’s en steden 70 procent van de wetgeving moeten implementeren.

We verwelkomen het REFIT-programma om de administratieve last te verminderen. Dit zou moeten gebeuren door het onderzoek van de EU-beleidslijnen en wetgeving. Het Comité van de Regio’s zal daar ook een rol in spelen.

Om over te gaan tot de wetgevende fase is het nodig dat we verzekeren dat de lokale en regionale dimensie correct in acht wordt genomen door de cowetgevers: het Europees Parlement en de Europese Raad. We willen ook nieuwe wegen ontdekken, nieuwe werkmethodes met de Europese instellingen, terwijl we samenwerken met de relevante partners van regionale en lokale overheden. We moeten actie ondernemen.

Wat betreft het werk van het Comité binnen het Europees Parlement, hebben we regelmatig onze standpunten gegeven bij de amendementen die een impact kunnen hebben op de bevoegdheden van lokale en regionale autoriteiten. De ‘trilogue’ is ook een fase in het wetgevend proces zodat onze adviezen toelaten om meer transparant te zijn in het legislatieve proces. We willen dat onze standpunten neergeschreven worden en gestaafd bij het Europees Parlement, ruim op tijd zodat ze in concrete termen kunnen worden gegoten in het finale beslissingsproces.

Wat betreft de post-legislatieve fase moeten we ervoor zorgen dat die werkt zodat de EU-wetgeving efficiënt kan worden geïmplementeerd. Ik ben er zeker van dat u zich goed bewust bent van de onbedoelde problemen en complexiteiten die wetgeving met zich kan meebrengen. Laten we één voorbeeld nemen dat vaak wordt gebruikt: de Habitatrichtlijn. Veel regio’s hebben problemen gekend bij de implementatie ervan.

Het Comité van de Regio’s heeft het initiatief genomen om de Habitatrichtlijn aan te passen en die aanpassing zal volgende maand aangenomen worden. We hebben ook een territoriale impactstudie uitgevoerd. Ik hoop dat het Vlaams Parlement in staat is om zijn ervaring en expertise over deze richtlijn te delen. Ik weet dat de rapporteur in het Europees Parlement, de heer Demesmaeker, zelf een voormalig lid is van deze assemblee, ik ben er dus zeker van dat dit zal gebeuren. De rapporteur voor het Comité van de Regio’s, de heer Biwer uit Luxemburg, heeft vorige maand een onderhoud met hem gehad en hij heeft ook al verschillende vergaderingen met de Commissie gehad.

Dit is maar één voorbeeld om te benadrukken hoezeer het van belang is om de beginselen van betere regelgeving in de praktijk om te zetten. Betere regelgeving betekent niets als het enkel een nieuw gespreksonderwerp is binnen de EU-instellingen. Dit moet omgezet worden in concrete acties om de toepassing van de EU-regelgeving makkelijker en beter te laten verlopen ten behoeve van de lokale en regionale overheden. Dit moet ook de frustratie lenigen die soms wordt veroorzaakt door lasten en knelpunten, zoals onduidelijke definities en zware rapportageverplichtingen.

Goldplating van EU-regels bij de omzetting ervan op nationaal en regionaal niveau moeten we monitoren en vermijden. Daarvoor kan ik verwijzen naar een recent rapport van uw Nederlandse buren over betere regelgeving. Daarin geven de Nederlandse provincies aan met welke knelpunten ze dagelijks door de EU-regelgeving worden geconfronteerd. Niet alleen worden echte moeilijkheden die het gevolg zijn van de EU-regels geïdentificeerd, maar er worden ook praktische oplossingen naar voren geschoven.

Dames en heren, ik besluit. De Subsidiariteitsconferentie van gisteren heeft duidelijk gemaakt dat betere regelgeving alleen tot stand kan komen wanneer alle betrokken partijen zich daarvoor inzetten, gaande van de EU- instellingen over de lidstaten tot de regionale overheid en de gemeenten. Het Vlaams Parlement erkent dit. Ik juich toe en bewonder het feit dat Vlaanderen in staat is om de EU-besluitvorming te beïnvloeden. Daarom nodig ik u uit om dit voorbeeld uit te dragen en uw krachten met ons te bundelen om de regelgeving in Europa nog te verbeteren.

Maak gebruik van het Comité van de Regio’s , het is uw Europese instelling!

Ik reken op uw steun in het belang van onze EU-burgers die een efficiënt, democratisch en transparant bestuur verdienen. Ik dank u voor uw aandacht. (Applaus)

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Geachte voorzitters van de verschillende parlementen uit ons land, mijnheer de voorzitter en leden van het Comité van de Regio’s, collega’s uit de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement, dames en heren,

Voorzitter, ik wil u eerst feliciteren met uw toespraak in twee talen. Het was goed dat u verduidelijkte dat uw laatste woorden in het Fins werden uitgesproken, want eerst dacht ik dat u in uw, voor mij overigens onbegrijpelijke, streektaal aan het spreken was. We weten nu dat onze voorzitter ook uitstekend Fins spreekt. (Gelach)

Minister-president, als u wilt dat ik uw microfoon laat afsluiten, moet u vooral zo verdergaan. (Gelach)

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer de voorzitter van het Comité van de Regio’s, ik ben heel blij dat u uw tweedaagse conferentie hier organiseert. U noemde het Vlaams Parlement daarstraks een ‘frontrunner’. Ik denk dat het goed is dat deze conferentie plaatsgrijpt in het Vlaams Parlement, dat een zeer sterke Europese reflex vertoont. Ik wil ook het Vlaams Parlement feliciteren met de organisatie van deze conferentie over belangrijke themata waar ik straks dieper op inga.

Het Comité van de Regio’s is een instelling die me na aan het hart ligt. Ze vervult ook een heel belangrijke en noodzakelijke functie in de Europese Unie, die ‘van onderen uit’ moet worden opgebouwd. Als bewaker van het subsidiariteitsbeginsel vrijwaart het comité de rechten van de regionale besturen, van de lokale besturen, adviseert het de Europese wetgever over alle regelgeving met een duidelijke territoriale impact. Door dit te doen, spant het comité zich in voor een beleid van de unie dat dichter bij de burger staat, en vooral van betere kwaliteit is.

Ik wil ingaan op de manier waarop de Vlaamse Regering het subsidiariteitsbeginsel invult in haar beleidsvoering. Dames en heren, ik hoop hiermee nuttige voorbeelden te kunnen aanleveren voor de ongetwijfeld verdere interessante debatten van vandaag. Mijn regering beschouwt het Europese beleidsniveau als de eerste en belangrijkste hefboom voor de behartiging van Vlaamse belangen in het buitenland. Vlaanderen, net als andere deelstaten en regio’s met wetgevende bevoegdheden in de unie, moet de ambitie hebben om proactief op het Europese beleid te wegen. De Vlaamse Regering wil ook werken aan een vernieuwde unie, een unie die dichter bij de burger staat, die meer focust op haar kerntaken, alleen optreedt wanneer ze werkelijk het verschil kan maken en wanneer een Europese aanpak zich opdringt.

Het concept van de EU als een systeem van ‘multi-level governance’ – ‘meerlagig bestuur’ – maakt al een hele tijd opgang, maar is nog steeds actueel en mijns inziens nog altijd niet optimaal uitgewerkt op Europees niveau. Het principe is nochtans bepalend voor de basishouding van de Vlaamse Regering. Als de EU echt een meerlagig bestuurssysteem wil zijn, betekent dit dat de regionale besturen een belangrijkere rol moeten spelen in het functioneren van de EU, en dit zowel bottom-up, bij de totstandkoming van Europese regelgeving, als top-down, zodat EU-regelgeving steeds op maat is uitgewerkt voor de regionale en lokale besturen die dagelijks met de uitwerking van EU-afspraken worden geconfronteerd.

Er is in dit model een dubbele richting nodig: een verdieping van de Europese Unie, maar tegelijk is er ook een grotere autonomie nodig voor de nationale of deelstaatparlementen. De unie moet niet alle bevoegdheden naar zich toe trekken, zoals Frans Timmermans het gisteren uitdrukte: op dit colloquium moeten we starten op het lokale niveau en moeten we wat hier niet kan worden gedaan, doen op een gezamenlijk hoger niveau.

Dames en heren, de subsidiariteitstoets is een instrument om regionale en lokale besturen nauwer te betrekken bij het EU-wetgevingsproces. Vlaanderen en de andere deelstaten in dit land hebben daarbij een bevoorrechte positie. Ik hoop dat we ons daar allemaal absoluut van bewust zijn. Onze parlementen kunnen direct deelnemen aan de subsidiariteitstoets.

Verklaring 51 van België bij het Verdrag van Lissabon geeft namelijk aan dat deze moeten worden beschouwd als een wezenlijk onderdeel van het nationale parlementaire systeem. Zoals u weet, beschikken de nationale parlementen van de lidstaten over twee stemmen. In België is hierover een interparlementair samenwerkingsakkoord uitgewerkt dat deze stemmen verdeelt over de federale en deelstaatparlementen. Waar een ontwerp van Europese wetgeving aan exclusieve deelstaatbevoegdheden raakt, zijn het de deelstaatparlementen in dit land die de stemmen uitbrengen. Waar een ontwerp van Europese wetgeving aan exclusieve federale bevoegdheden raakt, brengt het federale parlement uiteraard die stemmen uit. Voor gemengde bevoegdheden zijn er bijkomende regelingen, die ik u hier bespaar.

Mijn regering ondersteunt het Vlaams Parlement bijkomend in zijn rol in de subsidiariteitstoets. Hiervoor hebben wij een eigen vroegwaarschuwingssysteem uitgebouwd voor de opvolging van het Europees beleids- en wetgevingsproces. Zo voert de Vlaamse Regering sinds dit jaar een preliminaire subsidiariteitstoets uit van de Europese dossiers die voor haar relevant zijn op het ogenblik dat de Commissie haar jaarlijks werkprogramma vrijgeeft.

Relevante dossiers zijn alle acties uit het werkprogramma van de Commissie waarbij in belangrijke mate bevoegdheden van de deelstaten spelen, of ontwerpregelgeving met een duidelijke reglementaire of financiële impact voor Vlaanderen.

Die tijdige identificatie van relevante EU-dossiers is een eerste, maar nog onvoldoende stap om te kunnen wegen op de Europese agenda. Als tweede stap bepaalt de Vlaamse Regering binnen die relevante dossiers haar prioriteiten. Voor 2015 identificeerde de Vlaamse Regering acht prioritaire dossiers: het investeringsplan voor Europa, de handels- en investeringsstrategie, de herziening van de Europa 2020-strategie, de digitale interne markt, de energie-unie, de initiatieven voor de arbeidsmarkt, duurzame ontwikkeling en klimaatverandering. Deze lijst vertoont overeenstemming met de politieke prioriteiten van het Comité van de Regio’s.

De derde stap creëert transparantie en kansen voor de betrokkenheid van het parlement. De regering deelt het resultaat van haar preliminaire subsidiariteitstoets mee aan dit huis. De opvolging van de evolutie van de prioritaire dossiers maken we mogelijk aan de hand van specifieke dossierfiches die verwerkt zitten in maandelijkse mededelingen gewijd aan de Europese actualiteit. Ook die mededelingen stellen we uiteraard ter beschikking van het Vlaams Parlement. Het komt het parlement toe hiermee om te gaan, een subsidiariteitstoets te doen, de regering te interpelleren. Dat laatste kan bijvoorbeeld, en dat gebeurt ook, naar aanleiding van een bijeenkomst van de Raad van Ministers gewijd aan thema’s die tot onze bevoegdheidssfeer behoren. Uiteraard staat het u vrij om de regering op andere tijdstippen hierover te interpelleren.

Dames en heren, subsidiariteit is niet alleen belangrijk in het wetgevingsproces. Voor de Vlaamse Regering moet dit beginsel ook worden toegepast bij de uitvoering van het beleid. Zo moeten regionale en lokale besturen bijvoorbeeld meer worden betrokken bij het Europees semester. Dat houdt in dat territoriale cohesie en territoriale overwegingen een meer prominente plaats krijgen in de landenspecifieke aanbevelingen. Die mogen worden geformuleerd op basis van een consultatie van de rechtstreeks betrokkenen, met name de Europese regio’s en de lokale overheden. Subsidiariteit is natuurlijk geen doel op zich. Subsidiariteit moet bovenal, zoals de voorzitter zei, een beter beleid mogelijk maken, en dat beleid heeft dan weer tot doel een positieve impact te hebben op het leven van burgers, op onze welvaart, op het leven van ondernemingen. Daarom werkt de Vlaamse Regering in een participatief en bottom-up proces een Vlaamse toekomstvisie voor de Europese Unie uit. Die is complementair aan Visie 2050, een toekomstverkenning van Vlaanderen in het jaar 2050 die de Vlaamse Regering, zoals u weet, eerder op het jaar voorstelde. De Vlaamse toekomstvisie voor de EU zal niet alleen bevatten wat volgens ons de kerntaken van de EU zijn. Ze zal ook reflecteren over meerlagig bestuur, over subsidiariteit, over responsabilisering, over solidariteit, over competitiviteit, over duurzaamheid.

Dat brengt me tot het thema van de betere regelgeving. Dat is voor de Vlaamse Regering al sinds jaar en dag een essentieel element van de Vlaamse en van de Europese beleidsvoering. Het is onze plicht als beleidsmakers om voortdurend te streven naar de best mogelijke regelgeving, die burgers, bedrijven en verenigingen ten goede komt. De Vlaamse Regering vertrouwt, zoals u weet, op de kracht van die actoren en is dan ook van mening dat niet elk maatschappelijk probleem met regels moet worden beantwoord. Dat lijkt evident, maar in de feiten, in de uitwerking is dat helaas niet altijd zo. Nog te vaak grijpen overheden naar dwingende regelgeving als instrument om beleid te realiseren. Nochtans kunnen een aantal doelstellingen vaak worden bereikt met alternatieve instrumenten, bijvoorbeeld met subsidies, met sensibilisatie, met zelfregulering. Vaak zijn die ook te verkiezen, omdat ze veel minder zware lasten leggen op burgers, bedrijven, lokale besturen en verenigingen. Betere regelgeving is geen gegeven, maar een leerproces.

Voor ons moeten alle overheden op alle bestuursniveaus komaf maken met hun bijwijlen compulsieve drang om alles in zeer gedetailleerde regels te gieten.

Geen goldplating is voor ons een leitmotiv. Dit vergt een cultuurverandering en het nodige politieke draagvlak. Om die reden wil de Vlaamse Regering steeds een noodzakelijkheidstoets uitvoeren bij de opmaak van nieuwe regels.

Naast het verminderen van de inhoudelijke regeldruk zetten we ook sterker in op een vermindering van administratieve lasten. Een verregaande digitalisering zal veel administratieve verplichtingen voor burgers, bedrijven en verenigingen kunnen vereenvoudigen of zelfs doen verdwijnen. Heel veel concrete projecten daarvoor zitten in de pijplijn.

Collega’s, daarnaast streven we ook naar regelgevende rust en een verbeterde consultatiepraktijk bij nieuwe initiatieven. Daarvoor denken we aan een consultatie- en communicatieplatform waarvoor de aanpak van Europees Commissaris Frans Timmermans alvast een inspirerend voorbeeld is. In een meerlagig bestuurssysteem moet betere regelgeving op ieder niveau worden toegepast, inclusief op het Europese. Daarom heeft de Vlaamse Regering het pakket ‘betere regelgeving’ van de Europese Commissie van mei 2015 positief onthaald.

In het bijzonder hechten we belang aan de vier elementen. Het eerste element is de idee dat Europese regelgeving meer gericht moet zijn op het behalen van resultaten. Het scheppen van meer openheid en transparantie door een verruimde en meer systematische raadpleging van betrokken actoren en andere belanghebbenden is een tweede element. Een derde element is de versterking van de governance en kwaliteitscontrolemechanismen op Europees niveau met onder andere de Regulatory Scrutiny Board en een nieuw Interinstitutioneel Akkoord. Een vierde element ten slotte is de bevestiging dat de huidige EU-wetgeving, indien nodig, moet worden bijgestuurd door onder andere een beter REFIT-programma.

Dames en heren, de Vlaamse Regering is bereid om samen te werken met het Comité van de Regio’s om de rol van de regionale en lokale overheden in het Europese beleids- en wetgevingsproces te versterken. Het is belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium van het wetgevingsproces te bekijken wat de mogelijke impact is van ontwerpregelgeving en inzichten te delen tussen regionale en lokale overheden.

Voorzitter, het Comité van de Regio’s kan volgens mij hierin een belangrijke en faciliterende rol spelen als Europese kennisdeler en kennismakelaar, waarbij het de Europese Commissie en de Europese wetgever wijst op de mogelijke negatieve of positieve impact van Europese ontwerpregelgeving.

Collega’s, hoewel de Europese regio’s met wetgevende bevoegdheden het voortouw kunnen nemen in deze jaarlijkse oefening naar aanleiding van de publicatie van het nieuwe werkprogramma van de Europese Commissie, kan dit soort samenwerking uiteraard alle leden van het Comité van de Regio’s ten goede komen.

Voorzitter, ik denk dat de thema’s die aan de orde zijn op de studiedag, namelijk subsidiarity, multilevel governance  en better regulation, thema’s zijn die er toe doen, niet alleen om vorm te geven aan onze democratie, maar ook om te komen tot een beter resultaat en zo vorm te geven aan een goed beleid dat zorgt voor onze welvaart.

Ik dank u voor uw studiedag en voor uw aanwezigheid hier. (Applaus)

Minister-president, ik dank u.

Mijnheer Markkula, het was een eer om u hier te verwelkomen als onze gast en onze spreker. We zijn u heel dankbaar voor de ideeën die u met ons hebt gedeeld en voor de inspiratie die u ons hebt gegeven in verband met een betere samenwerking tussen onze gemeenschap en Europa. Ik ben ervan overtuigd dat uw bezoek zal leiden tot een beter begrip van alle partners die betrokken zijn in dit proces. Ik dank u. (Applaus)

Dames en heren, we zijn aan het einde gekomen van wat wij de kruisbestuiving tussen Vlaanderen en Europa noemen. Ik zal de heer Markkula naar buiten begeleiden.

Regeling van de werkzaamheden
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.